Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 FEBRUARI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers.
Titre
17 FEVRIER 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 juin 2004 fixant le statut des receveurs régionaux (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2006035322
Datum: 2006-02-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006035322
Date: 2006-02-17
Moniteur: Voir
Tekst (25)
Texte (24)
Artikel 1. Artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van het statuut van de gewestelijke ontvangers wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 37. De volgende tuchtstraffen kunnen worden uitgesproken :
  1° blaam;
  2° inhouding van salaris;
  3° tuchtschorsing;
  4° ontslag van ambtswege;
  5° afzetting. "
Article 1. L'article 37 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 juin 2004 fixant le statut des receveurs régionaux, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 37. Les peines disciplinaires suivantes peuvent être prononcées :
  1° le blâme;
  2° la retenue de traitement;
  3° la suspension disciplinaire;
  4° la démission d'office;
  5° la révocation. "
Art. 2. Aan artikel 69 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : " of ontslag van ambtswege ".
Art. 2. A l'article 69 du même arrêté sont ajoutés les mots suivants : " ou de démission d'office. "
Art. 3. Aan artikel 82 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De gewestelijke ontvanger die voor Kerstmis zijn ambt neerlegt ingevolge pensionering krijgt vervangende vakantiedagen, gelijk aan het aantal feestdagen dat samenvalt met een zaterdag of zondag tijdens het gedeelte van het jaar dat aan de pensionering voorafgaat. "
Art. 3. A l'article 82 du même arrêté, il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le receveur régional qui cesse ses fonctions avant Noël suite à la mise à la retraite reçoit en compensation des jours de vacances égaux au nombre de jours fériés qui coïncide avec un samedi ou un dimanche au cours de la partie de l'année précédant la mise à la retraite. "
Art. 4. In artikel 84 van hetzelfde besluit worden het tweede tot en met het vijfde lid opgeheven.
Art. 4. Dans l'article 84 du même arrêté, les alinéas deux à cinq inclus sont abrogés.
Art. 5. In artikel 85 van hetzelfde besluit worden de woorden " bij een eenling, en niet meer dan zeventien weken bij een meerling " vervangen door de woorden " bij één kind, en niet meer dan negentien weken bij een meerling, tenzij de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum. "
Art. 5. Dans l'article 85 du même arrêté, les mots " en cas d'un seul enfant, et dix-sept semaines en cas de naissance multiple. " sont remplacés par les mots " en cas d'un seul enfant, et au maximum dix-neuf semaines pour une naissance multiple, sauf si l'accouchement a lieu après la date présumée de l'accouchement. "
Art. 6. Artikel 86 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 86 du même arrêté est abrogé.
Art. 7. In artikel 91 van hetzelfde besluit worden de woorden " bevoegd voor de ambtenarenzaken " telkens vervangen door de woorden " bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling. "
Art. 7. Dans l'article 91 du même arrêté, les mots "compétent pour la fonction publique" sont remplacés par les mots " compétent pour la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation. "
Art. 8. In artikel 92 van hetzelfde besluit wordt het getal " 92 " vervangen door het getal " 91 ".
Art. 8. Dans l'article 92 du même arrêté, le nombre "92" est remplacé par le nombre "91".
Art. 9. In artikel 93, § 2, van hetzelfde besluit wordt het getal " 93 " vervangen door " 92 en 128 ".
Art. 9. Dans l'article 93, § 2, du même arrêté, le nombre "93" est remplacé par les nombres "92 et 128".
Art. 10. In artikel 94 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan § 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) een punt 4° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 4° een ongeval van gemeen recht, veroorzaakt door de schuld van een derde; "
  b) een punt 5° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 5° de dagen afwezigheid wegens ziekte die zich voordoen binnen zes weken voor de werkelijke bevallingsdatum. In geval van geboorte van een meerling wordt die periode verlengd tot acht weken. "
  2° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : " Deze dagen afwezigheid worden niet aangerekend op de contingenten, vermeld in artikel 92, 128 en 160ter ".
Art. 10. A l'article 94 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa premier, sont apportées les modifications suivantes :
  a) il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° un accident de droit commun, provoqué par la faute d'un tiers; "
  b) il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° les jours d'absence pour cause de maladie qui se produisent dans les six semaines avant la date d'accouchement effective. En cas de naissance multiple, cette période est portée à huit semaines. "
  2° au § 1er, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit : " Ces jours d'absence ne sont pas déduits des contingents visés aux articles 92, 128 et 160ter ".
