Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-03-2007 en tekstbijwerking tot 08-02-2024)
Titre
23 MARS 2007. - Arrêté royal portant exécution de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-03-2007 et mise à jour au 08-02-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (82)
Texte (82)
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Définitions et champ d'application.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :
  1° "wet" : de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen;
  2° "Fonds" : het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, opgericht bij artikel 27 van de wet;
  3° "aanvullende vergoeding bij brugpensioen" : de vergoeding zoals gedefinieerd bij artikel 8 van de wet.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° "loi" : la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises;
  2° "Fonds" : le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, institué par l'article 27 de la loi;
  3° "indemnité complémentaire de prépension" : l'indemnité telle que définie à l'article 8 de la loi.
Afdeling 1. - Berekening van het gemiddelde aantal werknemers tewerkgesteld tijdens de referteperiode van vier trimesters en bepaling van de datum van de sluiting van de onderneming.
Section 1re. - Calcul du nombre moyen de travailleurs occupés pendant la période de référence des quatre trimestres et détermination de la date de la fermeture de l'entreprise.
Art.2. § 1. Het gemiddelde van de werknemers tewerkgesteld in de onderneming, bedoeld bij de artikelen 3, § 1 en 10, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van de wet, wordt berekend door het totaal aantal kalenderdagen, begrepen in elke periode die begint op de datum van indiensttreding en eindigt op de datum van uitdiensttreding en die door de werkgever voor elke werknemer wordt meegedeeld krachtens het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, in de loop van de vier trimesters die het trimester voorafgaan gedurende hetwelk de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgehad, te delen door driehonderd vijfenzestig.
  Indien de gegevens die voorkomen in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling niet beschikbaar zijn, kan de berekening van het gemiddelde bedoeld bij het vorige lid gebeuren op basis van de informatie die zich bevindt in de gegevensbanken van de sociale zekerheid van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Fonds.
  § 2. Voor de werknemers die niet onderworpen zijn aan de toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 5 november 2002, wordt dit gemiddelde, in afwijking van § 1, berekend door het totaal aantal kalenderdagen gedurende welk elk van de werknemers was ingeschreven in het algemeen personeelsregister, dat moet worden bijgehouden ingevolge het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, of, voor de onderneming die niet is onderworpen aan deze bepalingen, in elk document dat in de plaats komt, in de loop van de vier trimesters die het trimester voorafgaan gedurende hetwelk de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgehad, te delen door driehonderd vijfenzestig.
  § 3. Indien, op de dag waarop de in §§ 1 en 2 bedoelde berekening wordt gemaakt, de periode van tewerkstelling van werknemers waarover deze berekening gebeurt korter is dan de vier trimesters bedoeld in §§ 1 en 2, moet voor de ontbrekende periode het rekenkundig gemiddelde in aanmerking worden genomen dat wordt bekomen door het totaal aantal kalenderdagen bedoeld in § 1 die vallen in de tewerkstellingsperiode korter dan de vier trimesters bedoeld in §§ 1 en 2 te delen door het aantal kalenderdagen die vallen in die zelfde tewerkstellingsperiode.
  § 4. Indien het onmogelijk is om op basis van §§ 1 en 2 de gegevens te bekomen die noodzakelijk zijn om het gemiddelde bedoeld in die zelfde paragrafen te berekenen, kan deze berekening gebeuren op basis van de informatie vervat in de kwartaalaangifte, voorzien bij artikel 21 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, door het totaal aantal werknemers aangegeven op de laatste dag van elk van de vier trimesters die het trimester voorafgaan in de loop waarvan de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgehad, te delen door vier.
  § 5. Indien op de dag van de berekening bedoeld bij § 4, hetzij één of meerdere kwartaalaangiften bedoeld bij § 4 niet werden gedaan door de werkgever, hetzij de tewerkstellingsperiode van de werknemers waarover de berekening gebeurt korter is dan vier trimesters bedoeld bij § 4, dient voor het ontbrekende deel het rekenkundig gemiddelde van het aantal werknemers vermeld in de trimestriële aangiften die werden gedaan, in aanmerking te worden genomen.
Art.2. § 1er. La moyenne des travailleurs occupés dans l'entreprise, visée aux articles 3, § 1er et 10, § 1er, alinéa 1er, et § 2, alinéa 1er, de la loi, se calcule en divisant par trois cent soixante-cinq le total des jours civils compris dans chaque période commençant à la date d'entrée en service et se terminant à la date de sortie de service communiquée par l'employeur pour chaque travailleur en vertu de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, au cours des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu.
  Lorsque les données figurant dans la déclaration immédiate de l'emploi ne sont pas disponibles, le calcul de la moyenne visé à l'alinéa précédent peut s'effectuer sur base des informations contenues dans les banques de données de sécurité sociale de l'Office national de l'emploi et du Fonds.
  § 2. Pour les travailleurs qui ne sont pas soumis à l'application de l'arrêté royal du 5 novembre 2002 précité, cette moyenne est calculée, par dérogation au § 1er, en divisant par trois cent soixante-cinq le total des jours civils pendant lesquels chacun des travailleurs a été inscrit dans le registre général du personnel, dont la tenue est imposée par l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux ou, pour l'entreprise qui n'est pas soumise à ces dispositions, dans tout document en tenant lieu, au cours des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu.
  § 3. Si, au jour où se fait le calcul visé aux §§ 1er et 2, la période d'occupation de travailleurs sur laquelle s'effectue ce calcul est inférieure aux quatre trimestres visés aux §§ 1er et 2, il y a lieu de prendre en considération pour la période manquante la moyenne arithmétique obtenue en prenant le total de jours civils visés au § 1er qui se situent dans la période d'occupation inférieure aux quatre trimestres visés aux §§ 1er et 2 et en le divisant par le nombre de jours civils qui se situent dans cette même période d'occupation.
  § 4. Lorsqu'il est impossible sur base des §§ 1er et 2 d'obtenir les données nécessaires pour effectuer le calcul de la moyenne visé par ces mêmes paragraphes, celui-ci peut s'effectuer sur base des informations contenues dans la déclaration trimestrielle visée à l'article 21 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, en divisant par quatre le nombre total des travailleurs déclarés au dernier jour de chacun des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu.
  § 5. Lorsqu'au jour où se fait le calcul visé au § 4, soit une ou plusieurs déclarations trimestrielles visées au § 4, n'ont pas été effectuées par l'employeur ou soit la période d'occupation de travailleurs sur laquelle s'effectue le calcul est inférieure aux quatre trimestres visés au § 4, il y a lieu de prendre en considération, pour la partie manquante, la moyenne arithmétique du nombre des travailleurs mentionnées sur les déclarations trimestrielles qui ont été introduites.
Art.3. § 1. Indien het onmogelijk is om met toepassing van artikel 3 van de wet en van artikel 2, §§ 1 tot 3 van dit besluit, de datum van sluiting van de onderneming te bepalen, is de wettelijke datum van sluiting in afwijking van artikel 3 van de wet, de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de faillietverklaring of de vereffening van de onderneming.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 40bis van de wet, is de wettelijke datum van sluiting, in afwijking van artikel 3 van de wet, de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de bevoegde autoriteit krachtens de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten, zoals bedoeld in artikel 2 van de Europese richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever :
  a) hetzij heeft besloten tot opening van een insolventieprocedure in de zin van voormelde richtlijn;
  b) hetzij heeft geconstateerd dat de onderneming of de vestiging van de werkgever, in de zin van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lidstaat waar deze onderneming of vestiging is gelegen, definitief is gesloten, en dat het beschikbare vermogen ontoereikend is om opening van een insolventieprocedure in de zin van voormelde richtlijn te rechtvaardigen;
Art.3. § 1er. Lorsqu'il est impossible de déterminer la date de la fermeture de l'entreprise en application de l'article 3 de la loi et de l'article 2, §§ 1er à 3, du présent arrêté, la date légale de la fermeture est, par dérogation à l'article 3 de la loi, le premier jour du mois qui suit la date de la déclaration de faillite ou de la liquidation de l'entreprise.
  § 2. Pour l'application de l'article 40bis de la loi, la date légale de la fermeture est, par dérogation de l'article 3 de la loi, le premier jour du mois qui suit celui où l'autorité compétente en vertu des dispositions législatives, réglementaires et administratives d'un Etat membre, telles que visées à l'article 2 de la directive européenne concernant le rapprochement des législations des Etats membres relatives à la protection des travailleurs en cas d'insolvabilité de l'employeur a :
  a) soit décidé de l'ouverture d'une procédure d'insolvabilité au sens de ladite directive;
  b) soit constaté la fermeture définitive de l'entreprise ou de l'établissement de l'employeur, au sens des dispositions légales, réglementaires et administratives susmentionnées de l'Etat membre où est situé cette entreprise ou de cet établissement, ainsi que l'insuffisance de l'actif disponible pour justifier l'ouverture d'une procédure d'insolvabilité au sens de ladite directive.
Afdeling 2. - Criteria op basis waarvan een herstructurering van een onderneming gelijkgesteld kan worden met een sluiting van een onderneming.
Section 2. - Critères permettant l'assimilation d'une restructuration d'une entreprise à une fermeture d'entreprise.
Art.4. Het Beheerscomité van het Fonds kan de herstructurering van een onderneming gelijkstellen met een sluiting van onderneming, zo deze, naast de voorwaarden vastgesteld bij artikel 5 van de wet, beantwoordt aan één van de volgende criteria :
  1° in de jaarrekeningen van de twee boekjaren die voorafgaan aan het neerleggen bij het Fonds van een herstructureringsplan dat voldoet aan de bij artikel 8 bepaalde voorwaarden, vóór belastingen, een verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening hebben geboekt, wanneer voor het laatste boekjaar dat het neerleggen voorafgaat dit verlies het bedrag van de afschrijvingen en de waardevermindering op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa overschrijdt,
  2° tengevolge van verlies een netto-actief vertonen dat tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal is gedaald, terwijl de buitengewone algemene vergadering, bijeengekomen met toepassing van artikel 633 van de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschappen, minder dan twaalf maanden voor het neerleggen bij het Fonds van een herstructureringsplan, dat voldoet aan de bij artikel 8 bedoelde voorwaarden, tot de voortzetting van de activiteiten heeft besloten.
Art.4. Le Comité de gestion du Fonds peut assimiler à une fermeture d'entreprise la restructuration d'une entreprise qui, outre les conditions fixées à l'article 5 de la loi, répond à un des critères suivants :
  1° avoir enregistré, dans les comptes annuels des deux exercices précédant le dépôt au Fonds d'un plan de restructuration qui satisfait aux conditions prévues à l'article 8, une perte courante avant impôts, lorsque pour le dernier exercice précédant ce dépôt, cette perte excède le montant des amortissements et réductions de valeur sur frais d'établissement, sur immobilisation incorporelles et corporelles,
  2° présenter, par suites de pertes, un actif net réduit à un montant inférieur à la moitié du capital social alors que l'assemblée générale extraordinaire, réunie en application de l'article 633 de la loi du 7 mai 1999 contenant le Code des sociétés, a décidé la poursuite des activités moins de douze mois avant le dépôt au Fonds d'un plan de restructuration qui satisfait aux conditions prévues à l'article 8.
Art.5. Om te kunnen genieten van de gelijkstelling bedoeld in artikel 4, moet de onderneming :
  1° een herstructureringsplan hebben dat is goedgekeurd, hetzij door de Gewestregering, hetzij door een instelling erkend door het Fonds, en dat voorziet in een waarborg tot terugbetaling van de door het Fonds aan de onderneming betaalde bedragen;
  2° of een financiering hebben bekomen die beantwoordt aan de volgende voorwaarden :
  a) ten minste gelijk zijn aan de bedragen die door het Fonds worden betaald;
  b) een terugbetalingstermijn hebben die niet korter mag zijn dan deze voorzien in het plan tot terugbetaling van de door het Fonds te betalen bedragen;
  c) gebeuren onder de vorm van een inbreng in het eigen vermogen of in de schulden op meer dan één jaar.
Art.5. Pour bénéficier de l'assimilation prévue à l'article 4, l'entreprise doit :
  1° avoir un plan de restructuration approuvé, soit par le Gouvernement régional, soit par un organisme agréé par le Fonds et prévoyant une garantie de remboursement des montants payés par le Fonds à l'entreprise;
  2° ou avoir obtenu un financement qui répond aux conditions suivantes :
  a) être au moins égal aux montants à payer par le Fonds;
  b) avoir un terme de remboursement qui ne peut être plus rapproché que celui prévu dans le plan de remboursement des montants à payer par le Fonds;
  c) s'effectuer sous la forme d'un apport dans les capitaux propres ou dans les dettes à plus d'un an.
Art.6. Om te kunnen genieten van de gelijkstelling bepaald in artikel 4, moet de onderneming een terugbetalingsplan van de bedragen betaald door het Fonds voorleggen dat moet omvatten :
  1° de aanvangsdatum van de terugbetalingen die berekend moet worden vanaf het einde van de herstructureringsperiode vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van de wet;
  2° de periode gedurende dewelke de terugbetalingen aan het Fonds gebeuren;
  3° de periodiciteit van de terugbetalingen.
  De duur van het terugbetalingsplan bedraagt ten hoogste tien jaar, met een vrijstelling van ten hoogste drie jaar.
  De verlenging van de terugbetalingsperiode bedoeld in artikel 63, § 1, in fine, van de wet, mag de maximumduur van tien jaar bedoeld bij het vorige lid niet overschrijden.
Art.6. Pour pouvoir bénéficier de l'assimilation prévue à l'article 4, l'entreprise doit présenter un plan de remboursement des montants payés par le Fonds qui doit contenir :
  1° la date du début des remboursements qui doit être calculée à partir de la fin de la période de restructuration fixée conformément à l'article 5 de la loi;
  2° la période durant laquelle s'effectuent les remboursements au Fonds;
  3° la périodicité des remboursements.
  La durée du plan de remboursement est de dix ans maximum, avec une franchise d'une durée maximale de trois ans.
