Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-04-2007 en tekstbijwerking tot 08-02-2013)
Titre
1 AVRIL 2007. - Arrêté royal relatif à la procédure et aux règles pratiques relatives au fonctionnement de la Commission d'éthique pour la fourniture de services payants via des réseaux de communications électroniques(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-04-2007 et mise à jour au 08-02-2013)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Zetel en functioneringskosten v...
HOOFDSTUK III. - Procedures.
Afdeling 1. - Procedure op grond van een klacht.
Afdeling 2. - Procedure op eigen initiatief.
Afdeling 3. - Procedure na tussenkomst van de O...
Afdeling 4. - Spoedprocedure.
HOOFDSTUK IV. - Beraadslaging en uitspraak.
HOOFDSTUK V. - Bepalingen in verband met het on...
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Siège et frais de fonctionnement...
CHAPITRE III. - Procédures.
Section 1re. - Procédure suite à une plainte.
Section 2. - Procédure lancée de sa propre init...
Section 3. - Procédure après intervention du Se...
Section 4. - Procédure d'urgence.
CHAPITRE IV. - Délibération et jugement.
CHAPITRE V. - Dispositions relatives à l'examen...
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses.
Tekst (52)
Texte (52)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
HOOFDSTUK II. - Zetel en functioneringskosten van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie - Organisatie van het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
CHAPITRE II. - Siège et frais de fonctionnement de la Commission d'éthique pour les télécommunications - Organisation du secrétariat de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Art. 2. De Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische communicatienetwerken, hierna " de Ethische Commissie voor de telecommunicatie " genoemd, heeft haar zetel op het Instituut.
Art. 2. La Commission d'éthique pour la fourniture de services payants via des réseaux de communications électroniques, ci-après dénommee " la Commission d'Ethique pour les télécommunications " a son siège à l'Institut.
Art. 3. De Raad van het Instituut duidt een secretaris aan die het secretariaat waarneemt van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en een plaatsvervangende secretaris.
De secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn personeelsleden van het Instituut.
De beslissing tot aanduiding van de secretaris en de plaatsvervangende secretaris wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn personeelsleden van het Instituut.
De beslissing tot aanduiding van de secretaris en de plaatsvervangende secretaris wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Le Conseil de l'Institut désigne un secrétaire qui assure le secrétariat de la Commission d'éthique pour les télécommunications et un secrétaire suppléant.
Le secrétaire et le secrétaire suppléant sont des membres du personnel de l'Institut.
La décision désignant le secrétaire et le secrétaire suppléant est publiée au Moniteur belge.
Le secrétaire et le secrétaire suppléant sont des membres du personnel de l'Institut.
La décision désignant le secrétaire et le secrétaire suppléant est publiée au Moniteur belge.
Art. 4. Aan de voorzitter, leden en plaatsvervangende leden van de Commissie, [1 ...]1 wordt, per vergadering [1 waarop zij aanwezig zijn]1, een presentiegeld toegekend waarvan het bedrag vastgesteld is als volgt :
- [1 250]1 EUR aan de voorzitter,
- [1 75]1 EUR aan de leden en plaatsvervangende leden.
- [1 250]1 EUR aan de voorzitter,
- [1 75]1 EUR aan de leden en plaatsvervangende leden.
Modifications
Art. 4. Aux président, membres, et membres suppléants de la Commission, [1 ...]1 est octroyé, par séance [1 à laquelle ils sont présent]1, un jeton de présence dont le montant est fixé comme suit :
- [1 250]1 EUR au président,
- [1 75]1 EUR aux membres et membres suppléants.
- [1 250]1 EUR au président,
- [1 75]1 EUR aux membres et membres suppléants.
Modifications
Art. 5. § 1. Aan de voorzitter, leden en plaatsvervangende leden van de Commissie die buiten de Brusselse agglomeratie wonen, worden de reiskosten terugbetaald die zij werkelijk hebben gedragen om zich van hun woonplaats naar de plaats van de vergadering te begeven.
§ 2. De terugbetaling van de reiskosten gebeurt in overeenkomst met de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De leden van de Commissie hebben de toelating om hun eigen voertuig te gebruiken teneinde zich te begeven naar de plaats waar de vergadering wordt gehouden.
De personen die geen deel uitmaken van de Administratie worden gelijkgesteld aan ambtenaren met een graad die in de rangen 15 tot 17 is ingedeeld voor de terugbetaling van de reiskosten.
§ 2. De terugbetaling van de reiskosten gebeurt in overeenkomst met de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De leden van de Commissie hebben de toelating om hun eigen voertuig te gebruiken teneinde zich te begeven naar de plaats waar de vergadering wordt gehouden.
De personen die geen deel uitmaken van de Administratie worden gelijkgesteld aan ambtenaren met een graad die in de rangen 15 tot 17 is ingedeeld voor de terugbetaling van de reiskosten.
Art. 5. § 1er. Aux président, membres et membres suppléants de la Commission, résidant en dehors de l'agglomération bruxelloise, sont remboursés les frais de parcours qu'ils ont effectivement exposés pour se rendre du lieu de leur residence à celui de la réunion.
§ 2. Le remboursement des frais de parcours s'effectue conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Les membres de la Commission sont autorisés à utiliser leur véhicule personnel pour se rendre au lieu où se tient la réunion.
Les personnes etrangères à l'administration sont assimilées aux agents titulaires d'un grade classé aux rangs 15 à 17, pour le remboursement des frais de parcours.
§ 2. Le remboursement des frais de parcours s'effectue conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Les membres de la Commission sont autorisés à utiliser leur véhicule personnel pour se rendre au lieu où se tient la réunion.
Les personnes etrangères à l'administration sont assimilées aux agents titulaires d'un grade classé aux rangs 15 à 17, pour le remboursement des frais de parcours.
Art. 6. De algemene functioneringskosten van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie vallen ten laste van het Instituut.
Art. 6. Les frais de fonctionnement généraux de la Commission d'éthique pour les télécommunications sont à charge de l'Institut.
HOOFDSTUK III. - Procedures.
CHAPITRE III. - Procédures.
Afdeling 1. - Procedure op grond van een klacht.
Section 1re. - Procédure suite à une plainte.
Art. 7. § 1. Eenieder wiens belangen geschaad zijn of kunnen worden door een vermeende inbreuk op de Ethische Code kan een klacht indienen bij de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
§ 2. De klacht bevat minstens :
1° de naam en het adres van de klager;
2° een omschrijving van de feiten die toelaat om een mogelijke inbreuk op de Ethische Code vast te stellen;
3° de handtekening van de klager of van diensraadsman of vertegenwoordiger die daartoe op geldige wijze volmacht heeft.
De klager voegt bij zijn klacht alle bewijsstukken waarop hij zich beroept.
§ 3. Na ontvangst van de klacht kijkt het secretariaat na of voldaan is aan de voorwaarden van § 2 en onderzoekt het of de vermoedelijke overtreders correct geïdentificeerd werden dan wel of zij op basis van de klacht en de bewijsstukken kunnen geïdentificeerd worden.
Indien dit niet het geval is, kan het secretariaat alle nuttige acties ondernemen en inlichtingen inwinnen die toelaten het dossier te vervolledigen.
Om het dossier te vervolledigen kan het secretariaat ook een verzoek tot onderzoek richten aan de volgende instanties :
1° het Instituut;
2° de federale overheidsdiensten die belast zijn met de bescherming van de consument;
3° de regulatoren van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken in andere Lidstaten van de Europese Unie;
[1 4° de overheidsdienst belast met de bescherming van de spelers in het kader van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.]1
§ 4. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan aan het secretariaat instructies geven over de manier waarop klachten gericht aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie behandeld moeten worden.
Deze instructies kunnen onder meer inhouden dat het secretariaat de categorieën van klachten die de Ethische Commissie voor de telecommunicatie omschrijft overmaakt aan een contactpunt met het oog op het vooronderzoek van de klacht en het verlenen van een advies over de klacht buiten iedere administratiefrechtelijke of gerechtelijke procedure op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De instructies worden gepubliceerd op de website waarop het publiek geïnformeerd wordt over de manier waarop men een individuele klacht kan indienen bij de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en in een brochure die dezelfde functie heeft.
§ 5. Indien de klacht niet valt onder de categorieën van klachten bedoeld in § 4, tweede lid, en het dossier volledig is, zendt het secretariaat per aangetekend schrijven een kopie van het dossier aan de betrokken dienstenaanbieder.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
§ 2. De klacht bevat minstens :
1° de naam en het adres van de klager;
2° een omschrijving van de feiten die toelaat om een mogelijke inbreuk op de Ethische Code vast te stellen;
3° de handtekening van de klager of van diensraadsman of vertegenwoordiger die daartoe op geldige wijze volmacht heeft.
