Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, het tarief en de wijze van uitbetaling van de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 508/19, 505/20, 508/22 en 508/23, van het Gerechtelijk Wetboek wordt verleend aan advocaten, wordt vervangen als volgt :
" Koninklijk besluit houdende uitvoeringsbepalingen inzake de vergoeding die aan advocaten wordt toegekend in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand en inzake de subsidie voor de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
10 JUNI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, het tarief en de wijze van uitbetaling van de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 508/19, 508/20, 508/22 en 508/23, van het Gerechtelijk Wetboek wordt verleend aan advocaten.
Titre
10 JUIN 2006. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 20 décembre 1999 fixant les conditions d'octroi, le tarif et les modalités de paiement de l'indemnité allouée aux avocats en exécution des articles 508/19, 508/20, 508/22 et 508/23, du Code judiciaire.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. L'intitulé de l'arrêté royal du 20 décembre 1999 fixant les conditions d'octroi, le tarif et les modalités de paiement de l'indemnité allouée aux avocats en exécution des articles 508/19, 508/20, 508/22 et 508/23, du Code judiciaire, est remplacé par :
" Arrêté royal contenant les modalités d'exécution relatives à l'indemnisation accordée aux avocats dans le cadre de l'aide juridique de deuxième ligne et relatif au subside pour les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique. "
" Arrêté royal contenant les modalités d'exécution relatives à l'indemnisation accordée aux avocats dans le cadre de l'aide juridique de deuxième ligne et relatif au subside pour les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique. "
Art. 2. Het opschrift van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Subsidie voor de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand. "
" Subsidie voor de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand. "
Art. 2. L'intitulé du chapitre III du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
" Du subside pour les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique. "
" Du subside pour les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique. "
Art. 3. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 december 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 6. § 1. Gelijktijdig met het voorstel bedoeld in artikel 2, 3°, maken de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Minister, voor het Rijk en voor iedere balie die er deel van uitmaakt, een voorstel over betreffende de verdeling van de subsidie bedoeld in artikel 508/19bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Deze verdeling gebeurt volgens de verhouding bekomen door het rekenkundig gemiddelde te maken van de percentages van, respectievelijk, het aantal aanstellingen, het aantal behandelde zaken en het aantal punten, verminderd met de punten voor de verplaatsingsonkosten van de advocaten, gedurende het gerechtelijk jaar dat afloopt tijdens het kalenderjaar waarop de subsidie bettrekking heeft.
Binnen de perken van de bedragen die hen overeenkomstig het voorgaande lid dienen te worden overgemaakt, kunnen de overheden evenwel voorstellen de subsidie bij voorrang aan te wenden om de bijzondere financiële lasten die een balie voor de organisatie van haar bureau voor juridische bijstand ondervindt, te dekken. Dit gebeurt in overleg en met het akkoord van de balies die in de betreffende overheid vertegenwoordigd zijn, en beoogt een kwaliteitsvolle dienstverlening en een betere toegang tot justitie voor de burger te verzekeren.
De Minister geeft, na verificatie, de overheden kennis van het bedrag dat hen zal worden toegekend alsook van de verdeling onder de balies, en maakt hen dit bedrag over.
§ 2. Elke overheid verdeelt het bedrag bedoeld in § 1 tussen de balies die er deel van uitmaken, volgens de verdeelsleutel bedoeld in § 1, tweede of derde lid.
Onverminderd de toepassing van artikel 6bis, § 5, laatste lid, maken de overheden het bedrag bestemd voor elke balie over, binnen de maand te rekenen vanaf de dag waarop zij dit bedrag hebben ontvangen. Het bedrag wordt overgemaakt op een bijzondere rekening die elke balie daartoe onder een rubriek " kosten verbonden aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand " opent. "
" Art. 6. § 1. Gelijktijdig met het voorstel bedoeld in artikel 2, 3°, maken de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Minister, voor het Rijk en voor iedere balie die er deel van uitmaakt, een voorstel over betreffende de verdeling van de subsidie bedoeld in artikel 508/19bis van het Gerechtelijk Wetboek.