  La prolongation de la période de remboursement visée à l'article 63, § 1er, in fine, de la loi ne peut dépasser la période maximale de dix ans visée à l'alinéa précédent.
Art.7. Om te kunnen genieten van de gelijkstelling bepaald bij artikel 4, moet de onderneming een gelijke-kansenplan bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 juli 1987 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de privé-sector, hebben opgesteld.
Art.7. Pour pouvoir bénéficier de l'assimilation prévue à l'article 4, l'entreprise doit avoir établi un plan d'égalité des chances visé à l'article 1er de l'arrêté royal du 14 juillet 1987 portant des mesures en vue de la promotion de l'égalité des chances entre les hommes et femmes dans le secteur privé.
Art.8. § 1. De onderneming die een gelijkstelling van een herstructurering met een sluiting wenst te verkrijgen, dient bij het Fonds een verzoek tot gelijkstelling in te dienen dat de volgende elementen bevat :
  1° een korte beschrijving van de onderneming;
  2° de motivering voor het verzoek ingediend bij het Fonds;
  3° een herstructureringsplan;
  4° het bewijs dat het herstructureringsplan werd goedgekeurd overeenkomstig artikel 5, 1° of dat de onderneming de bij artikel 5, 2° bedoelde financiering verkregen heeft;
  5° een terugbetalingsplan opgesteld overeenkomstig artikel 6.
  § 2. Het herstructureringsplan moet de volgende elementen bevatten :
  1° de inhoud van het sociaal luik van het herstructureringsplan;
  2° de periode waarover de ontslagen zullen worden gespreid;
  3° het aantal werknemers voor wie de tussenkomst van het Fonds wordt gevraagd, opgesplitst als volgt :
  a) het aantal werknemers die hun rechten op de sluitingsvergoeding met toepassing van artikel 19 van de wet laten gelden;
  b) het aantal werknemers die hun recht op lonen, vergoedingen en voordelen bedoeld bij artikel 35, § 1, van de wet, laten gelden, evenals het aantal werknemers die, naar aanleiding van de herstructurering, hun recht op een aanvullende vergoeding bij brugpensioen laten gelden;
  4° de wettelijke, reglementaire of conventionele basis op grond waarvan de lonen, vergoedingen en voordelen bedoeld in 3°, b, worden toegekend aan de bij de herstructurering betrokken werknemers;
  5° de bepaling van de periode van tussenkomst door het Fonds voor wat de aanvullende vergoeding bij brugpensioen betreft;
  6° de berekening van de totale kost van de ontslagen voor dewelke een financiële tussenkomst van het Fonds werd gevraagd, vervolledigd met een opsplitsing van bedragen volgens de aard van de aan het Fonds gevraagde tussenkomsten;
  7°elk element van beoordeling waaruit de noodzaak van herstructurering blijkt evenals alle elementen noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek tot herstructurering van de onderneming in het licht van de criteria inzake herstructurering gedefinieerd door of krachtens de wet.
Art.8. § 1er. L'entreprise qui souhaite obtenir l'assimilation d'une restructuration à une fermeture doit introduire auprès du Fonds une demande d'assimilation qui contient les éléments suivants :
  1° une brève description de l'entreprise;
  2° la motivation de la demande introduite auprès du Fonds;
  3° un plan de restructuration;
  4° la preuve que le plan de restructuration a été approuvé conformément à l'article 5, 1°, ou que l'entreprise a obtenu le financement visé à l'article 5, 2°;
  5° un plan de remboursement établi conformément à l'article 6.
  § 2. Le plan de restructuration doit contenir les éléments suivants :
  1° le contenu du volet social du plan de restructuration;
  2° la période d'échelonnement des licenciements;
  3° le nombre de travailleurs pour lesquels l'intervention du Fonds est demandée, ventilé comme suit :
  a) le nombre de travailleurs qui font valoir leurs droits à l'indemnité de fermeture en application de l'article 19 de la loi;
  b) le nombre de travailleurs qui font valoir leur droit aux rémunérations, indemnités et avantages visés à l'article 35, § 1er, de la loi, ainsi que le nombre de travailleurs qui, à l'occasion de la restructuration, font valoir leur droit à l'indemnité complémentaire de prépension;
  4° la base légale, réglementaire ou conventionnelle en vertu desquelles les rémunérations, indemnités et avantages visés au 3°, b, sont octroyés aux travailleurs concernés par la restructuration;
  5° la détermination de la période d'intervention du Fonds en ce qui concerne l'indemnité complémentaire de prépension;
  6° le calcul du coût total des licenciements pour lesquels l'intervention financière du Fonds est demandée, complété par une ventilation des montants selon la nature des interventions qui sont demandées au Fonds;
  7° tout élément d'appréciation montrant la nécessité de la restructuration ainsi que tous les éléments nécessaires à l'appréciation de la demande de restructuration de l'entreprise au regard des critères de restructuration définis par ou en vertu de la loi.
Art.9. Ingeval van gelijkstelling van een herstructurering met een sluiting, kan het Fonds tussenkomen voor de betaling van :
  1° de sluitingsvergoeding krachtens artikel 19 van de wet;
  2° de lonen, vergoedingen en voordelen bedoeld bij artikel 35 van de wet, hierin begrepen de aanvullende vergoeding bij brugpensioen zoals gedefinieerd bij artikel 8 van de wet, met uitzondering evenwel van :
  a) de achterstallige lonen die op effectieve prestaties betrekking hebben;
  b) het tijdens de opzeggingstermijnen betaalde loon;
  c) de voordelen, die niet verschuldigd zijn krachtens de wet of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad of in een paritair comité of subcomité, op voorwaarde dat deze niet gebonden zijn aan een betalingsperiodiciteit, behalve wanneer ze in het verleden reeds regelmatig door de werkgever werden betaald.
  Voor wat de aanvullende vergoeding bij brugpensioen betreft, komt het Fonds tussen voor een periode van ten hoogste 36 maanden per werknemer, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de herstructureringsperiode, vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van de wet.
Art.9. En cas d'assimilation d'une restructuration à une fermeture, le Fonds peut intervenir pour le paiement :
  1° de l'indemnité de fermeture en vertu de l'article 19 de la loi;
  2° des rémunérations, indemnités et avantages visés à l'article 35 de la loi, en ce compris l'indemnité complémentaire de prépension telle que définie à l'article 8 de la loi, à l'exception toutefois :
  a) des arriérés de rémunération afférents à des prestations effectives;
  b) de la rémunération payée durant les périodes de préavis;
  c) des avantages qui ne sont pas dus en vertu de la loi ou d'une convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du Travail ou de la commission ou sous-commission paritaire, à condition qu'ils ne soient pas liés à une périodicité de paiement, sauf lorsqu'ils ont déjà été payés régulièrement dans le passé par l'employeur.
  En ce qui concerne l'indemnité complémentaire de prépension, le Fonds intervient pour une période maximale de 36 mois par travailleur, à compter de la date du début de la période de restructuration, fixée conformément à l'article 5 de la loi.
Art.10. De verschillende tussenkomsten van het Fonds worden vastgesteld rekening houdend met de grenzen vastgesteld bij artikel 24.
  Het Beheerscomité van het Fonds stelt, in het kader van de betrokken herstructurering, het maximumbedrag van zijn financiële tussenkomst vast dat in geen enkel geval mag overschreden worden.
  Dit maximumbedrag wordt opgesplitst volgens de aard van de bij artikel 9 vastgestelde tussenkomsten, met vermelding van het aantal werknemers waarop de berekening voor elke tussenkomst is gebaseerd.
Art.10. Les différentes interventions du Fonds sont déterminées en tenant compte des plafonds visés à l'article 24.
  Le Comité de gestion du Fonds fixe, dans le cadre de la restructuration en question, le montant maximum de son intervention financière qui ne peut en aucun cas être dépassé.
  Ce montant maximum est ventilé selon la nature des interventions déterminées à l'article 9, avec mention du nombre de travailleurs sur lequel est basé le calcul pour chaque intervention.
Art.11. Het Beheerscomité van het Fonds beslist binnen negentig dagen over de vraag tot gelijkstelling.
  Deze termijn begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de werkgever het bewijs levert dat hij voldoet aan de bij artikel 5 van de wet vastgestelde voorwaarde en aan de voorwaarden vastgesteld bij de artikelen 4 tot 6.
  Bij gebrek aan een beslissing genomen binnen deze termijn, wordt het Beheerscomité geacht de gelijkstelling te hebben aanvaard.
Art.11. Le comité de gestion du Fonds statue sur la demande d'assimilation dans les nonante jours.
  Ce délai prend cours au moment où l'employeur fournit la preuve qu'il a satisfait à la condition prévue à l'article 5 de la loi ainsi qu'aux conditions prévues aux articles 4 à 6.
  A défaut d'une décision prise dans ce délai, le comité de gestion est présumé avoir accepté l'assimilation.
Art.12. De gelijkstelling van een herstructurering van een onderneming met een sluiting mag slechts gebeuren door ondertekening van een overeenkomst tussen de werkgever en het Beheerscomité van het Fonds waarin de modaliteiten van gelijkstelling, het totale bedrag van de tussenkomst door het Fonds en het definitief terugbetalingsplan worden vastgesteld.
Art.12. L'assimilation d'une restructuration de l'entreprise à une fermeture ne peut se faire que moyennant la signature d'une convention entre l'employeur et le comité de gestion du Fonds fixant les modalités d'assimilation, le montant total de l'intervention du Fonds et le plan définitif de remboursement.
Art.13. Het Fonds kent geen enkele tussenkomst toe voor ontslagen die geen deel uitmaken van het herstructureringsplan dat door het Beheerscomité van het Fonds werd goedgekeurd.
  Ingeval de werkgever de tussenkomst van het Fonds vraagt voor een aantal werknemers dat hoger ligt dan de werknemers voor wie het Beheerscomité de tussenkomst van het Fonds heeft aanvaard, moet hij een nieuwe vraag tot gelijkstelling indienen overeenkomstig artikel 8, waarbij hij aan alle gestelde criteria moet voldoen.
Art.13. Aucune intervention n'est accordée par le Fonds pour les licenciements ne faisant pas partie du plan de restructuration approuvé par le comité de gestion du Fonds.
  Si l'employeur demande l'intervention du Fonds pour un nombre de travailleurs supérieur à celui des travailleurs pour lesquels le comité de gestion a accepté l'intervention du Fonds, il doit introduire une nouvelle demande d'assimilation conformément à l'article 8 pour laquelle il doit satisfaire à tous les critères requis.
Art.14. Wanneer de werkgever reeds een bepaald aantal betalingen heeft verricht aan de bij de herstructurering van de onderneming betrokken werknemers voor wie het Fonds reeds werd gevraagd om tussen te komen, kan de werkgever het Fonds schriftelijk vragen om de terugbetaling, tot de grenzen vastgesteld bij de artikelen 10 en 24, van de bedragen die hij reeds betaald heeft aan de werknemers alsook van de door de fiscale wetgeving opgelegde inhoudingen en de sociale bijdragen gestort met toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid, voor zover de werkgever aan het Fonds het bewijs kan leveren dat de inhoudingen en sociale bijdragen door hem aan de bevoegde instellingen werden gestort.
Art.14. Lorsque l'employeur a déjà effectué un certain nombre de paiements aux travailleurs concernés par la restructuration de l'entreprise et pour lesquels le Fonds est appelé à intervenir, l'employeur peut demander, par écrit, au Fonds le remboursement, à concurrence des plafonds prévus aux articles 10 et 24, des montants qu'il a déjà versés aux travailleurs ainsi que les retenues imposées par la législation fiscale et les cotisations sociales versées en application de la législation relative à la sécurité sociale, pour autant que l'employeur puisse fournir au Fonds la preuve que les retenues et les cotisations sociales ont été versées par lui aux organismes compétents.
Afdeling 3. - Begrip overgang van onderneming krachtens overeenkomst.
Section 3. - Notion de transfert conventionnel d'entreprise.
Art.15. Voor de toepassing van de wet verstaat men onder overgang van onderneming krachtens overeenkomst, de overgang van onderneming krachtens overeenkomst zoals die bepaald wordt bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 bis, gesloten op 7 juni 1985 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement.
Art.15. Pour l'application de la loi, on entend par transfert conventionnel d'entreprise, le transfert conventionnel d'entreprise tel que défini par la convention collective de travail n° 32 bis, conclue le 7 juin 1985 au sein du Conseil national du Travail, concernant le maintien des droits des travailleurs en cas de changement d'employeur du fait d'un transfert conventionnel d'entreprise et réglant les droits des travailleurs repris en cas de reprise de l'actif après faillite.
Afdeling 4. - Uitsluitingen.
Section 4. - Exclusions.
Art.16. <KB 2007-08-03/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2007> Zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van titel III van de wet :
   1° de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het havenbedrijf;
   2° het varend personeel dat ressorteert onder het Paritair Comité voor de zeevisserij;
   3° de uitzendkrachten van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren;
   4° de werklieden, werksters en leerlingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de diamantnijverheid en -handel.
Art.16. <AR 2007-08-03/35, art. 1, 002; En vigueur : 01-04-2007> Sont exclus du champ d'application du titre III de la loi :
  1° les travailleurs qui relèvent de la Commission paritaire des ports;
  2° le personnel navigant qui ressortit à la Commission paritaire de la pêche maritime;
  3° les travailleurs intérimaires des entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour le travail intérimaire et les entreprises agréées fournissant des travaux ou services de proximité;
  4° les ouvriers, ouvrières, apprentis et apprenties qui ressortissent à la Commission paritaire de l'industrie et du commerce du diamant.
Art.17. <KB 2007-08-03/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2007> Zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 3, van de wet :
  1° [2 de werklieden, werksters en leerlingen van de ondernemingen die ressorteren onder de hierna genoemde paritaire comités of subcomités:
   a) Paritair Subcomité voor de haven van Antwerpen, "Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen" genaamd, uitsluitend wat de havenarbeiders van de pool betreft, die ingedeeld zijn bij de beroepscategorieën: havenarbeider algemeen werk, dokautovoerder, dokautovoerder-kraanman, dekman, kuiper of markeerder en die erkend zijn overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid;
   b) het Paritair Subcomité voor de haven van Brussel en Vilvoorde;
   c) het Paritair Subcomité voor de haven van Gent, uitsluitend wat de havenarbeiders van de pool betreft, die erkend zijn overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid;
   d) het Paritair Subcomité voor de havens van Zeebrugge-Brugge, Oostende en Nieuwpoort, uitsluitend wat de havenarbeiders van de pool betreft, die erkend zijn overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid;
   e) het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen;
   f) het paritair comité voor de diamantnijverheid en -handel.]2

