Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 9 september 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 5° wordt gewijzigd als volgt : " 5° het bestuur : de Directie Dierensector van de Afdeling Steun aan de Landbouw van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest ";
2° in punt 6°, b.1, 5e streepje, van hetzelfde artikel 1 worden de woorden " dienen de gronden die in de groepering van melkproducenten zijn ingebracht " vervangen door de woorden " dienen de gronden die ter beschikking van de groepering van melkproducenten worden gesteld ";
3° punt 16° van hetzelfde artikel 1 wordt gewijzigd als volgt : " 16° oppervlakteaangifte : de oppervlakteaangifte zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 JANUARI 2006. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 september 2004 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten (VERTALING).
Titre
26 JANVIER 2006. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 septembre 2004 relatif à l'application du prélèvement dans le secteur du lait et des produits laitiers.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 septembre 2004 sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante : " 5° l'administration : la Direction du Secteur animal de la Division des Aides à l'Agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne. ";
2° au point 6°, b.1, tiret 5, du même article 1er, les mots " mises à disposition du " sont insérés en lieu et place des mots " apportées au " entre les mots " 2002, les terres " et les mots " du groupement de producteurs laitiers ";
3° le point 16° du même article 1er est remplacé par la disposition suivante : " 16° déclaration de superficies : la déclaration de superficies telle que prévue au Règlement (CE) n° 1782/2003 du Conseil du 29 septembre 2003. ".
1° le point 5° est remplacé par la disposition suivante : " 5° l'administration : la Direction du Secteur animal de la Division des Aides à l'Agriculture de la Direction générale de l'Agriculture du Ministère de la Région wallonne. ";
2° au point 6°, b.1, tiret 5, du même article 1er, les mots " mises à disposition du " sont insérés en lieu et place des mots " apportées au " entre les mots " 2002, les terres " et les mots " du groupement de producteurs laitiers ";
3° le point 16° du même article 1er est remplacé par la disposition suivante : " 16° déclaration de superficies : la déclaration de superficies telle que prévue au Règlement (CE) n° 1782/2003 du Conseil du 29 septembre 2003. ".
Art. 2. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid van artikel 5, worden de woorden " of toepassing van de voorschriften van het laatste lid van artikel 30 van de pachtwet " ingevoegd tussen de woorden " of overdracht van pacht, " en " in geval van samenvoeging van bedrijven... ";
2° in punt b wordt het tweede lid gewijzigd als volgt : " Indien overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, punt 15°, een bedrijf wordt overgenomen door een andere producent, moet deze laatste, voor de gronden die na 1 april 1996 het voorwerp van een aanvraag tot overdracht hebben uitgemaakt, ten bedrage van minstens één ha per 20 000 liter betrokken referentiehoeveelheden, dezelfde verplichtingen naleven als zijn overdrager gedurende een nieuwe periode van negen jaar. "
1° in het eerste lid van artikel 5, worden de woorden " of toepassing van de voorschriften van het laatste lid van artikel 30 van de pachtwet " ingevoegd tussen de woorden " of overdracht van pacht, " en " in geval van samenvoeging van bedrijven... ";
2° in punt b wordt het tweede lid gewijzigd als volgt : " Indien overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, punt 15°, een bedrijf wordt overgenomen door een andere producent, moet deze laatste, voor de gronden die na 1 april 1996 het voorwerp van een aanvraag tot overdracht hebben uitgemaakt, ten bedrage van minstens één ha per 20 000 liter betrokken referentiehoeveelheden, dezelfde verplichtingen naleven als zijn overdrager gedurende een nieuwe periode van negen jaar. "
Art. 2. Dans l'article 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er de l'article 5, les mots " ou application des dispositions du dernier alinéa de l'article 30 de la loi sur le bail à ferme " sont insérés entre les mots " ou cession de bail, " et " en cas de mise en commun d'exploitations ... ";
2° au point b, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante : " Lorsque conformément aux dispositions de l'article 1er, point 15°, une exploitation est reprise par un autre producteur, ce dernier doit pour les terres ayant fait l'objet d'une demande de transfert après le 1er avril 1996, à raison de minimum un ha par 20.000 litres de quantités de référence concernées, respecter les mêmes obligations que son cédant pendant une nouvelle période de neuf ans. ".
