Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 FEBRUARI 2007. - Omzendbrief nr. 568 met betrekking tot de reglementaire wijzigingen in het kader van het ziekteverzuim. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-02-2007 en tekstbijwerking tot 02-01-2014)
Titre
13 FEVRIER 2007. - Circulaire n° 568 relative aux modifications réglementaires dans le cadre des absences pour maladie. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-02-2007 et mise à jour au 02-01-2014)
Table des matières
Table des matières
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel M. Ik zou het op prijs stellen indien u de inhoud van deze omzendbrief zou meedelen aan alle personeelsleden van de diensten, besturen en instellingen waarover u gezag, toezicht of voogdij uitoefent.
  Deze omzendbrief licht de reglementaire bepalingen toe met betrekking tot het toezicht op de afwezigheden tengevolge van ziekte en ongeval van contractuele en statutaire personeelsleden tewerkgesteld binnen het federaal administratief openbaar ambt. Tevens vervangt hij het " hoofdstuk I. Controle op de afwezigheden wegens ziekte " van het Reglement van de Administratieve Gezondheidsdienst (AGD) en alle voorgaande omzendbrieven met betrekking tot dit onderwerp, met uitzondering van omzendbrief nr. 557 van 22 november 2005 (Belgisch Staatsblad van 6 december 2005) betreffende de verplaatsingsonkosten bij medisch controleonderzoek.
  Onder " ziekte of ongeval " moet hier verstaan worden elke ziekte of ongeval in de privé-sfeer, met uitsluiting van de afwezigheden tengevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van of naar het werk en een beroepsziekte.
  Het toezicht op de afwezigheden tengevolge van een ziekte of een ongeval voor zowel contractuele als statutaire personeelsleden wordt uitgevoerd door het Bestuur van de Medische Expertise (Medex), de opvolger van de Administratieve Gezondheidsdienst (AGD).
  Het koninklijk besluit van 17 januari 2007 houdende wijzigingen van diverse reglementaire bepalingen betreffende de controle van afwezigheden wegens ziekte van de personeelsleden van de rijksbesturen en betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen voegt een nieuw hoofdstuk IXbis toe in het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen dat de controle van de afwezigheden tengevolge van ziekte en ongeval regelt voor de statutaire personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt. Het systeem van de " spontane controle " bestaat niet langer.
  Voor contractuele personeelsleden wordt het toezicht op afwezigheden tengevolge van ziekte en ongeval geregeld door artikel 31 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Daarenboven regelt deze bepaling de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens ziekte of ongeval, de verwittiging van de werkgever, de controle van de werkgever op de afwezigheid van de werknemer en de regeling van het medisch geschil dat na de controle zou kunnen ontstaan. Daarnaast bepaalt het nieuwe artikel 61 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 de specifieke modaliteiten met betrekking tot het verwittigen van de werkgever en het indienen van het geneeskundig getuigschrift bij Medex.
  HOOFDSTUK I. - Toezicht op de afwezigheden tengevolge ziekte of ongeval.
  I.1. verwittiging en geneeskundig getuigschrift.
  Een contractueel of statutair personeelslid, dat ten gevolge van ziekte of ongeval verhinderd is, is verplicht de overheid, waaronder het ressorteert, onmiddellijk op de hoogte te brengen van zijn afwezigheid volgens de modaliteiten bepaald door de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal of de leidende ambtenaar.
  De diensten behorend tot het federaal administratief openbaar ambt zijn er toe gehouden de gegevens van hun personeelsleden met betrekking tot de afwezigheden ten gevolge van een ziekte of een ongeval te bezorgen aan Medex.
  Voor een afwezigheid wegens ziekte of ongeval die langer duurt dan één dag, dient een personeelslid zo snel mogelijk een geneeskundig getuigschrift in te dienen bij Medex. Het geneeskundig getuigschrift maakt melding van de ziekte, de waarschijnlijke duur ervan, de verblijfplaats van het personeelslid en of het personeelslid zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven. Dit geneeskundig getuigschrift vermeld eveneens de handtekening, de duidelijk leesbare naam en het RIZIV-nummer van de behandelend arts. Het geneeskundig getuigschrift moet gefrankeerd worden als brief en onmiddellijk naar het centrum verstuurd worden van de regio waar het personeelslid woont. Het personeelslid gebruikt hiertoe het formulier overeenkomstig bijlage I.
  Contractuele personeelsleden moeten zich vanaf het begin van hun ziekteperiode eveneens in orde stellen met de geldende voorschriften van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  Van zodra de gezondheidstoestand van het personeelslid het hem toelaat, kan hij zijn dienst hernemen, zelfs wanneer het geneeskundig getuigschrift van de behandelende arts een langere periode voorschrijft.
  Als het personeelslid bij het verstrijken van de periode van ziekte, die vermeld werd in het geneeskundig getuigschrift, zich niet voldoende hersteld voelt om zijn dienst te hervatten, dient het de dag waarop zijn ziekteperiode afloopt een nieuw geneeskundig getuigschrift aan Medex toe te sturen. Hij moet de overheid waaronder hij ressorteert, inlichten over de verlenging.
  I.2. controle van de afwezigheden tengevolge van ziekte of ongeval.
  De controle van het personeelslid kan gebeuren op vraag van de dienst van het personeelslid of op initiatief van Medex.
  Het personeelslid is verplicht de arts aangeduid door Medex (hierna : de controlearts) te ontvangen of in te gaan op de oproep om zich aan te melden bij de controlearts. Het personeelslid mag het medisch onderzoek niet weigeren en mag het uitvoeren van het medisch onderzoek door de controlearts niet belemmeren. Het is bijvoorbeeld van zeer groot belang dat het personeelslid zijn dienst op de hoogte brengt van elke wijziging van zijn woonplaats of zijn (tijdelijke) verblijfplaats (bijv. ziekenhuis, revalidatiecentrum, ...). Het nalaten om wijzigingen door te geven, kan beschouwd worden als een belemmering van de controle.