De klager voegt bij zijn klacht alle bewijsstukken waarop hij zich beroept.
§ 3. Na ontvangst van de klacht kijkt het secretariaat na of voldaan is aan de voorwaarden van § 2 en onderzoekt het of de vermoedelijke overtreders correct geïdentificeerd werden dan wel of zij op basis van de klacht en de bewijsstukken kunnen geïdentificeerd worden.
Indien dit niet het geval is, kan het secretariaat alle nuttige acties ondernemen en inlichtingen inwinnen die toelaten het dossier te vervolledigen.
Om het dossier te vervolledigen kan het secretariaat ook een verzoek tot onderzoek richten aan de volgende instanties :
1° het Instituut;
2° de federale overheidsdiensten die belast zijn met de bescherming van de consument;
3° de regulatoren van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken in andere Lidstaten van de Europese Unie;
[1 4° de overheidsdienst belast met de bescherming van de spelers in het kader van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.]1
§ 4. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan aan het secretariaat instructies geven over de manier waarop klachten gericht aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie behandeld moeten worden.
Deze instructies kunnen onder meer inhouden dat het secretariaat de categorieën van klachten die de Ethische Commissie voor de telecommunicatie omschrijft overmaakt aan een contactpunt met het oog op het vooronderzoek van de klacht en het verlenen van een advies over de klacht buiten iedere administratiefrechtelijke of gerechtelijke procedure op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De instructies worden gepubliceerd op de website waarop het publiek geïnformeerd wordt over de manier waarop men een individuele klacht kan indienen bij de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en in een brochure die dezelfde functie heeft.
§ 5. Indien de klacht niet valt onder de categorieën van klachten bedoeld in § 4, tweede lid, en het dossier volledig is, zendt het secretariaat per aangetekend schrijven een kopie van het dossier aan de betrokken dienstenaanbieder.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Modifications
Art. 7. § 1er. Toute personne dont les intérêts ont été lésés ou peuvent l'être par une infraction présumée au Code d'éthique peut déposer une plainte auprès de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
§ 2. La plainte comprend au moins :
1° le nom et l'adresse du plaignant;
2° une description des faits qui permet de constater une infraction éventuelle au Code d'Ethique;
3° la signature du plaignant ou de son conseiller ou du représentant dûment habilité à cet effet.
Le plaignant joint à sa plainte tous les documents justificatifs auxquels il se réfère.
§ 3. Dès réception de la plainte, le secrétariat vérifie s'il est satisfait aux conditions du § 2 et examine si les contrevenants présumés ont été identifiés correctement ou s'ils peuvent être identifiés sur la base de la plainte et des pièces justificatives.
Si ce n'est pas le cas, le secrétariat peut entreprendre toutes les démarches et rassembler toutes les informations nécessaires en vue de compléter le dossier.
Pour compléter le dossier, le secrétariat peut également adresser une demande d'examen aux instances suivantes :
1° l'Institut;
2° les services publics fédéraux qui sont chargés de la protection du consommateur;
3° les régulateurs de services payants via des réseaux de communications électroniques dans d'autres états membres de l'Union européenne;
[1 4° le service public chargé de la protection des joueurs dans le cadre de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs.]1
§ 4. La Commission d'éthique pour les télécommunications peut donner des instructions au secrétariat quant à la manière dont les plaintes adressées à la Commission d'éthique pour les télécommunications doivent être traitées.
Ces instructions peuvent entre autres comporter que le secrétariat transmet les catégories de plaintes définies par la Commission d'ethique pour les télécommunications à un point de contact en vue de pre- enquêter sur la plainte et d'émettre un avis à ce propos en dehors de toute procédure administrative ou judiciaire sur la base d'un code de conduite reconnu par la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Les instructions sont publiées sur le site Internet qui informe le public de la manière dont une plainte individuelle peut être introduite auprès de la Commission d'éthique pour les télécommunications et dans une brochure qui a la même fonction.
§ 5. Si la plainte ne relève pas de l'une des catégories de plaintes visées au § 4, alinéa 2, et si le dossier est complet, le secrétariat envoie par envoi recommandé une copie du dossier au prestataire de services concerné.
A partir de la date de réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de 20 jours pour rédiger sa défense par écrit et pour l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
§ 2. La plainte comprend au moins :
1° le nom et l'adresse du plaignant;
2° une description des faits qui permet de constater une infraction éventuelle au Code d'Ethique;
3° la signature du plaignant ou de son conseiller ou du représentant dûment habilité à cet effet.
Le plaignant joint à sa plainte tous les documents justificatifs auxquels il se réfère.
§ 3. Dès réception de la plainte, le secrétariat vérifie s'il est satisfait aux conditions du § 2 et examine si les contrevenants présumés ont été identifiés correctement ou s'ils peuvent être identifiés sur la base de la plainte et des pièces justificatives.
Si ce n'est pas le cas, le secrétariat peut entreprendre toutes les démarches et rassembler toutes les informations nécessaires en vue de compléter le dossier.
Pour compléter le dossier, le secrétariat peut également adresser une demande d'examen aux instances suivantes :
1° l'Institut;
2° les services publics fédéraux qui sont chargés de la protection du consommateur;
3° les régulateurs de services payants via des réseaux de communications électroniques dans d'autres états membres de l'Union européenne;
[1 4° le service public chargé de la protection des joueurs dans le cadre de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs.]1
§ 4. La Commission d'éthique pour les télécommunications peut donner des instructions au secrétariat quant à la manière dont les plaintes adressées à la Commission d'éthique pour les télécommunications doivent être traitées.
Ces instructions peuvent entre autres comporter que le secrétariat transmet les catégories de plaintes définies par la Commission d'ethique pour les télécommunications à un point de contact en vue de pre- enquêter sur la plainte et d'émettre un avis à ce propos en dehors de toute procédure administrative ou judiciaire sur la base d'un code de conduite reconnu par la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Les instructions sont publiées sur le site Internet qui informe le public de la manière dont une plainte individuelle peut être introduite auprès de la Commission d'éthique pour les télécommunications et dans une brochure qui a la même fonction.
§ 5. Si la plainte ne relève pas de l'une des catégories de plaintes visées au § 4, alinéa 2, et si le dossier est complet, le secrétariat envoie par envoi recommandé une copie du dossier au prestataire de services concerné.
A partir de la date de réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de 20 jours pour rédiger sa défense par écrit et pour l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Modifications
Art. 8. Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7, § 5, tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager.
Art. 8. Après l'expiration du délai, dont question à l'article 7, § 5, alinéa 2, le secrétariat envoie au plaignant une copie du dossier du prestataire de services.
Art. 9. Na de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7, § 5, tweede lid.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 7, § 5, tweede lid.
Art. 9. Après l'envoi du dossier du prestataire de services au plaignant, le secrétariat défère l'affaire à la prochaine audience libre de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
L'affaire ne peut cependant pas être déférée à une audience ayant lieu dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai visé à l'article 7, § 5, alinéa 2.
L'affaire ne peut cependant pas être déférée à une audience ayant lieu dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai visé à l'article 7, § 5, alinéa 2.
Art. 10. De klager en de betrokken dienstenaanbieder worden minstens tien dagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak.
Art. 10. Au moins dix jours avant la date de l'audience, le plaignant et le prestataire de services concerné sont convoques par envoi recommandé, afin de comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation mentionne la date, l'heure et le lieu de l'audience et l'objet de l'affaire.
La convocation mentionne la date, l'heure et le lieu de l'audience et l'objet de l'affaire.
Art. 11. Op de zitting brengt een door de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie aangeduide verslaggever mondeling verslag uit over de zaak.
De klager en de dienstenaanbieder kunnen desgewenst hun standpunt mondeling toelichten.
Zowel de klager als de dienstenaanbieder kunnen zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
De klager en de dienstenaanbieder kunnen desgewenst hun standpunt mondeling toelichten.
Zowel de klager als de dienstenaanbieder kunnen zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
Art. 11. A l'audience, un rapporteur désigné par le président de la Commission d'éthique pour les télécommunications fait rapport verbal au sujet de l'affaire.
Le plaignant et le prestataire de services peuvent, s'ils le désirent, commenter verbalement leur point de vue.
Aussi bien le plaignant que le prestataire de services peuvent se faire représenter par un conseiller ou par une autre personne, qui a y été mandatée de façon valable.
Le plaignant et le prestataire de services peuvent, s'ils le désirent, commenter verbalement leur point de vue.
