Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 november 2003 houdende de uitvoering van de hoofdstukken III, V en VI van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
Titre
19 JUILLET 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 17 novembre 2003 portant exécution des chapitres III, V et VI de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire.
Informations sur le document
Numac: 2006014173
Datum: 2006-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006014173
Date: 2006-07-19
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (21)
Texte (21)
Artikel 1. In artikel 7, 1°, van het koninklijk besluit houdende de uitvoering van de hoofdstukken III, V en VI van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur worden de woorden " in de artikelen 24 tot 29 " vervangen door de woorden " in de artikelen 24 tot 28 ".
Article 1. A l'article 7, 1°, de l'arrêté royal du 17 novembre 2003 portant exécution des chapitres III, V et VI de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, les mots " aux articles 24 à 29 " sont remplacés par les mots " aux articles 24 à 28 ".
Art. 2. In artikel 7, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " en een voor eensluidend verklaard afschrift van de inschrijving in het Handelsregister wanneer deze inschrijving is vereist " vervangen door de woorden " en het ondernemingsnummer of vestigingseenheidsnummer toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen ".
Art. 2. A l'article 7, 2°, du même arrêté, les mots " et d'une copie certifiée conforme de l'inscription au Registre de Commerce, lorsque cette inscription est requise " sont remplacés par les mots " et du numéro d'entreprise ou d'unité d'établissement attribué par la Banque Carrefour des Entreprises ".
Art. 3. In artikel 7, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden " teneinde zijn burgerlijke aansprakelijkheid voldoende te dekken " vervangen door de woorden " teneinde zijn burgerlijke aansprakelijkheid tegenover derden en de beheerder van de spoorweginfrastructuur voldoende te dekken, overeenkomstig artikel 27 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur ".
Art. 3. A l'article 7, 3°, du même arrêté, les mots " afin de se couvrir suffisamment en responsabilité civile " sont remplacés par les mots " afin de présenter une couverture suffisante en matière de responsabilité civile vis-à-vis des tiers et du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, conformément à l'article 27 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire ".
Art. 4. In artikel 8, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " en aan de Spoordienst belast met de toewijzing en tarifering " geschrapt.
Art. 4. A l'article 8, alinéa 2, du même arrêté, les mots " et à l'Office ferroviaire de répartition et de tarification " sont supprimés.
Art. 5. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 9. § 1. Het dossier met betrekking tot het nieuw onderzoek van de vergunning van spoorwegonderneming, bedoeld in artikel 30 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003, bevat de documenten en stukken bedoeld in artikel 7. Ze worden per aangetekende brief gestuurd of via afgifte met ontvangstmelding bezorgd aan de Minister, uiterlijk negentig dagen vóór de vervaldag van de vergunning.
  § 2. Het dossier met betrekking tot het nieuw onderzoek van de vergunning van spoorwegonderneming, bedoeld in artikel 34 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003 in geval van uitbreiding of verandering van de activiteiten, bevat de documenten en stukken bedoeld in artikel 7. Ze worden per aangetekende brief gestuurd of via afgifte met ontvangstmelding bezorgd aan de Minister, uiterlijk negentig dagen vóór de effectieve uitbreiding of verandering van de activiteiten. "
Art. 5. L'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 9. § 1er. Le dossier relatif au réexamen de la licence d'entreprise ferroviaire visé à l'article 30 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité comprend les documents et pièces visés à l'article 7. Ils sont envoyés par envoi recommandé ou par dépôt contre accusé de réception au Ministre, au plus tard nonante jours avant la date d'expiration de la validité de la licence.
  § 2. Le dossier relatif au réexamen de la licence d'entreprise ferroviaire visé à l'article 34 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité, en cas d'extension ou de modification des activités, comprend les documents et pièces visés à l'article 7. Ils sont envoyés par envoi recommandé ou par dépôt contre accusé de réception au Ministre, au plus tard nonante jours avant la date effective d'extension ou de modification des activités. "
Art. 6. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de woorden " in de artikelen 24 tot 29 " vervangen door de woorden " in de artikelen 24 tot 28 ".