Art. 11. Het artikel 110 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 110. Behalve ingeval het verlof voor opdracht van algemeen belang ambtshalve wordt erkend, bedraagt het maximum 4 jaren. "
Art. 11. L'article 110 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 110. Sauf si le congé pour mission d'intérêt général est reconnu d'office, le maximum est de 4 ans. "
Art. 12. In artikel 111 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De ambtenaar krijgt ambtshalve verlof voor opdracht voor :
  1° de uitoefening van taken in internationale of supranationale instellingen, aangeboden door een regering of een van de voormelde instellingen;
  2° de internationale opdrachten in het raam van ontwikkelingssamenwerking, wetenschappelijk onderzoek of humanitaire hulp. "
Art. 12. Dans l'article 111 du même arrêté, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le fonctionnaire obtient d'office un congé pour mission :
  1° pour l'accomplissement de tâches dans des institutions internationales ou supranationales, offertes par un gouvernement ou par une des institutions précitées;
  2° pour les missions internationales dans le cadre de l'aide au développement, de la recherche scientifique ou de l'aide humanitaire. "
Art. 13. In artikel 120 en 121 van hetzelfde besluit worden de getallen " 117 ", " 118 " en " 119 " telkens vervangen door respectievelijk " 116 ", " 117 " en " 118 ".
Art. 13. Dans les articles 120 et 121 du même arrêté, les nombres " 117 ", " 118 " et " 119 " sont remplacés respectivement par les nombres " 116 ", " 117 " et " 118 ".
Art. 14. In artikel 124 van hetzelfde besluit worden de woorden " vóór de normale leeftijd van pensionering " vervangen door de woorden " vóór de normale leeftijd van 65 jaar ".
Art. 14. A l'article 124 du même arrêté, les mots " avant l'âge normal de la mise à la retraite " sont remplacés par les mots " avant l'âge normal de 65 ans ".
Art. 15. In artikel 128 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden de woorden "365 kalenderdagen" vervangen door de woorden "222 werkdagen";
  2° de tweede zin wordt geschrapt.
Art. 15. A l'article 128 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans la première phrase, les mots "365 jours civils" sont remplacés par les mots "222 jours ouvrables";
  2° la deuxième phrase est supprimée.
Art. 16. In artikel 139, § 4, van hetzelfde besluit worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt :
  " Het maandsalaris volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
  Het salaris tegen 100 % wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. "
Art. 16. Dans l'article 139, § 4 du même arrêté, les alinéas trois et quatre sont remplacés par la disposition suivante :
  " Le traitement mensuel suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
  Le traitement à 100 % est rattaché à l'indice-pivot 138,01. "
Art. 17. In artikel 146, § 2, van hetzelfde besluit wordt het getal " 50 " vervangen door het getal " 53 ".
Art. 17. Dans l'article 146, § 2 du même arrêté, le nombre " 50 " est remplacé par le nombre " 53 ".
Art. 18. In deel XI, titel III, van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk V, bestaande uit artikel 158bis, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk V. Woon-werkverkeer met het openbaar vervoer.
  Art. 158bis. De werkgever neemt de kosten van een abonnement op het openbaar vervoer naar en van de plaats van het werk volledig ten laste.
  Het supplement voor een abonnement in eerste klasse van de N.M.B.S. blijft ten laste van de gewestelijke ontvanger. "
Art. 18. Dans la partie XI, titre III, du même arrêté, il est inséré un chapitre V, comprenant l'article 158bis, rédigé comme suit :
  " Chapitre V. Migration pendulaire avec les transports publics.
  Art. 158 bis. L'employeur supporte intégralement les frais d'un abonnement de transport en commun pour le trajet domicile-travail.
  Le supplément à payer pour un abonnement de première classe de la S.N.C.B. reste à charge du receveur régional. "
Art. 19. In deel XI, titel III, van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk VI, bestaande uit artikel 158ter tot en met 158sexies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk VI. Tegemoetkoming in de kosten van het woon-werkverkeer voor de gewestelijke ontvanger die de arbeidsplaats moeilijk of niet kan bereiken met het gemeenschappelijk openbaar vervoer.
  Art. 158ter. De gewestelijke ontvanger heeft recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 158quinquies, als hij zijn werkplaats moeilijk of niet met het gemeenschappelijk openbaar vervoer kan bereiken :
  1° ofwel omdat de werkplaats te ver van een halte van het gemeenschappelijk openbaar vervoer gelegen is;
  2° ofwel wegens de door de overheid opgelegde arbeidstijdregeling;
  3° ofwel door de gebrekkige uurregeling van het gemeenschappelijk openbaar vervoer aan de werkplaats.
  Als moeilijk of niet te bereiken werkplaats worden beschouwd :
  1° werkplaatsen waarvan de dichtstbijzijnde halte van het gemeenschappelijk openbaar vervoermiddel zich op minimum 3 km van de werkplaats bevindt;
  2° werkplaatsen die zich op minder dan 3 km van een halte van een openbaar vervoermiddel bevinden maar waar de frequentie van het openbaar vervoermiddel van dien aard is dat de personeelsleden geen gebruik kunnen maken van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, wegens de prestaties die zij moeten verrichten;
  3° werkplaatsen die zich op minder dan 3 km van een halte van een openbaar vervoermiddel bevinden maar waarvan de verplaatsingsduur met het openbaar vervoer tussen de verschillende door de gewestelijke ontvanger bediende besturen meer dan 15 minuten langer duurt dan met het privévervoermiddel.
  Art. 158quater. De arrondissementscommissaris bepaalt welke werkplaatsen in aanmerking komen voor de toekenning van een tussenkomst van de werkgever.
  Art. 158quinquies. De gewestelijke ontvanger die met een privévervoermiddel naar de moeilijk bereikbare werkplaatsen komt, heeft recht op een tegemoetkoming ten bedrage van de volledige maandelijkse kostprijs van een treinkaart 2e klas voor dezelfde afstand.
  Art. 158sexies. De gewestelijke ontvanger mag die tegemoetkoming niet combineren met de voordelen vermeld, in de hoofdstukken V en VII. "
Art. 19. Dans la partie XI, titre III, du même arrêté, il est inséré un chapitre VI, comprenant l'article 158sexies, rédigé comme suit :
  " Chapitre VI. Intervention de l'employeur dans les frais de la migration pendulaire du receveur régional qui ne peut pas ou qui a des difficultés à se rendre à son lieu de travail par les transports en commun.
  Art. 158ter. Le receveur régional a droit à l'intervention mentionnée à l'article 158quinquies s'il lui est impossible ou difficile d'arriver au lieu de travail par les transports en commun,
  1° soit parce que le lieu de travail est trop éloigné d'un arrêt des transports en commun;
  2° soit pour cause du régime de travail imposé par l'autorité;
  3° soit pour cause de l'horaire défectueux des transports en commun à proximité du lieu de travail.
  Sont considérés d'accès difficile ou impossibles à atteindre :
  1° les lieux de travail éloignés au moins 3 km de l'arrêt le plus proche des transports en commun;
  2° les lieux du travail qui se situent à moins de 3 km d'un arrêt des transports en commun mais où la fréquence des transports en commun est de nature à rendre l'usage de ceux-ci impossible pour cause des prestations des membres du personnel;
  3° les lieux du travail qui se situent à moins de 3 km d'un arrêt des transports en commun mais où la durée de déplacement avec les transports en commun entre les administrations desservies par le receveur régional est 15 minutes plus longue que celle effectuée avec le véhicule privé.
  Art. 158quater. Le commissaire d'arrondissement détermine quels lieux de travail sont admis à l'octroi d'une intervention de la part de l'employeur.
  Art. 158quinquies. Le receveur régional qui se déplace avec un véhicule privé aux lieux de travail d'accès difficile, a droit à une intervention à concurrence du prix mensuel complet d'un billet de train 2e classe pour la même distance.
  Art. 158sexies. Le receveur régional ne peut aucunement cumuler cette intervention avec les avantages cités aux chapitres V et VII. "
Art. 20. In deel XI, titel III, van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk VII, bestaande uit artikel 158septies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk VII. Toekenning van een fietsvergoeding.
Art. 20. Dans la partie XI, titre III, du même arrêté, il est inséré un chapitre VII, comportant l'article 158septies, rédigé comme suit :
  " Chapitre VII. Octroi d'une allocation vélo.
  Art. 158septies. § 1er. Le receveur régional qui effectue tout ou partie du déplacement domicile-travail à vélo pendant au moins 80 % des jours ouvrables effectifs par mois, obtient une allocation vélo mensuelle.
  § 2. Cette allocation s'élève à 0,15 euro par kilomètre.
  § 3. Cette allocation n'est pas due si la distance est moins de 1 kilomètre par jour (un seul trajet).
  § 4. L'allocation est payée en fonction du régime de travail du fonctionnaire.
  § 5. L'allocation n'est pas octroyée pour les mois calendaires complets sans prestations. "
Art. 158septies. § 1. De gewestelijke ontvanger die ten minste 80 % van de effectief te werken dagen per maand het volledige of een gedeelte van het woon-werktraject met de fiets aflegt, ontvangt een maandelijkse fietsvergoeding.
  § 2. Deze vergoeding is gelijk aan 0,15 euro per kilometer.
  § 3. Deze vergoeding is niet verschuldigd als de afstand minder dan 1 kilometer per dag bedraagt (enkele rit).
  § 4. Deze vergoeding wordt betaald op basis van het arbeidsregime van het personeelslid.
  § 5. Deze vergoeding wordt niet toegekend voor de volledige kalendermaanden waarin geen prestaties worden geleverd. "
Art. 21. Dans l'article 159 du même arrêté, les mots "articles 109 à 114 inclus" sont remplacés par les mots "articles 108 à 113 inclus".
Art. 21. In artikel 159 van hetzelfde besluit worden de woorden " artikelen 109 tot en met 114 " vervangen door " artikelen 108 tot en met 113 ".
Art. 22. Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre XIV, comprenant les articles 160bis, 160ter et 160quater, rédigé comme suit :
  " PARTIE XIV : DISPOSITIONS TRANSITOIRES.
  Art. 160bis. Par dérogation à l'article 85, en cas de naissance le ou après le 1er juillet 2004, la continuation du paiement de la rémunération est garantie au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le receveur régional a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal.
  Art. 160ter. Par dérogation à l'article 128, le receveur régional qui a atteint l'âge de 60 ans n'est pas d'office mis à la retraite après 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie, mais après 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie, s'il :
  1° soit, ne compte pas cinq années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie;
  2° soit, ne compte pas vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie et relèverait de l'application du règlement de la pension minimum garantie;
  3° soit, compte vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension et pourrait bénéficier d'une pension minimum pour cause d'inaptitude physique qui est plus favorable que la pension minimum pour cause d'âge ou d'ancienneté.
  Pour le calcul des 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie visés à l'alinéa 1er, il n'est pas tenu compte des demi-jours d'absence au cours d'une période de prestations réduites pour cause de maladie.
  Art. 160quater. Les peines disciplinaires de l'avertissement et de la réprimande sont radiées du dossier personnel des receveurs régionaux après un délai d'un an pour l'avertissement et la réprimande et de six ans pour la suspension. "
Art. 22. In hetzelfde besluit wordt een deel XIV, bestaande uit artikel 160bis, 160ter en 160quater, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " DEEL XIV : DE OVERGANGSBEPALINGEN.
  Art. 160bis. In afwijking van artikel 85 wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de doorbetaling van de bezoldiging gegarandeerd tot maximaal zestien weken bij de geboorte van één kind, en tot maximaal twintig weken bij de geboorte van een meerling, als de gewestelijke ontvanger zeven respectievelijk negen weken prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin van het prenataal verlof golden.
  Art. 160ter. In afwijking van artikel 128 wordt de gewestelijke ontvanger die 60 jaar geworden is, niet ambtshalve op rust gesteld na 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte, maar pas na 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte, indien hij :
  1° hetzij geen 5 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt;
  2° hetzij geen 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt, én onder toepassing zou vallen van de regeling van het gewaarborgd minimumpensioen;
  3° hetzij 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt en een minimumpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid zou kunnen verkrijgen dat voordeliger is dan het minimumpensioen wegens leeftijd of anciënniteit.
  Voor de berekening van de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte waarvan sprake in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met de halve dagen afwezigheid in een periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte.
  Art. 160quater. De tuchtstraffen waarschuwing en berisping worden in het persoonlijke dossier van de gewestelijke ontvangers doorgehaald na verloop van een termijn waarvan de duur is vastgesteld op één jaar voor de waarschuwing en de berisping, en zes jaar voor de schorsing. "
Art. 23. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour qui suit la date de son approbation par le Gouvernement flamand à l'exception de :
  1° l'article 1er, 2 et 22 pour ce qui concerne l'article 160quater inséré, qui produisent leurs effets à la même date que l'article 76, § 2, alinéa deux, deuxième et troisième phrase, du décret communal du 15 juillet 2005;
  2° l'article 4, 5, 6, 10, 1° b) et 2°, et l'article 22, pour ce qui concerne l'article 160bis inséré, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2004;
  3° l'article 17 qui produit ses effets le 1er décembre 2004.
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van goedkeuring ervan door de Vlaamse Regering, met uitzondering van :
  1° artikelen 1, 2 en 22 voor wat het ingevoegde artikel 160quater betreft, die uitwerking hebben op dezelfde datum als artikel 76,§ 2, tweede lid, tweede en derde zin, van het gemeentedecreet van 15 juli 2005;
  2° artikel 4, 5, 6, 10, 1° b), en 2°, en artikel 22, voor wat het ingevoegde artikel 160bis betreft, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2004;
  3° artikel 17 dat uitwerking heeft met ingang van 1 december 2004.
Art. 24. Le Ministre flamand ayant les Affaires intérieures dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 17 février 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique,
  M. KEULEN.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Binnenlandse Aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 17 februari 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
  M. KEULEN.
-