Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JANUARI 2006. - Besluit van de Regering houdende vastlegging van de werkwijze van de raden van beroep bij beroepen ingediend tegen beslissingen van de jury's voor taalexamens (VERTALING).
Titre
16 JANVIER 2006. - Arrêté du Gouvernement fixant le fonctionnement des chambres de recours lors de recours introduits contre des décisions de jurys d'examens linguistiques (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2006033024
Datum: 2006-01-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006033024
Date: 2006-01-16
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
Bijeenroeping.
Invitation.
Artikel 1. De bijeenroeping tot de zittingen van de raad van beroep gebeurt ten minste vijf werkdagen vóór de datum van de zitting.
Article 1. L'invitation aux séances de la chambre de recours est lancée au moins 5 jours ouvrables avant la date de la séance.
Vroegtijdige beëindiging van het mandaat.
Fin anticipée du mandat.
Art. 2. Het mandaat van de voorzitter, van de vice-voorzitter, van de werkelijke en vervangende leden eindigt in elk geval vroegtijdig :
  1° bij aftreding;
  2° bij overlijden.
  De vice-voorzitter eindigt het mandaat en een nieuwe vice-voorzitter wordt aangewezen.
  Het vervangend lid eindigt het mandaat en een nieuw vervangend lid wordt aangewezen.
Art. 2. Le mandat du président, du vice-président, des membres effectifs et suppléants prend fin anticipativement dans les cas suivants :
  1° en cas de démission;
  2° en cas de décès.
  Le vice-président termine le mandat et un nouveau vice-président est désigné.
  Le suppléant termine le mandat et un nouveau suppléant est désigné.
Onverenigbaarheid.
Incompatibilité.
Art. 3. Geen lid van de raad van beroep mag deelnemen aan beslissingen als de eiser zijn echtgenoot, de persoon met wie het samenleeft, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad is. In dit geval voert het vervangend lid de opdracht uit. Een lid kan om vrijstelling verzoeken, als het van mening is dat het een zedelijk belang in de zaak heeft of dat men aan zijn onpartijdigheid zou kunnen twijfelen. De voorzitter beslist of hij het verzoek al dan niet inwilligt. Hij kan ook een lid om dezelfde redenen vrijstellen.
  De leden van de jury's mogen niet lid van de raden van beroep zijn.
Art. 3. Aucun membre de la chambre de recours ne peut prendre part à des décisions lorsque le plaignant est son conjoint, la personne avec laquelle il vit maritalement, un parent ou allié jusqu'au 4e degré inclus. Dans ce cas, c'est le suppléant qui remplit la mission. Un membre peut demander à être dispensé lorsqu'il croit avoir un intérêt moral à la cause ou que l'on pourrait douter de son impartialité. Le président décide s'il fait droit à cette demande ou pas. Il peut aussi dispenser un membre pour les mêmes raisons.
  Les membres des jurys d'examens ne peuvent être membres des chambres de recours.
Beslissingsprocedure.
Procédure décisionnelle.
Art. 4. De beslissingen geschieden bij geheime stemming.
  De beslissing van de raad van beroep wordt schriftelijk vastgesteld en wordt aan de eiser per aangetekende brief medegedeeld, en dit ten laatste 3 werkdagen nadat de beslissing genomen werd.
  De leden zijn tot geheimhouding over de beraadslaging gehouden.
Art. 4. Les décisions sont prises au scrutin secret.
  La décision de la chambre de recours est consignée par écrit et communiquée au plaignant par recommandé, au plus tard 3 jours ouvrables après que la décision est intervenue.
  Les membres doivent observer le secret des délibérations.
Proces-verbalen.
Procès-verbaux.
Art. 5. Het proces-verbaal van de beraadslaging wordt door de secretaris opgesteld en ondertekend en daarna door de voorzitter medeondertekend. Het vermeldt de namen van de aanwezige leden, beschrijft het verloop van de beroepsprocedure en bevat de met redenen omklede beslissing.
  Het proces-verbaal van de beraadslaging wordt door alle aanwezige leden ondertekend.
Art. 5. Le procès-verbal de la délibération est établi et signé par le secrétaire puis contresigné par le président. Il mentionne les noms des membres présents, retrace le déroulement de la procédure de recours et contient la décision motivée.
  Le procès-verbal de la délibération est signé par tous les membres présents.
Bewaring van de documenten.
Conservation des documents.
Art. 6. De documenten ingediend door de eiser en door de jury, de proceduredossiers, alsmede het proces-verbaal van de beraadslaging worden bij de Afdeling Onderwijs van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap bewaard.
Art. 6. Les documents introduits par le plaignant et le jury d'examens, les dossiers de procédure ainsi que le procès-verbal de la délibération sont conservés auprès de la Division Enseignement du Ministère de la Communauté germanophone.
Vergoedingen.
Indemnités.
Art. 7. Het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap is toepasselijk op de raden van beroep.
Art. 7. L'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone est applicable aux chambres de recours.
Inwerkingtreding.
Entrée en vigueur.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2005.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2005.
Uitvoering.
Exécution.
Art. 9. De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Eupen, 16 januari 2006.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President, Minister van Lokale Besturen,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek,
  O. PAASCH.
Art. 9. Le Ministre de l'Enseignement et de la Recherche scientifique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Eupen, le 16 janvier 2006.
  Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président, Ministre des Pouvoirs locaux,
  K.-H. LAMBERTZ
  Le Ministre de l'Enseignement et de la Recherche scientifique,
  O. PAASCH.