Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 APRIL 2006. - Ministerieel besluit tot toekenning van financiële hulp en tot vaststelling van de modaliteiten om een overeenkomst af te sluiten betreffende de preventie van druggerelateerde maatschappelijke overlast en de lokale coördinatie van initiatieven inzake drugsverslaving.
Titre
14 AVRIL 2006. - Arrêté ministériel octroyant une allocation financière et déterminant les modalités de conclusion des conventions relatives à la prévention des nuisances sociales liées aux drogues et à la coordination locale des initiatives développées en matière de toxicomanie.
Informations sur le document
Numac: 2006000320
Datum: 2006-04-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006000320
Date: 2006-04-14
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Toekenning van de financiële toelage.
CHAPITRE Ier. - Octroi de l'allocation financière.
Artikel 1. In onderhavig besluit moet onder " contract " of " drugplancontract " worden verstaan : de overeenkomsten betreffende de preventie van druggerelateerde maatschappelijke overlast en de lokale coördinatie van initiatieven inzake drugsverslaving, die in het koninklijk besluit van 17 januari 2005 bedoeld worden.
Article 1. Il y a lieu d'entendre dans le présent arrêté par " contrats " ou " contrats plan drogue ", les conventions relatives à la prévention des nuisances sociales liées aux drogues et à la coordination locale des initiatives développées en matière de toxicomanie visées par l'arrêté royal du 17 janvier 2005.
Art. 2. Voor het afsluiten van een drugplancontract moeten de geselecteerde steden en gemeenten vóór 15 april 2006 een contractvoorstel indienen, dat beantwoordt aan de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden :
  1° het voorstel wordt ingediend aan de hand van formulieren die ter beschikking worden gesteld door de FOD Binnenlandse Zaken en die naar behoren worden ingevuld;
  2° de aanvragen betreffende het opstarten van nieuwe projecten worden gemotiveerd door de uitvoering van een lokale diagnostiek.
  Voor de uitvoering van deze diagnostiek, dienen de steden en gemeenten :
  1° een korte omgevingsanalyse te geven van de verschillende beschikbare gegevens;
  2° de problematieken te definiëren door bijzondere aandacht te schenken aan de gegevens die afkomstig zijn van de politiële criminaliteitsstatistieken en van de veiligheidsmonitor;
  3° te zorgen voor overeenstemming met de andere lokale plannen die betrekking hebben op de preventie en/of veiligheid, inzonderheid de zonale veiligheidsplannen, de buurt- en preventieplannen, de Contracten Grootstedenbeleid, het Stedenfonds, de socio-preventieve projecten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Stadsmonitoren en algemene omgevingsanalyses;
  4° de doelstellingen voor de vastgestelde problematiek(en) te formuleren.
Art. 2. La conclusion d'un contrat plan drogue est soumise à l'introduction avant le 15 avril 2006 par les villes et communes sélectionnées d'une proposition de contrat répondant aux conditions de recevabilité suivantes :
  1° la proposition est introduite à l'aide de formulaires, mis à disposition par le SPF Intérieur, lesquels sont dûment complétés;
  2° les demandes relatives à la création de nouveaux projets sont motivées par la réalisation d'un diagnostic local.
  Pour la réalisation de ce diagnostic, les villes et communes doivent :
  1° présenter une brève analyse contextualisée des différentes données disponibles;
  2° définir les problématiques en accordant une attention particulière aux données issues des statistiques policières de criminalité et du moniteur de sécurité;
  3° veiller à une concordance avec les autres plans locaux ayant traits à la prévention et/ou la sécurité, notamment les Plans zonaux de Sécurité, Les Plans de Prévention de Proximité, les Contrats Politique Grandes Villes, le Stedenfonds, les Projets socio-préventifs de la Région de Bruxelles-Capitale, les Moniteurs urbains et analyses générales environnementales;
  4° formuler les objectifs pour la/les problématique(s) identifiée(s).
Art. 3. Er wordt voorrang verleend aan de preventieprojecten die op één of meer van de volgende criminaliteitsvormen gericht zijn :
  1° maatschappelijke overlast;
  2° drugsbestrijding.
Art. 3. La priorité est accordée aux projets de prévention visant l'une ou plusieurs des formes de criminalité suivantes :
  1° les nuisances sociales;
  2° la lutte contre la toxicomanie.
Art. 4. Een financiële toelage wordt toegekend als tussenkomst in de kosten die voortkomen uit de uitvoering van de drugplancontracten. De bedragen in bijlage 1 worden toegekend aan de volgende steden en gemeenten :
  Aarlen, Andenne, Aubange, Aywaille, Bastenaken, Beauraing, Beringen, Borgworm, Ciney, Comblain-au-Pont, Etalle, Flémalle, Geel, Heusden-Zolder, Jette, Lanaken, Maasmechelen, Marche-en-Famenne, Mol, Moeskroen, Rochefort, Roeselare, Sambreville, Spa, Theux, Tongeren, Tubeke, Walcourt en Wezet.
  Het bedrag van de toelage mag niet overschreden worden.
Art. 4. Une allocation financière est octroyée à titre d'intervention dans les frais découlant de l'exécution des contrats plan drogue. Les montants figurant en annexe 1 sont octroyés aux villes et communes suivantes :
  Andenne, Arlon, Aubange, Aywaille, Bastogne, Beauraing, Beringen, Ciney, Comblain-au-Pont, Etalle, Flémalle, Geel, Heusden-Zolder, Jette, Lanaken, Maasmechelen, Marche-en-Famenne, Mol, Mouscron, Rochefort, Roulers, Sambreville, Spa, Theux, Tongres, Tubize, Visé, Walcourt et Waremme.
  Le montant de l'allocation ne peut être dépassé.
Art. 5. Deze uitgave wordt ondergebracht bij het overeenkomstig begrotingsartikel, dat ingesteld werd krachtens artikel 1, § 2quater, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen.
Art. 5. Cette dépense est imputée sur l'article budgétaire spécifique, institué en vertu de l'article 1er, § 2quater, alinéa 2, de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales.
Art. 6. De financiële toelage wordt toegekend voor 1 jaar. Zij wordt gegarandeerd voor het jaar 2006, binnen de perken van de beschikbare kredieten.
Art. 6. L'allocation financière est accordée pour 1 an. Elle est garantie, dans les limites des crédits disponibles, pour l'année 2006.
Art. 7. In geval van niet-naleving van een of meer bepalingen van het contract, behoudt de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde zich de mogelijkheid voor de toegekende toelage hetzij op te schorten en/of te beperken, hetzij deze geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Art. 7. En cas de non-respect d'une ou plusieurs dispositions du contrat, le Ministre de l'Intérieur ou son délégué se réserve la faculté soit de suspendre et/ou de réduire, soit de récupérer entièrement ou partiellement l'allocation octroyée.
HOOFDSTUK II. - Aanwending van de toelage en betalingsmodaliteiten.
CHAPITRE II. - Utilisation de l'allocation et modalités de paiement.
Afdeling 1. - Verdeling van de toelage.
Section 1re. - Répartition de l'allocation.
Art. 8. De toelage wordt verdeeld over 3 enveloppen, die onderworpen zijn aan de in Afdeling 2 - Aanwending van de toelage vermelde regels en beginselen.
  Het bedrag van deze enveloppes wordt bepaald, binnen de limieten van de toegekende globale toelage :
  1° op basis van de door de steden en gemeenten ingediende behoorlijk gemotiveerde voorstellen voor de verdeling van de begroting;
  2° met inachtneming van de artikelen 2 en 3.
  Een maximum van 5 % van de globale toelage kan bestemd worden voor de realisatie van investeringen in het kader van de uitvoering van het contract.
Art. 8. L'allocation est ventilée en 3 enveloppes soumises aux règles et principes énoncés à la Section 2 - Affectation de l'allocation.
  Le montant de ces enveloppes est déterminé, dans les limites de l'allocation globale octroyée :
  1° sur la base des propositions de ventilation budgétaire dûment motivées introduites par les villes et communes;
  2° en considération des articles 2 et 3.
  Un maximum de 5 % de l'allocation globale peut être affecté à la réalisation d'investissements dans le cadre de la mise en oeuvre du contrat.
Art. 9. De 3 in het contract voorziene enveloppen liggen vast. Zij mogen niet overschreden worden. Verschuivingen zijn niet toegestaan, tenzij voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de Minister van Binnenlandse Zaken of van zijn afgevaardigde.
  In dat geval kan uitzonderlijk, op basis van een volgens de regels gemotiveerde aanvraag, een spoedprocedure toegepast worden. De FOD Binnenlandse Zaken behoudt zich de opportuniteit voor om de ingeroepen motivering, evenals de dringende en uitzonderlijke aard van elke in dit kader ingediende aanvraag, te beoordelen.
Art. 9. Les 3 enveloppes prévues au contrat sont fixes. Elles ne peuvent être dépassées. Aucun glissement n'est donc autorisé, exception faite d'un accord écrit préalable du Ministre de l'Intérieur ou de son délégué.
  Dans ce cas, une procédure d'urgence, sur base d'une demande dûment motivée, peut être diligentée à titre exceptionnel. Le SPF Intérieur se réserve l'opportunité d'apprécier les motivations avancées ainsi que le caractère urgent et exceptionnel de toute demande introduite dans ce cadre.
Afdeling 2. - Aanwending van de toelage.
Section 2. - Affectation de l'allocation.
Art. 10. De aanwending van de toelage wordt onderworpen aan het annaliteitsbeginsel van de uitgaven. Alleen de tussen 1 januari en 31 december 2006 toegestane en vastgelegde uitgaven zullen in die zin in overweging genomen worden bij de afrekening en dus worden op het contract aangerekend worden.
Art. 10. L'utilisation de l'allocation est soumise au principe de l'annualité des dépenses. Seules les dépenses accordées et engagées entre le 1er janvier et le 31 décembre 2006 seront en ce sens prises en considération lors du décompte et donc imputées sur le contrat.
Art. 11. De aanwending van de toelage is onderworpen aan het bestemmingsbeginsel der kredieten.
  Onder bestemming wordt verstaan het feit dat de toegekende kredieten worden ingedeeld in categorieën van uitgaven voor het contract in zijn geheel, met name in personeelskosten, werkingskosten en investeringen.
  De personeelskosten geven alle kosten weer die de werkgever draagt voor de indienstneming van het in het kader van het contract aangeworven personeel.
  De werkingskosten omvatten de administratiekosten, de reiskosten, de actiemiddelen die nodig zijn voor de uitvoering van de in het kader van het contract ontwikkelde projecten en initiatieven.
  De investeringen zijn de uitgaven die een eenheidswaarde hebben die gelijk aan of hoger dan 100 EUR is en waarvan het betrokken voorwerp een vermoedelijke gebruiksduur van meer dan één jaar heeft.
Art. 11. L'utilisation de l'allocation est soumise au principe de l'affectation des crédits.
  Il faut entendre par affectation le fait que les crédits alloués sont ventilés par catégories de dépenses pour l'ensemble du contrat, à savoir en frais de personnel, frais de fonctionnement et investissements.
  Les frais de personnel désignent tous les frais supportés par l'employeur pour la mise en service du personnel engagé dans le cadre du contrat.
  Les frais de fonctionnement regroupent les frais administratifs, les frais de déplacement et les frais d'action nécessaires à la mise en oeuvre des projets et initiatives développés dans le cadre du contrat.
  Les investissements sont les dépenses qui ont une valeur unitaire égale ou supérieure à 100 EUR et dont l'objet concerné a une durée d'utilisation estimable de plus d'un an.
Art. 12. De aanwending van de toelage is onderworpen aan het beginsel van het in aanmerking komen der uitgaven.
  Onder in aanmerking komende uitgaven wordt verstaan de uitgaven die door dit besluit worden geïnventariseerd of waarin door middel van een contract of afwijkend schriftelijk akkoord wordt voorzien. De lijst met de aanvaardbare uitgaven bevindt zich in bijlage 2.
Art. 12. L'utilisation de l'allocation est soumise au principe de l'éligibilité des dépenses.
  Par dépenses éligibles on entend les dépenses inventoriées par le présent arrêté ou prévues par voie de contrat ou d'accord écrit dérogatoire. La liste des dépenses éligibles figure en annexe 2.
Art. 13. De aanwending van de toelage wordt onderworpen aan het opportuniteitsbeginsel van de uitgaven.
  Onder opportuniteit wordt verstaan het verband dat gelegd kan worden tussen de gedane uitgave en de verwezenlijking van de in het contract voorziene acties/projecten.
Art. 13. L'utilisation de l'allocation est soumise au principe de l'opportunité des dépenses.
  Par opportunité on entend le lien pouvant être établi entre la dépense et la réalisation des actions/projets fixés par le contrat.
Art. 14. De FOD Binnenlandse Zaken behoudt zich het recht voor om de gehele of gedeeltelijke uitgave van het bedrag te weigeren in geval van niet-naleving van de artikelen 10 tot 13.
Art. 14. Le SPF Intérieur se réserve le droit de refuser la dépense ou tout ou partie de son montant en cas de non respect des articles 10 à 13.
Afdeling 3. - Betalingsmodaliteiten.
Section 3. - Modalités de paiement.
Art. 15. De betaling van de financiële toelage gebeurt in schijven. Een eerste schijf van 70 % van het totale bedrag wordt als voorschot gestort.
Art. 15. Le paiement de l'allocation financière s'effectue par tranche. Une première tranche de 70 % du montant total est versée à titre d'avance.
Art. 16. De tweede schijf of het verschuldigde resterende saldo wordt gestort na afloop van het contract en na een grondige controle van de uitgaven.
Art. 16. La seconde tranche ou solde restant dû est versée à l'issue du contrat et après un contrôle approfondi des dépenses.
Art. 17. De terugvordering van de na grondige controle van de uitgaven vastgestelde onverschuldigde bedragen gebeurt na beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken of van zijn afgevaardigde, en volgens de voorwaarden die in de artikelen 18 tot 22 worden vermeld.
Art. 17. La récupération des sommes indues, identifiées par le contrôle approfondi des dépenses, sera opérée sur décision du Ministre de l'Intérieur ou de son délégué, et dans les conditions énoncées aux articles 18 à 22.
HOOFDSTUK III. - Controlemechanismen.
CHAPITRE III. - Mécanismes de contrôle.
Art. 18. § 1. De steden en gemeenten rechtvaardigen hun uitgaven door een financieel dossier in te dienen.
  § 2. Elke voorgelegde uitgave moet vergezeld worden van een bewijsdocument en een betalingsbewijs.
  Onder bewijsdocumenten verstaat men : de facturen die uitgaan van externe leveranciers, gedetailleerde schuldvorderingen en interne facturen. Die documenten kunnen ofwel de originele exemplaren zijn, ofwel kopieën; in dit geval moeten zij volledig en leesbaar zijn.
  Onder betalingsbewijs verstaat men : de kopieën van rekeninguittreksels of ieder door de begunstigde van een kwijting voorzien document of, bij gebrek daaraan, een verklaring op erewoord van de gemeenteontvanger waarin op duidelijke en volledige wijze het geheel van de gedane uitgaven is opgenomen en waarin verklaard wordt dat zij wel degelijk betaald werden. Kopieën van een betalingsopdracht of -bevel hebben geen enkele bewijswaarde.
Art. 18. § 1er. Les villes et communes justifient leurs dépenses par la présentation d'un dossier financier.
  § 2. Toute dépense soumise doit être accompagnée d'une pièce justificative et d'une preuve de paiement.
  On entend par pièces justificatives : les factures émanant de fournisseurs externes, les déclarations de créances circonstanciées et les factures internes. Les pièces peuvent être soit des originaux, soit des copies et dans ce cas, elles doivent être complètes et lisibles.
  On entend par preuve de paiement : les copies d'extraits bancaires ou toute pièce acquittée par le bénéficiaire ou, à défaut, une déclaration sur l'honneur du Receveur communal reprenant de manière précise et exhaustive l'ensemble des dépenses engagées et attestant que celles-ci ont bien été payées. Les copies de mandat ou d'ordre de paiement n'ont aucune valeur probante.
Art. 19. § 1. Het dossier is samengesteld uit drie delen :
  1° Het overzicht van de uitgaven dat ter beschikking gesteld wordt van de FOD Binnenlandse Zaken via de speciaal hiervoor bestemde website van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid. Elke door de stad of gemeente aangestelde verantwoordelijke krijgt beveiligde toegangscodes, waardoor de vertrouwelijkheid van de gegevens wordt gewaarborgd, en tevens een handleiding voor de webtoepassing.
  2° De bewijsdocumenten van het referentiejaar betreffende de personeels- en investeringsuitgaven, die, gerangschikt per in het contract opgenomen project, en die per brief of per drager aan de FOD Binnenlandse Zaken worden bezorgd. De lijst der vereiste bewijsdocumenten bevindt zich in bijlage 3.
  3° De bewijsdocumenten van het referentiejaar betreffende de werkingskosten, die in de steden en gemeenten worden bijgehouden en die ter beschikking van de FOD Binnenlandse Zaken worden gehouden.
  § 2. De drie delen worden ten laatste op 31 maart 2007 verzonden naar de FOD Binnenlandse Zaken of te zijner beschikking gesteld.
Art. 19. § 1er. Le dossier est constitué de trois parties :
  1° Le récapitulatif des dépenses mis à disposition du SPF Intérieur via le site web de la Direction générale Politique de Sécurité et de Prévention réservé à cet effet. Des codes d'accès sécurisés garantissant la confidentialité des données ainsi qu'un mode d'emploi de l'application web sont distribués à chaque responsable désigné par la ville ou commune.
  2° Les pièces justificatives de l'année de référence relatives aux dépenses de personnel et d'investissements, classées par projet inscrit au contrat, sont adressées par courrier ou par porteur au SPF Intérieur. La liste des pièces justificatives requises figure en annexe 3.
  3° Les pièces justificatives de l'année de référence relatives aux frais de fonctionnement conservées au sein des villes et communes et tenues à la disposition du SPF Intérieur.
  § 2. Les trois parties sont envoyées au SPF Intérieur ou tenues à sa disposition pour le 31 mars 2007 au plus tard.
Art. 20. § 1. De FOD Binnenlandse Zaken voert een grondige controle uit van de onderdelen van het financiële dossier dat door de steden en gemeenten wordt ingediend.
  § 2. Men onderscheidt twee soorten controles :
  1° De controle door de financiële cel van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid.
  Deze heeft betrekking op :
  a) de ontvankelijkheid van de ingediende bewijsdocumenten.
  Een document wordt als ontvankelijk beschouwd zodra de in artikel 18 vermelde voorwaarden worden nageleefd en het deel uitmaakt van de stukken in bijlage 3 voorgeschreven documenten.
  b) de naleving van de voorwaarden van de artikelen 10 tot en met 14 van onderhavig besluit.
  2° De controle in de stad of gemeente zelf, die betrekking heeft op het effectief plaatshebben van de uitgaven en hun daadwerkelijk verband met de projecten van het overeenstemmende contract. Deze controle gebeurt steekproefgewijs op de verschillende kostencategorieën.
Art. 20. § 1er. Le SPF Intérieur réalise un contrôle approfondi des pièces constitutives du dossier financier présenté par les villes et communes.
  § 2. On distingue deux types de contrôle :
  1° Le contrôle au sein de la cellule financière de la Direction Générale Politique de Sécurité et de Prévention.
  Il porte sur :
  a) la recevabilité des pièces justificatives introduites.