1° à l'alinéa 1er de l'article 5, les mots " ou application des dispositions du dernier alinéa de l'article 30 de la loi sur le bail à ferme " sont insérés entre les mots " ou cession de bail, " et " en cas de mise en commun d'exploitations ... ";
2° au point b, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante : " Lorsque conformément aux dispositions de l'article 1er, point 15°, une exploitation est reprise par un autre producteur, ce dernier doit pour les terres ayant fait l'objet d'une demande de transfert après le 1er avril 1996, à raison de minimum un ha par 20.000 litres de quantités de référence concernées, respecter les mêmes obligations que son cédant pendant une nouvelle période de neuf ans. ".
Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 van artikel 9 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : " § 1. Van de referentiehoeveelheden die het voorwerp uitmaken of uitgemaakt hebben van een overdracht, zoals bedoeld in de artikelen 5 en 13, behalve in geval van overname, wordt 90 % toegewezen aan de nationale reserve wanneer de overdracht gebeurt tussen producenten die noch bloedverwanten noch aanverwanten in de eerste graad noch bloedverwanten in de zijlinie en de tweede graad noch echtgenoten zijn;
Deze bepaling is echter niet van toepassing wanneer de overdracht wordt uitgevoerd hetzij ten bate van een groepering van natuurlijke personen zoals bepaald in artikel 1, 7°, c), waarvan het oudste lid minder dan 65 jaar oud is op 1 april volgend op de lopende periode, hetzij ten bate van een rechtspersoon zoals bepaald in artikel 1, 7°, b.1 en b.2, waarvan de oudste beheerder of bestuurder minder dan 65 jaar oud is op 1 april van de lopende periode en als, vóór die overdracht :
- genoemde groepering of rechtspersoon het bedrijf en het geheel van de gronden gebruikt voor melkproductie van een overdrager, bloed- of aanverwant in de eerste graad heeft overgenomen, in de zin van artikel 1, 15°, door genoemde groepering of rechtspersoon op te richten met die overdrager, bloed- of aanverwant in de eerste graad. Die overdrager kan zelf voor 31 maart 2004 een bedrijf hebben opgericht in de zin van de bepalingen van artikel 1, 16°, van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelproducten;
- alle leden van genoemde groepering en alle beheerders of bestuurders van genoemde rechtspersoon onderling bloed- of aanverwanten in de eerste graad zijn of bloedverwanten in de zijlinie en de tweede graad met een bloedverwant in de eerste graad.
Wanneer de oudste natuurlijke persoon van genoemde groepering van rechtspersonen of de oudste beheerder of bestuurder van genoemde rechtspersoon de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt op 1 april van de volgende periode, zijn de bepalingen van artikel 9, § 3, 1° en 2°, van toepassing. ";
2° in § 3, 5°, einde van het tweede lid, wordt het woord " overnemer " vervangen door het woord " overdrager ".
