Artikel 1. Er wordt een sociale dienst opgericht binnen de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de "Conseil supérieur de l'Audiovisuel" (Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector) [2 van WBE]2 en van de instellingen van openbaar nut ressorterend onder het Comité van Sector XVII, [1 ...]1, hierna "betrokken diensten en instellingen" genoemd.
Die sociale dienst behoort tot de bevoegdheid van de Minister van ambtenarenzaken, hierna "de Minister" genoemd, die er de organisatie en de werking van vaststelt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 JULI 2006. - [Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 juli 2006 tot oprichting van de sociale dienst van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Conseil supérieur de l'audiovisuel, van WBE en van de instellingen van openbaar nut ressorterend onder het Comité van Sector XVII]. <BFG2019-07-10/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2019> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-09-2006 en tekstbijwerking tot 27-01-2021)
Titre
20 JUILLET 2006. - [Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 20 juillet 2006 portant création du service social des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'audiovisuel, de Wallonie Bruxelles Enseignement et des organismes d'intérêt public relevant du Comité de Secteur XVII].<ACF2019-07-10/07, art. 1, 003; En vigueur : 01-09-2019> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-09-2006 et mise à jour au 27-01-2021)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1. Un service social est créé au sein des Services du Gouvernement de la Communauté française, du Conseil supérieur de l'Audiovisuel [2 de Wallonie Bruxelles Enseignement ]2 et des Organismes d'intérêt public relevant du Comité de Secteur XVII [1 ...]1, ci-après appelés " services et organismes concernés ".
Ce service social relève de la compétence du Ministre de la Fonction publique, ci-après appelé " le Ministre ", qui en arrête l'organisation et le fonctionnement.
Ce service social relève de la compétence du Ministre de la Fonction publique, ci-après appelé " le Ministre ", qui en arrête l'organisation et le fonctionnement.
Art. 2. De activiteiten van de sociale dienst hebben inzonderheid betrekking op :
A) op individueel vlak :
1° de individuele hulpverlening op sociaal, psychologisch, juridisch en materieel vlak;
2° de financiële steun bij ziekte, chirurgische ingreep, kuur of plaatsing voorgeschreven om medische redenen, vooral wanneer de behandeling duur en langdurig is;
3° de bijzondere financiële steun ten gunste van mindervaliden;
4° de toekenning van terugvorderbare financiële steunmiddelen om uitzonderlijke toestanden te regelen;
5° de tegemoetkoming, bij wijze van voorschotten, bij niet betaling van de verschuldigde bedragen, zoals een wedde, een loon, een pensioen, vergoedingen, een toelage ...;
6° de toekenning van gelegenheidsgeschenken;
7° het sluiten van een collectieve verzekering voor gezondheidszorg.
B) op collectief vlak :
1° de sociale raadpleging voor vraagstukken die geen rechtstreeks verband hebben met de administratie;
2° het beheer in direct verband of in participatieverband van restaurants en cafetaria's;
3° de bevordering van culturele, sport- en vrijetijdsbestedingsactiviteiten;
4° de organisatie van kinderbewaring en vakantie;
5° de voorbereiding op de inrustestelling van aanstaande gepensioneerden.
A) op individueel vlak :
1° de individuele hulpverlening op sociaal, psychologisch, juridisch en materieel vlak;
2° de financiële steun bij ziekte, chirurgische ingreep, kuur of plaatsing voorgeschreven om medische redenen, vooral wanneer de behandeling duur en langdurig is;
3° de bijzondere financiële steun ten gunste van mindervaliden;
4° de toekenning van terugvorderbare financiële steunmiddelen om uitzonderlijke toestanden te regelen;
5° de tegemoetkoming, bij wijze van voorschotten, bij niet betaling van de verschuldigde bedragen, zoals een wedde, een loon, een pensioen, vergoedingen, een toelage ...;
6° de toekenning van gelegenheidsgeschenken;
7° het sluiten van een collectieve verzekering voor gezondheidszorg.
B) op collectief vlak :
1° de sociale raadpleging voor vraagstukken die geen rechtstreeks verband hebben met de administratie;
2° het beheer in direct verband of in participatieverband van restaurants en cafetaria's;
3° de bevordering van culturele, sport- en vrijetijdsbestedingsactiviteiten;
4° de organisatie van kinderbewaring en vakantie;
5° de voorbereiding op de inrustestelling van aanstaande gepensioneerden.
Art. 2. Les activités du service social incluent notamment :
A) au plan individuel :
1° l'aide individuelle sur les plans social, psychologique, juridique et matériel;
2° l'aide financière en cas de maladie, d'intervention chirurgicale, de cure ou de placement prescrit pour des raisons médicales, surtout quand les traitements sont coûteux et prolongés;
3° l'aide financière particulière en faveur des non-valides;
4° l'octroi d'aides financières récupérables pour faire face à des situations exceptionnelles;
5° l'intervention, à titre d'avance, lors du non paiement des sommes dues, telles que traitement, salaire, pension, indemnités, allocation ...;
6° l'octroi de cadeaux de circonstances;
7° l'affiliation à une assurance collective soins de santé.
B) au plan collectif :
1° la consultation sociale pour des questions qui ne sont pas en rapport direct avec l'administration;
2° la gestion en direct ou en participation de restaurants et de cafétérias;
3° la promotion d'activités culturelles, sportives et de loisirs;
4° l'organisation de garderies et de vacances;
5° la préparation à la retraite de futurs pensionnés.
