Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 JULI 2006. - Wet tot wijziging van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen, en tot invoeging in deze wet van een nieuwe Titel V betreffende het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone.
Titre
1er JUILLET 2006. - Loi modifiant la loi du 29 mars 2004 concernant la coopération avec la Cour pénale internationale et les tribunaux pénaux internationaux, et insérant dans cette loi un nouveau Titre V concernant le Tribunal Spécial pour la Sierra Leone.
Informations sur le document
Numac: 2006009558
Datum: 2006-07-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006009558
Date: 2006-07-01
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. De wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen wordt aangevuld met een Titel V, die de artikelen 58 tot 63 omvat, met als opschrift :
  " Titel V. - Samenwerking met het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone ".
Art. 2. La loi du 29 mars 2004 concernant la coopération avec la Cour pénale internationale et les Tribunaux pénaux internationaux est complétée par un titre V, comprenant les articles 58 à 63, et intitulé comme suit :
  " Titre V. - Coopération avec le Tribunal Spécial pour la Sierra Leone ".
Art. 3. In de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat de nieuwe artikelen 58 tot 61 omvat, met als opschrift : " Hoofdstuk I. - Algemeen ".
Art. 3. Un Chapitre Ier est inséré au nouveau titre V de la même loi, comprenant les nouveaux articles 58 à 61, et intitulé comme suit : " Chapitre Ier. - Généralités ".
Art. 4. In hoofdstuk I van de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 58 ingevoegd, luidende :
  " Art. 58. Voor de toepassing van Titel V van deze wet wordt verstaan onder :
  - " Tribunaal " : het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone ingesteld bij de internationale overeenkomst van 16 januari 2002 gesloten tussen de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone, en voortvloeiend uit resolutie 1315 (2000) van 14 augustus 2000 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;
  - " Statuut " : het Statuut van het Speciaal Tribunaal voor Sierra Leone gevoegd bij de op 6 maart 2002 aan de voorzitter van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gerichte brief van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties;
  - " Aanklager " : de aanklager van het Tribunaal alsmede eenieder die door hem is gemachtigd of onder zijn gezag werkt in het kader van de functie die hij op grond van het Statuut uitoefent ".
Art. 4. Un nouvel article 58, rédigé comme suit, est inséré dans le Chapitre Ier du nouveau Titre V de la même Loi :
  " Art. 58. Aux fins du Titre V de la présente loi, les termes ci-après désignent :
  - " Tribunal " : le Tribunal Spécial pour la Sierra Leone créé par l'accord international du 16 janvier 2002 conclu entre les Nations unies et le gouvernement de la Sierra Leone, et découlant de la résolution 1315 (2000) du 14 août 2000 du Conseil de Sécurité des Nations unies;
  - " Statut " : le Statut du Tribunal Spécial pour la Sierra Leone annexé à la lettre du Secrétaire-général des Nations unies, adressée le 6 mars 2002 au Président du Conseil de Sécurité des Nations unies;
  - " Procureur " : le procureur du Tribunal ainsi que toute personne autorisée par lui ou travaillant sous son autorité dans le cadre des fonctions qui lui incombent en vertu du Statut ".
Art. 5. In hoofdstuk I van de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 59 ingevoegd, luidende :
  " België kan overeenkomstig de bepalingen van deze wet gevolg geven aan de verzoeken om samenwerking van het Tribunaal ".
Art. 5. Un nouvel article 59, rédigé comme suit, est inséré dans le Chapitre Ier du nouveau Titre V de la même loi :
  " Conformément aux dispositions de la présente loi, la Belgique peut donner suite aux demandes de coopération formulées par le Tribunal ".
Art. 6. In hoofdstuk I van de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 60 ingevoegd, luidende :
  " De minister van Justitie is de centrale autoriteit die bevoegd is verzoeken om gerechtelijke samenwerking uitgaande van het Tribunaal in ontvangst te nemen en de follow up ervan te verzekeren. ".
Art. 6. Un nouvel article 60, rédigé comme suit, est inséré dans le Chapitre Ier du nouveau Titre V de la même loi :
  " Le ministre de la Justice est l'autorité centrale compétente pour recevoir les demandes de coopération judiciaire émanant du Tribunal et en assurer le suivi. ".
Art. 7. In hoofdstuk I van de nieuwe Titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 61 ingevoegd, luidende :
  " De bevoegde autoriteiten verlenen aan het Tribunaal hun volledige gerechtelijke samenwerking in alle procedures die voortvloeien uit een verzoek van het Tribunaal om samenwerking en waaraan de centrale autoriteit heeft beslist gevolg te geven. ".
Art. 7. Un nouvel article 61, rédigé comme suit, est inséré dans le Chapitre Ier du nouveau Titre V de la même loi :
  " Les autorités compétentes accordent au Tribunal leur pleine et entière coopération judiciaire dans toutes les procédures découlant d'une demande de coopération du Tribunal à laquelle l'autorité centrale a décidé de donner suite. ".
Art. 8. In de nieuwe Titel V van dezelfde wet wordt een hoofdstuk II ingevoegd, dat de artikelen 62 tot 63 omvat, met als opschrift : " Hoofdstuk II. - Wederzijdse rechtshulp ".
Art. 8. Un Chapitre II est inséré au nouveau Titre V de la même loi, comprenant les articles 62 à 63, et intitulé comme suit : " Chapitre II. - Entraide judiciaire ".
Art. 9. In hoofdstuk II van de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 62 ingevoegd, luidende :
  " Art. 62. § 1. De verzoeken van de aanklager of de beschikkingen van het Tribunaal die gericht zijn op de uitvoering van maatregelen inzake inzameling en overlegging van gegevens die inzonderheid betrekking hebben op de vaststelling van de identiteit en het opsporen van personen, het verzamelen van getuigenissen, het overleggen van bewijzen en het toezenden van stukken en die noodzakelijk zijn voor het onderzoek of voor het goede verloop van het proces, worden ten uitvoer gelegd volgens de procedure bepaald in de Belgische wetgeving en op de wijze omschreven in het verzoek, tenzij voornoemde wetgeving zulks verbiedt.
  § 2. Het verzoek van de aanklager of de beschikking van het Tribunaal die betrekking heeft op een dwangmaatregel, wordt ten uitvoer gelegd door de onderzoeksrechter van de plaats waar de maatregel moet worden uitgevoerd of door de bevoegde procureur des Konings.
  § 3. Onverminderd de rechten van derden te goeder trouw legt België de maatregelen houdende verbeurdverklaring ten uitvoer die het Tribunaal heeft bevolen.
  Wanneer het Tribunaal België verzoekt een beslissing tot verbeurdverklaring ten uitvoer te leggen, verklaart de correctionele rechtbank van de plaats waar de goederen gelegen zijn waarop de verbeurdverklaring betrekking heeft, die beslissing uitvoerbaar, na het openbaar ministerie en de veroordeelde persoon of zijn raadsman te hebben gehoord.
  Indien het onmogelijk is gevolg te geven aan het bevel tot verbeurdverklaring, worden gelijkwaardige maatregelen genomen zoals bedoeld in artikel 43bis, tweede lid, van het Strafwetboek, zulks onverminderd de rechten van derden te goeder trouw.
  De goederen of de opbrengst uit de verkoop van onroerende goederen of, in voorkomend geval, van andere goederen verkregen ingevolge de tenuitvoerlegging van een arrest van het Tribunaal, worden door de centrale autoriteit overgedragen aan het Tribunaal.
  § 4. Wanneer het Tribunaal iemand het statuut van beschermde getuige verleent en België vraagt om de nodige beschermingsmaatregelen te nemen, dan beslist de centrale autoriteit, na overleg met de voorzitter van de getuigenbeschermingscommissie opgericht bij artikel 103 van het Wetboek van strafvordering, welke maatregelen als bedoeld in artikel 104 van hetzelfde Wetboek ten aanzien van deze persoon moeten worden genomen.
  Los van de maatregelen die ten aanzien van de beschermde getuige zijn genomen, kan de centrale autoriteit, wanneer zij dat nodig acht, ook beschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 104 nemen ten aanzien van de verwanten van deze persoon.
  Deze maatregelen worden uitgevoerd op dezelfde manier als de maatregelen die zijn genomen ten aanzien van een bedreigde getuige, een gezinslid of een andere bloedverwant bedoeld in artikel 102 van hetzelfde Wetboek.
  Wanneer het Tribunaal de in het vorige lid bedoelde persoon het statuut van beschermde getuige ontneemt, beslist de centrale autoriteit of de maatregelen ten aanzien van die persoon of ten aanzien van andere personen, moeten worden behouden. ".
Art. 9. Un nouvel article 62, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II du nouveau titre V de la même loi :
  " Art. 62. § 1er. Les demandes du procureur ou les ordonnances du Tribunal visant à l'accomplissement de mesures relatives à la collecte et à la production d'éléments qui concernent notamment l'identification et la recherche des personnes, la réunion de témoignages, la production de preuves et l'expédition de documents, et qui sont nécessaires à l'instruction ou à la bonne conduite du procès, sont exécutées selon la procédure prévue par la législation belge et, à moins que cette législation ne l'interdise, comme il est dit dans la demande.