  2° de uitzendkrachten van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren.
  
Art.17. <AR 2007-08-03/35, art. 2, 002; En vigueur : 01-04-2007> Sont exclus du champ d'application du titre IV, chapitre II, section 3, de la loi :
  1° [2 les ouvriers, ouvrières, apprentis et apprenties des entreprises ressortissants aux commissions ou sous-commissions paritaires mentionnées ci-après:
   a) la Sous-commission paritaire pour le port d'Anvers, dénommée " Nationaal Paritair Comité der haven van Antwerpen ", en ce qui concerne exclusivement les travailleurs portuaires repris dans le pool classé dans les catégories professionnelles: travailleur portuaire travail général, chauffeur de dock, chauffeur de dock-grutier, homme de pont, tonnelier ou marqueur et qui sont reconnus conformément à l'arrêté royal du 5 juillet 2004 relatif à la reconnaissance des ouvriers portuaires dans les zones portuaires tombant dans le champ d'application de la loi du 8 juin 1972 organisant le travail portuaire;
   b) la Sous-commission paritaire pour le port de Bruxelles et de Vilvoorde;
   c) la Sous-commission paritaire pour le port de Gand, en ce qui concerne exclusivement les travailleurs portuaires repris dans le pool qui sont reconnus conformément à l'arrêté royal du 5 juillet 2004 relatif à la reconnaissance des ouvriers portuaires dans les zones portuaires tombant dans le champ d'application de la loi du 8 juin 1972 organisant le travail portuaire;
   d) la Sous-commission paritaire pour les ports de Zeebruges-Bruges, d'Ostende et Nieuport, en ce qui concerne exclusivement les travailleurs portuaires repris dans le pool qui sont reconnus conformément à la reconnaissance des ouvriers portuaires dans les zones portuaires tombant dans le champ d'application de la loi du 8 juin 1972 organisant le travail portuaire;
   e) la Sous-commission paritaire pour le commerce de combustibles de la Flandre orientale;
   f) la commission paritaire de l'industrie et du commerce du diamant.]2

  2° les travailleurs intérimaires des entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour le travail intérimaire et les entreprises agréées fournissant des travaux ou services de proximité.
  
