Artikel 1. In artikel 4bis van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
"In afwijking van vorig lid mag een opdrachtgever die werkgever is, de verplichting van de bouwdirectie belast met het ontwerp te zijnen laste nemen. In dit geval vervult de opdrachtgever alle verplichtingen van de bouwdirectie belast met het ontwerp bedoeld in deze onderafdeling."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
Titre
22 MARS 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 25 janvier 2001 concernant les chantiers temporaires ou mobiles.
Informations sur le document
Numac: 2006200951
Datum: 2006-03-22
Info du document
Numac: 2006200951
Date: 2006-03-22
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. Dans l'article 4bis de l'arrêté royal du 25 janvier 2001 concernant les chantiers temporaires ou mobiles, inséré par l'arrêté royal du 19 janvier 2005, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Par dérogation à l'alinéa précédent, un maître d'ouvrage qui est employeur, peut prendre l'obligation du maître d'oeuvre chargé de la conception à sa charge. Dans ce cas, le maître d'ouvrage répond de toutes les obligations du maître d'oeuvre chargé de la conception, visées par la présente sous-section."
"Par dérogation à l'alinéa précédent, un maître d'ouvrage qui est employeur, peut prendre l'obligation du maître d'oeuvre chargé de la conception à sa charge. Dans ce cas, le maître d'ouvrage répond de toutes les obligations du maître d'oeuvre chargé de la conception, visées par la présente sous-section."
Art.2. In artikel 4decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt een § 2bis ingevoegd, luidende :
"In afwijking van § 1 en § 2, mag een opdrachtgever die werkgever is, de verplichting van de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, respectievelijk de bouwdirectie of de bouwdirecties belast met de uitvoering te zijnen laste nemen. In dit geval vervult de opdrachtgever alle verplichtingen van deze bouwdirectie of bouwdirecties bedoeld in deze onderafdeling."
"In afwijking van § 1 en § 2, mag een opdrachtgever die werkgever is, de verplichting van de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, respectievelijk de bouwdirectie of de bouwdirecties belast met de uitvoering te zijnen laste nemen. In dit geval vervult de opdrachtgever alle verplichtingen van deze bouwdirectie of bouwdirecties bedoeld in deze onderafdeling."
Art.2. Dans l'article 4decies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 19 janvier 2005, il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit :
"Par dérogation au § 1er et au § 2, un maître d'ouvrage qui est employeur, peut prendre l'obligation du maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution, respectivement du maître ou des maîtres d'ouvrage chargés de l'exécution, à sa charge. Dans ce cas, le maître d'ouvrage répond de toutes les obligations de ce maître d'oeuvre ou de ces maîtres d'oeuvre, visées par la présente sous-section."
"Par dérogation au § 1er et au § 2, un maître d'ouvrage qui est employeur, peut prendre l'obligation du maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution, respectivement du maître ou des maîtres d'ouvrage chargés de l'exécution, à sa charge. Dans ce cas, le maître d'ouvrage répond de toutes les obligations de ce maître d'oeuvre ou de ces maîtres d'oeuvre, visées par la présente sous-section."
Art.3. In artikel 17, § 2, 1°, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "te allen tijde" worden geschrapt;
2° in de Franse tekst wordt het woord "entièrement" ingevoegd voor de woorden "et de façon adéquate".
1° de woorden "te allen tijde" worden geschrapt;
2° in de Franse tekst wordt het woord "entièrement" ingevoegd voor de woorden "et de façon adéquate".
Art.3. A l'article 17, § 2, 1°, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "en tout temps" sont supprimés;
2° dans le texte français le mot "entièrement" est inséré avant les mots "et de façon adéquate".
1° les mots "en tout temps" sont supprimés;
2° dans le texte français le mot "entièrement" est inséré avant les mots "et de façon adéquate".
Art.4. In afdeling IV, onderafdeling III, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt een artikel 36bis ingevoegd, luidende :
"Art. 36bis. Voor de bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen mede-eigendom van toepassing zijn of kunnen zijn, worden de postinterventiedossiers die door de coördinator-verwezenlijking overgedragen worden na 30 april 2006, door deze laatste onderverdeeld in een gedeelte dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen mede-eigendom en gedeelten die betrekking hebben op de privatieve delen van deze bouwwerken.
Elk deel van een postinterventiedossier dat betrekking heeft op een privatief deel omvat niet alleen de informatie over het betrokken privatief deel, maar ook de informatie over de elementen die andere privatieve delen bedienen of die tot de delen in gedwongen mede-eigendom behoren en die onontbeerlijk is om, bij het uitvoeren van werken in het betrokken privatief deel, de veiligheid, de gezondheid of het comfort van de gebruikers van de privatieve delen niet in het gedrang te brengen, inzonderheid, de ligging van in de muren ingewerkte leidingen en kokers of het dragend karakter van een ligger of een muur."
"Art. 36bis. Voor de bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen mede-eigendom van toepassing zijn of kunnen zijn, worden de postinterventiedossiers die door de coördinator-verwezenlijking overgedragen worden na 30 april 2006, door deze laatste onderverdeeld in een gedeelte dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen mede-eigendom en gedeelten die betrekking hebben op de privatieve delen van deze bouwwerken.
Elk deel van een postinterventiedossier dat betrekking heeft op een privatief deel omvat niet alleen de informatie over het betrokken privatief deel, maar ook de informatie over de elementen die andere privatieve delen bedienen of die tot de delen in gedwongen mede-eigendom behoren en die onontbeerlijk is om, bij het uitvoeren van werken in het betrokken privatief deel, de veiligheid, de gezondheid of het comfort van de gebruikers van de privatieve delen niet in het gedrang te brengen, inzonderheid, de ligging van in de muren ingewerkte leidingen en kokers of het dragend karakter van een ligger of een muur."
Art.4. Il est inséré dans la section IV, sous-section III, du même arrêté, modifiée par l'arrêté royal du 19 janvier 2005, un article 36bis rédigé comme suit :
"Art. 36bis. Pour les ouvrages ou groupes d'ouvrages auxquels s'appliquent ou peuvent s'appliquer les principes de la copropriété forcée, les dossiers d'intervention ultérieure qui ont été remis par le coordinateur-réalisation après le 30 avril 2006, sont subdivisés par ce dernier en une partie ayant trait aux parties de ces ouvrages relevant de la copropriété forcée et les parties ayant trait aux parties privatives de ces ouvrages.
Chaque partie du dossier d'intervention ultérieure ayant trait à une partie privative comporte, non seulement l'information sur la partie privative concernée, mais aussi l'information sur les éléments qui desservent d'autres parties privatives ou qui appartiennent aux parties relevant de la copropriété forcée et qui, en cas de travaux dans la partie privative concernée, est indispensable pour ne pas compromettre la sécurité, la santé ou le confort des utilisateurs des parties privatives, notamment, l'emplacement de conduites et de gaines incorporées dans les murs ou le caractère portant d'une poutre ou d'un mur."
"Art. 36bis. Pour les ouvrages ou groupes d'ouvrages auxquels s'appliquent ou peuvent s'appliquer les principes de la copropriété forcée, les dossiers d'intervention ultérieure qui ont été remis par le coordinateur-réalisation après le 30 avril 2006, sont subdivisés par ce dernier en une partie ayant trait aux parties de ces ouvrages relevant de la copropriété forcée et les parties ayant trait aux parties privatives de ces ouvrages.
Chaque partie du dossier d'intervention ultérieure ayant trait à une partie privative comporte, non seulement l'information sur la partie privative concernée, mais aussi l'information sur les éléments qui desservent d'autres parties privatives ou qui appartiennent aux parties relevant de la copropriété forcée et qui, en cas de travaux dans la partie privative concernée, est indispensable pour ne pas compromettre la sécurité, la santé ou le confort des utilisateurs des parties privatives, notamment, l'emplacement de conduites et de gaines incorporées dans les murs ou le caractère portant d'une poutre ou d'un mur."
Art.5. In artikel 48 van hetzelfde besluit, wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
"In de gevallen van een overdracht van een bouwwerk of een deel ervan op het ogenblik dat de tijdelijke of mobiele bouwplaats voor dit bouwwerk nog niet beëindigd is, wordt in de akte die de overdracht bevestigt, vermeld dat de persoon die het bouwwerk afstaat of overdraagt, zich ertoe verbindt het postinterventiedossier aan de nieuwe eigenaar te overhandigen, zodra de voorlopige oplevering, of bij ontstentenis, de oplevering van het bouwwerk heeft plaats gehad."
"In de gevallen van een overdracht van een bouwwerk of een deel ervan op het ogenblik dat de tijdelijke of mobiele bouwplaats voor dit bouwwerk nog niet beëindigd is, wordt in de akte die de overdracht bevestigt, vermeld dat de persoon die het bouwwerk afstaat of overdraagt, zich ertoe verbindt het postinterventiedossier aan de nieuwe eigenaar te overhandigen, zodra de voorlopige oplevering, of bij ontstentenis, de oplevering van het bouwwerk heeft plaats gehad."
Art.5. Dans l'article 48 du même arrêté, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
"Dans les cas d'une mutation totale ou partielle d'un ouvrage à un moment où le chantier temporaire ou mobile pour cet ouvrage n'est pas encore terminé, il est mentionné dans l'acte qui confirme la mutation, que la personne qui cède l'ouvrage s'engage à remettre le dossier d'intervention ultérieure au nouveau propriétaire, dès que la réception provisoire, ou à défaut, la réception de l'ouvrage a eu lieu."
"Dans les cas d'une mutation totale ou partielle d'un ouvrage à un moment où le chantier temporaire ou mobile pour cet ouvrage n'est pas encore terminé, il est mentionné dans l'acte qui confirme la mutation, que la personne qui cède l'ouvrage s'engage à remettre le dossier d'intervention ultérieure au nouveau propriétaire, dès que la réception provisoire, ou à défaut, la réception de l'ouvrage a eu lieu."
Art.6. In afdeling VI, onderafdeling III, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidende :
"In de gevallen van bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen mede-eigendom van toepassing zijn, kunnen de mede-eigenaars, in hun hoedanigheid van eventuele toekomstige opdrachtgevers, hun taken en verplichtingen inzake het gedeelte van het postinterventiedossier dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen mede-eigendom, aan de syndicus toevertrouwen.
De beslissing dienaangaande wordt opgenomen in de statuten bedoeld in artikel 577-4, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, wanneer de statuten voor de eerste maal zijn vastgesteld na 30 april 2006.
Wanneer de statuten vóór of op deze datum zijn vastgesteld, wordt de beslissing opgetekend in het proces-verbaal van de algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars en nadien in de statuten overgeschreven, naar aanleiding van de eerstvolgende statutenwijziging om andere redenen.
Bij toepassing van het eerste lid, bevindt het postinterventiedossier zich op het kantoor van de syndicus van de vereniging van mede-eigenaars, waar het kosteloos door iedere belanghebbende kan worden geraadpleegd, en wordt de verplichting tot het overhandigen van het dossier tussen opeenvolgende eigenaars bij een gedeeltelijke overdracht van het bouwwerk, beperkt tot de gedeelten ervan die betrekking hebben op de overgedragen privatieve delen."
"In de gevallen van bouwwerken of groepen van bouwwerken waarop de beginselen met betrekking tot de gedwongen mede-eigendom van toepassing zijn, kunnen de mede-eigenaars, in hun hoedanigheid van eventuele toekomstige opdrachtgevers, hun taken en verplichtingen inzake het gedeelte van het postinterventiedossier dat betrekking heeft op de delen van deze bouwwerken in gedwongen mede-eigendom, aan de syndicus toevertrouwen.
De beslissing dienaangaande wordt opgenomen in de statuten bedoeld in artikel 577-4, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, wanneer de statuten voor de eerste maal zijn vastgesteld na 30 april 2006.
Wanneer de statuten vóór of op deze datum zijn vastgesteld, wordt de beslissing opgetekend in het proces-verbaal van de algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars en nadien in de statuten overgeschreven, naar aanleiding van de eerstvolgende statutenwijziging om andere redenen.
Bij toepassing van het eerste lid, bevindt het postinterventiedossier zich op het kantoor van de syndicus van de vereniging van mede-eigenaars, waar het kosteloos door iedere belanghebbende kan worden geraadpleegd, en wordt de verplichting tot het overhandigen van het dossier tussen opeenvolgende eigenaars bij een gedeeltelijke overdracht van het bouwwerk, beperkt tot de gedeelten ervan die betrekking hebben op de overgedragen privatieve delen."