Art. 6. A l'article 11 du même arrêté, les mots " aux articles 24 à 29 " sont remplacés par les mots " aux articles 24 à 28 ".
Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°. in § 1 worden de woorden ", Kantersteen 12, te 1000 Brussel " geschrapt;
  2°. de §§ 3 en 4 worden vervangen door de volgende bepalingen :
  " § 3. Het bedrag van de te betalen heffing voor het jaar van afgifte van de vergunning wordt berekend naar rata van het aantal volle maanden tussen de datum van toekenning van de vergunning en 1 januari van het volgende jaar. "
  § 4. De heffing wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de waarde van de dienstenindex van de maand oktober van het voorgaande jaar. "
Art. 7. A l'article 14 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1°. au § 1er, les mots ", Cantersteen 12 à 1000 Bruxelles " sont supprimés;
  2°. les § 3 et 4 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 3. Le montant de la redevance à payer pour l'année de délivrance de la licence est calculé au prorata du nombre de mois entiers compris entre la date d'octroi de la licence et le 1er janvier de l'année suivante.
  § 4. La redevance est indexée annuellement sur la base de la valeur de l'indice-service du mois d'octobre de l'année précédente. "
Art. 8. De artikelen 16 tot 24 van hetzelfde besluit worden vervangen door de volgende bepalingen :
  " Afdeling 1. - Over de afgifte van de certificatieattesten inzake het personeel en het materieel
  " Art. 16. § 1. Voorafgaand aan de aanvraag van het veiligheidsattest verzoekt de spoorwegonderneming om certificatieattesten inzake het personeel en het materieel. De spoorwegonderneming moet de beheerder van de spoorweginfrastructuur aantonen dat ze voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 39 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003 en dat met name haar personeel en materieel geschikt zijn om de spoorweginfrastructuur te gebruiken, overeenkomstig het bestek voor het personeel en het bestek voor het materieel die in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan zijn opgenomen.
  § 2. De beheerder van de spoorweginfrastructuur verklaart de spoorwegonderneming geschikt voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur door haar een certificatieattest inzake het personeel en het materieel af te geven.
  " Art. 17. Om de attesten bedoeld in artikel 16 te verkrijgen, stuurt de spoorwegonderneming per aangetekende brief, of bezorgt ze via afgifte met ontvangstmelding, een ondertekende aanvraag aan de beheerder van de spoorweginfrastructuur.
  De aanvraag is vergezeld van een technisch dossier waarin wordt aangetoond :
  1°. dat de spoorwegonderneming daadwerkelijk geschikt is om te voldoen aan de veiligheidseisen en aan de maatregelen die ze uitvoert om te waarborgen dat haar personeel op elk moment de vaardigheden en competenties vereist in het bestek voor het personeel bezit;
  2° dat het materieel voldoet aan de eisen bedoeld in het bestek voor het materieel dat in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan is opgenomen.
  De spoorwegonderneming stuurt een kopie van haar aanvraag aan de Minister.
  " Art. 18. § 1. Wanneer het technisch dossier bedoeld in artikel 17 overeenstemt met de bepalingen van het bestek voor het personeel en van het bestek voor het materieel die in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan zijn opgenomen, levert de beheerder van de spoorweginfrastructuur de certificatieattesten inzake het personeel en het materieel binnen zestig dagen na de aanvraag af.
  § 2. Ingeval de beheerder van de spoorweginfrastructuur vaststelt dat het dossier bedoeld in artikel 17 niet overeenstemt met de bepalingen van het bestek voor het personeel of van het bestek voor het materieel die in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan zijn opgenomen, brengt hij de spoorwegonderneming daarvan onmiddellijk op de hoogte en motiveert hij zijn beslissing, meer bepaald door te verduidelijken welke gegevens en documenten ontbreken.
  Hij brengt tevens de Minister op de hoogte.