Art.18. <KB 2007-08-03/35, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2007> Zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 4, van de wet : de uitzendkrachten van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren.
Art.18. <AR 2007-08-03/35, art. 3, 002; En vigueur : 01-04-2007> Sont exclus du champ d'application du titre IV, chapitre II, section 4, de la loi : les travailleurs intérimaires des entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour le travail intérimaire et les entreprises agréées fournissant des travaux ou services de proximité.
HOOFDSTUK II. - Methoden van voorafgaande informatie.
CHAPITRE II. - Méthodes d'information préalable.
Art.19. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de ondernemingen die ressorteren onder een paritair comité waarbinnen, met toepassing van artikel 16 van de wet, geen bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten waarin de methoden van de aan de sluiting van een onderneming voorafgaande informatie werden vastgesteld.
Art.19. Les dispositions du présent chapitre sont applicables aux entreprises qui ressortissent à une commission paritaire au sein de laquelle n'a pas été conclue, en application de l'article 16 de la loi, une convention collective de travail, rendue obligatoire par arrêté royal, fixant les méthodes d'information préalable à la fermeture d'entreprise.
Art.20. De werkgever, die beslist tot de sluiting van een onderneming of een afdeling van een onderneming over te gaan, geeft daarvan onverwijld kennis aan :
  1° de werknemers, door aanplakking van een gedateerd en ondertekend bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming;
  2° de ondernemingsraad, of bij ontstentenis, de vakbondsafvaardiging van het personeel;
  3° de hierna vermelde overheden, bij een ter post aangetekende brief, per fax of per elektronische post, die de dag van de onder 1° bedoelde aanplakking verzonden wordt :
  a) de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, met vermelding van het of de paritaire comité(s) of subcomité(s) waaronder de betrokken onderneming ressorteert;
  b) de gewestelijke Minister die de werkgelegenheid onder zijn bevoegdheden heeft;
  c) de gewestelijke Minister die de economie onder zijn bevoegdheden heeft.
Art.20. L'employeur qui décide de procéder à la fermeture d'une entreprise ou d'une division d'entreprise, en informe sans délai :
  1° les travailleurs, par affichage à un endroit apparent dans les locaux de l'entreprise, d'un avis daté et signé;
  2° le conseil d'entreprise ou, à défaut de celui-ci, la délégation syndicale du personnel;
  3° les autorités citées ci-après par lettre recommandée à la poste, par fax ou par courrier électronique, envoyés le jour même où l'avis visé au 1° est affiché :
  a) le Président du comité de direction du SPF Emploi, Travail et Concertation sociale, en mentionnant la ou les commission(s) ou sous-commission(s) paritaire(s) auxquelles ressortit l'entreprise concernée;
  b) le Ministre régional qui a l'emploi dans ses attributions;
  c) le Ministre régional qui a l'économie dans ses attributions.
Art.21. De bij artikel 20 bedoelde informatie moet bevatten :
  1° de naam en het adres van de onderneming;
  2° de aard van de activiteit van de onderneming of van de afdeling van de onderneming;
  3° de vermoedelijke datum van de stopzetting van de hoofdactiviteit;
  4° de volledige lijst van het personeel dat op de datum van de informatie in de onderneming of de afdeling van de onderneming wordt tewerkgesteld.
Art.21. L'information prévue à l'article 20 doit comporter :
  1° le nom et l'adresse de l'entreprise;
  2° la nature de l'activité de l'entreprise ou de la division d'entreprise;
  3° la date présumée de la cessation de l'activité principale;
  4° la liste complète du personnel occupé dans l'entreprise ou la division de l'entreprise à la date de l'information.
HOOFDSTUK III. - Sluitingsvergoeding.
CHAPITRE III. - Indemnité de fermeture.
Art.22. Voor de werknemers tewerkgesteld in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de koopvaardij ressorteren, wordt de voorwaarde van één jaar anciënniteit in de onderneming, zoals bepaald bij de artikelen 18, tweede lid en 19, tweede lid, van de wet, vervangen door de voorwaarde van één jaar anciënniteit in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de koopvaardij.
Art.22. Pour les travailleurs occupés dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour la marine marchande, la condition d'ancienneté d'une année dans l'entreprise, prévue par les articles 18, alinéa 2 et 19, alinéa 2, de la loi, est remplacée par la condition d'ancienneté d'une année dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire pour la marine marchande.
HOOFDSTUK IV. - Oprichting en werking van het Fonds.
CHAPITRE IV. - Institution et fonctionnement du Fonds.
Art.23. Het Fonds is vrijgesteld van de toepassing van de artikelen 12, § 2, 13 en 17, § 1 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Art.23. Le Fonds est dispensé de l'application des articles 12, § 2, 13 et 17, § 1er, de l'arrêté royal du 3 avril 1997 portant des mesures en vue de la responsabilisation des institutions publiques de sécurité sociale, en application de l'article 47 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
HOOFDSTUK V. - Opdrachten van het Fonds.
CHAPITRE V. - Missions du Fonds.
Afdeling 1. - Lonen, vergoedingen en voordelen.
Section 1re. - Rémunérations, indemnités et avantages.
Art.24. [2 ...]2
  Het maximumbedrag van de betalingen door het Fonds verricht met toepassing van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 3, van de wet, mag [2 30.500 euro]2 per werknemer en per sluiting van onderneming niet overschrijden. [2 Dit maximumbedrag geldt]2 [1 voor de sluitingen van onderneming waarvan de datum van de sluiting, bepaald overeenkomstig of krachtens artikel 3 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, [2 plaatsvindt vanaf 1 juli 2022]2.]1
  Dit maximumbedrag is echter niet van toepassing op de betaling van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen.
  [2 Voor de aanvullende vergoeding bij brugpensioen is het maximumbedrag, het bedrag dat verschuldigd is krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.]2
  
Art.24. [2 ...]2
  Le montant maximum des paiements effectués par le Fonds en application du titre IV, chapitre II, section 3, de la loi, ne peut dépasser [2 30.500 euros]2 par travailleur et par fermeture d'entreprise.[2 Ce montant maximum vaut]2 [1 pour les fermetures d'entreprise dont la date de fermeture déterminée conformément par ou en vertu de l'article 3 de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises, [2 se situe à partir du 1er juillet 2022]2.]1
  Ce montant maximum n'est toutefois pas applicable pour ce qui concerne le paiement de l'indemnité complémentaire de prépension.
  [2 Pour l'indemnité complémentaire de prépension, le montant maximum est le montant dû en vertu de la convention collective de travail n° 17, conclue le 19 décembre 1974 au sein du Conseil National du Travail, instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement.]2
  
Art.25. Het Fonds is maar gehouden de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen vanaf het ogenblik waarop de begunstigden van deze vergoeding de leeftijd van 55 jaar bereiken.
Art.25. Le Fonds n'est tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension qu'à partir du moment où les bénéficiaires de cette indemnité atteignent l'âge de 55 ans.
Art.26. In afwijking van artikel 25 is het Fonds gehouden de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen vanaf het ogenblik waarop de begunstigde uit een onderneming die door de federale Minister die werkgelegenheid en arbeid onder zijn bevoegdheden heeft werd erkend als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, de leeftijd bereikt die voorzien is in de collectieve arbeidsovereenkomst die op hem van toepassing is, zonder dat die leeftijd lager mag zijn dan 50 jaar.
Art.26. Par dérogation à l'article 25, le Fonds est tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension à partir du moment où le bénéficiaire venant d'une entreprise reconnue par le Ministre fédéral qui a l'emploi et le travail dans ses attributions comme étant en difficulté ou en restructuration, a atteint l'âge prévu par la convention collective de travail qui lui est applicable, sans pour autant être inférieur à 50 ans.
Art.27. § 1. Het Fonds is niet gehouden de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen aan de werknemers die er recht op hebben krachtens een buiten een paritair orgaan gesloten collectieve arbeidsovereenkomst die neergelegd is bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg minder dan zes maanden vóór de sluiting.
  [1 Het Beheerscomité van het Fonds kan nochtans beslissen voor collectieve arbeidsovereenkomsten die neergelegd zijn minder dan zes maanden maar meer dan drie maanden vóór de sluiting, de bedrijfstoeslag te betalen onder volgende voorwaarden :
   - de collectieve arbeidsovereenkomst werd ten laatste vóór de neerlegging ervan mede-ondertekend door een representatieve werkgeversorganisatie, of;
   - de collectieve arbeidsovereenkomst werd goedgekeurd door de federale Minister die werkgelegenheid en arbeid onder zijn bevoegdheid heeft, na eenstemmig advies van de Commissie bedoeld in artikel 18, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, voor zover de onderneming aantoont dat op het ogenblik van het ondertekenen van de collectieve arbeidsovereenkomst het herstructureringsplan ter advies werd voorgelegd aan de commissaris, of bij ontstentenis aan een bedrijfsrevisor of een extern accountant. In zijn schriftelijk advies zal de commissaris, of bij ontstentenis de bedrijfsrevisor of de extern accountant, weergeven of het hem voorgelegde herstructureringsplan gebaseerd is op door de onderneming onderbouwde en ernstige prognoses.]1

  § 2. Het Fonds is niet gehouden de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen aan de werknemers die er recht op hebben krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten buiten een paritair orgaan en ondertekend door de curator van de failliete onderneming of door de vereffenaar in geval van vereffening van de onderneming, en die neergelegd werd bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg vanaf de zesde maand die aan de sluiting voorafgaat.
  