1° § 1 van artikel 9 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : " § 1. Van de referentiehoeveelheden die het voorwerp uitmaken of uitgemaakt hebben van een overdracht, zoals bedoeld in de artikelen 5 en 13, behalve in geval van overname, wordt 90 % toegewezen aan de nationale reserve wanneer de overdracht gebeurt tussen producenten die noch bloedverwanten noch aanverwanten in de eerste graad noch bloedverwanten in de zijlinie en de tweede graad noch echtgenoten zijn;
Deze bepaling is echter niet van toepassing wanneer de overdracht wordt uitgevoerd hetzij ten bate van een groepering van natuurlijke personen zoals bepaald in artikel 1, 7°, c), waarvan het oudste lid minder dan 65 jaar oud is op 1 april volgend op de lopende periode, hetzij ten bate van een rechtspersoon zoals bepaald in artikel 1, 7°, b.1 en b.2, waarvan de oudste beheerder of bestuurder minder dan 65 jaar oud is op 1 april van de lopende periode en als, vóór die overdracht :
- genoemde groepering of rechtspersoon het bedrijf en het geheel van de gronden gebruikt voor melkproductie van een overdrager, bloed- of aanverwant in de eerste graad heeft overgenomen, in de zin van artikel 1, 15°, door genoemde groepering of rechtspersoon op te richten met die overdrager, bloed- of aanverwant in de eerste graad. Die overdrager kan zelf voor 31 maart 2004 een bedrijf hebben opgericht in de zin van de bepalingen van artikel 1, 16°, van het besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 betreffende de toepassing van de heffing in de sector melk en zuivelproducten;
- alle leden van genoemde groepering en alle beheerders of bestuurders van genoemde rechtspersoon onderling bloed- of aanverwanten in de eerste graad zijn of bloedverwanten in de zijlinie en de tweede graad met een bloedverwant in de eerste graad.
Wanneer de oudste natuurlijke persoon van genoemde groepering van rechtspersonen of de oudste beheerder of bestuurder van genoemde rechtspersoon de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt op 1 april van de volgende periode, zijn de bepalingen van artikel 9, § 3, 1° en 2°, van toepassing. ";
2° in § 3, 5°, einde van het tweede lid, wordt het woord " overnemer " vervangen door het woord " overdrager ".
Art. 3. Dans l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er de l'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : " § 1er. Des quantités de référence qui font ou ont fait l'objet d'un transfert, visé aux articles 5 et 13, hormis en cas de reprise, 90 % sont ajoutées à la réserve nationale lorsque ce transfert s'opère, entre producteurs qui ne sont ni parents ni alliés au premier degré, ni parents collatéraux au second degré, ni conjoints;
Toutefois, cette disposition ne trouve pas à s'appliquer lorsque le transfert s'opère soit au profit d'un groupement de personnes physiques tels que défini à l'article 1er, 7°, c, dont le plus âgé, a moins de 65 ans au 1er avril suivant la période en cours, soit au profit d'une personne morale telle que définie à l'article 1er, 7°, b.1 et b.2, dont le gérant ou l'administrateur le plus âgé a moins de 65 ans au 1er avril de la période en cours et si, préalablement à ce transfert :
- ledit groupement ou ladite personne morale a repris au sens de l'article 1er, 15°, l'exploitation et la totalité des terres servant à la production laitière d'un cédant parent ou allié au 1er degré, en constituant avec ce cédant parent ou allié au premier degré ledit groupement ou ladite personne morale. Ce cédant peut avoir lui-même procédé, avant le 31 mars 2004, à une création d'exploitation au sens des dispositions de l'article 1er, 16°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'application du prélèvement dans le secteur du lait et des produits laitiers;
- tous les membres dudit groupement et tous les gérants ou administrateurs de ladite personne morale sont, entre eux, parents ou alliés au premier degré ou parents collatéraux au second degré avec un parent au 1er degré.
Lorsque la personne physique la plus âgée dudit groupement de personnes physiques ou le gérant ou l'administrateur le plus âgé de ladite personne morale a atteint l'âge de 65 ans au 1er avril de la période suivante, les dispositions de l'article 9, § 3, 1° et 2°, sont d'application. "
2° au § 3, 5°, fin de l'alinéa 2, le mot " cédant " est écrit en lieu et place de " repreneur ".