A) au plan individuel :
1° l'aide individuelle sur les plans social, psychologique, juridique et matériel;
2° l'aide financière en cas de maladie, d'intervention chirurgicale, de cure ou de placement prescrit pour des raisons médicales, surtout quand les traitements sont coûteux et prolongés;
3° l'aide financière particulière en faveur des non-valides;
4° l'octroi d'aides financières récupérables pour faire face à des situations exceptionnelles;
5° l'intervention, à titre d'avance, lors du non paiement des sommes dues, telles que traitement, salaire, pension, indemnités, allocation ...;
6° l'octroi de cadeaux de circonstances;
7° l'affiliation à une assurance collective soins de santé.
B) au plan collectif :
1° la consultation sociale pour des questions qui ne sont pas en rapport direct avec l'administration;
2° la gestion en direct ou en participation de restaurants et de cafétérias;
3° la promotion d'activités culturelles, sportives et de loisirs;
4° l'organisation de garderies et de vacances;
5° la préparation à la retraite de futurs pensionnés.
Art. 3. Op voorwaarde dat ze geen voordelen genieten die door een andere sociale dienst worden verleend, zijn de begunstigden van de sociale dienst :
1° de leden van het personeel en van de ministeriële kabinetten van de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap die, in welke hoedanigheid dan ook, hun diensten presteren in de betrokken diensten en instellingen, voor zover ze ononderbroken sedert zes maanden in dienst zijn en ze hun ambt tot beloop van ten minste 50 % van de normale duur van de prestaties uitoefenen. Die twee voorwaarden zijn niet vereist voor de toepassing van artikel 2, A), 5° en 7°;
2° de in ruste gestelde ambtenaren;
3° de in ruste gestelde niet statutaire personeelsleden die hun laatste drie jaar in de betrokken diensten en instellingen hebben gepresteerd;
4° de personen die ten laste zijn van deze die in de punten 1° tot 3° vermeld zijn, met inbegrip van de persoon waarmee de begunstigde samenleeft en van het kind dat in dezelfde woning leeft of waarvoor een onderhoud wordt gegeven;
5° de weduwnaars, weduwen en, voor de perioden gedurende welke ze normaal tot hun last zouden zijn gebleven, de wezen van de personen vermeld in de punten 1° tot 3°.
De begunstigden wenden zich rechtstreeks tot de sociale dienst.
Op de voordracht van de raad van bestuur en na advies [1 van de vertegenwoordiger van de Regering]1, kan de Regering andere categorieën van begunstigden bepalen.
1° de leden van het personeel en van de ministeriële kabinetten van de Ministers van de Regering van de Franse Gemeenschap die, in welke hoedanigheid dan ook, hun diensten presteren in de betrokken diensten en instellingen, voor zover ze ononderbroken sedert zes maanden in dienst zijn en ze hun ambt tot beloop van ten minste 50 % van de normale duur van de prestaties uitoefenen. Die twee voorwaarden zijn niet vereist voor de toepassing van artikel 2, A), 5° en 7°;
2° de in ruste gestelde ambtenaren;
3° de in ruste gestelde niet statutaire personeelsleden die hun laatste drie jaar in de betrokken diensten en instellingen hebben gepresteerd;
4° de personen die ten laste zijn van deze die in de punten 1° tot 3° vermeld zijn, met inbegrip van de persoon waarmee de begunstigde samenleeft en van het kind dat in dezelfde woning leeft of waarvoor een onderhoud wordt gegeven;
5° de weduwnaars, weduwen en, voor de perioden gedurende welke ze normaal tot hun last zouden zijn gebleven, de wezen van de personen vermeld in de punten 1° tot 3°.
De begunstigden wenden zich rechtstreeks tot de sociale dienst.
Op de voordracht van de raad van bestuur en na advies [1 van de vertegenwoordiger van de Regering]1, kan de Regering andere categorieën van begunstigden bepalen.
Modifications
Art. 3. A condition qu'ils ne bénéficient pas d'avantages accordés par un autre service social, les bénéficiaires du service social sont :
1° les membres du personnel et des cabinets ministériels des Ministres du Gouvernement de la Communauté française qui, à quelque titre que ce soit, prestent leurs services dans les services et organismes concernés, pour autant qu'ils soient en service sans discontinuité depuis six mois et qu'ils exercent leurs fonctions à 50 % au moins de la durée normale des prestations. Ces deux conditions ne sont pas requises pour l'application de l'article 2, A), 5° et 7°;
2° les agents admis à la retraite;
3° les membres du personnel non statutaires retraités, ayant presté leurs trois dernières années dans les services et organismes concernés;
4° les personnes qui sont à charge de celles reprises sous les points 1° à 3°, en ce compris la personne avec laquelle le bénéficiaire vit maritalement et l'enfant habitant sous le même toit ou pour lequel un entretien est assuré;
5° les veufs, veuves et, pour les périodes pendant lesquelles ils seraient normalement restés à leur charge, les orphelins des personnes qui sont reprises sous les points 1° à 3°.
Les personnes bénéficiaires s'adressent directement au service social.
Sur proposition du conseil d'administration et après avis [1 du représentant du Gouvernemen]1, le Gouvernement peut définir d'autres catégories de bénéficiaires.
1° les membres du personnel et des cabinets ministériels des Ministres du Gouvernement de la Communauté française qui, à quelque titre que ce soit, prestent leurs services dans les services et organismes concernés, pour autant qu'ils soient en service sans discontinuité depuis six mois et qu'ils exercent leurs fonctions à 50 % au moins de la durée normale des prestations. Ces deux conditions ne sont pas requises pour l'application de l'article 2, A), 5° et 7°;
2° les agents admis à la retraite;
3° les membres du personnel non statutaires retraités, ayant presté leurs trois dernières années dans les services et organismes concernés;
4° les personnes qui sont à charge de celles reprises sous les points 1° à 3°, en ce compris la personne avec laquelle le bénéficiaire vit maritalement et l'enfant habitant sous le même toit ou pour lequel un entretien est assuré;
5° les veufs, veuves et, pour les périodes pendant lesquelles ils seraient normalement restés à leur charge, les orphelins des personnes qui sont reprises sous les points 1° à 3°.
Les personnes bénéficiaires s'adressent directement au service social.
Sur proposition du conseil d'administration et après avis [1 du représentant du Gouvernemen]1, le Gouvernement peut définir d'autres catégories de bénéficiaires.
Modifications
Art. 4. De Minister kan een vereniging zonder winstoogmerk die door hem is erkend, opdracht geven het sociaal beleid te bepalen en het geheel of een deel van de activiteiten van de sociale dienst te bepalen. Die vereniging zal, met dat doel, kunnen worden gesubsidieerd binnen de perken van de kredieten die daartoe worden uitgetrokken op de begroting van de betrokken diensten en instellingen.
Het aandeel van de betrokken diensten en instellingen wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal personeelsleden die in actieve dienst of in ruste gesteld zijn, waarbij rekening wordt gehouden met dat aantal op de datum van 30 juni voorafgaand aan het betrokken begrotingsjaar en met het bedrag van de uitgavenbegroting van de vereniging, zoals dit door haar raad van bestuur wordt vastgesteld, binnen de perken van de referentiekredieten die daartoe in de begroting van het ministerie van de Franse Gemeenschap ingeschreven zijn.
De vereniging zonder winstoogmerk die vóór de inwerkingtreding van dit besluit erkend is, krijgt een nieuwe erkenning van de Minister zodra ze, in haar nieuwe samenstelling, hem nieuwe statuten zal hebben meegedeeld die in overeenstemming met artikel 5 van dit besluit zijn.
Zolang de procedure bedoeld in het vorige lid niet zal zijn toegepast, zal dezelfde vereniging zonder winstoogmerk haar sociale activiteiten kunnen voortzetten onder de vroeger geldende reglementaire voorwaarden.
Het aandeel van de betrokken diensten en instellingen wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal personeelsleden die in actieve dienst of in ruste gesteld zijn, waarbij rekening wordt gehouden met dat aantal op de datum van 30 juni voorafgaand aan het betrokken begrotingsjaar en met het bedrag van de uitgavenbegroting van de vereniging, zoals dit door haar raad van bestuur wordt vastgesteld, binnen de perken van de referentiekredieten die daartoe in de begroting van het ministerie van de Franse Gemeenschap ingeschreven zijn.
De vereniging zonder winstoogmerk die vóór de inwerkingtreding van dit besluit erkend is, krijgt een nieuwe erkenning van de Minister zodra ze, in haar nieuwe samenstelling, hem nieuwe statuten zal hebben meegedeeld die in overeenstemming met artikel 5 van dit besluit zijn.
Zolang de procedure bedoeld in het vorige lid niet zal zijn toegepast, zal dezelfde vereniging zonder winstoogmerk haar sociale activiteiten kunnen voortzetten onder de vroeger geldende reglementaire voorwaarden.
Art. 4. Le Ministre peut confier à une association sans but lucratif agréée par lui, la détermination des politiques sociales et l'administration de tout ou partie des activités du service social. Cette association pourra, dans ce but, être subventionnée dans les limites des crédits prévus à cet effet au budget des services et organismes concernés.
La quote-part des services et organismes concernés est fixée, proportionnellement au nombre de membres du personnel actifs et retraités, tenant compte de ce nombre à la date du 30 juin précédant l'exercice budgétaire considéré et du montant du budget des dépenses de l'association, tel qu'il est arrêté par son conseil d'administration, dans les limites des crédits de référence prévus à cet effet au budget du Ministère de la Communauté française.
L'association sans but lucratif agréée avant l'entrée en vigueur du présent arrêté reçoit un nouvel agrément du Ministre dès l'instant où, dans sa nouvelle composition, elle lui aura notifié de nouveaux statuts conformes à l'article 5 du présent arrêté.
Aussi longtemps que la procédure visée à l'alinéa précédent n'aura pas été mise en oeuvre, la même association sans but lucratif peut poursuivre ses activités sociales aux conditions réglementaires antérieurement applicables.
La quote-part des services et organismes concernés est fixée, proportionnellement au nombre de membres du personnel actifs et retraités, tenant compte de ce nombre à la date du 30 juin précédant l'exercice budgétaire considéré et du montant du budget des dépenses de l'association, tel qu'il est arrêté par son conseil d'administration, dans les limites des crédits de référence prévus à cet effet au budget du Ministère de la Communauté française.
L'association sans but lucratif agréée avant l'entrée en vigueur du présent arrêté reçoit un nouvel agrément du Ministre dès l'instant où, dans sa nouvelle composition, elle lui aura notifié de nouveaux statuts conformes à l'article 5 du présent arrêté.
Aussi longtemps que la procédure visée à l'alinéa précédent n'aura pas été mise en oeuvre, la même association sans but lucratif peut poursuivre ses activités sociales aux conditions réglementaires antérieurement applicables.
