Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
10 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 september 2005 houdende het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.
Titre
10 NOVEMBRE 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 septembre 2005 portant le statut administratif et pécuniaire du personnel du Centre fédéral d'Expertise des Soins de Santé.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 september 2005 houdende het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg wordt aangevuld met de woorden " en van de voorzitter van zijn raad van bestuur ".
Article 1. L'intitulé de l'arrêté royal du 22 septembre 2005 portant statut administratif et pécuniaire du personnel du Centre fédéral d'Expertise des Soins de Santé est complété par les mots " et du président de son conseil d'administration ".
Art. 2. Artikel 1 van het besluit van 22 september 2005 houdende het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg wordt als volgt aangevuld :
" Onder voorbehoud van de bepalingen inzake sociale zekerheid die van toepassing zijn op de niet vastbenoemde ambtenaren, zijn de bepalingen van onderhavig besluit tevens van toepassing op de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Kenniscentrum, uitgezonderd de bepalingen inzake selectie, werving, stage, evaluatie, loopbaan, tucht en definitieve ambtsneerlegging. "
" Onder voorbehoud van de bepalingen inzake sociale zekerheid die van toepassing zijn op de niet vastbenoemde ambtenaren, zijn de bepalingen van onderhavig besluit tevens van toepassing op de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Kenniscentrum, uitgezonderd de bepalingen inzake selectie, werving, stage, evaluatie, loopbaan, tucht en definitieve ambtsneerlegging. "
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté du 22 septembre 2005 portant statut administratif et pécuniaire du personnel du Centre fédéral d'expertise des soins de santé est complété comme suit :
" Sous réserve des dispositions applicables en matière de sécurité sociale aux agents qui ne sont pas pourvus d'une nomination à titre définitif, les dispositions du présent arrêté s'appliquent aussi au Président du Conseil d'administration du Centre d'expertise, à l'exception des dispositions en matière de sélection, de recrutement, de stage, d'évaluation, de carrière, de régime disciplinaire et de cessation définitive des fonctions. "
" Sous réserve des dispositions applicables en matière de sécurité sociale aux agents qui ne sont pas pourvus d'une nomination à titre définitif, les dispositions du présent arrêté s'appliquent aussi au Président du Conseil d'administration du Centre d'expertise, à l'exception des dispositions en matière de sélection, de recrutement, de stage, d'évaluation, de carrière, de régime disciplinaire et de cessation définitive des fonctions. "
Art. 3. De § 1 van artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende paragraaf :
" § 1. De bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, en de erin opgesomde besluiten, zijn van toepassing op het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen van onderhavig besluit. "
" § 1. De bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, en de erin opgesomde besluiten, zijn van toepassing op het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen van onderhavig besluit. "
Art. 3. Le § 1er de l'article 2 du même arrêté est remplacé par le paragraphe suivant :
" § 1er. Les dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, et les arrêtés y énumérés, sont applicables au personnel du Centre fédéral d'expertise des soins de santé, sous réserve des dispositions dérogatoires du présent arrêté. "
" § 1er. Les dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, et les arrêtés y énumérés, sont applicables au personnel du Centre fédéral d'expertise des soins de santé, sous réserve des dispositions dérogatoires du présent arrêté. "
Art. 4. De volgende paragraaf wordt toegevoegd aan artikel 3 van het voornoemde besluit :
" § 3. Titel 11 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel organiseert, is niet van toepassing op de personeelsleden die worden bedoeld in artikel 272 van de programmawet (1) van 24 december 2002. "
" § 3. Titel 11 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel organiseert, is niet van toepassing op de personeelsleden die worden bedoeld in artikel 272 van de programmawet (1) van 24 december 2002. "
Art. 4. Le paragraphe suivant est ajouté à l'article 3 de l'arrêté précité :
" § 3. Le titre 11 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat n'est pas applicable aux membres du personnel visés à l'article 272 de la loi-programme (1) du 24 décembre 2002. "
" § 3. Le titre 11 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat n'est pas applicable aux membres du personnel visés à l'article 272 de la loi-programme (1) du 24 décembre 2002. "
Art. 5. De § 1 van artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende paragraaf :
" § 1. De bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende het geldelijk statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut en de erin opgesomde besluiten, zijn van toepassing op het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen van onderhavig besluit. "
De volgende paragraaf wordt toegevoegd aan artikel 4 van het voornoemde besluit :
" § 3. Inzake toelagen en vergoedingen zijn de volgende besluiten van toepassing op het statutaire en contractuele personeel en op de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Centrum :
- koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur;
- koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt;
- koninklijk besluit van 26 november 1997 tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 30 januari 1967 houdende toekenning van een haardtoelage of een standplaatstoelage aan het personeel der ministeries;
- koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot toekenning van taalpremies aan de personeelsleden van het Federaal administratief Openbaar Ambt;
- koninklijk besluit van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige federale overheidsdiensten;
- koninklijk besluit van 3 september 2000 tot regeling van de tegemoetkoming van de Staat en van sommige openbare instellingen in de vervoerskosten van de federale personeelsleden en tot wijziging van het KB van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige federale overheidsdiensten;
- koninklijk besluit van 10 juli 2002 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen. "
" § 1. De bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende het geldelijk statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut en de erin opgesomde besluiten, zijn van toepassing op het personeel van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen van onderhavig besluit. "
De volgende paragraaf wordt toegevoegd aan artikel 4 van het voornoemde besluit :
" § 3. Inzake toelagen en vergoedingen zijn de volgende besluiten van toepassing op het statutaire en contractuele personeel en op de Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Centrum :
- koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur;
- koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt;
- koninklijk besluit van 26 november 1997 tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 30 januari 1967 houdende toekenning van een haardtoelage of een standplaatstoelage aan het personeel der ministeries;
- koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot toekenning van taalpremies aan de personeelsleden van het Federaal administratief Openbaar Ambt;
- koninklijk besluit van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige federale overheidsdiensten;
- koninklijk besluit van 3 september 2000 tot regeling van de tegemoetkoming van de Staat en van sommige openbare instellingen in de vervoerskosten van de federale personeelsleden en tot wijziging van het KB van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige federale overheidsdiensten;
- koninklijk besluit van 10 juli 2002 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen. "
Art. 5. Le § 1er de l'article 4 du même arrêté est remplacé par le paragraphe suivant :
" § 1er. Les dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public, et les arrêtés y énumérés, sont applicables au personnel du Centre fédéral d'Expertise des Soins de Santé, sous réserve des dispositions dérogatoires du présent arrêté. "
Le paragraphe suivant est ajouté à l'article 4 de l'arrêté précité :
" § 3. En matière d'allocations et d'indemnités, les arrêtés suivants s'appliquent au personnel statutaire et contractuel ainsi qu'au Président du Conseil d'administration du Centre :
- arrêté royal du 30 janvier 1979 accordant un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume;
- arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public;
- arrêté royal du 26 novembre 1997 remplaçant pour le personnel de certains services publics l'arrêté royal du 30 janvier 1967 attribuant une allocation de foyer ou une allocation de résidence au personnel des ministères;
- arrêté royal du 16 mai 2003 accordant des primes linguistiques aux membres du personnel de la fonction publique administrative;
- arrêté royal du 20 avril 1999 accordant une indemnité pour l'utilisation de la bicyclette aux membres du personnel de certains services publics;