  Het medisch onderzoek vindt plaats in de woon- of verblijfplaats van het personeelslid. Het personeelslid dient zich ter beschikking te houden voor de controle op het adres dat hij opgegeven heeft bij zijn dienst of in het getuigschrift. Bij afwezigheid van het personeelslid, laat de controlearts bericht achter waarin het personeelslid wordt verzocht zich op het vermelde uur aan te melden bij de controlearts. Het personeelslid moet dus wanneer hij zijn woonplaats of verblijfplaats voor kortere of langere periode verlaten heeft, controleren of er geen controlearts langs geweest is, door bijvoorbeeld regelmatig zijn brievenbus te controleren.
  Het personeelslid dat de woon- of verblijfplaats mag verlaten, kan door Medex eveneens opgeroepen worden om zich voor een onderzoek aan te melden bij de controlearts. De verplichting om in dit geval de eerste drie werkdagen van de afwezigheid thuis beschikbaar te blijven voor de controle werd niet overgenomen en is dus niet langer van toepassing.
  De verplaatsingsonkosten voor medisch controleonderzoek worden geregeld door omzendbrief nr. 557 van 22 november 2005.
  In het geval dat een personeelslid gevolg geeft aan de oproep van de controlearts en op de weg naar het kabinet van de controlearts overkomt hem een ongeval, dan zal het personeelslid beschouwd worden als slachtoffer van een ongeval op de weg van en naar het werk.
  De controle van elk personeelslid kan gebeuren vanaf de eerste dag van de afwezigheid en tijdens de volledige periode van de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval (dus ook de dagen dat het personeelslid niet verplicht is te werken).
  Voor de personeelsleden die in continudienst werken, kunnen de controles ook uitgevoerd worden gedurende de periode van 24 uur volgend op het begin van de afwezigheid, zelfs indien het personeelslid op dit ogenblik niet verplicht is te werken.
  De controle vindt in elk geval plaats tussen 8 en 20 uur.
  De controlearts gaat na of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval gerechtvaardigd is en kan constateren dat :
  1° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is;
  2° of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is voor een kortere periode dan vermeld werd in het geneeskundig getuigschrift;
  3° of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch ongerechtvaardigd is.
  De controlearts oefent zijn opdracht uit overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde.
  De controlearts overhandigt onmiddellijk, eventueel na raadpleging van de arts die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan het personeelslid. Indien het personeelslid op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, wordt dit door de controlearts vermeld op het bovenvermeld document.
  Wanneer de controlearts beslist dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval, ongerechtvaardigd is, dan dient het personeelslid het werk de volgende werkdag te hervatten.
  Wanneer de controlearts beslist dat de afwezigheid tengevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is voor een kortere periode dan vermeld in het geneeskundig getuigschrift, dan dient het personeelslid het werk te hervatten op de door de controlearts vastgestelde datum.
  I.3. scheidsrechterlijke procedure.
  De geschillen tussen het personeelslid en de controlearts worden beslecht via een scheidsrechterlijke procedure. De beslissing die voortvloeit uit deze scheidsrechterlijke procedure is definitief en bindend. De bevoegdheid van de rechtbanken om in deze geschillen op te treden, blijft uiteraard gevrijwaard.
  Binnen twee werkdagen (1) na de overhandiging van de bevindingen door de controlearts, kan de meest belanghebbende partij, mits akkoord van de controlearts, een arts-scheidsrechter aanwijzen met het oog op het beslechten van het medische geschil.
  ( (1) Hier dient verstaan te worden onder " werkdag ", alle dagen met uitzondering van de zaterdagen, zondagen, reglementaire en wettelijke feestdagen (koninklijk besluit van 19 november 1998, art. 2, § 1, 2e lid). )
  Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg opgemaakte lijst (www.meta.fgov.be en doorklikken naar " lijsten ").
  In de meeste gevallen is de meest belanghebbende partij het personeelslid maar dit kan ook Medex zijn.
  De arts-scheidsrechter voert een nieuw medisch onderzoek uit en neemt binnen de 3 werkdagen na zijn aanwijzing een beslissing. Hij brengt zowel de behandelende arts als de controlearts op de hoogte. Medex en het personeelslid worden onmiddellijk schriftelijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd door de arts-scheidsrechter.
  Tijdens het verloop van de arbitrageprocedure blijft de administratieve toestand van het statutaire personeelslid geregeld door de bepalingen die betrekking hebben op zijn afwezigheid wegens ziekte, in zoverre dat de ziekteperiode vermeld in het geneeskundig getuigschrift nog niet afgelopen is.
  Indien de arts-scheidsrechter een negatieve beslissing neemt, wordt, de periode tussen de datum van werkhervatting bepaald door de controlearts en de datum van de beslissing van de arts-scheidsrechter, omgezet in non-activiteit.
  De kosten van de procedure en eventuele verplaatsingskosten van het personeelslid vallen ten laste van de verliezende partij. De kosten van de procedure worden rechtstreeks betaald aan de arts-scheidsrechter.
  De kosten van de procedure bevatten zowel het bedrag van het honorarium van de arts-scheidsrechter als de administratieve kosten verbonden aan de beslissing van de arts-scheidsrechter.
  De kosten worden vastgesteld bij het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de kosten van de procedure in geval van tussenkomst van een arts-scheidsrechter ingevolge toepassing van artikel 31 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 3 oktober 2002.
  Op datum van deze omzendbrief is het bedrag van het honorarium van de arts-scheidsrechter vastgesteld op 75 EUR en de administratieve kosten op 38 EUR.
  I.4. Gevolgen voor de administratieve situatie van de personeelsleden.
  Indien het statutair personeelslid het nalaat van een geneeskundig getuigschrift in te dienen bij Medex, het medisch onderzoek door de controlearts weigert of hij het de controlearts onmogelijk maakt om het medisch onderzoek uit te voeren, dan bevindt hij zich van rechtswege in non-activiteit, behalve bij overmacht.
  Onder het begrip " overmacht " dienen we te begrijpen, " de niet-toerekenbare onmogelijkheid om zijn verplichting na te komen ". Indien er zich een reden van overmacht heeft voor gedaan, dan brengt het personeelslid zijn dienst op de hoogte. De dienst gaat al dan niet akkoord met de reden van overmacht opgegeven door het personeelslid.
  Ter herinnering, het feit dat een statutair personeelslid in non-activiteit geplaatst wordt, betekent dat dit statutair personeelslid geen recht op wedde heeft en dat hij geen aanspraak kan maken op bevordering en op bevordering in zijn weddenschaal (koninklijk besluit van 2 oktober 1937, art. 104). Bovendien stellen artikelen 15 en 17 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten dat voor het vaststellen van de geldelijke anciënniteit enkel volle kalendermaanden in aanmerking komen.
  Voor het contractueel personeelslid betekent het niet indienen van een geneeskundig getuigschrift of het ontwijken of weigeren van een medisch onderzoek door de controlearts, niet dat het in non-activiteit geplaatst wordt aangezien de administratieve standen niet van toepassing zijn op contractuele personeelsleden.
  Voor het niet indienen van het geneeskundig getuigschrift wordt het personeelslid het gewaarborgd loon ontzegd. Dat is ook het geval voor het ontwijken of weigeren van het medisch onderzoek door de controlearts (Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, art. 31, § 2, tweede lid, en § 4, eerste lid), behoudens in geval van overmacht.
  In dit geval, is de tussentijdse verhoging vertraagd in verhouding tot de ongewettigde afwezigheid, zoals voor een statutair (koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen in de federale overheidsdiensten, art. 2, § 1, 2°).
  HOOFDSTUK II. - Specifieke situaties.
  II.1. ééndagsziekte.
  Voor een afwezigheid wegens ziekte van één dag dient een personeelslid geen geneeskundig getuigschrift in te dienen indien het gaat over de eerste of de tweede afwezigheid wegens ziekte of ongeval van één dag tijdens het lopende kalenderjaar.
  Vanaf de derde afwezigheid van één dag is het personeelslid wel verplicht onmiddellijk een geneeskundig getuigschrift in te dienen. De bepalingen rond verwittiging gelden eveneens voor ééndagsziekten.
  Besturen van het federaal administratief openbaar ambt hoeven niet langer een AGD 1C door te geven aan Medex. Deze besturen kunnen dergelijke afwezigheid rechtstreeks meedelen via de applicatie die Medex ter beschikking stelt.
  Wanneer het statutair personeelslid één dag afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval en geen arts heeft geraadpleegd, en de controlearts oordeelt na medisch onderzoek dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval niet gerechtvaardigd is, dan bevindt het statutair personeelslid zich van rechtswege in non-activiteit. Het statutair personeelslid kan vragen om één dag jaarlijks vakantieverlof op te nemen in dit geval met akkoord van de voorzitter van het directiecomité, van de secretaris-generaal, van de leidende ambtenaar of van hun afgevaardigde.
  Wanneer een contractueel personeelslid één dag afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval en geen arts heeft geraadpleegd, en de controlearts oordeelt na medisch onderzoek dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval niet gerechtvaardigd is, dan heeft het contractueel personeelslid geen recht op het gewaarborgd loon. Het contractueel personeelslid kan vragen om één dag jaarlijks vakantieverlof op te nemen in dit geval met akkoord van de voorzitter van het directiecomité, van de secretaris-generaal, van de leidende ambtenaar of van hun afgevaardigde.
  II.2. een personeelslid wordt ziek in de loop van de dag.
  Een contractueel of statutair personeelslid dat ziek wordt in de loop van de dag en van zijn dienstchef de toelating krijgt het werk te verlaten om zich naar huis te begeven of medische zorgen te ontvangen, wordt gedekt door een dienstvrijstelling. Indien de afwezigheid zich beperkt tot die dag is er geen geneeskundig getuigschrift vereist en wordt deze dag niet aangerekend als een afwezigheid tengevolge van ziekte of ongeval.
  (Tweede lid ingetrokken).
  II.3. Moederschapsverlof en afwezigheden wegens ziekte.
  Wanneer een vrouwelijke personeelslid zwanger is, moet zij haar dienst op de hoogte brengen van haar zwangerschap aan de hand van een geneeskundig getuigschrift waarin de vermoedelijke bevallingsdatum vermeld wordt. Het personeelslid heeft er belang bij om dit zo snel mogelijk te doen en bovendien bepaalt artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 dat ze dit ten laatste 7 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum moet doen (of 9 weken wanneer de geboorte van een meerling voorzien is).
  Belangrijk is om nog eens te vermelden dat voor statutaire vrouwelijke personeelsleden het onderscheid dient gemaakt te worden tussen afwezigheden wegens ziekte die te wijten zijn aan de zwangerschap en niet. In het geval dat de afwezigheid wegens ziekte te wijten is aan de zwangerschap, wordt deze periode omgezet in moederschapsverlof wanneer deze valt tussen de zesde tot en met de tweede week voorafgaand voor de bevallingsdatum. In het geval dat de afwezigheid wegens ziekte niet te wijten is aan de zwangerschap, dan wordt de periode van afwezigheid wegens ziekte niet omgezet in moederschapsverlof (koninklijk besluit van 19 november 1998, art. 26).
  Dit onderscheid tussen een afwezigheid wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap of niet, wordt niet gemaakt voor het contractueel vrouwelijk personeelslid. Voor haar wordt elke afwezigheid wegens ziekte van de zesde tot en met de tweede week voor de bevalling omgezet in moederschapsverlof (Arbeidswet van 16 maart 1971, art. 39).