  § 2. La demande du procureur ou l'ordonnance du Tribunal qui porte sur une mesure de contrainte est exécutée par le juge d'instruction du lieu où la mesure doit être exécutée ou par le procureur du roi compétent.
  § 3. La Belgique exécute les mesures de confiscation ordonnées par le Tribunal sans préjudice des droits des tiers de bonne foi.
  Lorsqu'une demande tendant à l'exécution d'une décision de confiscation est adressée par le Tribunal à la Belgique, le tribunal correctionnel du lieu où sont situés les biens sur lesquels porte la confiscation rend cette décision exécutoire, après avoir entendu le ministère public et la personne condamnée ou son conseil.
  Lorsqu'il est impossible de donner effet à l'ordonnance de confiscation, des mesures de confiscation par équivalent, visées à l'article 43bis, alinéa 2, du Code pénal, sont prises sans préjudice des droits des tiers de bonne foi.
  Les biens ou le produit de la vente de biens immobiliers ou, le cas échéant, d'autres biens, obtenus en exécution d'un arrêt prononcé par le Tribunal, sont transférés au Tribunal par l'intermédiaire de l'autorité centrale.
  § 4. Lorsque le Tribunal a octroyé le statut de témoin protégé à une personne et demande à la Belgique de mettre en oeuvre des mesures de protection en sa faveur, l'autorité centrale, après avoir consulté le président de la commission de protection des témoins établie par l'article 103 du Code d'instruction criminelle, décide quelles sont les mesures visées à l'article 104 du même Code dont il convient de faire bénéficier cette personne.
  Indépendamment des mesures accordées au témoin protégé, et lorsqu'elle le juge nécessaire, l'autorité centrale peut également accorder aux proches de cette personne des mesures de protection visées à l'article 104.
  Ces mesures sont mises en oeuvre de la même manière que les mesures octroyées au bénéfice d'un témoin menacé, d'un membre de sa famille ou d'un autre parent, visés par l'article 102 du même Code.
  Lorsque le Tribunal met fin au statut de témoin protégé en faveur d'une personne visée à l'alinéa précédent, l'autorité centrale détermine s'il convient de maintenir les mesures mises en oeuvre à son égard ou à l'égard des autres personnes. ".
Art. 10. In hoofdstuk II van de nieuwe titel V van dezelfde wet wordt een nieuw artikel 63 ingevoegd, luidende :
  " Art. 63. De bevoegde gerechtelijke autoriteit waarbij de zaak aanhangig is, stelt het Tribunaal in kennis van de datum en de plaats van tenuitvoerlegging van de gevorderde maatregel. De aanklager of de vorderende rechter is gemachtigd de tenuitvoerlegging bij te wonen. ".
Art. 10. Un nouvel article 63, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II du nouveau titre V de la même loi :
  " Art. 63. L'autorité judiciaire compétente saisie informe le Tribunal de la date et du lieu de l'exécution de la mesure requise. Le Procureur ou le juge requérant sont autorisés à assister à cette exécution. ".
Art. 11. De huidige titel V van de wet wordt titel VI.
Art. 11. L'actuel Titre V de la loi est renuméroté Titre VI.
Art. 12. Artikel 58 van dezelfde wet wordt artikel 64.
Art. 12. L'article 58 de la même loi est renuméroté article 64.
Art. 13. Artikel 50, § 1, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen wordt gewijzigd als volgt :
  " Art. 50. § 1. De verzoeken van de aanklager of de beschikkingen van het Tribunaal die gericht zijn op de uitvoering van maatregelen inzake inzameling en overlegging van gegevens die inzonderheid betrekking hebben op de vaststelling van de identiteit en het opsporen van personen, het verzamelen van getuigenissen, het overleggen van bewijzen en het toezenden van stukken en die noodzakelijk zijn voor het onderzoek of voor het goede verloop van het proces, worden ten uitvoer gelegd volgens de procedure bepaald in de Belgische wetgeving en op de wijze omschreven in het verzoek, tenzij voornoemde wetgeving zulks verbiedt. "
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 1 juli 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 13. L'article 50, § 1er, de la loi du 29 mars 2004 concernant la coopération avec la Cour pénale internationale et les tribunaux pénaux internationaux, est modifié comme suit :
  " Art. 50. § 1er. Les demandes du Procureur ou les ordonnances du Tribunal visant à l'accomplissement de mesures relatives à la collecte et à la production d'éléments qui concernent notamment l'identification et la recherche des personnes, la réunion de témoignages, la production de preuves et l'expédition de documents, et qui sont nécessaires à l'instruction ou à la bonne conduite du procès, sont exécutées selon la procédure prévue par la législation belge et, à moins que cette législation ne l'interdise, comme il est dit dans la demande. ".
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 1er juillet 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX
  Scellé du sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.