Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 FEBRUARI 2006. - Wet betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon.
Titre
15 FEVRIER 2006. - Loi relative à l'exercice de la profession d'architecte dans le cadre d'une personne morale.
Informations sur le document
Numac: 2006022282
Datum: 2006-02-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006022282
Date: 2006-02-15
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte.
Art. 2. In artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " noch het beroep ervan uitoefenen " geschrapt;
  2° in § 2 worden de woorden " en het beroep ervan uitoefenen " geschrapt.
Art. 2. A l'article 1er de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, modifié par l'arrêté royal du 6 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er les mots " ni en exercer la profession " sont supprimés;
  2° au § 2 les mots " et en exercer la profession " sont supprimés.
Art. 3. Artikel 2 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 18 februari 1977, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Artikel. 2. § 1. Mogen het beroep van architect uitoefenen :
  1° de personen die ertoe worden gemachtigd de titel van architect overeenkomstig artikel 1 te voeren;
  2° de ingenieurs die gediplomeerd werden overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden;
  3° de ingenieurs, die hun diploma bekomen hebben aan een Belgische universiteit, zoals zij bepaald werd bij de genoemde wetten, of in een daarmede gelijkgestelde instelling;
  4° de officieren der genie of der artillerie die uit de applicatieschool komen.
  § 2. De rechtspersonen die over rechtspersoonlijkheid beschikken mogen het beroep van architect uitoefenen indien zij aan volgende voorwaarden beantwoorden :
  1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité en meer algemeen alle zelfstandige mandatarissen die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon, zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van architect uit te oefenen overeenkomstig § 1 en zijn ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten;
  2° haar doel en activiteit moeten beperkt zijn tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van architect en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;
  3° indien zij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, moeten haar aandelen op naam zijn;
  4° ten minste 67 % van de aandelen alsook van de stemrechten, moeten, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit zijn van natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van architect uit te oefenen overeenkomstig § 1 en die ingeschreven zijn op één van de tabellen van de Orde van architecten; alle overige aandelen mogen slechts in het bezit zijn van natuurlijke of rechtspersonen, die een niet-onverenigbaar beroep uitoefenen en gemeld zijn bij de Raad van de Orde van architecten;
  5° de rechtspersoon mag geen deelnemingen bezitten in andere vennootschappen en/of rechtspersonen dan van uitsluitend professionele aard. Het maatschappelijk doel en de activiteiten van deze vennootschappen mogen niet onverenigbaar zijn met de functie van architect;
  6° de rechtspersoon is ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten.
  Als wegens het overlijden van een natuurlijke persoon bedoeld in 1° of 4°, de rechtspersoon niet meer beantwoordt aan de vereiste voorwaarden om het beroep van architect uit te oefenen, beschikt deze over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Gedurende die termijn mag de rechtspersoon het beroep van architect verder uitoefenen.
  § 3. De stagiair kan slechts een rechtspersoon in de zin van deze wet oprichten of er vennoot, zaakvoerder, bestuurder, lid van het directiecomité van zijn, indien het een rechtspersoon betreft waarin hij het beroep samen met zijn stagemeester of een architect ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten uitoefent.
  § 4. Niemand mag het beroep van architect uitoefenen zonder door een verzekering gedekt te zijn, overeenkomstig artikel 9. "
Art. 3. L'article 2 de la même loi, abrogé par la loi du 18 février 1977, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 2. § 1er. Peuvent exercer la profession d'architecte :
  1° les personnes autorisées à porter le titre d'architecte conformément à l'article 1er;
  2° les ingénieurs diplômés conformément aux lois sur la collation des grades académiques;
  3° les ingénieurs ayant obtenu leur diplôme dans une université belge, telle qu'elle a été définie par les dites lois, ou dans un établissement assimilé;
  4° les officiers du génie ou de l'artillerie issus de l'école d'application.