- arrêté royal du 3 septembre 2000 réglant l'intervention de l'Etat et de certains organismes publics dans les frais de transport des membres du personnel fédéral et portant modification de l'AR du 20 avril 1999 accordant une indemnité pour l'utilisation de la bicyclette aux membres du personnel de certains services publics;
- arrêté royal du 10 juillet 2002 accordant une prime Copernic à certains agents des administrations de l'Etat. "
" § 1er. Les dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public, et les arrêtés y énumérés, sont applicables au personnel du Centre fédéral d'Expertise des Soins de Santé, sous réserve des dispositions dérogatoires du présent arrêté. "
Le paragraphe suivant est ajouté à l'article 4 de l'arrêté précité :
" § 3. En matière d'allocations et d'indemnités, les arrêtés suivants s'appliquent au personnel statutaire et contractuel ainsi qu'au Président du Conseil d'administration du Centre :
- arrêté royal du 30 janvier 1979 accordant un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume;
- arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public;
- arrêté royal du 26 novembre 1997 remplaçant pour le personnel de certains services publics l'arrêté royal du 30 janvier 1967 attribuant une allocation de foyer ou une allocation de résidence au personnel des ministères;
- arrêté royal du 16 mai 2003 accordant des primes linguistiques aux membres du personnel de la fonction publique administrative;
- arrêté royal du 20 avril 1999 accordant une indemnité pour l'utilisation de la bicyclette aux membres du personnel de certains services publics;
- arrêté royal du 3 septembre 2000 réglant l'intervention de l'Etat et de certains organismes publics dans les frais de transport des membres du personnel fédéral et portant modification de l'AR du 20 avril 1999 accordant une indemnité pour l'utilisation de la bicyclette aux membres du personnel de certains services publics;
- arrêté royal du 10 juillet 2002 accordant une prime Copernic à certains agents des administrations de l'Etat. "
Art. 6. § 1. Artikel 6 van voormeld koninklijk besluit wordt artikel 6, § 1 ervan.
§ 2. Aan voormeld artikel 6 wordt een § 2 toegevoegd dat als volgt luidt :
" § 2. Het jaarloon van de Voorzitter wordt vastgelegd op 13 356 euro met coëfficiënt 138.01. "
§ 2. Aan voormeld artikel 6 wordt een § 2 toegevoegd dat als volgt luidt :
" § 2. Het jaarloon van de Voorzitter wordt vastgelegd op 13 356 euro met coëfficiënt 138.01. "
Art. 6. § 1er. L'article 6 de l'arrêté royal précité devient l'article 6, § 1er de cet arrêté.
§ 2. A l'article 6 de l'arrêté royal précité est ajouté un § 2 libellé comme suit :
" § 2. Le traitement annuel du Président est fixé à 13 356 euros au coefficient 138.01. "
§ 2. A l'article 6 de l'arrêté royal précité est ajouté un § 2 libellé comme suit :
" § 2. Le traitement annuel du Président est fixé à 13 356 euros au coefficient 138.01. "
Art. 7. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 9. Onderhavig besluit treedt in voege met terugwerkende kracht op 1 mei 2003, met uitzondering van de loonschalen die worden bedoeld in artikel 6, § 1, dewelke gelden vanaf 1 november 2005, en onverminderd de latere inwerkingtreding van de besluiten waarnaar verwezen wordt in onderhavig besluit. "
" Art. 9. Onderhavig besluit treedt in voege met terugwerkende kracht op 1 mei 2003, met uitzondering van de loonschalen die worden bedoeld in artikel 6, § 1, dewelke gelden vanaf 1 november 2005, en onverminderd de latere inwerkingtreding van de besluiten waarnaar verwezen wordt in onderhavig besluit. "
Art. 7. L'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur avec effet rétroactif à la date du 1er mai 2003, à l'exception des échelles de traitement visées à l'article 6, § 1er, qui sont d'application à partir du 1er novembre 2005, et sans préjudice de l'entrée en vigueur à une date ultérieure des arrêtés auquel renvoi le présent arrêté. "
" Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur avec effet rétroactif à la date du 1er mai 2003, à l'exception des échelles de traitement visées à l'article 6, § 1er, qui sont d'application à partir du 1er novembre 2005, et sans préjudice de l'entrée en vigueur à une date ultérieure des arrêtés auquel renvoi le présent arrêté. "
Art. 8. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 november 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, 10 november 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Art. 8. Notre Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 10 novembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 10 novembre 2006.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE.