Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° land- of tuinbouwbedrijfshoofd : de natuurlijke of rechtspersoon die een landbouw- of tuinbouwbedrijf uitbaat en die activiteit in hoofdberoep uitoefent;
2° de natuurlijke persoon, land- of tuinbouwbedrijfshoofd in hoofdberoep : de natuurlijke persoon die zelf het landbouw- of tuinbouwbedrijf uitbaat, die uit zijn bedrijf een inkomen verwerft dat 50 % of meer bedraagt van zijn totale inkomen en die aan werkzaamheden buiten het bedrijf minder dan 50 % van zijn totale arbeidsduur besteedt;
3° de rechtspersoon, land- of tuinbouwbedrijfshoofd in hoofdberoep : de rechtspersoon waarvan de statuten de uitbating van een landbouw- of tuinbouwbedrijf tot voorwerp hebben en die producten verhandelt die in hoofdzaak voortgebracht werden op dit bedrijf.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 FEBRUARI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
Titre
24 FEVRIER 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion (TRADUCTION).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° exploitant agricole ou horticole : la personne physique ou morale qui s'adonne à la production agricole ou horticole et qui exerce cette activité à titre principal;
2° personne physique, exploitant agricole ou horticole à titre principal : la personne physique qui exploite elle-même l'exploitation agricole ou horticole, qui retire de son exploitation un revenu de 50 % ou plus de son revenu global et qui consacre aux activités extérieures à l'exploitation moins de 50 % de la durée totale de son travail;
3° personne morale, exploitant agricole ou horticole à titre principal : la personne morale dont les statuts indiquent comme objet l'exploitation agricole ou horticole et qui commercialise des produits provenant principalement de cette exploitation;
1° exploitant agricole ou horticole : la personne physique ou morale qui s'adonne à la production agricole ou horticole et qui exerce cette activité à titre principal;
2° personne physique, exploitant agricole ou horticole à titre principal : la personne physique qui exploite elle-même l'exploitation agricole ou horticole, qui retire de son exploitation un revenu de 50 % ou plus de son revenu global et qui consacre aux activités extérieures à l'exploitation moins de 50 % de la durée totale de son travail;
3° personne morale, exploitant agricole ou horticole à titre principal : la personne morale dont les statuts indiquent comme objet l'exploitation agricole ou horticole et qui commercialise des produits provenant principalement de cette exploitation;
Art. 2. Als de acties, bedoeld in artikel 33, 2e alinea, 5e streepje, van Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 in aanmerking komen voor medefinanciering uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, en binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, kan, volgens de voorwaarden die vastgesteld zijn bij dit besluit, een subsidie verleend worden aan de land- of tuinbouwbedrijfshoofden die gebruikmaken van de door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid, erkende bedrijfsleidingsdiensten voor bijstand voor het beheer van hun bedrijf.
Art. 2. Si les actions, visées à l'article 33, alinéa 2, tiret 5, du Règlement (CE) n° 1257/99 du Conseil du 17 mai 1999 sont admises au cofinancement par le Fonds européen d'orientation et de garantie agricole, et ce dans les limites des crédits disponibles, une subvention peut être octroyée, aux conditions prévues par le présent arrêté, aux exploitants agricoles ou horticoles qui font appel aux services de gestion agréés par le Ministre flamand chargé de la politique agricole, aux fins d'assistance dans la gestion de leur exploitation.
Art. 3. Om erkend te worden moet de bedrijfsleidingsdienst :
1° opgericht zijn voor een minimumduur van tien jaar in de vorm van een handelsvennootschap als bedoeld in boek I, titel I, van het Wetboek van vennootschappen of van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° zodanig gestructureerd zijn dat een voldoende aantal land- of tuinbouwtechnici met een gepaste beroepskwalificatie wordt tewerkgesteld en hoofdzakelijk belast wordt met het geven van bedrijfsleidingsadviezen en groepsvoorlichting;
3° minstens vijftig aangesloten landbouwers of tuinders hebben.
De beroepskwalificatie, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de land- en tuinbouwtechnici ten minste houder zijn van een diploma A2 dat uitgereikt is door een inrichting van het secundaire land- of tuinbouwonderwijs of een evenwaardige vorming met passende beroepservaring genoten hebben.
Bovendien moeten de land- en tuinbouwtechnici geleid worden door een landbouwkundig ingenieur of door een deskundige met een scholing of ervaring inzake land- of tuinbouwbedrijfsleiding waarvan de evenwaardigheid wordt erkend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij.
Eén ingenieur mag hoogstens vijf technici onder zijn leiding hebben. Een hiervoor bedoelde land- of tuinbouwtechnicus kan ten hoogste honderd bedrijfsleiders adviseren.
De erkenningen, verleend met toepassing van het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van toelagen aan bedrijfsleidingsdiensten blijven geldig voor de toepassing van dit besluit.
1° opgericht zijn voor een minimumduur van tien jaar in de vorm van een handelsvennootschap als bedoeld in boek I, titel I, van het Wetboek van vennootschappen of van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° zodanig gestructureerd zijn dat een voldoende aantal land- of tuinbouwtechnici met een gepaste beroepskwalificatie wordt tewerkgesteld en hoofdzakelijk belast wordt met het geven van bedrijfsleidingsadviezen en groepsvoorlichting;
3° minstens vijftig aangesloten landbouwers of tuinders hebben.
De beroepskwalificatie, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de land- en tuinbouwtechnici ten minste houder zijn van een diploma A2 dat uitgereikt is door een inrichting van het secundaire land- of tuinbouwonderwijs of een evenwaardige vorming met passende beroepservaring genoten hebben.
Bovendien moeten de land- en tuinbouwtechnici geleid worden door een landbouwkundig ingenieur of door een deskundige met een scholing of ervaring inzake land- of tuinbouwbedrijfsleiding waarvan de evenwaardigheid wordt erkend door de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij.
Eén ingenieur mag hoogstens vijf technici onder zijn leiding hebben. Een hiervoor bedoelde land- of tuinbouwtechnicus kan ten hoogste honderd bedrijfsleiders adviseren.
De erkenningen, verleend met toepassing van het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van toelagen aan bedrijfsleidingsdiensten blijven geldig voor de toepassing van dit besluit.
Art. 3. Pour pouvoir être agréé, le service de gestion doit :
1° être constitué pour une durée minimale de dix ans sous la forme d'une société commerciale visée au Livre Ier, Titre Ier, du Code de commerce, ou d'une association sans but lucratif
2° être structuré de telle façon qu'un nombre suffisant de techniciens agricoles ou horticoles possédant une qualification professionnelle appropriée soit mis au travail et avoir principalement pour mission de donner des conseils de gestion et de vulgarisation de groupe.
3° avoir au moins 50 exploitants agricoles ou horticoles affiliés.
Pour répondre aux exigences de qualification professionnelle visée au § 1er, les techniciens agricoles et horticoles doivent au moins être porteurs d'un diplôme A2 délivré par un établissement d'enseignement secondaire agricole ou horticole, ou avoir bénéficié d'une formation équivalente complétée par une expérience professionnelle appropriée.
Les techniciens agricoles et horticoles doivent en outre être dirigés par un ingénieur agronome ou par un expert ayant une formation ou une expérience en matière de gestion de l'exploitation agricole ou horticole dont l'équivalence est reconnue par le Ministre chargé de la politique agricole et de la pêche en mer.
L'ingénieur peut diriger un groupe d'au maximum cinq techniciens. Un technicien agricole ou horticole peut conseiller au maximum cent exploitants.
Les agréments délivrés en application de l'arrêté ministériel du 28 mars 2001 relatif à l'octroi de subventions aux services de gestion, restent valables pour l'application du présent arrêté.
1° être constitué pour une durée minimale de dix ans sous la forme d'une société commerciale visée au Livre Ier, Titre Ier, du Code de commerce, ou d'une association sans but lucratif
2° être structuré de telle façon qu'un nombre suffisant de techniciens agricoles ou horticoles possédant une qualification professionnelle appropriée soit mis au travail et avoir principalement pour mission de donner des conseils de gestion et de vulgarisation de groupe.
3° avoir au moins 50 exploitants agricoles ou horticoles affiliés.
Pour répondre aux exigences de qualification professionnelle visée au § 1er, les techniciens agricoles et horticoles doivent au moins être porteurs d'un diplôme A2 délivré par un établissement d'enseignement secondaire agricole ou horticole, ou avoir bénéficié d'une formation équivalente complétée par une expérience professionnelle appropriée.
Les techniciens agricoles et horticoles doivent en outre être dirigés par un ingénieur agronome ou par un expert ayant une formation ou une expérience en matière de gestion de l'exploitation agricole ou horticole dont l'équivalence est reconnue par le Ministre chargé de la politique agricole et de la pêche en mer.
L'ingénieur peut diriger un groupe d'au maximum cinq techniciens. Un technicien agricole ou horticole peut conseiller au maximum cent exploitants.
Les agréments délivrés en application de l'arrêté ministériel du 28 mars 2001 relatif à l'octroi de subventions aux services de gestion, restent valables pour l'application du présent arrêté.
Art. 4. Het bedrijfsleidingsadvies is een schriftelijk omstandig advies, gegeven door de bedrijfsleidingsdienst. Het is het gevolg van een gedetailleerde ontleding van de economische toestand van het bedrijf na onderzoek van de gegevens, vermeld in bijlage II. Het geeft voor de verschillende speculaties van het bedrijf de in werking te stellen middelen aan om te streven naar de optimale rentabiliteit, rekening houdend met de beschikbare productiefactoren.
De land- of tuinbouwtechnicus moet gedurende de jaren waarin een bedrijfsleidingsadvies voor het bedrijf wordt gegeven per jaar minstens één bezoek brengen aan het bedrijf.
Het advies omvat ten minste de gegevens, vermeld in bijlage III. Een exemplaar van deze documenten wordt binnen drie maanden na het einde van het jaar in kwestie aan het bedrijfshoofd overhandigd.
De land- of tuinbouwtechnicus moet gedurende de jaren waarin een bedrijfsleidingsadvies voor het bedrijf wordt gegeven per jaar minstens één bezoek brengen aan het bedrijf.
Het advies omvat ten minste de gegevens, vermeld in bijlage III. Een exemplaar van deze documenten wordt binnen drie maanden na het einde van het jaar in kwestie aan het bedrijfshoofd overhandigd.
Art. 4. Le conseil de gestion est un avis écrit circonstancié, donné par le service de gestion. Il résulte d'une analyse détaillée de la situation économique de l'exploitation après examen des données énumérées à l'annexe II. Il indique pour les différentes spéculations de l'exploitation les moyens à mettre en oeuvre pour tendre vers une rentabilité optimale, compte tenu des facteurs de production disponibles.
Au cours des années pendant lesquelles un conseil de gestion est donné pour l'exploitation, le technicien agricole ou horticole doit visiter l'exploitation au moins une fois par an.
Le conseil consiste au moins en les données énumérées à l'annexe III. Un exemplaire de ces documents est transmis à l'exploitant dans les trois mois après le fin de l'année en question.
Au cours des années pendant lesquelles un conseil de gestion est donné pour l'exploitation, le technicien agricole ou horticole doit visiter l'exploitation au moins une fois par an.
Le conseil consiste au moins en les données énumérées à l'annexe III. Un exemplaire de ces documents est transmis à l'exploitant dans les trois mois après le fin de l'année en question.
Art. 5. De subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt voor maximaal vijf opeenvolgende jaren verleend.
Ze wordt niet toegekend aan het land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat al een toelage genoten heeft in het kader van voormeld ministerieel besluit van 28 maart 2001.
De subsidie bedraagt 400 euro per jaar per land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat de bijstand voor het beheer van zijn bedrijf genoten heeft overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Ze bedraagt respectievelijk 350 euro, 300 euro, 250 euro, 200 euro en 150 euro per jaar voor het land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat, voor de inwerkingtreding van dit besluit, al gedurende respectievelijk één, twee, drie, vier of vijf jaar van de toelage genoten heeft in het kader van voormeld koninklijk besluit van 21 maart 1986.
De subsidie is betaalbaar na voorlegging aan de dienst Begeleidende Maatregelen van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, binnen zes maanden na het einde van het boekjaar, van de volgende documenten :
1° de lijst met de aangesloten leden;
2° de lijst met de leden waaraan het bedrijfsleidingsadvies gegeven werd en waarvoor een exemplaar van de overeenkomst inzake bedrijfsleiding, opgesteld volgens het model, bedoeld in bijlage I, door de bedrijfsleidingsdienst bezorgd werd aan de dienst Begeleidende Maatregelen van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap binnen dertig dagen na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst;
3° een kopie van de documenten, bedoeld in artikel 4.
De aanvragen voor de subsidie voor de bijstand van een bedrijfsleidingsdienst vanaf een boekjaar beginnend na 31 december 2006 zijn niet ontvankelijk.
Ze wordt niet toegekend aan het land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat al een toelage genoten heeft in het kader van voormeld ministerieel besluit van 28 maart 2001.
De subsidie bedraagt 400 euro per jaar per land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat de bijstand voor het beheer van zijn bedrijf genoten heeft overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Ze bedraagt respectievelijk 350 euro, 300 euro, 250 euro, 200 euro en 150 euro per jaar voor het land- of tuinbouwbedrijfshoofd dat, voor de inwerkingtreding van dit besluit, al gedurende respectievelijk één, twee, drie, vier of vijf jaar van de toelage genoten heeft in het kader van voormeld koninklijk besluit van 21 maart 1986.
De subsidie is betaalbaar na voorlegging aan de dienst Begeleidende Maatregelen van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, binnen zes maanden na het einde van het boekjaar, van de volgende documenten :
1° de lijst met de aangesloten leden;
2° de lijst met de leden waaraan het bedrijfsleidingsadvies gegeven werd en waarvoor een exemplaar van de overeenkomst inzake bedrijfsleiding, opgesteld volgens het model, bedoeld in bijlage I, door de bedrijfsleidingsdienst bezorgd werd aan de dienst Begeleidende Maatregelen van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap binnen dertig dagen na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst;
3° een kopie van de documenten, bedoeld in artikel 4.
De aanvragen voor de subsidie voor de bijstand van een bedrijfsleidingsdienst vanaf een boekjaar beginnend na 31 december 2006 zijn niet ontvankelijk.
Art. 5. La subvention, mentionnée à l'article 2, est allouée pour une durée maximale de cinq années consécutives.
Elle n'est pas octroyée à un exploitant agricole ou horticole qui a déjà bénéficié d'une subvention dans le cadre de l'arrêté ministériel précité du 28 mars 2001.
La subvention s'élève à 400 euros par an par exploitant agricole ou horticole qui a bénéficié de l'assistance en matière de gestion, conformément aux dispositions du présent arrêté.
Elle s'élève respectivement à 350 euros, 300 euros, 250 euros, 200 euros et 150 euros par an pour l'exploitation agricole ou horticole qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficiait déjà de la subvention pendant respectivement un, deux, trois, quatre ou cinq ans, dans le cadre de l'arrêté royal précité du 21 mars 1986.
La subvention est payable après l'introduction, auprès du Service des Mesures d'accompagnement de l'Administration de la Gestion et de la Qualité de la Production agricole du Ministère de la Communauté flamande, dans les six mois qui suivent la date de clôture de l'exercice, des documents suivants :
1° la liste des membres affiliés;
2° la liste des membres bénéficiant des conseils de gestion et pour lesquels un exemplaire de la convention relative à la gestion des exploitations, établie conformément au modèle visé à l'annexe Ier du présent arrêté, a été transmis au Service des Mesures d'accompagnement de l'Administration de la Gestion et de la Qualité de la Production agricole du Ministère de la Communauté flamande par le service de gestion endéans les trente jours suivant la date d'entrée en vigueur de ladite convention
3° une copie des documents, visés à l'article 4;
Les demandes de subvention pour l'assistance d'un service de gestion à partir d'un exercice qui commence après le 31 décembre 2006, sont irrecevables.
Elle n'est pas octroyée à un exploitant agricole ou horticole qui a déjà bénéficié d'une subvention dans le cadre de l'arrêté ministériel précité du 28 mars 2001.
La subvention s'élève à 400 euros par an par exploitant agricole ou horticole qui a bénéficié de l'assistance en matière de gestion, conformément aux dispositions du présent arrêté.
Elle s'élève respectivement à 350 euros, 300 euros, 250 euros, 200 euros et 150 euros par an pour l'exploitation agricole ou horticole qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, bénéficiait déjà de la subvention pendant respectivement un, deux, trois, quatre ou cinq ans, dans le cadre de l'arrêté royal précité du 21 mars 1986.