  II.4. Verblijf in het buitenland tijdens een afwezigheid ten gevolge van een ziekte of een ongeval voor statutaire personeelsleden.
  Wanneer een statutair personeelslid tijdens zijn ziekteverlof in het buitenland wil verblijven, dient hij hiervoor voorafgaandelijk toestemming krijgen van Medex (koninklijk besluit van 19 november 1998, art. 64). Deze bepaling is niet van toepassing op contractuele personeelsleden. Medex mag zich niet in de plaats stellen van het ziekenfonds.
  Om deze toelating te krijgen moet het statutair personeelslid zich aanbieden in het bevoegde medisch centrum en dit in principe minstens een week voor zijn vertrek. Hij moet voorafgaand een telefonische afspraak maken en hij dient een attest van zijn behandelend arts voor te leggen waarin deze het verblijf in het buitenland medisch motiveert.
  II.5. Aanvraag verminderde prestaties wegens ziekte voor statutaire personeelsleden.
  Een statutair personeelslid kan zijn ambt met verminderde prestaties wegens ziekte uitoefenen, met het doel om zich opnieuw aan te passen aan het normale arbeidsritme. Deze verminderde prestaties moeten elke dag worden verricht (koninklijk besluit van 19 november 1998, art. 50-54). De verminderde prestaties worden steeds toegestaan voor een periode van 30 dagen maar het statutair personeelslid kan steeds vragen om deze te verlengen met nogmaals 30 dagen. Dit stelsel is niet van toepassing op de contractuele personeelsleden.
  Met het koninklijk besluit van 17 januari 2007 werden een aantal wijzigingen aangebracht aan de procedure voor het aanvragen voor de verminderde prestaties wegens ziekte.
  In de eerste plaats is het belangrijk te vermelden dat, door de wijziging van artikel 50 van het koninklijk besluit van 19 november 1998, de verminderde prestaties wegens ziekte steeds moeten aansluiten op een ononderbroken periode van afwezigheid wegens ziekte van tenminste 30 dagen.
  Daarnaast werd ook de procedure voor het aanvragen van de verminderde prestaties wegens ziekte verduidelijkt en aangevuld met de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de beslissing van de arts van Medex. Het statutair personeelslid, dat wenst te werken volgens het stelsel van de verminderde prestaties wegens ziekte of het stelsel wil verlengen, dient advies te vragen van de arts van Medex en moet aan de arts van Medex een geneeskundig getuigschrift en een plan voor reïntegratie voorleggen van zijn behandelend arts. In het plan voor reïntegratie vermeldt de behandelend arts de vermoedelijke datum van de volledige werkhervatting. Het statutair personeelslid dient het advies van Medex ten minste vijf werkdagen vóór de aanvang van de verminderde prestaties verkregen te hebben.
  De arts die door Medex is aangewezen om het statutair personeelslid te onderzoeken, spreekt zich uit over de lichaamsgeschiktheid van het statutair personeelslid om zijn ambt met verminderde prestaties uit te oefenen en bepaalt eveneens het percentage (50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties). Deze arts overhandigt zo spoedig mogelijk, eventueel na raadpleging van diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan het statutair personeelslid. Indien het statutair personeelslid op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de arts van Medex, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift.
  Binnen twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen door de arts van Medex, kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medische geschil en in onderling akkoord een arts-scheidsrechter aanwijzen. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg opgemaakte lijst (www.meta.fgov.be en doorklikken naar " lijsten ").
  De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.
  De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van het statutair personeelslid, vallen ten laste van de verliezende partij.
  De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de arts van Medex op de hoogte van zijn beslissing. Medex en het statutair personeelslid worden onmiddellijk schriftelijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd door de arts-scheidsrechter.
  II.6. Aanvraag erkenning " langdurig en ernstige ziekte " voor statutaire personeelsleden.
  Wanneer een statutair personeelslid zijn ziektekapitaal uitgeput heeft dan wordt hij in disponibiliteit wegens ziekte geplaatst en krijgt hij een wachtgeld van 60 % van zijn laatste activiteitswedde. De laatste activiteitswedde is deze overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop de ambtenaar zich in disponibiliteit bevond (koninklijk besluit van 19 november 1998, hoofdstuk IX). Door herhaaldelijke wijzigingen aan het hoofdstuk IX rond de disponibiliteit was de samenhang verloren gegaan en daarom werd besloten om het hoofdstuk te herschrijven.
  Bovendien werd beslist om de procedure rond de erkenning van een ziekte als langdurig en ernstig te vereenvoudigen. Tot nu moest het statutair personeelslid dat ziek was en in disponibiliteit wegens ziekte geplaatst, drie maanden in disponibiliteit staan vooraleer hij kon vragen om te verschijnen voor de Pensioencommissie met verzoek om zijn ziekte te erkennen als ernstig en langdurig. Een gunstige beslissing betekende dan dat het statutair personeelslid recht had op een wachtgeld gelijk aan 100 % van de laatste activiteitswedde, met uitwerking vanaf het moment dat het statutair personeelslid in disponibiliteit werd geplaatst.
  Met betrekking tot de erkenning van een ziekte als ernstig en langdurig, schrapt het nieuwe artikel 58 van het koninklijk besluit van 19 november 1998, de termijn van drie maanden. Dit betekent dat de artsen die zetelen in de pensioencommissie geen drie maanden meer moeten wachten om een uitspraak te kunnen doen. Zij kunnen dit reeds doen vanaf de eerste dag dat een statutair personeelslid in disponibiliteit wegens ziekte geplaatst is.
  Het is belangrijk aan te stippen dat voor wat betreft de interpretatie van het begrip " ernstig en langdurig " er geen limitatieve lijst bestaat. De interpretatie wordt overgelaten aan de artsen van de pensioencommissie. De medische diagnose op zich is geen onbetwistbare reden tot het toekennen van het overeenkomstig geldelijk voordeel. Ook de ernst van de functionele weerslag van de medische aandoening wordt in aanmerking genomen.