1° le § 1er de l'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante : " § 1er. Des quantités de référence qui font ou ont fait l'objet d'un transfert, visé aux articles 5 et 13, hormis en cas de reprise, 90 % sont ajoutées à la réserve nationale lorsque ce transfert s'opère, entre producteurs qui ne sont ni parents ni alliés au premier degré, ni parents collatéraux au second degré, ni conjoints;
Toutefois, cette disposition ne trouve pas à s'appliquer lorsque le transfert s'opère soit au profit d'un groupement de personnes physiques tels que défini à l'article 1er, 7°, c, dont le plus âgé, a moins de 65 ans au 1er avril suivant la période en cours, soit au profit d'une personne morale telle que définie à l'article 1er, 7°, b.1 et b.2, dont le gérant ou l'administrateur le plus âgé a moins de 65 ans au 1er avril de la période en cours et si, préalablement à ce transfert :
- ledit groupement ou ladite personne morale a repris au sens de l'article 1er, 15°, l'exploitation et la totalité des terres servant à la production laitière d'un cédant parent ou allié au 1er degré, en constituant avec ce cédant parent ou allié au premier degré ledit groupement ou ladite personne morale. Ce cédant peut avoir lui-même procédé, avant le 31 mars 2004, à une création d'exploitation au sens des dispositions de l'article 1er, 16°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'application du prélèvement dans le secteur du lait et des produits laitiers;
- tous les membres dudit groupement et tous les gérants ou administrateurs de ladite personne morale sont, entre eux, parents ou alliés au premier degré ou parents collatéraux au second degré avec un parent au 1er degré.
Lorsque la personne physique la plus âgée dudit groupement de personnes physiques ou le gérant ou l'administrateur le plus âgé de ladite personne morale a atteint l'âge de 65 ans au 1er avril de la période suivante, les dispositions de l'article 9, § 3, 1° et 2°, sont d'application. "
2° au § 3, 5°, fin de l'alinéa 2, le mot " cédant " est écrit en lieu et place de " repreneur ".
Art. 4. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden §§ 1, 2 en 3 vervangen als volgt :
" § 1. De overdrachten van referentiehoeveelheden bedoeld in artikelen 5 tot 12 worden geregistreerd hetzij ambtshalve ofwel op aanvraag gericht aan het bestuur aan de hand van een typeformulier beschikbaar bij het bestuur, waaraan de bewijsstukken voor de grondoverdracht zullen worden toegevoegd.
De oprichting van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, wordt geregistreerd op aanvraag gericht aan het bestuur aan de hand van een typeformulier beschikbaar bij het bestuur, waaraan de bewijsstukken voor de terbeschikkingstelling van gronden ten bate van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, zullen worden toegevoegd. De overgedragen grondpercelen of die welke ter beschikking gesteld zijn van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, moeten worden aangegeven op de kaarten van de oppervlakteaangiften.
De met de referentiehoeveelheden overgedragen gronden of die welke ter beschikking van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent gesteld zijn, kunnen enkel betrekking hebben op gronden die in België uitgebaat zijn en die door de overdrager of de leden van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producer aangegeven zijn in hun oppervlakteaangiften van het kalenderjaar voorafgaand aan de lopende periode. Bij gebrek aan die laatste aangifte kunnen de producent-overdrager of de leden van de in artikel 1 bedoelde producent, 6°, b, de overgedragen gronden of de gronden die ze ter beschikking stellen van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, hebben uitgebaat in België tijdens de lopende periode voorzover die gronden niet uitgebaat en aangegeven zijn door een andere producent tijdens de lopende en de twee voorafgaande periodes.
§ 2. Een aanvraag om overdracht van referentiehoeveelheden kan slechts betrekking hebben op een overdracht van het geheel of van een gedeelte van een bedrijf, die zich ten vroegste heeft voorgedaan op 1 april van de vorige periode en zich ten laatste voordoet op 31 maart van de periode. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag om overdracht of oprichting van een groepering van melkproducenten ingediend zijn uiterlijk op 30 november van de periode.
Wanneer een aanvraag om oprichting van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, wordt ingediend, moet de authentieke akte houdende oprichting van genoemde producent op straffe van verval worden ingediend uiterlijk binnen 30 kalenderdagen volgend op de kennisgeving van de gunstige beslissing van het Bestuur aan betrokkenen.
Een aanvraag om verlenging van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, moet worden ingediend bij het bestuur bij aangetekende brief ondertekend door alle betrokken leden van de groepering.
Om ontvankelijk te zijn, moet die aanvraag worden ingediend tussen 1 april en 30 november van de laatste van de drie periodes waarvoor de groepering opgericht is.
§ 3. Behoudens in geval van bedrijfsovernames worden de overdrachten van referentiehoeveelheden alsmede de overeenkomstige afhoudingen voor de nationale reserve, uitgevoerd met uitwerking op 1 april van de volgende periode.
Bij bedrijfsovername of oprichting van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent moet de overdracht of terbeschikkingstelling van gronden plaatsvinden tussen 1 april van de vorige periode en 31 maart van de lopende periode. In dit geval kunnen de overdrachten of terbeschikkingstellingen van de referentiehoeveelheden ten vroegste gebeuren na de grondoverdracht. Wat betreft bedrijfsovernames kunnen ze ten vroegste uitwerking hebben op 1 april van de lopende periode en ten laatste op 1 april van de volgende periode. Voor de oprichting van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, heeft de terbeschikkingstelling van de referentiehoeveelheden uitwerking op 1 april volgend op de lopende periode. De overeenkomstige afhoudingen voor de nationale reserve worden uitgevoerd met uitwerking op 1 april van de volgende periode. "
" § 1. De overdrachten van referentiehoeveelheden bedoeld in artikelen 5 tot 12 worden geregistreerd hetzij ambtshalve ofwel op aanvraag gericht aan het bestuur aan de hand van een typeformulier beschikbaar bij het bestuur, waaraan de bewijsstukken voor de grondoverdracht zullen worden toegevoegd.
De oprichting van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, wordt geregistreerd op aanvraag gericht aan het bestuur aan de hand van een typeformulier beschikbaar bij het bestuur, waaraan de bewijsstukken voor de terbeschikkingstelling van gronden ten bate van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, zullen worden toegevoegd. De overgedragen grondpercelen of die welke ter beschikking gesteld zijn van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, moeten worden aangegeven op de kaarten van de oppervlakteaangiften.
De met de referentiehoeveelheden overgedragen gronden of die welke ter beschikking van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent gesteld zijn, kunnen enkel betrekking hebben op gronden die in België uitgebaat zijn en die door de overdrager of de leden van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producer aangegeven zijn in hun oppervlakteaangiften van het kalenderjaar voorafgaand aan de lopende periode. Bij gebrek aan die laatste aangifte kunnen de producent-overdrager of de leden van de in artikel 1 bedoelde producent, 6°, b, de overgedragen gronden of de gronden die ze ter beschikking stellen van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, hebben uitgebaat in België tijdens de lopende periode voorzover die gronden niet uitgebaat en aangegeven zijn door een andere producent tijdens de lopende en de twee voorafgaande periodes.
§ 2. Een aanvraag om overdracht van referentiehoeveelheden kan slechts betrekking hebben op een overdracht van het geheel of van een gedeelte van een bedrijf, die zich ten vroegste heeft voorgedaan op 1 april van de vorige periode en zich ten laatste voordoet op 31 maart van de periode. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag om overdracht of oprichting van een groepering van melkproducenten ingediend zijn uiterlijk op 30 november van de periode.
Wanneer een aanvraag om oprichting van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, wordt ingediend, moet de authentieke akte houdende oprichting van genoemde producent op straffe van verval worden ingediend uiterlijk binnen 30 kalenderdagen volgend op de kennisgeving van de gunstige beslissing van het Bestuur aan betrokkenen.
Een aanvraag om verlenging van een producent zoals bedoeld in artikel 1, 6°, b, moet worden ingediend bij het bestuur bij aangetekende brief ondertekend door alle betrokken leden van de groepering.
Om ontvankelijk te zijn, moet die aanvraag worden ingediend tussen 1 april en 30 november van de laatste van de drie periodes waarvoor de groepering opgericht is.
§ 3. Behoudens in geval van bedrijfsovernames worden de overdrachten van referentiehoeveelheden alsmede de overeenkomstige afhoudingen voor de nationale reserve, uitgevoerd met uitwerking op 1 april van de volgende periode.