  Une pièce est considérée comme recevable dès lors qu'elle respecte les conditions énoncées à l'article 18 et qu'elle figure parmi les pièces prescrites dans l'annexe 3.
  b) sur le respect des conditions des articles 10 à 14 du présent arrêté.
  2° Le contrôle au sein de la ville ou commune qui porte sur l'effectivité des dépenses et sur leur lien réel avec les projets du contrat qui la concerne. Ce contrôle s'effectue par coup de sonde sur les différentes catégories de frais.
Art. 21. De FOD Binnenlandse Zaken kan bijkomende informatie kan vragen. Het niet bezorgen van de gevraagde aanvullingen leidt tot de afwijzing van de betrokken uitgaven.
Art. 21. Des compléments d'information peuvent être requis par le SPF Intérieur. L'absence de transmission des compléments requis entraîne le refus des dépenses concernées.
Art. 22. Na afloop van de controle ontvangt elke stad of gemeente een voorlopige afrekening en beschikt ze over maximum vier weken om haar akkoord te geven of, in geval van niet-akkoord over de toegestane bedragen, haar argumenten voor te leggen.
  Na die termijn, of in geval van akkoord over de bedragen van de afrekening, stelt de FOD Binnenlandse Zaken een definitieve afrekening op, die aanleiding geeft tot de betaling van het verschuldigde resterende saldo of tot de terugvordering van het teveel geïnde bedrag.
Art. 22. Au terme du contrôle, chaque ville ou commune reçoit un décompte provisoire et dispose de quatre semaines maximum pour marquer son accord ou soumettre ses arguments en cas de désaccord sur les montants accordés.
  Passé le délai ou en cas d'accord sur les montants du décompte, le SPF Intérieur établit le décompte final qui donnera lieu au paiement du solde restant dû ou à la récupération du trop perçu.
HOOFDSTUK IV. - Eindbepaling.
CHAPITRE IV. - Disposition finale.
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.
  Gegeven te Brussel, 14 april 2006.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
Art. 23. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006.
  Donné à Bruxelles, le 14 avril 2006.
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. Bedragen van de voor de drugplancontracten toegekende financiële hulp 2006.
Art. N1. Annexe 1. Montants des allocations octroyées pour les contrats plans drogue.
  Stad/Gemeente                                         Drugplancontracten
  Andenne                                                    58 502,89 euro
  Aarlen                                                     73 748,32 euro
  Aubange                                                    45 072,59 euro
  Aywaille                                                   61 973,38 euro
  Bastenaken                                                 49 677,80 euro
  Beauraing                                                  43 794,52 euro
  Beringen                                                   41 646,12 euro
  Ciney                                                      38 851,73 euro
  Comblain-au-Pont                                           32 721,93 euro
  Etalle                                                     48 679,98 euro
  Flemalle                                                   50 496,52 euro
  Geel                                                       32 721,95 euro
  Heusden-Zolder                                             32 721,95 euro
  Jette                                                      39 786,92 euro
  Lanaken                                                    41 646,12 euro
  Maasmechelen                                               41 150,33 euro
  Marche-en-Famenne                                          59 472,92 euro
  Mol                                                        32 300,52 euro
  Moeskroen                                                  65 443,89 euro
  Rochefort                                                  38 051,66 euro
  Roeselare                                                  40 654,54 euro
  Sambreville                                                31 979,27 euro
  Spa                                                        32 721,94 euro
  Theux                                                      27 268,29 euro
  Tongeren                                                   39 555,00 euro
  Tubeke                                                     47 952,97 euro
  Wezet                                                      32 721,95 euro
  Walcourt                                                   37 184,03 euro
  Borgworm                                                   41 646,11 euro
  Ville/Commune                                         Contrats plans drogue
  Andenne                                                    58 502,89 euro
  Arlon                                                      73 748,32 euro
  Aubange                                                    45 072,59 euro
  Aywaille                                                   61 973,38 euro
  Bastogne                                                   49 677,80 euro
  Beauraing                                                  43 794,52 euro
  Beringen                                                   41 646,12 euro
  Ciney                                                      38 851,73 euro
  Comblain-au-Pont                                           32 721,93 euro
  Etalle                                                     48 679,98 euro
  Flemalle                                                   50 496,52 euro
  Geel                                                       32 721,95 euro
  Heusden-Zolder                                             32 721,95 euro
  Jette                                                      39 786,92 euro
  Lanaken                                                    41 646,12 euro
  Maasmechelen                                               41 150,33 euro
  Marche-en-Famenne                                          59 472,92 euro
  Mol                                                        32 300,52 euro
  Mouscron                                                   65 443,89 euro
  Rochefort                                                  38 051,66 euro
  Roulers                                                    40 654,54 euro
  Sambreville                                                31 979,27 euro
  Spa                                                        32 721,94 euro
  Theux                                                      27 268,29 euro
  Trongres                                                   39 555,00 euro
  Tubize                                                     47 952,97 euro
  Vise                                                       32 721,95 euro
  Walcourt                                                   37 184,03 euro
  Waremme                                                    41 646,11 euro
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 14 april 2006.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
  Vu pour être annexé à notre arrêté du 14 avril 2006.
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
Art. N2. Bijlage 2. Lijst der in aanmerking komende uitgaven.
  PERSONEELSKOSTEN.
  1. Algemeen.
  De personeelskosten verwijzen naar de loonkosten of elke andere kost die door de werkgever worden gedragen voor de indienststelling van het in het kader van het contract aangeworven personeel. Hierbij zijn inbegrepen : de premies (tweetaligheidspremie, vergoeding voor onregelmatige prestaties en overuren) en de sociale bijdragen en dat rekening houdend met het toegekende forfaitaire bedrag. De personeelskosten omvatten niet het uniform, het materieel en de bijzondere vergoedingen zoals de reiskosten (behalve de kosten van het contractpersoneel voor het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer - trein, tram, bus, metro - en dat ten belope van het bedrag dat overeenstemt met de wettelijke tussenkomst van de werkgever) en de ontslagkosten.
  2. Bijzonderheden.
  2.1. Tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en opportuniteit van de aanwerving.
  De loonkosten van personen waarvan de indiensttreding niet kan worden gerechtvaardigd door een opportuniteitsverband met de uitvoering van de in het contract voorziene projecten, kunnen niet ten laste worden genomen.
  2.2. Tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken en statuten.
  De tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken in de personeelskosten betreft :
  a) het geheel van personeelsleden die door de gemeente/stad zijn aangeworven. In dit geval zijn alleen de in het kaderbesluit van 17 januari 2005 voorziene forfaitaire maximumbedragen van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden;
  b) het geheel van personeelsleden die aangeworven zijn door een vzw of elke andere dienst/instelling die over eigen rechtspersoonlijkheid beschikt (overdracht van de aan het contract toegekende middelen). In dit geval zijn alleen de in het kaderbesluit van 17 januari 2005 voorziene forfaitaire maximumbedragen van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden.
  c) het geheel van personeelsleden die aangeworven of tewerkgesteld zijn in het kader van vervangingscontracten of interimcontracten. In dit geval zijn alleen de in het kaderbesluit van 17 januari 2005 voorziene forfaitaire maximumbedragen van toepassing. Deze mogen in geen enkel geval worden overschreden.
  De aanwerving van personeel geeft aanleiding tot de toekenning van een maximale forfaitaire tegemoetkoming ter dekking van de reële lasten waarmee de gemeente geconfronteerd wordt in het kader van de tewerkstelling van dat personeel. De reële lasten omvatten het geheel van de tewerkstellingskosten (salaris, werkgeversbijdragen en andere), verminderd met de bijzondere premies (bijv. : GESCO-premie), toelagen (bijv. : werkuitkering) of bijzondere vrijstellingen (bijv. van een gedeelte van de werkgeversbijdrage) die verbonden zijn aan de statuten waaronder dat personeel aangeworven wordt en waarvan de gemeente heeft kunnen genieten.
  Worden niet beschouwd als personeelskosten :
  - de aan de inwerkingtreding van de artikelen 60 (prestaties) verbonden kosten;
  - de aan de bezoldiging van studenten en jobstudenten verbonden kosten;
  - de aan punctuele diensten in het kader van de tewerkstelling van PWA-personeel verbonden kosten;
  - de aan de indiensttreding van dienstverleners (bijv. : consultants, deskundigen, sprekers op colloquia/seminaries) verbonden kosten.
  Deze worden dientengevolge aangerekend op de enveloppe werkingskosten.
  2.3. Berekening van de forfaitaire bedragen.
  De toegekende forfaitaire bedragen worden proportioneel berekend :
  - in verhouding tot het aantal gepresteerde dagen en maanden (Berekening van de dagen in 365ste, waarbij de weekends, verlofdagen, ziekteverloven (tot 28, 30 of 31ste dag in geval van langdurige ziekte ...) gelijkgesteld worden met de gepresteerde dagen.);
  - in verhouding tot de werktijden;
  - en in verhouding tot het kwalificatieniveau voor de aanwerving van de persoon.
  2.4. Vervanging van een personeelslid wegens ziekte of zwangerschapsverlof of wegens elke ander vorm van langdurig verlof.
  Indien een krachtens een drugplancontract tewerkgesteld personeelslid tijdens het contractjaar gedurende lange tijd afwezig is (wegens ziekte, zwangerschapsverlof of elke andere vorm van langdurig verlof), dan bestaat de mogelijkheid om die persoon te vervangen.
  In alle gevallen blijft de financiële tussenkomst van de Minister van Binnenlandse Zaken beperkt tot de in het koninklijk besluit van 17 januari 2005 voorgeschreven weddenschalen.
  Wat de berekening van de forfaitaire tussenkomst betreft, zie punt 2.3.
  2.5. Omschakeling van een voltijdse naar een deeltijdse tewerkstelling in het kader van een loopbaanonderbreking, ouderschapsverlof of andere omstandigheden.
  De omschakeling van een voltijdse naar een deeltijdse tewerkstelling is toegestaan in de loop van het begrotingsjaar. Hetzelfde geldt voor het invullen van de vrijgekomen deeltijdse betrekking.
  De eventueel aan de uitsplitsing van de betrekkingen verbonden meerkost blijft ten laste van de gemeente.
  Wat de berekening van de forfaitaire tussenkomst betreft, zie punt 2.3.
  WERKINGSKOSTEN.
  De volgende opsommingen mogen niet als allesomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die in deze lijst niet voorkomen, te kunnen weigeren/aanvaarden.
  1. Administratiekosten.
  De administratiekosten dekken tegelijk de gewone kosten die veroorzaakt worden door de werking van een beheerssecretariaat evenals de opleidings- en zendingskosten en de uitgaven die er verband mee houden.
  Zo verstaat men onder administratiekosten :
  - postzegels (enkel voor de briefwisseling van de preventiedienst);
  - telefoonkosten :
  - vaste lijnen : abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken;
  - mobiele telefoons : abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken, voorafbetaalde kaarten;
  - internet : abonnement, gebruik en activering;
  - abonnementen en aankoop van vakliteratuur;
  - kantoorbenodigdheden;
  - opleidingskosten : de deelnamekosten voor studiedagen of andere opleidingen kunnen ten laste genomen worden op voorwaarde dat die uitgaven verbonden zijn aan opleidingen die kunnen bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van een project van het contract. De kosten die op die wijze worden gemaakt, worden bij voorrang toegestaan voor de personeelsleden die door de Minister van Binnenlandse Zaken betoelaagd worden. Niettemin komen de opleidingskosten van het personeel dat aan in het contract betoelaagde projecten verbonden is, in aanmerking en dat op voorwaarde dat de gemeente die betrekkingen ten laste neemt. Indien de tewerkstelling gefinancierd wordt met een toelage van een andere overheid, blijven de opleidingskosten ten laste van de gemeente, maar zij kunnen, in voorkomend geval op het contractbudget aangerekend worden, mits voorlegging van een gemotiveerde nota (die bij de afrekening wordt gevoegd) en op uitdrukkelijke voorwaarde dat de subsidiërende overheid die die betrekkingen financiert, de tenlasteneming door de gestorte toelage van de opleidingskosten van die personeelsleden, niet toestaat (of niet dekt). De FOD Binnenlandse Zaken behoudt zich evenwel het recht voor om de relevantie van de gegeven motivering te beoordelen;
  - de inschrijvingskosten voor het Europees Forum;
  - de verblijfskosten tijdens niet-residentiële colloquia, opleidingen en activiteiten;
  - de verblijfskosten tijdens residentiële colloquia, opleidingen en activiteiten in België;
  - de kosten voor buitenlandse opdrachten (inschrijvingskosten, vervoerskosten, logies en maaltijden). Een verklarende nota moet bij de bewijzen gevoegd worden : daarin wordt het onderwerp van de opdracht gepreciseerd en de deelname van het personeel gemotiveerd;
  - parkeerkosten bij reizen;
  - drank- en/of maaltijdkosten en dat enkel tijdens langdurige vergaderingen, bijzondere prestaties (avondprestaties, contactnamebudget voor straathoekwerkers ...); iedere onkostennota moet vergezeld worden door een nota met omstandige uitleg.
  2. Reiskosten.
  2.1. Algemeen.
  Enkel de reiskosten van het personeel, dat aangeworven wordt in het kader van het contract en betoelaagd wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken, en dat nodig is voor de uitwerking van het project of van één van zijn aspecten, kunnen op het toegekende budget worden ingebracht.
  De reiskosten voor het woon-werkverkeer komen niet in aanmerking. Zij dienen op de loonkosten ingebracht te worden.
  2.2. Bijzonderheden.
  De reiskosten die eigen zijn aan de coördinatie van het contract (drugplanverantwoordelijke, interne evaluator, administratieve en financiële coördinator) kunnen evenwel aanvaard worden op voorwaarde dat de gemeente die betrekkingen ten laste neemt. Indien die betrekkingen door een andere subsidiërende overheid gefinancierd worden, blijven de reiskosten van het personeel ten laste van de gemeente en kunnen zij aanleiding geven tot subsidieaanvragen bij andere overheden.
  Ook de reiskosten naar aanleiding van de deelname aan studie- of opleidingsdagen worden bij voorrang toegestaan aan personeel dat door de Minister van Binnenlandse Zaken betoelaagd wordt. De reiskosten van het personeel dat aan in het contract betoelaagde projecten verbonden is, komen alleszins in aanmerking, op voorwaarde dat de gemeente die betrekkingen ten laste neemt. Indien die betrekkingen door een andere subsidiërende overheid gefinancierd worden, blijven de reiskosten ten laste van de gemeente en kunnen zij aanleiding geven tot een toelageaanvraag bij andere overheden.
  Met uitsluiting van de reiskosten voor het woon-werkverkeer kunnen de reizen van het personeel van het contract in het kader van een actie ten laste van het contract genomen worden. Zij worden dan ingebracht op het budget van de actiemiddelen (vervoerskosten zoals de huur van een wagen) of op het budget van de reiskosten.
  De reiskosten van personeel dat onder de bevoegdheid van een andere subsidiërende overheid valt, of het nu gaat om leden van de coördinatie of om leden van enige andere tussenkomende partij, en dat deelneemt aan de uitvoering van in het contract voorziene acties tot de verwezenlijking van de doelstellingen van een project van het contract kan bijdragen, kunnen dus als afwijking en onder voorbehoud van de indiening van een gemotiveerde verklarende nota (die aan de bewijzen wordt toegevoegd) worden ingebracht op de reiskosten/actiemiddelen van het contract. De FOD Binnenlandse Zaken behoudt zich evenwel het recht voor om de relevantie van de gegeven motivering te beoordelen.
  2.2.2. Aanvaarde uitgaven :
  2.2.1.1. voertuigen die via het contract gefinancierd worden en die uitsluitend ter beschikking van de Preventiedienst gesteld worden :
  - de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart);
  - de verzekeringskosten van de voertuigen;
  - de onderhoudskosten van de voertuigen;
  - de herstellingskosten van de voertuigen;
  2.2.1.2. gemeentevoertuigen die niet via het contract gefinancierd worden, maar uitsluitend ter beschikking van de Preventiedienst gesteld worden :
  - de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart);
  - de verzekeringskosten van de voertuigen;
  2.2.1.3. gemeentevoertuigen die niet via het contract gefinancierd worden en niet uitsluitend ter beschikking van de Preventiedienst of van één of meerdere diensten van het contract gesteld worden :
  - de brandstofkosten van de voertuigen (benzinekaart) in verhouding tot het gebruik voor het contract;
  - de verzekeringskosten van de voertuigen in verhouding tot het gebruik voor het contract;
  of
  - de kilometervergoeding van de gemeentevoertuigen in verhouding tot het gebruik voor het contract (opdrachten);
  2.2.1.4. Andere :
  - de kilometervergoeding van de persoonlijke voertuigen van de personeelsleden;
  - de vervoersbewijzen.
  2.2.2. Geweigerde uitgaven :
  - de onderhoudskosten van de gemeentevoertuigen die niet via het Contract worden gefinancierd;
  - de herstellingskosten van de gemeentevoertuigen die niet via het Contract worden gefinancierd;
  - de verzekeringskosten van de persoonlijke voertuigen van de personeelsleden, die voorritten bij de uitoefening van hun functie gebruikt worden.
  3. Actiemiddelen.
  3.1. Algemeen.
  De actiemiddelen zijn middelen die worden vrijgemaakt om de initiatieven te dekken die worden opgenomen in het drugplancontract en/of die niet reeds in de administratiekosten werden opgenomen.
  3.1.1. Aanvaarde uitgaven :
  Algemeen.