  De beheerder van de spoorweginfrastructuur beschikt over een termijn van zestig dagen vanaf de ontvangst van alle vereiste gegevens en documenten om de certificatieattesten inzake het personeel en het materieel af te geven of, bij negatief gevolg, om aan de spoorwegonderneming de redenen te betekenen waarom ze niet worden afgegeven.
  " Art. 19. Het Bestuur kan op elk moment nagaan of de voorwaarden bedoeld in artikel 16, § 1 en de procedure bedoeld in artikel 18 worden nageleefd.
  " Art. 20. § 1. De beheerder van de spoorweginfrastructuur brengt de Minister op de hoogte van zijn beslissing betreffende de afgifte van de certificatieattesten inzake het personeel en het materieel aan de spoorwegonderneming.
  Deze beslissing is het technisch advies bedoeld in artikel 38 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003.
  § 2. Bij een negatieve beslissing deelt de beheerder van de spoorweginfrastructuur de beweegredenen van die beslissing aan de Minister mee.
  " Art. 21. De beheerder van de spoorweginfrastructuur respecteert de vertrouwelijkheid van de gegevens die de spoorwegondernemingen hem meedelen.
  Afdeling 2. - Over de afgifte van het veiligheidsattest
  " Art. 22. De spoorwegonderneming, die in het bezit is van de overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 18 afgegeven certificatieattesten inzake het personeel en het materieel, stuurt per aangetekende brief, of bezorgt via afgifte met ontvangstmelding, een ondertekende aanvraag aan de Minister voor het verkrijgen van het veiligheidsattest.
  " Art. 23. § 1. De aanvraag om het veiligheidsattest vermeldt de spoorwegdienst of spoorwegdiensten, de vervoerscategorie en de reiswegen waarvoor het attest wordt gevraagd.
  § 2. De attestaanvraag omvat daarenboven :
  - een afschrift van de spoorvergunning.
  Indien de aanvrager houder is van een spoorvergunning afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie, voegt hij bij zijn aanvraag een afschrift van deze vergunning dat door een bevoegde overheid van het land van oorsprong of door een Europese bevoegde overheid eensluidend werd verklaard. Indien de vergunning niet in overeenstemming is met de Aanbeveling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 april 2004, wordt de spoorwegonderneming verzocht alle aanvullende informatie, met name wat de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid betreft, bij te voegen teneinde deze Aanbeveling in acht te nemen.
  - het certificatieattest inzake het personeel en het certificatieattest inzake het materieel, afgegeven door de beheerder van de spoorweginfrastructuur.
  " Art. 24. § 1. Binnen dertig dagen na ontvangst van de documenten bedoeld in artikel 23 betekent de Minister aan de spoorwegonderneming de beslissing over de afgifte van het veiligheidsattest en het bedrag van de verschuldigde heffing. Bij negatief gevolg betekent hij haar de redenen waarom het veiligheidsattest haar niet wordt afgegeven. Hij brengt de beheerder van de spoorweginfrastructuur hiervan op de hoogte.
  § 2. Nadat de spoorwegonderneming de heffing bedoeld in artikel 30 heeft betaald, wordt het attest verstuurd per aangetekende brief met ontvangstbevestiging. "
Art. 8. Les articles 16 à 24 du même arrêté sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " Section 1ère. - De la délivrance des attestations de certification en matière de personnel et de matériel
  " Art. 16. § 1er. Préalablement à la demande de certificat de sécurité, l'entreprise ferroviaire sollicite l'obtention des attestations de certification en matière de personnel et en matière de matériel. L'entreprise ferroviaire doit démontrer au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire qu'elle remplit les conditions visées à l'article 39 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité et notamment l'aptitude de son personnel et de son matériel à utiliser l'infrastructure ferroviaire dans le respect du cahier des charges du personnel et du cahier des charges du matériel repris dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation.
  § 2. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire atteste l'aptitude de l'entreprise ferroviaire à utiliser l'infrastructure ferroviaire en lui délivrant une attestation de certification en matière de personnel et en matière de matériel.