Art.27. § 1er. Le Fonds n'est pas tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension aux travailleurs qui y ont droit en vertu d'une convention collective de travail conclue en dehors d'un organe paritaire, déposée au Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale moins de six mois avant la fermeture.
  [1 Le Comité de gestion du Fonds peut toutefois décider pour des conventions collectives de travail qui sont déposées moins de six mois mais plus de trois mois avant la fermeture de payer le complément d'entreprise sous les conditions suivantes :
   - la convention collective de travail a été contresignée au plus tard avant son dépôt par une organisation représentative d'employeurs, ou;
   - la convention collective de travail a été approuvée par le Ministre fédéral qui a l'emploi et le travail dans ses attributions, après avis unanime de la Commission visée à l'article 18, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise, dans la mesure où l'entreprise démontre qu'au moment de la signature de la convention collective de travail le plan de restructuration a été soumis pour avis au commissaire, ou à défaut au réviseur d'entreprise ou l'expert-comptable externe. Dans son avis écrit le commissaire, ou à défaut le réviseur d'entreprise ou l'expert-comptable externe, reflétera si le plan de restructuration qui lui a été soumis est basé sur des prévisions fondées et sérieuses établies par l'entreprise.]1

  § 2. Le Fonds n'est pas tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension aux travailleurs qui y ont droit en vertu d'une convention collective de travail conclue en dehors d'un organe paritaire signée par le curateur de l'entreprise en faillite ou par le liquidateur en cas de liquidation de l'entreprise, et déposée au Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale à partir du sixième mois qui précède la fermeture.
  
Afdeling 2. - Overbruggingsvergoeding.
Section 2. - Indemnité de transition.
Art.28. Voor de toepassing van artikel 44, § 2, 2°, van de wet, worden de bedragen die met toepassing van de reglementering op de ziekteverzekering en de werkloosheidsreglementering worden uitbetaald in geval van arbeidsongeschiktheid en tijdelijke werkloosheid, alsook de vergoedingen wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid verschuldigd krachtens de arbeidsongevallenreglementering, met loon of vergoeding gelijkgesteld.
Art.28. Pour l'application de l'article 44, § 2, 2°, de la loi, sont assimilés à une rémunération ou une indemnité, les montants payés en cas d'incapacité de travail et de chômage temporaire, en application des réglementations relatives à l'assurance soins de santé et indemnités et à l'assurance-chômage, ainsi que les indemnités pour incapacité temporaire de travail dues en vertu de la réglementation relative aux accidents du travail.
Art.29. Voor de toepassing van titel IV, hoofdstuk II, afdeling 4, van de wet en de bepalingen van deze afdeling, wordt onder loon verstaan, het brutoloon met inbegrip van de contractuele premies die rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werknemer verrichte prestaties, waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt.
  Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale zekerheid onderworpen zijn.
  Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van de werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
  Voor de per maand betaalde werknemer wordt als brutoloon beschouwd het loon dat hij gedurende de laatste maand waarin de prestaties werden verricht heeft verdiend.
  Voor de werknemer die niet per maand wordt betaald, wordt het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.
  Het normale uurloon wordt bekomen door het loon verdiend gedurende de laatste maand waarin de prestaties werden verricht te delen door het aantal tijdens die periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon.
  Het brutoloon van een werknemer die niet gedurende de gehele laatste maand waarin de prestaties werden verricht heeft gewerkt wordt berekend alsof hij op alle arbeidsdagen die begrepen zijn in de betreffende maand aanwezig was geweest.
  Wanneer een werknemer ingevolge de bepalingen van zijn arbeidsovereenkomst slechts gehouden is gedurende een deel van de laatste maand waarin de prestaties werden verricht te werken, en hij gedurende deze gehele periode niet gewerkt heeft, wordt zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen voorzien in zijn arbeidsovereenkomst.
  Aan het bekomen brutoloon van de werknemer, of hij nu per maand of op een andere wijze wordt betaald, wordt toegevoegd één twaalfde van het totaal van de contractuele premies en het variabele loon waarvan de periodiciteit van betaling een maand niet overschrijdt, apart ontvangen door deze werknemer in de loop van de twaalf maanden die het einde van zijn arbeidsovereenkomst voorafgaan.
Art.29. Pour l'application du titre IV, chapitre II, section 4, de la loi et des dispositions de la présente section, on entend par rémunération, la rémunération brute y compris les primes contractuelles qui sont directement liées aux prestations fournies par le travailleur, qui font l'objet de retenues de sécurité sociale et dont la périodicité de paiement n'est pas supérieure à un mois.
  Elle comprend aussi les avantages en nature qui sont soumis à des retenues de sécurité sociale.
  Par contre, les primes ou indemnités qui sont accordées en contrepartie de frais réels ne sont pas prises en considération.
  Pour le travailleur payé au mois, la rémunération brute est la rémunération obtenue par le travailleur pour le dernier mois où les prestations ont été fournies.
  Pour le travailleur qui n'est pas payé par mois, la rémunération brute est calculée en fonction de la rémunération horaire normale.
  La rémunération horaire normale s'obtient en divisant la rémunération obtenue pour le dernier mois où les prestations ont été fournies par le nombre d'heures normales fournies pour cette période. Le résultat ainsi obtenu est multiplié par le nombre d'heures de travail prévu par le régime de travail hebdomadaire du travailleur; ce produit multiplié par 52 et divisé par 12 correspond à la rémunération mensuelle.
  La rémunération brute d'un travailleur qui n'a pas travaillé pendant tout le dernier mois où les prestations ont été fournies est calculée comme s'il avait été présent tous les jours de travail compris dans le mois considéré.
  Lorsqu'en raison des stipulations de son contrat, un travailleur n'est tenu de travailler que pendant une partie du dernier mois où les prestations ont été fournies et n'a pas travaillé pendant tout ce temps, sa rémunération brute est calculée en fonction du nombre de jours de travail prévu à son contrat.
  A la rémunération brute obtenue par le travailleur, qu'il soit payé par mois ou autrement, il est ajouté un douzième du total des primes contractuelles et de la rémunération variable dont la périodicité de paiement n'est pas supérieure à un mois, perçues distinctement par ce travailleur au cours des douze mois qui précèdent la fin de son contrat.
Art.30. Voor de werknemers tewerkgesteld in een arbeidsregeling waarin de wekelijkse arbeidsduur wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 20bis en 26bis, § 1, van de Arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de overbruggingsvergoeding berekend :
  1° voor de voltijdse werknemers : op basis van het loon dat overeenstemt met de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur toepasselijk in de onderneming;
  2° voor de deeltijdse werknemers : op basis van het loon dat overeenstemt met de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur die is overeengekomen.
Art.30. Pour les travailleurs occupés dans un régime de travail dans lequel la durée hebdomadaire de travail se calcule conformément aux dispositions des articles 20bis et 26bis, § 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail ou de l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, l'indemnité de transition est calculée :
  1° pour les travailleurs à temps plein : sur base de la rémunération afférente à la durée hebdomadaire moyenne de travail applicable dans l'entreprise;
  2° pour les travailleurs à temps partiel : sur base de la rémunération afférente à la durée hebdomadaire moyenne de travail qui a été convenue.
Art.32. [1 Voor de werknemers die recht hebben op de overbruggingsvergoeding, mag het maximumbedrag van de betalingen die door het Fonds worden verricht met toepassing van artikel 35, § 2, tweede lid, en artikel 41 van de wet 30.500 euro per werknemer niet overschrijden.]1
  
Art.32. [1 Pour les travailleurs qui ont droit à l'indemnité de transition, le montant maximum des paiements effectués par le Fonds ne peut pas dépasser 30.500 euros par travailleur, en application de l'article 35, § 2, alinéa 2, et de l'article 41 de la loi.]1
  
Afdeling 3. - Tussenkomst in geval van overmacht.
Section 3. - Intervention en cas de force majeure.
Art.34. Het beheerscomité van het Fonds kan een geval van overmacht erkennen wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° de onderneming moet getroffen worden door een geval van overmacht, dat wil zeggen een plotse, onvoorzienbare en onweerstaanbare gebeurtenis, die volledig onafhankelijk is van de wil van de werkgever en die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst definitief onmogelijk maakt;
  2° de overmacht moet de sluiting van de onderneming in de zin van artikel 3 van de wet tot gevolg hebben;
  3° de hoofdactiviteit van de onderneming of van de afdeling ervan mag niet binnen een jaar na de stopzetting van deze activiteit in dezelfde socio-economische regio worden hervat.
Art.34. Le comité de gestion du Fonds peut reconnaître le cas de force majeure lorsque les critères suivants sont remplis :
  1° l'entreprise doit être confrontée à un événement de force majeure, c'est-à-dire un événement soudain, imprévisible, irrésistible totalement indépendant de la volonté de l'employeur et entraînant une impossibilité définitive d'exécuter le contrat de travail;
  2° l'événement de force majeure doit entraîner la fermeture de l'entreprise au sens de l'article 3 de la loi;
  3° l'activité principale de l'entreprise ou de la division de celle-ci ne peut être exercée à nouveau dans la même région socio-économique dans l'année qui suit la cessation de cette activité.
Afdeling 4. - De bijkomende vergoedingen verschuldigd aan sommige beschermde werknemers.
Section 4. - Les indemnités complémentaires dues à certains travailleurs protégés.
Art.35. Het Fonds is, in geval van verzuim vanwege de werkgever, belast met de betaling van de bijkomende vergoeding bedoeld in artikel 9 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, waarvan de berekening is vastgelegd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 mei 1991 tot vaststelling van de berekenings- en betalingsmodaliteiten van de bijkomende vergoeding verschuldigd aan de personeelsafgevaardigde of de kandidaat-personeelsafgevaardigde in het kader van de procedure tot erkenning van een dringende reden.
Art.35. Le Fonds est chargé, en cas de défaut de l'employeur, du paiement de l'indemnité complémentaire visée à l'article 9 de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux du travail ainsi que pour les candidats-délégués du personnel, dont le calcul est défini à l'article 1er de l'arrêté royal du 21 mai 1991 relatif aux modalités de calcul et de paiement de l'indemnité complémentaire due au délégué du personnel ou au candidat-délégué du personnel dans le cadre de la procédure de reconnaissance d'un motif grave.
Afdeling 5. - Aanvullende vergoeding bij brugpensioen.
Section 5. - Indemnité complémentaire de prépension.
Art.36. Onverminderd de artikelen 25 tot 27 die van toepassing zijn in geval van sluiting in de zin van de artikelen 3 en 4 van de wet, (zijn de artikelen 37 en 38) van toepassing, met toepassing van artikel 51 van de wet, wanneer, buiten het geval van sluiting van onderneming, de werkgever in gebreke blijft om de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen. <KB 2007-08-03/35, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2007>
Art.36. Sans préjudice des articles 25 à 27 qui s'appliquent en cas de fermeture au sens des articles 3 et 4 de la loi, (les articles 37 et 38) s'appliquent, en application de l'article 51 de la loi, lorsque, en dehors du cas de la fermeture d'entreprise, l'employeur reste en défaut de payer l'indemnité complémentaire de prépension. <AR 2007-08-03/35, art. 7, 002; En vigueur : 01-04-2007>
Art.37. Het Fonds is slechts gehouden om de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen vanaf het moment waarop de begunstigden van deze vergoeding de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt.
Art.37. Le Fonds n'est tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension qu'à partir du moment où les bénéficiaires de cette indemnité atteignent l'âge de 55 ans.
Art.38. In afwijking van artikel 37, is het Fonds gehouden om de aanvullende vergoeding bij brugpensioen te betalen vanaf het ogenblik waarop de begunstigde, afkomstig uit een onderneming die door de federale Minister tot wiens bevoegdheden de werkgelegenheid en arbeid behoren, is erkend als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, de leeftijd heeft bereikt die is voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst die op hem van toepassing is, zonder evenwel lager te mogen zijn dan 50 jaar.
Art.38. Par dérogation à l'article 37, le Fonds est tenu de payer l'indemnité complémentaire de prépension à partir du moment où le bénéficiaire venant d'une entreprise reconnue par le Ministre fédéral qui a l'emploi et le travail dans ses attributions comme étant en difficulté ou en restructuration, a atteint l'âge prévu par la convention collective de travail qui lui est applicable, sans pour autant être inférieur à 50 ans.
Art.39. Het maximumbedrag van de tussenkomst van het Fonds voor de aanvullende vergoeding bij brugpensioen, met toepassing van de artikelen 51 en 52 van de wet, is gelijk aan het bedrag verschuldigd krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.
Art.39. Le montant maximum de l'intervention du Fonds pour l'indemnité complémentaire de prépension, en application des articles 51 et 52 de la loi, est égal au montant dû en vertu de la convention collective de travail n° 17, conclue le 19 décembre 1974 au sein du Conseil national du Travail, instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement.
Afdeling 6. - Tijdelijke werkloosheid.
Section 6. - Chômage temporaire.
Art.40. Het Fonds betaalt maandelijks, bij wijze van voorschot, een deel van de geraamde uitgaven voorzien in haar begroting aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voor de betaling van de uitkeringen bedoeld bij artikel 53 van de wet.
  In de loop van de maand juli wordt de afrekening van het verlopen jaar geregeld tussen de beide instellingen op basis van de bedragen aanvaard door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
  De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening is verantwoordelijk voor de sommen die door het Fonds worden voorgeschoten en moet de aanwending ervan rechtvaardigen bij de in het tweede lid bedoelde afrekening.
  Voor de toepassing van de huidige regeling dienen de beide instellingen de administratieve en boekhoudkundige onderrichtingen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening na te leven.
Art.40. Le Fonds paie mensuellement, à titre d'avance, une partie des dépenses évaluées prévues dans son budget à l'Office national de l'emploi pour le paiement des allocations visées à l'article 53 de la loi.
  Dans le courant du mois de juillet, le règlement de l'année précédente est réglé entre les deux institutions sur base des montants acceptés par l'Office national de l'emploi.
  L'Office national de l'emploi est responsable pour les sommes qui sont avancées par le Fonds et doit en justifier l'utilisation lors du règlement visé à l'alinéa 2.
  Pour l'application du présent régime, les deux institutions doivent respecter les instructions administratives et comptables de l'Office national de l'emploi.
HOOFDSTUK VI. - Inkomsten van het Fonds.
CHAPITRE VI. - Ressources du Fonds.
Art.41. Met toepassing van artikel 64, § 2 van de wet, wordt het bedrag van de bijkomende vergoeding bedoeld bij artikel 49 van de wet, die de werkgever, met toepassing van artikel 61, § 1, van de wet gehouden is terug te betalen aan het Fonds, als volgt verhoogd :
  a) 495,79 euro per werknemer voor wie het Fonds moet tussenkomen wanneer de werkgever in gebreke blijft;
  b) 10 % van de sommen die door het Fonds aan deze werknemer werden betaald.
Art.41. En application de l'article 64, § 2, de la loi, le montant de l'indemnité complémentaire visée à l'article 49 de la loi que l'employeur est tenu de rembourser au Fonds, en application de l'article 61, § 1er, de la loi, est majoré comme suit :
  a) 495,79 euros par travailleur pour lequel le Fonds a dû intervenir à défaut de l'employeur;
  b) 10 % des sommes payées par le Fonds à ce travailleur.
HOOFDSTUK VII. - Uitbetalingen door het Fonds.
CHAPITRE VII. - Paiements effectués par le Fonds.
Afdeling 1. - Nadere regelen betreffende het indienen van het verzoek tot tussenkomst van het Fonds.
Section 1re. - Modalités d'introduction de la demande d'intervention du Fonds.
Art.42. Het verzoek van de werknemer tot tussenkomst van het Fonds met toepassing van (de artikelen 35, 41, 47, 49, 51 en 52) van de wet, moet worden gedaan door middel van een [1 papieren of elektronisch]1 formulier dat overeenstemt met het door het Beheerscomité van het Fonds vastgestelde model.
  Het formulier wordt door het Fonds kosteloos aan de werknemer uitgereikt.
  
Art.42. La demande du travailleur visant à l'intervention du Fonds en application des articles 35, 41, 47, 49, 51 et 52 de la loi, doit être établie sur base d'un formulaire [1 papier ou électronique]1 conforme au modèle fixé par le comité de gestion du Fonds.
  Le formulaire est délivré sans frais au travailleur par le Fonds.
  
Art.43. Het formulier bevat de voor het Fonds noodzakelijke inlichtingen tot vaststelling van :
  1° het recht van de werknemer op de betalingen bedoeld bij de artikelen 35, 41, 47, 49, 51 en 52 van de wet, evenals het bedrag van deze betalingen;
  2° de inhoudingen en stortingen die overeenkomstig artikel 67 van de wet moeten worden verricht.
  De inlichtingen die vereist zijn voor de betalingen bedoeld bij de artikelen 35, 41, 47, (49, 51 en 52) van de wet zijn onder meer deze welke betrekking hebben op de identificatie van de werknemer en de werkgever, op de situatie en de beroepsloopbaan van de werknemer, op de uitvoering en het einde van de arbeidsovereenkomst, met inbegrip van de inlichtingen of documenten die het Fonds toelaten deze betalingen uit te voeren en de documenten die krachtens sociale wetten zijn opgelegd op te stellen. <KB 2007-08-03/35, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2007>
Art.43. Le formulaire énonce les renseignements nécessaires au Fonds pour déterminer :
  1° le droit du travailleur aux paiements visés aux articles 35, 41, 47, 49, 51 et 52 de la loi, ainsi que le montant de ces paiements;
  2° les retenues et versements à opérer conformément à l'article 67 de la loi.
  Les renseignements requis pour les paiements visés aux articles 35, 41, 47, (49, 51 et 52) de la loi sont notamment ceux relatifs à l'identification du travailleur et de l'employeur, à la situation et à la carrière professionnelle du travailleur, à l'exécution et à la fin du contrat de travail, y compris les renseignements ou documents permettant au Fonds d'effectuer ces paiements et d'établir les documents imposés en vertu des lois sociales. <AR 2007-08-03/35, art. 8, 002; En vigueur : 01-04-2007>
Art.44. [1 De werknemer of zijn mandataris en, naargelang het geval, de werkgever of zijn mandataris, de curator, de vereffenaar vermelden de passende inlichtingen op het formulier, verklaren die correct en ondertekenen die gezamenlijk, en voegen, zo nodig, de stukken bij die deze inlichtingen bewijzen.
   Het formulier, bedoeld in het eerste lid, kan worden getekend:
   - hetzij door middel van een handgeschreven handtekening;
   - hetzij door middel van een elektronische handtekening die wordt gecreëerd door de elektronische identiteitskaart;
   - hetzij door middel van een elektronische handtekening die voldoet aan dezelfde veiligheidswaarborgen als de elektronische handtekening die door de elektronische identiteitskaart wordt gecreëerd.
   De mandataris van de werknemer kan enkel gebruik maken van de elektronische handtekening.
   Ingeval hij gebruik maakt van het elektronisch formulier dat leidt tot de rechtstreekse indiening van de vordering in het Centraal Register Solvabiliteit, worden de elektronische bevestiging van de indiening door de werknemer of zijn mandataris en de definitieve aanvaarding van de vordering in het Centraal Register Solvabiliteit door de curator gelijkgesteld met de in het eerste lid bedoelde gezamenlijke handtekening.]1