Bij bedrijfsovername of oprichting van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent moet de overdracht of terbeschikkingstelling van gronden plaatsvinden tussen 1 april van de vorige periode en 31 maart van de lopende periode. In dit geval kunnen de overdrachten of terbeschikkingstellingen van de referentiehoeveelheden ten vroegste gebeuren na de grondoverdracht. Wat betreft bedrijfsovernames kunnen ze ten vroegste uitwerking hebben op 1 april van de lopende periode en ten laatste op 1 april van de volgende periode. Voor de oprichting van de in artikel 1, 6°, b, bedoelde producent, heeft de terbeschikkingstelling van de referentiehoeveelheden uitwerking op 1 april volgend op de lopende periode. De overeenkomstige afhoudingen voor de nationale reserve worden uitgevoerd met uitwerking op 1 april van de volgende periode. "
Art. 4. Dans l'article 14 du même arrêté, les §§ 1er, 2e et 3e sont remplacés par les dispositions suivantes :
" § 1er. Les transferts de quantité de référence visés aux articles 5 à 12 sont enregistrés soit d'office, soit sur demande adressée à l'administration à l'aide d'un formulaire-type disponible auprès de l'administration, auquel seront joints les documents justificatifs du transfert de terres.
La constitution d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, est enregistrée sur demande adressée à l'administration à l'aide d'un formulaire-type disponible auprès de l'administration, auquel seront joints les documents justificatifs de la mise à disposition de terres au profit du producteur visé à l'article 1er, 6°, b.
Les parcelles de terres transférées ou mises à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, doivent être indiquées sur des cartes de déclarations de superficies.
Les terres transférées avec les quantités de référence ou mises à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, ne peuvent concerner que des terres exploitées en Belgique et déclarées par le cédant ou par les membres du producteurs visé à l'article 1ier, 6°, b, dans leurs déclarations de superficies de l'année civile précédant la période en cours. A défaut de cette dernière déclaration, le producteur cédant ou les membres du producteurs visé à l'article 1er, 6°, b, peuvent avoir exploité en Belgique au cours de la période en cours les terres qu'il cède ou mettent à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b pour autant que ces terres n'aient pas été exploitées et déclarées par un autre producteur au cours de la période en cours et des deux précédentes.
§ 2. Une demande de transfert de quantités de référence ne peut concerner qu'un transfert d'une exploitation ou d'une partie de celle-ci, intervenu au plus tôt le 1er avril de la période précédente ou à intervenir au plus tard le 31 mars de la période. Pour être recevable la demande de transfert ou de constitution d'un groupement de producteurs laitiers doit être introduite au plus tard le 30 novembre de la période.
Lorsqu'une demande de constitution d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, est introduite, l'acte authentique portant constitution dudit producteur devra, sous peine de nullité de la demande, être passé au plus tard dans les trente jours calendriers qui suivent la notification de la décision positive de l'administration aux intéressés.
Une demande de reconduction d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, doit être introduite à l'administration, par lettre recommandée signée par tous les membres concernés du groupement.
Pour être recevable cette demande de reconduction sera introduite entre le 1er avril et le 30 novembre de la dernière des trois périodes pour les quelles le groupement est constitué.
§ 3. A l'exception des cas de reprises d'exploitation, les transferts de quantités de référence ainsi que les retenues pour la réserve nationale correspondantes sont exécutés avec effet au 1er avril de la période suivante.
En cas de reprise d'exploitation ou de constitution du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, le transfert ou la mise à disposition de terres doit avoir lieu entre le 1er avril de la période précédente et le 31 mars de la période en cours. Dans ce cas, les transferts ou mises à disposition de quantités de référence ne peuvent être que postérieurs au transfert de terres. Pour les reprises d'exploitation, ils ne peuvent prendre effet au plus tôt que le 1er avril de la période en cours et au plus tard que le 1er avril de la période suivante. Pour la constitution du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, la mise à disposition des quantités de référence prend effet le 1er avril qui suit la période en cours. Les retenues pour la réserve nationale correspondantes sont exécutées avec effet au 1er avril de la période suivante. "
" § 1er. Les transferts de quantité de référence visés aux articles 5 à 12 sont enregistrés soit d'office, soit sur demande adressée à l'administration à l'aide d'un formulaire-type disponible auprès de l'administration, auquel seront joints les documents justificatifs du transfert de terres.