  " Art. 17. En vue d'obtenir les attestations visées à l'article 16, l'entreprise ferroviaire adresse une demande signée, par envoi recommandé ou par dépôt contre accusé de réception, au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
  La demande est accompagnée d'un dossier technique qui démontre :
  1°. l'aptitude effective de l'entreprise ferroviaire à satisfaire aux exigences en matière de sécurité et aux mesures qu'elle met en oeuvre pour garantir que son personnel possède à tout moment les aptitudes et compétences requises par le cahier des charges du personnel;
  2°. que le matériel répond aux exigences visées dans le cahier des charges du matériel repris dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation.
  L'entreprise ferroviaire adresse une copie de sa demande au Ministre.
  " Art. 18. § 1er. Lorsque le dossier technique visé à l'article 17 est conforme aux dispositions du cahier des charges du personnel et du cahier des charges du matériel repris dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire délivre les attestations de certification en matière de personnel et en matière de matériel dans les soixante jours de la demande.
  § 2. Au cas où le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire constate que le dossier visé à l'article 17 n'est pas conforme aux dispositions du cahier des charges du personnel ou du cahier des charges du matériel repris dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation, il en informe immédiatement l'entreprise ferroviaire en motivant sa décision et en précisant notamment les informations et documents manquants.
  Il informe également le Ministre.
  Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire dispose d'un délai de soixante jours à dater de la réception de l'ensemble des informations et documents requis pour délivrer les attestations de certification en matière de personnel et en matière de matériel ou, à défaut, pour notifier à l'entreprise ferroviaire les motifs pour lesquels elles ne sont pas délivrées.
  " Art. 19. L'Administration peut, à tout moment, vérifier le respect des conditions visées à l'article 16, § 1er et de la procédure visée à l'article 18.
  " Art. 20. § 1er. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire informe le Ministre de sa décision relative à la délivrance des attestations de certification en matière de personnel et en matière de matériel à l'entreprise ferroviaire.
  Cette décision constitue l'avis technique visé à l'article 38 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité.
  § 2. En cas de décision négative, le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire communique au Ministre les raisons motivant cette décision.
  " Art. 21. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire respecte la confidentialité des informations que lui communiquent les entreprises ferroviaires.
  Section 2. - De la délivrance du certificat de sécurité
  " Art. 22. L'entreprise ferroviaire, qui est en possession des attestations de certification en matière de personnel et en matière de matériel délivrées conformément aux dispositions visées à l'article 18, adresse au Ministre une demande signée, par envoi recommandé ou par dépôt contre accusé de réception, pour l'obtention du certificat de sécurité.
  " Art. 23. § 1er. La demande de certificat de sécurité indique le ou les services ferroviaires, la catégorie de trafic et les itinéraires pour lesquels le certificat est sollicité.
  § 2. La demande de certificat contient en outre :
  - une copie de la licence ferroviaire.
  Si le demandeur est titulaire d'une licence ferroviaire délivrée par un autre Etat membre de l'Union européenne, il joint à sa demande une copie de cette licence certifiée conforme par une autorité compétente du pays d'origine ou une autorité européenne compétente. Si la licence n'est pas conforme à la Recommandation de la Commission des Communautés européennes du 7 avril 2004, l'entreprise ferroviaire est invitée à joindre toute information complémentaire, notamment en ce qui concerne la couverture en responsabilité civile, en vue de se conformer à cette Recommandation.
  - l'attestation de certification en matière de personnel et l'attestation de certification en matière de matériel délivrées par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
  " Art. 24. § 1er. Dans les trente jours de la réception des documents visés à l'article 23, le Ministre notifie à l'entreprise ferroviaire la décision de délivrance du certificat de sécurité et le montant de la redevance à acquitter. A défaut, il lui notifie les motifs pour lesquels le certificat de sécurité ne lui est pas délivré. Il en informe le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
  § 2. Le certificat est transmis par envoi recommandé avec accusé de réception, après paiement par l'entreprise ferroviaire de la redevance visée à l'article 30. "
Art. 9. De artikelen 25 en 27 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 9. Les articles 25 et 27 du même arrêté sont abrogés.
Art. 10. In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt het woord " kan " vervangen door het woord " kunnen ".
Art. 10. A l'article 28 du même arrêté, le mot " peut " est remplacé par le mot " peuvent ".
Art. 11. In artikel 29, § 1, van hetzelfde besluit wordt het woord " besluit " vervangen door het woord " hoofdstuk ".
Art. 11. A l'article 29, § 1er, du même arrêté, le mot " arrêté " est remplacé par le mot " chapitre ".
Art. 12. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°. de woorden ", Kantersteen 12, te 1000 Brussel " worden geschrapt;
  2°. de §§ 3 en 4 worden vervangen door de volgende bepalingen :
  " § 3. Het bedrag van de te betalen heffing voor het jaar van afgifte van het attest wordt berekend naar rata van het aantal volle maanden tussen de datum van toekenning van het attest en 1 januari van het volgende jaar.
  § 4. De heffing wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de waarde van de dienstenindex van de maand oktober van het voorgaande jaar. "
Art. 12. A l'article 30 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1°. les mots ", Cantersteen 12, à 1000 Bruxelles " sont supprimés;
  2°. les § 3 et 4 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 3. Le montant de la redevance à payer pour l'année de délivrance du certificat est calculé au prorata du nombre de mois entiers compris entre la date d'octroi du certificat et le 1er janvier de l'année suivante.
  § 4. La redevance est indexée annuellement sur la base de la valeur de l'indice-service du mois d'octobre de l'année précédente. "
Art. 13. In artikel 31 van hetzelfde besluit wordt § 1 geschrapt.
Art. 13. A l'article 31 du même arrêté, le § 1er est supprimé.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 31bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 31bis. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op regelmatig of uitzonderlijk georganiseerde diensten met historisch materieel, waarvoor de Minister op voorstel van de beheerder van de spoorweginfrastructuur bijzondere regels kan vaststellen.
  Onder historisch materieel wordt in dit besluit verstaan : elk oud materieel dat niet over alle noodzakelijke technische uitrustingen beschikt en waarbij bijzondere maatregelen zijn vereist om de spoorweginfrastructuur in alle veiligheid te gebruiken. "
Art. 14. Il est inséré dans le même arrêté un article 31bis, rédigé comme suit :
  " Art. 31bis. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux services organisés régulièrement ou exceptionnellement avec du matériel historique, pour lesquels le Ministre peut, sur proposition du gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, fixer des règles particulières.
  On entend par matériel historique au sens du présent arrêté, tout matériel ancien qui ne dispose pas de tous les équipements techniques nécessaires et qui exige des mesures particulières pour permettre une utilisation de l'infrastructure ferroviaire en toute sécurité. "
Art. 15. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 32. § 1. Ingevolge artikel 44 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003 wordt de erkenning van de geschiktheid van het personeel van de spoorwegonderneming belast met het besturen en begeleiden van de treinen bekrachtigd door de afgifte van een geschiktheidsbrevet.
  § 2. Het geschiktheidsbrevet bedoeld in § 1 wordt opgemaakt, afgeleverd, verlengd, geschorst of ingetrokken door de beheerder van de spoorweginfrastructuur, op de wijze bepaald in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan en in artikel 44 van voornoemd koninklijk besluit van 12 maart 2003.
  § 3. Elke aanvraag om een geschiktheidsbrevet van treinbestuurder of treinbegeleider wordt door de spoorwegonderneming aan de beheerder van de spoorweginfrastructuur gericht.
  § 4. De aanvraag om het geschiktheidsbrevet van treinbegeleider is vergezeld van alle documenten die de fysieke, psychische en technische geschiktheid van de kandidaten staven zoals beschreven in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan en in het bijzonder in het bestek voor het personeel.