  De Minister van Volksgezondheid,
  R. DEMOTTE
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  Ch. DUPONT
Article M. Je vous saurais gré de bien vouloir communiquer la teneur de la présente circulaire à tous les membres du personnel des services, administrations et organismes placés sous votre autorité, contrôle ou tutelle.
  La présente circulaire précise les dispositions réglementaires relatives au contrôle des absences par suite de maladie ou d'accident de membres du personnel statutaire et contractuel employés au sein de la fonction publique fédérale administrative. En outre, elle remplace le " chapitre Ier. Contrôle des absences par suite de maladie " du Règlement du Service de Santé administratif (SSA) et toutes les circulaires précédentes relatives à ce sujet, à l'exception de la circulaire n° 557 du 22 novembre 2005 (Moniteur belge du 06 décembre 2005) relative aux frais de déplacement en cas d'examen médical de contrôle.
  Par " maladie ou accident ", il y a lieu en l'espèce d'entendre toute maladie ou accident dans la sphère privée, à l'exclusion des absences pour cause d'accident de travail, accident survenu sur le chemin du travail et maladie professionnelle.
  Le contrôle des absences par suite de maladie ou d'accident pour les membres du personnel tant contractuel que statutaire est effectué par l'Administration de l'Expertise médicale (Medex), successeur du Service de Santé administratif (SSA).
  L'arrêté royal du 17 janvier 2007 modifiant diverses dispositions réglementaires relatives au contrôle des absences par suite de maladie des membres du personnel des administrations de l'Etat et relatives aux congés et absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat ajoute un nouveau chapitre IXbis à l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat réglant le contrôle des absences par suite de maladie et d'accident pour les membres du personnel statutaire de la fonction publique fédérale administrative. Le système de " contrôle spontané " n'existe plus.
  Pour les membres du personnel contractuel, la surveillance des absences par suite de maladie et d'accident est réglée par l'article 31 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Cette disposition règle en outre la suspension de l'exécution du contrat de travail pour cause de maladie ou d'accident, les modalités d'avertissement de l'employeur, le contrôle par l'employeur de l'absence du travailleur et le règlement du litige médical qui pourrait survenir à l'issue du contrôle. En outre, le nouvel article 61 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 détermine les modalités spécifiques relatives à l'avertissement de l'employeur et l'introduction d'un certificat médical auprès de Medex.
  CHAPITRE Ier. - Surveillance des absences par suite de maladie ou d'accident.
  I.1. avertissement et certificat médical.
  Un membre du personnel contractuel ou statutaire empêché pour cause de maladie ou d'accident est tenu d'informer immédiatement l'autorité dont il relève, de son absence selon les modalités fixées par le président du comité de direction, le secrétaire général ou le fonctionnaire dirigeant.
  Les services de la fonction publique fédérale administrative sont tenus de communiquer à Medex les données de leurs membres du personnel relatives aux absences par suite de maladie ou d'accident.
  Pour une absence pour maladie ou accident d'une durée supérieure à un jour, le membre du personnel doit introduire le plus rapidement possible un certificat médical auprès de Medex. Le certificat médical mentionne la maladie, la durée probable de celle-ci, le lieu de résidence du membre du personnel et si le membre du personnel peut se déplacer ou non en vue d'un contrôle. Ce certificat médical mentionne également la signature, le nom clairement lisible et le numéro INAMI du médecin traitant. Le certificat médical doit être affranchi au tarif d'une lettre et doit immédiatement être envoyé au centre de la région où habite le membre du personnel. Le membre du personnel utilise à cet effet le formulaire conformément à l'annexe Ire.
  Les membres du personnel contractuel doivent également appliquer dès le début de leur période de maladie, les prescriptions en vigueur dans le cadre de l'assurance soins de santé et indemnité.
  Dès que la situation de santé du membre du personnel le lui permet, il peut reprendre le service, même lorsque le certificat médical du médecin traitant prescrit une période plus longue.
  Lorsqu'à l'issue de la période de maladie mentionnée dans le certificat médical, le membre du personnel se sent insuffisamment rétabli afin de reprendre le service, il introduit le jour où se termine sa période de maladie, un nouveau certificat médical auprès de Medex. Il est tenu d'informer de la prolongation, l'autorité dont il relève.
  I.2. contrôle des absences par suite de maladie ou d'accident.
  Le contrôle du membre du personnel peut se faire à la demande du service du membre du personnel ou à l'initiative de Medex.
  Le membre du personnel est tenu de recevoir le médecin désigné par Medex (dénommé ci-après médecin-contrôleur) ou de répondre à la convocation lui demandant de se présenter chez le médecin-contrôleur. Le membre du personnel ne peut refuser l'examen médical ni gêner l'exécution de l'examen médical par le médecin-contrôleur. Par exemple, il est impératif que le membre du personnel informe son service de toute modification de son domicile ou de son lieu de résidence (temporaire) (p. ex. : hôpital, centre de rééducation,..). Le fait de négliger de transmettre de telles modifications peut être considéré comme de nature à gêner le contrôle.
  L'examen médical a lieu au domicile ou au lieu de résidence du membre du personnel. Le membre du personnel doit être présent pour le contrôle, à l'adresse qu'il a indiquée à son service ou dans le certificat. En cas d'absence du membre du personnel, le médecin-contrôleur laisse un avis invitant le membre du personnel à se présenter, à l'heure mentionnée, chez le médecin-contrôleur. Lorsqu'il quitte son domicile ou son lieu de résidence pour une période plus ou moins longue, le membre du personnel doit donc vérifier si un médecin-contrôleur n'est pas passé, par exemple en vérifiant régulièrement sa boîte aux lettres.
  Le membre du personnel qui peut quitter le domicile ou le lieu de résidence peut également être convoqué par Medex pour se présenter auprès du médecin-contrôleur en vue d'un examen. Dans ce cas, l'obligation de demeurer présent les trois premiers jours ouvrables chez lui en vue d'un contrôle, n'a pas été reprise et n'est donc plus d'application.
  Les frais de déplacement pour l'examen médical de contrôle sont réglés par la circulaire n° 557 du 22 novembre 2005.
  En cas d'accident survenant sur le chemin vers le cabinet du médecin-contrôleur, le membre du personnel qui répond à la convocation du médecin-contrôleur, est considéré comme victime d'un accident survenu sur le chemin du travail.
  Le contrôle de chaque membre du personnel peut se faire à partir du premier jour d'absence et pendant la totalité de la période d'absence par suite de maladie ou d'accident (y compris les jours où le membre du personnel n'est pas tenu de travailler).
  Pour les membres du personnel qui travaillent en service continu, les contrôles peuvent aussi être effectués durant la période de 24 heures qui suit le début de l'absence, même si le membre du personnel n'est plus tenu de travailler à ce moment.
  Le contrôle a lieu dans tous les cas entre 8 et 20 heures.
  Le médecin-contrôleur vérifie si l'absence par suite de maladie ou d'accident est justifiée et peut constater :
  1° que l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement justifiée;
  2° ou que l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement justifiée pour une période plus courte que celle mentionnée sur le certificat médical;
  3° ou que l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement injustifiée.
  Le médecin-contrôleur exerce sa mission conformément aux dispositions de l'article 3 de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle.
  Le médecin-contrôleur remet immédiatement, éventuellement après consultation du médecin qui a délivré le certificat médical, ses constatations écrites au membre du personnel. Si le membre du personnel ne peut à ce moment-là marquer son accord avec les constatations du médecin-contrôleur, ceci sera acté par ce dernier sur l'écrit précité.
  Lorsque le médecin-contrôleur décide que l'absence par suite de maladie ou d'accident est injustifiée, le membre du personnel doit reprendre le travail le jour ouvrable suivant.
  Lorsque le médecin-contrôleur décide que l'absence par suite de maladie ou d'accident est médicalement justifiée pour une période plus courte que celle mentionnée dans le certificat médical, le membre du personnel doit reprendre le travail à la date fixée par le médecin-contrôleur.
  I.3. procédure d'arbitrage.
  Les litiges entre le membre du personnel et le médecin-contrôleur sont réglés par le truchement d'une procédure d'arbitrage. La décision qui découle de cette procédure d'arbitrage est définitive et contraignante. La compétence des tribunaux d'intervenir dans ces litiges demeure à l'évidence sauvegardée.
  Dans les deux jours ouvrables(1) qui suivent la remise des constatations par le médecin-contrôleur, la partie la plus intéressée peut en accord avec le médecin-contrôleur choisir un médecin-arbitre en vue de régler le litige médical.
  ( (1) Il y a lieu d'entendre par " jour ouvrable ", tous les jours à l'exception des samedis, des dimanches, des jours fériés légaux et réglementaires (arrêté royal du 19 novembre 1998, art. 2, § 1er, alinéa 2). )
  Si aucun accord ne peut être conclu dans les deux jours ouvrables, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical, un médecin-arbitre qui satisfait aux dispositions de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle et figure sur la liste établie par le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale (www.meta.fgov.be et cliquer sur les " listes ").
  Dans la plupart des cas, la partie la plus intéressée est le membre du personnel, mais cela peut être également Medex.
  Le médecin-arbitre effectue un nouvel examen médical et statue sur le litige médical dans les trois jours ouvrables qui suivent sa désignation. Il en informe tant le médecin traitant que le médecin-contrôleur. Medex et le membre du personnel en sont immédiatement avertis par écrit, par lettre recommandée à la poste, par le médecin-arbitre.
  Pendant le déroulement de la procédure d'arbitrage, la situation administrative du membre du personnel statutaire reste réglée par les dispositions qui ont trait à son absence pour cause de maladie, dans la mesure où la période de maladie mentionnée dans le certificat médical ne s'est pas encore terminée.
  Si le médecin-arbitre prend une décision négative, la période entre la date de reprise du travail fixée par le médecin-contrôleur et la date de la décision du médecin-arbitre est convertie en non-activité.
  Les frais de cette procédure, ainsi que les éventuels frais de déplacement du membre du personnel, sont à charge de la partie perdante. Les frais de procédure sont payés directement au médecin-arbitre.
  Les frais de la procédure comprennent tant le montant des honoraires du médecin-arbitre que les frais administratifs liés à la décision du médecin-arbitre.
  Les frais sont fixés par l'arrêté royal du 20 septembre 2002 fixant les frais de la procédure en cas d'intervention d'un médecin-arbitre en conséquence de l'application de l'article 31 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail (Moniteur belge du 3 octobre 2002).
  A la date de la présente circulaire, le montant des honoraires du médecin-arbitre sont fixés à 75 EUR et les frais administratifs à 38 EUR.
  I.4. conséquences sur la situation administrative des membres du personnel.
  Si le membre du personnel omet d'introduire un certificat médical auprès de Medex, refuse le contrôle médical par le médecin-contrôleur ou rend impossible l'exécution de l'examen médical par le médecin-contrôleur, il se retrouve de plein droit en position de non-activité, sauf en cas de force majeure.
  Par la notion de " force majeure ", il y a lieu de comprendre " l'impossibilité non imputable d'observer ses obligations ". Si une raison de force majeure est survenue, le membre du personnel en informe son service. Le service se déclare d'accord ou non avec la raison de force majeure invoquée par le membre du personnel.