Art. 5. Om erkend te worden, moet de vereniging zonder winstoogmerk statuten hebben die voorzien in :
1° de toelating, als lid van de algemene vergadering, van hoogstens 75 personen die behoren tot de categorieën vermeld onder de punten 1°, 2° en 3° van artikel 3, met uitsluiting van elke andere, en die in dezelfde verhouding gemachtigd worden door de 3 representatieve vakorganisaties binnen het onderhandelingscomité van sector XVII. Elke representatieve vakorganisatie zorgt, binnen de algemene vergadering, voor een vertegenwoordiging van het geheel van de betrokken diensten en instellingen;
2° een maatschappelijk doel dat in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 2;
3° een raad van bestuur, samengesteld uit maximaal 18 leden die in gelijke verhouding aangesteld worden door elk van de 3 representatieve vakorganisaties binnen het onderhandelingscomité van Sector XVII onder de leden die daarvan deel uitmaken. Elke representatieve vakorganisatie zorgt, binnen de raad van bestuur, voor de vertegenwoordiging van het geheel van de betrokken diensten en instellingen;
4° [1 de aanwezigheid van een vertegenwoordiger die wordt aangesteld door de Regering die met raadgevende stem de zittingen van de algemene vergadering, van de raad van bestuur, van de werkgroepen en commissies van rechtswege bijwonen, waarvan de bevoegdheden deze zijn die in artikel 8 opgenomen worden ]1;
5° het jaarlijks voorleggen van een begroting en rekeningen in vormen die vooraf werden goedgekeurd door [1 de vertegenwoordiger]1 bedoeld in het vorige lid, met vermelding van de oorsprong en de bestemming, die strikt tot haar maatschappelijk doel beperkt is, van alle geldmiddelen die ter beschikking van de vereniging gesteld zijn;
6° het toezicht op haar begroting en haar rekeningen door [1 de vertegenwoordiger die werd aangesteld door de Regering]1 bedoeld in punt 4, die elk document ter plaatse kunnen raadplegen en elke informatie kunnen verkrijgen die door de vereniging of voor rekening van de vereniging wordt gehouden;
7° het schriftelijk verslag van de maatschappelijk werker, voorafgaand aan elke beslissing betreffende individuele gevallen waarvan sprake in punt A van artikel 2, met uitzondering van de punten 6° en 7°. Dit verslag moet opgesteld worden in bewoordingen die, met het oog op de beraadslaging van de raad van bestuur, de anonimiteit van de aanvrager waarborgen;
8° de oprichting van een uitvoerende instantie;
9° het vaststellen van een huishoudelijk reglement.
1° de toelating, als lid van de algemene vergadering, van hoogstens 75 personen die behoren tot de categorieën vermeld onder de punten 1°, 2° en 3° van artikel 3, met uitsluiting van elke andere, en die in dezelfde verhouding gemachtigd worden door de 3 representatieve vakorganisaties binnen het onderhandelingscomité van sector XVII. Elke representatieve vakorganisatie zorgt, binnen de algemene vergadering, voor een vertegenwoordiging van het geheel van de betrokken diensten en instellingen;
2° een maatschappelijk doel dat in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 2;
3° een raad van bestuur, samengesteld uit maximaal 18 leden die in gelijke verhouding aangesteld worden door elk van de 3 representatieve vakorganisaties binnen het onderhandelingscomité van Sector XVII onder de leden die daarvan deel uitmaken. Elke representatieve vakorganisatie zorgt, binnen de raad van bestuur, voor de vertegenwoordiging van het geheel van de betrokken diensten en instellingen;
4° [1 de aanwezigheid van een vertegenwoordiger die wordt aangesteld door de Regering die met raadgevende stem de zittingen van de algemene vergadering, van de raad van bestuur, van de werkgroepen en commissies van rechtswege bijwonen, waarvan de bevoegdheden deze zijn die in artikel 8 opgenomen worden ]1;
5° het jaarlijks voorleggen van een begroting en rekeningen in vormen die vooraf werden goedgekeurd door [1 de vertegenwoordiger]1 bedoeld in het vorige lid, met vermelding van de oorsprong en de bestemming, die strikt tot haar maatschappelijk doel beperkt is, van alle geldmiddelen die ter beschikking van de vereniging gesteld zijn;
6° het toezicht op haar begroting en haar rekeningen door [1 de vertegenwoordiger die werd aangesteld door de Regering]1 bedoeld in punt 4, die elk document ter plaatse kunnen raadplegen en elke informatie kunnen verkrijgen die door de vereniging of voor rekening van de vereniging wordt gehouden;
7° het schriftelijk verslag van de maatschappelijk werker, voorafgaand aan elke beslissing betreffende individuele gevallen waarvan sprake in punt A van artikel 2, met uitzondering van de punten 6° en 7°. Dit verslag moet opgesteld worden in bewoordingen die, met het oog op de beraadslaging van de raad van bestuur, de anonimiteit van de aanvrager waarborgen;
8° de oprichting van een uitvoerende instantie;
9° het vaststellen van een huishoudelijk reglement.
Modifications
Art. 5. Pour être agréée, l'association sans but lucratif doit être dotée de statuts qui prévoient :
1° l'admission en tant que membres associés composant l'assemblée générale d'un maximum de 75 personnes appartenant aux catégories reprises sous les points 1°, 2° et 3° de l'article 3 à l'exclusion de toute autre, et mandatées à part égale par chacune des 3 organisations syndicales représentatives au sein du Comité de négociation du Secteur XVII. Chaque organisation syndicale représentative assure, au sein de l'assemblée générale, une représentation de l'ensemble des services et organismes concernés;
2° un objet social conforme au prescrit de l'article 2;
3° un conseil d'administration composé d'un maximum de 18 membres désignés à part égale par chacune des 3 organisations syndicales représentatives au sein du Comité de négociation du Secteur XVII parmi les membres associés. Chaque organisation syndicale représentative assure, au sein du conseil d'administration, une représentation de l'ensemble des services et organismes concernés;
4° [1 la présence d'un représentant désigné par le Gouvernement qui assiste de plein droit, avec voix consultative, aux réunions de l'assemblée générale, du conseil d'administration, des groupes de travail et commissions et dont les compétences sont celles figurant à l'article 8]1;
5° la production annuelle d'un budget et de comptes dans des formes préalablement approuvées par [1 le représentant]1 dont question à l'alinéa précédent et reprenant l'origine et l'affectation, strictement limitée à son objet social, de toutes les ressources à disposition de l'association;
6° le contrôle de son budget et de ses comptes par [1 le représentant désigné par le Gouvernement]1 dont question au point 4, [1 lequel a]1 la faculté de consulter tout document sur place et de recevoir toute information détenue par ou pour le compte de l'association;
7° le rapport écrit du travailleur social préalablement à toute décision relative à des cas individuels dont il est question au point A de l'article 2, à l'exception des 6° et 7°. Ce rapport est nécessairement rédigé en des termes qui, dans la perspective de la délibération que doit prendre le conseil d'administration, préservent l'anonymat du demandeur;
8° la constitution d'une instance exécutive;
9° l'établissement d'un règlement d'ordre intérieur.
1° l'admission en tant que membres associés composant l'assemblée générale d'un maximum de 75 personnes appartenant aux catégories reprises sous les points 1°, 2° et 3° de l'article 3 à l'exclusion de toute autre, et mandatées à part égale par chacune des 3 organisations syndicales représentatives au sein du Comité de négociation du Secteur XVII. Chaque organisation syndicale représentative assure, au sein de l'assemblée générale, une représentation de l'ensemble des services et organismes concernés;
2° un objet social conforme au prescrit de l'article 2;
3° un conseil d'administration composé d'un maximum de 18 membres désignés à part égale par chacune des 3 organisations syndicales représentatives au sein du Comité de négociation du Secteur XVII parmi les membres associés. Chaque organisation syndicale représentative assure, au sein du conseil d'administration, une représentation de l'ensemble des services et organismes concernés;
4° [1 la présence d'un représentant désigné par le Gouvernement qui assiste de plein droit, avec voix consultative, aux réunions de l'assemblée générale, du conseil d'administration, des groupes de travail et commissions et dont les compétences sont celles figurant à l'article 8]1;
5° la production annuelle d'un budget et de comptes dans des formes préalablement approuvées par [1 le représentant]1 dont question à l'alinéa précédent et reprenant l'origine et l'affectation, strictement limitée à son objet social, de toutes les ressources à disposition de l'association;
6° le contrôle de son budget et de ses comptes par [1 le représentant désigné par le Gouvernement]1 dont question au point 4, [1 lequel a]1 la faculté de consulter tout document sur place et de recevoir toute information détenue par ou pour le compte de l'association;
7° le rapport écrit du travailleur social préalablement à toute décision relative à des cas individuels dont il est question au point A de l'article 2, à l'exception des 6° et 7°. Ce rapport est nécessairement rédigé en des termes qui, dans la perspective de la délibération que doit prendre le conseil d'administration, préservent l'anonymat du demandeur;
8° la constitution d'une instance exécutive;
9° l'établissement d'un règlement d'ordre intérieur.
Modifications
Art. 6. De erkende vereniging zonder winstoogmerk zal de [1 Regering]1 vóór 15 april van elk jaar een moreel en financieel verslag in verband met het afgelopen dienstjaar voorleggen.
Modifications
Art. 6. L'association sans but lucratif agréée soumettra au [1 Gouvernement]1 avant le 15 avril de chaque année un rapport moral et financier relatif à l'exercice écoulé.
Modifications
Art. 7. De erkende vereniging zonder winstoogmerk is ertoe gehouden de toestemming van de Minister te verkrijgen vóór de organisatie van tombola's, de verkoop van onderscheidingstekens of van elke actie bestemd om uitzonderlijke geldmiddelen te vinden, en vóór de aanvaarding van giften en legaten.
Art. 7. L'association sans but lucratif agréée est tenue d'obtenir l'accord du Ministre préalablement à l'organisation de tombolas, de ventes d'insignes ou de toute action destinée à procurer des ressources exceptionnelles et à l'acceptation de dons et legs.
Art. 8. [1 § 1. Het toezicht op de activiteiten van de vereniging zonder winstoogmerk wordt uitgeoefend door de vertegenwoordiger aangesteld door de Regering.
Een plaatsvervangende vertegenwoordiger wordt ook aangesteld door de Regering, die de vertegenwoordiger bedoeld in het eerste lid vervangt ingeval deze zijn opdrachten niet zou kunnen uitoefenen.
De vertegenwoordiger is bevoegd om toezicht uit te oefenen op het beheer alsook op de begroting en rekeningen van de vereniging.
Onverminderd zijn recht een beroep in te dienen bij de Regering en de bevoegdheden die hem krachtens dit artikel worden toevertrouwd, kan hij geen onderrichtingen geven, noch de uitvoering van regelmatig genomen beslissingen verhinderen.
Hij mag geen lid van de vereniging zijn.
Hij kan afzonderlijk de steun van een lid van het personeel dat ressorteert onder de betrokken diensten en instellingen aanvragen, met de voorafgaande toestemming van de administratieve overheid waaronder die personeelsleden ressorteren.
§ 2. De vertegenwoordiger van de Regering is bevoegd :
1° om met raadgevende stem elke zitting van de algemene vergadering en van de raad van bestuur alsook elke zitting die door de sociale dienst wordt georganiseerd, bij te wonen;
2° om de raad van bestuur of de algemene vergadering bijeen te roepen;
3° om een advies te verstrekken over elke vraag van de Regering betreffende de werking van de sociale dienst;
4° om, bij een aan de voorzitter van de vereniging zonder winstoogmerk toegestuurd aangetekend schrijven met afschrift aan de ondervoorzitters, binnen een termijn van vijf volle dagen na de beslissing, elke beslissing te schorsen die hij in strijd met de wet, de regelgevingen, het algemeen belang of de statuten van de erkende vereniging zonder winstoogmerk acht.
§ 3. De redenen van de schorsing van een beslissing, met toepassing van paragraaf 2, 4°, worden meegedeeld aan de Regering, de voorzitter en ondervoorzitters van de vereniging zonder winstoogmerk.
Indien de Regering de beslissing niet vernietigt, of indien hij geen beslissing heeft genomen binnen de veertien dagen na de kennisgeving van de schorsing, wordt de beslissing uitvoerbaar.
De vertegenwoordiger van de Regering kan ter plaatse inzage krijgen van alle stukken in verband met het beheer van de vereniging zonder winstoogmerk.
De mogelijke uitoefening van het schorsingsrecht bedoeld in paragraaf 2, 4 °, geeft de vertegenwoordiger van de Regering de mogelijkheid om de automatische mededeling onverwijld te verzoeken van alle maatregelen die verband houden met de geschorste beslissing die door de vereniging zonder winstoogmerk worden genomen ]1.
Een plaatsvervangende vertegenwoordiger wordt ook aangesteld door de Regering, die de vertegenwoordiger bedoeld in het eerste lid vervangt ingeval deze zijn opdrachten niet zou kunnen uitoefenen.
De vertegenwoordiger is bevoegd om toezicht uit te oefenen op het beheer alsook op de begroting en rekeningen van de vereniging.
Onverminderd zijn recht een beroep in te dienen bij de Regering en de bevoegdheden die hem krachtens dit artikel worden toevertrouwd, kan hij geen onderrichtingen geven, noch de uitvoering van regelmatig genomen beslissingen verhinderen.
Hij mag geen lid van de vereniging zijn.
Hij kan afzonderlijk de steun van een lid van het personeel dat ressorteert onder de betrokken diensten en instellingen aanvragen, met de voorafgaande toestemming van de administratieve overheid waaronder die personeelsleden ressorteren.
§ 2. De vertegenwoordiger van de Regering is bevoegd :
1° om met raadgevende stem elke zitting van de algemene vergadering en van de raad van bestuur alsook elke zitting die door de sociale dienst wordt georganiseerd, bij te wonen;
2° om de raad van bestuur of de algemene vergadering bijeen te roepen;
3° om een advies te verstrekken over elke vraag van de Regering betreffende de werking van de sociale dienst;
4° om, bij een aan de voorzitter van de vereniging zonder winstoogmerk toegestuurd aangetekend schrijven met afschrift aan de ondervoorzitters, binnen een termijn van vijf volle dagen na de beslissing, elke beslissing te schorsen die hij in strijd met de wet, de regelgevingen, het algemeen belang of de statuten van de erkende vereniging zonder winstoogmerk acht.
§ 3. De redenen van de schorsing van een beslissing, met toepassing van paragraaf 2, 4°, worden meegedeeld aan de Regering, de voorzitter en ondervoorzitters van de vereniging zonder winstoogmerk.
Indien de Regering de beslissing niet vernietigt, of indien hij geen beslissing heeft genomen binnen de veertien dagen na de kennisgeving van de schorsing, wordt de beslissing uitvoerbaar.
De vertegenwoordiger van de Regering kan ter plaatse inzage krijgen van alle stukken in verband met het beheer van de vereniging zonder winstoogmerk.
De mogelijke uitoefening van het schorsingsrecht bedoeld in paragraaf 2, 4 °, geeft de vertegenwoordiger van de Regering de mogelijkheid om de automatische mededeling onverwijld te verzoeken van alle maatregelen die verband houden met de geschorste beslissing die door de vereniging zonder winstoogmerk worden genomen ]1.
Modifications
Art. 8. [1 § 1er. Les activités de l'association sans but lucratif agréée sont contrôlées par le représentant désigné par le Gouvernement.
Un représentant suppléant est également désigné par le Gouvernement, lequel se substitue au représentant visé à l'alinéa 1er dans le cas où celui-ci se trouverait dans l'impossibilité de remplir ses missions.
La compétence du représentant est une fonction de contrôle de gestion ainsi que du budget et des comptes de l'association.
Sans préjudice de son droit de recours auprès du Gouvernement et des compétences qui lui sont attribuées en vertu du présent article, il ne peut donner d'instructions, ni empêcher l'exécution de décisions régulièrement prises.
Il ne peut être membre associé.
Il peut solliciter ponctuellement l'assistance d'un membre du personnel relevant des services et organismes concernés, moyennant l'accord préalable de l'autorité administrative dont ces membres du personnel relèvent.
§ 2. Le représentant du Gouvernement a compétence pour :
1° participer avec voix consultative à toute réunion de l'assemblée générale et du conseil d'administration ainsi qu'à toute réunion organisée par le service social;
2° provoquer la réunion du conseil d'administration ou de l'assemblée générale;
3° donner un avis sur toute demande du Gouvernement relative au fonctionnement du service social;
4° suspendre, par envoi recommandé envoyé au président de l'association sans but lucratif avec copie aux vice-présidents, dans les cinq jours francs de la décision, toute décision qu'il estime contraires à la loi, aux règlements, à l'intérêt général ou aux statuts de l'association sans but lucratif agréée.
§ 3. Les motifs fondant la suspension d'une décision, en application du paragraphe 2, 4°, sont communiqués au Gouvernement, aux président et vice-présidents de l'association sans but lucratif.
Si le Gouvernement n'annule pas la décision ou s'il n'a pas statué dans les quinze jours de la notification de la suspension, la décision est exécutoire.
Le représentant du Gouvernement peut prendre connaissance sur place de toutes les pièces relatives à la gestion de l'association sans but lucratif.
L'exercice éventuel du droit de suspension visé au paragraphe 2, 4° induit la possibilité pour le représentant du Gouvernement de solliciter la communication automatique et sans délai de l'ensemble des mesures en lien avec la décision suspendue qui sont prises par l'association sans but lucratif ]1.
Un représentant suppléant est également désigné par le Gouvernement, lequel se substitue au représentant visé à l'alinéa 1er dans le cas où celui-ci se trouverait dans l'impossibilité de remplir ses missions.
La compétence du représentant est une fonction de contrôle de gestion ainsi que du budget et des comptes de l'association.
Sans préjudice de son droit de recours auprès du Gouvernement et des compétences qui lui sont attribuées en vertu du présent article, il ne peut donner d'instructions, ni empêcher l'exécution de décisions régulièrement prises.
Il ne peut être membre associé.
Il peut solliciter ponctuellement l'assistance d'un membre du personnel relevant des services et organismes concernés, moyennant l'accord préalable de l'autorité administrative dont ces membres du personnel relèvent.
§ 2. Le représentant du Gouvernement a compétence pour :
1° participer avec voix consultative à toute réunion de l'assemblée générale et du conseil d'administration ainsi qu'à toute réunion organisée par le service social;
2° provoquer la réunion du conseil d'administration ou de l'assemblée générale;
3° donner un avis sur toute demande du Gouvernement relative au fonctionnement du service social;
4° suspendre, par envoi recommandé envoyé au président de l'association sans but lucratif avec copie aux vice-présidents, dans les cinq jours francs de la décision, toute décision qu'il estime contraires à la loi, aux règlements, à l'intérêt général ou aux statuts de l'association sans but lucratif agréée.
§ 3. Les motifs fondant la suspension d'une décision, en application du paragraphe 2, 4°, sont communiqués au Gouvernement, aux président et vice-présidents de l'association sans but lucratif.
Si le Gouvernement n'annule pas la décision ou s'il n'a pas statué dans les quinze jours de la notification de la suspension, la décision est exécutoire.
Le représentant du Gouvernement peut prendre connaissance sur place de toutes les pièces relatives à la gestion de l'association sans but lucratif.
L'exercice éventuel du droit de suspension visé au paragraphe 2, 4° induit la possibilité pour le représentant du Gouvernement de solliciter la communication automatique et sans délai de l'ensemble des mesures en lien avec la décision suspendue qui sont prises par l'association sans but lucratif ]1.
Modifications
Art. 9. De Minister kan, te allen tijde, bij een met redenen omklede beslissing, op grond van het verslag van [1 de vertegenwoordiger van de Regering ]1, de erkenning intrekken, indien de vereniging zonder winstoogmerk haar verbintenissen niet nakomt of de bepalingen van dit besluit niet naleeft.
Modifications
Art. 9. Le Ministre peut, à tout moment, par une décision motivée sur rapport de [1 du représentant du Gouvernement]1, retirer l'agrément, si l'association sans but lucratif manque à ses engagements ou ne respecte pas les dispositions du présent arrêté.
Modifications
Art. 10. [1 Een organogram van de sociale dienst met vermelding van het aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van de opdrachten van de Sociale dienst die toevertrouwd worden aan de vereniging zonder winstoogmerk, de aanwezige personeelssterkte, zijn structuur en zijn organisatie, wordt ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd, op voorstel van de vertegenwoordiger van de Regering die handelt in overleg met de uitvoerende instantie van de vereniging
Het personeel dat nodig is, wordt ter beschikking gesteld van de vereniging zonder winstoogmerk onder de personeelsleden van de diensten en instellingen die in aanmerking komen voor de Sociale dienst.
Op aanvraag van de uitvoerende instantie van de vereniging zonder winstoogmerk en in overleg met de Secretaris-generaal van het Ministerie en de leidend-ambtenaren van de instellingen die in aanmerking komen voor de sociale dienst, met inachtneming van het organogram goedgekeurd door de Regering, stelt de Minister tijdelijk het personeel dat nodig is voor de uitvoering van de activiteiten van de sociale dienst ter beschikking van de vereniging zonder winstoogmerk.
Het administratief dossier van elk lid van dit personeel wordt beheerd door de dienst of de instellingen waaruit hij afkomstig is.
De bezoldiging van de ter beschikking gestelde personeelsleden blijft ten laste van de dienst of de instelling waaruit hij afkomstig is.
De dienst of de instelling waartoe het ter beschikking gesteld personeelslid behoort, waarborgt voor dat personeelslid een positie in zijn personeelsformatie, waardoor het zijn loopbaanperspectieven behoudt.
