Art. 178. Hoofdstuk IX van hetzelfde besluit met als opschrift " Administratieve standen " wordt vervangen door volgend hoofdstuk:
" HOOFDSTUK IX. - ADMINISTRATIEVE STANDEN.
Afdeling 1. - Algemene bepaling.
Artikel 38. - Het personeelslid bevindt zich in een van de volgende administratieve standen :
1° dienstactiviteit;
2° non-activiteit;
3° terbeschikkingstelling.
Afdeling 2. - Dienstactiviteit.
Artikel 39. Het personeelslid wordt altijd geacht zich in dienstactiviteit te bevinden, behoudens uitdrukkelijke bepaling waarbij hij in een andere administratieve stand wordt ingedeeld.
Artikel 40. Behoudens uitdrukkelijke strijdige bepaling, heeft het personeelslid in dienstactiviteit recht op wedde en op bevordering tot een hogere wedde.
Hij kan zijn aanspraken op een benoeming tot een bevorderingsambt laten gelden.
Artikel 41. Hij verkrijgt, onder dezelfde voorwaarden als die bepaald voor de personeelsleden bedoeld bij het koninklijk besluit van 22 maart 1969 en volgens dezelfde nadere regels, de verlofdagen die aan deze laatste worden toegekend.
Voor de toepassing van het 1ste lid wordt het personeelslid gelijkgesteld met een vastbenoemd personeelslid.
Het personeelslid dat verlof krijgt, brengt daar zijn hoofd van de eredienst op de hoogte van.
Afdeling 3. - Non-activiteit.
Artikel 42. Het personeelslid bevindt zich in de stand non-activiteit :
1° wanneer hij sommige militaire prestaties in vredestijd verricht, of bij de civiele bescherming is ingedeeld, of met taken van openbaar nut belast is bij toepassing van de wet houdende het statuut van de gewetensbezwaarden.
De bepalingen opgenomen in het Koninklijk besluit van 20 december 1973 genomen ter uitvoering van artikel 161 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden van overeenkomstige toepassing op de personeelsleden bedoeld bij dit besluit;
2° wanneer schorsing bij tuchtmaatregel op hem is toegepast;
3° wanneer op hem de op non-activiteitsstelling bij tuchtmaatregel is toegepast;
4° wanneer hij om gezinsredenen toelating gekregen heeft tijdens een langdurige periode afwezig te blijven.
Voor de toepassing van het 1ste lid wordt het personeelslid dat stage loopt, gelijkgesteld met een vastbenoemd personeelslid.
Artikel 43. Behoudens uitdrukkelijk tegenstrijdige bepaling, heeft het personeelslid in de stand non-activiteit geen recht op wedde.
Indien hij zich in de stand non-activiteit bevindt ingevolge de bepalingen van artikel 42, 2° of 3°, kan hij geen aanspraken op een benoeming tot een bevorderingsambt, of op een bevordering tot een hogere wedde, laten gelden.
Artikel 44. Niemand kan op non-activiteit gesteld of gehouden worden na de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft als hij dertig dienstjaren telt voor de opening van het recht op pensioen.
Afdeling 4. - Terbeschikkingstelling.
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen.
Artikel 45. Het personeelslid kan ter beschikking worden gesteld onder de door de Regering bepaalde voorwaarden:
a) wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst of het onderwijs;
b) wegens ziekte of gebrekkigheid waaruit geen definitieve dienstongeschiktheid ontstaat, maar die aanleiding c) geeft tot langere afwezigheid dan voor verlof wegens ziekte of gebrekkigheid;
d) voor persoonlijke aangelegenheden;
e) wegens ontstentenis van betrekking;
voor een bijzondere opdracht.
Het ter beschikking gesteld personeelslid brengt daar het hoofd van de eredienst op de hoogte van.
Artikel 46. Niemand kan ter beschikking worden gesteld of gehouden worden na de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft als hij dertig dienstjaren telt voor de opening van het recht op pensioen.
Artikel 47. Wachtgeld kan worden verleend aan ter beschikking gestelde personeelsleden. Dit wachtgeld, de uitkeringen en vergoedingen, die eventueel aan deze personeelsleden worden toegekend, zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling, welke geldt voor de bezoldiging van de personeelsleden in dienstactiviteit.
Art. 47bis. § 1. Elk ter beschikking gesteld personeelslid blijft ter beschikking van de Regering.
§ 2. De duur van de terbeschikkingstelling met het voordeel van wachtwedde kan, in het geval van een ter beschikking stelling wegens ontstentenis van betrekking, in één of meer lestijden, de duur van de diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen van het betrokken personeelslid niet overschrijden. Die bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden die voor bijzondere opdracht ter beschikking gesteld zijn van de Europese scholen of buitenlandse universiteiten.
Voor de berekening van de duur van de voormelde in aanmerking komende diensten wordt geen rekening gehouden met :
1° de legerdienst of de dienst bij de civiele bescherming of taken van openbaar nut bij toepassing van de wet houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, die het personeelslid vervulde voor zijn toelating tot de federale, communautaire of gewestelijke administratie, het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra;
2° de lestijden van terbeschikkingstelling ongeacht de aard van deze terbeschikkingstellingen.
§ 3. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld wordt en wachtgeld geniet, moet zich elk jaar, in de loop van de maand die volgt op zijn terbeschikkingstelling, na een oproeping, aanmelden bij de administratieve gezondheidsdienst.
Wanneer het personeelslid dat volgens de regels werd opgeroepen, zich niet aanmeldt bij de administratieve gezondheidsdienst, wordt de betaling van zijn wachtgeld opgeschort vanaf dat ogenblik tot het ogenblik waarop hij zich aanmeldt.
§ 4. Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld, moet aan het inrichtingshoofd van de onderwijsinrichting waar hij is aangesteld een woonplaats binnen het Koninkrijk meedelen, waar hij kan worden verwittigd over beslissingen die hem aangaan.
§ 5. Wanneer het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, wordt de betrekking waarvan het ter beschikking gestelde personeelslid de houder was, vacant verklaard, wanneer de terbeschikkingstelling van het personeelslid zonder onderbreking twee opeenvolgende jaren heeft geduurd.
§ 6. Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld en dat niet werd vervangen in zijn betrekking bij toepassing van § 5, bekleedt deze betrekking wanneer hij zijn activiteiten hervat.
§ 7. Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld, zijn reïntegratie aanvraagt en in zijn betrekking werd vervangen bij toepassing van § 5, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking vanaf de datum waarop hij zou zijn gereïntegreerd als hij niet was vervangen in zijn betrekking.
Onderafdeling 2. - Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, gedeeltelijk opdrachtverlies, reaffectatie, tijdelijke terugroeping in actieve dienst en terugroeping in actieve dienst voor onbepaalde duur
Art. 47ter. § 1. Het vastbenoemd personeelslid aangesteld in de inrichting, in hoofdambt aangesteld in de inrichting zonder in bijambt in een of meerdere inrichtingen aangesteld te zijn, of in hoofdambt aangesteld in de inrichting en in bijambt aangesteld in een of meer andere inrichtingen, niet ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waaraan, binnen zijn betrekking, enkel een aantal vacante lestijden kon worden toegekend dat minstens gelijk is aan de lestijden waarvoor hij wordt bezoldigd in de inrichting waar hij is aangesteld of in hoofdambt is aangesteld zonder in bijambt te zijn aangesteld in een of meer inrichtingen, of in de inrichtingen waar hij in hoofdzaak en in bijzaak is aangesteld, wordt met gedeeltelijk opdrachtverlies gesteld.
Het vastbenoemd personeelslid aangesteld in de inrichting, in hoofdzaak aangesteld in de inrichting zonder bijkomende aanstelling in een of meer andere inrichtingen, of in hoofdambt in de inrichting en in bijambt aangesteld in een of meer andere inrichtingen, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking wanneer geen enkele vacante lestijd in zijn ambt aan hem kon worden toevertrouwd in de inrichting waar hij is aangesteld of in hoofdzaak is aangesteld zonder in bijambt te zijn aangesteld in een of meer andere inrichtingen, of in alle inrichtingen waar hij in hoofdambt en in bijambt is aangesteld.
Het personeelslid dat toegelaten is tot de stage wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking wanneer de betrekking die hij bekleedt, wordt afgeschaft.
§ 2. Het personeelslid bedoeld in § 1, 2de lid, kan voorlopig worden teruggeroepen in actieve dienst door de Regering volgens de bepalingen vastgesteld in artikel 47dodecies, § 2, in een betrekking die definitief of tijdelijk vacant is.
Het personeelslid bedoeld in § 1, kan, ingeval er een vacante betrekking is, worden gereaffecteerd door de Regering volgens de voorwaarden vastgelegd in artikel 47terdecies, § 3.
Art. 47quater. Een personeelslid dat in bijambt aangesteld is in een of meer inrichtingen, kan niet met gedeeltelijk opdrachtverlies worden gesteld als de vermindering van het aantal definitief vacante lestijden die hem worden toegekend in de inrichting(en) waar hij in bijambt is aangesteld, gecompenseerd wordt door een overeenkomstige stijging van het aantal definitief vacante lestijden die hem worden toegekend in de inrichting waar hij in hoofdambt is aangesteld of in een andere inrichting waar hij in bijambt is aangesteld.
Er wordt van rechtswege een einde gemaakt aan de affectatie in bijambt die het personeelslid geniet in de inrichting waar hij alle definitief vacante lestijden verliest die aan hem waren toegekend, als dit lestijdenverlies wordt gecompenseerd door een overeenkomstige stijging van het aantal lestijden in de inrichting waar hij een hoofdambt uitoefent of in een andere inrichting waar hij een bijambt uitoefent.
Een personeelslid dat alle definitief vacante lestijden verliest die hem waren toegekend in de inrichting waar hij in hoofdambt was aangesteld, waarbij dit lestijdenverlies wordt gecompenseerd door een overeenkomstige stijging van het aantal lestijden in de inrichting(en) waar hij een bijambt uitoefent, zou niet met gedeeltelijk opdrachtverlies kunnen worden geplaatst, als hij verzaakt aan zijn hoofdambt en zijn bijambt omzet in een hoofdambt, of, als hem een aanstelling met een volledige opdracht wordt aangeboden in de inrichting waar hij een bijambt uitoefende.
Art. 47quinquies. Het personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking geniet een wachtwedde die, de eerste twee jaren, gelijk is aan zijn activiteitswedde.
Vanaf het derde jaar wordt die wachtwedde elk jaar verminderd met twintig percent, zonder dat het lager kan liggen dan zoveel keer één dertigste van de activiteitswedde als dat het personeelslid dienstjaren telt op de datum van de terbeschikkingstelling. De opeenvolgende verminderingen worden toegepast op basis van de laatste activiteitswedde.
Voor het personeelslid dat oorlogsinvalide is, is de wachtwedde, gedurende de eerste drie jaren, gelijk aan zijn laatste activiteitswedde. Vanaf het vierde jaar, wordt het verminderd zoals hierboven.
Voor de toepassing van het 2de lid wordt onder dienstjaren verstaan de jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het pensioen. De legerdienst, gedaan voor de indiensttreding, wordt echter niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende legerdienst wordt slechts meegerekend voor zijn gewone duur, onverminderd de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende de prioriteiten.
De voorlopige terugroeping in actieve dienst heft de gevolgen van de terbeschikkingstelling bedoeld in het 1ste lid op, gedurende de tijd van de terugroeping. De terugroeping in actieve dienst voor een onbepaalde duur heft de gevolgen van de terbeschikkingstelling bedoeld in het 1ste lid op, zolang er geen einde wordt gemaakt aan deze terugroeping.
Art. 47sexies. Elk personeelslid dat ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking, behoudt in deze stand gedurende twee jaar zijn aanspraken op een benoeming in een bevorderingsambt van de inspectiedienst en op een verhoging in wedde. Elk personeelslid dat stage loopt en ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, behoudt gedurende twee jaar in die positie zijn aanspraken op verhoging in wedde.
Art. 47septies. Een in een wervingsambt vastbenoemd personeelslid wordt slechts met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst of ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, nadat een einde werd gemaakt aan de diensten van de personeelsleden die hetzelfde ambt uitoefenen in een vacante betrekking en dit in de volgorde vastgesteld in artikel 6bis, § 1, 1ste lid, 1° tot 11°.
Wanneer een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt, vervolgens, ter beschikking moet worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking of in gedeeltelijk opdrachtverlies moet worden gesteld, wordt(worden) eerst ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking of met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst, een personeelslid/personeelsleden dat /die in bijambt in de inrichting geaffecteerd is/zijn, of het personeelslid dat in hoofdambt in de inrichting geaffecteerd is, dan wordt/worden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking of met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst, een personeelslid/personeelsleden dat/die in de inrichting geaffecteerd is/zijn.
Een stagedoend personeelslid wordt slechts ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking nadat de diensten werden beëindigd van de personeelsleden die hetzelfde ambt uitoefenen in een vacante betrekking, en dit in de volgorde bepaald door artikel 6, § 1, 1ste lid, 1° tot 7°.
Art. 47octies. § 1. Het personeelslid dat met gedeeltelijk opdrachtverlies is geplaatst, blijft ter beschikking van de Regering, die dit personeelslid op eigen initiatief een aanvullende opdracht en/of aanvullende lestijden kan toewijzen.
Elk personeelslid kan lestijden weigeren op basis van de bepalingen van artikel 1bis, § 3, 6°, b). In dat geval moet hem, bij voorrang op elke tijdelijke beslissing, en in voorkomend geval bij toepassing van artikel 6bis, voor een duur die niet minder dan tien werkdagen mag bedragen, een bijkomende opdracht worden toegekend in elke inrichting die voor hem geen verplaatsingstijd met de algemene vervoermiddelen van meer dan vier uur per dag meebrengt.
Het personeelslid dat een bijkomende opdracht geniet, behoudt het voordeel van de weddeschaal die hem toegekend wordt, rekening houdend met het ambt waarin hij is vastbenoemd.
§ 2. Het met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst vastbenoemd personeelslid blijft ter beschikking van de Regering die dit personeelslid op eigen initiatief of op voorstel van de affectatiecommissie een aanvullende opdracht kan toewijzen :
1° in de eerste plaats vóór elke tijdelijke aanstelling of toelating tot de stage;
2° vervolgens, in door tijdelijke personeelsleden beklede betrekkingen, in overeenstemming met artikel 6bis, § 2.
Een vastbenoemd personeelslid dat in zijn ambt geen aantal lestijden heeft dat minstens gelijk is aan het aantal uren waarvoor hij in de inrichting waar hij aangesteld is wordt betaald, en die een aanvullende opdracht kreeg toegewezen in een of meerdere inrichtingen, behoudt op zijn verzoek deze aanvullende opdracht zolang :
1° Hij in gedeeltelijk opdrachtverlies blijft;
2° Deze aanvullende opdracht niet noodzakelijk is om de opdracht aan te vullen van een vastbenoemd personeelslid dat aangesteld, aangesteld in hoofdambt of aangesteld in bijambt is in de inrichting of er voorlopig of voor onbepaalde duur in actieve dienst teruggeroepen is.
Art. 47nonies. § 1. Wanneer een vastbenoemd personeelslid onder de voorwaarden bepaald in artikel 47septies met gedeeltelijk opdrachtverlies moet worden geplaatst of ter beschikking moet worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking of met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst, het personeelslid met de kleinste dienstanciënniteit als personeelslid bedoeld in artikel 1, 1ste lid.
§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt bij gelijke dienstanciënniteit, eerst het personeelslid met de kleinste ambtsanciënniteit ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking of met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst, naargelang het geval.
Bij gelijke dienstanciënniteit en ambtsanciënniteit wordt naargelang het geval eerst het jongste personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking of met gedeeltelijk opdrachtverlies geplaatst.
Art. 47decies. De berekening van de in artikel 47nonies bedoelde dienstanciënniteit gebeurt volgens de hieronder bepaalde regels:
1° De diensten gepresteerd als tijdelijk personeelslid binnen een ambt met volledige prestaties komen in aanmerking voor een anciënniteit die gelijk is aan het aantal dagen geteld van het begin tot het einde van de doorlopende activiteitsperiode, met inbegrip, als ze tot die periode behoren, van de ontspanningsverlofdagen alsmede de winter- en lentevakantie, de buitengewone verlofdagen, het verlof voor opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij en de moederschapsrust, respectievelijk bepaald in de artikelen 5 en 5bis, in hoofdstuk IIbis en in hoofdstuk XIII van het koninklijk besluit van 15 januari 1974; dat aantal dagen wordt vermenigvuldigd met 1,2;
2° De effectieve diensten die niet als tijdelijk personeelslid gepresteerd zijn, binnen een ambt met volledige prestaties, worden per kalendermaand geteld; de diensten die niet over een volledige maand lopen, worden niet in aanmerking genomen;
3° De toegelaten diensten gepresteerd tijdens de maand waarin het personeelslid voor het eerst wordt aangesteld in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid, worden geacht als tijdelijk personeelslid gepresteerd te zijn;
4° De effectieve prestaties in een ambt met onvolledige prestaties, dat minstens de helft van de voor een ambt met volledige prestaties vereiste prestaties omvat, worden in aanmerking genomen als prestaties verricht in een ambt met volledige prestaties;
5° De duur van de diensten binnen een ambt met onvolledige prestaties, dat niet de helft van het aantal voor het ambt met volledige prestaties vereiste uren telt, wordt met de helft verminderd;
6° Dertig dagen vormen een maand;
7° De duur van de diensten gepresteerd in twee of meer gelijktijdig uitgeoefende ambten met volledige of onvolledige prestaties, mag nooit de duur van de diensten gepresteerd in een gedurende dezelfde periode uitgeoefend ambt met volledige prestaties overschrijden;
8° De duur van de toegelaten diensten van het personeelslid mag voor een schooljaar nooit twaalf maanden overschrijden.
Voor de toepassing van dit artikel worden slechts de diensten die in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd onderwijs gepresteerd worden als leermeester of leraar van de bedoelde godsdienst in aanmerking genomen.
Art. 47undecies. Voor de toepassing van de artikelen 47nonies en 47decies, worden de diensten gepresteerd binnen het ambt van leermeester godsdienst en/of leraar godsdienst in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap gelijkgesteld met de diensten geleverd als personeelslid bedoeld in artikel 1, 1ste lid.
Art. 47dodecies. § 1. Zodra een personeelslid ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking, brengt het inrichtingshoofd de Regering en de voorzitter van de bevoegde affectatiecommissie ervan op de hoogte.
Wanneer een personeelslid wegens ontstentenis van betrekking in zijn inrichting niet langer een aantal uren presteert gelijk aan het aantal uren waarvoor het personeelslid wordt betaald, brengt het inrichtingshoofd daar de Regering en de voorzitter van de affectatiecommissie op de hoogte van.