  Pour rappel, le fait qu'un agent soit mis en non-activité signifie que le membre du personnel statutaire n'a pas droit à un traitement et qu'il ne peut faire valoir ses titres à la promotion et à l'avancement dans son échelle de traitement (arrêté royal du 2 octobre 1937, art. 104). En outre, les articles 15 et 17 de l'arrêté royal du 29 juin 1973 portant statut pécuniaire du personnel des services publics fédéraux disposent que pour la détermination de l'ancienneté pécuniaire, seuls les mois civils entiers entrent en considération.
  Pour le membre du personnel contractuel, la non-introduction d'un certificat médical ou le fait d'éviter ou de refuser un examen médical de contrôle par le médecin-contrôleur ne conduit pas à une mise en non-activité étant donné que les positions administratives ne sont pas d'application aux membres du personnel contractuel.
  En cas de non-introduction du certificat médical, le membre du personnel se voit refuser le salaire garanti. Cela est également le cas quand il évite ou refuse un examen de contrôle par le médecin-contrôleur (Loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, art. 31, § 2, deuxième alinéa, et § 4, premier alinéa), sauf en cas de force majeure.
  Dans ce cas, l'augmentation intercalaire est retardée en fonction de l'absence injustifiée, comme pour un statutaire (arrêté royal du 11 février 1991 fixant les droits individuels pécuniaires des personnes engagées par contrat de travail dans les services publics fédéraux, art. 2, § 1er, 2°).
  CHAPITRE II. - Situations spécifiques.
  II.1. maladie d'un seul jour.
  Pour une absence par suite de maladie d'un jour, un membre du personnel ne doit pas introduire de certificat médical s'il s'agit de la première ou de la deuxième absence par suite de maladie ou d'accident d'un jour pendant l'année civile en cours.
  A partir de la troisième absence d'un jour, le membre du personnel est cependant tenu d'introduire immédiatement un certificat médical. Les dispositions en matière d'avertissement sont également valables pour les maladies d'un jour.
  Les administrations de la fonction publique fédérale administrative ne doivent plus transmettre de SSA 1C à Medex. Ces administrations peuvent communiquer directement ce genre d'absence par le biais de l'application que Medex met à leur disposition.
  Lorsque le membre du personnel statutaire est absent un jour par suite de maladie ou d'accident et qu'il n'a pas consulté de médecin, et que le médecin-contrôleur estime à l'issue de l'examen médical que l'absence par suite de maladie ou d'accident n'est pas justifiée, le membre du personnel statutaire se trouve de plein droit en non-activité. Le membre du personnel statutaire peut demander dans ce cas, un jour de congé de vacances annuelles avec l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général, du fonctionnaire dirigeant ou de leur délégué.
  Lorsqu'un membre du personnel contractuel est absent un jour par suite de maladie ou d'accident et n'a pas consulté de médecin et que le médecin-contrôleur estime à l'issue de l'examen médical que l'absence par suite de maladie ou d'accident n'est pas justifiée, le membre du personnel contractuel n'a pas droit au salaire garanti. Le membre du personnel contractuel peut demander dans ce cas, un jour de congé de vacances annuelles avec l'accord du président du comité de direction, du secrétaire général, du fonctionnaire dirigeant ou de leur délégué.
  II.2. un membre du personnel tombe malade au cours de la journée.
  Un membre du personnel contractuel ou statutaire qui tombe malade au cours de la journée et qui obtient de son chef de service, la permission de quitter le travail afin de rentrer chez lui ou de recevoir des soins médicaux, est couvert par une dispense de service. Si l'absence se limite à ce jour-là, aucun certificat médical n'est requis et ce jour n'est pas comptabilisé en tant qu'absence par suite de maladie ou d'accident.
  (Deuxième alinéa rapporté).
  II.3. Congé de maternité et absences par suite de maladie.
  en cas de grossesse d'un membre du personnel féminin, elle doit informer le service de sa grossesse moyennant un certificat médical qui mentionne la date probable de l'accouchement. Le membre du personnel a tout intérêt à le faire le plus rapidement possible et de plus, l'article 39 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail détermine qu'il doit le faire au moins 7 semaines avant le date présumée de l'accouchement (ou 9 semaines quand une naissance multiple est prévue).
  Il est important de préciser une fois de plus que pour les membres du personnel statutaire féminin, il y a lieu d'opérer la distinction entre absences par suite de maladie dues à la grossesse ou non. Dans le cas où l'absence par suite de maladie est due à la grossesse, cette période est convertie en congé de maternité lorsque cette période tombe entre la sixième et la deuxième semaine (incluse) précédant la date de l'accouchement. Dans le cas où l'absence par suite de maladie n'est pas due à la grossesse, la période d'absence par suite de maladie n'est pas convertie en congé de maternité (arrêté royal du 19 novembre 1998, art. 26).
  Cette distinction entre une absence par suite de maladie due à la grossesse ou non n'est pas effectuée pour le membre du personnel contractuel féminin. Pour celle-ci, toute absence par suite de maladie de la sixième semaine à la deuxième semaine (incluse) avant l'accouchement est convertie en congé de maternité (loi du 16 mars 1971 sur le travail, art. 39).
  II.4. Séjour à l'étranger lors d'une absence par suite d'une maladie ou d'un accident pour les membres du personnel statutaire.
  Lorsqu'un membre du personnel statutaire veut séjourner à l'étranger au cours de son congé de maladie, il doit à cet effet obtenir une autorisation préalable de Medex (arrêté royal du 19 novembre 1998, art. 64). Cette disposition n'est pas d'application aux membres du personnel contractuel. En effet, Medex ne peut pas se substituer à la mutualité.
  Afin d'obtenir cette autorisation, le membre du personnel statutaire doit venir se présenter au centre médical compétent et ce en principe au moins une semaine avant son départ. Préalablement, il doit prendre un rendez-vous par téléphone et il doit présenter un certificat de son médecin traitant où celui-ci motive le séjour à l'étranger.
  II.5. Demande de prestations réduites pour cause de maladie pour membres du personnel statutaire.
  Un membre du personnel statutaire peut exercer ses fonctions par prestations réduites pour maladie, avec pour objectif de se réadapter au rythme normal du travail. Ces prestations réduites doivent être effectuées tous les jours (arrêté royal du 19 novembre 1998, art. 50-54). Les prestations réduites sont toujours accordées pour une période de 30 jours mais le membre du personnel statutaire peut toujours demander de la prolonger de 30 jours supplémentaires. Ce régime n'est pas applicable aux membres du personnel contractuel.
  Par l'arrêté royal du 17 janvier 2007, un certain nombre de modifications ont été apportées à la procédure de demande de prestations réduites pour maladie.
  En premier lieu, il est important de mentionner que, par la modification de l'article 50 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998, les prestations réduites pour maladie doivent toujours faire suite à une période ininterrompue d'absence pour maladie d'au moins 30 jours.
  En outre, la procédure de demande de prestations réduites pour cause de maladie a été précisée et complétée de la possibilité d'introduire un recours contre la décision du médecin de Medex. Le membre du personnel statutaire souhaitant travailler selon le régime des prestations réduites pour maladie ou voulant prolonger le régime doit demander l'avis du médecin de Medex et doit soumettre au médecin de Medex, un certificat médical et un plan de réintégration de son médecin traitant. Dans le plan de réintégration, le médecin traitant mentionne la date supposée de la reprise entière du travail. Le membre du personnel statutaire doit avoir obtenu l'avis de Medex au moins cinq jours ouvrables avant le début des prestations réduites.
  Le médecin désigné par Medex afin d'examiner le membre du personnel statutaire se prononce au sujet de l'aptitude physique du membre du personnel statutaire afin d'exercer ses fonctions par prestations réduites et fixe également le taux (50 %, 60 % ou 80 % de ses prestations normales). Ce médecin transmet le plus rapidement possible, éventuellement après consultation de celui qui a délivré le certificat médical, ses constatations par écrit au membre du personnel statutaire. Si le membre du personnel statutaire fait savoir à ce moment-là qu'il n'est pas d'accord avec les constatations du médecin de Medex, ce dernier le mentionne sur l'écrit précité.
  Dans les deux jours ouvrables qui suivent la remise des constatations par le médecin de Medex, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical et de commun accord, un médecin-arbitre. Si aucun accord ne peut être conclu dans les deux jours ouvrables, la partie la plus intéressée peut désigner, en vue de régler le litige médical, un médecin-arbitre qui satisfait aux dispositions de la loi du 13 juin 1999 relative à la médecine de contrôle et figure sur la liste établie par le SPF Emploi, Travail et Concertation sociale (www.meta.fgov.be et cliquer sur les " listes ").
  Le médecin-arbitre effectue l'examen médical et statue sur le litige médical dans les trois jours ouvrables qui suivent sa désignation. Toutes les autres constatations demeurent couvertes par le secret professionnel.
  Les frais de cette procédure, ainsi que les éventuels frais de déplacement du membre du personnel statutaire, sont à charge de la partie perdante.
  Le médecin-arbitre porte sa décision à la connaissance de celui qui a délivré le certificat médical et du médecin de Medex. Medex et le membre du personnel statutaire en sont immédiatement avertis par écrit, par lettre recommandée à la poste, par le médecin-arbitre.
  II.6. Demande de reconnaissance d'une " maladie grave et de longue durée " pour membres du personnel statutaire.
  Lorsqu'un membre du personnel statutaire a épuisé son capital- maladie, il est mis en disponibilité pour maladie et il obtient un traitement d'attente à concurrence de 60 % de son dernier traitement d'activité. (arrêté royal du 19 novembre 1998, chapitre IX). Le dernier traitement d'activité est celui qui était dû en raison du régime de prestations qui était appliqué au moment où l'agent s'est trouvé en disponibilité. Vu les modifications répétées au chapitre IX relatif à la disponibilité, la cohérence s'était perdue et c'est pourquoi il a été décidé de réécrire le chapitre.
  En outre, il a été décidé de simplifier la procédure relative à la reconnaissance d'une maladie comme grave et de longue durée. Jusqu'à présent, un membre du personnel statutaire qui était malade et mis en disponibilité pour maladie, devait se trouver trois mois en disponibilité avant qu'il ne puisse demander de comparaître devant la Commission des Pensions avec la requête en vue de faire reconnaître sa maladie comme grave et de longue durée. Une décision favorable signifiait alors que le membre du personnel statutaire avait droit à un traitement d'attente égal à 100 % du dernier traitement d'activité, avec effet à partir du moment où le membre du personnel statutaire avait été mis en disponibilité.
  Concernant la reconnaissance d'une maladie comme grave et de longue durée, le nouvel article 58 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 supprime le délai de trois mois. Cela signifie que les médecins siégeant dans la commission des pensions ne doivent plus attendre trois mois afin de pouvoir se prononcer. Ils peuvent le faire dès le premier jour où un membre du personnel statutaire est mis en disponibilité pour maladie.
  Il est important de préciser qu'en ce qui concerne l'interprétation de la notion de " grave et de longue durée " il n'existe pas de liste limitative. L'interprétation est réservée aux médecins de la commission des pensions. Le diagnostic médical en soi ne constitue pas une raison incontestable d'accorder l'avantage pécuniaire correspondant. La gravité de l'impact fonctionnel de l'affection médicale est également prise en considération.
  Le Ministre de la Santé publique,
  R. DEMOTTE
  Le Ministre de la Fonction publique,
  Ch. DUPONT
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage I. Medisch attest MEDEX.
  (Attest niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-02-2007, p. 7949).
Art. N. Annexe 1. Certificat médical MEDEX.
  (Certificat non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 19-02-2007, p. 7948).
  Vervangen door :
  Remplacée par :