  
Art.44. [1 Le travailleur ou son mandataire et, selon le cas, l'employeur ou son mandataire, le curateur, le liquidateur mentionnent les renseignements appropriés sur le formulaire, les certifient exacts et les signent conjointement et joignent, si nécessaire, les pièces qui prouvent ces renseignements.
   Le formulaire, visé à l'alinéa 1er, peut être signé:
   - soit au moyen d'une signature manuscrite;
   - soit au moyen d'une signature électronique créée par la carte d'identité électronique;
   - soit au moyen d'une signature électronique qui satisfait aux mêmes conditions de sécurité que celles présentées par la signature électronique créée par la carte d'identité électronique.
   Le mandataire du travailleur ne peut faire usage que de la signature électronique.
   Au cas où il est fait usage du formulaire électronique conduisant à l'introduction directe de la créance dans le Registre Central de la Solvabilité, la confirmation électronique de l'introduction par le travailleur ou son mandataire et l'acceptation définitive dans le Registre Central de la solvabilité de la créance par le curateur sont assimilées à la signature conjointe visée au premier alinéa.]1

  
Art.45. Het formulier wordt bij het Fonds ingediend door de werknemer of zijn mandataris.
Art.45. Le formulaire est introduit auprès du Fonds par le travailleur ou son mandataire.
Afdeling 2. - Nadere regelen betreffende de betalingen verricht door het Fonds en de daarbij door hem te vervullen formaliteiten.
Section 2. - Modalités de paiements effectués par le Fonds et formalités à remplir par celui-ci à l'occasion des paiements.
Art.46. De betalingen aan de werknemer of aan zijn rechthebbenden worden verricht per overschrijving. Op verzoek van de werknemer of zijn rechthebbenden, kunnen zij door middel van een circulaire cheque worden gedaan. De kosten van de circulaire cheque komen ten laste van de begunstigde ervan.
Art.46. Les paiements au travailleur ou à ses ayants droit sont effectués par virement. Ils peuvent toutefois, à la demande du travailleur ou de ses ayants droit, être effectué par chèque circulaire. Le coût du chèque circulaire est à charge du bénéficiaire du chèque.
Art.47. De aanvullende vergoeding bij brugpensioen wordt maandelijks betaald.
Art.47. L'indemnité complémentaire de prépension est payée mensuellement.
Art.48. Ter gelegenheid van de betalingen door het Fonds, ontvangt de werknemer of zijn rechthebbende van het Fonds :
  1° een afrekening conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 27 september 1966 tot vaststelling, wat de particuliere sector betreft, van de gegevens die de afrekening moet bevatten welke bij elke definitieve betaling van het loon aan de werknemer overhandigd wordt;
  2° een afrekening overeenkomstig de bepalingen betreffende het bedrag en de berekening van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.
  3° in de loop van het jaar volgend op de betaling, het fiscaal formulier betreffende de bedrijfsvoorheffing.
  Door het Fonds worden desgevallend ook uitgereikt :
  1° indien het een bediende betreft, het vakantiegetuigschrift dat is voorzien door de wetgeving op de jaarlijkse vakantie der werknemers;
  2° de documenten die bij collectieve arbeidsovereenkomsten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit, worden voorgeschreven.
Art.48. A l'occasion des paiements effectués par le Fonds, le travailleur ou son ayant droit reçoit du Fonds :
  1° un décompte conforme aux dispositions de l'arrêté royal du 27 septembre 1966 déterminant pour le secteur privé les renseignements que doit contenir le décompte remis au travailleur lors de chaque règlement définitif de la rémunération;
  2° un décompte conforme aux dispositions relatives au montant et au calcul de l'indemnité complémentaire de prépension prévue dans la convention collective de travail n° 17, conclue le 19 décembre 1974 au sein du Conseil national du Travail, instituant un régime d'indemnité complémentaire à certains travailleurs âgés en cas de licenciement.
  3° dans le courant de l'année suivant le paiement, le formulaire fiscal relatif au précompte professionnel.
  Sont également délivrés par le Fonds, le cas échéant :
  1° s'il s'agit d'un employé, l'attestation de congé prévue par la législation relative aux vacances annuelles des travailleurs salariés;
  2° les documents prévus par les conventions collectives de travail, rendues obligatoires par arrêté royal.
Art.49. Voor de toepassing van artikel 66 van de wet, verstaat men onder :
  1° volledig dossier van de onderneming : het dossier dat alle noodzakelijke informatie bevat om het Beheerscomité van het Fonds toe te laten een beslissing te nemen betreffende de toepasselijkheid van de wet, meer bepaald alle gegevens inzake de identificatie, de aard van de ondernemingsactiviteiten, de levensloop van de onderneming, desgevallend met inbegrip van de gegevens over de overname van activa van de onderneming en de overgang krachtens overeenkomst, evenals de identificatie en de tewerkstellingsgegevens van de werknemers.
  2° volledig individueel dossier van de werknemer : het dossier dat aan het Fonds toelaat om de beslissing van het Beheerscomité over de rechten van de werknemers uit te voeren :
  a) voor de sluitingsvergoeding bedoeld in artikel 33 van de wet : identificatie van de werknemer, duur van de tewerkstelling bij de werkgever, aard en wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  b) voor de overige vergoedingen : het verzoek van de werknemer tot tussenkomst van het Fonds aan de hand van de gegevens en bewijsstukken zoals gevraagd op het aanvraagformulier.
Art.49. Pour l'application de l'article 66 de la loi, on entend par :
  1° dossier complet de l'entreprise : le dossier qui contient toute l'information nécessaire pour permettre au comité de gestion du Fonds de prendre une décision concernant l'application de la loi, plus précisément toutes les données relatives à l'identification, la nature des activités de l'entreprise, l'historique de l'entreprise, en ce compris, le cas échéant, les informations relatives à la reprise de l'actif de l'entreprise et au transfert conventionnel, ainsi que l'identification et les données relatives à l'occupation des travailleurs.
  2° dossier individuel complet du travailleur : le dossier qui permet au Fonds d'exécuter la décision du comité de gestion établissant les droits des travailleurs :
  a) pour l'indemnité de fermeture visée à l'article 33 de la loi : l'identité du travailleur, la durée d'occupation chez l'employeur, la nature et le mode de cessation du contrat de travail;
  b) pour les autres indemnités : la demande du travailleur visant l'intervention du Fonds sur base des données et éléments de preuve tels que demandés dans le formulaire de demande.
HOOFDSTUK VIII. - Door de werkgever aan het Fonds te verstrekken inlichtingen.
CHAPITRE VIII. - Informations à fournir par l'employeur au Fonds.
Art.50. § 1. In geval van sluiting van zijn onderneming in de zin van de artikelen 3 en 4 van de wet, deelt de werkgever de volgende inlichtingen mee aan het Fonds, op verzoek van deze laatste, voor zover ze niet bij een andere instelling kunnen bekomen worden :
  1° de identificatie van de onderneming en de aard van de ondernemingsactiviteit alsook de levensloop van de onderneming;
  2° de tewerkstelling van het personeel binnen de onderneming;
  3° bij overgang van onderneming krachtens overeenkomst, de identificatie van de overnemer;
  4° bij overgang van onderneming krachtens overeenkomst en overname van activa na faillissement, [1 de identificatie van de overnemer, de overeenkomst tot overname van activa en]1 de tewerkstellingsgegevens betreffende de overgedragen of (overgenomen) werknemers;
  5° [3 voor het bepalen van het recht op en de toekenning van de sluitingsvergoeding :
   - de personeelslijst van de werknemers die ten minste één jaar anciënniteit in de onderneming tellen en die een arbeidsovereenkomst hadden van onbepaalde tijd die beëindigd werd, voor de werklieden, binnen twaalf maanden en, voor de bedienden, binnen achttien maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum, voor de sluitingen van ondernemingen waarvan de sluitingsdatum, bepaald overeenkomstig of krachtens artikel 3 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, plaatsvindt vóór 1 juli 2022;
   - de personeelslijst van de werknemers die ten minste één jaar anciënniteit in de onderneming tellen en die een arbeidsovereenkomst hadden van onbepaalde tijd, die beëindigd werd, binnen achttien maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum, voor de sluitingen van ondernemingen waarvan de sluitingsdatum, bepaald overeenkomstig of krachtens artikel 3 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, plaatsvindt vanaf 1 juli 2022;]3

  6° voor elke werknemer die voorkomt op de lijst bedoeld in 5° :
  a) het rijksregisternummer;
  b) de datum van indiensttreding;
  c) de datum waarop de arbeidsovereenkomst werd beëindigd, de wijze van beëindiging en de auteur van de beëindiging;
  d) het nummer van de bank- of postrekening.
  7° voor het bepalen van het recht op de andere vergoedingen, het volledig ingevulde aanvraagformulier en de nodige bewijsstukken.
  § 2. [2 ...]2
  
Art.50. § 1er. En cas de fermeture de son entreprise au sens de l'article 3 et 4 de la loi, l'employeur communique au Fonds, a sa demande, les informations suivantes pour autant que celles-ci ne puissent pas être obtenues auprès d'un autre organisme :
  1° l'identification de l'entreprise et la nature de l'activité de l'entreprise ainsi que l'historique de l'entreprise;
  2° l'occupation de personnel au sein de l'entreprise;
  3° en cas de transfert conventionnel d'entreprise, l'identification du cessionnaire;
  4° en cas de transfert conventionnel d'entreprise et de reprise de l'actif après faillite, [1 l'identification du repreneur, la convention de reprise de l'actif et]1 les données relatives à l'occupation des travailleurs transférés ou repris;
  5° [3 pour la détermination du droit et de l'octroi de l'indemnité de fermeture :
   - la liste des travailleurs ayant au moins un an d'ancienneté dans l'entreprise qui étaient sous contrat de travail à durée indéterminée qui a été rompu, pour les ouvriers, dans les douze mois et, pour les employés, dans les dix-huit mois qui précèdent la date légale de fermeture, pour les fermetures d'entreprises dont la date de fermeture, déterminée conformément par ou en vertu de l'article 3 de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises, se situe avant le 1er juillet 2022;
   - la liste des travailleurs ayant au moins un an d'ancienneté dans l'entreprise qui étaient sous contrat de travail à durée indéterminée qui a été rompu dans les dix-huit mois qui précèdent la date légale de fermeture pour les fermetures d'entreprises dont la date de fermeture, déterminée conformément par ou en vertu de l'article 3 de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises, se situe à partir du 1er juillet 2022;]3

  6° pour chaque travailleur repris sur la liste visée au 5° :
  a) le numéro du registre national;
  b) la date d'entrée en service;
  c) la date à laquelle le contrat a été rompu, le mode de la rupture du contrat de travail et l'auteur de la rupture;
  d) le numéro de compte postal ou bancaire.
  7° pour la détermination du droit aux autres indemnités, le formulaire de demande dûment complété et les pièces probantes nécessaires.
  § 2. [2 ...]2
  
Art.51. De werkgever maakt aan het Fonds eveneens de werknemers bekend die ten minste één jaar anciënniteit in de onderneming tellen en wier arbeidsovereenkomst, gesloten voor onbepaalde tijd beëindigd werd in de loop van de twaalf maanden die op de sluiting van de onderneming of van de afdeling van de onderneming volgen.
  Voor werknemers die aan de vereffeningswerkzaamheden van de onderneming deelnemen, wordt de hierboven bedoelde termijn van twaalf maanden op drie jaar gebracht.
  Deze kennisgeving bevat voor iedere werknemer de inlichtingen bepaald bij artikel 50, § 1, 6°; zij moet bij een ter post aangetekende brief worden gedaan, ten laatste de vijftiende dag die op die van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst volgt.
Art.51. L'employeur indiquera également au Fonds, les travailleurs ayant au moins un an d'ancienneté dans l'entreprise et dont le contrat de travail conclu pour une durée indéterminée a été rompu dans les douze mois suivant la fermeture de l'entreprise ou la division de l'entreprise.
  Pour les travailleurs qui participent aux activités de liquidation de l'entreprise, le délai de douze mois précité est porté à trois ans.
  Cette notification comportera pour chaque travailleur les renseignements prévus à l'article 50, § 1er, 6°; elle doit être faite par lettre recommandée à la poste et au plus tard le quinzième jour qui suit celui de la rupture du contrat de travail.
Art.52. De bij artikel 50, § 1, 5°, bedoelde mededeling, en de bij artikel 51 bedoelde kennisgeving dienen geen melding te maken van de werknemers die van titel III van de wet zijn uitgesloten.
Art.52. La communication prévue à l'article 50, § 1er, 5°, et la notification prévue à l'article 51 ne doivent pas mentionner les travailleurs qui ont été exclus du titre III de la loi.
Art.53. De mededeling en de kennisgeving respectievelijk bedoeld bij de artikelen 50 en 51, evenals de bij artikel 50, § 1, 5°, bedoelde lijst, moeten door de werkgever, zijn aangestelde of zijn mandataris, gedagtekend en ondertekend worden; de handtekening moet worden voorafgegaan door de formule : "Ik verklaar in eer en geweten dat deze verklaring oprecht en volledig is".
Art.53. La communication et la notification prévues respectivement par les articles 50 et 51 ainsi que la liste prévue à l'article 50, § 1er, 5°, doivent être datées et signées par l'employeur, son préposé ou son mandataire; la signature doit être précédée de la formule : "J'atteste sur l'honneur que la présente déclaration est sincère et complète".
Art.54. Wanneer de door de werkgever verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn, kan het Fonds hem uitnodigen om, binnen een termijn van zeven dagen, de vereiste aanvullende inlichtingen mede te delen.
Art.54. Lorsque les renseignements fournis par l'employeur sont insuffisants, le Fonds peut inviter ce dernier à lui communiquer, dans un délai de sept jours, les renseignements complémentaires requis.
HOOFDSTUK IX. - Verzaking.
CHAPITRE IX. - Renonciation.
Art.55. Het Beheerscomité van het Fonds is gemachtigd geheel of gedeeltelijk af te zien van de terugvordering, ten laste van de werknemers, van de lonen, vergoedingen en voordelen die onverschuldigd betaald zijn :
  1° wanneer het totale maandelijkse bedrag van de bestaansmiddelen, ongeacht hun aard of hun oorsprong, waarover de schuldenaar beschikt, het minimumbedrag van het gedeelte dat vatbaar is voor beslag bepaald bij artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, afgerond naar de hogere euro, niet overschrijdt;
  2° wanneer de schuldenaar overleden is en zijn nalatenschap deficitair is;
  3° wanneer uit de gegevens van het dossier blijkt dat de schuldenaar sedert ten minste vijf jaar geen gekende verblijf- of woonplaats heeft;
  4° wanneer, bij gebrek aan instemming van de schuldenaar met de terugbetaling van zijn schuld, de met het oog op deze terugbetaling te besteden kosten buiten verhouding zouden staan met het bedrag van de in te vorderen som;
  5° wanneer de afstand wordt voorgesteld door een schuldbemiddelaar in een minnelijke aanzuiveringsregeling waarin wordt voorzien door de bepalingen van titel IV "Collectieve schuldenregeling" van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek.
  Het Beheerscomité van het Fonds is tevens gemachtigd af te zien van de terugvordering van de lonen, vergoedingen en voordelen die onverschuldigd aan de werknemers zijn betaald ingevolge een fout die niet aan hen te wijten is.
Art.55. Le Comité de gestion du Fonds peut renoncer en tout ou en partie au recouvrement, à charge des travailleurs, des rémunérations, indemnités et avantages payés indûment :
  1° lorsque le montant total mensuel des ressources, quelles qu'en soient la nature ou l'origine, dont dispose le débiteur ne dépasse pas le montant minimum de la quotité saisissable prévu à l'article 1409 du code judiciaire, arrondi à l'euro supérieur;
  2° lorsque le débiteur est décédé et sa succession est déficitaire;
  3° lorsqu'il résulte des éléments du dossier que le débiteur n'a pas, depuis au moins cinq ans, de résidence ou de domicile connus;
  4° lorsque, faute d'accord du débiteur sur le remboursement de sa dette, les frais à exposer en vue de ce remboursement seraient hors de proportion avec le montant de la somme à recouvrer;
  5° lorsque la renonciation est proposée par un médiateur de dettes dans un plan de règlement amiable de dettes, prévu par les dispositions du titre IV "Du règlement collectif de dettes" de la cinquième partie du Code judiciaire.
  Le comité de gestion du Fonds peut aussi renoncer à la récupération des rémunérations, indemnités et avantages indûment payés aux travailleurs par suite d'une erreur qui ne leur est pas imputable.
HOOFDSTUK X. - Toezicht.
CHAPITRE X. - Surveillance.
Art.56. Worden, onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, aangewezen als ambtenaren en beambten belast met het toezicht op de naleving van de wet en zijn uitvoeringsbesluiten :
  1° de inspecteurs en sociaal controleurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  2° de sociaal bemiddelaars die hun ambt uitoefenen bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
  3° de controleurs en de sociale inspecteurs van de interne audit van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Art.56. Sans préjudice des devoirs incombant aux officiers de police judiciaire, sont désignés comme fonctionnaires et agents chargés de surveiller l'application de la loi et de ses arrêtés d'exécution :
  1° les inspecteurs et contrôleurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
  2° les conciliateurs sociaux exerçant leurs fonctions auprès du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
  3° les contrôleurs et les inspecteurs sociaux de l'audit interne de l'Office national de l'Emploi.
HOOFDSTUK XI. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XI. - Entrée en vigueur.
Art.57. De wet, met uitzondering van de artikelen 81 en 82, treedt in werking op 1 april 2007.
Art.57. La loi, à l'exception de ses articles 81 et 82, entre en vigueur le 1er avril 2007.
Art.58. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2007.
  Het Koninklijk besluit tot vaststelling, voor het jaar 2007, van het bedrag en de betalingsmodaliteiten en -termijnen van de bedragen verschuldigd door de werkgevers aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers en het Koninklijk besluit tot vaststelling, voor het jaar 2007, van het bedrag en de betalingsmodaliteiten en -termijnen van de bijdragen verschuldigd door de werkgevers aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers om een deel van het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen, uitbetaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, te dekken voor de werknemers van wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst is in toepassing van de artikelen 49, 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten blijven van kracht.
Art.58. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2007.
  L'arrêté royal du 25 février 2007 fixant, pour l'année 2007, le montant, les modalités et les délais de paiement des cotisations dues par les employeurs au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises et l'arrêté royal du 25 février 2007 fixant, pour l'année 2007, le montant, les modalités et les délais de paiement des cotisations dues par les employeurs au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises pour couvrir une partie du montant des allocations de chômage payées par l'Office national de l'Emploi pour les travailleurs dont l'exécution du contrat de travail est suspendue, en application des articles 49, 50 et 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail continuent à produire leurs effets.
Art. 59. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  .
Art. 59. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  .