§ 2. Elk in een wervingsambt vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, blijft ter beschikking van de Regering die naargelang het geval op eigen initiatief of op voorstel van de affectatiecommissie dit personeelslid voorlopig in actieve dienst kan terugroepen of op voorstel van de affectatiecommissie voor onbepaalde duur in actieve dienst kan terugroepen :
1° Allereerst voor elke tijdelijke aanstelling of toelating tot de stage;
2° Vervolgens in de door de tijdelijke personeelsleden beklede betrekkingen, overeenkomstig artikel 6bis, § 2;
3° Tenslotte, in betrekkingen bekleed door stagiairs, in omgekeerde volgorde van hun rangschikking, op voorwaarde dat het voorlopig of voor onbepaalde duur in actieve dienst teruggeroepen personeelslid in dezelfde zone als de stagiair ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Wanneer de volledig of gedeeltelijk door het minst batig gerangschikte tijdelijk personeelslid vrijgemaakte betrekking voor het in 1ste lid bedoelde personeelslid een verplaatsing van meer dan vier uur met de gemeenschappelijke vervoermiddelen meebrengt, mag deze de terugroeping in actieve dienst weigeren. In dat geval wordt volledig of gedeeltelijk een einde gemaakt aan de prestaties van, in de eerste plaats, een ander niet gerangschikt tijdelijk personeelslid, vervolgens, van een ander in de tweede groep gerangschikt tijdelijk personeelslid en, bij ontstentenis daarvan, van het tijdelijk personeelslid van de eerste groep dat onmiddellijk beter gerangschikt is.
Het personeelslid dat een terugroeping in actieve dienst voor onbepaalde duur geniet, wordt de eerste dag van het schooljaar of academiejaar volgend op de vacantverklaring van een betrekking in zijn ambt in dezelfde inrichting gereaffecteerd.
Het in het 1ste lid bedoelde personeelslid wordt op zijn verzoek prioritair in actieve dienst teruggeroepen in een voorlopig beschikbare betrekking in zijn ambt binnen de inrichting waar hij zijn betrekking heeft verloren of waar hij ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking.
Tijdens de voorlopige terugroeping in actieve dienst en de terugroeping in actieve dienst voor onbepaalde duur geniet het personeelslid zijn activiteitswedde en worden de diensten die hij presteert met werkelijke diensten gelijkgesteld.
§ 3. Het in een wervingsambt vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking wordt door de Regering gereaffecteerd op advies van de affectatiecommissie:
1° in de eerste plaats en bij voorrang op de tot de stage toegelaten personeelsleden, in definitief vacante betrekkingen bekleed door tijdelijke personeelsleden;
2° vervolgens, in definitief vacante betrekkingen bekleed door stagiairs, in omgekeerde volgorde van hun rangschikking, op voorwaarde dat het gereaffecteerde personeelslid ter beschikking was gesteld wegens ontstentenis van betrekking in dezelfde zone als de stagiair.
Het personeelslid dat voorlopig in actieve dienst is teruggeroepen in een betrekking die minstens drie vierde van de lestijden omvat waarvoor hij betaald wordt, treedt in werking in de betrekking waarin hij wordt gereaffecteerd slechts op eerstvolgend 1 juli op.
Het personeelslid dat een tijdelijke terugroeping in actieve dienst geniet voor onbepaalde duur wordt in dezelfde inrichting gereaffecteerd op 1 september volgend op de vacature van een betrekking van zijn ambt.
De personeelsleden die tot de stage worden toegelaten en ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking worden door de Regering op advies van de affectatiecommissie gereaffecteerd in de definitief vacante betrekkingen bekleed door tijdelijke personeelsleden.
§ 4. Het personeelslid moet binnen de door de Regering gestelde termijn de betrekking bekleden die hem door reaffectatie, voorlopige terugroeping in actieve dienst of terugroeping in actieve dienst voor onbepaalde duur is toegewezen. Als hij zonder geldige reden die betrekking niet bekleedt, wordt hij na tien dagen afwezigheid beschouwd als ontslagnemend.
Art. 47terdecies. § 1. Het personeelslid dat vastbenoemd wordt in een wervingsambt en ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking, dat noch gereaffecteerd, noch tijdelijk teruggeroepen werd in actieve dienst, noch teruggeroepen in actieve dienst voor een onbepaalde duur in het ambt waarin hij vastbenoemd is, wordt tijdelijk teruggeroepen in actieve dienst in elke betrekking van een van de ambten van de personeelsleden bedoeld in artikel 1, 1ste lid, waarvoor hij over het vereist bekwaamheidsbewijs beschikt.
Het personeelslid dat in actieve dienst teruggeroepen wordt bij toepassing van het 1ste lid, behoudt het voordeel van de weddeschaal die hem toegekend wordt in functie van het ambt waarin hij vastbenoemd is.
§ 2. Het personeelslid dat in dienstactiviteit teruggeroepen is bij toepassing van § 1, kan antwoorden op een oproep tot de toelating tot de stage binnen een ambt waarin hij tijdelijk teruggeroepen is in dienstactiviteit, voor zover hij aan de in artikel 12 bedoelde voorwaarden voldoet.
Hij geniet de weddeschaal van zijn nieuwe ambt op de datum van zijn toelating tot de stage in dat ambt.
Voor de toepassing van § 1, 1ste lid, worden de diensten gepresteerd tijdens de duur van de terugroeping in actieve dienst gelijkgesteld met diensten gepresteerd als tijdelijk personeelslid.
Art. 47quaterdecies. Elk vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking en dat noch gereaffecteerd, noch tijdelijk in actieve dienst, noch in actieve dienst voor een onbepaalde duur teruggeroepen kon worden, en dat op een werkaanbieding van een andere inrichtende macht antwoordt, blijft van rechtswege een wachtwedde genieten.
Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het besluit van de Executieve van 11 september 1990 tot regeling van de toekenning van een toelage aan de personeelsleden van het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, die tijdelijk aangesteld worden in een beter bezoldigd ambt dan dat waarin zij vast benoemd zijn, blijft het bij het eerste lid bedoelde personeelslid van rechtswege een weddesubsidie genieten.
Onder voorbehoud dat hij jaarlijks zijn reaffectatie aanvraagt in het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs en dat hij gevolg geeft aan elk voorstel tot reaffectatie, tijdelijke terugroeping in actieve dienst of terugroeping in actieve dienst voor onbepaalde duur dat hem zou worden voorgelegd vóór 1 oktober van elk schooljaar, behoudt het personeelslid zijn vastbenoeming zolang hij een vastbenoeming niet bekomt bij de inrichtende macht die hem op basis van het 1ste lid aangeworven heeft.
§ 2. Elk personeelslid dat tot de stage toegelaten is en ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, dat niet gereaffecteerd kon worden en dat op een werkaanbieding van een andere inrichtende macht antwoordt, blijft van rechtswege een wachtwedde genieten en geniet geen weddesubsidie.
Onder voorbehoud dat hij jaarlijks zijn reaffectatie aanvraagt in het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs en dat hij gevolg geeft aan elk voorstel tot reaffectatie, behoudt het personeelslid zijn benoeming in vast verband zolang hij een benoeming in vast verband niet bekomt bij de inrichtende macht die hem op basis van het 1ste lid aangeworven heeft.
§ 3. De lestijden gedurende welke het personeelslid ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking en de bepalingen van § 1, 1ste en 2de lid, of § 2, 1ste lid, geniet, schorten de terbeschikkingststellingstijd op voor de berekening van de wachtwedde.
Onderafdeling 3. - Terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst en in het belang van het onderwijs.
Art. 47quindecies. Artikel 167quater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 is van toepassing op de personeelsleden bedoeld in artikel 1, 1ste lid, toegelaten tot de stage of vastbenoemd.
Onderafdeling 4. - Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.
Art. 47sexdecies. De artikelen 13 en 14 van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter uitvoering van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, zijn van toepassing op de tot de stage toegelaten of vastbenoemde personeelsleden bedoeld in artikel 1, 1ste lid. "
Art. 178. Le chapitre IX du même arrêté, intitulé " Des positions administratives ", est remplacé par le chapitre suivant :
" CHAPITRE IX. - DES POSITIONS ADMINISTRATIVES.
Section 1re.- Disposition générale.
Article 38. Le membre du personnel est dans une des positions administratives suivantes :
a) En activité de service;
b) En non-activité;
c) En disponibilité.
Section 2. - De l'activité de service.
Article 39. Le membre du personnel est toujours censé être en activité de service sauf disposition formelle le plaçant dans une autre position administrative.
Article 40. Le membre du personnel en activité de service a droit au traitement et à l'avancement de traitement, sauf disposition formelle contraire.
Il peut faire valoir ses titres à une nomination dans une fonction de promotion.
Article 41. Il obtient, aux mêmes conditions que celles fixées pour les membres du personnel visés par l'arrêté royal du 22 mars 1969 et selon les mêmes modalités, les congés attribués à ces derniers.
Pour l'application de l'alinéa 1er, le membre du personnel stagiaire est assimilé à un membre du personnel nommé à titre définitif.
Le membre du personnel qui obtient un congé en informe son chef du culte.
Section 3. - De la non-activité.
Article 42. Le membre du personnel est dans la position de non-activité :
1° Lorsqu'il accomplit, en temps de paix, certaines prestations militaires ou est affecté à la protection civile ou à des tâches d'utilité publique en application de la loi portant le statut des objecteurs de conscience.
Les dispositions de l'Arrêté royal du 20 décembre 1973 pris en application de l'article 161 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements s'appliquent, mutatis mutandis, aux membres du personnel visé par le présent arrêté;
2° Lorsqu'il est frappé de la sanction de suspension disciplinaire;
3° Lorsqu'il est frappé de la sanction de mise en non-activité disciplinaire;
4° Lorsque, pour des raisons familiales, il est autorisé à s'absenter pour une période de longue durée.
Pour l'application de l'alinéa 1er, le membre du personnel stagiaire est assimilé à un membre du personnel nommé à titre définitif.
Article 43. Le membre du personnel qui est dans la position de non-activité n'a pas droit au traitement, sauf disposition formelle contraire.
S'il se trouve en position de non-activité en raison des dispositions prévues à l'article 42, 2° ou 3°, il ne peut faire valoir ses titres à une nomination a une fonction de promotion, ni à l'avancement de traitement.
Article 44. Nul ne peut être mis ou maintenu en non-activité après la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge de 60 ans s'il compte trente années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension.
Section 4. - De la disponibilité.
Sous-section 1. - Dispositions générales.
Article 45. Le membre du personnel peut être mis en position de disponibilité aux conditions fixées par le Gouvernement :
a) Par retrait d'emploi dans l'intérêt du service ou de l'enseignement;
b) Pour maladie ou infirmité n'entraînant pas l'inaptitude définitive au service, mais provoquant des absences dont la durée excède celles des congés pour maladie ou infirmité;
c) Pour convenance personnelle;
d) Par défaut d'emploi;
e) Pour mission spéciale.
Le membre du personnel mis en disponibilité en informe son chef du culte.
Article 46. Nul ne peut être mis ou maintenu en disponibilité après la fin du mois au cours duquel il atteint l'âge de 60 ans s'il compte trente années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension.
Article 47. Des traitements d'attente peuvent être alloués aux membres du personnel mis en disponibilité. Ces traitements d'attente, les allocations et indemnités, qui sont éventuellement alloués à ces membres du personnel, sont soumis au régime de mobilité applicable aux rétributions des membres du personnel en activité de service.
Article 47bis. § 1er. Tout membre du personnel en disponibilité reste à la disposition du Gouvernement.
§ 2. La durée de la mise en disponibilité avec jouissance d'un traitement d'attente, dans le cas de mise en disponibilité par défaut d'emploi, ne peut dépasser, en une ou plusieurs périodes, la durée des services admissibles pour le calcul de la pension de retraite du membre du personnel intéressé. Cette disposition n'est pas applicable aux membres du personnel mis en disponibilité pour mission spéciale aux écoles européennes ou aux universités étrangères
Pour le calcul de la durée des services admissibles précités ne sont pas pris en considération :
1° Le service militaire ou le service dans la protection civile ou des tâches d'utilité publique en application de la loi portant le statut des objecteurs de conscience que le membre du personnel a accomplis avant son admission dans les administrations fédérales, communautaires, régionales, dans l'enseignement ou dans les centres psycho-médico-sociaux;
2° Les périodes de mises en disponibilité quelle que soit la nature de ces mises en disponibilité.
§ 3. Le membre du personnel en disponibilité qui bénéficie d'un traitement d'attente est tenu de se présenter chaque année devant le service de santé administratif sur convocation au cours du mois correspondant à celui de sa mise en disponibilité.
Si le membre du personnel, dûment convoqué, ne se présente pas devant le service de santé administratif, le paiement de son traitement d'attente est suspendu depuis cette époque jusqu'au moment où il se présentera.
§ 4. Le membre du personnel en disponibilité est tenu de notifier au chef d'établissement de l'établissement d'enseignement où il est affecté un domicile dans le Royaume où peuvent lui être notifiées les décisions qui le concernent.
§ 5. Lorsque le membre du personnel est en disponibilité pour convenance personnelle, l'emploi dont il était titulaire est déclaré vacant lorsque la disponibilité du membre du personnel a duré sans interruption deux années consécutives.
§ 6. Le membre du personnel en disponibilité, qui n'a pas été remplacé par application du § 5 dans son emploi, occupe cet emploi lorsqu'il reprend son activité.
§ 7. Le membre du personnel en disponibilité, qui sollicite sa réintégration et qui a été remplacé par application du § 5 dans son emploi, est mis en disponibilité par défaut d'emploi à partir de la date à laquelle il aurait été réintégré s'il n'avait pas été remplacé dans son emploi.
Sous-section 2. - De la disponibilité par défaut d'emploi, de la perte partielle de charge, de la réaffectation provisoire à l'activité de service et du rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée.
Article 47ter. § 1er. Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté dans l'établissement, affecté à titre principal dans l'établissement sans être affecté à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, ou affecté à titre principal dans l'établissement et à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, non placé en disponibilité par défaut d'emploi et à qui n'a pu être attribué dans sa fonction un nombre de périodes vacantes au moins égal à celui pour lequel il est rétribué, dans l'établissement où il est affecté ou affecté à titre principal sans être affecte à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, ou dans les établissements où il est affecté à titre principal et à titre complémentaire, est placé en perte partielle de charge.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté dans l'établissement, affecté à titre principal dans l'établissement sans être affecte à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, ou affecté à titre principal dans l'établissement et à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, est mis en disponibilité par défaut d'emploi lorsque aucune période vacante dans sa fonction n'a pu lui être confiée dans l'établissement où il est affecté ou affecté à titre principal sans être affecté à titre complémentaire dans un ou plusieurs autres établissements, ou dans l'ensemble des établissements où il est affecté à titre principal et à titre complémentaire.
Le membre du personnel admis au stage est mis en disponibilité par défaut d'emploi lorsque l'emploi qu'il occupe est supprimé.
§ 2. Le membre du personnel visé au § 1er, alinéa 2, peut être rappelé provisoirement à l'activité de service par le Gouvernement dans les conditions fixées à l'article 47dodecies, § 2, dans un emploi définitivement ou temporairement vacant.
Le membre du personnel visé au § 1er peut, en cas de vacance d'emploi être réaffecté par le Gouvernement dans les conditions fixées à l'article 47ter decies, § 3.
Article 47quater. Un membre du personnel affecté à titre complémentaire dans un ou plusieurs établissements ne peut être placé en perte partielle de charge si la diminution du nombre de périodes définitivement vacantes qui lui sont attribuées dans l'/l'un des établissement(s) où il est affecté à titre complémentaire est compensée par une augmentation correspondante du nombre de périodes définitivement vacantes qui lui sont attribuées dans l'établissement où il est affecté à titre principal ou dans un autre établissement ou il est affecté à titre complémentaire.
Il est mis fin d'office à l'affectation à titre complémentaire dont un membre du personnel bénéficie dans l'établissement où il perd la totalité des périodes définitivement vacantes qui lui étaient attribuées, si cette perte de périodes est compensée par une augmentation correspondante du nombre de périodes dans l'établissement où il est affecté à titre principal ou dans un autre établissement où il est affecté à titre complémentaire.
Un membre du personnel, perdant la totalité des périodes définitivement vacantes qui lui étaient attribuées dans l'établissement où il est affecté à titre principal et qui voit cette perte de périodes compensée par une augmentation correspondante du nombre de périodes dans l'/les établissement( s) où il est affecté à titre complémentaire, peut ne pas être placé en perte partielle de charge, s'il renonce à son affectation à titre principal et convertit son affectation à titre complémentaire en affectation à titre principal, ou, s'il lui est attribué une charge complète, en affectation, dans l'établissement où il était affecté à titre complémentaire.
Article 47quinquies. - Le membre du personnel nommé à titre définitif ou stagiaire en disponibilité par défaut d'emploi bénéficie d'un traitement d'attente égal, les deux premières années, à son traitement d'activité.
A partir de la troisième année, ce traitement d'attente est réduit chaque année de 20 % sans qu'il puisse être inférieur à autant de fois un trentième du traitement d'activité que le membre du personnel compte d'années de service à la date de sa mise en disponibilité. Les réductions successives s'opèrent sur la base du dernier traitement d'activité.
Pour le membre du personnel invalide de guerre, le traitement d'attente est égal, durant les trois premières années, à son dernier traitement d'activité. A partir de la quatrième année, il est réduit selon le mode prévu à l'alinéa précédent.
Pour l'application de l'alinéa 2, il faut entendre, par années de service, celles qui entrent en compte pour l'établissement de la pension de retraite. Toutefois, les services militaires accomplis avant l'entrée en fonction ne sont pas pris en considération et les services militaires admissibles ne sont comptés que pour leur durée simple sans préjudice de l'application de l'article 13 des lois coordonnées des 3 août 1919 et 27 mai 1947 relatives aux priorités.
Le rappel provisoire à l'activité de service suspend les effets de la mise en disponibilité visés à l'alinéa 1er pendant le temps du rappel. Le rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée suspend les effets de la mise en disponibilité visés à l'alinéa 1er aussi longtemps qu'il n'est pas mis fin à ce rappel.
Article 47sexies. Tout membre du personnel nommé à titre définitif en disponibilité par défaut d'emploi conserve pendant deux ans dans cette position ses titres à une nomination à une fonction de promotion du service d'inspection et à l'avancement de traitement. Tout membre du personnel stagiaire en disponibilité par défaut d'emploi conserve pendant deux ans dans cette position ses titres à l'avancement de traitement.
Article 47septies. Un membre du personnel nommé à titre définitif à une fonction de recrutement n'est mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé en perte partielle de charge qu'après qu'il a été mis fin aux services des membres du personnel qui exercent la même fonction dans un emploi vacant et selon l'ordre fixé par l'article 6bis, § 1er, alinéa 1er, 1° à 11°.
Ensuite, lorsqu'un membre du personnel nommé à titre définitif à une fonction de recrutement doit être mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé en perte partielle de charge, d'abord, est/sont mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé(s) en perte partielle de charge, un/des membre(s) du personnel affecté(s) à titre complémentaire dans l'établissement, ou le membre du personnel affecté à titre principal dans l'établissement, puis est/sont mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé(s) en perte partielle de charge un/des membre(s) du personnel affecté(s) dans l'établissement.
Un membre du personnel stagiaire n'est mis en disponibilité par défaut d'emploi qu'après qu'il a été mis fin aux services des membres du personnel qui exercent la même fonction dans un emploi vacant et selon l'ordre fixé par l'article 6bis, § 1er, alinéa 1er, 1° à 7°.
Article 47octies. § 1er. Le membre du personnel en perte partielle de charge reste à la disposition du Gouvernement qui lui confie, d'initiative, un complément d'attributions et/ou un complément d'horaire.
Tout membre du personnel peut refuser de se voir attribuer des périodes sur base des dispositions de l'article 1erbis, § 3, 6°, b). Dans ce cas, il doit se voir attribuer, par priorité sur toute désignation à titre temporaire, et le cas échéant en application de l'article 6bis, pour une durée qui ne peut être inférieure à dix jours ouvrables, un complément de charge dans tout établissement n'entraînant pas pour lui une durée de déplacement supérieure à quatre heures par jour, à l'aide des transports en commun.
Le membre du personnel bénéficiant d'un complément d'horaire conserve le bénéfice de l'échelle barémique qui lui est attribuée eu égard à la fonction à laquelle il est nommé à titre définitif.
§ 2. Le membre du personnel en perte partielle de charge reste à la disposition du Gouvernement qui, d'initiative ou sur proposition de la commission d'affectation, lui confie un complément de charge :
1° Tout d'abord, avant toute désignation à titre temporaire ou toute admission au stage;
2° Ensuite, dans les emplois occupés par des temporaires, conformément à l'article 6bis, § 2.
A sa demande, le membre du personnel nommé à titre définitif à qui n'a pu être attribué dans sa fonction un nombre d'heures au moins égal à celui pour lequel il est rétribué dans l'établissement où il est affecté et qui a obtenu un complément de charge dans un ou plusieurs établissements, conserve ce complément de charge aussi longtemps :
1° Qu'il reste en perte partielle de charge;
2° Que ce complément n'est pas nécessaire pour compléter la charge d'un membre du personnel nommé à titre définitif et affecté, affecté à titre principal ou affecté à titre complémentaire dans l'établissement ou y rappelé provisoirement à l'activité de service ou y rappelé à l'activité de service pour une durée indéterminée.
Article 47nonies. § 1er. Lorsque, dans les conditions fixées par l'article 47septies, un membre du personnel doit être mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé en perte partielle de charge, est mis en disponibilité par défaut d'emploi ou placé en perte partielle de charge le membre du personnel qui compte la plus petite ancienneté de service en tant que membre du personnel visé à l'article 1er, alinéa 1er.
§ 2. Pour l'application du § 1er, en cas d'égalité d'ancienneté de service, est d'abord mis en disponibilité par défaut d'emploi ou en perte partielle de charge, selon le cas, le membre du personnel qui compte la plus petite ancienneté de fonction.
En cas d'égalité d'ancienneté de service et de fonction, est d'abord mis en disponibilité par défaut d'emploi ou en perte partielle de charge, selon le cas, le membre du personnel le plus jeune.
Article 47decies. Le calcul de l'ancienneté de service visée à l'article 47nonies est effectué selon les règles suivantes :
1° Les services rendus en qualité de temporaire, dans une fonction à prestations complètes, interviennent pour une ancienneté égale au nombre de jours comptés du début à la fin de la période d'activité continue, y compris, s'ils sont englobés dans cette période, les congés de détente ainsi que les vacances d'hiver et de printemps, les congés exceptionnels, les conges d'accueil en vue de l'adoption et de la tutelle officieuse et les congés de maternité prévus respectivement aux articles 5 et 5bis, au chapitre IIbis et au chapitre XIII de l'arrêté royal du 15 janvier 1974, ce nombre de jours étant multiplié par 1,2;
2° Les services effectifs rendus à un titre autre que celui de temporaire, dans une fonction à prestations complètes, se comptent par mois du calendrier, ceux qui ne couvrent pas tout le mois étant négligés;
3° Les services admissibles rendus pendant le mois au cours duquel le membre du personnel est désigné pour la première fois à un titre autre que celui de temporaire sont réputés avoir été rendus à titre de temporaire;
4° Les services effectifs rendus dans une fonction à prestations incomplètes comportant au moins la moitié du nombre d'heures requis pour la fonction à prestations complètes sont pris en considération au même titre que les services rendus dans une fonction à prestations complètes;
5° La durée des services dans une fonction à prestations incomplètes qui ne comporte pas la moitié du nombre d'heures requis pour la fonction à prestations complètes est réduit de moitié;
6° Trente jours forment un mois;
7° La durée des services rendus dans deux ou plusieurs fonctions, à prestations complètes ou incomplètes, exercées simultanément, ne peut jamais dépasser la durée des services rendus dans une fonction à prestations complètes pendant la même période;
8° La durée des services admissibles que compte le membre du personnel ne peut jamais dépasser douze mois pour une année scolaire.
Pour l'application du présent article, ne sont pris en considération que les services prestés dans l'enseignement organisé par la Communauté française, en tant que maître ou professeur de la religion considérée.
Article 47undecies. Pour l'application des articles 47nonies et 47decies, les services rendus dans la fonction de maître de religion et/ou dans la fonction de professeur de religion dans l'enseignement de la Communauté germanophone sont assimilés aux services rendus en tant que membres du personnel visés à l'article 1er, alinéa 1er.
Article 47dodecies. § 1er. Dès qu'un membre du personnel est mis en disponibilité par défaut d'emploi, le chef d'établissement le notifie au Gouvernement et au président de la commission d'affectation.
Lorsqu'un membre du personnel n'accomplit plus au sein de son établissement, par défaut d'emploi, un nombre d'heures égal à celui pour lequel il est rémunéré, le chef d'établissement le notifie au Gouvernement et au président de la Commission d'affectation.
§ 2. Tout membre du personnel nommé à titre définitif à une fonction de recrutement et mis en disponibilité par défaut d'emploi reste à la disposition du Gouvernement qui, d'initiative ou sur proposition de la commission d'affectation, le rappelle provisoirement à l'activité de service ou, sur proposition de la commission d'affectation, le rappelle à l'activité de service pour une durée indéterminée :
1° D'abord, avant toute désignation de temporaire ou toute admission au stage;
2° Ensuite, dans les emplois occupés par les temporaires, conformément à l'article 6bis, § 2;
3° Enfin, dans les emplois occupés par des stagiaires, dans l'ordre inverse de leur classement, à condition que le membre du personnel rappelé provisoirement à l'activité de service ou rappelé à l'activité de service pour une durée indéterminée ait été mis en disponibilité par défaut d'emploi dans la même zone que le stagiaire.
Toutefois, si l'emploi totalement ou partiellement libéré par le temporaire le moins bien classé entraîne pour le membre du personnel visé à l'alinéa 1er qui en bénéficie un déplacement de plus de quatre heures par jour par les transports en commun, celui-ci peut refuser ce rappel à l'activité. Dans ce cas, il est mis fin, totalement ou partiellement, aux prestations d'abord d'un autre temporaire non classé, puis d'un autre temporaire classé dans le second groupe et à défaut, du temporaire du premier groupe immédiatement mieux classé.
Le membre du personnel qui bénéficie d'un rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée est réaffecté dans le même établissement le premier jour de l'année scolaire qui suit la vacance d'un emploi de sa fonction.
Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er est, à sa demande, rappelé prioritairement à l'activité de service dans un emploi provisoirement disponible dans sa fonction au sein de l'établissement où il a été mis en disponibilité par défaut d'emploi.
Pendant le rappel provisoire à l'activité de service et le rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée, le membre du personnel bénéficie de son traitement d'activité et les services qu'il preste sont assimilés à des services effectifs.
§ 3. Le membre du personnel nommé à titre définitif à une fonction de recrutement et mis en disponibilité par défaut d'emploi est réaffecté par le Gouvernement, sur avis de la commission d'affectation :
1° D'abord et par priorité sur les membres du personnel admis au stage et mis en disponibilité par défaut d'emploi, dans les emplois définitivement vacants occupés par des temporaires;
2° Ensuite, dans les emplois définitivement vacants occupes par des stagiaires, dans l'ordre inverse de leur classement, à condition que le membre du personnel ait été mis en disponibilité par défaut d'emploi dans la même zone que le stagiaire.
Le membre du personnel rappelé provisoirement à l'activité de service dans un emploi comprenant au moins les trois quarts des périodes pour lesquelles il est rétribué, n'entre en fonction dans l'emploi où il est réaffecté qu'à la date du 1er juillet suivant.
Le membre du personnel qui bénéficie d'un rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée est réaffecté dans le même établissement le 1er septembre suivant la vacance d'un emploi de sa fonction.
Les membres du personnel admis au stage et mis en disponibilité par défaut d'emploi sont réaffectés par le Gouvernement, sur avis de la commission d'affectation, dans les emplois définitivement vacants occupés par des temporaires.
§ 4. Le membre du personnel est tenu d'occuper, dans les délais fixés par le Gouvernement, l'emploi qui lui est conféré par réaffectation, rappel provisoire à activité de service ou rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée. Si, sans motif valable, il s'abstient d'occuper cet emploi, il est, après dix jours d'absence, considéré comme démissionnaire.
Article 47terdecies - § 1er. Le membre du personnel nommé à titre définitif à une fonction de recrutement et mis en disponibilité par défaut d'emploi, qui n'a pu être réaffecté ni rappelé provisoirement à l'activité de service ni rappelé à l'activité de service pour une durée indéterminée dans la fonction à laquelle il est nommé à titre définitif, est rappelé, à titre temporaire, à l'activité de service dans tout emploi d'une des fonctions des membres du personnel visés à l'article 1er, alinéa 1er, pour laquelle il possède le titre requis.
Le membre du personnel rappelé à l'activité de service en application de l'alinéa 1er conserve le bénéfice de l'échelle barémique qui lui est attribuée eu égard à la fonction à laquelle il est nommé à titre définitif.
§ 2. Le membre du personnel rappelé à l'activité de service en application du § 1er peut répondre à un appel à l'admission au stage dans la fonction à laquelle il a été rappelé à titre temporaire à l'activité de service, pour autant qu'il remplisse les conditions fixées à l'article 12.
Il bénéficie de l'échelle barémique de sa nouvelle fonction à la date de son admission au stage dans cette fonction.
Pour l'application du § 1er, alinéa 1er, les services prestés pendant la durée du rappel à l'activité de service sont assimilés à des services prestés en tant que membre du personnel temporaire.
Article 47quaterdecies. - § 1er. Tout membre du personnel nommé à titre définitif et mis en disponibilité par défaut d'emploi, qui n'a pu être réaffecté ni rappelé provisoirement à l'activité de service ni rappelé à l'activité de service pour une durée indéterminée, et qui répond à une offre d'emploi d'un autre pouvoir organisateur, continue à bénéficier de plein droit d'un traitement d'attente.
Sans préjudice de l'application des dispositions de l'arrêté de l'Exécutif du 11 septembre 1990 réglant l'octroi d'une allocation aux membres du personnel de l'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté française désignés provisoirement à une fonction mieux rémunérée que celle à laquelle ils sont nommés à titre définitif, le membre du personnel visé à l'alinéa 1er ne bénéficie d'aucune subvention-traitement.
Sous réserve de solliciter chaque année sa réaffectation dans l'enseignement organisé par la Communauté française et de répondre à toute proposition de réaffectation, de rappel provisoire à l'activité de service ou de rappel à l'activité de service pour une durée indéterminée qui lui serait faite avant le 1er octobre de chaque année scolaire, le membre du personnel conserve sa nomination à titre définitif aussi longtemps qu'il n'obtient pas une nomination à titre définitif auprès du pouvoir organisateur qui l'a engagé sur base de l'alinéa 1er.
§ 2. Tout membre du personnel stagiaire mis en disponibilité par défaut d'emploi, qui n'a pu être réaffecté, et qui répond à une offre d'emploi d'un autre pouvoir organisateur, continue à bénéficier de plein droit d'un traitement d'attente et ne bénéficie d'aucune subvention-traitement.
Sous réserve de solliciter chaque année sa réaffectation dans l'enseignement organisé par la Communauté française et de répondre à toute proposition de réaffectation, le membre du personnel conserve le bénéfice de son admission au stage aussi longtemps qu'il n'obtient pas une nomination à titre définitif auprès du pouvoir organisateur qui l'a engagé sur base de l'alinéa 1er.
§ 3. Les périodes pendant lesquelles un membre du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi bénéficie des dispositions du § 1er, alinéas 1 et 2, ou du § 2, alinéa 1er, sont suspensives du temps de disponibilité pour le calcul du traitement d'attente.
Sous-section 3. - De la disponibilité par retrait d'emploi dans l'intérêt du service et dans l'intérêt de l'enseignement.
Article 47quindecies. - L'article 167quater de l'arrêté royal du 22 mars 1969 est applicable aux membres du personnel visés à l'article 1er, alinéa 1er, admis au stage ou nommés à titre définitif.
Sous-section 4. - De la disponibilité pour convenance personnelle.
Article 47sexdecies. - Les articles 13 et 14 de l'arrêté royal du 18 janvier 1974 pris en application de l'article 164 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, des internats dépendant de ces établissements et des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, sont applicables aux membres du personnel visés à l'article 1er, alinéa 1er, admis au stage ou nommés à titre définitif. ".