  - de telefoonkosten :
  - vaste lijnen : abonnementen en gesprekken - beperking van de internationale gesprekken;
  - mobiele telefoons : abonnementen en gesprekken -beperking van de internationale gesprekken, vooraf betaalde kaarten;
  - Internet : abonnement, gebruik en activering;
  - de kosten voor de deelname aan activiteiten van het omkaderende personeel dat door de FOD Binnenlandse Zaken in het kader van het contract betoelaagd wordt;
  - de realisatie, verspreiding van sensibiliseringsmateriaal of andere uitgaven die verbonden zijn aan de organisatie van sensibiliseringsacties voor een doelpubliek;
  - het klein activiteitenmaterieel (voorbeelden : gezelschapsspelen, werken,...);
  - de huur en de lasten - water, gas, elektriciteit, brand- en diefstalverzekering en verwarming- van de lokalen van de preventiedienst of andere gedecentraliseerde diensten van het contract behalve gemeente-eigendom (Onder gemeente-eigendom moet worden verstaan elk onroerend goed dat rechtstreeks tot het patrimonium van de gemeente/stad behoort.), en dat in verhouding tot de bezetting door de diensten die in het kader van het contract door de Minister van Binnenlandse Zaken worden gefinancierd;
  - de lasten -water, gas, elektriciteit en verwarming- van de gemeentelijke lokalen (Onder gemeentelijke gebouwen of lokalen moet worden verstaan elk onroerend goed dat rechtstreeks tot het patrimonium van de gemeente/stad behoort.) die door de gemeente ter beschikking gesteld worden aan de diensten, en dit in verhouding tot de bezetting door de diensten die in het kader van het contract door de Minister van Binnenlandse Zaken worden gefinancierd;
  - de onderhoudskosten van de lokalen indien men een beroep doet op een extern (niet-gemeentelijk) schoonmaakbedrijf - een verklarende nota moet dan bij de ingediende bewijzen gevoegd worden;
  - de verwezenlijking en de publicatie van folders en brochures : de lokale adviseurs schenken bijzondere aandacht aan de productie van door de gemeenten voorgestelde sensibiliseringsmateriaal en zien er op toe dat er geen overlappingen zijn met het door het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid (VSP) ter beschikking gesteld ondersteuningsmateriaal; het gebruikte materiaal vermeldt de steun van het VSP met de woorden " Met de steun van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid - Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid " en bij voorkeur met het gebruik van het logo van het VSP en van de FOD Binnenlandse Zaken. De logo's zijn beschikbaar op het VSP;
  - de huur van zalen, stands, tenten voor de organisatie van evenementen;
  - de huur van demonstratiematerieel voor de organisatie van evenementen;
  - de huur van vervoermiddelen in het kader van een activiteit;
  - de huur van een kopieermachine, een telefoon-fax;
  - het onderhoud en herstel van materieel;
  - de cateringkosten tijdens interne vergaderingen of in het kader van het onthaal van het publiek (voor zover deze redelijk zijn en met uitzondering van de alcoholhoudende dranken);
  - de cateringkosten tijdens externe vergaderingen (voor zover deze redelijk zijn en met uitzondering van alcoholhoudende dranken);
  - de receptiekosten (catering en kosten in verband met de organisatie van een receptie, zoals bijvoorbeeld de huur van de zaal, de prestaties ...) tijdens activiteiten of feestelijkheden in het kader van plaatselijke preventie-initiatieven; voor die onkostencategorie is grote matigheid geboden en moet een verklarende nota bij de bewijzen worden gevoegd;
  - de representatiekosten (restauratie, contactnamebudget voor straathoekwerkers ... behoudens alcolholhoudende dranken) in het kader van de uitvoering van de activiteiten of van de projecten van het contract of nog in het kader van bijzondere prestaties;
  - de verfraaiing der lokalen (bijv. : behang, verf), op voorwaarde dat deze uitsluitend ter beschikking van het contractpersoneel worden gesteld of, in voorkomend geval, in verhouding tot de bezetting van de lokalen voor het contract;
  - de kosten voor deelname aan externe activiteiten, zowel voor het begeleidend personeel als voor de begunstigden (bijv. : inkom attractieparken, bioscoop, ijspiste, ...);
  - de leasing van wagens (op voorwaarde dat in het contract in die leasing wordt voorzien of mits voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur-generaal van de AD VPB of van de Voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken). De restwaarde die de aankoop van het voertuig mogelijk maakt, blijft ten laste van de gemeente en kan in geen geval door de FOD Binnenlandse Zaken ten laste genomen worden;
  - de renting van voertuigen (op voorwaarde dat in het contract in renting wordt voorzien of mits voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur-generaal van de Algemene Directie VPB of van de Voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken);
  - de apothekerskosten.
  Bijzonderheden.
  Sommige maatregelen die in het kader van de voorkoming van druggerelateerde maatschappelijke overlast worden gefinancierd, hebben, door hun aard, specifieke uitgaven tot gevolg.
  Dientengevolge zullen de volgende kosten, bovenop of in afwijking van de algemene uitgaven die in deze richtlijnen worden aanvaard, en met inachtneming van de opportuniteitsband tussen die uitgaven en de gesubsidieerde maatregelen, op het contract ingebracht kunnen worden.
  Straathoekwerk :
  Werking - Budget voor contactname :
  - voorbehoedsmiddelen;
  - materiaal in de vorm van stérifix-verpakking of andere kits voor druggebruikers,....;
  - koude of warme dranken en kleine catering bestemd voor het doelpubliek.
  Psychosociaal werk :
  - Kosten die verbonden zijn aan de acties voor sociaal administratief herstel.
  Geweigerde uitgaven :
  - de huur van lokalen die de gemeente ter beschikking stelt en waarvan zij eigenaar is;
  - de huur van gemeentematerieel (bv. kantoorgerief, informaticamaterieel, audiovisuele toestellen, kopieermachine ...) dat ter beschikking van het contract gesteld wordt;
  - de onderhoudskosten (schoonmaak) van de lokalen van de preventiedienst die de gemeente ter beschikking stelt en/of van de lokalen en de gedecentraliseerde diensten, behalve indien er een beroep moest worden gedaan op de diensten van bedrijven die niet van de gemeente afhangen (in dat laatste geval is een verklarende nota nodig);
  - de facturatie van uren die gepresteerd worden door gemeentepersoneel buiten het contract.
  INVESTERINGEN.
  1. Algemeen.
  De investeringen zijn de uitgaven die een eenheidswaarde hebben die gelijk of hoger is dan 100 euro en waarvan het voorwerp een vermoedelijke gebruiksduur van meer dan één jaar heeft.
  In het contract moeten de aard en het aantal van iedere investering, en tevens het totale bedrag van de investeringen waarin voor het begrotingsjaar wordt voorzien uitdrukkelijk vermeld worden.
  Enkel de investeringen die opgenomen zijn in het kader van het contract of van een schriftelijk akkoord waarin van de aanvaarde uitgaven wordt afgeweken, op het contract worden aangerekend.
  De volgende opsommingen mogen niet als allesomvattend beschouwd worden. Een beperkte manoeuvreerruimte blijft behouden om gelijkaardige uitgaven of uitgaven die niet voorkomen in deze lijst, te kunnen weigeren/aanvaarden.
  2. Bijzonderheden.
  2.1. Uitgaven die aanvaard worden indien er in het contract in voorzien wordt of door middel van een afwijkend schriftelijk akkoord :
  - de aankoop van audiovisueel materieel;
  - de aankoop of leasing en installatie van informaticamaterieel (bijv. PC, printer, scanner, monitor, draagbare computer, graveertoestel voor CD-ROM, informaticalicenties en -programma's, USB-poort, hardware);
  - de aankoop en installatie van tele/radio-communicatie materiaal (telefooncentrale, GSM en wagenkit, vaste telefoon, internetmodem). De GSM-toestellen die aangekocht worden ter vervanging van verloren of gestolen toestellen blijven ten laste van de gemeente;
  - de aankoop van kantoormeubelen;
  - de aankoop van meubels voor de inrichting van gedecentraliseerde infrastructuren en diensten die door het contract gefinancierd worden;
  - de aankoop en installatie van (een) kopieermachine(s);
  - de aankoop en installatie van beveiligingsmaterieel voor de gedecentraliseerde lokalen van de diensten die via het contract gefinancierd worden;
  - de aankoop van tentoonstellingswanden, van stand(s), luifel(s) ...;
  - de aankoop van fietsen en bromfietsen met een cylinderinhoud van max. 50 cc;
  - de aankoop van promotiematerieel (bijv. : uitstalkast voor materieel);
  - de aankoop van elektrische huishoudtoestellen. De bestemming van het materieel moet uitdrukkelijk in de afrekening worden vermeld;
  - de investeringen verbonden aan de goede werking van de dienst (voorbeelden : koelkast, wasmachine, droogkast, bed, matras, kapstok, afwas ...) - In het exclusieve kader van de onthaal- en opvangcentra.
  2.2. Geweigerde uitgaven :
  - de aankoop van auto's en moto's;
  - de aankoop, de verbouwing (voorbeelden : het vergroten, de installatie van sanitair, de installatie van centrale verwarming, de installatie van telefoonlijnen, de installatie van vloerbedekking, de aankoop van behang/gordijnen) of renovatie van gebouwen (voorbeelden : de vervanging van het dak, de vervanging van ramen, de vervanging van vloerbekleding);
  - de aankoop van materieel voor sportactiviteiten.
  KREDIETEN DIE AAN EEN VZW OF ELKE ANDERE INSTELLING MET RECHTSPERSOONLIJKHEID OVERGEDRAGEN WORDEN.
  Het is toegestaan om sommige voorziene middelen (personeelskosten, actiemiddelen, investeringen) ter beschikking te stellen van een VZW of elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid, die voor de uitvoering van de in het contract bedoelde doeleinden zal instaan. Daartoe dient de gemeente een overeenkomst af te sluiten met deze instelling, waarin de rechten en plichten van elke partij worden opgenomen.
  De algemene beginselen van deze richtlijnen (aard van de uitgaven, voorafgaande vergunnings-/afwijkingsprocedures, ...) blijven echter volledig van toepassing. Daaruit vloeit voort dat de kosten, die het loon van het door een vzw of een andere instelling met rechtspersoonlijkheid aangeworven personeel dekken, evenals de werkingsmiddelen en investeringen van het/de project(en) respectievelijk op de enveloppen van de personeelskosten, werkingsmiddelen en investeringen van het contract aangerekend worden.
  In dit geval is de gemeente eveneens verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de acties en het voorleggen van de bewijsdocumenten.
  Bij niet-naleving van één of meerdere bepalingen van het drugplan-contract, behoudt de Minister van Binnenlandse Zaken zich de mogelijkheid voor ofwel de toegekende subsidie te schorsen en/of te verminderen, ofwel haar volledig of gedeeltelijk terug te vorderen.
  Zo initiatieven aan een vzw of elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid worden toevertrouwd, dienen de uitgewerkte acties en/of projecten conform te zijn met de overeenkomst die tussen de stad/gemeente en de Minister van Binnenlandse Zaken wordt afgesloten, met de ingediende financiële documenten evenals met de wetgeving inzake de controle op de toekenning en aanwending van bepaalde subsidies. De gemeente is de enige gesprekspartner van de FOD Binnenlandse Zaken en blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het contract en voor het voorleggen en motivering van het financieel dossier.
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 14 april 2006.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
Art. N2. Annexe 2. Liste des dépenses éligibles.
  FRAIS DE PERSONNEL.