  § 5. De aanvraag om het geschiktheidsbrevet van treinbestuurder is vergezeld van alle documenten die de fysieke en psychische geschiktheid van de kandidaten staven. De technische geschiktheid wordt getest aan de hand van een theoretisch en een praktisch examen, ingericht door de beheerder van de spoorweginfrastructuur op de wijze bepaald in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan.
  § 6. De beheerder van de spoorweginfrastructuur onderzoekt de aanvragen binnen dertig dagen en organiseert de examens bedoeld in § 5 op de wijze bepaald in de technische normen en regels met betrekking tot de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en het gebruik ervan.
  § 7. Het Bestuur staat ervoor garant dat de examens op niet discriminerende wijze verlopen.
  § 8. De kosten die de beheerder van de spoorweginfrastructuur maakt met het oog op de aflevering van het geschiktheidsbrevet bedoeld in § 1 zijn ten laste van de aanvrager.
  Ze worden berekend op basis van facturen of bewijsstukken, opgemaakt in de vereiste vorm, waarop de prestaties in detail worden gerechtvaardigd op basis van een uurtarief, het aantal bezoeken, de kilometerstand en een forfaitair bedrag voor administratieve kosten. "
Art. 15. L'article 32 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 32. § 1er. En application de l'article 44 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité, la reconnaissance de l'aptitude du personnel de l'entreprise ferroviaire assurant la conduite et l'accompagnement des trains est sanctionnée par la délivrance d'un brevet d'aptitude.
  § 2. Le brevet d'aptitude visé au § 1er est établi, délivré, prorogé, suspendu ou retiré par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, conformément aux modalités déterminées par les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation et par l'article 44 de l'arrêté royal du 12 mars 2003 précité.
  § 3. Toute demande de brevet d'aptitude de conducteur ou d'accompagnateur de train est adressée par l'entreprise ferroviaire au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire.
  § 4. La demande de brevet d'aptitude d'accompagnateur de train est accompagnée de tout document attestant les capacités physiques, psychologiques et techniques des candidats telles que décrites dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation et en particulier le cahier des charges du personnel.
  § 5. La demande de brevet d'aptitude de conducteur de train est accompagnée de tout document attestant les capacités physiques et psychologiques des candidats. Les capacités techniques font l'objet d'une épreuve théorique et pratique organisée par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, conformément aux modalités déterminées dans les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation.
  § 6. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire examine les demandes dans les trente jours et organise les épreuves visées au § 5, conformément aux modalités déterminées par les normes techniques et règles afférentes à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et à son utilisation.
  § 7. L'Administration est garante du déroulement non discriminatoire des épreuves.
  § 8. Les frais encourus par le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire en vue de la délivrance du brevet d'aptitude visé au § 1er sont à charge du demandeur.
  Ils sont calculés sur la base de factures ou de justificatifs établis en bonne et due forme, indiquant le détail des prestations justifiées sur la base d'un tarif horaire, du nombre de visites, du kilométrage et d'un forfait pour frais administratifs. "
Art. 16. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de woorden " met uitzondering van het hoofdstuk III " geschrapt.
Art. 16. A l'article 33 du même arrêté, les mots " à l'exception du chapitre III " sont supprimés.
Art. 17. Bijlage II van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.
Art. 17. L'annexe II du même arrêté est remplacée par l'annexe au présent arrêté.
Art. 18. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Notre Ministre de la Mobilité est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 19 juli 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Mobiliteit,
  R. LANDUYT
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa parution au Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 19 juillet 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Mobilité,
  R. LANDUYT
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage II. Vergunning voor het verstrekken van spoorvervoerdiensten + Verzekeringsbijlage.
  (Formulieren niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 11-08-2006, p. 40459-40462).
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 juli 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Mobiliteit,
  R. LANDUYT.
Art. N. Annexe II. Licence pour la prestation de services ferroviaire + Annexe "assurance"
  (Formulaires non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-08-2006, p. 40463-40466).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 19 juillet 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Mobilité,
  R. LANDUYT.