Aussi bien le plaignant que le prestataire de services peuvent se faire représenter par un conseiller ou par une autre personne, qui a y été mandatée de façon valable.
Art. 12. Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is.
Indien de klager niet ter zitting verschijnt, doet de Commissie uitspraak op basis van de geschreven klacht, de ingediende stukken [1 het verslag van het secretariaat over het dossier, van de repliek van de betrokken dienstenaanbieder]1 en, in voorkomend geval, de inlichtingen die het secretariaat heeft ingewonnen en/of het onderzoeksrapport van de instanties vermeld in artikel 7, § 3, derde lid.
Indien de klager niet ter zitting verschijnt, doet de Commissie uitspraak op basis van de geschreven klacht, de ingediende stukken [1 het verslag van het secretariaat over het dossier, van de repliek van de betrokken dienstenaanbieder]1 en, in voorkomend geval, de inlichtingen die het secretariaat heeft ingewonnen en/of het onderzoeksrapport van de instanties vermeld in artikel 7, § 3, derde lid.
Modifications
Art. 12. Si le prestataire de services ne comparaît pas à l'audience, bien qu'ayant été dûment convoqué, et qu'il ne peut faire valoir de motif valable pour son absence, la Commission d'éthique pour les télécommunications statuera sur l'affaire comme si le prestataire de services était présent à l'audience.
Si le plaignant ne comparaît pas à l'audience, la Commission prononce le jugement sur la base de la plainte écrite, des documents introduits [1 du rapport du secrétariat sur le dossier, de la réplique éventuelle du prestataire de services concerné]1 et, le cas échéant, des informations recueillies par le secrétariat et/ou du rapport d'enquête des instances énumérées à l'article 7, § 3, alinéa 3.
Si le plaignant ne comparaît pas à l'audience, la Commission prononce le jugement sur la base de la plainte écrite, des documents introduits [1 du rapport du secrétariat sur le dossier, de la réplique éventuelle du prestataire de services concerné]1 et, le cas échéant, des informations recueillies par le secrétariat et/ou du rapport d'enquête des instances énumérées à l'article 7, § 3, alinéa 3.
Modifications
Afdeling 2. - Procedure op eigen initiatief.
Section 2. - Procédure lancée de sa propre initiative.
Art. 13. § 1. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan, volgens de nadere regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 38, op eigen initiatief een procedure tegen een dienstenaanbieder opstarten.
Deze procedure wordt aangevat door het versturen per aangetekend schrijven van een vaststelling van een prima facie inbreuk op de Ethische Code, hierna "de vaststelling" genoemd, aan de dienstenaanbieder.
§ 2. De vaststelling bevat :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de feiten die een prima facie inbreuk op de Ethische Code vormen;
4° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code;
5° de handtekening van de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie;
6° de stukken die de vaststelling staven;
7° een inventaris van de stavingsstukken.
Deze procedure wordt aangevat door het versturen per aangetekend schrijven van een vaststelling van een prima facie inbreuk op de Ethische Code, hierna "de vaststelling" genoemd, aan de dienstenaanbieder.
§ 2. De vaststelling bevat :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de feiten die een prima facie inbreuk op de Ethische Code vormen;
4° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code;
5° de handtekening van de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie;
6° de stukken die de vaststelling staven;
7° een inventaris van de stavingsstukken.
Art. 13. § 1er. La Commission d'éthique pour les télécommunications peut, selon les modalités fixées dans le règlement d'ordre interieur, visé à l'article 38, lancer de sa propre initiative une procédure à l'encontre d'un prestataire de services.
Cette procédure est entamée en envoyant au prestataire de services, une constatation d'une infraction prima facie au Code d'éthique, dénommée ci-après "la constatation", par courrier recommandé.
§ 2. La constatation comprend :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description des faits qui constituent une infraction prima facie au Code d'éthique;
4° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique;
5° la signature du président de la Commission d'Ethique pour les télécommunications;
6° les pièces qui étayent la constatation;
7° un inventaire des pièces justificatives.
Cette procédure est entamée en envoyant au prestataire de services, une constatation d'une infraction prima facie au Code d'éthique, dénommée ci-après "la constatation", par courrier recommandé.
§ 2. La constatation comprend :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description des faits qui constituent une infraction prima facie au Code d'éthique;
4° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique;
5° la signature du président de la Commission d'Ethique pour les télécommunications;
6° les pièces qui étayent la constatation;
7° un inventaire des pièces justificatives.
Art. 14. Vanaf de datum van de ontvangst van de vaststelling beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op de vaststelling op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Art. 14. A partir de la date du réception de la constatation, le prestataire de services dispose d'un délai de 20 jours pour rédiger sa défense par écrit concernant la constatation et pour l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Art. 15. Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 14, eerste lid, maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 14, eerste lid.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 14, eerste lid.
Art. 15. Après l'expiration du délai, dont question à l'article 14, alinéa 1er, le secrétaire défère l'affaire à la première audience libre de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
L'affaire ne peut pas être déférée à une audience ayant lieu dans dix jours qui suivent l'expiration du délai visé à l'article 14, alinéa 1er.
L'affaire ne peut pas être déférée à une audience ayant lieu dans dix jours qui suivent l'expiration du délai visé à l'article 14, alinéa 1er.
Art. 16. De betrokken dienstenaanbieder wordt minstens tien dagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting en het onderwerp van de zaak.
Art. 16. Le prestataire de services concerné est convoqué au moins dix jours avant la date de l'audience par envoi recommandé, afin de comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation mentionne la date, l'heure et le lieu de l'audience et l'objet de l'affaire.
La convocation mentionne la date, l'heure et le lieu de l'audience et l'objet de l'affaire.
Art. 17. Op de zitting brengt een door de voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie aangeduide verslaggever mondeling verslag uit over de zaak.
De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid om zijn standpunt mondeling toe te lichten.
De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid om zijn standpunt mondeling toe te lichten.
De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
Art. 17. A l'audience, un rapporteur désigné par le président de la Commission d'éthique pour les télécommunications fait un rapport verbal au sujet de l'affaire.
Le prestataire de services a la possibilité de commenter oralement son point de vue.
Le prestataire de services peut se faire représenter par un conseiller ou par une autre personne, qui a y été mandatée de façon valable.
Le prestataire de services a la possibilité de commenter oralement son point de vue.
Le prestataire de services peut se faire représenter par un conseiller ou par une autre personne, qui a y été mandatée de façon valable.
Art. 18. Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is.
Art. 18. Si le prestataire de services ne comparaît pas à l'audience, bien qu'ayant été dûment convoqué, et qu'il ne peut faire valoir aucun motif valable pour son absence, la Commission d'éthique pour les télécommunications statuera sur l'affaire comme si le prestataire de services était présent à l'audience.
Afdeling 3. - Procedure na tussenkomst van de Ombudsdienst voor telecommunicatie.
Section 3. - Procédure après intervention du Service de médiation pour les télécommunications.
Art. 19. § 1. Nadat zijn tussenkomst overeenkomstig hetgeen is voorzien in artikel 43bis van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige overheidsbedrijven, met betrekking tot een dossier dat valt onder het toepassingsgebied van de Ethische Code zonder gunstig gevolg voor de klager is afgesloten, kan de ombudsdienst voor de telecommunicatie overeenkomstig artikel 134, § 2 voorlaatste lid van de wet het dossier aanhangig maken bij de Ethische Commissie voor telecommunicatie.
§ 2. De aanhangigmaking bevat minstens :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code;
4° de handtekening van de ombudsman voor telecommunicatie;
5° de stukken van het dossier van de ombudsdienst voor telecommunicatie.
§ 2. De aanhangigmaking bevat minstens :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code;
4° de handtekening van de ombudsman voor telecommunicatie;
5° de stukken van het dossier van de ombudsdienst voor telecommunicatie.
Art. 19. § 1er. Apres que son intervention, conformément à celle prévue à l'article 43bis de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, concernant le dossier qui relève du champ d'application du Code d'éthique a été clôturée sans suite favorable pour le plaignant, le service de médiation pour les télécommunications peut, conformément à l'article 134, § 2, avant-dernier alinéa de la loi, déférer le dossier à la Commission d'éthique pour les télécommunications.
§ 2. La saisine comprend au moins :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique;
4° la signature du médiateur pour les télécommunications;
5° les pièces du dossier du service de médiation pour les télécommunications.
§ 2. La saisine comprend au moins :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique;
4° la signature du médiateur pour les télécommunications;
5° les pièces du dossier du service de médiation pour les télécommunications.
Art. 20. Na ontvangst van de aanhangigmaking zendt het secretariaat een kopie van het dossier aan de betrokken dienstenaanbieder.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van 20 dagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Art. 20. Dès réception de la saisine, le secrétariat envoie une copie du dossier au prestataire de services concerné.
A partir de la date du réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de 20 jours pour rédiger sa défense par écrit et l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite toutes les pièces justificatives auxquelles il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
A partir de la date du réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de 20 jours pour rédiger sa défense par écrit et l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite toutes les pièces justificatives auxquelles il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Art. 21. Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 20, tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de ombudsdienst voor telecommunicatie.
Art. 21. Après l'expiration du délai, dont question à l'article 20, alinéa 2, le secrétariat envoie une copie du dossier du prestataire de services au service de médiation pour les télécommunications.
Art. 22. Na de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de ombudsdienst voor Telecommunicatie maakt het secretariaat de zaak aanhangig op de eerstvolgende vrije zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 20, tweede lid.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 20, tweede lid.
Art. 22. Après l'envoi du dossier du prestataire de services au service de mediation pour les télécommunications, le secrétariat défère l'affaire à la prochaine audience libre de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
L'affaire ne peut cependant pas être deférée à une audience ayant lieu dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai vise à l'article 20, alinéa 2.
L'affaire ne peut cependant pas être deférée à une audience ayant lieu dans les dix jours qui suivent l'expiration du délai vise à l'article 20, alinéa 2.
Art. 23. De betrokken dienstenaanbieder en de ombudsdienst voor telecommunicatie worden minstens tien dagen voor de datum van de zitting uitgenodigd op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De oproeping van de dienstenaanbieder wordt verstuurd per aangetekend schrijven.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting, en het onderwerp van de zaak.
De oproeping van de dienstenaanbieder wordt verstuurd per aangetekend schrijven.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting, en het onderwerp van de zaak.
Art. 23. Au moins dix jours avant la date de l'audience, le prestataire de services concerné et le service de médiation pour les télécommunications sont convoqués à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation du prestataire de services est envoyée par envoi recommande.
La convocation mentionne la date, l'heure et l'endroit où l'audience a lieu et l'objet de l'affaire.
La convocation du prestataire de services est envoyée par envoi recommande.
La convocation mentionne la date, l'heure et l'endroit où l'audience a lieu et l'objet de l'affaire.
Art. 24. Op de zitting brengt de ombudsdienst voor telecommunicatie mondeling verslag uit over de zaak.
De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten.
De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
De dienstenaanbieder krijgt de gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten.
De dienstenaanbieder kan zich laten vertegenwoordigen door een raadsman of door een ander persoon, die daartoe op geldige wijze is gevolmachtigd.
Art. 24. A l'audience, le service de médiation pour les télécommunications fait un compte rendu oral concernant l'affaire.
Le prestataire de services se voit offrir la possibilité d'expliquer son point de vue oralement.
Le prestataire de services peut se faire représenter par un conseil ou par une autre personne dûment habilitée à cet effet.
Le prestataire de services se voit offrir la possibilité d'expliquer son point de vue oralement.
Le prestataire de services peut se faire représenter par un conseil ou par une autre personne dûment habilitée à cet effet.
Art. 25. Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is.
Indien de ombudsdienst voor telecommunicatie niet aanwezig kan zijn ter zitting, doet de Commissie uitspraak op basis van de aanhangigmaking.
Indien de ombudsdienst voor telecommunicatie niet aanwezig kan zijn ter zitting, doet de Commissie uitspraak op basis van de aanhangigmaking.
Art. 25. Si le prestataire de services ne comparaît pas à l'audience bien qu'il ait été dûment convoqué et s'il ne communique pas de motif valable expliquant son absence, la Commission d'éthique pour les télécommunications juge l'affaire comme si le prestataire de services était présent à l'audience.
Si le service de médiation pour les télécommunications ne peut pas être présent à l'audience, la Commission statue sur la base de la saisine.
Si le service de médiation pour les télécommunications ne peut pas être présent à l'audience, la Commission statue sur la base de la saisine.
Afdeling 4. - Spoedprocedure.
Section 4. - Procédure d'urgence.
Art. 26. Wanneer een vermeende inbreuk op de Ethische Code een ernstig karakter vertoont en schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken aan een grote groep van eindgebruikers, kan een spoedprocedure gestart worden.
De spoedprocedure wordt opgestart op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of aangevraagd door de klager in zijn klacht.
De spoedprocedure wordt opgestart op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of aangevraagd door de klager in zijn klacht.
Art. 26. Lorsqu'une infraction présumée au Code d'éthique présente un caractère sérieux et cause un préjudice ou menace de préjudicier un important groupe d'utilisateurs finals, une procédure d'urgence peut être entamée.
La procédure d'urgence est lancée à l'initiative de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou demandée par le plaignant dans sa plainte.
La procédure d'urgence est lancée à l'initiative de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou demandée par le plaignant dans sa plainte.
Art. 27. § 1. De klacht waarin om een spoedprocedure wordt gevraagd bevat minstens :
1° de naam, het adres en het e-mailadres van de klager;
2° de identiteit van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° een omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code, met opgave van de bepalingen van de Ethische Code die volgens de klager werden geschonden;
4° een uiteenzetting van de redenen waarom het beroep op de spoedprocedure gerechtvaardigd is;
5° de handtekening van de klager of van diens advocaat.
De klager voegt bij zijn klacht alle bewijsstukken waarop hij zich beroept.
§ 2. Na ontvangst van de klacht kijkt het secretariaat na of de vermeldingen voorzien in § 1 in de klacht voorkomen.
Het secretariaat onderzoekt tevens of de vermoedelijke overtreder(s) correct geïdentificeerd werden.
Indien dit niet het geval is, kan het secretariaat alle nuttige acties ondernemen en inlichtingen inwinnen die toelaten het dossier te vervolledigen.
Om het dossier te vervolledigen kan het secretariaat ook een verzoek tot onderzoek richten aan de instanties vermeld in artikel 7, § 3.
§ 3. Indien het dossier volledig is, zendt het secretariaat per aangetekend schrijven en per e-mail of per fax, [1 ...]1, een kopie van dossier aan de betrokken dienstenaanbieder.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van vijf werkdagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle stukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager.
§ 4. Samen met de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager maakt het secretariaat de zaak, naargelang de omstandigheden, aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie of op een buitengewone zitting.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, tweede lid.
§ 5. De klager en de betrokken dienstenaanbieder worden minstens drie werkdagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven en per e-mail of per fax, [2 ...]2 uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De oproeping bevat de vermeldingen, voorgeschreven bij artikel 10, tweede lid.
§ 6. Op de zitting wordt de procedure beschreven in artikel 11 gevolgd.
1° de naam, het adres en het e-mailadres van de klager;
2° de identiteit van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° een omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code, met opgave van de bepalingen van de Ethische Code die volgens de klager werden geschonden;
4° een uiteenzetting van de redenen waarom het beroep op de spoedprocedure gerechtvaardigd is;
5° de handtekening van de klager of van diens advocaat.
De klager voegt bij zijn klacht alle bewijsstukken waarop hij zich beroept.
§ 2. Na ontvangst van de klacht kijkt het secretariaat na of de vermeldingen voorzien in § 1 in de klacht voorkomen.
Het secretariaat onderzoekt tevens of de vermoedelijke overtreder(s) correct geïdentificeerd werden.
Indien dit niet het geval is, kan het secretariaat alle nuttige acties ondernemen en inlichtingen inwinnen die toelaten het dossier te vervolledigen.
Om het dossier te vervolledigen kan het secretariaat ook een verzoek tot onderzoek richten aan de instanties vermeld in artikel 7, § 3.
§ 3. Indien het dossier volledig is, zendt het secretariaat per aangetekend schrijven en per e-mail of per fax, [1 ...]1, een kopie van dossier aan de betrokken dienstenaanbieder.
Vanaf de datum van de ontvangst van het dossier beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van vijf werkdagen om een schriftelijk verweer op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle stukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, zendt het secretariaat een kopie van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager.
§ 4. Samen met de toezending van het dossier van de dienstenaanbieder aan de klager maakt het secretariaat de zaak, naargelang de omstandigheden, aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie of op een buitengewone zitting.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, tweede lid.
§ 5. De klager en de betrokken dienstenaanbieder worden minstens drie werkdagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven en per e-mail of per fax, [2 ...]2 uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
De oproeping bevat de vermeldingen, voorgeschreven bij artikel 10, tweede lid.
§ 6. Op de zitting wordt de procedure beschreven in artikel 11 gevolgd.
Art. 27. § 1er. La plainte, dans laquelle la procédure d'urgence est demandée, comprend au moins :
1° le nom, l'adresse et l'adresse e-mail du plaignant;
2° l'identité du prestataire de services visé;
3° une description de l'infraction présumée au Code d'Ethique en indiquant les dispositions du Code d'éthique qui ont été enfreintes selon le plaignant;
4° un exposé des motifs pour lesquels un recours à la procédure d'urgence est justifié;
5° la signature du plaignant ou de son avocat.
Le plaignant joint à sa plainte tous les documents justificatifs auxquels il se réfère.
§ 2. Dès réception de la plainte, le secrétariat vérifie si les mentions prévues au § 1er apparaissent dans la plainte.
Le secrétariat examine également si le(s) contrevenant(s) présumé(s) a/ont été correctement identifié(s).
Si ce n'est pas le cas, le secrétariat peut entreprendre toutes les démarches et rassembler toutes les informations nécessaires en vue de compléter le dossier.
Pour compléter le dossier, le secrétariat peut également adresser une demande d'examen aux instances visées à l'article 7, § 3.
§ 3. Si le dossier est complet, le secrétariat envoie, par envoi recommandé et par e-mail ou par fax [1 ...]1, une copie du dossier complet au prestataire de services concerné.
A partir de la date du réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de cinq jours ouvrables pour rédiger sa défense par écrit et l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Après l'expiration du délai, visé au deuxième alinéa, le secretariat envoie au plaignant une copie du dossier du prestataire de services.
§ 4. Conjointement avec l'envoi du dossier du prestataire de services au plaignant, le secrétariat soumet l'affaire, suivant les circonstances, à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou à une audience extraordinaire.
L'affaire ne peut cependant pas être déférée a une audience ayant lieu dans les trois jours ouvrables qui suivent l'expiration du délai visé au § 3, alinéa 2.
§ 5. Au moins trois jours ouvrables avant la date de l'audience, le plaignant et le prestataire de services sont invités, par envoi recommandé et par e-mail ou par fax, [2 ...]2 à comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation comprend les mentions prescrites par l'article 10, alinéa 2.
§ 6. A l'audience c'est la procédure décrite à l'article 11 qui est suivie.
1° le nom, l'adresse et l'adresse e-mail du plaignant;
2° l'identité du prestataire de services visé;
3° une description de l'infraction présumée au Code d'Ethique en indiquant les dispositions du Code d'éthique qui ont été enfreintes selon le plaignant;
4° un exposé des motifs pour lesquels un recours à la procédure d'urgence est justifié;
5° la signature du plaignant ou de son avocat.
Le plaignant joint à sa plainte tous les documents justificatifs auxquels il se réfère.
§ 2. Dès réception de la plainte, le secrétariat vérifie si les mentions prévues au § 1er apparaissent dans la plainte.
Le secrétariat examine également si le(s) contrevenant(s) présumé(s) a/ont été correctement identifié(s).
Si ce n'est pas le cas, le secrétariat peut entreprendre toutes les démarches et rassembler toutes les informations nécessaires en vue de compléter le dossier.
Pour compléter le dossier, le secrétariat peut également adresser une demande d'examen aux instances visées à l'article 7, § 3.
§ 3. Si le dossier est complet, le secrétariat envoie, par envoi recommandé et par e-mail ou par fax [1 ...]1, une copie du dossier complet au prestataire de services concerné.
A partir de la date du réception du dossier, le prestataire de services dispose d'un délai de cinq jours ouvrables pour rédiger sa défense par écrit et l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
Après l'expiration du délai, visé au deuxième alinéa, le secretariat envoie au plaignant une copie du dossier du prestataire de services.
§ 4. Conjointement avec l'envoi du dossier du prestataire de services au plaignant, le secrétariat soumet l'affaire, suivant les circonstances, à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou à une audience extraordinaire.
L'affaire ne peut cependant pas être déférée a une audience ayant lieu dans les trois jours ouvrables qui suivent l'expiration du délai visé au § 3, alinéa 2.
§ 5. Au moins trois jours ouvrables avant la date de l'audience, le plaignant et le prestataire de services sont invités, par envoi recommandé et par e-mail ou par fax, [2 ...]2 à comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation comprend les mentions prescrites par l'article 10, alinéa 2.
§ 6. A l'audience c'est la procédure décrite à l'article 11 qui est suivie.
Art. 28. § 1. De spoedprocedure opgestart op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie wordt aangevat door het versturen per aangetekend schrijven en per e-mail of per fax, [1 ...]1, van een vaststelling van een prima facie inbreuk op de Ethische Code, hierna "de vaststelling volgens de spoedprocedure" genoemd, aan de dienstenaanbieder.
§ 2. De vaststelling volgens de spoedprocedure bevat :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de feiten die een prima facie inbreuk op de Ethische Code vormen;
4° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code met opgave van de bepalingen van de Ethische Code die volgens de Ethische Commissie voor de telecommunicatie werden geschonden;
5° een uiteenzetting van de redenen waarom het beroep op de spoedprocedure gerechtvaardigd is;
6° de stukken die de vaststelling staven;
7° een inventaris van de stavingstukken.
§ 3. Vanaf de datum van de ontvangst van de vaststelling volgens de spoedprocedure beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van vijf werkdagen om een schriftelijk verweer op de vaststelling op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
§ 4. Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, eerste lid, maakt het secretariaat, naargelang de omstandigheden, de zaak aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie voor telecommunicatie of een buitengewone zitting.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, eerste lid.
§ 5. De betrokken dienstenaanbieder wordt minstens drie werkdagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven en per faxschrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor telecommunicatie.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting, en het onderwerp van de zaak.
Op de zitting wordt de procedure beschreven in artikel 17 gevolgd.
§ 2. De vaststelling volgens de spoedprocedure bevat :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam en het adres van de geviseerde dienstenaanbieder;
3° de omschrijving van de feiten die een prima facie inbreuk op de Ethische Code vormen;
4° de omschrijving van de vermeende inbreuk op de Ethische Code met opgave van de bepalingen van de Ethische Code die volgens de Ethische Commissie voor de telecommunicatie werden geschonden;
5° een uiteenzetting van de redenen waarom het beroep op de spoedprocedure gerechtvaardigd is;
6° de stukken die de vaststelling staven;
7° een inventaris van de stavingstukken.
§ 3. Vanaf de datum van de ontvangst van de vaststelling volgens de spoedprocedure beschikt de dienstenaanbieder over een termijn van vijf werkdagen om een schriftelijk verweer op de vaststelling op te stellen en toe te zenden aan het secretariaat.
De dienstenaanbieder voegt bij zijn schriftelijk verweer alle bewijsstukken waarop hij zich beroept en een inventaris van de neergelegde stukken.
§ 4. Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, eerste lid, maakt het secretariaat, naargelang de omstandigheden, de zaak aanhangig op de eerstvolgende zitting van de Ethische Commissie voor telecommunicatie of een buitengewone zitting.
De zaak kan evenwel niet aanhangig gemaakt worden op een zitting die plaatsvindt binnen de drie werkdagen volgend op het verstrijken van de termijn, bedoeld in § 3, eerste lid.
§ 5. De betrokken dienstenaanbieder wordt minstens drie werkdagen voor de datum van de zitting per aangetekend schrijven en per faxschrijven uitgenodigd om te verschijnen op de zitting van de Ethische Commissie voor telecommunicatie.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van de zitting, en het onderwerp van de zaak.
Op de zitting wordt de procedure beschreven in artikel 17 gevolgd.
Modifications
Art. 28. § 1er. La procédure d'urgence lancée à l'initiative de la Commission d'éthique pour les télécommunications est entamée par l'envoi au prestataire de services d'une constatation d'une infraction prima facie au Code d'éthique, dénommée ci-après "la constatation selon la procédure d'urgence", par recommandé et par e-mail ou par fax [1 ...]1.
§ 2. La constatation selon la procédure d'urgence comprend :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description des faits qui constituent une infraction prima facie au Code d'éthique;
4° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique avec indication des dispositions du Code d'éthique qui ont été enfreintes selon la Commission d'éthique pour les télécommunications;
5° un exposé des motifs pour lesquels un recours à la procédure d'urgence est justifié;
6° les pièces qui étayent la constatation;
7° un inventaire des pièces justificatives.
§ 3. A partir de la date du réception de la constatation selon la procédure d'urgence, le prestataire de services dispose d'un délai de cinq jours ouvrables pour rédiger une défense par écrit et pour l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
§ 4. Après l'expiration du délai, visé au § 3, alinéa 1er, le secrétariat défère l'affaire, suivant les circonstances, à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou à une audience extraordinaire.
L'affaire ne peut cependant être déférée à une audience ayant lieu dans les trois jours ouvrables qui suivent l'expiration du délai visé au § 3, alinéa 1er.
§ 5. Au moins trois jours ouvrables avant la date de l'audience, le prestataire de services concerné est invité, par envoi recommandé et par fax, à comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation mentionne la date, l'heure et l'endroit où l'audience a lieu et l'objet de l'affaire.
A l'audience, c'est la procédure décrite à l'article 17 qui est suivie.
§ 2. La constatation selon la procédure d'urgence comprend :
1° le jour, le mois et l'année;
2° le nom et l'adresse du prestataire de services vise;
3° la description des faits qui constituent une infraction prima facie au Code d'éthique;
4° la description de l'infraction présumée au Code d'éthique avec indication des dispositions du Code d'éthique qui ont été enfreintes selon la Commission d'éthique pour les télécommunications;
5° un exposé des motifs pour lesquels un recours à la procédure d'urgence est justifié;
6° les pièces qui étayent la constatation;
7° un inventaire des pièces justificatives.
§ 3. A partir de la date du réception de la constatation selon la procédure d'urgence, le prestataire de services dispose d'un délai de cinq jours ouvrables pour rédiger une défense par écrit et pour l'envoyer au secrétariat.
Le prestataire de services joint à sa défense écrite tous les documents justificatifs auxquels il se réfère et un inventaire des pièces déposées.
§ 4. Après l'expiration du délai, visé au § 3, alinéa 1er, le secrétariat défère l'affaire, suivant les circonstances, à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications ou à une audience extraordinaire.
L'affaire ne peut cependant être déférée à une audience ayant lieu dans les trois jours ouvrables qui suivent l'expiration du délai visé au § 3, alinéa 1er.
§ 5. Au moins trois jours ouvrables avant la date de l'audience, le prestataire de services concerné est invité, par envoi recommandé et par fax, à comparaître à l'audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
La convocation mentionne la date, l'heure et l'endroit où l'audience a lieu et l'objet de l'affaire.
A l'audience, c'est la procédure décrite à l'article 17 qui est suivie.
Modifications
Art. 29. Indien de dienstenaanbieder niet ter zitting verschijnt hoewel hij geldig werd opgeroepen en hij geen geldige reden voor zijn afwezigheid kan laten gelden, oordeelt de Ethische Commissie voor de telecommunicatie over de zaak alsof de dienstenaanbieder ter zitting aanwezig is.
Indien de klager niet ter zitting verschijnt, doet de Commissie uitspraak op basis van de geschreven klacht, de ingediende stukken [1 het verslag van het secretariaat over het dossier, van de repliek van de betrokken dienstenaanbieder]1 en, in voorkomend geval, de inlichtingen die het secretariaat heeft ingewonnen en/of het onderzoeksrapport van de instanties vermeld in art. 7, § 3, derde lid.
Indien de klager niet ter zitting verschijnt, doet de Commissie uitspraak op basis van de geschreven klacht, de ingediende stukken [1 het verslag van het secretariaat over het dossier, van de repliek van de betrokken dienstenaanbieder]1 en, in voorkomend geval, de inlichtingen die het secretariaat heeft ingewonnen en/of het onderzoeksrapport van de instanties vermeld in art. 7, § 3, derde lid.
Modifications
Art. 29. Si le prestataire de services ne comparaît pas à l'audience, bien qu'ayant été dûment convoqué, et qu'il ne peut pas faire valoir de motif valable pour son absence, la Commission d'éthique pour les télécommunications statuera sur l'affaire comme si le prestataire de services était présent à l'audience.
Si le plaignant ne comparaît pas à l'audience, la Commission prononce le jugement sur la base de la plainte écrite, des documents introduits [1 du rapport du secrétariat sur le dossier, de la réplique éventuelle du prestataire de services concerné]1 et, le cas échéant, des informations que le secrétariat a recueillies et/ou du rapport d'enquête des instances énumérées à l'article 7, § 3, alinéa 3.
Si le plaignant ne comparaît pas à l'audience, la Commission prononce le jugement sur la base de la plainte écrite, des documents introduits [1 du rapport du secrétariat sur le dossier, de la réplique éventuelle du prestataire de services concerné]1 et, le cas échéant, des informations que le secrétariat a recueillies et/ou du rapport d'enquête des instances énumérées à l'article 7, § 3, alinéa 3.
Modifications
HOOFDSTUK IV. - Beraadslaging en uitspraak.
CHAPITRE IV. - Délibération et jugement.
Art. 30. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie doet uitspraak na de verschenen partijen gehoord te hebben, na kennis genomen te hebben van het dossier en de eventueel vereiste adviezen en na beraadslaging overeenkomstig artikel 31.
Indien toepassing gevraagd werd van de spoedprocedure doet de Ethische Commissie voor de telecommunicatie uitspraak ten laatste vijftien werkdagen volgend op de oproeping van de betrokken partijen. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie wijst de klacht af indien de voorwaarden voor een beroep op de spoedprocedure vermeld in artikel 27, § 1, niet vervuld zijn. In dit geval kan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie beslissen de klacht volgens de gewone procedure te behandelen.
Indien toepassing gevraagd werd van de spoedprocedure doet de Ethische Commissie voor de telecommunicatie uitspraak ten laatste vijftien werkdagen volgend op de oproeping van de betrokken partijen. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie wijst de klacht af indien de voorwaarden voor een beroep op de spoedprocedure vermeld in artikel 27, § 1, niet vervuld zijn. In dit geval kan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie beslissen de klacht volgens de gewone procedure te behandelen.
Art. 30. La Commission d'éthique pour les télécommunications statue après avoir entendu les parties comparues, après avoir pris connaissance du dossier et des avis requis et après délibération conformément a l'article 31.
Si la procédure d'urgence a été demandée, la Commission d'éthique pour les télécommunications statue au plus tard quinze jours ouvrables après la convocation des parties concernées. La Commission d'éthique pour les télécommunications rejette la plainte si les conditions pour faire appel à la procédure d'urgence visée a l'article 27, § 1er, ne sont pas remplies. Auquel cas, la Commission d'Ethique pour les télécommunications peut décider de traiter la plainte conformément à la procédure ordinaire.
Si la procédure d'urgence a été demandée, la Commission d'éthique pour les télécommunications statue au plus tard quinze jours ouvrables après la convocation des parties concernées. La Commission d'éthique pour les télécommunications rejette la plainte si les conditions pour faire appel à la procédure d'urgence visée a l'article 27, § 1er, ne sont pas remplies. Auquel cas, la Commission d'Ethique pour les télécommunications peut décider de traiter la plainte conformément à la procédure ordinaire.
Art. 31. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan slechts geldig beraadslagen, indien minstens de meerderheid van haar leden aanwezig is.
Ingeval het quorum, bedoeld in het vorige lid, niet gehaald wordt, wordt de beraadslaging uitgesteld tot de volgende zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
Op die zitting kan beraadslaagd worden over de zaken waarvoor de beraadslaging uitgesteld werd, zelfs indien de meerderheid van de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie niet aanwezig zijn.
De beraadslagingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn geheim.
Ingeval het quorum, bedoeld in het vorige lid, niet gehaald wordt, wordt de beraadslaging uitgesteld tot de volgende zitting van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
Op die zitting kan beraadslaagd worden over de zaken waarvoor de beraadslaging uitgesteld werd, zelfs indien de meerderheid van de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie niet aanwezig zijn.
De beraadslagingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn geheim.
Art. 31. La Commission d'éthique pour les télécommunications ne peut valablement délibérer que si au moins la majorité de ses membres sont présents.
Si le quorum, visé dans l'alinéa précédent, n'est pas atteint, la délibération est reportée à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Les affaires pour lesquelles la délibération a été reportée peuvent être délibérées à cette audience, même si la majorité des membres de la Commission d'éthique pour les télécommunications ne sont pas présents.
Les délibérations de la Commission d'éthique pour les télécommunications sont secrètes.
Si le quorum, visé dans l'alinéa précédent, n'est pas atteint, la délibération est reportée à la prochaine audience de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Les affaires pour lesquelles la délibération a été reportée peuvent être délibérées à cette audience, même si la majorité des membres de la Commission d'éthique pour les télécommunications ne sont pas présents.
Les délibérations de la Commission d'éthique pour les télécommunications sont secrètes.
Art. 32. § 1. De aangenomen beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie worden door de voorzitter in naam van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ondertekend.
De beslissingen van de Commissie worden gemotiveerd.
§ 2. De beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie worden per aangetekend schrijven toegestuurd aan de betrokken partijen.
In afwijking van het voorgaande lid worden de beslissingen van de Ethische Commissie genomen na toepassing van de procedure na tussenkomst van de Ombudsdienst voor de telecommunicatie per gewoon schrijven aan de Ombudsdienst voor de telecommunicatie toegestuurd.
§ 3. De beslissingen van de Ethische Commissie zijn openbaar en worden door toedoen van het secretariaat gepubliceerd op een website.
De beslissingen van de Commissie worden gemotiveerd.
§ 2. De beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie worden per aangetekend schrijven toegestuurd aan de betrokken partijen.
In afwijking van het voorgaande lid worden de beslissingen van de Ethische Commissie genomen na toepassing van de procedure na tussenkomst van de Ombudsdienst voor de telecommunicatie per gewoon schrijven aan de Ombudsdienst voor de telecommunicatie toegestuurd.
§ 3. De beslissingen van de Ethische Commissie zijn openbaar en worden door toedoen van het secretariaat gepubliceerd op een website.
Art. 32. § 1er. Les décisions prises par la Commission d'éthique pour les télécommunications sont signées par le président au nom de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Les décisions prises par la Commission sont motivées.
§ 2. Les décisions de la Commission d'éthique pour les télécommunications sont envoyées par lettre recommandée aux parties concernées.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les décisions de la Commission d'éthique sont prises après l'application de la procédure, après l'intervention du Service de médiation pour les télécommunications par lettre ordinaire adressée au Service de médiation pour les télécommunications.
§ 3. Les décisions de la Commission d'éthique sont publiques et sont publiées par le secrétariat sur un site Internet.
Les décisions prises par la Commission sont motivées.
§ 2. Les décisions de la Commission d'éthique pour les télécommunications sont envoyées par lettre recommandée aux parties concernées.
Par dérogation à l'alinéa précédent, les décisions de la Commission d'éthique sont prises après l'application de la procédure, après l'intervention du Service de médiation pour les télécommunications par lettre ordinaire adressée au Service de médiation pour les télécommunications.
§ 3. Les décisions de la Commission d'éthique sont publiques et sont publiées par le secrétariat sur un site Internet.
Art. 33. De minister legt, op voorstel van het Instituut, de kosten vast die verbonden zijn aan de behandeling van een individueel dossier.
De kosten worden gedragen door de dienstenaanbieder, indien hij gesanctioneerd wordt. In de overige gevallen, worden de kosten gedragen door het Instituut.
De kosten worden gedragen door de dienstenaanbieder, indien hij gesanctioneerd wordt. In de overige gevallen, worden de kosten gedragen door het Instituut.
Art. 33. Le ministre fixe, sur proposition de l'Institut, les frais liés au traitement d'un dossier individuel.
Les frais sont supportés par le prestataire de services, s'il est sanctionné. Dans les autres cas, les frais sont à charge de l'Institut.
Les frais sont supportés par le prestataire de services, s'il est sanctionné. Dans les autres cas, les frais sont à charge de l'Institut.
Art. 34. Het secretariaat is belast met het toezicht op de naleving van de beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
Art. 34. Le secrétariat est chargé du contrôle du respect de la décision de la Commission d'éthique pour les télécommunications.
HOOFDSTUK V. - Bepalingen in verband met het onderzoek van de zaak.
CHAPITRE V. - Dispositions relatives à l'examen de l'affaire.
Art. 35. § 1. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan een deskundige belasten met de opdracht vaststellingen te doen of een advies te geven.
§ 2. Indien één of meer partijen een deskundigenonderzoek vragen, richten zij daartoe een schriftelijk verzoek aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. In dit verzoek wordt het doel en de aard van het onderzoek aangegeven en kunnen één of meerdere deskundigen voorgesteld worden.
§ 3. Indien de Ethische Commissie voor de telecommunicatie het verzoek gegrond acht, benoemt het een deskundige.
De Ethische Commissie voor de telecommunicatie bepaalt in zijn beslissing tot benoeming van de deskundige de opdracht van de deskundige en de termijn waarbinnen de deskundige zijn verslag dient neer te leggen.
§ 4. De deskundige verricht zijn onderzoekstaken op tegenspraak en binnen de grenzen van zijn opdracht.
Het verslag van de deskundige wordt in origineel toegezonden aan het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en in kopie aan de partijen.
§ 5. De bevindingen van de deskundige gelden als advies voor de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
§ 2. Indien één of meer partijen een deskundigenonderzoek vragen, richten zij daartoe een schriftelijk verzoek aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. In dit verzoek wordt het doel en de aard van het onderzoek aangegeven en kunnen één of meerdere deskundigen voorgesteld worden.
§ 3. Indien de Ethische Commissie voor de telecommunicatie het verzoek gegrond acht, benoemt het een deskundige.
De Ethische Commissie voor de telecommunicatie bepaalt in zijn beslissing tot benoeming van de deskundige de opdracht van de deskundige en de termijn waarbinnen de deskundige zijn verslag dient neer te leggen.
§ 4. De deskundige verricht zijn onderzoekstaken op tegenspraak en binnen de grenzen van zijn opdracht.
Het verslag van de deskundige wordt in origineel toegezonden aan het secretariaat van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en in kopie aan de partijen.
§ 5. De bevindingen van de deskundige gelden als advies voor de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
Art. 35. § 1er. La Commission d'éthique pour les télécommunications peut charger un expert afin d'effectuer les constatations ou de donner un avis.
§ 2. Si une ou plusieurs parties demandent une expertise, elles adressent à cette fin une requête écrite à la Commission d'éthique pour les télécommunications. Dans cette requête, le but et la nature de l'examen sont indiqués et un ou plusieurs experts peuvent être proposés.
§ 3. Si la Commission d'éthique pour les télécommunications estime que la demande est fondée, elle nomme un expert.
Dans sa décision quant à la nomination de l'expert, la Commission d'éthique pour les télécommunications détermine la mission de l'expert et le délai dans lequel l'expert doit déposer son rapport.
§ 4. L'expert effectue ses tâches d'enquête de manière contradictoire et dans les limites de sa mission.
L'expert envoie l'original de son rapport au secrétariat de la Commission d'éthique pour les télécommunications et la copie aux parties.
§ 5. Les résultats de l'expert ont valeur d'avis pour la Commission d'éthique pour les télécommunications.
§ 2. Si une ou plusieurs parties demandent une expertise, elles adressent à cette fin une requête écrite à la Commission d'éthique pour les télécommunications. Dans cette requête, le but et la nature de l'examen sont indiqués et un ou plusieurs experts peuvent être proposés.
§ 3. Si la Commission d'éthique pour les télécommunications estime que la demande est fondée, elle nomme un expert.
Dans sa décision quant à la nomination de l'expert, la Commission d'éthique pour les télécommunications détermine la mission de l'expert et le délai dans lequel l'expert doit déposer son rapport.
§ 4. L'expert effectue ses tâches d'enquête de manière contradictoire et dans les limites de sa mission.
L'expert envoie l'original de son rapport au secrétariat de la Commission d'éthique pour les télécommunications et la copie aux parties.
§ 5. Les résultats de l'expert ont valeur d'avis pour la Commission d'éthique pour les télécommunications.
Art. 36. § 1. In het kader van het onderzoek van de zaak kan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie getuigenissen inwinnen of iedere persoon horen die op nuttige wijze kan bijdragen tot haar informatie.
§ 2. Indien één of meer partijen een getuigenverhoor vragen, richten ze daartoe een schriftelijk verzoek aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. Dit verzoek bevat, op straffe van onontvankelijkheid, de naam en het adres van de getuige, het doel van de getuigenis en de vragen die gesteld dienen te worden aan de getuige.
§ 3. Indien de Ethische Commissie voor de telecommunicatie het verzoek gegrond acht, stelt het de datum en het uur van het getuigenverhoor vast.
§ 4. Het horen van personen of getuigen wordt verricht in aanwezigheid van de geldig opgeroepen en verschenen partijen.
§ 5. Het secretariaat stelt een verslag van het getuigenverhoor op.
Het verslag van getuigenverhoor wordt ter zitting voorgelezen en door de getuige ondertekend.
§ 6. De verklaringen van de persoon die gehoord wordt worden op het proces-verbaal van de zitting genoteerd.
§ 2. Indien één of meer partijen een getuigenverhoor vragen, richten ze daartoe een schriftelijk verzoek aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie. Dit verzoek bevat, op straffe van onontvankelijkheid, de naam en het adres van de getuige, het doel van de getuigenis en de vragen die gesteld dienen te worden aan de getuige.
§ 3. Indien de Ethische Commissie voor de telecommunicatie het verzoek gegrond acht, stelt het de datum en het uur van het getuigenverhoor vast.
§ 4. Het horen van personen of getuigen wordt verricht in aanwezigheid van de geldig opgeroepen en verschenen partijen.
§ 5. Het secretariaat stelt een verslag van het getuigenverhoor op.
Het verslag van getuigenverhoor wordt ter zitting voorgelezen en door de getuige ondertekend.
§ 6. De verklaringen van de persoon die gehoord wordt worden op het proces-verbaal van de zitting genoteerd.
Art. 36. § 1er. Dans le cadre de l'examen de l'affaire, la Commission d'éthique pour les télécommunications peut recueillir des témoignages ou entendre toute personne qui peut contribuer utilement à ses informations.
§ 2. Si une ou plusieurs parties demandent une audition de temoins, elles adressent à cette fin une requête écrite à la Commission d'éthique pour les télécommunications. Cette requête comprend, sous peine d'irrecevabilité, le nom et l'adresse du témoin, le but du témoignage et les questions qui doivent être posées au témoin.
§ 3. Si la Commission d'éthique pour les télécommunications estime que la requête est fondée, elle fixe la date et l'heure de l'audition de témoins.
§ 4. L'audition de personnes ou le témoignage est effectué en présence des parties dûment convoquees et comparues.
§ 5. Le secrétariat rédige un rapport de l'audition des temoins.
Il est donné lecture du rapport de l'audition des témoins à l'audience et celui-ci est signé par le témoin.
§ 6. Les déclarations de la personne entendue sont notées dans le procès-verbal de l'audience.
§ 2. Si une ou plusieurs parties demandent une audition de temoins, elles adressent à cette fin une requête écrite à la Commission d'éthique pour les télécommunications. Cette requête comprend, sous peine d'irrecevabilité, le nom et l'adresse du témoin, le but du témoignage et les questions qui doivent être posées au témoin.
§ 3. Si la Commission d'éthique pour les télécommunications estime que la requête est fondée, elle fixe la date et l'heure de l'audition de témoins.
§ 4. L'audition de personnes ou le témoignage est effectué en présence des parties dûment convoquees et comparues.
§ 5. Le secrétariat rédige un rapport de l'audition des temoins.
Il est donné lecture du rapport de l'audition des témoins à l'audience et celui-ci est signé par le témoin.
§ 6. Les déclarations de la personne entendue sont notées dans le procès-verbal de l'audience.
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions diverses.
Art. 37. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan eveneens uit eigen beweging adviezen uitbrengen waarin het zich op algemene wijze uitspreekt over de toepassing van de Ethische Code voor de telecommunicatie.
De kosten verbonden aan het verlenen van het advies vallen ten laste van het Instituut.
De kosten verbonden aan het verlenen van het advies vallen ten laste van het Instituut.
Art. 37. La Commission d'éthique pour les telécommunications peut également emettre de son propre chef des avis dans lesquels elle se prononce de manière générale sur l'application du Code d'éthique pour les télécommunications.
Les frais liés à la fourniture de l'avis sont à charge de l'Institut.
Les frais liés à la fourniture de l'avis sont à charge de l'Institut.
Art. 38. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie kan een huishoudelijk reglement opstellen in verband met de wijze waarop zij samengeroepen wordt, het gebruik van multimediatoepassingen in het kader van haar werking, de taakverdeling tussen de leden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie en de wijze waarop de beraadslagingen plaatsvinden en beslissingen genomen worden.
Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.
Art. 38. La Commission d'éthique pour les télécommunications peut rédiger un règlement d'ordre intérieur relatif à la manière dont elle est convoquée, l'utilisation des applications de multimédia dans le cadre de son fonctionnement, la répartition des tâches entre les membres de la Commission d'éthique pour les télecommunications et la façon dont se déroulent les délibérations et dont les décisions sont prises.
Le règlement d'ordre intérieur est soumis à l'approbation du ministre.
Le règlement d'ordre intérieur est soumis à l'approbation du ministre.
Art. 39. De Ethische Commissie voor de telecommunicatie is een overheid die maatregelen kan nemen tot beperking van het vrije verkeer van een dienst van de informatiemaatschappij geleverd door een in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde dienstverlener, in de zin van artikel 2, § 1, van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
In overeenstemming met artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, verzoekt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de in artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003 bedoelde lidstaat de nodige maatregelen te nemen om de in artikel 2, § 2, 1°, van de wet van 11 maart 2003 bedoelde doelstellingen te waarborgen.
In overeenstemming met artikel 2, §§ 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, brengt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de onderzoeksrechter op de hoogte. Hij informeert, per aangetekende brieven, en op de ogenblikken bepaald in artikel 2, § 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003, de Europese Commissie alsook de betrokken lid-Staat.
In overeenstemming met artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, verzoekt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de in artikel 2, § 3, van de wet van 11 maart 2003 bedoelde lidstaat de nodige maatregelen te nemen om de in artikel 2, § 2, 1°, van de wet van 11 maart 2003 bedoelde doelstellingen te waarborgen.
In overeenstemming met artikel 2, §§ 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, brengt de Voorzitter van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, per aangetekende brief, de onderzoeksrechter op de hoogte. Hij informeert, per aangetekende brieven, en op de ogenblikken bepaald in artikel 2, § 4 of 5, van de wet van 11 maart 2003, de Europese Commissie alsook de betrokken lid-Staat.
Art. 39. La Commission d'éthique pour les télecommunications est une instance qui peut prendre des mesures en vue de restreindre la libre circulation d'un service de la société de l'information fourni par un prestataire de services établi dans un autre pays membre de l'Union européenne, au sens de l'article 2, § 1er, de la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la société de l'information comme visé à l'article 77 de la Constitution.
Conformément à l'article 2, § 3, de la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la société de l'information telle que visée à l'article 77 de la Constitution, le Président de la Commission d'éthique pour les télécommunications demande, par lettre recommandee, à l'Etat membre visé à l'article 2, § 3, de la loi du 11 mars 2003 de prendre les mesures nécessaires pour garantir les objectifs visés à l'article 2, § 2, 1°, de la loi du 11 mars 2003.
Conformément à l'article 2, §§ 4 ou 5, de la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la société de l'information telle que visée à l'article 77 de la Constitution, le Président de la Commission d'éthique pour les télécommunications informe le juge d'instruction, par lettre recommandée. Il informe, par lettres recommandées, et au moment déterminé à l'article 2, §§ 4 ou 5, de la loi du 11 mars 2003, la Commission européenne ainsi que l'Etat membre concerné.
Conformément à l'article 2, § 3, de la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la société de l'information telle que visée à l'article 77 de la Constitution, le Président de la Commission d'éthique pour les télécommunications demande, par lettre recommandee, à l'Etat membre visé à l'article 2, § 3, de la loi du 11 mars 2003 de prendre les mesures nécessaires pour garantir les objectifs visés à l'article 2, § 2, 1°, de la loi du 11 mars 2003.
Conformément à l'article 2, §§ 4 ou 5, de la loi du 11 mars 2003 sur certains aspects juridiques des services de la société de l'information telle que visée à l'article 77 de la Constitution, le Président de la Commission d'éthique pour les télécommunications informe le juge d'instruction, par lettre recommandée. Il informe, par lettres recommandées, et au moment déterminé à l'article 2, §§ 4 ou 5, de la loi du 11 mars 2003, la Commission européenne ainsi que l'Etat membre concerné.
Art. 41. Indien de laatste dag van één van de termijnen waarvan sprake is in dit besluit een zaterdag, een zondag of feestdag is, wordt die termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Art. 41. Si le dernier jour d'un des délais dont question dans cet arrêté est un samedi, un dimanche ou un jour férié, ce délai est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant.
Art. 42. Onze Minister bevoegd voor Begroting en Consumentenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken,
Mevr. Fr. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Economie, Energie,
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN.
Gegeven te Brussel, 1 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Consumentenzaken,
Mevr. Fr. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Economie, Energie,
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN.
Art. 42. Notre Ministre du Budget et de la Protection de la Consommation est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 1er avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre du Budget et de la Protection de la Consommation,
Mme Fr. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN.
Donné à Bruxelles, le 1er avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre du Budget et de la Protection de la Consommation,
Mme Fr. VAN DEN BOSSCHE
Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
M. VERWILGHEN.