La subvention est payable après l'introduction, auprès du Service des Mesures d'accompagnement de l'Administration de la Gestion et de la Qualité de la Production agricole du Ministère de la Communauté flamande, dans les six mois qui suivent la date de clôture de l'exercice, des documents suivants :
1° la liste des membres affiliés;
2° la liste des membres bénéficiant des conseils de gestion et pour lesquels un exemplaire de la convention relative à la gestion des exploitations, établie conformément au modèle visé à l'annexe Ier du présent arrêté, a été transmis au Service des Mesures d'accompagnement de l'Administration de la Gestion et de la Qualité de la Production agricole du Ministère de la Communauté flamande par le service de gestion endéans les trente jours suivant la date d'entrée en vigueur de ladite convention
3° une copie des documents, visés à l'article 4;
Les demandes de subvention pour l'assistance d'un service de gestion à partir d'un exercice qui commence après le 31 décembre 2006, sont irrecevables.
Art. 6. De erkende bedrijfsleidingsdienst die niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 3, die een verklaring heeft afgelegd die geheel of gedeeltelijk vals blijkt te zijn, of die de bijstand inzake bedrijfsbeheer niet uitvoert overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, verliest zijn erkenning.
Als de bedrijfsleidingsdienst zijn erkenning verliest, wordt de overeenkomst, bedoeld in bijlage I, van rechtswege ontbonden.
Als de bedrijfsleidingsdienst zijn erkenning verliest, wordt de overeenkomst, bedoeld in bijlage I, van rechtswege ontbonden.
Art. 6. Le service de gestion agréé qui ne satisfait plus aux conditions d'agrément, prévues à l'article 3, qui a fait une déclaration qui, après vérification, s'avère fausse en tout ou en partie, ou qui n'applique pas l'assistance en matière de gestion conformément aux dispositions du présent arrêté, perd son agrément.
Si le service de gestion perd son agrément, la convention, visée à l'annexe Ier, est résiliée de plein droit.
Si le service de gestion perd son agrément, la convention, visée à l'annexe Ier, est résiliée de plein droit.
Art. 7. Het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van toelagen aan bedrijfsleidingsdiensten wordt opgeheven voor wat betreft het Vlaamse Gewest.
Art. 7. L'arrêté ministériel du 28 mars 2001 relatif à l'octroi de subventions aux services de gestion, est abrogé pour ce qui concerne la Région flamande.
Art. 8. De lopende erkenningen en overeenkomsten, gesloten met toepassing van het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van toelagen aan bedrijfsleidingsdiensten worden geacht te voldoen aan dit besluit en zijn met ingang van 1 januari 2005 onderworpen aan de bepalingen van dit besluit.
Art. 8. Les agréments en cours et les conventions conclues en application de l'arrêté ministériel du 28 mars 2001 relatif à l'octroi de subventions aux services de gestion, sont censés être conformes au présent arrêté et sont soumis à ses dispositions à partir du 1er janvier 2005
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2005.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 24 februari 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
Brussel, 24 februari 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
Art. 10. Le Ministre flamand qui a la Politique agricole et la Pêche en mer dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 24 février 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
Bruxelles, le 24 février 2006.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. - Overeenkomst inzake bedrijfsleiding.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-05-2006, p. 24520).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaams Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-05-2006, p. 24520).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaams Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
Art. N1. Annexe I. - Convention relative à la gestion des exploitations.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 12-05-2006, p. 24527).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 12-05-2006, p. 24527).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
Art. N2. Bijlage II.
1° algemene kenmerken van het bedrijf en aangewende productiefactoren :
benutte arbeidskrachten (aantal jaareenheden en aantal werkuren) :
- bedrijfshoofd;
- echtgenoot;
- andere niet betaalde arbeidskrachten;
- betaalde arbeidskrachten;
landbouwnuttige oppervlakte (LN) en oppervlakte, bestemd voor de verschillende teelten en voederproductie;
aantal en waarde van de verschillende diersoorten bij de in- en uitgangsinventaris, alsmede de gemiddelde aanwezigheid tijdens het gevolgde jaar;
aangewend kapitaal (zie balans);
2° balans en bedrijfsrekening :
a) balans (bij het begin en einde van het gevolgde jaar) :
- activa :
grondkapitaal in eigendom : grond, grondverbeteringen, gebouwen en installaties, meerjarige gewassen (aanplantingen);
bedrijfskapitaal : levend kapitaal, machines en werktuigen, omlopend kapitaal;
orderekening : grondkapitaal in huur (grond, grondverbeteringen, gebouwen en installaties, meerjarige gewassen);
- passiva :
nettokapitaal (in eigendom);
leningen op lange en middellange termijn;
leningen en schulden op korte termijn;
orderekening : grondkapitaal in huur;
b) bedrijfsrekening (opbrengsten en kosten) :
- opbrengsten :
plantaardige producten :
per marktbare teelt : opbrengsten (in 100 kg) en brutoproductie (euro);
voor de voederteelten (ruwvoeders) : opbrengsten (in 100 kg, GVE/ha of graasweidedagen);
dierlijke producten :
per diersoort (koeien, ander rundvee, schapen, varkens, pluimvee, andere) : omzet en aanwas + andere dierlijke producties (melk, eieren, dekkingen, mest...) (hoeveelheden en euro);
andere opbrengsten van het bedrijf;
directe inkomenssteun (premies, toelagen), werk voor derden...;
- kosten :
operationele kosten;
specifieke kosten van de teelten : gekochte zaad- en pootgoed, zaad- en pootgoed van eigen bedrijf, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, ondernemingswerk, brandstoffen, andere;
specifieke kosten van de veeteelt : gekochte voeders voor rundvee, varkens, pluimvee en andere dieren, voeders van eigen bedrijf voor rundvee, varkens, pluimvee en andere dieren, kosten voor veearts, strooisel, verenigingen, verzekeringen, brandstoffen, andere;
structurele kosten;
grond, gebouwen, grondverbeteringen : betaalde pacht, berekende huur, afschrijving, onderhoud en herstellingen, grondverbeteringen;
trekker : afschrijving, rente, onderhoud en herstellingen, brandstof en smeermiddel;
andere machines en werktuigen : afschrijving, rente, onderhoud en herstellingen, brandstof en smeermiddel;
rente op het levend kapitaal;
rente op het omloopkapitaal;
algemene kosten : elektriciteit, water, verzekeringen, telefoon, belastingen, allerlei;
lonen : aangerekend, betaald;
3° nodige beginselen om de doeltreffendheid van de bedrijfsleiding te beoordelen :
nettobedrijfsresultaat (winst of verlies), arbeidsinkomen per AK, arbeidsinkomen per ha LN, familiaal arbeidsinkomen, arbeidsinkomen per familiaal AK, inkomen van het bedrijfshoofd en zijn familie, financiële middelen aanwendbaar voor privé-uitgaven en zelffinanciering;
brutosaldi per ha of per dier en opsomming van de operationele kosten van de voornaamste productietakken per ha (teelten) of per dier;
voornaamste structurele kosten per ha LN of per dier.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
1° algemene kenmerken van het bedrijf en aangewende productiefactoren :
benutte arbeidskrachten (aantal jaareenheden en aantal werkuren) :
- bedrijfshoofd;
- echtgenoot;
- andere niet betaalde arbeidskrachten;
- betaalde arbeidskrachten;
landbouwnuttige oppervlakte (LN) en oppervlakte, bestemd voor de verschillende teelten en voederproductie;
aantal en waarde van de verschillende diersoorten bij de in- en uitgangsinventaris, alsmede de gemiddelde aanwezigheid tijdens het gevolgde jaar;
aangewend kapitaal (zie balans);
2° balans en bedrijfsrekening :
a) balans (bij het begin en einde van het gevolgde jaar) :
- activa :
grondkapitaal in eigendom : grond, grondverbeteringen, gebouwen en installaties, meerjarige gewassen (aanplantingen);
bedrijfskapitaal : levend kapitaal, machines en werktuigen, omlopend kapitaal;
orderekening : grondkapitaal in huur (grond, grondverbeteringen, gebouwen en installaties, meerjarige gewassen);
- passiva :
nettokapitaal (in eigendom);
leningen op lange en middellange termijn;
leningen en schulden op korte termijn;
orderekening : grondkapitaal in huur;
b) bedrijfsrekening (opbrengsten en kosten) :
- opbrengsten :
plantaardige producten :
per marktbare teelt : opbrengsten (in 100 kg) en brutoproductie (euro);
voor de voederteelten (ruwvoeders) : opbrengsten (in 100 kg, GVE/ha of graasweidedagen);
dierlijke producten :
per diersoort (koeien, ander rundvee, schapen, varkens, pluimvee, andere) : omzet en aanwas + andere dierlijke producties (melk, eieren, dekkingen, mest...) (hoeveelheden en euro);
andere opbrengsten van het bedrijf;
directe inkomenssteun (premies, toelagen), werk voor derden...;
- kosten :
operationele kosten;
specifieke kosten van de teelten : gekochte zaad- en pootgoed, zaad- en pootgoed van eigen bedrijf, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, ondernemingswerk, brandstoffen, andere;
specifieke kosten van de veeteelt : gekochte voeders voor rundvee, varkens, pluimvee en andere dieren, voeders van eigen bedrijf voor rundvee, varkens, pluimvee en andere dieren, kosten voor veearts, strooisel, verenigingen, verzekeringen, brandstoffen, andere;
structurele kosten;
grond, gebouwen, grondverbeteringen : betaalde pacht, berekende huur, afschrijving, onderhoud en herstellingen, grondverbeteringen;
trekker : afschrijving, rente, onderhoud en herstellingen, brandstof en smeermiddel;
andere machines en werktuigen : afschrijving, rente, onderhoud en herstellingen, brandstof en smeermiddel;
rente op het levend kapitaal;
rente op het omloopkapitaal;
algemene kosten : elektriciteit, water, verzekeringen, telefoon, belastingen, allerlei;
lonen : aangerekend, betaald;
3° nodige beginselen om de doeltreffendheid van de bedrijfsleiding te beoordelen :
nettobedrijfsresultaat (winst of verlies), arbeidsinkomen per AK, arbeidsinkomen per ha LN, familiaal arbeidsinkomen, arbeidsinkomen per familiaal AK, inkomen van het bedrijfshoofd en zijn familie, financiële middelen aanwendbaar voor privé-uitgaven en zelffinanciering;
brutosaldi per ha of per dier en opsomming van de operationele kosten van de voornaamste productietakken per ha (teelten) of per dier;
voornaamste structurele kosten per ha LN of per dier.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME
Art. N2. Annexe II.
1° caractéristiques générales de l'exploitation et facteurs de production mis en oeuvre :
main d'oeuvre occupée (nombre d'unités année et nombre d'heures de travail) :
exploitant;
conjoint;
autre main d'oeuvre non salariée;
main d'oeuvre salariée;
superficie agricole utile (SAU) et superficie affectée aux différentes cultures et à la production fourragère;
nombre et valeur des différentes espèces animales à l'inventaire d'ouverture et de clôture, ainsi que l'effectif moyen au cours de l'exercice;
capitaux mis en oeuvre (voir bilan);
2° bilan et compte d'exploitation;
a) bilan (en début et fin d'exercice);
actif :
capital foncier en propriété : terres, améliorations foncières, bâtiments et installations, cultures pluriannuelles (plantations);
capital d'exploitation : cheptel vif, machines et matériel, capital circulant;
compte d'ordre : capital foncier en location (terres, améliorations foncières, bâtiments et installations, cultures pluriannuelles);
passif :
capital net (en propriété);
emprunts à long et à moyen terme;
emprunts et dettes à court terme;
compte d'ordre : capital foncier en location;
b) compte d'exploitation (produits et charges);
produits :
produits végétaux :
par culture commerçable : produits (en 100 kg) et production brute (euros);
pour les cultures fourragères (fourrages grossiers) : produits (en 100 kg, UGB/ha ou journées de pâturage);
produits animaux :
par espèce animale (vaches, autres bovins, ovins, porcins, volailles, autres) : chiffre d'affaires et accroissement + autres productions animales (lait, oeufs, saillies, fumier...) (quantités en euros);
autres produits de l'exploitation;
aide directe au revenu (primes, subventions), travaux pour tiers...;
charges :
charges opérationnelles;
frais spécifiques de culture : semences et plants achetés, semences et plants de propre production, engrais, pesticides, travaux par entreprise, combustibles, autres;
frais spécifiques d'élevage : aliments achetés pour bovins, porcins, volailles et autres animaux, aliments de propre production pour bovins, porcins, volailles et autres animaux, frais de vétérinaire, litière, associations, assurances, combustibles, autres;
charges structurelles;
terres, bâtiments, améliorations foncières : fermage payé, location imputée, amortissement, entretien et réparations, améliorations foncières;
tracteur : amortissement, intérêt, entretien et réparations, carburant et lubrifiant;
autres machines et matériel : amortissement, intérêt, entretien et réparations, carburant et lubrifiant;
intérêt sur le cheptel vif;
intérêt sur le capital circulant;
frais généraux : électricité, eau, assurances, téléphone, impôts et taxes, divers;
salaires : imputés, payés;
3° éléments nécessaires pour apprécier l'efficacité de la gestion de l'exploitation :
résultat net de l'exploitation (bénéfice ou perte), revenu du travail par UT, revenu du travail par ha SAU, revenu du travail familial, revenu du travail familial par UT, revenu de l'exploitant et de sa famille, moyens financiers disponibles pour dépenses privées et autofinancement;
marges brutes par ha ou par tête de bétail et énumération des charges opérationnelles des spéculations principales par ha (cultures) ou par tête;
charges structurelle principales par ha UT ou par tête (bétail).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
1° caractéristiques générales de l'exploitation et facteurs de production mis en oeuvre :
main d'oeuvre occupée (nombre d'unités année et nombre d'heures de travail) :
exploitant;
conjoint;
autre main d'oeuvre non salariée;
main d'oeuvre salariée;
superficie agricole utile (SAU) et superficie affectée aux différentes cultures et à la production fourragère;
nombre et valeur des différentes espèces animales à l'inventaire d'ouverture et de clôture, ainsi que l'effectif moyen au cours de l'exercice;
capitaux mis en oeuvre (voir bilan);
2° bilan et compte d'exploitation;
a) bilan (en début et fin d'exercice);
actif :
capital foncier en propriété : terres, améliorations foncières, bâtiments et installations, cultures pluriannuelles (plantations);
capital d'exploitation : cheptel vif, machines et matériel, capital circulant;
compte d'ordre : capital foncier en location (terres, améliorations foncières, bâtiments et installations, cultures pluriannuelles);
passif :
capital net (en propriété);
emprunts à long et à moyen terme;
emprunts et dettes à court terme;
compte d'ordre : capital foncier en location;
b) compte d'exploitation (produits et charges);
produits :
produits végétaux :
par culture commerçable : produits (en 100 kg) et production brute (euros);
pour les cultures fourragères (fourrages grossiers) : produits (en 100 kg, UGB/ha ou journées de pâturage);
produits animaux :
par espèce animale (vaches, autres bovins, ovins, porcins, volailles, autres) : chiffre d'affaires et accroissement + autres productions animales (lait, oeufs, saillies, fumier...) (quantités en euros);
autres produits de l'exploitation;
aide directe au revenu (primes, subventions), travaux pour tiers...;
charges :
charges opérationnelles;
frais spécifiques de culture : semences et plants achetés, semences et plants de propre production, engrais, pesticides, travaux par entreprise, combustibles, autres;
frais spécifiques d'élevage : aliments achetés pour bovins, porcins, volailles et autres animaux, aliments de propre production pour bovins, porcins, volailles et autres animaux, frais de vétérinaire, litière, associations, assurances, combustibles, autres;
charges structurelles;
terres, bâtiments, améliorations foncières : fermage payé, location imputée, amortissement, entretien et réparations, améliorations foncières;
tracteur : amortissement, intérêt, entretien et réparations, carburant et lubrifiant;
autres machines et matériel : amortissement, intérêt, entretien et réparations, carburant et lubrifiant;
intérêt sur le cheptel vif;
intérêt sur le capital circulant;
frais généraux : électricité, eau, assurances, téléphone, impôts et taxes, divers;
salaires : imputés, payés;
3° éléments nécessaires pour apprécier l'efficacité de la gestion de l'exploitation :
résultat net de l'exploitation (bénéfice ou perte), revenu du travail par UT, revenu du travail par ha SAU, revenu du travail familial, revenu du travail familial par UT, revenu de l'exploitant et de sa famille, moyens financiers disponibles pour dépenses privées et autofinancement;
marges brutes par ha ou par tête de bétail et énumération des charges opérationnelles des spéculations principales par ha (cultures) ou par tête;
charges structurelle principales par ha UT ou par tête (bétail).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME
Art. N3. Bijlage III.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-05-2006, p. 24522-24524).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 12-05-2006, p. 24522-24524).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfshoofden die een beroep doen op een bedrijfsleidingsdienst.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid,
Y. LETERME.
Art. N3. Annexe III.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 12-05-2006, p. 24528-24531).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 12-05-2006, p. 24528-24531).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2006 concernant l'octroi de subventions aux exploitants agricoles et horticoles qui font appel à un service de gestion.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand des Réformes institutionnelles, de l'Agriculture, de la Pêche en mer et de la Ruralité,
Y. LETERME.