Art.6. Il est inséré dans la section VI, sous-section III, du même arrêté, un article 49bis rédigé comme suit :
"Dans les cas d'ouvrages ou de groupes d'ouvrages auxquels s'appliquent les principes de la copropriété forcée, les copropriétaires, en leur qualité d'éventuels futurs maîtres d'ouvrage, peuvent confier au syndic leurs tâches et obligations relatives à la partie du dossier d'intervention ultérieure ayant trait aux parties de ces ouvrages relevant de la copropriété forcée.
La décision à ce sujet est reprise dans les statuts visés à l'article 577-4, § 1er, du Code civil, lorsque les statuts sont fixés pour la première fois après le 30 avril 2006.
Si les statuts ont été établis avant ou à cette date, la décision est consignée dans le procès-verbal de l'assemblée générale de l'association des copropriétaires et ultérieurement transcrite dans les statuts, à l'occasion d'une modification des statuts pour une autre raison.
Lors de l'application du premier alinéa, le dossier d'intervention ultérieure est tenu au bureau du syndic de l'association des copropriétaires, où il peut être consulté gratuitement par chaque intéressé, et l'obligation de remise du dossier entre les propriétaires successifs en cas de mutation partielle de l'ouvrage, est limitée à ses parties ayant trait aux parties privatives mutées."
"Dans les cas d'ouvrages ou de groupes d'ouvrages auxquels s'appliquent les principes de la copropriété forcée, les copropriétaires, en leur qualité d'éventuels futurs maîtres d'ouvrage, peuvent confier au syndic leurs tâches et obligations relatives à la partie du dossier d'intervention ultérieure ayant trait aux parties de ces ouvrages relevant de la copropriété forcée.
La décision à ce sujet est reprise dans les statuts visés à l'article 577-4, § 1er, du Code civil, lorsque les statuts sont fixés pour la première fois après le 30 avril 2006.
Si les statuts ont été établis avant ou à cette date, la décision est consignée dans le procès-verbal de l'assemblée générale de l'association des copropriétaires et ultérieurement transcrite dans les statuts, à l'occasion d'une modification des statuts pour une autre raison.
Lors de l'application du premier alinéa, le dossier d'intervention ultérieure est tenu au bureau du syndic de l'association des copropriétaires, où il peut être consulté gratuitement par chaque intéressé, et l'obligation de remise du dossier entre les propriétaires successifs en cas de mutation partielle de l'ouvrage, est limitée à ses parties ayant trait aux parties privatives mutées."
Art.7. In artikel 53, 4°, van hetzelfde besluit worden de woorden "7 augustus 1995" vervangen door de woorden "13 juni 2005".
Art.7. A l'article 53, 4° du même arrêté les mots "7 août 1995" sont remplacés par les mots "13 juin 2005".
Art.8. Artikel 65 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt aangevuld met het volgende lid :
"De Minister die het Welzijn van de werknemers in zijn bevoegdheid heeft, stelt het certificatieschema vast."
"De Minister die het Welzijn van de werknemers in zijn bevoegdheid heeft, stelt het certificatieschema vast."
Art.8. L'article 65 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 19 janvier 2005, est complété par l'alinéa suivant :
"Le Ministre ayant le Bien-être des travailleurs dans ses attributions, fixe le schéma de certification."
"Le Ministre ayant le Bien-être des travailleurs dans ses attributions, fixe le schéma de certification."
Art.9. In artikel 65ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, worden de woorden "de certificatie uitgezonderd en" ingevoegd tussen de woorden "de onderafdeling I," en de woorden "met dien verstande dat".
Art.9. Dans l'article 65ter, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 19 janvier 2005, les mots "à l'exception de la certification et" sont insérés entre les mots "la sous-section Ire et les mots "étant entendu".
Art. 10. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Gegeven te Brussel, 22 maart 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN.
Art. 10. Notre Ministre de l'Emploi, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 22 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.
Donné à Bruxelles, le 22 mars 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Emploi,
P. VANVELTHOVEN.