Gedurende hun terbeschikkingstelling, ressorteren die personeelsleden onder het hiërarchische en functionele gezag van de Raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk.
De voorzitter en ondervoorzitters, penningmeester (s) en secretaris (sen) van de raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk genieten van rechtswege, binnen de dienst waarvoor ze administratief aangewezen zijn, van de dienstvrijstellingen die noodzakelijk zijn voor de volle uitoefening van hun mandaat ]1.
Het personeel dat nodig is, wordt ter beschikking gesteld van de vereniging zonder winstoogmerk onder de personeelsleden van de diensten en instellingen die in aanmerking komen voor de Sociale dienst.
Op aanvraag van de uitvoerende instantie van de vereniging zonder winstoogmerk en in overleg met de Secretaris-generaal van het Ministerie en de leidend-ambtenaren van de instellingen die in aanmerking komen voor de sociale dienst, met inachtneming van het organogram goedgekeurd door de Regering, stelt de Minister tijdelijk het personeel dat nodig is voor de uitvoering van de activiteiten van de sociale dienst ter beschikking van de vereniging zonder winstoogmerk.
Het administratief dossier van elk lid van dit personeel wordt beheerd door de dienst of de instellingen waaruit hij afkomstig is.
De bezoldiging van de ter beschikking gestelde personeelsleden blijft ten laste van de dienst of de instelling waaruit hij afkomstig is.
De dienst of de instelling waartoe het ter beschikking gesteld personeelslid behoort, waarborgt voor dat personeelslid een positie in zijn personeelsformatie, waardoor het zijn loopbaanperspectieven behoudt.
Gedurende hun terbeschikkingstelling, ressorteren die personeelsleden onder het hiërarchische en functionele gezag van de Raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk.
De voorzitter en ondervoorzitters, penningmeester (s) en secretaris (sen) van de raad van bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk genieten van rechtswege, binnen de dienst waarvoor ze administratief aangewezen zijn, van de dienstvrijstellingen die noodzakelijk zijn voor de volle uitoefening van hun mandaat ]1.
Modifications
Art. 10. [1 Un organigramme du Service social mentionnant le nombre de membres du personnel nécessaire à l'accomplissement des missions du Service social confiées à l'association sans but lucratif, l'effectif en place, sa structure et son organisation est soumis à l'approbation du Gouvernement sur proposition du représentant du Gouvernement qui agit en concertation avec l'instance exécutive de l'association.
Le personnel nécessaire est mis à disposition de l'association sans but lucratif parmi les membres du personnel des services et organismes bénéficiaires du Service social.
Sur demande de l'instance exécutive de l'association sans but lucratif et en concertation avec le Secrétaire général du Ministère et les fonctionnaires dirigeants des organismes bénéficiaires du service social, dans le respect de l'organigramme approuvé par le Gouvernement, le Ministre met temporairement à disposition de l'association sans but lucratif le personnel nécessaire à la réalisation des activités du service social.
Le dossier administratif de chaque membre de ce personnel est géré par le service ou l'organisme dont il est originaire.
La rémunération du personnel mis à disposition reste à charge du service ou l'organisme dont il est originaire.
Le service ou l'organisme dont émane le membre du personnel mis à disposition assure à ce membre du personnel une position dans son cadre qui lui maintient ses perspectives de carrière.
Pendant leur mise à disposition, ces membres du personnel relèvent de l'autorité hiérarchique et fonctionnelle du conseil d'administration de l'association sans but lucratif.
Les président et vice-présidents, trésorier(s) et secrétaire(s) du conseil d'administration de l'association sans but lucratif bénéficient de plein droit, au sein du service dans lequel ils sont administrativement affectés, des dispenses de service nécessaires à l'accomplissement plein et entier de leur mandat ]1.
Le personnel nécessaire est mis à disposition de l'association sans but lucratif parmi les membres du personnel des services et organismes bénéficiaires du Service social.
Sur demande de l'instance exécutive de l'association sans but lucratif et en concertation avec le Secrétaire général du Ministère et les fonctionnaires dirigeants des organismes bénéficiaires du service social, dans le respect de l'organigramme approuvé par le Gouvernement, le Ministre met temporairement à disposition de l'association sans but lucratif le personnel nécessaire à la réalisation des activités du service social.
Le dossier administratif de chaque membre de ce personnel est géré par le service ou l'organisme dont il est originaire.
La rémunération du personnel mis à disposition reste à charge du service ou l'organisme dont il est originaire.
Le service ou l'organisme dont émane le membre du personnel mis à disposition assure à ce membre du personnel une position dans son cadre qui lui maintient ses perspectives de carrière.
Pendant leur mise à disposition, ces membres du personnel relèvent de l'autorité hiérarchique et fonctionnelle du conseil d'administration de l'association sans but lucratif.
Les président et vice-présidents, trésorier(s) et secrétaire(s) du conseil d'administration de l'association sans but lucratif bénéficient de plein droit, au sein du service dans lequel ils sont administrativement affectés, des dispenses de service nécessaires à l'accomplissement plein et entier de leur mandat ]1.
Modifications
Art. 11. Onverminderd artikel 4, wordt het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 maart 1997 houdende oprichting van de sociale dienst van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap opgeheven op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 11. Sans préjudice de l'article 4, l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 13 mars 1997 portant création du service social des Services du Gouvernement de la Communauté française est abrogé à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant sa publication au Moniteur belge.
Art. 13. De Minister van Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre de la Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.