Deze verdeling gebeurt volgens de verhouding bekomen door het rekenkundig gemiddelde te maken van de percentages van, respectievelijk, het aantal aanstellingen, het aantal behandelde zaken en het aantal punten, verminderd met de punten voor de verplaatsingsonkosten van de advocaten, gedurende het gerechtelijk jaar dat afloopt tijdens het kalenderjaar waarop de subsidie bettrekking heeft.
Binnen de perken van de bedragen die hen overeenkomstig het voorgaande lid dienen te worden overgemaakt, kunnen de overheden evenwel voorstellen de subsidie bij voorrang aan te wenden om de bijzondere financiële lasten die een balie voor de organisatie van haar bureau voor juridische bijstand ondervindt, te dekken. Dit gebeurt in overleg en met het akkoord van de balies die in de betreffende overheid vertegenwoordigd zijn, en beoogt een kwaliteitsvolle dienstverlening en een betere toegang tot justitie voor de burger te verzekeren.
De Minister geeft, na verificatie, de overheden kennis van het bedrag dat hen zal worden toegekend alsook van de verdeling onder de balies, en maakt hen dit bedrag over.
§ 2. Elke overheid verdeelt het bedrag bedoeld in § 1 tussen de balies die er deel van uitmaken, volgens de verdeelsleutel bedoeld in § 1, tweede of derde lid.
Onverminderd de toepassing van artikel 6bis, § 5, laatste lid, maken de overheden het bedrag bestemd voor elke balie over, binnen de maand te rekenen vanaf de dag waarop zij dit bedrag hebben ontvangen. Het bedrag wordt overgemaakt op een bijzondere rekening die elke balie daartoe onder een rubriek " kosten verbonden aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand " opent. "
Art. 3. L'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 18 décembre 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6. § 1er. En même temps que la proposition visée à l'article 2, 3°, les autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire font au Ministre, pour le Royaume et pour chaque barreau qui les compose, une proposition concernant la répartition du subside visé à l'article 508/19bis du Code judiciaire.
Cette répartition s'effectue selon la proportion obtenue en faisant la moyenne arithmétique des pourcentages, respectivement, du nombre des désignations, des affaires traitées et des points, diminués des points alloués pour les déplacements des avocats, de l'année judiciaire se terminant durant l'année civile à laquelle se rapporte le subside.
Dans les limites des montants qui doivent leur être versés conformément à l'alinéa qui précède, les autorités peuvent néanmoins proposer d'affecter le subside prioritairement à la charge financière particulière que représente pour un barreau l'organisation de son bureau d'aide juridique, en concertation et avec l'accord des barreaux représentés au sein de l'autorité concernée, et ce pour assurer un service de qualité et un meilleur accès à la justice pour le citoyen.
Après vérification, le Ministre porte à la connaissance des autorités le montant qui leur sera accordé ainsi que sa répartition entre les barreaux, et leur verse ce montant.
§ 2. Chaque autorité répartit le montant visé au § 1er entre les barreaux qui en ressortissent suivant la clé de répartition visée au § 1er, alinéa 2 ou 3.
Sans préjudice de l'application de l'article 6bis, § 5, dernier alinéa, le montant destiné à chaque barreau est versé par les autorités dans le mois à compter du jour où elles ont reçu ce montant. Le versement est effectué sur un compte spécial, ouvert à cet effet par chaque barreau sous la rubrique " frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique ". "
" Art. 6. § 1er. En même temps que la proposition visée à l'article 2, 3°, les autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire font au Ministre, pour le Royaume et pour chaque barreau qui les compose, une proposition concernant la répartition du subside visé à l'article 508/19bis du Code judiciaire.
Cette répartition s'effectue selon la proportion obtenue en faisant la moyenne arithmétique des pourcentages, respectivement, du nombre des désignations, des affaires traitées et des points, diminués des points alloués pour les déplacements des avocats, de l'année judiciaire se terminant durant l'année civile à laquelle se rapporte le subside.
Dans les limites des montants qui doivent leur être versés conformément à l'alinéa qui précède, les autorités peuvent néanmoins proposer d'affecter le subside prioritairement à la charge financière particulière que représente pour un barreau l'organisation de son bureau d'aide juridique, en concertation et avec l'accord des barreaux représentés au sein de l'autorité concernée, et ce pour assurer un service de qualité et un meilleur accès à la justice pour le citoyen.
Après vérification, le Ministre porte à la connaissance des autorités le montant qui leur sera accordé ainsi que sa répartition entre les barreaux, et leur verse ce montant.
§ 2. Chaque autorité répartit le montant visé au § 1er entre les barreaux qui en ressortissent suivant la clé de répartition visée au § 1er, alinéa 2 ou 3.
Sans préjudice de l'application de l'article 6bis, § 5, dernier alinéa, le montant destiné à chaque barreau est versé par les autorités dans le mois à compter du jour où elles ont reçu ce montant. Le versement est effectué sur un compte spécial, ouvert à cet effet par chaque barreau sous la rubrique " frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique ". "
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidende :
" Art. 6bis. § 1. Binnen de vier maanden te rekenen vanaf de overmaking bedoeld in artikel 6, § 2, tweede lid, bezorgen de stafhouders aan de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, een lijst met de kosten verbonden aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand van hun balie voor het betreffende kalenderjaar, alsook alle verantwoordingsstukken.
De overheden verzamelen de lijsten en de verantwoordingsstukken. Ze bezorgen deze aan de Minister, gelijktijdig met het verantwoordingsverslag bedoeld in artikel 3.
§ 2. De kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand bestaan, in het bijzonder, uit de vergoedingen of bezoldigingen van de medewerkers, de aankoop van meubilair en materieel alsook de hieraan verbonden onderhouds en gebruikskosten, de kosten verbonden aan het gebruik en het onderhoud van de lokalen en de verplaatsingskosten. De verantwoordingsstukken bestaan, in het bijzonder, uit de facturen of de bewijzen van betaling voor de kosten gemaakt tijdens het betreffende kalenderjaar.
Inzake de verplaatsingskosten die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand, is het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten van toepassing.
§ 3. De Minister en de overheden kunnen bij de stafhouders alle aanvullende inlichtingen en stukken opvragen ter verantwoording van de opgegeven kosten.
§ 4. Indien blijkt dat het door de Minister aan de overheden overgemaakte bedrag hoger is dan de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand gedurende het betreffende kalenderjaar, maken de overheden het verschil uiterlijk drie maanden na de vraag om terugbetaling over. De gemotiveerde beslissing tot terugbetaling wordt aan de betreffende overheid bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht.
§ 5. Indien blijkt dat het door een overheid aan een balie overgemaakte bedrag hoger is dan de kosten verbonden aan de organisatie van haar bureau voor juridische bijstand gedurende het betreffende kalenderjaar, maakt de balie het verschil uiterlijk drie maanden na de vraag om terugbetaling over. De gemotiveerde beslissing tot terugvordering wordt aan de betreffende balie door de betrokken overheid bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht.
De terugvordering van de bedragen bij de bettreffende balie kan op de navolgende subsidies worden toegerekend. "
" Art. 6bis. § 1. Binnen de vier maanden te rekenen vanaf de overmaking bedoeld in artikel 6, § 2, tweede lid, bezorgen de stafhouders aan de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, een lijst met de kosten verbonden aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand van hun balie voor het betreffende kalenderjaar, alsook alle verantwoordingsstukken.
De overheden verzamelen de lijsten en de verantwoordingsstukken. Ze bezorgen deze aan de Minister, gelijktijdig met het verantwoordingsverslag bedoeld in artikel 3.
§ 2. De kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand bestaan, in het bijzonder, uit de vergoedingen of bezoldigingen van de medewerkers, de aankoop van meubilair en materieel alsook de hieraan verbonden onderhouds en gebruikskosten, de kosten verbonden aan het gebruik en het onderhoud van de lokalen en de verplaatsingskosten. De verantwoordingsstukken bestaan, in het bijzonder, uit de facturen of de bewijzen van betaling voor de kosten gemaakt tijdens het betreffende kalenderjaar.
Inzake de verplaatsingskosten die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand, is het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten van toepassing.
§ 3. De Minister en de overheden kunnen bij de stafhouders alle aanvullende inlichtingen en stukken opvragen ter verantwoording van de opgegeven kosten.
§ 4. Indien blijkt dat het door de Minister aan de overheden overgemaakte bedrag hoger is dan de kosten verbonden aan de organisatie van de bureaus voor juridische bijstand gedurende het betreffende kalenderjaar, maken de overheden het verschil uiterlijk drie maanden na de vraag om terugbetaling over. De gemotiveerde beslissing tot terugbetaling wordt aan de betreffende overheid bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht.
§ 5. Indien blijkt dat het door een overheid aan een balie overgemaakte bedrag hoger is dan de kosten verbonden aan de organisatie van haar bureau voor juridische bijstand gedurende het betreffende kalenderjaar, maakt de balie het verschil uiterlijk drie maanden na de vraag om terugbetaling over. De gemotiveerde beslissing tot terugvordering wordt aan de betreffende balie door de betrokken overheid bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht.
De terugvordering van de bedragen bij de bettreffende balie kan op de navolgende subsidies worden toegerekend. "
Art. 4. Un article 6bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 6bis. § 1er. Dans les 4 mois à compter du versement visé à l'article 6, § 2, alinéa 2, les bâtonniers adressent aux autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire, une liste reprenant les frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique de leur barreau pour l'année civile concernée, ainsi que toute pièce justificative.
Les autorités rassemblent les listes et pièces justificatives. Elles les font parvenir au Ministre en même temps que le rapport justificatif visé à l'article 3.
§ 2. Les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique sont constitués, notamment, des rémunérations ou indemnités payées aux collaborateurs, des achats de mobilier et de matériel ainsi que du coût de leur maintenance et de leur utilisation, des frais liés à l'occupation et la maintenance des locaux et des frais de déplacement. Les pièces justificatives sont constituées, notamment, des factures ou des preuves de paiement pour des dépenses effectuées durant l'année civile considérée.
En ce qui concerne les frais de déplacement pour les besoins de l'organisation des bureaux d'aide juridique, l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours est applicable.
§ 3. Le Ministre et les autorités peuvent réclamer aux bâtonniers toutes les informations et pièces additionnelles pouvant justifier les frais exposés.
§ 4. S'il appert que le montant versé par le Ministre aux autorités est supérieur aux frais qui sont liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique de l'année civile concernée, les autorités versent la différence au plus tard trois mois après la demande de remboursement. La décision de récupération motivée est adressée à l'autorité concernée par lettre recommandée.
§ 5. S'il appert que le montant versé par une autorité à un barreau est supérieur aux frais qui sont liés à l'organisation de son bureau d'aide juridique de l'année civile concernée, le barreau verse la différence au plus tard trois mois après la demande de remboursement. La décision de récupération motivée est adressée au barreau concerné par l'autorité concernée par lettre recommandée.
La récupération des montants auprès du barreau concerné peut s'imputer sur les subsides subséquents. "
" Art. 6bis. § 1er. Dans les 4 mois à compter du versement visé à l'article 6, § 2, alinéa 2, les bâtonniers adressent aux autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire, une liste reprenant les frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique de leur barreau pour l'année civile concernée, ainsi que toute pièce justificative.
Les autorités rassemblent les listes et pièces justificatives. Elles les font parvenir au Ministre en même temps que le rapport justificatif visé à l'article 3.
§ 2. Les frais liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique sont constitués, notamment, des rémunérations ou indemnités payées aux collaborateurs, des achats de mobilier et de matériel ainsi que du coût de leur maintenance et de leur utilisation, des frais liés à l'occupation et la maintenance des locaux et des frais de déplacement. Les pièces justificatives sont constituées, notamment, des factures ou des preuves de paiement pour des dépenses effectuées durant l'année civile considérée.
En ce qui concerne les frais de déplacement pour les besoins de l'organisation des bureaux d'aide juridique, l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours est applicable.
§ 3. Le Ministre et les autorités peuvent réclamer aux bâtonniers toutes les informations et pièces additionnelles pouvant justifier les frais exposés.
§ 4. S'il appert que le montant versé par le Ministre aux autorités est supérieur aux frais qui sont liés à l'organisation des bureaux d'aide juridique de l'année civile concernée, les autorités versent la différence au plus tard trois mois après la demande de remboursement. La décision de récupération motivée est adressée à l'autorité concernée par lettre recommandée.
§ 5. S'il appert que le montant versé par une autorité à un barreau est supérieur aux frais qui sont liés à l'organisation de son bureau d'aide juridique de l'année civile concernée, le barreau verse la différence au plus tard trois mois après la demande de remboursement. La décision de récupération motivée est adressée au barreau concerné par l'autorité concernée par lettre recommandée.
La récupération des montants auprès du barreau concerné peut s'imputer sur les subsides subséquents. "
Art. 5. In afwijking van artikel 6, § 1 van het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning, het tarief en de wijze van uitbetaling van de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 508/19, 508/20, 508/22 en 508/23, van het Gerechtelijk Wetboek wordt verleend aan advocaten, doen de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij dit besluit, voor wat betreft de werkingskosten voor het kalenderjaar 2005, uiterlijk op 15 juni 2006 een voorstel aan de Minister betreffende de verlening van de subsidie bedoeld in artikel 508/19bis van het Gerechtelijk Wetboek.
In afwijking van artikel 6bis, § 1, eerste en tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij dit besluit, richten de stafhouders, voor de werkingskosten van het kalenderjaar 2005, aan de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, de lijst met onkosten die in het kalenderjaar 2005 verbonden waren aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand van hun balie, tegen uiterlijk 30 augustus 2006. De lijst is vergezeld van alle bewijsstukken. De overheden verzamelen de lijsten en bewijsstukken en bezorgen die uiterlijk tegen 15 september 2006 aan de Minister.
In afwijking van artikel 6bis, § 1, eerste en tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij dit besluit, richten de stafhouders, voor de werkingskosten van het kalenderjaar 2005, aan de overheden bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, de lijst met onkosten die in het kalenderjaar 2005 verbonden waren aan de organisatie van het bureau voor juridische bijstand van hun balie, tegen uiterlijk 30 augustus 2006. De lijst is vergezeld van alle bewijsstukken. De overheden verzamelen de lijsten en bewijsstukken en bezorgen die uiterlijk tegen 15 september 2006 aan de Minister.
Art. 5. Par dérogation à l'article 6, § 1er de l'arrêté royal du 20 décembre 1999 fixant les conditions d'octroi, le tarif et les modalités de paiement de l'indemnité allouée aux avocats en exécution des articles 508/19, 508/20, 508/22 et 508/23, du Code judiciaire, modifié par le présent arrêté, pour les frais de fonctionnement exposés pour l'année civile 2005, les autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire font au Ministre une proposition concernant la répartition du subside visé à l'article 508/19bis du code judiciaire pour le 15 juin 2006 au plus tard.
Par dérogation à l'article 6bis, § 1er, alinéas 1er et 2 du même arrêté, inséré par le présent arrêté, pour les frais de fonctionnement de l'année civile 2005, les bâtonniers adressent aux autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire la liste reprenant les frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique de leur barreau pour l'année civile 2005, ainsi que toutes les pièces justificatives, pour le 30 août 2006 au plus tard. Les autorités rassemblent les listes et pièces justificatives et les font parvenir au Ministre pour le 15 septembre 2006 au plus tard.
Par dérogation à l'article 6bis, § 1er, alinéas 1er et 2 du même arrêté, inséré par le présent arrêté, pour les frais de fonctionnement de l'année civile 2005, les bâtonniers adressent aux autorités visées à l'article 488 du Code judiciaire la liste reprenant les frais liés à l'organisation du bureau d'aide juridique de leur barreau pour l'année civile 2005, ainsi que toutes les pièces justificatives, pour le 30 août 2006 au plus tard. Les autorités rassemblent les listes et pièces justificatives et les font parvenir au Ministre pour le 15 septembre 2006 au plus tard.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 7. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 juni 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Gegeven te Brussel, 10 juni 2006.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 7. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 10 juin 2006.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.
Donné à Bruxelles, le 10 juin 2006.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX.