Artikel 1. Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging wordt aangevuld als volgt :
" 4° voor de rechter in de strafuitvoeringsrechtbank : sociale en psychologische kwaliteiten;
5° voor de verbindingsmagistraat in jeugdzaken :
a. praktische kennis van de sector jeugdbescherming;
b. sociale en psychologische kwaliteiten; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 AUGUSTUS 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 tot vaststelling van de nadere regels voor de evaluatie van magistraten, de evaluatiecriteria en hun weging.
Titre
17 AOUT 2007. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. L'article 2, § 2, de l'arrêté du 20 juillet 2000 déterminant les modalités d'évaluation des magistrats, les critères d'évaluation et leur pondération est complété comme suit :
" 4° pour le juge au tribunal de l'application des peines : qualités sociales et psychologiques;
5° pour le magistrat de liaison en matière de jeunesse :
a. connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse;
b. qualités sociales et psychologiques; ".
" 4° pour le juge au tribunal de l'application des peines : qualités sociales et psychologiques;
5° pour le magistrat de liaison en matière de jeunesse :
a. connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse;
b. qualités sociales et psychologiques; ".
Art. 2. Artikel 3, § 3, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 3. Voor de titularissen van een bijzonder mandaat worden aan groep A de volgende criteria toegevoegd :
1° voor de federaal magistraat :
a. geschiktheid voor het coördineren en voor het leiden van een onderzoek;
b. specifieke kennis;
2° voor de substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken : sociale en psychologische kwaliteiten; ".
" § 3. Voor de titularissen van een bijzonder mandaat worden aan groep A de volgende criteria toegevoegd :
1° voor de federaal magistraat :
a. geschiktheid voor het coördineren en voor het leiden van een onderzoek;
b. specifieke kennis;
2° voor de substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken : sociale en psychologische kwaliteiten; ".
Art. 2. L'article 3, § 3, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les titulaires d'un mandat spécifique les critères suivants sont ajoutés au groupe A :
1° pour le magistrat fédéral :
a. aptitude à la coordination et à la direction des l'enquêtes;
b. connaissance spécifique;
2° pour le substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines : qualités sociales et psychologiques; ".
" § 3. Pour les titulaires d'un mandat spécifique les critères suivants sont ajoutés au groupe A :
1° pour le magistrat fédéral :
a. aptitude à la coordination et à la direction des l'enquêtes;
b. connaissance spécifique;
2° pour le substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines : qualités sociales et psychologiques; ".
Art. 3. In artikel 4, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a. punt A wordt aangevuld als volgt :
" - rechter in de strafuitvoeringsrechtbank : bijlage 29;
- verbindingsmagistraat in jeugdzaken : bijlage 30; "
b. punt B wordt aangevuld als volgt :
" - substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken : bijlage 31. "
a. punt A wordt aangevuld als volgt :
" - rechter in de strafuitvoeringsrechtbank : bijlage 29;
- verbindingsmagistraat in jeugdzaken : bijlage 30; "
b. punt B wordt aangevuld als volgt :
" - substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken : bijlage 31. "
Art. 3. A l'article 4, § 2, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du 13 septembre 2004, sont apportées les modifications suivantes :
a. le point A est complété comme suit :
" - juge au tribunal de l'application des peines : annexe 29;
- magistrat de liaison en matière de jeunesse : annexe 30;
b. le point B est complété comme suit :
" - substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines : annexe 31 ".
a. le point A est complété comme suit :
" - juge au tribunal de l'application des peines : annexe 29;
- magistrat de liaison en matière de jeunesse : annexe 30;
b. le point B est complété comme suit :
" - substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines : annexe 31 ".
Art. 4. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 9 du même arrêté est abrogé.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Gegeven te Brussel, 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 6. Notre Ministre de la Justice est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Donné à Bruxelles, le 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bijlage 29. Rechter in de strafuitvoeringsrechtbank.
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie;
- beheerst het strafrecht en het strafprocesrecht;
- heeft een grondige kennis van de wetgeving over de strafuitvoering, de rechten van de gedetineerden en de slachtoffers;
- toont belangstelling voor deze materies;
- motiveert zijn beslissingen zowel in rechte als in feite;
- ...
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analyse- en synthesevermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk en de leiding van een groep;
- motiveert collega's en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk;
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren en termijnen;
- is bekwaam om een zitting of vergadering te leiden;
- ...
3. Communicatie - en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- Luisterbereidheid :
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ...
- Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : duidelijke, nauwkeurige en uitvoerbare beslissingen opstellen; de geschreven documenten zijn gestructureerd, geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch, en in een begrijpelijke taal opgesteld;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- Professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met advocaten, justitiële medewerkers (griffiers, juristen, onderzoekers, stagiairs ...), de penitentiaire administratie, de rechtsonderhorigen, de sociale diensten, de assessoren, en de collegae;
- heeft aandacht voor overleg, en informatieoverdracht;
- ...
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- vermijdt nutteloze beslissingen of tussenvonnissen;
- ...
5. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van de debatten;
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
6. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de partijen;
- heeft oog voor het slachtoffer en de veroordeelde en kan een evenwichtige afweging maken van de belangen die in het dossier een rol spelen;
- is in staat met fijnzinnigheid, tact en nuance te ondervragen;
- heeft een goede kennis van het gevangeniswezen en van het psychosociale netwerk van het terrein;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- is in staat de meerwaarde die de assessoren kunnen aanbrengen, te optimaliseren;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in de uitoefening van zijn functie;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- kan afstand nemen in geval van crisissituaties;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- is bekommerd om psychosociale bekwaamheden te ontwikkelen;
- ...
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is in staat om zich aan een penitentiaire omgeving aan te passen en de psychosociale aspecten in aanmerking te nemen;
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd in de uitoefening van zijn rechtsprekende functie;
- beheerst het strafrecht en het strafprocesrecht;
- heeft een grondige kennis van de wetgeving over de strafuitvoering, de rechten van de gedetineerden en de slachtoffers;
- toont belangstelling voor deze materies;
- motiveert zijn beslissingen zowel in rechte als in feite;
- ...
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analyse- en synthesevermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk en de leiding van een groep;
- motiveert collega's en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk;
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren en termijnen;
- is bekwaam om een zitting of vergadering te leiden;
- ...
3. Communicatie - en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- Luisterbereidheid :
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ...
- Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : duidelijke, nauwkeurige en uitvoerbare beslissingen opstellen; de geschreven documenten zijn gestructureerd, geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch, en in een begrijpelijke taal opgesteld;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- Professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met advocaten, justitiële medewerkers (griffiers, juristen, onderzoekers, stagiairs ...), de penitentiaire administratie, de rechtsonderhorigen, de sociale diensten, de assessoren, en de collegae;
- heeft aandacht voor overleg, en informatieoverdracht;
- ...
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- vermijdt nutteloze beslissingen of tussenvonnissen;
- ...
5. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van de debatten;
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
6. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de partijen;
- heeft oog voor het slachtoffer en de veroordeelde en kan een evenwichtige afweging maken van de belangen die in het dossier een rol spelen;
- is in staat met fijnzinnigheid, tact en nuance te ondervragen;
- heeft een goede kennis van het gevangeniswezen en van het psychosociale netwerk van het terrein;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- is in staat de meerwaarde die de assessoren kunnen aanbrengen, te optimaliseren;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in de uitoefening van zijn functie;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- kan afstand nemen in geval van crisissituaties;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- is bekommerd om psychosociale bekwaamheden te ontwikkelen;
- ...
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is in staat om zich aan een penitentiaire omgeving aan te passen en de psychosociale aspecten in aanmerking te nemen;
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. N1. Annexe 1. - Annexe 29. Juge au tribunal de l'application des peines.
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat dans l'exercice de sa fonction de juger;
- avoir la maîtrise du droit pénal et de la procédure pénale;
- connaissance approfondie de la législation relative à l'exécution des peines, aux droits des détenus et des victimes;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- motiver ses décisions tant en fait qu'en droit;
- ...
2. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse et de synthèse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe et dans la direction de celle-ci;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
> a qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées et des délais;
- être capable de diriger une audience ou une réunion;
- ...
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- La disposition à l'écoute :
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ...
- L'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : rédiger des décisions claires, précises et exécutables; les écrits sont structurés, argumentés, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- La qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les avocats, les collaborateurs de justice (enquêteurs, greffiers, juristes, stagiaires, ...), l'administration pénitentiaire, les justiciables, les services sociaux, les assesseurs et les collègues;
- avoir le souci de la concertation et du relais de l'information;
- ...
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- éviter des décisions et actes de procédures susceptibles de retarder inutilement l'issue d'un litige;
- ...
5. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial dans toutes les décisions et tout au long du processus décisionnel;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats;
- faire preuve de réserve;
- ...
6. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des parties;
- faire preuve de disponibilité tant à l'égard de la victime que du condamné et avoir une approche équilibrée des différents intérêts en présence;
- être capable d'interroger avec nuance, doigté et finesse;
- avoir une bonne connaissance du milieu carcéral et du réseau psychosocial de terrain;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercice des responsabilités;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- être capable d'optimaliser la plus-value que peuvent apporter les assesseurs;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans l'exercice de ses fonctions;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- pouvoir prendre du recul par rapport aux situations de crise;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- avoir le souci de développer des compétences dans le domaine psychosocial;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- avoir la capacité de s'adapter au milieu carcéral et de prendre en considération les aspects psychosociaux;
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat dans l'exercice de sa fonction de juger;
- avoir la maîtrise du droit pénal et de la procédure pénale;
- connaissance approfondie de la législation relative à l'exécution des peines, aux droits des détenus et des victimes;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- motiver ses décisions tant en fait qu'en droit;
- ...
2. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse et de synthèse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe et dans la direction de celle-ci;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
> a qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées et des délais;
- être capable de diriger une audience ou une réunion;
- ...
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- La disposition à l'écoute :
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ...
- L'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : rédiger des décisions claires, précises et exécutables; les écrits sont structurés, argumentés, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- La qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les avocats, les collaborateurs de justice (enquêteurs, greffiers, juristes, stagiaires, ...), l'administration pénitentiaire, les justiciables, les services sociaux, les assesseurs et les collègues;
- avoir le souci de la concertation et du relais de l'information;
- ...
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- éviter des décisions et actes de procédures susceptibles de retarder inutilement l'issue d'un litige;
- ...
5. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial dans toutes les décisions et tout au long du processus décisionnel;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats;
- faire preuve de réserve;
- ...
6. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des parties;
- faire preuve de disponibilité tant à l'égard de la victime que du condamné et avoir une approche équilibrée des différents intérêts en présence;
- être capable d'interroger avec nuance, doigté et finesse;
- avoir une bonne connaissance du milieu carcéral et du réseau psychosocial de terrain;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercice des responsabilités;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- être capable d'optimaliser la plus-value que peuvent apporter les assesseurs;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans l'exercice de ses fonctions;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- pouvoir prendre du recul par rapport aux situations de crise;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- avoir le souci de développer des compétences dans le domaine psychosocial;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- avoir la capacité de s'adapter au milieu carcéral et de prendre en considération les aspects psychosociaux;
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Art. N2. Bijlage 2. - Bijlage 30. Evaluatiecriteria en indicatoren.
Verbindingsmagistraten in jeugdzaken
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- kent de relevante federale en communautaire wetgeving en regelgeving inzake jeugdbescherming en bijzondere jeugdbijstand;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ...
2. Praktische kennis van de sector jeugdbescherming.
Indicatoren :
- heeft praktische kennis van de sector jeugdbescherming in al zijn facetten : gerechtelijke aspecten en maatregelen waarvan de toepassing tot andere instellingen behoort;
- kent de federale en communautaire actoren voor jeugdbescherming, bijzondere jeugdbijstand en strafrecht, en weet wat hun respectieve rol is;
- heeft inzicht in het beslissingproces van jeugdmagistraten;
- ...
3. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch vermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk;
- informeert de jeugdmagistraten, de actoren van het terrein en de bevoegde overheden, en maakt hen bewust voor de materie;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand, praktisch inzicht en creativiteit;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren en termijnen;
- is bekwaam om een vergadering te leiden;
- is in staat vooruit te denken;
- is in staat de essentie van iets te identificeren en te bepalen wat voor zijn opdracht prioritair is;
- ...
4. Communicatie- en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- luisterbereidheid :
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete verwachtingen bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- is hoffelijk en beleefd;
- is diplomatisch;
- ...
- mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld, in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met zijn gesprekspartners;
- heeft aandacht voor overleg en verzoening;
- ...
5. Besluitvaardigheid :
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheden van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- is in staat dringende beslissingen te nemen;
- slaagt erin zijn suggesties en beslissingen te doen aanvaarden;
- ...
6. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens;
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
7. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de gesprekspartners;
- getuigt van beschikbaarheid;
- geeft blijk van een bekwaamheid tot overleg en verzoening;
- getuigt van empathie en pedagogische kwaliteiten;
- heeft respect voor andermans vrijheid welke ook zijn persoonlijke overtuiging is;
- heeft inzicht in het beslissingproces van jeugdmagistraten;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in alle omstandigheden;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- kan afstand nemen in geval van crisissituaties;
- getuigt van doorzettingsvermogen;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren, meer bepaald in de niet-juridische materies die verband houden met zijn opdracht;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- ...
2. Aanpassingsvermogen
Indicatoren :
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Verbindingsmagistraten in jeugdzaken
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- kent de relevante federale en communautaire wetgeving en regelgeving inzake jeugdbescherming en bijzondere jeugdbijstand;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ...
2. Praktische kennis van de sector jeugdbescherming.
Indicatoren :
- heeft praktische kennis van de sector jeugdbescherming in al zijn facetten : gerechtelijke aspecten en maatregelen waarvan de toepassing tot andere instellingen behoort;
- kent de federale en communautaire actoren voor jeugdbescherming, bijzondere jeugdbijstand en strafrecht, en weet wat hun respectieve rol is;
- heeft inzicht in het beslissingproces van jeugdmagistraten;
- ...
3. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch vermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het werk;
- informeert de jeugdmagistraten, de actoren van het terrein en de bevoegde overheden, en maakt hen bewust voor de materie;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand, praktisch inzicht en creativiteit;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren en termijnen;
- is bekwaam om een vergadering te leiden;
- is in staat vooruit te denken;
- is in staat de essentie van iets te identificeren en te bepalen wat voor zijn opdracht prioritair is;
- ...
4. Communicatie- en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- luisterbereidheid :
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete verwachtingen bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- is hoffelijk en beleefd;
- is diplomatisch;
- ...
- mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld, in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met zijn gesprekspartners;
- heeft aandacht voor overleg en verzoening;
- ...
5. Besluitvaardigheid :
Indicatoren :
- neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheden van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- is in staat dringende beslissingen te nemen;
- slaagt erin zijn suggesties en beslissingen te doen aanvaarden;
- ...
6. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig in alle beslissingen tijdens het hele beslissingsproces;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens;
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
7. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de gesprekspartners;
- getuigt van beschikbaarheid;
- geeft blijk van een bekwaamheid tot overleg en verzoening;
- getuigt van empathie en pedagogische kwaliteiten;
- heeft respect voor andermans vrijheid welke ook zijn persoonlijke overtuiging is;
- heeft inzicht in het beslissingproces van jeugdmagistraten;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in alle omstandigheden;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- kan afstand nemen in geval van crisissituaties;
- getuigt van doorzettingsvermogen;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren, meer bepaald in de niet-juridische materies die verband houden met zijn opdracht;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- ...
2. Aanpassingsvermogen
Indicatoren :
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. N2. Annexe 2. - Annexe 30. Critères d'évaluation et indicateurs.
Magistrats de liaison en matière de jeunesse
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- connaissance de la législation et de la réglementation fédérales, communautaires et régionales pertinentes en matière de protection et d'aide à la jeunesse;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ...
2. Connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse.
Indicateurs :
- connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse sous ses différentes facettes : aspects judiciaires et mesures dont la mise en oeuvre relève d'autres institutions;
- connaissance des acteurs fédéraux, communautaires et régionaux du système de la protection et de l'aide à la jeunesse et du droit pénal, et de leurs rôles respectifs;
- vision claire du processus de décision des magistrats de la jeunesse;
- ...
3. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail;
- informer et sensibiliser les magistrats de la jeunesse, les acteurs de terrain et les autorités compétentes;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens, d'esprit pratique et de créativité;
- équilibrer :
> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées et des délais;
- être capable de diriger une réunion;
- être capable de tracer des perspectives;
- être en mesure de détecter l'essentiel et de déterminer les priorités par référence à ses missions;
- ...
4. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- la disposition à l'écoute :
- rechercher les attentes (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être poli et courtois;
- être diplomate;
- ...
- l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible, ils sont rédigés avec nuance et tact;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- la qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec ses interlocuteurs;
- avoir le souci de la concertation et de la conciliation;
- ...
5. Esprit de décision :
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant les difficultés des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- pourvoir prendre des décisions dans l'urgence;
- veiller à faire accepter ses suggestions et décisions;
- ...
6. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial dans toutes les décisions et tout au long du processus décisionnel;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme;
- faire preuve de réserve;
- ...
7. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des autres;
- faire preuve de disponibilité;
- faire preuve de capacité de négociation et de conciliation;
- faire preuve d'empathie et de qualités pédagogiques;
- respecter la liberté d'autrui quelles que soient ses convictions personnelles;
- avoir une vision claire du processus de décision des magistrats de la jeunesse;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercice des responsabilités;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées en toutes circonstances;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- pouvoir prendre du recul par rapport aux situations de crise;
- faire preuve de persévérance;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences notamment dans les matières non juridiques en liaison avec ses missions;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Magistrats de liaison en matière de jeunesse
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- connaissance de la législation et de la réglementation fédérales, communautaires et régionales pertinentes en matière de protection et d'aide à la jeunesse;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ...
2. Connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse.
Indicateurs :
- connaissance pratique du secteur de la protection de la jeunesse sous ses différentes facettes : aspects judiciaires et mesures dont la mise en oeuvre relève d'autres institutions;
- connaissance des acteurs fédéraux, communautaires et régionaux du système de la protection et de l'aide à la jeunesse et du droit pénal, et de leurs rôles respectifs;
- vision claire du processus de décision des magistrats de la jeunesse;
- ...
3. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail;
- informer et sensibiliser les magistrats de la jeunesse, les acteurs de terrain et les autorités compétentes;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens, d'esprit pratique et de créativité;
- équilibrer :
> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées et des délais;
- être capable de diriger une réunion;
- être capable de tracer des perspectives;
- être en mesure de détecter l'essentiel et de déterminer les priorités par référence à ses missions;
- ...
4. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- la disposition à l'écoute :
- rechercher les attentes (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être poli et courtois;
- être diplomate;
- ...
- l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible, ils sont rédigés avec nuance et tact;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- la qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec ses interlocuteurs;
- avoir le souci de la concertation et de la conciliation;
- ...
5. Esprit de décision :
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant les difficultés des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- pourvoir prendre des décisions dans l'urgence;
- veiller à faire accepter ses suggestions et décisions;
- ...
6. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial dans toutes les décisions et tout au long du processus décisionnel;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme;
- faire preuve de réserve;
- ...
7. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des autres;
- faire preuve de disponibilité;
- faire preuve de capacité de négociation et de conciliation;
- faire preuve d'empathie et de qualités pédagogiques;
- respecter la liberté d'autrui quelles que soient ses convictions personnelles;
- avoir une vision claire du processus de décision des magistrats de la jeunesse;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercice des responsabilités;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées en toutes circonstances;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- pouvoir prendre du recul par rapport aux situations de crise;
- faire preuve de persévérance;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences notamment dans les matières non juridiques en liaison avec ses missions;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Art. N3. Bijlage 3. - Bijlage 31. Evaluatiecriteria en indicatoren.
Substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd;
- beheerst het strafrecht en het strafprocesrecht;
- heeft een grondige kennis van de wetgeving over de strafuitvoering, de rechten van de gedetineerden en de slachtoffers;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ...
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch en synthetisch vermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het teamwerk;
- motiveert collega's en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en om een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren (zittingen...) en termijnen;
- is bekwaam om een vergadering te leiden;
- ...
3. Communicatie- en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- Luisterbereidheid :
- heeft bijzondere aandacht voor de verwachtingen en de rechten van de slachtoffers;
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ...
- Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- Professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met advocaten, justitiële medewerkers (onderzoekers, parketsecretarissen, griffiers, juristen, stagiairs...), de penitentiaire administratie, de rechtsonderhorigen, de administratieve en sociale diensten, en de collega's;
- ...
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- Neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- Neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- ...
5. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van het proces (sensu latu);
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
6. Beleid in strafzaken.
Indicatoren :
- is in staat te oordelen over de opportuniteit een zaak bij de rechtbank aanhangig te maken;
- kan zijn beslissing laten voorafgaan door een reflectie over de sociale dimensie ervan;
- ...
7. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de partijen;
- heeft oog voor het slachtoffer en de veroordeelde en kan een evenwichtige afweging maken van de belangen die in het dossier een rol spelen;
- is in staat met fijnzinnigheid, tact en nuance te ondervragen;
- heeft een goede kennis van het gevangeniswezen en van het psychosociale netwerk van het terrein;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in zijn kabinet, op de zitting of in alle andere omstandigheden;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- ...
3. Samenwerkingsvermogen in hiërarchisch verband.
- kan autonoom werken onder een gesteld gezag;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- is bekommerd om psychosociale bekwaamheden te ontwikkelen;
- ...
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is in staat om zich aan een penitentiaire omgeving aan te passen en de psychosociale aspecten in aanmerking te nemen;
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om, zowel binnen zijn jurisdictie als erbuiten, opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken
GROEP A
1. Juridische kennis vereist voor de te behandelen materies.
Indicatoren :
- beheerst de juridische materies die behandeld worden rekening houdend met de gegevens, feiten en situaties die de magistraat worden voorgelegd;
- beheerst het strafrecht en het strafprocesrecht;
- heeft een grondige kennis van de wetgeving over de strafuitvoering, de rechten van de gedetineerden en de slachtoffers;
- toont belangstelling voor deze materies;
- ...
2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.
Indicatoren :
- geeft blijk van analytisch en synthetisch vermogen;
- geeft blijk van organisatorische vaardigheden in de organisatie van het teamwerk;
- motiveert collega's en medewerkers;
- werkt doeltreffend : is bekwaam om zijn eigen werk te organiseren en om een doeltreffende oplossing te vinden voor de problemen die zich voordoen;
- heeft zin voor initiatief, getuigt van gezond verstand en praktisch inzicht;
- behoudt een evenwicht tussen :
> de kwaliteit van het werk :
- professionele nauwgezetheid;
- creativiteit;
> de kwantiteit van het werk :
- werkmethode;
- opvolging van dossiers;
- is stipt : respecteert vastgestelde uren (zittingen...) en termijnen;
- is bekwaam om een vergadering te leiden;
- ...
3. Communicatie- en uitdrukkingsvaardigheid.
Indicatoren :
- Luisterbereidheid :
- heeft bijzondere aandacht voor de verwachtingen en de rechten van de slachtoffers;
- achterhaalt uitdrukkelijke en impliciete motieven bij de gesprekspartners;
- is in staat om in mondelinge gesprekken belangrijke informatie te achterhalen, door het stellen van vragen en gepast te reageren op de tussenkomsten;
- kan de meest geschikte communicatievorm kiezen;
- is hoffelijk en beleefd;
- ...
- Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid :
- drukt zich op een evenwichtige, bedachtzame en correcte wijze uit;
- schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid : de geschreven documenten zijn gestructureerd, duidelijk geargumenteerd, grammaticaal correct, logisch en precies opgesteld in een begrijpelijke taal;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid : vlot, helder, bondig en precies;
- synthetisch vermogen;
- ...
- Professionele relationele vaardigheid :
- heeft aandacht voor de kwaliteit van de relaties met advocaten, justitiële medewerkers (onderzoekers, parketsecretarissen, griffiers, juristen, stagiairs...), de penitentiaire administratie, de rechtsonderhorigen, de administratieve en sociale diensten, en de collega's;
- ...
4. Besluitvaardigheid.
Indicatoren :
- Neemt zijn verantwoordelijkheid op niettegenstaande de moeilijkheidsgraad van de zaken en situaties waarin beslissingen moeten worden genomen;
- Neemt beslissingen binnen een redelijke termijn;
- ...
5. Beroepsethiek.
Indicatoren :
- is onpartijdig;
- gedraagt zich met respect voor de algemeen aanvaarde beroepsethiek en deontologie;
- is bezorgd voor de openbare dienstverlening en bevordert in het bijzonder het vertrouwen van de rechtsonderhorige in de rechtsbedeling;
- oefent in alle onafhankelijkheid zijn bevoegdheden uit en duldt hierbij geen enkele invloed;
- is bestand tegen elke druk, provocatie of dwang;
- heeft aandacht voor de rechten van de mens en het rechtvaardig verloop van het proces (sensu latu);
- neemt een zekere gereserveerdheid in acht;
- ...
6. Beleid in strafzaken.
Indicatoren :
- is in staat te oordelen over de opportuniteit een zaak bij de rechtbank aanhangig te maken;
- kan zijn beslissing laten voorafgaan door een reflectie over de sociale dimensie ervan;
- ...
7. Sociale en psychologische kwaliteiten.
Indicatoren :
- getuigt van een bijzondere luisterbereidheid t.o.v. de partijen;
- heeft oog voor het slachtoffer en de veroordeelde en kan een evenwichtige afweging maken van de belangen die in het dossier een rol spelen;
- is in staat met fijnzinnigheid, tact en nuance te ondervragen;
- heeft een goede kennis van het gevangeniswezen en van het psychosociale netwerk van het terrein;
- ...
GROEP B
1. Collegialiteit.
Indicatoren :
- is collegiaal ingesteld : zet zich in om de gemeenschappelijke doelstellingen van de groep te realiseren;
- wisselt professionele knowhow en informatie uit;
- heeft zin voor groepswerk : zoekt en neemt verantwoordelijkheid op zich;
- is loyaal t.o.v. de anderen en de genomen beslissingen;
- ...
2. Zelfbeheersing.
Indicatoren :
- evenwichtig gedrag :
- gedraagt zich naar de genomen beslissingen;
- overwint de moeilijkheden waarmee hij geconfronteerd wordt in zijn kabinet, op de zitting of in alle andere omstandigheden;
- stressbestendigheid :
- kan de werkdruk aan;
- behoudt zijn zelfbeheersing zelfs indien hij uitgedaagd wordt;
- ...
3. Samenwerkingsvermogen in hiërarchisch verband.
- kan autonoom werken onder een gesteld gezag;
- ...
GROEP C
1. Vormingsbereidheid.
Indicatoren :
- is bekommerd om zijn bekwaamheid te vervolledigen of te verbeteren;
- neemt initiatief om zijn opleiding te verbeteren;
- behoudt evenwicht tussen werk en vorming;
- is bekommerd om psychosociale bekwaamheden te ontwikkelen;
- ...
2. Aanpassingsvermogen.
Indicatoren :
- is in staat om zich aan een penitentiaire omgeving aan te passen en de psychosociale aspecten in aanmerking te nemen;
- is bereid nieuwe activiteiten uit te oefenen en toont zich hierin doeltreffend;
- bekijkt elke verandering of gevraagde vervanging vanuit een positieve ingesteldheid;
- ...
3. Openheid van geest en engagement.
Indicatoren :
- is beschikbaar om, zowel binnen zijn jurisdictie als erbuiten, opbouwende initiatieven te nemen of er aan mee te werken, maar blijft in staat een goed evenwicht te bewaren tussen de hoofd- en nevenactiviteiten;
- neemt deel aan activiteiten die bijdragen tot een beter inzicht in de maatschappelijke werkelijkheid;
- ...
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 17 augustus 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. N3. Annexe 3. - Annexe 31. Critères d'évaluation et indicateurs.
Substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat;
- avoir la maîtrise du droit pénal et de la procédure pénale;
- connaissance approfondie de la législation relative à l'exécution des peines, aux droits des détenus et des victimes;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ...
2. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse et de synthèse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées (audiences...) et des délais;
- être capable de diriger une réunion;
- ...
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- la disposition à l'écoute :
- être à l'écoute de chacun et particulièrement attentif aux attentes et aux droits des victimes;
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ...
- l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- La qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les avocats, les collaborateurs de justice (enquêteurs, secrétaires, juristes, greffiers, stagiaires, ...), l'administration pénitentiaire, les justiciables, les services administratifs et sociaux et les collègues;
- ...
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- ...
5. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats (sensu lato);
- faire preuve de réserve;
- ...
6. Politique criminelle.
Indicateurs :
- être capable de décider de l'opportunité d'une saisine du tribunal;
- pouvoir faire précéder sa décision d'une réflexion sur la dimension sociale de celle-ci;
- ...
7. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des parties;
- faire preuve de disponibilité tant à l'égard de la victime que du condamné et avoir une approche équilibrée des différents intérêts en présence;
- être capable d'interroger avec nuance, doigté et finesse;
- avoir une bonne connaissance du milieu carcéral et du réseau psychosocial de terrain;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et de l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercer des responsabilités sans se décharger au préjudice de collègues;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans son cabinet, à l'audience, ou en toutes autres circonstances;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- ...
3. Aptitude à travailler dans une structure hiérarchique.
- pouvoir travailler de manière autonome sous autorité;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- avoir le souci de développer des compétences dans le domaine psychosocial;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- avoir la capacité de s'adapter au milieu carcéral et de prendre en considération les aspects psychosociaux;
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tant au sein de sa juridiction qu'en dehors, tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
Substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines
GROUPE A
1. Connaissances juridiques requises pour les matières traitées.
Indicateurs :
- avoir la maîtrise des matières juridiques traitées par référence aux données, faits et situations soumis au magistrat;
- avoir la maîtrise du droit pénal et de la procédure pénale;
- connaissance approfondie de la législation relative à l'exécution des peines, aux droits des détenus et des victimes;
- manifester de l'intérêt pour ces matières;
- ...
2. Efficience et efficacité du travail.
Indicateurs :
- faire preuve de capacité d'analyse et de synthèse;
- démontrer une capacité de gestion dans l'organisation du travail d'une équipe;
- motiver les collègues et collaborateurs;
- être efficace : gérer son travail et offrir des solutions efficaces aux problèmes rencontrés;
- témoigner d'esprit d'initiative, de bon sens et d'esprit pratique;
- équilibrer :
> la qualité du travail :
- conscience professionnelle;
- créativité;
> la quantité du travail :
- méthode de travail;
- suivi des dossiers;
- être ponctuel : respect des heures fixées (audiences...) et des délais;
- être capable de diriger une réunion;
- ...
3. Aptitude à la communication et qualité de l'expression.
Indicateurs :
- la disposition à l'écoute :
- être à l'écoute de chacun et particulièrement attentif aux attentes et aux droits des victimes;
- rechercher les motivations (explicites et implicites) des interlocuteurs;
- être capable d'identifier les informations importantes dans les communications orales, de poser des questions et de réagir adéquatement aux interventions;
- être apte à choisir le mode d'échange le plus adéquat;
- être poli et courtois;
- ...
- l'expression orale et écrite :
- s'exprimer de manière pondérée, réfléchie et correcte;
- expression écrite : les écrits sont structurés, argumentés avec clarté, grammaticalement corrects, rédigés avec logique et précision dans une langue compréhensible;
- expression orale : aisée, claire, concise et précise;
- esprit de synthèse;
- ...
- La qualité des relations professionnelles :
- être attentif à préserver une relation de qualité avec les avocats, les collaborateurs de justice (enquêteurs, secrétaires, juristes, greffiers, stagiaires, ...), l'administration pénitentiaire, les justiciables, les services administratifs et sociaux et les collègues;
- ...
4. Esprit de décision.
Indicateurs :
- prendre ses responsabilités nonobstant la difficulté des matières et situations soumises à décisions;
- prendre des décisions dans un délai raisonnable;
- ...
5. Ethique professionnelle.
Indicateurs :
- être impartial;
- respecter l'éthique professionnelle et la déontologie généralement acceptées;
- avoir le sens du service public en favorisant notamment la confiance du justiciable en la justice;
- exercer les fonctions en toute indépendance, à l'abri de toute influence;
- être apte à résister à toute pression, provocation ou contrainte;
- être attentif aux droits de l'homme et au déroulement équitable des débats (sensu lato);
- faire preuve de réserve;
- ...
6. Politique criminelle.
Indicateurs :
- être capable de décider de l'opportunité d'une saisine du tribunal;
- pouvoir faire précéder sa décision d'une réflexion sur la dimension sociale de celle-ci;
- ...
7. Qualités sociales et psychologiques.
Indicateurs :
- faire preuve de disposition particulière à l'écoute des parties;
- faire preuve de disponibilité tant à l'égard de la victime que du condamné et avoir une approche équilibrée des différents intérêts en présence;
- être capable d'interroger avec nuance, doigté et finesse;
- avoir une bonne connaissance du milieu carcéral et du réseau psychosocial de terrain;
- ...
GROUPE B
1. Collégialité.
Indicateurs :
- avoir le sens de la collégialité : participation à la réalisation des objectifs communs poursuivis;
- transmettre le savoir-faire et de l'information;
- avoir le sens du travail d'équipe : recherche et exercer des responsabilités sans se décharger au préjudice de collègues;
- être loyal envers les autres et les décisions prises;
- ...
2. Maîtrise de soi.
Indicateurs :
- comportement équilibré :
- assumer les décisions prises;
- surmonter les difficultés rencontrées dans son cabinet, à l'audience, ou en toutes autres circonstances;
- capacité à supporter le stress :
- supporter la charge de travail;
- être capable de se maîtriser même en cas de provocation;
- ...
3. Aptitude à travailler dans une structure hiérarchique.
- pouvoir travailler de manière autonome sous autorité;
- ...
GROUPE C
1. Intérêt pour une formation continue.
Indicateurs :
- avoir le souci de se perfectionner et d'améliorer ses compétences;
- prendre des initiatives pour améliorer sa formation;
- maintenir un équilibre entre travail et formation;
- avoir le souci de développer des compétences dans le domaine psychosocial;
- ...
2. Faculté d'adaptation.
Indicateurs :
- avoir la capacité de s'adapter au milieu carcéral et de prendre en considération les aspects psychosociaux;
- se porter volontaire pour des activités nouvelles et s'y montrer efficace;
- envisager de manière positive tout changement ou remplacement demandé;
- ...
3. Ouverture d'esprit et engagement.
Indicateurs :
- être disponible pour prendre des initiatives constructives tant au sein de sa juridiction qu'en dehors, tout en préservant un juste équilibre entre les activités principales et subsidiaires;
- participer à des activités susceptibles de contribuer à une meilleure perception des réalités sociales;
- ...
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 17 août 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.