La constitution d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, est enregistrée sur demande adressée à l'administration à l'aide d'un formulaire-type disponible auprès de l'administration, auquel seront joints les documents justificatifs de la mise à disposition de terres au profit du producteur visé à l'article 1er, 6°, b.
Les parcelles de terres transférées ou mises à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, doivent être indiquées sur des cartes de déclarations de superficies.
Les terres transférées avec les quantités de référence ou mises à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, ne peuvent concerner que des terres exploitées en Belgique et déclarées par le cédant ou par les membres du producteurs visé à l'article 1ier, 6°, b, dans leurs déclarations de superficies de l'année civile précédant la période en cours. A défaut de cette dernière déclaration, le producteur cédant ou les membres du producteurs visé à l'article 1er, 6°, b, peuvent avoir exploité en Belgique au cours de la période en cours les terres qu'il cède ou mettent à disposition du producteur visé à l'article 1er, 6°, b pour autant que ces terres n'aient pas été exploitées et déclarées par un autre producteur au cours de la période en cours et des deux précédentes.
§ 2. Une demande de transfert de quantités de référence ne peut concerner qu'un transfert d'une exploitation ou d'une partie de celle-ci, intervenu au plus tôt le 1er avril de la période précédente ou à intervenir au plus tard le 31 mars de la période. Pour être recevable la demande de transfert ou de constitution d'un groupement de producteurs laitiers doit être introduite au plus tard le 30 novembre de la période.
Lorsqu'une demande de constitution d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, est introduite, l'acte authentique portant constitution dudit producteur devra, sous peine de nullité de la demande, être passé au plus tard dans les trente jours calendriers qui suivent la notification de la décision positive de l'administration aux intéressés.
Une demande de reconduction d'un producteur tel que visé à l'article 1er, 6°, b, doit être introduite à l'administration, par lettre recommandée signée par tous les membres concernés du groupement.
Pour être recevable cette demande de reconduction sera introduite entre le 1er avril et le 30 novembre de la dernière des trois périodes pour les quelles le groupement est constitué.
§ 3. A l'exception des cas de reprises d'exploitation, les transferts de quantités de référence ainsi que les retenues pour la réserve nationale correspondantes sont exécutés avec effet au 1er avril de la période suivante.
En cas de reprise d'exploitation ou de constitution du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, le transfert ou la mise à disposition de terres doit avoir lieu entre le 1er avril de la période précédente et le 31 mars de la période en cours. Dans ce cas, les transferts ou mises à disposition de quantités de référence ne peuvent être que postérieurs au transfert de terres. Pour les reprises d'exploitation, ils ne peuvent prendre effet au plus tôt que le 1er avril de la période en cours et au plus tard que le 1er avril de la période suivante. Pour la constitution du producteur visé à l'article 1er, 6°, b, la mise à disposition des quantités de référence prend effet le 1er avril qui suit la période en cours. Les retenues pour la réserve nationale correspondantes sont exécutées avec effet au 1er avril de la période suivante. "
Art. 5. In artikel 15 van hetzelfde besluit, punt 2°, worden de woorden " 0,37 EUR " vervangen door de woorden " 0,25 EUR ".
Art. 5. Dans l'article 15 du même arrêté, au point 2°, les mots " 0,37 EUR " sont remplacés par les mots " 0,25 EUR ".
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking op 1 april 2005.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 2005.
Art. 7. De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 26 januari 2006.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
B. LUTGEN.
Namen, 26 januari 2006.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
B. LUTGEN.
Art. 7. Le Ministre de l'Agriculture est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 26 janvier 2006.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
B. LUTGEN.
Namur, le 26 janvier 2006.
Le Ministre-Président,
E. DI RUPO
Le Ministre de l'Agriculture et de la Ruralité,
B. LUTGEN.