  § 2. Les personnes morales disposant de la personnalité juridique peuvent exercer la profession d'architecte si elles répondent aux conditions suivantes :
  1° tous les gérants, administrateurs, membres du comité de direction et de façon plus générale, les mandataires indépendants qui interviennent au nom et pour compte de la personne morale, sont des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'architecte conformément au § 1er et inscrites à un des tableaux de l'Ordre des architectes;
  2° son objet et son activité doivent être limités à la prestation de services relevant de l'exercice de la profession d'architecte et ne peuvent pas être incompatible avec celle-ci;
  3° si elle est constituée sous la forme d'une société anonyme ou d'une société en commandite par actions, ses actions doivent être nominatives;
  4° au moins 67 % des parts ou actions ainsi que des droits de vote doivent être détenus, directement ou indirectement, par des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'architecte conformément au § 1er et inscrites à un des tableaux de l'Ordre des architectes; toutes les autres parts ou actions peuvent uniquement être détenues par des personnes physiques ou morales qui exercent une profession qui ne soit pas incompatible et qui sont signalées au Conseil de l'Ordre des architectes;
  5° la personne morale ne peut détenir de participations dans d'autres sociétés et/ou personnes morales à caractère autre qu'exclusivement professionnel. L'objet social et les activités de ces sociétés ne peuvent pas être incompatibles avec la fonction d'architecte;
  6° la personne morale est inscrite à un des tableaux de l'Ordre des architectes.
  Si en raison du décès d'une personne physique visée au 1° ou au 4°, la personne morale ne répond plus au conditions requises pour exercer la profession d'architecte, celle-ci dispose d'un délai de six mois pour se mettre en conformité avec ces conditions. Durant ce délai, la personne morale peut continuer à exercer la profession d'architecte.
  § 3. Le stagiaire ne peut constituer une personne morale au sens de la présente loi ou en être associé, gérant, administrateur, membre du comité de direction que s'il s'agit d'une personne morale au sein de laquelle il exerce la profession avec son maître de stage ou avec un architecte inscrit à un des tableaux de l'Ordre des architectes.
  § 4. Nul ne peut exercer la profession d'architecte sans être couvert par une assurance, conformément à l'article 9. "
Art. 4. Artikel 9 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 26 juni 1963, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 9. Alle natuurlijke personen of rechtspersonen die ertoe gemachtigd werden overeenkomstig deze wet het beroep van architect uit te oefenen en van wie de aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, kan worden verbonden wegens de handelingen die zij beroepshalve stellen of de handelingen van hun aangestelden dienen door een verzekering te zijn gedekt. Deze verzekering kan kaderen in een globale verzekering voor alle partijen die in de bouwakte voorkomen.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en de voorwaarden van de verzekering die een adequate risicodekking ten voordele van de opdrachtgever mogelijk dient te maken, onder meer :
  - het minimum te waarborgen plafond;
  - het bedrag van de eventuele vrijstelling;
  - de uitgebreidheid in de tijd van de waarborg;
  - de risico's die gedekt dienen te worden.
  Wanneer het beroep van architect uitgeoefend wordt door een rechtspersoon overeenkomstig deze wet, zijn alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité en meer algemeen alle zelfstandige mandatarissen die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verzekeringspremies.
  Wanneer, in geval van schending van het eerste lid, de rechtspersoon niet door een verzekering gedekt is, dan zijn de bestuurders, zaakvoerders en leden van het Bestuurscomité hoofdelijk aansprakelijk ten opzichte van derden voor iedere schuld die uit de tienjarige aansprakelijkheid voortvloeit. "
Art. 4. L'article 9 de la même loi, abrogé par la loi du 26 juin 1963, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 9. Toute personne physique ou personne morale autorisée à exercer la profession d'architecte conformément à la présente loi et dont la responsabilité, en ce compris la responsabilité décennale, peut être engagée en raison des actes qu'elle accomplit à titre professionnel ou des actes de ses préposés doit être couverte par une assurance. Cette assurance peut s'inscrire dans le cadre d'une assurance globale pour toutes les parties intervenant dans l'acte de bâtir.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités et les conditions de l'assurance qui doit permettre une couverture adéquate du risque au bénéfice du maître de l'ouvrage, notamment :
  - le plafond minimal à garantir;
  - le montant de la franchise éventuelle;
  - l'étendue de la garantie dans le temps;
  - les risques qui doivent être couverts.
  Lorsque la profession d'architecte est exercée par une personne morale conformément à la présente loi, tous les gérants, administrateurs, membres du comité de direction et de façon plus générale, les mandataires indépendants qui interviennent au nom et pour compte de la personne morale, sont solidairement responsables du paiement des primes d'assurance.
  Lorsque, en violation de l'alinéa 1er, la personne morale n'est pas couverte par une assurance, les administrateurs, gérants et membres du comité de direction sont solidairement responsables envers les tiers de toute dette qui résulte de la responsabilité décennale. "
Art. 5. In artikel 10, gewijzigd bij de wet van 4 juni 1969, en artikel 11 van dezelfde wet, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
Art. 5. Dans les articles 10, modifié par la loi du 4 juin 1969, et 11, de la même loi, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
Art. 6. Artikel 11 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wordt gestraft met dezelfde straffen wie het beroep van architect uitoefent zonder voorafgaand zijn burgerlijke aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 9 te hebben verzekerd. Wordt eveneens gestraft met de boete bedoeld in het eerste lid iedere rechtspersoon die het beroep van architect uitoefent zonder voorafgaand zijn burgerlijke aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 9 te hebben verzekerd. "
Art. 6. A l'article 11 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Est puni des mêmes peines celui qui exerce la profession d'architecte sans avoir préalablement assuré sa responsabilité civile conformément à l'article 9. Est également punie de l'amende visée à l'alinéa 1er, toute personne morale qui exerce la profession d'architecte sans avoir préalablement assuré sa responsabilité civile conformément à l'article 9. "
Art. 7. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 12. De rechtspersonen die overeenkomstig deze wet het beroep van architect uitoefenen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de boetes en de uitvoering van de herstelmaatregelen waartoe hun organen en aangestelden werden veroordeeld. "
Art. 7. L'article 12 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 12. Les personnes morales qui exercent la profession d'architecte conformément à la présente loi sont civilement responsables pour le paiement des amendes et l'exécution des mesures de réparation auxquels leurs organes et préposés ont été condamnés. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten.
CHAPITRE III. - Modification de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes.
Art. 8. In artikel 7 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten worden, telkens zij voorkomen, de woorden " hoofdzetel van hun activiteit " vervangen door de woorden " hoofdzetel van hun activiteit indien het gaat om een natuurlijke persoon of hun maatschappelijke zetel als het gaat om een rechtspersoon ".
Art. 8. A l'article 7 de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes, les mots " siège principal de leur activité " sont remplacés par les mots " siège principal de leur activité, s'il s'agit d'une personne physique, ou leur siège social, s'il s'agit d'une personne morale ", à toutes leurs occurrences.
Art. 9. Artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 december 1990 en bij de wet van 10 februari 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " Die verplichting geldt eveneens voor de rechtspersonen bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 20 februari 1939. "
Art. 9. L'article 8, alinéa premier, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 9 décembre 1990 et par la loi du 10 février 1998, est complété comme suit :
  " Cette obligation vaut aussi pour les personnes morales visées à l'article 2, § 2, de la loi du 20 février 1939. "
Art. 10. Artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " Alleen de leden die natuurlijke personen zijn kunnen worden verkozen als leden van de raad en kunnen aan de verkiezing van de leden van de raad deelnemen. "
Art. 10. L'article 9, alinéa 1er, de la même loi, est complété comme suit :
  " Seuls les membres personnes physiques peuvent être élus membres du conseil et peuvent participer à l'élection des membres du conseil. "
Art. 11. In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 februari 1998, wordt de tekst van het punt b) " twee leden, voor een termijn van vier jaar door de Koning benoemd en gekozen onder de inspecteurs van het onderwijs in de bouwkunde " vervangen door de woorden " twee leden, voor een termijn van vier jaar door de Koning benoemd onder de gemeentelijke of provinciale architecten-ambtenaars. ".
Art. 11. Dans l'article 34 de la même loi, modifié par la loi du 10 février 1998, le texte du point b) " de deux membres nommés par le Roi pour un terme de quatre ans, et choisis parmi les inspecteurs de l'enseignement de l'architecture " est remplacé par les mots " de deux membres nommés par le Roi pour un terme de quatre ans parmi les architectes fonctionnaires communaux et provinciaux. ".
Art. 12. In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden " in de Brusselse Agglomeratie " vervangen door de woorden " op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ".
Art. 12. Dans l'article 35 de la même loi, les mots " dans l'agglomération bruxelloise" sont remplacés par les mots " sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale ".
Art. 13. In artikel 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 7° worden de woorden " en de rechtspersonen " ingevoegd tussen de woorden " onderdanen van " en de woorden " een lidstaat ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende punt :
  " 9° het publiceren op haar internetsite van de lijst van de architecten ingeschreven op één van de tabellen van de Orde en de lijst van stagiairs, die in regel zijn met hun bijdrage en die gerechtigd zijn het beroep van architect uit te oefenen. "
Art. 13. A l'article 38 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le 7°, les mots " et les personnes morales " sont insérés entre les mots " les ressortissants " et les mots " d'un état membre ";
  2° l'article est complété par le point suivant :
  " 9° de publier sur son site internet la liste des architectes inscrits sur un des tableaux de l'Ordre et la liste des stagiaires, en ordre de cotisation et autorisés à exercer la profession d'architecte. "
Art. 14. Artikel 49 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Tijdens het laatste kwartaal van het jaar legt de nationale raad het bedrag van de bijdrage vast voor het volgende werkjaar, dat hij aan de goedkeuring van de minister bevoegd voor Middenstand onderwerpt.
  Hij maakt eveneens een begrotingsontwerp op dat hij aan de minister die bevoegd is voor Middenstand overmaakt.
  De minister beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp om hetzij het ontwerp goed te keuren, hetzij zijn/haar opmerkingen aan de nationale raad over te maken. Bij afwezigheid van beslissing binnen deze termijn, wordt het ontwerp goedgekeurd. De nationale raad beschikt over een termijn van 15 kalenderdagen na ontvangst van de opmerkingen van de minister om de ontwerpbegroting aan te passen. Indien de nationale raad geen gevolg geeft aan de opmerkingen van de minister, kan deze laatste een begroting opleggen.
  De nationale raad kan in de loop van het werkjaar steeds aan de minister een wijziging van de goedgekeurde ontwerpbegroting voorstellen indien de aanrekening van de inkomsten en uitgaven dit vereist.
  Een regeringscommissaris en zijn plaatsvervanger worden, op voordracht van de minister van Middenstand, onder de ambtenaren van zijn departement benoemd door de Koning. De Koning bepaalt het bedrag van de functievergoeding van de regeringscommissaris en zijn plaatsvervanger.
  De regeringscommissaris beschikt over een termijn van vijftien werkdagen om bij de minister beroep in te stellen tegen de uitvoering van elke beslissing van de Nationale Raad, die strijdig is met de wetten en verordeningen of die niet tot de opdracht behoort van de Nationale Raad zoals bepaald in artikel 38, die de solvabiliteit van de Orde in gevaar kan brengen of die strijdig is met de goedgekeurde begroting van de Orde.
  Deze termijn gaat in op de dag waarop de regeringscommissaris in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van de beslissing.
  Het beroep heeft schorsende kracht.
  Indien de minister de nietigverklaring niet heeft uitgesproken binnen een termijn van vijftien werkdagen, te rekenen van de ontvangst van het beroep, wordt de beslissing definitief.
  De Nationale Raad wijst voor een termijn van twee jaar, die kan worden vernieuwd, een bedrijfsrevisor aan die belast is met de controle van de financiële toestand en van de jaarrekeningen. Hij stuurt jaarlijks een verslag van de controle naar de Nationale Raad en naar de minister die de middenstand onder zijn bevoegdheid heeft.
  § 2. De Orde int van haar leden de door de nationale raad vastgestelde bijdragen.
  § 3. Het niet betalen van de bijdrage kan aanleiding geven tot de toepassing van een tuchtstraf. "
Art. 14. L'article 49 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Dans le courant du dernier trimestre de l'année, le conseil national détermine le montant de la cotisation pour l'exercice suivant qu'il soumet à l'approbation du ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions.
  Il établit également un projet de budget qu'il transmet au ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions.
  Le ministre dispose d'un délai de 30 jours civils après réception du projet afin, soit de l'approuver, soit de formuler ses remarques à l'adresse du conseil national. A défaut d'une décision au terme de ce délai, le projet est approuvé. Le conseil national dispose d'un délai de 15 jours civils après réception des remarques formulées par le ministre pour adapter le projet de budget. Si le conseil national ne donne pas suite aux remarques du ministre, ce dernier peut imposer un budget.
  Au cours de l'exercice, le conseil national peut toujours proposer au ministre une modification du projet approuvé si l'imputation des recettes et des dépenses l'exige.
  Un commissaire du gouvernement et un suppléant sont, sur proposition du ministre des Classes Moyennes, nommés par le Roi parmi les fonctionnaires de son département. Le Roi détermine le montant de l'indemnité de fonction du commissaire du gouvernement et de son suppléant.
  Le commissaire du gouvernement dispose d'un délai de quinze jours ouvrables pour prendre son recours auprès du ministre contre l'exécution de toute décision du Conseil national qui est contraire aux lois et règlements ou qui ne fait pas partie de la mission du Conseil national telle que définie à l'article 38, qui est de nature à compromettre la solvabilité de l'Ordre ou qui est contraire au budget approuvé de l'Ordre.
  Ce délai court à partir du jour où le commissaire du gouvernement a eu connaissance du procès-verbal de la décision.
  Le recours est suspensif.
  Si le ministre n'a pas prononcé l'annulation dans un délai de quinze jours ouvrables à partir de la réception du recours, la décision devient définitive.
  Le Conseil national désigne pour un terme de deux ans, renouvelable, un réviseur d'entreprises chargé du contrôle de la situation financière et des comptes annuels. Il transmet annuellement un rapport de contrôle au Conseil national et au ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions.
  § 2 L'Ordre perçoit de ses membres les cotisations telles qu'elles sont fixées par le conseil national.
  § 3. Le non-paiement de la cotisation peut donner lieu à l'application d'une peine disciplinaire. "
Art. 15. In artikel 53 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " Met een geldboete van 200 frank tot 1 000 frank worden gestraft " vervangen door de woorden " Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 200 euro tot 1 000 euro, of slechts één van deze twee straffen, worden gestraft ";
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
  " De rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten en het uitvoeren van de herstelmaatregelen die aan hun organen en aangestelde worden opgelegd. "
Art. 15. A l'article 53 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " Sont punis d'une amende de 200 francs à 1 000 francs " sont remplacés par les mots " Sont punis d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 200 à 1 000 euros, ou de l'une de ces deux peines seulement ";
  2° l'article est complété comme suit :
  " Les personnes morales sont civilement responsables pour le paiement des amendes et l'exécution des mesures de réparation, infligées à leurs organes et préposés. "
HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling.
CHAPITRE IV. - Disposition finale.
Art. 16. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Deze wet mag niet in werking treden voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 4.
  In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 11 en 14 in werking tien dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Deze wet doet geen afbreuk aan de rechten verworven door de uitwerking van de rechtshandelingen die voor haar inwerkingtreding werden vervuld.
  De rechten en plichten, die voortvloeien uit een lopend contract dat door een architect als natuurlijk persoon werd gesloten, kunnen mits het voorafgaandelijk en schriftelijk akkoord van de bouwheer, op geldige wijze worden overgedragen aan een rechtspersoon, die krachtens deze wet gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-07-2007, met uitzondering van de artikelen 11 en 14, door KB 2007-04-25/59, art. 8)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 15 februari 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Economie,
  M. VERWILGHEN
  De Minister van Middenstand,
  Mevr. S. LARUELLE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 16. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi, au plus tard le premier jour du sixième mois qui suit celui au cours duquel elle aura été publiée au Moniteur belge.
  La présente loi ne peut entrer en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal visé à l'article 4.
  Par dérogation aux alinéas 1 et 2, les articles 11 et 14 entrent en vigueur le dixième jour suivant leur publication au Moniteur belge.
  La présente loi ne porte pas préjudice aux droits acquis par l'effet d'actes juridiques accomplis antérieurement à son entrée en vigueur.
  Une personne morale habilitée à exercer la profession d'architecte en vertu de la présente loi peut valablement se voir transférer les droits et obligations résultant d'un contrat en cours, conclu par un architecte en personne physique, moyennant l'accord écrit préalable du maître de l'ouvrage.
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-07-2007, à l'exception des articles 11 et 14, par AR 2007-04-25/59, art. 8)
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 15 février 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Economie,
  M. VERWILGHEN
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.