  1. Généralités.
  Les frais de personnel désignent les coûts salariaux ou tout autre frais supportés par l'employeur pour la mise en service du personnel engagé dans le cadre du contrat, en ce compris les primes (prime de bilinguisme, indemnités pour prestations irrégulières et heures supplémentaires) et les cotisations sociales, dans les limites du forfait octroyé. Les frais de personnel n'incluent pas l'habillement, le matériel et les dédommagements particuliers tels que les frais de déplacement (sauf les frais du personnel du Contrat pour le trajet domicile - lieu de travail en transport commun - train, tram, bus, métro - et ce à concurrence d'un montant équivalent à l'intervention légale de l'employeur) et les frais de licenciement.
  2. Particularités.
  2.1. Intervention du Ministre de l'Intérieur et opportunité du recrutement.
  Les coûts salariaux relatifs aux personnes dont l'entrée en service ne peut être justifiée par un lien d'opportunité avec la réalisation des projets prévus au contrat ne peuvent être pris en charge par celui-ci.
  2.2. Intervention du Ministre de l'Intérieur et statuts.
  L'intervention du Ministre de l'Intérieur dans les frais de personnel concerne :
  a) l'ensemble des agents recrutés par la commune/ville. Dans ce cas, seuls les forfaits maximum prévus par l'arrêté cadre du 17 janvier 2005 sont d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés;
  b) l'ensemble des agents recrutés par une ASBL ou tout autre service/institution disposant de la personnalité juridique distincte (transfert des moyens alloués au contrat). Dans ce cas également, seuls les forfaits maximum prévus par l'arrêté cadre du 17 janvier 2005 sont d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés;
  c) l'ensemble des agents recrutés/mis à l'emploi dans le cadre de contrats de remplacement ou de contrats intérimaires. Dans ce cas, seuls les forfaits maximum prévus par l'arrêté cadre du 17 janvier 2005 sont d'application. En aucun cas ceux-ci ne peuvent être dépassés.
  Le recrutement de personnel donne lieu à l'octroi d'une intervention forfaitaire maximale couvrant les charges réelles auxquelles la commune est confrontée dans le cadre de la mise à l'emploi des agents. Les charges réelles comprennent l'ensemble des frais de mise à l'emploi (salaire, charges patronales et autres) déduction faite des primes (exemple : prime ACS/APE), allocations (exemple : allocation de travail) ou exonérations (d'une partie des charges patronales par exemple) spéciales liées aux statuts sous lesquels les agents sont recrutés et dont la commune a pu bénéficier.
  Ne sont pas considérés comme frais de personnel :
  - les frais liés à la mise en service des articles 60 (prestations);
  - les frais liés à la rémunération des étudiants et jobistes;
  - les frais liés à des services ponctuels dans le cadre de la mise à l'emploi d'agents ALE;
  - les frais liés à la mise en service de prestataires (ex : consultants, expert, intervenants lors de colloques/séminaires).
  Ceux-ci sont dès lors imputés sur l'enveloppe des frais de fonctionnement.
  2.3. Calcul de l'intervention forfaitaire.
  Les montants forfaitaires octroyés sont calculés proportionnellement :
  - au nombre de jours et mois prestés (Comptabilisation des jours en 365èmes, week-end, jours fériés, congés de maladie (jusqu'au 28/30 ou 30ème jour en cas de maladie de longue durée...) étant assimilés aux jours prestés.);
  - au régime horaire;
  - et au niveau de qualification d'engagement de la personne.
  2.4. Remplacement d'un membre du personnel pour cause de maladie ou de congé de maternité ou pour toute autre forme de congé de longue durée.
  Si un membre du personnel, engagé dans un contrat plan drogue, s'absente pour une longue durée dans le courant de l'année contractuelle (pour cause de maladie, de maternité ou toute autre forme de congé de longue durée), il est possible de procéder au remplacement de celui-ci.
  Dans tous les cas, l'intervention financière du Ministre de l'Intérieur reste limitée aux barèmes prescrits par l'arrêté du 17 janvier 2005.
  Concernant le calcul de l'intervention forfaitaire, se référer au point 2.3.
  2.5. Transition d'un emploi temps plein à un emploi à temps partiel dans le cadre d'une interruption de carrière, d'un congé parental ou de toute une autre circonstance.
  Le transfert d'un emploi à temps plein à un emploi à temps partiel est autorisé dans le courant de l'exercice budgétaire, de même que le fait de pourvoir au poste partiel dégagé.
  Le surcoût éventuel lié à la décomposition des postes reste à charge de la commune.
  Concernant le calcul de l'intervention forfaitaire, se référer au point 2.3.
  FRAIS DE FONCTIONNEMENT.
  Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou qui ne figurent pas dans le présent inventaire.
  1. Frais administratifs.
  Les frais administratifs couvrent à la fois les frais habituels occasionnés par le fonctionnement d'un secrétariat de gestion ainsi que les frais de formation et de mission et les dépenses connexes.
  Ainsi, on entend par frais administratifs :
  - les timbres (uniquement pour le courrier du service de prévention);
  - les coûts téléphoniques :
  - lignes fixes : abonnements et communications - limitation des communications internationales;
  - téléphones mobiles : abonnements et communications - limitation des communications internationales, cartes prépayées;
  - Internet : abonnement, communications et activation;
  - les abonnements et l'achat d'ouvrages spécifiques;
  - les fournitures de bureau;
  - les frais de formation : les frais de participation à des journées d'étude ou autres formations peuvent être pris en charge, à la condition que de telles dépenses soient liées à des formations pouvant contribuer à la rencontre des objectifs d'un projet du contrat. Les frais ainsi engagés seront prioritairement accordés aux membres du personnel subsidiés par le Ministre de l'Intérieur. Toutefois, seront pris en charge les frais de formation du personnel attaché aux projets subsidiés par le contrat, et ce à condition que ces emplois soient financés par la commune. Dans le cas d'emploi financés par subvention d'autres autorités, les frais de formation restent à charge de l'autorité communale mais peuvent, le cas échéant, être imputés sur le budget du contrat sous réserve de l'introduction d'une note explicative motivée (jointe au décompte) et à la condition expresse que l'autorité subsidiante finançant lesdits emplois n'autorise pas (ou ne couvre pas) la prise en charge par l'allocation versée des frais de formation de ces agents. Le SPF Intérieur se réserve toutefois l'opportunité d'apprécier la pertinence de la motivation avancée;
  - les frais d'inscription au Forum européen;
  - les indemnités de séjour lors de colloque, formation, activités non résidentiels;
  - les frais de séjour lors de colloque, formation, activités,... résidentiels en Belgique;
  - les frais de mission à l'étranger (frais d'inscription, transport, hébergement, restauration). Une note explicative doit être jointe aux justificatifs; elle précisera l'objet de la mission et motivera la participation de l'agent (des agents);
  - les frais de parking lors de déplacements extérieurs;
  - les frais de boissons et/ou de nourriture exclusivement lors de réunions de longue durée, prestations spéciales (prestations en soirée, budget contact des travailleurs de rue...) - Une explication circonstanciée devra accompagner chaque note de frais.
  2. Frais de déplacement.
  2.1. Généralités.
  Seuls les frais de déplacement du personnel engagé dans le cadre du contrat et subsidié par le Ministre de l'Intérieur, et nécessaires à la réalisation du projet ou de l'un de ses aspects peuvent être imputés sur le budget alloué.
  Les frais de déplacement du domicile au lieu de travail ne peuvent entrer en ligne de compte, ceux-ci sont à imputer sur les frais de personnel.
  2.2. Particularités.
  Pourront toutefois être acceptés les frais de déplacement professionnels inhérents à la coordination du contrat (responsable plan drogue, évaluateur interne, coordinateur administratif et financier), et ce à condition que ces emplois soient financés par la commune. Dans le cas où ces emplois seraient financés par une autre autorité subsidiante, les frais de déplacement des agents restent à charge de l'autorité communale ou peuvent faire l'objet de demandes de subsides à d'autres autorités.
  De même, les frais de déplacement liés à la participation à des journées d'étude ou de formation seront prioritairement acceptés pour les membres du personnel subsidiés par le Ministre de l'Intérieur. Toutefois, seront pris en charge les frais de déplacement du personnel attaché aux projets subsidiés, et ce à condition que ces emplois soient financés par la commune. Dans le cas où ces emplois seraient financés par une autre autorité subsidiante, les frais de déplacement des agents restent à charge de l'autorité communale ou peuvent faire l'objet de demandes de subsides à d'autres autorités.
  Les déplacements du personnel du contrat, à l'exclusion des frais inhérents au trajet domicile - lieu de travail, qui ont lieu dans le cadre d'une action peuvent être pris en charge par le contrat et seront alors imputés soit sur le budget des frais d'action (frais de transport tel que location de car) soit sur le budget des frais de déplacement.
  Les frais de déplacement du personnel relevant d'une autre autorité subsidiante, qu'il s'agisse des membres de la coordination ou de tout autre intervenant, participant à la réalisation d'actions prévues au contrat et pouvant contribuer à la rencontre des objectifs d'un projet du contrat, peuvent donc, à titre dérogatoire et sous réserve de l'introduction d'une note explicative motivée (jointe aux justificatifs), être imputés sur les frais de déplacement/frais d'action du contrat. Le SPF Intérieur se réserve toutefois l'opportunité d'apprécier la pertinence de la motivation avancée.
  2.2.1. Dépenses acceptées :
  2.2.1.1. Véhicules acquis par le contrat mis à la disposition exclusive du Service prévention :
  - les frais de carburant des véhicules (carte essence);
  - les frais d'assurance des véhicules;
  - les frais d'entretien des véhicules;
  - les frais de réparation des véhicules;
  2.2.1.2. Véhicules communaux non acquis par le contrat mais mis à la disposition exclusive du Service prévention :
  - les frais de carburant des véhicules (carte essence);
  - les frais d'assurance des véhicules;
  2.2.1.3. Véhicules communaux non acquis par le contrat et mis à la disposition non exclusive du Service prévention ou de l'un ou plusieurs des services du contrat :
  - les frais de carburant des véhicules (carte essence) au prorata de l'utilisation propre du contrat;
  - les frais d'assurance des véhicules au prorata de l'utilisation propre du contrat;
  ou
  - les frais de kilométrage des véhicules communaux au prorata de l'utilisation propre du contrat (missions);
  2.2.1.4. Autres :
  - les frais de kilométrage des véhicules personnels des agents;
  - les titres de transport.
  2.2.2. Dépenses refusées :
  - les frais d'entretien des véhicules communaux non financés par le contrat;
  - les frais de réparation des véhicules communaux non financés par le contrat;
  - les frais d'assurance des véhicules personnels des agents, utilisés lors de déplacements dans l'exercice de leur fonction.
  3. Frais d'action.
  3.1. Généralités.
  Les frais d'action sont les frais dégagés pour couvrir les initiatives reprises dans le contrat plan drogue et/ou qui ne sont pas déjà répertoriés dans les frais administratifs.
  3.1.1. Dépenses acceptées :
  Généralités :
  - les coûts téléphoniques :
  - lignes fixes : abonnements et communications - limitation des communications internationales;
  - téléphones mobiles : abonnements et communications - limitation des communications internationales, cartes prépayées;
  - Internet : abonnement, communications et activation;
  - les frais de participation aux activités du personnel encadrant subsidié par le SPF Intérieur dans le cadre du contrat;
  - la réalisation, diffusion de matériel de sensibilisation ou autre dépense liée à l'organisation d'actions de sensibilisation de publics cibles;
  - le petit matériel d'activité (exemples : jeux de société, ouvrages, ...);
  - le loyer et les charges - eau, gaz, électricité, assurance incendie-vol et chauffage) - des locaux du service de prévention ou autres services du contrat décentralisés hors propriété communale (Par propriété communale il faut entendre toute propriété immobilière entrant directement dans le patrimoine de la commune/ville.) et ce au prorata de l'occupation des services financés par le Ministre de l'Intérieur dans le cadre du contrat;
  - les charges (eau, gaz, électricité et chauffage) des locaux communaux (Par bâtiments ou locaux communaux il faut entendre toute propriété immobilière entrant directement dans le patrimoine de la commune/ville.) mis à disposition par la commune des services, et ce au prorata de l'occupation des services financés par le Ministre de l'Intérieur dans le cadre du contrat;
  - les frais d'entretien des locaux lorsqu'il est fait appel à une entreprise de nettoyage extérieure (non communale) - une note explicative devra être jointe aux justificatifs introduits;
  - la réalisation et la publication de dépliants et de brochures : les conseillers locaux porteront une attention particulière aux productions de matériel de sensibilisation proposé par les communes et veilleront à ce que celui-ci ne fasse pas double emploi avec les supports mis à disposition par le Secrétariat permanent à la Politique de Prévention (SPP); le matériel utilisé mentionnera l'appui du SPP en recourant à la phrase " Avec le soutien du Secrétariat permanent à la Politique de Prévention - Direction générale Politique de Sécurité et de Prévention " et avec de préférence l'usage des logos du SPP et du SPF Intérieur. Les logos sont disponibles au SPP;
  - la location de salles, de stands, de chapiteaux, de tentes pour l'organisation d'événements;
  - la location de matériel de démonstration pour l'organisation d'événements;
  - la location de moyens de transport dans le cadre d'une activité;
  - la location de photocopieuse, de téléphone-fax;
  - l'entretien et les réparations du matériel;
  - les frais de catering lors de réunions internes ou dans le cadre de l'accueil du public (dans les limites du raisonnable et sauf boissons alcoolisées);
  - les frais de catering lors de réunions externes, dans les limites du raisonnable et sauf boissons alcoolisées;
  - les frais de réception (catering et frais afférant à l'organisation de la réception, comme par exemple la location de salle, les prestations...) lors d'activités ou de festivités menées dans le cadre des initiatives de prévention locale; en ce qui concerne cette catégorie de frais, une grande modération s'impose et les justificatifs devront être accompagnés d'une note explicative;
  - les frais de représentation (restauration, budget contact des travailleurs de terrain... sauf boissons alcoolisées) dans le cadre de l'exécution des activités ou des projets du contrat ou encore dans le cadre de prestations spéciales;
  - le rafraîchissement des locaux (exemples : papier peint, peinture), à condition que ceux-ci soient mis à disposition exclusive des agents du contrat ou, le cas échéant, au prorata de l'occupation des locaux par le contrat;
  - les frais de participation à des activités extérieures tant pour le personnel encadrant que pour les bénéficiaires (exemples : entrées aux parcs d'attraction, cinéma, patinoire, ...);
  - le leasing de véhicules (à la condition que celui-ci soit prévu au contrat ou sous réserve d'une autorisation écrite préalable du Directeur Général de la DG PSP ou de la Présidente du Comité de direction du SPF Intérieur). La valeur résiduelle permettant l'acquisition du véhicule reste à charge de la commune et ne pourra en aucun cas être prise en charge par le SPF Intérieur;
  - le renting de véhicules (à la condition que celui-ci soit prévu au contrat ou sous réserve d'une autorisation écrite préalable du Directeur général ou de la Présidente du Comité de direction du SPF Intérieur);
  - les frais de pharmacie.
  Spécificités.
  Certains dispositifs financés dans le cadre de la prévention des nuisances publiques liées aux drogues impliquent, de par leur caractère, des dépenses spécifiques.
  Dès lors, outre ou de manière dérogatoire aux dépenses générales acceptées par les présentes directives, et moyennant lien d'opportunité entre celles-ci et les dispositifs subsidiés, les frais suivants peuvent être imputés sur le contrat.
  Travail de rue :
  Fonctionnement - Budget contact, soit :
  - préservatifs;
  - matériel style pochette stérifix ou autre kits pour usagers de drogues...;
  - boissons froides ou chaudes et petit catering à destination du public cible.
  Travail psycho-social :
  - frais liés aux démarches de remise en ordre socio-administrative.
  3.1.2. Dépenses refusées :
  - le loyer des locaux mis à disposition par la commune et dont celle-ci est propriétaire;
  - la location du matériel communal (exemples : matériel de bureau, informatique, audio-visuel, photocopieuse...) mis à disposition du contrat;
  - les frais d'entretien des locaux du service de prévention mis à disposition par la commune et/ou des locaux et services décentralisés sauf s'il a été nécessaire de faire appel aux services d'entreprises non communales (dans ces derniers cas, une note explicative s'impose);
  - la facturation des heures prestées par du personnel communal hors contrat.
  INVESTISSEMENTS.
  1. Géneralités.
  Les investissements sont les dépenses qui ont une valeur unitaire égale ou supérieure à 100 euro et dont l'objet à une durée d'utilisation estimable de plus d'un an.
  Doivent être explicitement mentionnés dans le contrat la nature et le nombre de chacun des investissements ainsi que le montant total des investissements prévus pour l'année budgétaire.
  Seuls les investissements repris dans le cadre du contrat ou d'un accord écrit dérogatoire au titre de dépenses acceptées peuvent être imputés sur le contrat.
  Les énumérations suivantes ne peuvent être considérées comme exhaustives. Une marge de manoeuvre limitée est conservée afin de pouvoir refuser/accepter des dépenses similaires ou qui ne figurent pas dans le présent inventaire.
  2. Particularités.
  2.1. Dépenses acceptées si elles sont prévues par le contrat ou moyennant un accord écrit dérogatoire :
  - l'acquisition de matériel audio-visuel;
  - l'acquisition ou le leasing et installation de matériel informatique (exemples : PC, imprimante, scanner, moniteur, ordinateur portable, graveur CD rom, licences et programmes informatiques, clef USB, hardware);
  - l'acquisition et installation de matériel de télé/radio-communication (centrale teléphonique, GSM et kit voiture, téléphone fixe, modem internet) - Les GSM achetés en remplacement des appareils perdus ou volés restent à charge de la commune;
  - l'acquisition de mobilier de bureau;
  - l'acquisition de mobilier pour l'aménagement des infrastructures et services décentralisés financés par le contrat;
  - l'acquisition et installation de photocopieuse(s);
  - l'acquisition et l'installation de matériel de sécurisation pour les locaux décentralisés des services financés par le contrat;
  - l'acquisition de parois d'exposition, de stand(s), de tonnelle(s)...;
  - l'acquisition de bicyclettes, mobylettes soit petites cylindrées - max. 50 CC;
  - l'acquisition de matériel de promotion (exemple : vitrine de présentation du matériel);
  - l'acquisition de petits appareils électro-ménagers - La destination du matériel devra être explicitement mentionnée dans le décompte.
  - les investissements liés au bon fonctionnement du service (exemples : frigo, machine à laver, sèche linge, lit, matelat, porte-manteaux, vaisselle...) - Dans le cadre exclusif des Centres d'accueil et d'hébergement.
  2.2. Dépenses refusées :
  - l'acquisition de voiture et de moto;
  - l'acquisition, la transformation (exemples : agrandissement, installation de sanitaire, installation d'un système de chauffage central, installation de lignes de téléphone, installation d'un revêtement de sol, achat de tentures/stores) ou rénovation de bâtiments (exemples : remplacement du toit, remplacement de châssis, remplacement de revêtements de sol);
  - l'acquisition de matériel pour les activités sportives.
  CREDITS TRANSFERES VERS UNE ASBL OU TOUTE AUTRE INSTITUTION DISPOSANT DE LA PERSONNALITE JURIDIQUE.
  Il est admis que certains moyens prévus (frais de personnel, frais d'action, investissement) soient mis à la disposition d'une ASBL ou de toute autre institution disposant de la personnalité juridique qui se chargera de la réalisation des objectifs définis dans le contrat. A cet effet, la commune doit conclure une convention avec cette institution dans laquelle sont repris les droits et obligations de chacune des parties.
  Les principes généraux des présentes directives (nature des dépenses, procédures d'autorisation/dérogation préalables, ...) restent toutefois pleinement d'application. Il en découle que les frais couvrant le coût salarial des agents recrutés par les ASBL ou autres institutions disposant de la personnalité juridique, de même que les frais de fonctionnement et d'investissements du/des projet(s) sont respectivement imputes sur les enveloppes frais de personnel, frais de fonctionnement, investissements du contrat.
  La commune est dans ce cas également responsable de la bonne exécution des actions et de la présentation des pièces justificatives.
  En cas de non-respect d'une ou plusieurs dispositions du contrat plan drogue, le Ministre de l'Intérieur se réserve la faculté soit de suspendre et/ou de réduire, soit de récupérer entièrement ou partiellement la subvention octroyée.
  Dans le cas d'initiatives confiées aux ASBL ou à toute autre institution disposant de la personnalité juridique, les actions et/ou projets développés doivent être conformes à la convention conclue entre la ville/commune et le Ministre de l'Intérieur, aux pièces financières introduites ainsi qu'à la législation relative au contrôle de l'octroi et de l'emploi de certaines subventions. La commune est le seul interlocuteur du SPF Intérieur et reste responsable de l'execution du contrat ainsi que de la présentation et de la motivation du dossier financier.
  Vu pour être annexé à notre arrêté du 14 avril 2006.
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL
Art. N3. Bijlage 3. Documenten die in het kader van de voorlegging van het financieel dossier moeten ingediend worden.
  A. Personeelskosten.
  - In geval van aanwerving van personeel in de loop van het referentiejaar wordt een kopie van het aanwervingscontract of van de aanwervings- of toewijzingsbeslissing bijgevoegd en in geval van ontslag (op initiatief van de werknemer of van de werkgever), een kopie van de betekening van de einddatum van het arbeidscontract.
  - Een samenvattende staat van de maandelijkse betalingen (document waarin de identiteit van de werknemer voorkomt, evenals diens maandelijkse loonkost voor de ganse periode van tewerkstelling) wordt meegestuurd voor ieder in het kader van het contract aangeworven persoon.
  - Iedere wijziging in de tewerkstelling (aantal gepresteerde uren, verlof zonder wedde, niet door loon gedekte ziekte,...) moet vermeld worden.
  B. Werkingskosten en investeringen.
  Algemeen :
  Voor elke voorgelegde uitgave wordt een bewijsdocument toegevoegd (zie bepalingen artikel 18. § 2). Indien de uitgave werd gedaan bij het begin of einde van het referentiejaar, moet ook een kopie van de bestelbon toegevoegd worden en/of een kopie van de beslissing van de Gemeenteraad of van het College.
  Daarenboven dient voor iedere uitgave het overeenstemmende betalingsbewijs (zie artikel 18. § 2) toegevoegd te worden.
  Bijzonderheden : Jobstudenten - PWA-personeel - Reiskosten - Verzekeringscontract - Leasing-/rentingcontract - Vervanging van gestolen materieel.
  - Jobstudenten : de arbeidscontracten en de maandelijkse loonstaten (zie A).
  - PWA-personeel : kopie van de gebruikte chequeboekjes.
  - Reiskosten : het betalingsbewijs evenals de reden van de reis.
  1° Openbaar vervoer : kopie van de vervoersbewijzen die het mogelijk maken de dag van gebruik te identificeren.
  2° Privé-voertuig : maandelijkse staten van de verrichte kilometers en de per km betaalde prijs.
  3° Dienstvoertuig : collegebeslissing voor het ter beschikking stellen van het voertuig, samen met een omstandige nota, de naam van het personeelslid, maandelijkse staten van de afgelegde kilometers.
  4° Tankkaart : de factuur van de leverancier met identificatie van het voertuig en de eigenaar ervan, maandelijkse staten van de afgelegde kilometers.
  - Verzekeringscontracten voertuigen : kopie van het verzekeringscontract.
  - Leasing-/rentingcontract : kopie van het contract of de overeenkomst evenals van de premies (vervaldagberichten).
  - Vervanging van gestolen materiaal : kopie van het proces-verbaal dat door de politie werd opgesteld in het kader van aangifte van diefstal.
  C. Aan VZW's of aan elke andere instelling met rechtspersoonlijkheid overgedragen kredieten.
  Wat de kredieten betreft die aan een VZW worden overgedragen, komen enkel de volgende documenten in aanmerking :
  - een kopie van het protocolakkoord waarin de rechten en plichten van de partijen zijn opgenomen en waarin de modaliteiten voor de overdracht van het budget worden bepaald;
  - de schuldvordering van de VZW;
  - het bewijs van de overschrijving van de overgedragen budgetten;
  - een verklaring van de burgemeester waaruit blijkt dat de verbintenissen die in het protocol voorkomen in de loop van het contractjaar werden nageleefd en dat alle in het kader van het contract ontvangen middelen in overeenstemming met de bewoordingen en doeleinden van het contract aangewend werden. Aan die verklaring wordt het activiteitenverslag van de VZW toegevoegd.
  * inzake de aanwerving van personeel (dat door de gemeente gedetacheerd wordt of door de VZW aangeworven wordt), dient de gemeente zich te schikken naar de richtlijnen inzake de loonkosten;
  * inzake de werkingskosten en de investeringen moeten de VZW's de richtlijnen betreffende de administratiekosten, reiskosten, actiemiddelen en investeringen naleven.
  De gemeente blijft verantwoordelijk voor de voorlegging en de motivering van het financieel dossier jegens de betoelagende instantie.
  De FOD Binnenlandse Zaken behoudt zich het recht voor een steekproefgewijze controle uit te voeren op de bewijsdocumenten die het deel van zijn subsidies betreffen die aan een VZW of aan iedere andere instelling met rechtspersoonlijkheid werden overgedragen.
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 14 april 2006.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
Art. N3. Annexe 3. Pièces à introduire dans le cadre de la présentation du dossier financier.
  A. Frais de Personnel.
  - En cas d'engagement de personnel pendant l'année de référence, une copie du contrat d'engagement ou de la décision de désignation ou d'affectation est jointe et en cas de départ volontaire ou de licenciement, une copie de la notification de la date de fin de contrat d'emploi.
  - Un état récapitulatif des paiements mensuels (document dans lequel figure l'identité de l'agent, ainsi que le coût salarial mensuel de celui-ci pour toute la période durant laquelle il a été employé) est annexé pour chaque personne engagée dans le contrat.
  - Signaler toute modification dans l'emploi (heures prestées, congés sans solde, conge maladie non couverts par le salaire...).
  B. Frais de Fonctionnement et Investissements.
  Généralités :
  Toute dépense soumise est accompagnée d'une pièce justificative (voir notions à l'article 18. § 2). En cas de dépense effectuée au début et à la fin de l'année de référence, il convient de joindre une copie du bon de commande et/ou une copie de la décision du Conseil communal ou du Collège.
  En outre, chaque dépense est accompagnée de sa preuve de paiement (voir article 18. § 2).
  Particularités : Personnel étudiant - Personnel ALE - Frais de déplacement - Contrat d'assurance- Contrat de leasing/renting - Remplacement de matériel volé :
  - Personnel Etudiant : les contrats de travail et les états de salaires mensuels (voir A).
  - Personnel ALE : copie des carnets de chèques utilisés.
  - Frais de déplacement : la preuve de paiement ainsi que le motif des déplacements.
  1° Transports publics : copie des titres de transport permettant d'identifier le jour de l'utilisation.
  2° Véhicule privé : état mensuel des km effectues et le coût payé au km.
  3° Véhicule de service : décision du Collège pour la mise à disposition du vehicule accompagnée d'une note circonstanciée, du nom de l'agent, des états mensuels des km parcourus.
  4° Carte carburant : la facture du fournisseur avec l'identification du véhicule et du propriétaire de celui-ci, des états mensuels des km parcourus.
  - Contrats d'assurance véhicules : copie du contrat d'assurance ainsi que des primes (déclarations de créance de l'assureur).
  - Contrats de leasing/renting : copie du contrat ou de la convention.
  - Remplacement de matériel volé : copie du procès-verbal établi par la police dans le cadre déclaration de vol.
  C. Crédits transférés aux ASBL ou à toute autre institution disposant de la personnalité juridique.
  Pour ce qui concerne les crédits transférés à une ASBL, seules les pieces suivantes sont prises en considération :
  - une copie du protocole d'accord dans lequel sont énumérés les droits et devoirs des parties et déterminant les modalités de transfert de budget;
  - la déclaration de créance de l'ASBL;
  - la preuve du versement des budgets transférés;
  - une attestation du bourgmestre de laquelle il ressort qu'au cours de l'exercice contractuel les obligations figurant dans le protocole ont été remplies et que la totalité des moyens reçus dans le cadre du contrat a été utilisée conformément aux termes et objectifs du contrat. Est joint à cette attestation le rapport d'activité de l'ASBL;
  * concernant le recrutement de personnel (détaché par la commune ou engagé par l'ASBL), la commune doit se conformer aux directives relatives aux frais de personnel;
  * concernant les frais de fonctionnement et les investissements, les ASBL sont tenues de se conformer aux directives relatives aux frais administratifs, frais de déplacement, frais d'action et investissements.
  La commune reste responsable de la présentation et de la motivation du dossier financier vis-à-vis de l'autorité subsidiante.
  Le SPF Intérieur se réserve le droit de pratiquer un contrôle par coup de sonde sur les pièces justificatives qui concernent la part de ses subsides qui ont été transférés aux ASBL ou à tout autre institution disposant de la personnalité juridique.
  Vu pour être annexé à notre arrêté du 14 avril 2006.
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL