Artikel 1. Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder :
1° aanbieder : [3 elke operator die is aangewezen]3 om één of meer diensten te leveren die vermeld zijn in artikel 68 van de wet;
2° [3 spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie: de spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie bedoeld in artikel 70, § 1, van de wet die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie aan het publiek wordt aangeboden en het de eindgebruikers mogelijk maakt lokale, nationale en internationale telefonische oproepen te doen en te ontvangen;]3
3° [2 ...]2;
4° wachttijd bij een aansluiting [3 op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk": de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk]3 in gebruik gesteld wordt. Die wachttijd wordt uitgedrukt in werkdagen;
5° geldige foutmelding : de melding van een onderbroken of in kwaliteit verminderde dienst. Deze melding wordt [3 door een consument]3 gemaakt of wordt eventueel gegenereerd door controleapparatuur van het netwerk. Het gaat om een fout die toe te schrijven is aan het netwerk. Fouten toe te schrijven aan de eindapparatuur of aan de lijnen en apparatuur aan de klantenzijde van het netwerkaansluitpunt zijn hierin niet begrepen;
6° [3 toegangslijn: een verbinding die toelaat een basisaansluiting tot stand te brengen waardoor zowel een spraakcommunicatie-dienst op een vaste locatie als een adequate breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie kan worden geleverd;]3
7° storingshersteltijd : de duur vanaf het moment dat een storing op geldige wijze wordt gemeld aan de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst of hij zelf een storing vaststelt, tot op het moment dat de dienst hersteld is en opnieuw normaal werkt. Voor [2 openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten]2 loopt de duur vanaf het moment dat de fout wordt vastgesteld door de aanbieder van de beschikbaarstelling van de [2 openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten]2 of hem wordt gemeld tot het ogenblik waarop de openbare telefoon opnieuw werkt. De duur voor de herstelling ervan wordt uitgedrukt in volle uren;
8° [1 ...]1
9° [1 ...]1
10° [1 ...]1
11° [1 ...]1
12° [1 ...]1
13° dienst met tussenkomst van een telefonist : de dienst bestaande uit een manuele internationale oproep met tussenkomst van een menselijke operator voor verbindingen waar geen automatische oproep mogelijk is;
14° antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist : de duur vanaf het moment dat de laatste adres-digit voor de diensten met tussenkomst van een telefonist correct wordt verzonden tot op het moment waarop de telefonist de oproepende abonnee te woord staat om de gevraagde dienst te verlenen. Die antwoordtijd wordt uitgedrukt in seconden;
15° indirecte winst : het geheel van financieel waardeerbare voordelen dat een operator krijgt door zijn verlening van één van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten verstrekt in het kader van de universele dienst, die hij niet zou hebben, mocht hij die dienst niet verstrekken, meer bepaald het effect van de bekendheid van het merk van de onderneming, de invloed van de reclame, de alomtegenwoordigheid, het effect van de levenscyclus van klanten, het gemak van toegang tot de klanten;
16° [4 FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;]4
17° [3 ...]3
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 JUNI 2005. - [Bijlage 1. Bepalingen betreffende de universele dienst.] <W2021-12-21/05, art. 191, 009; Inwerkingtreding : 10-01-2022>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-06-2005 en tekstbijwerking tot 31-05-2024)
Titre
13 JUIN 2005. - [Annexe 1. Dispositions relatives au service universel] <L2021-12-21/05, art. 191, 009; En vigueur : 10-01-2022> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-06-2005 et mise à jour au 31-05-2024)
Informations sur le document
Numac: 2005A11238
Datum: 2005-06-13
Info du document
Numac: 2005A11238
Date: 2005-06-13
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Technische voorwaarden inzake d...
Afdeling 1. - Algemeen.
Afdeling 2. - Het vaste geografische element va...
Afdeling 3. - Het sociale element van de univer...
Afdeling 4.
Afdeling 5.
Afdeling 6.
HOOFDSTUK III. - Financiële voorwaarden inzake ...
HOOFDSTUK IV. - Methodologie voor de berekening...
Afdeling 1. - Algemeen.
Afdeling 2. - Het vaste geografische element va...
Afdeling 3.
Afdeling 4.
Afdeling 5.
Afdeling 6. - Het sociale element van de univer...
HOOFDSTUK V. - Inlichtingen en openbaarheid.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Conditions techniques de prestat...
Section Ire. - Généralités.
Section 2. - De la composante géographique fixe...
Section 3. - De la composante sociale du servic...
Section 4.
Section 5.
Section 6.
CHAPITRE III. - Conditions financières de prest...
CHAPITRE IV. - Méthodologie de calcul du coût d...
Section Ire. - Généralités.
Section 2. - De la composante géographique fixe...
Section 3.
Section 4.
Section 5.
Section 6. - De la composante sociale du servic...
CHAPITRE V. - Informations et publicité.
Tekst (72)
Texte (72)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. Pour l'application de la présente annexe, on entend par :
1° prestataire : [4 tout opérateur désigné]4 pour fournir un ou plusieurs des services mentionnés à l'article 68 de la loi;
2° [4 service de communications vocales en position déterminée: service de communications vocales en position déterminée visé à l'article 70, § 1er, de la loi offert au public via un réseau public de communications électroniques en position déterminée et qui permet aux utilisateurs finaux de donner et recevoir des appels téléphoniques locaux, nationaux et internationaux;]4
3° [3 ...]3;
4° délai de fourniture du raccordement [4 au réseau public de communications électroniques fixe": le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe]4 est mis en service. Ce délai est exprimé en jours ouvrables;
5° appel de dérangement valable : l'avertissement qu'un service est interrompu ou que la qualité de ce service est diminuée. Cet appel provient [4 d'un consommateur]4 ou est éventuellement généré par des équipements de contrôle propres au réseau. Il s'agit d'un défaut imputable au réseau. Les défauts imputables à l'appareillage terminal ou aux lignes et équipements situés au-delà du point de terminaison du réseau ne sont pas compris dans la définition;
6° [4 ligne d'accès: un raccordement qui permet d'établir une connexion de base de manière à pouvoir assurer tant la fourniture d'un service de communications vocales en position déterminée, que la fourniture d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en position déterminée;]4
7° délai de réparation d'un dérangement : le délai qui court entre le moment où un dérangement est signalé valablement au prestataire de la composante géographique fixe du service universel ou est constaté par lui-même, et le moment où le service est réparé et fonctionne à nouveau normalement. Pour les postes téléphoniques publics le délai court à partir du moment où un défaut est constaté par le prestataire de la mise à disposition de postes téléphoniques publics ou lui est signalé, jusqu'au moment où le poste téléphonique public fonctionne à nouveau. La durée de réparation est exprimée en heures horloge;
8° [1 ...]1
9° [1 ...]1
10° [1 ...]1
11° [1 ...]1
12° [1 ...]1
13° service avec intervention d'un standardiste : service d'appel manuel international avec intervention d'un opérateur humain pour les liaisons où un appel automatique est impossible;
14° délai de réponse pour les services avec intervention d'un standardiste : le délai qui court entre le moment où le dernier chiffre d'adressage (digit d'adressage) pour les services avec intervention d'un standardiste est envoyé correctement et le moment où le standardiste répond à l'abonné appelant pour fournir le service demandé. Ce délai de réponse est exprimé en secondes;
15° bénéfice indirect : l'ensemble des avantages, pouvant être évalués financièrement, obtenus par un opérateur du fait de sa prestation d'un des services prestés au titre du service universel visés à l'article 68 de la loi, dont il ne bénéficierait pas s'il ne fournissait pas ce service, plus précisément les effets de notoriété sur la marque de l'entreprise, l'impact de la publicité, l'omniprésence, l'effet du cycle de vie des clients, la facilité d'accès aux clients;
16° [5 SPF Economie: le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;]5
17° [4 ...]4
1° prestataire : [4 tout opérateur désigné]4 pour fournir un ou plusieurs des services mentionnés à l'article 68 de la loi;
2° [4 service de communications vocales en position déterminée: service de communications vocales en position déterminée visé à l'article 70, § 1er, de la loi offert au public via un réseau public de communications électroniques en position déterminée et qui permet aux utilisateurs finaux de donner et recevoir des appels téléphoniques locaux, nationaux et internationaux;]4
3° [3 ...]3;
4° délai de fourniture du raccordement [4 au réseau public de communications électroniques fixe": le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe]4 est mis en service. Ce délai est exprimé en jours ouvrables;
5° appel de dérangement valable : l'avertissement qu'un service est interrompu ou que la qualité de ce service est diminuée. Cet appel provient [4 d'un consommateur]4 ou est éventuellement généré par des équipements de contrôle propres au réseau. Il s'agit d'un défaut imputable au réseau. Les défauts imputables à l'appareillage terminal ou aux lignes et équipements situés au-delà du point de terminaison du réseau ne sont pas compris dans la définition;
6° [4 ligne d'accès: un raccordement qui permet d'établir une connexion de base de manière à pouvoir assurer tant la fourniture d'un service de communications vocales en position déterminée, que la fourniture d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en position déterminée;]4
7° délai de réparation d'un dérangement : le délai qui court entre le moment où un dérangement est signalé valablement au prestataire de la composante géographique fixe du service universel ou est constaté par lui-même, et le moment où le service est réparé et fonctionne à nouveau normalement. Pour les postes téléphoniques publics le délai court à partir du moment où un défaut est constaté par le prestataire de la mise à disposition de postes téléphoniques publics ou lui est signalé, jusqu'au moment où le poste téléphonique public fonctionne à nouveau. La durée de réparation est exprimée en heures horloge;
8° [1 ...]1
9° [1 ...]1
10° [1 ...]1
11° [1 ...]1
12° [1 ...]1
13° service avec intervention d'un standardiste : service d'appel manuel international avec intervention d'un opérateur humain pour les liaisons où un appel automatique est impossible;
14° délai de réponse pour les services avec intervention d'un standardiste : le délai qui court entre le moment où le dernier chiffre d'adressage (digit d'adressage) pour les services avec intervention d'un standardiste est envoyé correctement et le moment où le standardiste répond à l'abonné appelant pour fournir le service demandé. Ce délai de réponse est exprimé en secondes;
15° bénéfice indirect : l'ensemble des avantages, pouvant être évalués financièrement, obtenus par un opérateur du fait de sa prestation d'un des services prestés au titre du service universel visés à l'article 68 de la loi, dont il ne bénéficierait pas s'il ne fournissait pas ce service, plus précisément les effets de notoriété sur la marque de l'entreprise, l'impact de la publicité, l'omniprésence, l'effet du cycle de vie des clients, la facilité d'accès aux clients;
16° [5 SPF Economie: le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;]5
17° [4 ...]4
Modifications
HOOFDSTUK II. - Technische voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
CHAPITRE II. - Conditions techniques de prestation des services prestés au titre de service universel visés à l'article 68 de la loi.
Afdeling 1. - Algemeen.
Section Ire. - Généralités.
Art. 2. De basiskwaliteitseisen die vermeld zijn in de artikel en van dit hoofdstuk, zijn geldig voor een kalenderjaar.
Art. 2. Les exigences de qualité de base mentionnées aux articles du présent chapitre sont valables pour une année calendrier.
Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.
Section 2. - De la composante géographique fixe du service universel.
Art. 3. Behalve in geval van overmacht of van een uitdrukkelijk akkoord tussen de persoon en een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, is deze laatste verplicht de leveringsvoorwaarden toe te passen die hij gepubliceerd heeft.
Indien een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, in antwoord op een specifieke vraag, eenzijdig van oordeel is dat het niet redelijk is zijn leveringsvoorwaarden aan te houden zoals die zijn gepubliceerd, dan heeft hij eerst de toestemming van het Instituut nodig om die voorwaarden te wijzigen.
Indien een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, in antwoord op een specifieke vraag, eenzijdig van oordeel is dat het niet redelijk is zijn leveringsvoorwaarden aan te houden zoals die zijn gepubliceerd, dan heeft hij eerst de toestemming van het Instituut nodig om die voorwaarden te wijzigen.
Art. 3. Sauf cas de force majeure ou d'accord exprès entre la personne et un prestataire de la composante géographique fixe du service universel, celui-ci est tenu d'appliquer ses conditions de fourniture publiées.
Si un prestataire de la composante géographique fixe du service universel, en réponse à une demande donnée, estime unilatéralement qu'il n'est pas raisonnable de maintenir ses conditions de fourniture telles que publiées, il doit dans ce cas, obtenir l'accord de l'Institut préalablement à leur modification.
Si un prestataire de la composante géographique fixe du service universel, en réponse à une demande donnée, estime unilatéralement qu'il n'est pas raisonnable de maintenir ses conditions de fourniture telles que publiées, il doit dans ce cas, obtenir l'accord de l'Institut préalablement à leur modification.
Art. 4. Het vaste geografische element van de universele dienst moet voldoen aan de in de volgende artikel en van deze afdeling vastgelegde kwaliteitseisen voor een observatieperiode van een kalenderjaar, en dit voor de eerste keer het kalenderjaar dat volgt op de datum waarop deze wet in werking treedt. De kwaliteitseisen hebben geen betrekking op communicatie waarbij andere diensten dan het vaste geografische element van de universele dienst te pas komen.
Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan de Koning, na advies van het Instituut, de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste lid, wijzigen, indien Hij, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn.
Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan de Koning, na advies van het Instituut, de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste lid, wijzigen, indien Hij, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn.
Art. 4. La composante géographique fixe du service universel doit satisfaire aux exigences de qualité fixées aux articles suivants de la présente section pendant une période d'observation d'une année calendrier, et ce, pour la première fois l'année civile suivant la date de l'entrée en vigueur de la présente loi. Les exigences de qualité ne se rapportent pas aux communications utilisant d'autres services que la composante géographique fixe du service universel.
Sans préjudice de l'article 69, § 2, de la loi, le Roi peut, après avis de l'Institut, modifier les conditions techniques de prestation de la composante géographique fixe visées à l'alinéa 1er s'Il établit que ces services ou des services comparables sont largement accessibles, à la suite d'une procédure de consultation publique visée à l'article 140 de la loi.
Sans préjudice de l'article 69, § 2, de la loi, le Roi peut, après avis de l'Institut, modifier les conditions techniques de prestation de la composante géographique fixe visées à l'alinéa 1er s'Il établit que ces services ou des services comparables sont largement accessibles, à la suite d'une procédure de consultation publique visée à l'article 140 de la loi.
Art. 5. [1 § 1. Wat betreft de wachttijd bij een aansluiting bepaalt de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut:
1° het percentage van de bestellingen voor een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breed-bandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten die minimaal in dienst worden gesteld op de datum die afgesproken is tussen de twee partijen in de loop van de observatieperiode;
2° welke statistieken zullen worden verstrekt en de methodiek voor de uitvoering van de metingen.
§ 2. Voor het opstellen van zijn statistieken neemt de aanbieder het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen in aanmerking.
Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn.]1
1° het percentage van de bestellingen voor een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breed-bandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten die minimaal in dienst worden gesteld op de datum die afgesproken is tussen de twee partijen in de loop van de observatieperiode;
2° welke statistieken zullen worden verstrekt en de methodiek voor de uitvoering van de metingen.
§ 2. Voor het opstellen van zijn statistieken neemt de aanbieder het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen in aanmerking.
Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn.]1
Modifications
Art. 5. [1 § 1er. En ce qui concerne le délai de fourniture d'un raccordement, le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut:
1° le pourcentage de commandes d'un service d'accès, en position déterminée, à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales qui sont activés au minimum à la date convenue entre les deux parties au cours de la période d'observation;
2° quelles statistiques seront fournies et la méthode pour la réalisation des mesures.
§ 2. Pour établir ses statistiques, le prestataire tient compte du nombre total de contrats et raccordements valables effectués pendant la période d'observation concernée.
En ce qui concerne la mesure, le prestataire utilise le nombre total de commandes de raccordements effectuées pendant la période d'observation considérée.]1
1° le pourcentage de commandes d'un service d'accès, en position déterminée, à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales qui sont activés au minimum à la date convenue entre les deux parties au cours de la période d'observation;
2° quelles statistiques seront fournies et la méthode pour la réalisation des mesures.
§ 2. Pour établir ses statistiques, le prestataire tient compte du nombre total de contrats et raccordements valables effectués pendant la période d'observation concernée.
En ce qui concerne la mesure, le prestataire utilise le nombre total de commandes de raccordements effectuées pendant la période d'observation considérée.]1
Modifications
Art. 7. § 1. [1 De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalt het maximaal aandeel van toegangslijnen waarop een defect of een storing per observatieperiode kon worden vastgesteld.]1
De telling van de foutmeldingen is gebaseerd op de geldige foutmeldingen gemaakt door gebruikers. Voor een melding die meer dan één toegangslijn betreft tussen een abonnee en een lokale schakelaar wordt elk van die toegangslijnen in rekening gebracht. Het percentage storingen wordt gemeten door het aantal geldige foutmeldingen tijdens de observatieperiode te delen door het gemiddelde aantal toegangslijnen gedurende diezelfde observatieperiode.
§ 2. Minstens 80 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn [1 binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne]1.
Minstens 95 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn [1 binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne]1.
[1 ...]1
Die percentages worden berekend op basis van alle geldige foutmeldingen en herstellingen die in de betreffende observatieperiode werden gedaan. De gevallen waarbij de herstelling afhangt van een afspraak tussen de aanbieder en de abonnee worden niet in rekening gebracht. Ook de gevallen die toegang tot apparatuur van de abonnee hebben vereist en waarvoor de abonnee geen toegang heeft verleend op het geplande ogenblik, worden uitgesloten.
§ 3. [1 ...]1
(NOTA : gewijzigd bij KB 2014-04-02/36, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)
De telling van de foutmeldingen is gebaseerd op de geldige foutmeldingen gemaakt door gebruikers. Voor een melding die meer dan één toegangslijn betreft tussen een abonnee en een lokale schakelaar wordt elk van die toegangslijnen in rekening gebracht. Het percentage storingen wordt gemeten door het aantal geldige foutmeldingen tijdens de observatieperiode te delen door het gemiddelde aantal toegangslijnen gedurende diezelfde observatieperiode.
§ 2. Minstens 80 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn [1 binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne]1.
Minstens 95 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn [1 binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne]1.
[1 ...]1
Die percentages worden berekend op basis van alle geldige foutmeldingen en herstellingen die in de betreffende observatieperiode werden gedaan. De gevallen waarbij de herstelling afhangt van een afspraak tussen de aanbieder en de abonnee worden niet in rekening gebracht. Ook de gevallen die toegang tot apparatuur van de abonnee hebben vereist en waarvoor de abonnee geen toegang heeft verleend op het geplande ogenblik, worden uitgesloten.
§ 3. [1 ...]1
(NOTA : gewijzigd bij KB 2014-04-02/36, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)
Modifications
Art. 7. § 1er. [1 Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, fixe la part maximale de lignes d'accès sur lesquelles une panne ou un dérangement peut être constaté par période d'observation.]1
Le comptage des appels de dérangement est basé sur les appels de dérangement valables provenant des utilisateurs. Pour un appel concernant plus d'une ligne d'accès entre un abonné et un commutateur local, chacune de ces lignes d'accès est prise en compte. Le taux de dérangement est mesuré en divisant le nombre d'appels de dérangement valables effectués au cours de la période d'observation par le nombre moyen de lignes d'accès pendant cette même période d'observation.
§ 2. Au moins 80 % des dérangements aux lignes d'accès signalés valablement au cours de la période d'observation doivent être levés [1 au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut]1.
Au moins 95 % des dérangements aux lignes d'accès signalés valablement au cours de la période d'observation doivent être levés [1 au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut]1.
[1 ...]1
Ces pourcentages sont calculés sur la base de tous les appels de dérangement valables et toutes les réparations effectuées pendant la période d'observation concernée. Les cas où la réparation dépend d'un accord entre le prestataire et l'abonné ne sont pas pris en compte. Sont également exclus les cas qui ont nécessité l'accès aux installations de l'abonné et pour lesquels l'accès n'a pas été rendu possible par l'abonné au moment prévu.
§ 3. [1 ...]1
(NOTE : Modifié par AR 2014-04-02/36, art. 1, 008; En vigueur : 09-06-2014, mais sans effet à partir du 30-08-2015 car non confirmé par une Loi en application de l'art. 69, §4 de la loi du 13 juin 2005)
Le comptage des appels de dérangement est basé sur les appels de dérangement valables provenant des utilisateurs. Pour un appel concernant plus d'une ligne d'accès entre un abonné et un commutateur local, chacune de ces lignes d'accès est prise en compte. Le taux de dérangement est mesuré en divisant le nombre d'appels de dérangement valables effectués au cours de la période d'observation par le nombre moyen de lignes d'accès pendant cette même période d'observation.
§ 2. Au moins 80 % des dérangements aux lignes d'accès signalés valablement au cours de la période d'observation doivent être levés [1 au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut]1.
Au moins 95 % des dérangements aux lignes d'accès signalés valablement au cours de la période d'observation doivent être levés [1 au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut]1.
[1 ...]1
Ces pourcentages sont calculés sur la base de tous les appels de dérangement valables et toutes les réparations effectuées pendant la période d'observation concernée. Les cas où la réparation dépend d'un accord entre le prestataire et l'abonné ne sont pas pris en compte. Sont également exclus les cas qui ont nécessité l'accès aux installations de l'abonné et pour lesquels l'accès n'a pas été rendu possible par l'abonné au moment prévu.
§ 3. [1 ...]1
(NOTE : Modifié par AR 2014-04-02/36, art. 1, 008; En vigueur : 09-06-2014, mais sans effet à partir du 30-08-2015 car non confirmé par une Loi en application de l'art. 69, §4 de la loi du 13 juin 2005)
Modifications
Art. 13. § 1. De antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist mag gemiddeld maximaal 20 seconden bedragen.
§ 2. De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de diensten met tussenkomst van een telefonist die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend.
§ 3. De volgende statistieken worden verstrekt :
- de gemiddelde antwoordtijd voor de diensten met tussenkomst van een telefonist;
- de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht;
- de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de telefonist de oproeper antwoordt.
§ 2. De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de diensten met tussenkomst van een telefonist die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend.
§ 3. De volgende statistieken worden verstrekt :
- de gemiddelde antwoordtijd voor de diensten met tussenkomst van een telefonist;
- de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht;
- de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de telefonist de oproeper antwoordt.
Art. 13. § 1er. Le délai de réponse pour les services avec intervention d'un standardiste ne peut dépasser 20 secondes en moyenne.
§ 2. La mesure sera effectuée sur la base de tous les appels aux services par le biais du standardiste enregistrés au cours de la période d'observation considérée.
§ 3. Les statistiques suivantes seront fournies :
- le délai de réponse moyen pour les services par standardiste;
- la somme du délai d'établissement de la communication, de la durée de la tonalité de sonnerie et du message d'accueil;
- le délai entre la fin du message d'accueil et le moment où le standardiste répond à la personne appelante.
§ 2. La mesure sera effectuée sur la base de tous les appels aux services par le biais du standardiste enregistrés au cours de la période d'observation considérée.
§ 3. Les statistiques suivantes seront fournies :
- le délai de réponse moyen pour les services par standardiste;
- la somme du délai d'établissement de la communication, de la durée de la tonalité de sonnerie et du message d'accueil;
- le délai entre la fin du message d'accueil et le moment où le standardiste répond à la personne appelante.
Art. 14. De algemene voorwaarden van de aanbieders preciseren de voorwaarden met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling. Die voorwaarden worden voor met redenen omkleed advies voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en voor advies aan het [1 bijzondere raadgevende commissie Telecommunicatie]1.
Modifications
Art. 14. Les conditions générales des prestataires précisent les modalités relatives à l'octroi d'indemnités, la politique éventuelle d'indemnisation et/ou de remboursement. Ces modalités sont soumises à l'avis motivé du service de médiation pour les télécommunications et à l'avis du [1 commission consultative spéciale Télécommunication]1.
Modifications
Art. 16. [1 De aansluiting bedoeld in [2 artikel 70, § 1, moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over adequate breedbandinternettoegangsdienst]2 door middel van een specifiek contract met een internetserviceprovider.
De Koning bepaalt op voorstel van het Instituut de snelheid van [2 deze adequate breedbandinternettoegangsdienst, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte]2 en de technische haalbaarheid. De aanduiding van de snelheid is opgenomen in het in artikel 103 bedoelde rapport.]1
[2 De adequate breedbandinternettoegangsdienst moet de bandbreedte kunnen leveren die nodig is om ten minste volgend minimumpakket van diensten te ondersteunen: e-mail, zoekmachines waarmee allerlei soorten informatie kunnen worden opgezocht en gevonden, online-basisinstrumenten voor opleiding en onderwijs, online-kranten of -nieuws, online goederen en diensten kopen of bestellen, opzoeken van vacatures en instrumenten daarvoor, professionele netwerken, internetbankieren, gebruik van e-overheidsdiensten, sociale media en chatten, gesprekken en videogesprekken (standaardkwaliteit).]2
De Koning bepaalt op voorstel van het Instituut de snelheid van [2 deze adequate breedbandinternettoegangsdienst, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte]2 en de technische haalbaarheid. De aanduiding van de snelheid is opgenomen in het in artikel 103 bedoelde rapport.]1
[2 De adequate breedbandinternettoegangsdienst moet de bandbreedte kunnen leveren die nodig is om ten minste volgend minimumpakket van diensten te ondersteunen: e-mail, zoekmachines waarmee allerlei soorten informatie kunnen worden opgezocht en gevonden, online-basisinstrumenten voor opleiding en onderwijs, online-kranten of -nieuws, online goederen en diensten kopen of bestellen, opzoeken van vacatures en instrumenten daarvoor, professionele netwerken, internetbankieren, gebruik van e-overheidsdiensten, sociale media en chatten, gesprekken en videogesprekken (standaardkwaliteit).]2
Art. 16. [1 Le raccordement visé à [2 l'article 70, § 1er, doit permettre aux utilisateurs finaux de disposer d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit]2, moyennant un contrat spécifique avec un fournisseur de service Internet.
Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut, le débit de [2 ce service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés]2 et la faisabilité technique. L'indication du débit figure dans le rapport visé à l'article 103.]1
[2 Le service d'accès adéquat à l'internet à haut débit est capable de fournir le débit nécessaire pour prendre en charge au moins l'ensemble minimal des services suivants: messagerie électronique, moteurs de recherche permettant de chercher et de trouver tout type d'information, outils en ligne de base destinés à la formation et à l'éducation, journaux ou sites d'information en ligne, achat ou commande de biens ou services en ligne, recherche d'emploi et outils de recherche d'emploi, réseautage professionnel, banque en ligne, utilisation de services d'administration en ligne, médias sociaux et applications de messagerie instantanée, appels vocaux et vidéo (qualité standard).]2
Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut, le débit de [2 ce service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés]2 et la faisabilité technique. L'indication du débit figure dans le rapport visé à l'article 103.]1
[2 Le service d'accès adéquat à l'internet à haut débit est capable de fournir le débit nécessaire pour prendre en charge au moins l'ensemble minimal des services suivants: messagerie électronique, moteurs de recherche permettant de chercher et de trouver tout type d'information, outils en ligne de base destinés à la formation et à l'éducation, journaux ou sites d'information en ligne, achat ou commande de biens ou services en ligne, recherche d'emploi et outils de recherche d'emploi, réseautage professionnel, banque en ligne, utilisation de services d'administration en ligne, médias sociaux et applications de messagerie instantanée, appels vocaux et vidéo (qualité standard).]2
Art. 18. Het percentage betwistingen van en complexe vragen over facturering mag niet meer dan 1% van het totale aantal verzonden facturen bedragen.
Onder betwistingen van en complexe vragen over facturering moet worden verstaan die vragen en betwistingen die niet met één telefoongesprek kunnen worden afgehandeld.
Onder betwistingen van en complexe vragen over facturering moet worden verstaan die vragen en betwistingen die niet met één telefoongesprek kunnen worden afgehandeld.
Art. 18. Le pourcentage des contestations et questions complexes concernant la facturation ne peut excéder 1% du nombre total des factures envoyées.
Par contestations et questions complexes concernant la facturation, on entend les questions et contestations qui ne peuvent être résolues en une seule conversation téléphonique.
Par contestations et questions complexes concernant la facturation, on entend les questions et contestations qui ne peuvent être résolues en une seule conversation téléphonique.
Art. 19. Naast de publicatie van de inlichtingen waarvan sprake in artikel 46 van deze bijlage, berekent de aanbieder eveneens de waarden die elk kwartaal effectief gerealiseerd zijn, volgens de meetmethodes voorgeschreven in de [1 artikelen 5 en 7]1 van deze bijlage. Die waarden worden uiterlijk een maand na afloop van het betreffende kwartaal aan het Instituut bezorgd in de vorm bepaald in artikel 46 van deze bijlage.
Modifications
Art. 19. Outre la publication des informations prévues à l'article 46 de la présente annexe, le prestataire calcule également les valeurs réalisées effectivement à chaque trimestre selon les méthodes prescrites aux [1 articles 5 et 7]1 de la présente annexe. Ces valeurs sont communiquées à l'Institut au plus tard un mois après l'expiration du trimestre en question, selon la forme fixée à l'article 46 de la présente annexe.
Modifications
Art. 20. Voor de toepassing van artikel 5 en artikel 7, § 2, van deze bijlage moet de aanbieder in geval van overmacht aan de betrokken gebruikers de termijn meedelen waarbinnen vermoedelijk aan hun vraag zal worden voldaan.
Art. 20. Pour l'application de l'article 5 et l'article 7, § 2, de la présente annexe le prestataire doit, en cas de force majeure, indiquer aux utilisateurs intéressés le délai dans lequel leur demande sera probablement satisfaite.
Art. 21. De aanbieder stelt de abonnees een hulpdienst ter beschikking. De hulpdienst is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar. De hulpdienst registreert de aanvragen van de abonnees in verband met de opheffing van storingen van de telefoondienst en de moeilijkheden om een verbinding te krijgen. Hij stuurt die aanvragen zo spoedig mogelijk door naar de bevoegde diensten. [1 Deze hulpdienst]1 is gratis toegankelijk.
Modifications
Art. 21. Le prestataire met à la disposition des abonnés un service d'assistance. Le service d'assistance est disponible 24 heures sur 24 et 7 jours sur 7. Le service d'assistance enregistre les demandes des abonnés relatives à la levée des dérangements du service téléphonique et aux difficultés d'obtenir une communication. Il transmet ces demandes aux services compétents dans les délais les plus brefs. [1 Ce service d'assistance]1 est accessible gratuitement.
Modifications
Afdeling 3. - Het sociale element van de universele dienst.
Section 3. - De la composante sociale du service universel.
Art. 22. § 1. [3 De operatoren bedoeld in artikel 74, §§ 2 en 3, van de wet, passen ten minste de hieronder vermelde sociale tarieven toe in overeenstemming met artikel 38:]3
1. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2
1.1. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 mag slechts over één telefoonaansluiting met [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
1.2. Het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die :
1° hetzij de volle leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en
- alleen woont;
- samenwoont met één of meer personen die ten volle 60 jaar oud zijn, onverminderd 1.3.
Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn die beide ouders hebben verloren of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.
[2 ...]2
Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 1° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld [2 in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
2° hetzij ten minste 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en :
- alleen woont;
- samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.
Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 2° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld [2 in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
3° hetzij persoonlijk het voorwerp is van één van de volgende beslissingen :
a) beslissing om een leefloon toe te kennen, krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) een andere beslissing die wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel van het Instituut.
1.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
1.4. Als voor minstens 66 % gehandicapt, wordt beschouwd de persoon :
1° die bij een administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard;
2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld, zoals bepaald in artikel 100 van diezelfde wet;
3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen [2 aan personen met een handicap]2, werd vastgesteld;
4° in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen [2 aan personen met een handicap]2.
1.5. De reeds op het telefoonnetwerk aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
1.6. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
1.7. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
2. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd
2.1. De operatoren staan sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd een [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 toe. [2 ...]2
2.2. De korting wordt slechts toegekend voor één aansluiting per begunstigde.
2.3. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd, kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon, houder van een aansluiting op het telefoonnetwerk die :
1° hetzij minstens een gehoorverlies heeft van minstens 70 dB voor het beste oor volgens de classificatie van het " Bureau International d'Audiophonologie " - Internationaal Bureau voor Audiofonologie (BIAP);
2° hetzij een laryngectomie heeft ondergaan.
De ouders of grootouders, houder van een telefoonaansluiting, kunnen het bewuste tarief genieten indien hun kind of kleinkind dat bij hen inwoont, voldoet aan één van de bovengemelde voorwaarden inzake de handicap.
2.4. De handicap die recht geeft op voornoemd [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 moet blijken uit een administratieve of gerechtelijke beslissing.
2.5. De reeds op het telefoonnet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voornoemde sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
2.6. De begunstigde van het bewuste [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om het betreffende tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het onrechtmatige genot van het voormelde speciale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
2.7. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
3. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van de militaire oorlogsblinden
De operatoren staan de militaire oorlogsblinden een sociaal tarief toe.
[1 4. [2 Sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2.
4.1 De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 mag slechts over één sociaal internettarief beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
4.2. Het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de punten 1.2, 2.3 en 3.
4.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
4.4. De reeds op het internet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
4.5. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
4.6. Het genot van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.]1
§ 2. [3 Het Instituut beheert een databank met betrekking tot de begunstigden bedoeld in dit artikel alsook in artikel 38.
Het Instituut wordt aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens van de begunstigden bedoeld in dit artikel alsook in artikel 38.
De personeelsleden van het Instituut die daartoe uitdrukkelijk gemachtigd zijn, krijgen via een verbinding die passend beveiligd is toegang tot de in het eerste lid bedoelde databank. Deze toegang omvat de toegang tot de informatie bedoeld in artikel 22, § 4, eerste lid, en § 5, alsmede de toegang tot de documenten bedoeld in artikel 22, § 3, tweede en derde lid.
De FOD Economie heeft ook toegang tot die databank, via alleen-lezen en met een passend beveiligde verbinding, in het kader van de geautomatiseerde controle van de toekenningscriteria [4 of het beheer]4 van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/1, § 1 [4 of om de betrokken burgers te informeren]4.]3
[3 § 3. Het Instituut controleert één keer per jaar of voor de personen die ervan genieten nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden voor het recht op het sociaal tarief, bepaald in paragraaf 1.
Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de criteria voor het verlenen van het sociale tarief is voldaan.
Voor de verwerking van deze stukken neemt het Instituut de tijd die nodig is om tot een beslissing te komen wat betreft de toekenning van het recht. Deze stukken worden vernietigd uiterlijk vier maanden na die beslissing.
§ 4. De databank omvat de volgende categorieën van gegevens:
- het unieke identificatienummer;
- de naam;
- de voornaam;
- de geboortedatum;
- het geslacht;
- het adres;
- de taal;
- eventueel een telefoonnummer;
- het element dat tot de korting leidt;
- de naam van de operator;
- het klantnummer bij de operator;
- de datum van de aanvraag van het sociaal tarief;
- de datum van aanvang van het recht;
- de datum van het einde van het recht;
- de datum van aanvang van de korting;
- de datum van het einde van de korting;
- de facturatiedag;
- de historiek van de aanvragen en hun opvolging;
- het rijksregisternummer.
Het Instituut stopt de verwerking van deze gegevens:
1° wanneer het Instituut verwittigd wordt van het overlijden van de begunstigde of;
2° achttien maanden nadat het heeft vastgesteld, op grond van paragraaf 7, dat de betrokken persoon niet langer recht heeft op het sociaal tarief.
§ 5. Met het oog op het behoud en de controle van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 [4 , en op het correct informeren van de betrokken burgers,]4 heeft het Instituut:
1° toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken, [4 ...]4 in het kader van [4 het informeren van de betrokken burgers,]4 het behoud en van de controle van het sociaal tarief op grond van paragraaf 1;
3° toegang tot de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, ingesteld bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
4° het recht om de informatie afkomstig uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid te gebruiken, [4 ...]4 in het kader van het behoud en van de controle van het sociaal tarief op grond van paragraaf 1 [4 , alsook voor het organiseren van informatiecampagnes gericht op de betrokken burgers]4;
5° het recht om de door de operatoren doorgestuurde informatie met betrekking tot hun klanten te verwerken en te bewaren met het oog op de toekenning van het sociaal tarief.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen hebben de volgende doeleinden:
1° dienen als interface voor het behoud en de controle van het sociaal tarief;
2° [4 informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;]4
3° statistieken, analyses en studies opstellen.
Met het oog op de verwerking bedoeld in het tweede lid, 3°, worden de persoonsgegevens geanonimiseerd.
§ 6. Vanaf 1 maart 2024 mag geen enkele aanvraag met betrekking tot de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 meer worden ingediend.
De personen die een aanvraag hebben ingediend voor 1 maart 2024 kunnen het sociaal tarief bedoeld in artikel 22 genieten tot na die datum, onder voorbehoud van de gevallen bepaald in paragraaf 7 en artikel 22/2, § 4.
§ 7. Vanaf 1 maart 2024 verliest elke persoon die het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 geniet, dat recht indien:
1° hij niet langer beantwoordt aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1; of
2° hij van contract of van tariefformule verandert bij zijn operator; of
3° hij van operator verandert; of
4° hij van adres verandert waarop de telecomdienst wordt verstrekt; of
5° de operator niet langer het tariefplan aanbiedt waarop het sociaal tarief betrekking heeft.
De operatoren delen aan de FOD Economie het rijksregisternummer mee, en bij gebrek daaraan de naam, de voornaam en de geboortedatum van de begunstigde klant van het sociaal tarief voor wie een van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 2° tot 5° vervuld wordt.
De FOD Economie zendt het Instituut de informatie bedoeld in het eerste lid toe.
De personen die het recht op het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 verliezen met toepassing van de voorwaarden bepaald in het eerste lid, kunnen aanspraak maken op het sociaal tarief bedoeld in artikel 38/1 op voorwaarde dat ze beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 22/2 en 22/3.
§ 8. Uiterlijk op 31 maart 2034, en vervolgens om de twee jaar, stellen het Instituut en de FOD Economie gezamenlijk een evaluatieverslag op.
In dit verslag aan de regering wordt nagegaan hoeveel personen op 31 december van elk jaar dat voorafgaat aan het verslag, nog het in de artikelen 22 en 38 bedoelde sociaal tarief genieten en worden aanbevelingen geformuleerd betreffende het behoud van dit sociaal tarief, rekening houdend met de budgettaire gevolgen van dit behoud.]3
1. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2
1.1. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 mag slechts over één telefoonaansluiting met [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
1.2. Het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die :
1° hetzij de volle leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en
- alleen woont;
- samenwoont met één of meer personen die ten volle 60 jaar oud zijn, onverminderd 1.3.
Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn die beide ouders hebben verloren of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.
[2 ...]2
Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 1° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld [2 in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
2° hetzij ten minste 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en :
- alleen woont;
- samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.
Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 2° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld [2 in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994]2;
3° hetzij persoonlijk het voorwerp is van één van de volgende beslissingen :
a) beslissing om een leefloon toe te kennen, krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) een andere beslissing die wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel van het Instituut.
1.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
1.4. Als voor minstens 66 % gehandicapt, wordt beschouwd de persoon :
1° die bij een administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard;
2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld, zoals bepaald in artikel 100 van diezelfde wet;
3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen [2 aan personen met een handicap]2, werd vastgesteld;
4° in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen [2 aan personen met een handicap]2.
1.5. De reeds op het telefoonnetwerk aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
1.6. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
1.7. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
2. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd
2.1. De operatoren staan sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd een [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 toe. [2 ...]2
2.2. De korting wordt slechts toegekend voor één aansluiting per begunstigde.
2.3. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd, kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon, houder van een aansluiting op het telefoonnetwerk die :
1° hetzij minstens een gehoorverlies heeft van minstens 70 dB voor het beste oor volgens de classificatie van het " Bureau International d'Audiophonologie " - Internationaal Bureau voor Audiofonologie (BIAP);
2° hetzij een laryngectomie heeft ondergaan.
De ouders of grootouders, houder van een telefoonaansluiting, kunnen het bewuste tarief genieten indien hun kind of kleinkind dat bij hen inwoont, voldoet aan één van de bovengemelde voorwaarden inzake de handicap.
2.4. De handicap die recht geeft op voornoemd [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 moet blijken uit een administratieve of gerechtelijke beslissing.
2.5. De reeds op het telefoonnet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voornoemde sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
2.6. De begunstigde van het bewuste [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om het betreffende tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het onrechtmatige genot van het voormelde speciale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
2.7. Het genot van het [2 sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
3. [2 Sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie]2 ten voordele van de militaire oorlogsblinden
De operatoren staan de militaire oorlogsblinden een sociaal tarief toe.
[1 4. [2 Sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2.
4.1 De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 mag slechts over één sociaal internettarief beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
4.2. Het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de punten 1.2, 2.3 en 3.
4.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
4.4. De reeds op het internet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
4.5. De begunstigde van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
4.6. Het genot van het [2 sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]2 wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.]1
§ 2. [3 Het Instituut beheert een databank met betrekking tot de begunstigden bedoeld in dit artikel alsook in artikel 38.
Het Instituut wordt aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens van de begunstigden bedoeld in dit artikel alsook in artikel 38.
De personeelsleden van het Instituut die daartoe uitdrukkelijk gemachtigd zijn, krijgen via een verbinding die passend beveiligd is toegang tot de in het eerste lid bedoelde databank. Deze toegang omvat de toegang tot de informatie bedoeld in artikel 22, § 4, eerste lid, en § 5, alsmede de toegang tot de documenten bedoeld in artikel 22, § 3, tweede en derde lid.
De FOD Economie heeft ook toegang tot die databank, via alleen-lezen en met een passend beveiligde verbinding, in het kader van de geautomatiseerde controle van de toekenningscriteria [4 of het beheer]4 van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/1, § 1 [4 of om de betrokken burgers te informeren]4.]3
[3 § 3. Het Instituut controleert één keer per jaar of voor de personen die ervan genieten nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden voor het recht op het sociaal tarief, bepaald in paragraaf 1.
Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de criteria voor het verlenen van het sociale tarief is voldaan.
Voor de verwerking van deze stukken neemt het Instituut de tijd die nodig is om tot een beslissing te komen wat betreft de toekenning van het recht. Deze stukken worden vernietigd uiterlijk vier maanden na die beslissing.
§ 4. De databank omvat de volgende categorieën van gegevens:
- het unieke identificatienummer;
- de naam;
- de voornaam;
- de geboortedatum;
- het geslacht;
- het adres;
- de taal;
- eventueel een telefoonnummer;
- het element dat tot de korting leidt;
- de naam van de operator;
- het klantnummer bij de operator;
- de datum van de aanvraag van het sociaal tarief;
- de datum van aanvang van het recht;
- de datum van het einde van het recht;
- de datum van aanvang van de korting;
- de datum van het einde van de korting;
- de facturatiedag;
- de historiek van de aanvragen en hun opvolging;
- het rijksregisternummer.
Het Instituut stopt de verwerking van deze gegevens:
1° wanneer het Instituut verwittigd wordt van het overlijden van de begunstigde of;
2° achttien maanden nadat het heeft vastgesteld, op grond van paragraaf 7, dat de betrokken persoon niet langer recht heeft op het sociaal tarief.
§ 5. Met het oog op het behoud en de controle van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 [4 , en op het correct informeren van de betrokken burgers,]4 heeft het Instituut:
1° toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken, [4 ...]4 in het kader van [4 het informeren van de betrokken burgers,]4 het behoud en van de controle van het sociaal tarief op grond van paragraaf 1;
3° toegang tot de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, ingesteld bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
4° het recht om de informatie afkomstig uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid te gebruiken, [4 ...]4 in het kader van het behoud en van de controle van het sociaal tarief op grond van paragraaf 1 [4 , alsook voor het organiseren van informatiecampagnes gericht op de betrokken burgers]4;
5° het recht om de door de operatoren doorgestuurde informatie met betrekking tot hun klanten te verwerken en te bewaren met het oog op de toekenning van het sociaal tarief.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen hebben de volgende doeleinden:
1° dienen als interface voor het behoud en de controle van het sociaal tarief;
2° [4 informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;]4
3° statistieken, analyses en studies opstellen.
Met het oog op de verwerking bedoeld in het tweede lid, 3°, worden de persoonsgegevens geanonimiseerd.
§ 6. Vanaf 1 maart 2024 mag geen enkele aanvraag met betrekking tot de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 meer worden ingediend.
De personen die een aanvraag hebben ingediend voor 1 maart 2024 kunnen het sociaal tarief bedoeld in artikel 22 genieten tot na die datum, onder voorbehoud van de gevallen bepaald in paragraaf 7 en artikel 22/2, § 4.
§ 7. Vanaf 1 maart 2024 verliest elke persoon die het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 geniet, dat recht indien:
1° hij niet langer beantwoordt aan de toekenningsvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1; of
2° hij van contract of van tariefformule verandert bij zijn operator; of
3° hij van operator verandert; of
4° hij van adres verandert waarop de telecomdienst wordt verstrekt; of
5° de operator niet langer het tariefplan aanbiedt waarop het sociaal tarief betrekking heeft.
De operatoren delen aan de FOD Economie het rijksregisternummer mee, en bij gebrek daaraan de naam, de voornaam en de geboortedatum van de begunstigde klant van het sociaal tarief voor wie een van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 2° tot 5° vervuld wordt.
De FOD Economie zendt het Instituut de informatie bedoeld in het eerste lid toe.
De personen die het recht op het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22 en 38 verliezen met toepassing van de voorwaarden bepaald in het eerste lid, kunnen aanspraak maken op het sociaal tarief bedoeld in artikel 38/1 op voorwaarde dat ze beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 22/2 en 22/3.
§ 8. Uiterlijk op 31 maart 2034, en vervolgens om de twee jaar, stellen het Instituut en de FOD Economie gezamenlijk een evaluatieverslag op.
In dit verslag aan de regering wordt nagegaan hoeveel personen op 31 december van elk jaar dat voorafgaat aan het verslag, nog het in de artikelen 22 en 38 bedoelde sociaal tarief genieten en worden aanbevelingen geformuleerd betreffende het behoud van dit sociaal tarief, rekening houdend met de budgettaire gevolgen van dit behoud.]3
Art. 22. § 1er. [3 Les opérateurs visés à l'article 74, §§ 2 et 3, de la loi, appliquent, au moins, les tarifs sociaux détaillés ci-après, conformément à l'article 38:]3
1. [2 Tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2
1.1. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 ne peut disposer que d'un seul raccordement téléphonique à un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 et il ne peut y avoir qu'un seul bénéficiaire par ménage
1.2. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 peut être accordé à sa demande, à toute personne :
1° soit âgée de 65 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant avec une ou plusieurs personnes âgées de 60 ans accomplis sans préjudice du 1.3.
Peuvent également cohabiter avec le bénéficiaire, ses enfants et petits-enfants. Les petits-enfants doivent en outre être orphelins de père et de mère ou avoir été confiés aux grands-parents par décision judiciaire.
[2 ...]2
Le [1 revenu imposable globalement]1 du bénéficiaire, cumulé avec le [1 revenu imposable globalement]1 des personnes qui cohabitent éventuellement avec lui en application du 1° susmentionné, ne peut dépasser les montants fixés [2 à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994]2;
2° soit atteinte d'un handicap d'au moins 66 % et âgée de 18 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant soit avec deux personnes au maximum, soit avec des parents ou alliés du premier ou du deuxième degré.
Le [1 revenu imposable globalement]1 du bénéficiaire, cumulé avec le [1 revenu imposable globalement]1 des personnes qui cohabitent éventuellement avec lui en application du 2° susmentionné, ne peut dépasser les montants fixés [2 à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994]2;
3° soit qui fait personnellement l'objet de l'une des décisions suivantes :
a) décision d'octroi du revenu d'intégration, en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) toute autre décision déterminée par le Roi, sur proposition de l'Institut.
1.3. Habiter dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire n'ouvre aucun droit au bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 sauf si le bénéficiaire dispose d'un abonnement en son nom propre et à son usage exclusif.
1.4. Est considérée comme atteinte d'un handicap d'au moins 66 % la personne :
1° qui a été déclarée par une décision administrative ou judiciaire être handicapée physiquement ou psychiquement ou en incapacité de travail de façon permanente pour au moins 66 %;
2° pour laquelle, après la période d'incapacité primaire prévue à l'article 87 de la loi relative à l'assurance obligatoire, soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, une réduction de la capacité de gain à un taux égal ou inférieur à un tiers est constatée, comme prévu à l'article 100 de la même loi;
3° pour laquelle, dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus, une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins, comme prévu à l'article 2 de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations [2 aux personnes handicapées]2, a été constatée;
4° pour laquelle une réduction du degré d'autonomie d'au moins 9 points a été constatée conformément aux guide et échelle médico-sociale applicables dans le cadre de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations [2 aux personnes handicapées]2.
1.5. Les personnes déjà raccordées au téléphone qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
1.6. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
1.7. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
2. [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie
2.1. Un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est accordé par les opérateurs à certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie. [2 ...]2
2.2. La réduction n'est octroyée que pour un seul raccordement par bénéficiaire.
2.3. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie peut être accordé, à sa demande, à toute personne titulaire d'un raccordement au réseau téléphonique ayant :
1° soit une perte auditive minimale de 70dB pour la meilleure oreille selon la classification du Bureau International d'Audiophonologie (BIAP);
2° soit subi une laryngectomie.
Les parents ou grands-parents, titulaires d'un raccordement téléphonique, peuvent bénéficier du tarif en question si leur enfant ou petit-enfant, qui habite chez eux, répond à l'une des conditions de handicap susmentionnées.
2.4. Le handicap qui ouvre le droit au [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 susdit doit être attesté par une décision administrative ou judiciaire.
2.5. Les personnes déjà reliées accordées au téléphone qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 précité à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
2.6. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en question :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment dudit tarif à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
2.7. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
3. [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur des aveugles militaires de la guerre.
Un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est accordé par les opérateurs aux aveugles militaires de la guerre.
[1 4. [2 Tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2.
4.1. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 ne peut disposer que d'un seul tarif internet social et il ne peut y avoir qu'un seul bénéficiaire par ménage.
4.2. Le bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 peut être accordé à sa demande, à toute personne répondant aux critères fixés aux points 1.2, 2.3 et 3.
4.3. Habiter dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire n'ouvre aucun droit au bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 sauf si le bénéficiaire dispose d'un abonnement en son nom propre et à son usage exclusif.
4.4. Les personnes déjà raccordées à l'Internet qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
4.5. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
4.6. Le bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.]1
§ 2. [3 Une base de données est gérée par l'Institut relative aux bénéficiaires visés au présent article et à l'article 38.
L'Institut est désigné comme responsable du traitement en ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel des bénéficiaires visés au présent article et à l'article 38.
Les membres du personnel de l'Institut disposant d'une habilitation expresse sont autorisés à accéder, via une connexion dûment sécurisée, à la base de données visée à l'alinéa 1er. Cet accès comprend l'accès aux informations visées à l'article 22, § 4, alinéa 1er, et § 5, ainsi que l'accès aux documents visés à l'article 22, § 3, alinéas 2 et 3.
Le SPF Economie a également accès à cette base de données, en lecture seule et via une connexion dûment sécurisée, dans le cadre de la vérification automatisée des critères d'octroi [4 ou de gestion]4 du tarif social visé à l'article 22/1, § 1er [4 ou à des fins d'information des citoyens concernés]4.]3
[3 § 3. L'Institut vérifie une fois par an si les conditions d'accès au tarif social prévues au paragraphe 1er sont toujours remplies pour les personnes en bénéficiant.
L'Institut détermine les pièces qui doivent établir la preuve qu'il est satisfait aux critères d'octroi du tarif social.
Ces pièces sont traitées par l'Institut le temps nécessaire pour prendre la décision concernant l'octroi du droit. Ces pièces sont détruites au plus tard quatre mois après cette décision.
§ 4. La base de données comprend les catégories de données suivantes:
- le numéro d'identification unique;
- le nom;
- le prénom;
- la date de naissance;
- le sexe;
- l'adresse;
- la langue;
- éventuellement un numéro de téléphone;
- la composante qui produit la réduction;
- le nom de l'opérateur;
- le numéro de client chez l'opérateur;
- la date de la demande du tarif social;
- la date du début du droit;
- la date de fin du droit;
- la date du début de la réduction;
- la date de fin de la réduction;
- le jour de facturation;
- l'historique des demandes, y compris leur suivi;
- le numéro de Registre national.
L'Institut met fin au traitement de ces données:
1° lorsque l'Institut est informé du décès du bénéficiaire ou;
2° dix-huit mois après qu'il ait constaté, sur la base du paragraphe 7, que la personne concernée n'a plus le droit au tarif social.
§ 5. En vue du maintien et du contrôle du tarif social visé aux articles 22 et 38 [4 , et de la bonne information des citoyens concernés]4, l'Institut a:
1° accès aux données du Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national, [4 ...]4 dans le cadre [4 de l'information des citoyens concernés et]4 du maintien et du contrôle du tarif social octroyé sur la base du paragraphe 1er;
3° accès à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, instituée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
4° le droit d'utiliser les informations provenant de la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, [4 ...]4 dans le cadre du maintien et du contrôle du tarif social octroyé sur la base du paragraphe 1er [4 , ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés]4;
5° le droit de traiter et de stocker les informations relatives à leurs clients transmises par les opérateurs, en vue de l'octroi du tarif social.
Les traitements visés à l'alinéa 1er ont les finalités suivantes:
1° servir d'interface pour le maintien et le contrôle du tarif social;
2° [4 informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;]4
3° établir des statistiques, des analyses et des études.
En vue du traitement visé à l'alinéa 2, 3°, les données à caractère personnel sont rendues anonymes.
§ 6. Aucune demande relative à l'octroi du tarif social visé aux articles 22 et 38 ne peut plus être introduite à partir du 1er mars 2024.
Les personnes ayant introduit une demande avant le 1er mars 2024 peuvent bénéficier du tarif social visé à l'article 22 au-delà de cette date, sous réserve des cas prévus au paragraphe 7 et à l'article 22/2, § 4.
§ 7. A partir du 1er mars 2024, toute personne bénéficiant du tarif social visé aux articles 22 et 38 perd ce droit dès lors:
1° soit qu'elle ne remplit plus les conditions d'octroi visées au paragraphe 1er;
2° soit qu'elle change de contrat ou de formule tarifaire chez son opérateur;
3° soit qu'elle change d'opérateur;
4° soit que l'adresse de fourniture du service télécoms change;
5° soit que l'opérateur ne commercialise plus le plan tarifaire sur lequel porte le tarif social.
Les opérateurs communiquent au SPF Economie le numéro du Registre national et à défaut le nom, le prénom et la date de naissance du client bénéficiaire du tarif social pour lequel se réalise une des conditions visées à l'alinéa 1er, 2° à 5°.
Le SPF Economie transmet à l'Institut les informations visées à l'alinéa 1er.
Les personnes perdant le droit au tarif social visé aux articles 22 et 38, en application des conditions prévues à l'alinéa 1er, peuvent prétendre au tarif social visé à l'article 38/1 pour autant qu'elles satisfassent aux conditions prévues aux articles 22/2 et 22/3.
§ 8. Un rapport d'évaluation est établi conjointement par l'Institut et le SPF Economie au plus tard le 31 mars 2034, et tous les deux ans par la suite.
Ce rapport, adressé au gouvernement, évalue notamment le nombre de personnes bénéficiant encore au 31 décembre de chaque année précédant le rapport, du tarif social visé aux articles 22 et 38 et formule des recommandations concernant le maintien de ce tarif social en tenant compte de l'impact budgétaire de ce maintien.]3
1. [2 Tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2
1.1. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 ne peut disposer que d'un seul raccordement téléphonique à un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 et il ne peut y avoir qu'un seul bénéficiaire par ménage
1.2. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 peut être accordé à sa demande, à toute personne :
1° soit âgée de 65 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant avec une ou plusieurs personnes âgées de 60 ans accomplis sans préjudice du 1.3.
Peuvent également cohabiter avec le bénéficiaire, ses enfants et petits-enfants. Les petits-enfants doivent en outre être orphelins de père et de mère ou avoir été confiés aux grands-parents par décision judiciaire.
[2 ...]2
Le [1 revenu imposable globalement]1 du bénéficiaire, cumulé avec le [1 revenu imposable globalement]1 des personnes qui cohabitent éventuellement avec lui en application du 1° susmentionné, ne peut dépasser les montants fixés [2 à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994]2;
2° soit atteinte d'un handicap d'au moins 66 % et âgée de 18 ans accomplis :
- habitant seule;
- cohabitant soit avec deux personnes au maximum, soit avec des parents ou alliés du premier ou du deuxième degré.
Le [1 revenu imposable globalement]1 du bénéficiaire, cumulé avec le [1 revenu imposable globalement]1 des personnes qui cohabitent éventuellement avec lui en application du 2° susmentionné, ne peut dépasser les montants fixés [2 à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994]2;
3° soit qui fait personnellement l'objet de l'une des décisions suivantes :
a) décision d'octroi du revenu d'intégration, en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) toute autre décision déterminée par le Roi, sur proposition de l'Institut.
1.3. Habiter dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire n'ouvre aucun droit au bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 sauf si le bénéficiaire dispose d'un abonnement en son nom propre et à son usage exclusif.
1.4. Est considérée comme atteinte d'un handicap d'au moins 66 % la personne :
1° qui a été déclarée par une décision administrative ou judiciaire être handicapée physiquement ou psychiquement ou en incapacité de travail de façon permanente pour au moins 66 %;
2° pour laquelle, après la période d'incapacité primaire prévue à l'article 87 de la loi relative à l'assurance obligatoire, soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, une réduction de la capacité de gain à un taux égal ou inférieur à un tiers est constatée, comme prévu à l'article 100 de la même loi;
3° pour laquelle, dans le cadre de l'allocation de remplacement de revenus, une réduction de la capacité de gain à un tiers ou moins, comme prévu à l'article 2 de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations [2 aux personnes handicapées]2, a été constatée;
4° pour laquelle une réduction du degré d'autonomie d'au moins 9 points a été constatée conformément aux guide et échelle médico-sociale applicables dans le cadre de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations [2 aux personnes handicapées]2.
1.5. Les personnes déjà raccordées au téléphone qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
1.6. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
1.7. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
2. [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie
2.1. Un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est accordé par les opérateurs à certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie. [2 ...]2
2.2. La réduction n'est octroyée que pour un seul raccordement par bénéficiaire.
2.3. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie peut être accordé, à sa demande, à toute personne titulaire d'un raccordement au réseau téléphonique ayant :
1° soit une perte auditive minimale de 70dB pour la meilleure oreille selon la classification du Bureau International d'Audiophonologie (BIAP);
2° soit subi une laryngectomie.
Les parents ou grands-parents, titulaires d'un raccordement téléphonique, peuvent bénéficier du tarif en question si leur enfant ou petit-enfant, qui habite chez eux, répond à l'une des conditions de handicap susmentionnées.
2.4. Le handicap qui ouvre le droit au [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 susdit doit être attesté par une décision administrative ou judiciaire.
2.5. Les personnes déjà reliées accordées au téléphone qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 précité à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
2.6. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en question :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment dudit tarif à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
2.7. Le bénéfice du [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur de certains déficients auditifs et de personnes ayant subi une laryngectomie est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
3. [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 en faveur des aveugles militaires de la guerre.
Un [2 tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée]2 est accordé par les opérateurs aux aveugles militaires de la guerre.
[1 4. [2 Tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2.
4.1. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 ne peut disposer que d'un seul tarif internet social et il ne peut y avoir qu'un seul bénéficiaire par ménage.
4.2. Le bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 peut être accordé à sa demande, à toute personne répondant aux critères fixés aux points 1.2, 2.3 et 3.
4.3. Habiter dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire n'ouvre aucun droit au bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 sauf si le bénéficiaire dispose d'un abonnement en son nom propre et à son usage exclusif.
4.4. Les personnes déjà raccordées à l'Internet qui remplissent les conditions fixées bénéficient du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 à l'expiration de la première échéance de leur abonnement qui suit l'introduction de la demande.
4.5. Le bénéficiaire du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 :
1° donne immédiatement connaissance à l'opérateur du fait qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° complète immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
4.6. Le bénéfice du [2 tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]2 est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.]1
§ 2. [3 Une base de données est gérée par l'Institut relative aux bénéficiaires visés au présent article et à l'article 38.
L'Institut est désigné comme responsable du traitement en ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel des bénéficiaires visés au présent article et à l'article 38.
Les membres du personnel de l'Institut disposant d'une habilitation expresse sont autorisés à accéder, via une connexion dûment sécurisée, à la base de données visée à l'alinéa 1er. Cet accès comprend l'accès aux informations visées à l'article 22, § 4, alinéa 1er, et § 5, ainsi que l'accès aux documents visés à l'article 22, § 3, alinéas 2 et 3.
Le SPF Economie a également accès à cette base de données, en lecture seule et via une connexion dûment sécurisée, dans le cadre de la vérification automatisée des critères d'octroi [4 ou de gestion]4 du tarif social visé à l'article 22/1, § 1er [4 ou à des fins d'information des citoyens concernés]4.]3
[3 § 3. L'Institut vérifie une fois par an si les conditions d'accès au tarif social prévues au paragraphe 1er sont toujours remplies pour les personnes en bénéficiant.
L'Institut détermine les pièces qui doivent établir la preuve qu'il est satisfait aux critères d'octroi du tarif social.
Ces pièces sont traitées par l'Institut le temps nécessaire pour prendre la décision concernant l'octroi du droit. Ces pièces sont détruites au plus tard quatre mois après cette décision.
§ 4. La base de données comprend les catégories de données suivantes:
- le numéro d'identification unique;
- le nom;
- le prénom;
- la date de naissance;
- le sexe;
- l'adresse;
- la langue;
- éventuellement un numéro de téléphone;
- la composante qui produit la réduction;
- le nom de l'opérateur;
- le numéro de client chez l'opérateur;
- la date de la demande du tarif social;
- la date du début du droit;
- la date de fin du droit;
- la date du début de la réduction;
- la date de fin de la réduction;
- le jour de facturation;
- l'historique des demandes, y compris leur suivi;
- le numéro de Registre national.
L'Institut met fin au traitement de ces données:
1° lorsque l'Institut est informé du décès du bénéficiaire ou;
2° dix-huit mois après qu'il ait constaté, sur la base du paragraphe 7, que la personne concernée n'a plus le droit au tarif social.
§ 5. En vue du maintien et du contrôle du tarif social visé aux articles 22 et 38 [4 , et de la bonne information des citoyens concernés]4, l'Institut a:
1° accès aux données du Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national, [4 ...]4 dans le cadre [4 de l'information des citoyens concernés et]4 du maintien et du contrôle du tarif social octroyé sur la base du paragraphe 1er;
3° accès à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, instituée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
4° le droit d'utiliser les informations provenant de la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, [4 ...]4 dans le cadre du maintien et du contrôle du tarif social octroyé sur la base du paragraphe 1er [4 , ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés]4;
5° le droit de traiter et de stocker les informations relatives à leurs clients transmises par les opérateurs, en vue de l'octroi du tarif social.
Les traitements visés à l'alinéa 1er ont les finalités suivantes:
1° servir d'interface pour le maintien et le contrôle du tarif social;
2° [4 informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;]4
3° établir des statistiques, des analyses et des études.
En vue du traitement visé à l'alinéa 2, 3°, les données à caractère personnel sont rendues anonymes.
§ 6. Aucune demande relative à l'octroi du tarif social visé aux articles 22 et 38 ne peut plus être introduite à partir du 1er mars 2024.
Les personnes ayant introduit une demande avant le 1er mars 2024 peuvent bénéficier du tarif social visé à l'article 22 au-delà de cette date, sous réserve des cas prévus au paragraphe 7 et à l'article 22/2, § 4.
§ 7. A partir du 1er mars 2024, toute personne bénéficiant du tarif social visé aux articles 22 et 38 perd ce droit dès lors:
1° soit qu'elle ne remplit plus les conditions d'octroi visées au paragraphe 1er;
2° soit qu'elle change de contrat ou de formule tarifaire chez son opérateur;
3° soit qu'elle change d'opérateur;
4° soit que l'adresse de fourniture du service télécoms change;
5° soit que l'opérateur ne commercialise plus le plan tarifaire sur lequel porte le tarif social.
Les opérateurs communiquent au SPF Economie le numéro du Registre national et à défaut le nom, le prénom et la date de naissance du client bénéficiaire du tarif social pour lequel se réalise une des conditions visées à l'alinéa 1er, 2° à 5°.
Le SPF Economie transmet à l'Institut les informations visées à l'alinéa 1er.
Les personnes perdant le droit au tarif social visé aux articles 22 et 38, en application des conditions prévues à l'alinéa 1er, peuvent prétendre au tarif social visé à l'article 38/1 pour autant qu'elles satisfassent aux conditions prévues aux articles 22/2 et 22/3.
§ 8. Un rapport d'évaluation est établi conjointement par l'Institut et le SPF Economie au plus tard le 31 mars 2034, et tous les deux ans par la suite.
Ce rapport, adressé au gouvernement, évalue notamment le nombre de personnes bénéficiant encore au 31 décembre de chaque année précédant le rapport, du tarif social visé aux articles 22 et 38 et formule des recommandations concernant le maintien de ce tarif social en tenant compte de l'impact budgétaire de ce maintien.]3
Art.22/1. [1 § 1. De Koning bepaalt welke autoriteit belast is met de controle van de voorwaarden voor de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22/2 tot 22/3 en 38/1.
§ 2. De FOD Economie en de operatoren zijn de verwerkingsverantwoordelijken van de persoonsgegevens van de abonnees met toepassing van de artikelen 22/2 tot 22/3 en 38/1. De Koning kan bepalen in welke gevallen de FOD Economie en de operatoren gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
§ 3. De FOD Economie en de operatoren nemen alle nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid, de integriteit, de beschikbaarheid en de veerkracht van de verwerkingen verricht op basis van de artikelen 22/2 tot 22/3 en 38/1 te waarborgen.]1
§ 2. De FOD Economie en de operatoren zijn de verwerkingsverantwoordelijken van de persoonsgegevens van de abonnees met toepassing van de artikelen 22/2 tot 22/3 en 38/1. De Koning kan bepalen in welke gevallen de FOD Economie en de operatoren gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
§ 3. De FOD Economie en de operatoren nemen alle nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid, de integriteit, de beschikbaarheid en de veerkracht van de verwerkingen verricht op basis van de artikelen 22/2 tot 22/3 en 38/1 te waarborgen.]1
Art.22/1. [1 § 1er. Le Roi détermine l'autorité chargée de vérifier les conditions d'octroi du tarif social visé aux articles 22/2 à 22/3 et 38/1.
§ 2. Le SPF Economie et les opérateurs sont les responsables des traitements de données à caractère personnel des abonnés en application des articles 22/2 à 22/3 et 38/1. Le Roi peut fixer les cas dans lesquels la responsabilité du SPF Economie et des opérateurs est conjointe.
§ 3. Le SPF Economie et les opérateurs prennent toutes les mesures nécessaires afin de garantir la confidentialité, l'intégrité, la disponibilité et la résilience des traitements effectués sur la base des articles 22/2 à 22/3 et 38/1.]1
§ 2. Le SPF Economie et les opérateurs sont les responsables des traitements de données à caractère personnel des abonnés en application des articles 22/2 à 22/3 et 38/1. Le Roi peut fixer les cas dans lesquels la responsabilité du SPF Economie et des opérateurs est conjointe.
§ 3. Le SPF Economie et les opérateurs prennent toutes les mesures nécessaires afin de garantir la confidentialité, l'intégrité, la disponibilité et la résilience des traitements effectués sur la base des articles 22/2 à 22/3 et 38/1.]1
Modifications
Art.22/2.[1 § 1. [2 Op 1 maart 2024 wordt een sociaal tarief gecreëerd met betrekking tot de breedbandinternettoegangsdiensten op een vaste locatie, zoals beschreven in artikel 38/1.]2
§ 2. [2 Voor de toepassing van de diensten bedoeld in paragraaf 1 wordt beschouwd als rechthebbende van het sociaal tarief, iedere persoon die kan bewijzen dat hijzelf of een andere persoon die tot hetzelfde gezin behoort een beslissing geniet tot toekenning:
1° door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn:
a) van het leefloon toegekend krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) van een financiële maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
c) van een wachtuitkering op de inkomensgarantie voor ouderen of op een uitkering voor personen met een handicap;
2° door de Directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:
a) van de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
b) van de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c) van een tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
d) van een aanvullende tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
3° door een instelling van een gewest of een gemeenschap:
a) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met de artikelen 84 en 85 van het decreet van 18 mei 2018 van de Vlaamse Gemeenschap houdende de Vlaamse sociale bescherming;
b) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 3 van de ordonnantie van 10 december 2020 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
c) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 43/33, onder voorbehoud van artikel 43/34, van het eerste deel, boek IIIquater, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
d) van een tegemoetkoming toegekend door de Duitstalige Gemeenschap in overeenstemming met artikel 4 van het decreet van 27 juni 2022 betreffende het zorgbudget voor ouderen;
4° genomen op basis van een wet, een decreet of een ordonnantie die een erkenning verschaft van een handicap van minimaal 4 punten in pijler 1 aan een kind, in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd krachtens:
a) artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag;
b) artikel 4 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 mei 2023 betreffende de toekenning van kinderbijslag voor kinderen met een aandoening;
c) artikel 5 van het besluit van de Waalse regering van 23 mei 2019 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van de toeslag op de kinderbijslag ten gunste van een kind met een handicap ter uitvoering van artikel 16 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen;
d) artikel 14 van het besluit van de regering tot uitvoering van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
5° door de Federale Pensioendienst:
a) van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
b) van de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
c) van een tegemoetkoming voor hulp van derden bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
d) van een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen aan bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kunnen de in het eerste lid bedoelde categorieën van rechthebbenden van het in paragraaf 1 bedoelde sociaal tarief gewijzigd of aangevuld worden door de Koning. Elk besluit dat daartoe wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, als het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding ervan.]2
§ 3. Het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1 wordt enkel toegekend aan personen met een wettelijke woonplaats in België, op een adres in België.
§ 4. Binnen eenzelfde huishouden mag er slechts één contract zijn voor de verstrekking van telecomdiensten waarvoor het sociaal tarief geldt, ongeacht of het gaat om dat bedoeld in artikel 22 of om dat bedoeld in dit artikel en artikel 22/3.
§ 5. De rechthebbenden die verblijven in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven, kunnen enkel het sociaal tarief genieten wanneer ze over een contract beschikken voor de verstrekking van telecomdiensten op hun eigen naam dat uitsluitend door hen kan worden gebruikt.
§ 6. Het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing op de contracten voor de verstrekking van professionele telecomdiensten.
§ 7. De Koning bepaalt hoe vaak er wordt overgegaan tot een nieuwe controle van de voorwaarden die recht geven op het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1, met het oog op het behoud ervan.]1
§ 2. [2 Voor de toepassing van de diensten bedoeld in paragraaf 1 wordt beschouwd als rechthebbende van het sociaal tarief, iedere persoon die kan bewijzen dat hijzelf of een andere persoon die tot hetzelfde gezin behoort een beslissing geniet tot toekenning:
1° door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn:
a) van het leefloon toegekend krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b) van een financiële maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
c) van een wachtuitkering op de inkomensgarantie voor ouderen of op een uitkering voor personen met een handicap;
2° door de Directie-generaal Personen met een handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:
a) van de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
b) van de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c) van een tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
d) van een aanvullende tegemoetkoming bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
3° door een instelling van een gewest of een gemeenschap:
a) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met de artikelen 84 en 85 van het decreet van 18 mei 2018 van de Vlaamse Gemeenschap houdende de Vlaamse sociale bescherming;
b) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 3 van de ordonnantie van 10 december 2020 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
c) van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend in overeenstemming met artikel 43/33, onder voorbehoud van artikel 43/34, van het eerste deel, boek IIIquater, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
d) van een tegemoetkoming toegekend door de Duitstalige Gemeenschap in overeenstemming met artikel 4 van het decreet van 27 juni 2022 betreffende het zorgbudget voor ouderen;
4° genomen op basis van een wet, een decreet of een ordonnantie die een erkenning verschaft van een handicap van minimaal 4 punten in pijler 1 aan een kind, in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd krachtens:
a) artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag;
b) artikel 4 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 mei 2023 betreffende de toekenning van kinderbijslag voor kinderen met een aandoening;
c) artikel 5 van het besluit van de Waalse regering van 23 mei 2019 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van de toeslag op de kinderbijslag ten gunste van een kind met een handicap ter uitvoering van artikel 16 van het decreet van 8 februari 2018 betreffende het beheer en de betaling van de gezinsbijslagen;
d) artikel 14 van het besluit van de regering tot uitvoering van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
5° door de Federale Pensioendienst:
a) van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
b) van de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
c) van een tegemoetkoming voor hulp van derden bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen;
d) van een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen aan bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de minder-validen.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad kunnen de in het eerste lid bedoelde categorieën van rechthebbenden van het in paragraaf 1 bedoelde sociaal tarief gewijzigd of aangevuld worden door de Koning. Elk besluit dat daartoe wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, als het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding ervan.]2
§ 3. Het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1 wordt enkel toegekend aan personen met een wettelijke woonplaats in België, op een adres in België.
§ 4. Binnen eenzelfde huishouden mag er slechts één contract zijn voor de verstrekking van telecomdiensten waarvoor het sociaal tarief geldt, ongeacht of het gaat om dat bedoeld in artikel 22 of om dat bedoeld in dit artikel en artikel 22/3.
§ 5. De rechthebbenden die verblijven in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven, kunnen enkel het sociaal tarief genieten wanneer ze over een contract beschikken voor de verstrekking van telecomdiensten op hun eigen naam dat uitsluitend door hen kan worden gebruikt.
§ 6. Het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing op de contracten voor de verstrekking van professionele telecomdiensten.
§ 7. De Koning bepaalt hoe vaak er wordt overgegaan tot een nieuwe controle van de voorwaarden die recht geven op het sociaal tarief bedoeld in paragraaf 1, met het oog op het behoud ervan.]1
Art.22/2.[1 § 1er. [2 A dater du 1er mars 2024, est créé un tarif social portant sur les services d'accès à Internet à haut débit fournis en position déterminée, tels que décrits à l'article 38/1 de la présente annexe.]2
§ 2. [2 Pour l'application des services visés au paragraphe 1er, est considérée comme étant un ayant droit du tarif social, toute personne qui peut prouver qu'elle-même ou qu'une autre personne appartenant au même ménage bénéficie d'une décision d'octroi:
1° par un centre public d'aide sociale:
a) du revenu d'intégration accordé en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) d'une aide sociale financière dispensée et prise en charge totalement ou partiellement par l'Etat conformément à l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
c) d'une allocation d'attente soit de la garantie de revenus aux personnes âgées, soit d'une allocation pour personnes handicapées;
2° par la Direction générale Personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale:
a) de l'allocation de remplacement de revenus visée à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
b) de l'allocation d'intégration visée à l'article 2, § 2, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
c) d'une allocation telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation complémentaire telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
3° par une institution d'une région ou d'une communauté:
a) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément aux articles 84 et 85 du décret du 18 mai 2018 de la Communauté flamande relatif à la protection sociale flamande;
b) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 3 de l'ordonnance du 10 décembre 2020 de la Région de Bruxelles-Capitale relative à l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
c) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 43/33, sous réserve de l'article 43/34, de la partie première, livre IIIquater, du Code wallon de l'action sociale et de la santé;
d) d'une allocation octroyée par la Communauté germanophone conformément à l'article 4 du décret du 27 juin 2022 relatif à l'allocation de soins pour personnes âgées;
4° prise sur la base d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance octroyant une reconnaissance d'un handicap d'un minimum de 4 points dans le pilier 1 à un enfant, conformément aux dispositions prises en vertu:
a) de l'article 9 de l'arrêté du gouvernement flamand du 7 décembre 2018 concernant les modalités d'obtention d'une allocation de soins;
b) de l'article 4 de l'arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune du 25 mai 2023 relatif à l'octroi des allocations familiales en faveur de l'enfant atteint d'une affection;
c) de l'article 5 de l'arrêté du gouvernement wallon du 23 mai 2019 déterminant les conditions d'octroi du supplément d'allocations familiales pour un enfant atteint d'un handicap en faveur d'un enfant atteint d'un handicap en exécution de l'article 16 du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales;
d) de l'article 14 de l'arrêté du gouvernement portant exécution du décret de la Communauté germanophone du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
5° par le Service fédéral des Pensions:
a) du revenu garanti aux personnes âgées, visé dans la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées;
b) de la garantie de revenus aux personnes âgées, visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
c) d'une allocation pour l'aide d'une tierce personne, visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la catégorie des ayants droit visée à l'alinéa 1er du tarif social visé au paragraphe 1er peut être modifiée ou complétée par le Roi. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effet s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
§ 3. Le tarif social visé au paragraphe 1er est uniquement octroyé à des personnes ayant leur domicile légal en Belgique, à une adresse en Belgique.
§ 4. Au sein d'un même ménage, il ne peut y avoir qu'un seul contrat de fourniture de services télécoms bénéficiant du tarif social, qu'il s'agisse de celui visé à l'article 22 ou celui visé au présent article et à l'article 22/3.
§ 5. Les ayants droit résidant dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire ne peuvent bénéficier du tarif social que s'ils disposent d'un contrat de fourniture de services télécoms établi en leur nom propre et à leur usage exclusif.
§ 6. Le tarif social visé au paragraphe 1er n'est pas applicable aux contrats de fourniture de services télécoms professionnels.
§ 7. Le Roi fixe la fréquence à laquelle il est procédé à la revérification de ces conditions d'obtention en vue du maintien du tarif social visé au paragraphe 1er.]1
§ 2. [2 Pour l'application des services visés au paragraphe 1er, est considérée comme étant un ayant droit du tarif social, toute personne qui peut prouver qu'elle-même ou qu'une autre personne appartenant au même ménage bénéficie d'une décision d'octroi:
1° par un centre public d'aide sociale:
a) du revenu d'intégration accordé en vertu de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
b) d'une aide sociale financière dispensée et prise en charge totalement ou partiellement par l'Etat conformément à l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
c) d'une allocation d'attente soit de la garantie de revenus aux personnes âgées, soit d'une allocation pour personnes handicapées;
2° par la Direction générale Personnes handicapées du Service public fédéral Sécurité sociale:
a) de l'allocation de remplacement de revenus visée à l'article 2, § 1er, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
b) de l'allocation d'intégration visée à l'article 2, § 2, de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
c) d'une allocation telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation complémentaire telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
3° par une institution d'une région ou d'une communauté:
a) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément aux articles 84 et 85 du décret du 18 mai 2018 de la Communauté flamande relatif à la protection sociale flamande;
b) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 3 de l'ordonnance du 10 décembre 2020 de la Région de Bruxelles-Capitale relative à l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
c) d'une allocation d'aide aux personnes âgées octroyée conformément à l'article 43/33, sous réserve de l'article 43/34, de la partie première, livre IIIquater, du Code wallon de l'action sociale et de la santé;
d) d'une allocation octroyée par la Communauté germanophone conformément à l'article 4 du décret du 27 juin 2022 relatif à l'allocation de soins pour personnes âgées;
4° prise sur la base d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance octroyant une reconnaissance d'un handicap d'un minimum de 4 points dans le pilier 1 à un enfant, conformément aux dispositions prises en vertu:
a) de l'article 9 de l'arrêté du gouvernement flamand du 7 décembre 2018 concernant les modalités d'obtention d'une allocation de soins;
b) de l'article 4 de l'arrêté du Collège réuni de la Commission communautaire commune du 25 mai 2023 relatif à l'octroi des allocations familiales en faveur de l'enfant atteint d'une affection;
c) de l'article 5 de l'arrêté du gouvernement wallon du 23 mai 2019 déterminant les conditions d'octroi du supplément d'allocations familiales pour un enfant atteint d'un handicap en faveur d'un enfant atteint d'un handicap en exécution de l'article 16 du décret du 8 février 2018 relatif à la gestion et au paiement des prestations familiales;
d) de l'article 14 de l'arrêté du gouvernement portant exécution du décret de la Communauté germanophone du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
5° par le Service fédéral des Pensions:
a) du revenu garanti aux personnes âgées, visé dans la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées;
b) de la garantie de revenus aux personnes âgées, visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
c) d'une allocation pour l'aide d'une tierce personne, visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés;
d) d'une allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées, telle que visée dans la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la catégorie des ayants droit visée à l'alinéa 1er du tarif social visé au paragraphe 1er peut être modifiée ou complétée par le Roi. Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effet s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.]2
§ 3. Le tarif social visé au paragraphe 1er est uniquement octroyé à des personnes ayant leur domicile légal en Belgique, à une adresse en Belgique.
§ 4. Au sein d'un même ménage, il ne peut y avoir qu'un seul contrat de fourniture de services télécoms bénéficiant du tarif social, qu'il s'agisse de celui visé à l'article 22 ou celui visé au présent article et à l'article 22/3.
§ 5. Les ayants droit résidant dans un hôtel, une maison de repos ou sous une autre forme de vie communautaire ne peuvent bénéficier du tarif social que s'ils disposent d'un contrat de fourniture de services télécoms établi en leur nom propre et à leur usage exclusif.
§ 6. Le tarif social visé au paragraphe 1er n'est pas applicable aux contrats de fourniture de services télécoms professionnels.
§ 7. Le Roi fixe la fréquence à laquelle il est procédé à la revérification de ces conditions d'obtention en vue du maintien du tarif social visé au paragraphe 1er.]1
Art.22/3.[1 § 1. Een databank met noodzakelijke informatie voor de toekenning en het beheer van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, wordt gecreëerd binnen de FOD Economie.
De personeelsleden van de FOD Economie die een aan de FOD Economie toegekende opdracht uitoefenen wat betreft het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, zijn gemachtigd om toegang te hebben tot de databank bedoeld in het eerste lid, via een passend beveiligde verbinding.
§ 2. Om de verwerkingen in verband met de toekenning en het beheer van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, mogelijk te maken [2 en om de betrokken burgers correct te informeren]2, heeft de FOD Economie:
1° toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken, [2 ...]2 in het kader van [2 het informeren van de betrokken burgers,]2 de toekenning en de controle van het sociaal tarief;
3° toegang tot de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, ingesteld bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
4° het recht om de informatie afkomstig van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid te gebruiken, in het kader van de toekenning en de controle van het sociaal tarief [2 alsook om informatiecampagnes te organiseren die gericht zijn op de betrokken burgers]2;
5° het recht om de door de operatoren doorgestuurde informatie met betrekking tot hun klanten te verwerken en te bewaren met het oog op de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde verwerkingen hebben de volgende doeleinden:
1° dienen als interface voor de toekenning en het beheer van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1;
2° [2 informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;]2
3° statistieken, analyses en studies opstellen.
Met het oog op de statistische verwerking bedoeld in het tweede lid, 3°, worden de persoonsgegevens geanonimiseerd.
§ 4. Met het oog op de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, is het de operatoren bedoeld in artikel 74, §§ 4 en 6, van de wet toegestaan om het identificatienummer van het Rijksregister van hun klanten op te vragen en te verwerken.
§ 5. Iedere persoon die het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, wenst te genieten, moet zijn identificatienummer van het Rijksregister aan zijn operator verstrekken opdat deze vragen kan stellen aan de FOD Economie en die laatste kan laten controleren of er wordt voldaan aan de toekenningsvoorwaarden van het sociaal tarief.
§ 6. Overeenkomstig artikel 22/1, § 1, controleert de FOD Economie voor elk verzoek om toekenning van het sociaal tarief dat aan hem gericht wordt door een operator bedoeld in artikel 74, §§ 4 en 6, van de wet, bij relevante authentieke bronnen of de voorwaarden voor de toekenning van een sociaal tarief bepaald in artikel 22/2 worden nageleefd en brengt hij de verzoekende operator op de hoogte van het resultaat van zijn opzoekingen.
§ 7. De categorieën van persoonsgegevens die de FOD Economie verwerkt zijn de volgende:
- het identificatienummer van het Rijksregister van de aanvrager;
- de identificatiegegevens van het Rijksregister van de aanvrager: naam, voornaam, adres, en, in voorkomend geval, de overlijdensdatum;
- de gezinssamenstelling van de aanvrager;
- het al dan niet behoren van de persoon of een lid van zijn huishouden tot een van de categorieën van rechthebbende gedefinieerd in artikel 22/2, § 2;
- het type sociaal tarief dat van toepassing is op de persoon;
- het unieke identificatienummer bij de operatoren, van de klant aan wie het sociaal tarief is toegekend;
- voor elk contract waarop het sociaal tarief wordt toegepast, de naam van de operator, de startdatum van het contract, alsook de datum vanaf wanneer het recht opnieuw kan worden gecontroleerd.
§ 8. De informatie met betrekking tot de verwerkingen bedoeld in paragraaf 2 wordt bewaard zolang er een recht op het sociaal tarief bestaat zoals bedoeld in artikel 22/2, § 1, voor de betrokken persoon, en ten laatste achttien maanden na het verstrijken van dat recht.
§ 9. De operatoren verstrekken aan het publiek transparante, geschikte, gemakkelijk toegankelijke en begrijpelijke informatie via hun website over het bestaan van een sociaal tarief, de voorwaarden voor het verkrijgen ervan en de kenmerken van hun aanbod in dat kader. Deze informatie wordt eveneens minstens een keer per jaar gedeeld via de factuur van de klanten. [2 Op elke factuur van een abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten moet een hyperlink staan van de website waar de consument informatie kan vinden om te weten of hij in aanmerking komt voor het sociaal tarief. De verwijzing kan door de operator worden toegevoegd in het kader bedoeld in artikel 110, § 4, 1°, van de wet.]2
§ 10. De Koning bepaalt, na advies van de Gegevens-beschermingsautoriteit:
1° de nadere regels voor de verwerkingen van de gegevens bedoeld in paragraaf 1;
2° de nadere regels inzake beheer en werkwijze voor de verwerkingen.]1
[2 § 11. De FOD Economie kan regelmatig communicatiecampagnes organiseren over het sociaal tarief. Die kunnen met name bestaan uit het versturen van brieven aan de burgers die in aanmerking komen voor het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22, 22/2 en 22/3, 38, en 38/1.]2
De personeelsleden van de FOD Economie die een aan de FOD Economie toegekende opdracht uitoefenen wat betreft het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, zijn gemachtigd om toegang te hebben tot de databank bedoeld in het eerste lid, via een passend beveiligde verbinding.
§ 2. Om de verwerkingen in verband met de toekenning en het beheer van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, mogelijk te maken [2 en om de betrokken burgers correct te informeren]2, heeft de FOD Economie:
1° toegang tot de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken, [2 ...]2 in het kader van [2 het informeren van de betrokken burgers,]2 de toekenning en de controle van het sociaal tarief;
3° toegang tot de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, ingesteld bij de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
4° het recht om de informatie afkomstig van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid te gebruiken, in het kader van de toekenning en de controle van het sociaal tarief [2 alsook om informatiecampagnes te organiseren die gericht zijn op de betrokken burgers]2;
5° het recht om de door de operatoren doorgestuurde informatie met betrekking tot hun klanten te verwerken en te bewaren met het oog op de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde verwerkingen hebben de volgende doeleinden:
1° dienen als interface voor de toekenning en het beheer van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1;
2° [2 informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;]2
3° statistieken, analyses en studies opstellen.
Met het oog op de statistische verwerking bedoeld in het tweede lid, 3°, worden de persoonsgegevens geanonimiseerd.
§ 4. Met het oog op de toekenning van het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, is het de operatoren bedoeld in artikel 74, §§ 4 en 6, van de wet toegestaan om het identificatienummer van het Rijksregister van hun klanten op te vragen en te verwerken.
§ 5. Iedere persoon die het sociaal tarief bedoeld in artikel 22/2, § 1, wenst te genieten, moet zijn identificatienummer van het Rijksregister aan zijn operator verstrekken opdat deze vragen kan stellen aan de FOD Economie en die laatste kan laten controleren of er wordt voldaan aan de toekenningsvoorwaarden van het sociaal tarief.
§ 6. Overeenkomstig artikel 22/1, § 1, controleert de FOD Economie voor elk verzoek om toekenning van het sociaal tarief dat aan hem gericht wordt door een operator bedoeld in artikel 74, §§ 4 en 6, van de wet, bij relevante authentieke bronnen of de voorwaarden voor de toekenning van een sociaal tarief bepaald in artikel 22/2 worden nageleefd en brengt hij de verzoekende operator op de hoogte van het resultaat van zijn opzoekingen.
§ 7. De categorieën van persoonsgegevens die de FOD Economie verwerkt zijn de volgende:
- het identificatienummer van het Rijksregister van de aanvrager;
- de identificatiegegevens van het Rijksregister van de aanvrager: naam, voornaam, adres, en, in voorkomend geval, de overlijdensdatum;
- de gezinssamenstelling van de aanvrager;
- het al dan niet behoren van de persoon of een lid van zijn huishouden tot een van de categorieën van rechthebbende gedefinieerd in artikel 22/2, § 2;
- het type sociaal tarief dat van toepassing is op de persoon;
- het unieke identificatienummer bij de operatoren, van de klant aan wie het sociaal tarief is toegekend;
- voor elk contract waarop het sociaal tarief wordt toegepast, de naam van de operator, de startdatum van het contract, alsook de datum vanaf wanneer het recht opnieuw kan worden gecontroleerd.
§ 8. De informatie met betrekking tot de verwerkingen bedoeld in paragraaf 2 wordt bewaard zolang er een recht op het sociaal tarief bestaat zoals bedoeld in artikel 22/2, § 1, voor de betrokken persoon, en ten laatste achttien maanden na het verstrijken van dat recht.
§ 9. De operatoren verstrekken aan het publiek transparante, geschikte, gemakkelijk toegankelijke en begrijpelijke informatie via hun website over het bestaan van een sociaal tarief, de voorwaarden voor het verkrijgen ervan en de kenmerken van hun aanbod in dat kader. Deze informatie wordt eveneens minstens een keer per jaar gedeeld via de factuur van de klanten. [2 Op elke factuur van een abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten moet een hyperlink staan van de website waar de consument informatie kan vinden om te weten of hij in aanmerking komt voor het sociaal tarief. De verwijzing kan door de operator worden toegevoegd in het kader bedoeld in artikel 110, § 4, 1°, van de wet.]2
§ 10. De Koning bepaalt, na advies van de Gegevens-beschermingsautoriteit:
1° de nadere regels voor de verwerkingen van de gegevens bedoeld in paragraaf 1;
2° de nadere regels inzake beheer en werkwijze voor de verwerkingen.]1
[2 § 11. De FOD Economie kan regelmatig communicatiecampagnes organiseren over het sociaal tarief. Die kunnen met name bestaan uit het versturen van brieven aan de burgers die in aanmerking komen voor het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22, 22/2 en 22/3, 38, en 38/1.]2
Art.22/3.[1 § 1er. Une base de données relative aux informations nécessaires à l'octroi et à la gestion du tarif social visé à l'article 22/2, 1er, est créée auprès du SPF Economie.
Les membres du personnel du SPF Economie qui exercent une mission confiée au SPF Economie concernant le tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, sont autorisés à accéder à cette base de données via une connexion dûment sécurisée.
§ 2. Afin de permettre les traitements relatifs à l'octroi et à la gestion du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er [2 et en vue de la bonne information des citoyens concernés]2, le SPF Economie a:
1° accès aux données du Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national, [2 ...]2 dans le cadre [2 de l'information des citoyens concernés et de]2 de l'octroi et du contrôle du tarif social;
3° accès à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, instituée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
4° le droit d'utiliser les informations provenant de la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, dans le cadre de l'octroi et du contrôle du tarif social [2 ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés]2;
5° le droit de traiter et de stocker les informations relatives à leurs clients transmises par les opérateurs, en vue de l'octroi du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er.
§ 3. Les traitements visés au paragraphe 2 ont les finalités suivantes:
1° servir d'interface pour l'octroi et la gestion du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er;
2° [2 informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;]2
3° établir des statistiques, des analyses et des études.
En vue du traitement visé à l'alinéa 2, 3°, les données à caractère personnel sont rendues anonymes.
§ 4. En vue de l'octroi du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, les opérateurs visés à l'article 74, §§ 4 et 6, de la loi sont autorisés à demander et à traiter le numéro d'identification du Registre national de leurs clients.
§ 5. Toute personne souhaitant bénéficier du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, est tenue de fournir son numéro d'identification du Registre national à son opérateur pour qu'il puisse interroger le SPF Economie et faire vérifier par ce dernier si les conditions d'octroi du tarif social sont respectées.
§ 6. Conformément à l'article 22/1, § 1er, pour chaque demande d'octroi du tarif social qui lui est adressée par un opérateur visé à l'article 74, §§ 4 et 6, de la loi, le SPF Economie se charge de vérifier auprès des sources authentiques pertinentes si les conditions d'octroi du tarif social prévues à l'article 22/2 sont respectées et informe l'opérateur demandeur du résultat de ses recherches.
§ 7. Les catégories de données à caractère personnel traitées par le SPF Economie sont les suivantes:
- le numéro d'identification du Registre national du demandeur;
- les données d'identification du Registre national du demandeur: nom, prénom, adresse, et, le cas échéant la date de décès;
- la composition de ménage du demandeur;
- l'appartenance de la personne ou d'un membre de son ménage à l'une des catégories d'ayants droit définies à l'article 22/2, § 2;
- le type de tarif social applicable à la personne;
- le numéro d'identification unique chez les opérateurs, du client à qui le tarif social est octroyé;
- pour chaque contrat auquel le tarif social est appliqué, le nom de l'opérateur, la date de début du contrat, ainsi que la date à partir de laquelle il peut être procédé à la revérification du droit.
§ 8. Les informations relatives aux traitements visés au paragraphe 2 sont conservées tant qu'il existe un droit au tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, pour la personne concernée, et au plus tard dix-huit mois après l'expiration dudit droit.
§ 9. Les opérateurs fournissent au public via leur site internet des informations transparentes, adéquates, facilement accessibles et compréhensibles concernant l'existence d'un tarif social, ses conditions d'obtention et les caractéristiques de l'offre qu'ils proposent dans ce cadre. Ces informations sont également transmises au moins une fois par an via la facture des clients. [2 L'hyperlien vers le site informant le consommateur sur son éligibilité au tarif social sera mis sur chaque facture d'un abonné ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs. Ceci peut se faire par l'opérateur dans le cadre visé à l'article 110, § 4, 1°, de la loi.]2
§ 10. Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données:
1° les modalités des traitements des données visées au paragraphe 1er;
2° les modalités en matière de gestion et de fonctionnement des traitements.]1
[2 § 11. Le SPF Economie peut mener périodiquement des actions de communication relatives au tarif social, qui peuvent notamment prendre la forme d'envoi de courriers aux citoyens concernés par le tarif social visé aux articles 22, 22/2 et 22/3, 38, et 38/1.]2
Les membres du personnel du SPF Economie qui exercent une mission confiée au SPF Economie concernant le tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, sont autorisés à accéder à cette base de données via une connexion dûment sécurisée.
§ 2. Afin de permettre les traitements relatifs à l'octroi et à la gestion du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er [2 et en vue de la bonne information des citoyens concernés]2, le SPF Economie a:
1° accès aux données du Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
2° le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national, [2 ...]2 dans le cadre [2 de l'information des citoyens concernés et de]2 de l'octroi et du contrôle du tarif social;
3° accès à la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, instituée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
4° le droit d'utiliser les informations provenant de la Banque Carrefour de la Sécurité sociale, dans le cadre de l'octroi et du contrôle du tarif social [2 ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés]2;
5° le droit de traiter et de stocker les informations relatives à leurs clients transmises par les opérateurs, en vue de l'octroi du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er.
§ 3. Les traitements visés au paragraphe 2 ont les finalités suivantes:
1° servir d'interface pour l'octroi et la gestion du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er;
2° [2 informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;]2
3° établir des statistiques, des analyses et des études.
En vue du traitement visé à l'alinéa 2, 3°, les données à caractère personnel sont rendues anonymes.
§ 4. En vue de l'octroi du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, les opérateurs visés à l'article 74, §§ 4 et 6, de la loi sont autorisés à demander et à traiter le numéro d'identification du Registre national de leurs clients.
§ 5. Toute personne souhaitant bénéficier du tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, est tenue de fournir son numéro d'identification du Registre national à son opérateur pour qu'il puisse interroger le SPF Economie et faire vérifier par ce dernier si les conditions d'octroi du tarif social sont respectées.
§ 6. Conformément à l'article 22/1, § 1er, pour chaque demande d'octroi du tarif social qui lui est adressée par un opérateur visé à l'article 74, §§ 4 et 6, de la loi, le SPF Economie se charge de vérifier auprès des sources authentiques pertinentes si les conditions d'octroi du tarif social prévues à l'article 22/2 sont respectées et informe l'opérateur demandeur du résultat de ses recherches.
§ 7. Les catégories de données à caractère personnel traitées par le SPF Economie sont les suivantes:
- le numéro d'identification du Registre national du demandeur;
- les données d'identification du Registre national du demandeur: nom, prénom, adresse, et, le cas échéant la date de décès;
- la composition de ménage du demandeur;
- l'appartenance de la personne ou d'un membre de son ménage à l'une des catégories d'ayants droit définies à l'article 22/2, § 2;
- le type de tarif social applicable à la personne;
- le numéro d'identification unique chez les opérateurs, du client à qui le tarif social est octroyé;
- pour chaque contrat auquel le tarif social est appliqué, le nom de l'opérateur, la date de début du contrat, ainsi que la date à partir de laquelle il peut être procédé à la revérification du droit.
§ 8. Les informations relatives aux traitements visés au paragraphe 2 sont conservées tant qu'il existe un droit au tarif social visé à l'article 22/2, § 1er, pour la personne concernée, et au plus tard dix-huit mois après l'expiration dudit droit.
§ 9. Les opérateurs fournissent au public via leur site internet des informations transparentes, adéquates, facilement accessibles et compréhensibles concernant l'existence d'un tarif social, ses conditions d'obtention et les caractéristiques de l'offre qu'ils proposent dans ce cadre. Ces informations sont également transmises au moins une fois par an via la facture des clients. [2 L'hyperlien vers le site informant le consommateur sur son éligibilité au tarif social sera mis sur chaque facture d'un abonné ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs. Ceci peut se faire par l'opérateur dans le cadre visé à l'article 110, § 4, 1°, de la loi.]2
§ 10. Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données:
1° les modalités des traitements des données visées au paragraphe 1er;
2° les modalités en matière de gestion et de fonctionnement des traitements.]1
[2 § 11. Le SPF Economie peut mener périodiquement des actions de communication relatives au tarif social, qui peuvent notamment prendre la forme d'envoi de courriers aux citoyens concernés par le tarif social visé aux articles 22, 22/2 et 22/3, 38, et 38/1.]2
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5.
Section 5.
Afdeling 6.
Section 6.
HOOFDSTUK III. - Financiële voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
CHAPITRE III. - Conditions financières de prestation des services prestés au titre de service universel visés à l'article 68 de la loi.
Art. 33/1. [1 Het Instituut monitort de ontwikkeling en het niveau van de kleinhandelsprijzen van de diensten opgenomen in het vaste geografische element van de universele dienst zoals bepaald in artikel 70.
Het Instituut voert hiertoe onder meer op regelmatige basis vergelijkende nationale en internationale prijzenstudies uit van de op de markt beschikbare diensten vertrekkende van de binnenlandse prijzen en rekening houdende met het nationaal inkomen van de consument. Voor dit laatste pleegt het Instituut overleg met de FOD Economie.]1
Het Instituut voert hiertoe onder meer op regelmatige basis vergelijkende nationale en internationale prijzenstudies uit van de op de markt beschikbare diensten vertrekkende van de binnenlandse prijzen en rekening houdende met het nationaal inkomen van de consument. Voor dit laatste pleegt het Instituut overleg met de FOD Economie.]1
Modifications
Art. 33/1. [1 L'Institut surveille l'évolution et le niveau des prix de détail applicables aux services repris dans la composante géographique fixe du service universel comme défini à l'article 70.
A cet effet, l'Institut effectue entre autres régulièrement des études nationales et internationales de comparaison des prix des services disponibles sur le marché en se basant sur les prix nationaux et par rapport aux revenus nationaux des consommateurs. Pour ce dernier élément, l'Institut se concerte avec le SPF Economie.]1
A cet effet, l'Institut effectue entre autres régulièrement des études nationales et internationales de comparaison des prix des services disponibles sur le marché en se basant sur les prix nationaux et par rapport aux revenus nationaux des consommateurs. Pour ce dernier élément, l'Institut se concerte avec le SPF Economie.]1
Modifications
Art. 34. § 1. [1 De Koning, op voorstel van het Instituut, kan een betaalbare prijs vaststellen die niet door de kleinhandelsprijzen van de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet mag overschreden worden.]1
§ 2. Onverminderd § 1, mag de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet verschillende tarieven toepassen voor eenzelfde verrichting. De tariefverschillen voor eenzelfde verrichting mogen enkel gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
Die gedifferentieerde tarieven worden goedgekeurd door het Instituut en gepubliceerd vóór toepassing op de abonnees.
§ 3. [1 ...]1
§ 4. De tariefvoorwaarden die door de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet zijn opgesteld, worden ter informatie voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en aan het [2 bijzondere raadgevende commissie Telecommunicatie]2.
§ 2. Onverminderd § 1, mag de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet verschillende tarieven toepassen voor eenzelfde verrichting. De tariefverschillen voor eenzelfde verrichting mogen enkel gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
Die gedifferentieerde tarieven worden goedgekeurd door het Instituut en gepubliceerd vóór toepassing op de abonnees.
§ 3. [1 ...]1
§ 4. De tariefvoorwaarden die door de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet zijn opgesteld, worden ter informatie voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en aan het [2 bijzondere raadgevende commissie Telecommunicatie]2.
Art. 34. § 1er. [2 Le Roi, sur proposition de l'Institut, peut fixer un prix abordable qui ne peut pas être dépassé par les prix de détail du prestataire tel que visé à l'article 71 de la présente loi.]2
§ 2. Sans préjudice du § 1er, le prestataire, tel que visé à l'article 71 de la loi, peut appliquer différents tarifs pour une même prestation. Les différences de tarifs pour une même prestation ne peuvent être basées que sur des critères objectifs, transparents et non discriminatoires.
Ces tarifs différenciés sont approuvés par l'Institut et publiés avant toute application aux abonnés.
§ 3. [2 ...]2
§ 4. Les conditions tarifaires établies par le prestataire visé à l'article 71 de la loi sont communiquées pour information au service de médiation pour les télécommunications et au [3 commission consultative spéciale Télécommunication]3.
§ 2. Sans préjudice du § 1er, le prestataire, tel que visé à l'article 71 de la loi, peut appliquer différents tarifs pour une même prestation. Les différences de tarifs pour une même prestation ne peuvent être basées que sur des critères objectifs, transparents et non discriminatoires.
Ces tarifs différenciés sont approuvés par l'Institut et publiés avant toute application aux abonnés.
§ 3. [2 ...]2
§ 4. Les conditions tarifaires établies par le prestataire visé à l'article 71 de la loi sont communiquées pour information au service de médiation pour les télécommunications et au [3 commission consultative spéciale Télécommunication]3.
(NOTE : modifié par AR 2014-04-02/34, art. 1, 007; En vigueur : 09-06-2014, non confirmé par une Loi, sans effet à partir du 30-08-2015)>
Art. 38. [1 § 1. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van een [3 voor het publiek beschikbare spraak-communicatiedienst]3 voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 1° en 2°, 2.3 en 3 van de bijlage :
1° vergoeding voor de beschikbaarstelling van de aansluiting op een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie : 50 % van het tarief;
2° ingeval door de consument aan eenzelfde [4 operator]4 abonnementsgeld en gesprekskosten, of enkel gesprekskosten verschuldigd zijn :
- een korting ten belope van 40 % met als maximum 8,40 euro per tijdvak van één maand op het betreffende abonnementsgeld voor zover abonnementsgeld verschuldigd is;
- een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten;
3° ingeval abonnementsgeld en gesprekskosten verschuldigd zijn door de consument aan verschillende [4 operatoren]4 : een korting ten belope van 11,50 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten, aan te bieden door de [4 operator]4 die de gesprekskosten factureert.
§ 2. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 3° van de bijlage :
- een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten.
§ 3. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor [3 breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]3 voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 4.2, van de bijlage, als ze, in voorkomend geval, hebben afgezien van de korting op het abonnementsgeld vermeld in paragraaf 1, 2°, eerste streepje en van de korting vermeld in paragraaf 1, 3° :
- een korting van 40 % op het tarief, met een maximum van 8,40 euro per tijdvak van één maand.]1
[2 Desgevallend kunnen de personen bedoeld in het eerste lid ook de volgende korting genieten bij de operator bij wie ze de in het eerste lid vermelde korting genieten :
- een korting ten belope van 3,10 euro per periode van een maand op de gesprekskosten verstrekt door dezelfde operator.]2
[2 § 4. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 bieden de begunstigden van sociale tarieven de mogelijkheid om, afzonderlijk of in het kader van een bundel, in te tekenen op andere diensten dan deze beoogd in paragrafen 1 tot 3, zonder dat deze begunstigden moeten afzien van de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
De [4 operatoren]4 bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 mogen de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 toepassen op de bundels waarin andere diensten vervat zitten dan deze waarvoor sociale tarieven gelden. In dat geval heeft de berekening van de nettokosten in verband met de verstrekking van dergelijke gebundelde aanbiedingen, conform artikel 45/1 van de bijlage, enkel betrekking op de diensten bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
Het tarief dat wordt gefactureerd voor elk van de andere diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven afzonderlijk intekent mag niet hoger zijn dan het tarief dat wordt gefactureerd voor dezelfde dienst aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
Desgevallend mag het tarief dat wordt gefactureerd voor het geheel van de diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven intekent niet hoger zijn dan dat van het bijbehorende gebundelde aanbod dat op de markt wordt aangeboden aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
§ 5. Naast de informatie bedoeld in artikel 110, paragraaf 4, moeten de in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 bedoelde [4 operatoren]4, voor het nemen van een abonnement, aan de begunstigden van sociale telefoontarieven voorstellen om de tariefverminderingen waarvan sprake in de paragrafen 1 tot 3 toe te passen op het aanbod dat financieel het interessantst is rekening houdende met de diensten waarop deze begunstigden zich willen abonneren.]2
[3 § 6. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 worden jaarlijks geïndexeerd volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld.
De werking van de in het eerste lid beoogde nadere regels worden na drie jaar geëvalueerd.]3
[4 § 7. Het sociaal tarief bedoeld in dit artikel is niet van toepassing op de contracten voor de verstrekking van professionele telecomdiensten.]4
1° vergoeding voor de beschikbaarstelling van de aansluiting op een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie : 50 % van het tarief;
2° ingeval door de consument aan eenzelfde [4 operator]4 abonnementsgeld en gesprekskosten, of enkel gesprekskosten verschuldigd zijn :
- een korting ten belope van 40 % met als maximum 8,40 euro per tijdvak van één maand op het betreffende abonnementsgeld voor zover abonnementsgeld verschuldigd is;
- een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten;
3° ingeval abonnementsgeld en gesprekskosten verschuldigd zijn door de consument aan verschillende [4 operatoren]4 : een korting ten belope van 11,50 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten, aan te bieden door de [4 operator]4 die de gesprekskosten factureert.
§ 2. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 3° van de bijlage :
- een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten.
§ 3. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor [3 breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie]3 voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 4.2, van de bijlage, als ze, in voorkomend geval, hebben afgezien van de korting op het abonnementsgeld vermeld in paragraaf 1, 2°, eerste streepje en van de korting vermeld in paragraaf 1, 3° :
- een korting van 40 % op het tarief, met een maximum van 8,40 euro per tijdvak van één maand.]1
[2 Desgevallend kunnen de personen bedoeld in het eerste lid ook de volgende korting genieten bij de operator bij wie ze de in het eerste lid vermelde korting genieten :
- een korting ten belope van 3,10 euro per periode van een maand op de gesprekskosten verstrekt door dezelfde operator.]2
[2 § 4. De [4 operatoren]4 als bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 bieden de begunstigden van sociale tarieven de mogelijkheid om, afzonderlijk of in het kader van een bundel, in te tekenen op andere diensten dan deze beoogd in paragrafen 1 tot 3, zonder dat deze begunstigden moeten afzien van de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
De [4 operatoren]4 bedoeld in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 mogen de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 toepassen op de bundels waarin andere diensten vervat zitten dan deze waarvoor sociale tarieven gelden. In dat geval heeft de berekening van de nettokosten in verband met de verstrekking van dergelijke gebundelde aanbiedingen, conform artikel 45/1 van de bijlage, enkel betrekking op de diensten bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
Het tarief dat wordt gefactureerd voor elk van de andere diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven afzonderlijk intekent mag niet hoger zijn dan het tarief dat wordt gefactureerd voor dezelfde dienst aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
Desgevallend mag het tarief dat wordt gefactureerd voor het geheel van de diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven intekent niet hoger zijn dan dat van het bijbehorende gebundelde aanbod dat op de markt wordt aangeboden aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
§ 5. Naast de informatie bedoeld in artikel 110, paragraaf 4, moeten de in [4 artikel 74, §§ 2 en 3]4 bedoelde [4 operatoren]4, voor het nemen van een abonnement, aan de begunstigden van sociale telefoontarieven voorstellen om de tariefverminderingen waarvan sprake in de paragrafen 1 tot 3 toe te passen op het aanbod dat financieel het interessantst is rekening houdende met de diensten waarop deze begunstigden zich willen abonneren.]2
[3 § 6. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 worden jaarlijks geïndexeerd volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld.
De werking van de in het eerste lid beoogde nadere regels worden na drie jaar geëvalueerd.]3
[4 § 7. Het sociaal tarief bedoeld in dit artikel is niet van toepassing op de contracten voor de verstrekking van professionele telecomdiensten.]4
Art. 38. [1 § 1er. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 de la loi appliquent, au moins, les réductions de tarifs suivantes sur tous leurs tarifs et offres groupées incluant un [3 service de communications vocales]3 pour les personnes visées à l'article 22, § 1er, 1.2, 1° et 2°, 2.3 et 3 de l'annexe :
1° l'indemnité pour mise à disposition du raccordement à un réseau public de communications électroniques en position déterminée : 50 % du tarif;
2° au cas où le consommateur est tenu de payer la redevance d'abonnement et les frais d'appel à un même [4 opérateur]4 ou au cas où il est uniquement tenu au paiement des frais d'appel :
- une réduction d'un montant de 40 % plafonnée à 8,40 euros par période d'un mois sur la redevance d'abonnement en question à condition qu'une redevance d'abonnement soit due;
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais d'appel;
3° si le consommateur est tenu de payer une redevance d'abonnement et des frais d'appel à différents [4 opérateurs]4 : une réduction de 11,50 euros par période d'un mois sur les frais d'appel, à offrir par [4 l'opérateur]4 qui facture les frais d'appel.
§ 2. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 de la loi appliquent, au moins, les réductions de tarifs suivantes sur tous leurs tarifs pour les personnes visées à l'article 22, § 1er, 1.2, 3° de l'annexe :
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais d'appel.
§ 3. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 de la loi appliquent, au moins, les réductions de tarifs suivantes sur tous leurs tarifs [3 de service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée et d'offres groupées incluant le service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]3 pour les personnes visées à l'article 22, § 1er, 4.2 de l'annexe, si elles ont, le cas échéant, renoncé à la réduction sur la redevance d'abonnement mentionnée au paragraphe 1er, 2°, premier tiret, et à la réduction mentionnée au paragraphe 1er, 3° :
- une réduction de 40 % sur le tarif, plafonnée à 8,40 euros par période d'un mois.]1
[2 Le cas échéant, les personnes visées à l'alinéa 1er peuvent également bénéficier, auprès de l'opérateur chez qui ils bénéficient de la réduction mentionnée à l'alinéa 1er de la réduction suivante :
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais des appels fournis par ce même opérateur.]2
[2 § 4. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 permettent aux bénéficiaires de tarifs sociaux de souscrire, séparément ou dans une offre groupée, à d'autres services que ceux visés aux paragraphes 1er à 3, sans que ces bénéficiaires ne doivent renoncer aux réductions prévues aux paragraphes 1er à 3.
Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 peuvent appliquer les réductions visées aux paragraphes 1 à 3 sur des offres groupées incluant d'autres services que ceux bénéficiant de tarifs sociaux. Dans ce cas, conformément à l'article 45/1 de l'annexe, le calcul du coût net lié à la fourniture de telles offres groupées ne porte que sur les seuls services visés aux paragraphes 1er à 3.
Le tarif facturé pour chacun des autres services auxquels le bénéficiaire de tarifs sociaux souscrit séparément ne peut être supérieur au tarif facturé pour ce même service aux utilisateurs ne bénéficiant pas de tarifs sociaux.
Le cas échéant, le tarif facturé pour l'ensemble des services auxquels le bénéficiaire de tarifs sociaux souscrit ne peut être supérieur à celui de l'offre groupée correspondante commercialisée auprès des utilisateurs ne bénéficiant pas de tarifs sociaux.
§ 5. En complément de l'information visée à l'article 110, paragraphe 4, les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 doivent, avant toute souscription ou introduction de demande de tarif social, proposer aux bénéficiaires de tarifs sociaux d'appliquer les réductions de tarifs prévues aux paragraphes 1er à 3 sur l'offre la plus intéressante financièrement compte tenu des services auxquels ces bénéficiaires entendent souscrire.]2
[3 § 6. Les montants visés aux paragraphes 1 à 3 sont indexés annuellement selon des modalités fixées par le Roi.
Le fonctionnement des modalités visées à l'alinéa 1er est évalué après trois ans.]3
[4 § 7. Le tarif social visé au présent article n'est pas applicable aux contrats de fourniture de services télécoms professionnels.]4
1° l'indemnité pour mise à disposition du raccordement à un réseau public de communications électroniques en position déterminée : 50 % du tarif;
2° au cas où le consommateur est tenu de payer la redevance d'abonnement et les frais d'appel à un même [4 opérateur]4 ou au cas où il est uniquement tenu au paiement des frais d'appel :
- une réduction d'un montant de 40 % plafonnée à 8,40 euros par période d'un mois sur la redevance d'abonnement en question à condition qu'une redevance d'abonnement soit due;
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais d'appel;
3° si le consommateur est tenu de payer une redevance d'abonnement et des frais d'appel à différents [4 opérateurs]4 : une réduction de 11,50 euros par période d'un mois sur les frais d'appel, à offrir par [4 l'opérateur]4 qui facture les frais d'appel.
§ 2. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 de la loi appliquent, au moins, les réductions de tarifs suivantes sur tous leurs tarifs pour les personnes visées à l'article 22, § 1er, 1.2, 3° de l'annexe :
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais d'appel.
§ 3. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 de la loi appliquent, au moins, les réductions de tarifs suivantes sur tous leurs tarifs [3 de service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée et d'offres groupées incluant le service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée]3 pour les personnes visées à l'article 22, § 1er, 4.2 de l'annexe, si elles ont, le cas échéant, renoncé à la réduction sur la redevance d'abonnement mentionnée au paragraphe 1er, 2°, premier tiret, et à la réduction mentionnée au paragraphe 1er, 3° :
- une réduction de 40 % sur le tarif, plafonnée à 8,40 euros par période d'un mois.]1
[2 Le cas échéant, les personnes visées à l'alinéa 1er peuvent également bénéficier, auprès de l'opérateur chez qui ils bénéficient de la réduction mentionnée à l'alinéa 1er de la réduction suivante :
- une réduction d'un montant de 3,10 euros par période d'un mois sur les frais des appels fournis par ce même opérateur.]2
[2 § 4. Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 permettent aux bénéficiaires de tarifs sociaux de souscrire, séparément ou dans une offre groupée, à d'autres services que ceux visés aux paragraphes 1er à 3, sans que ces bénéficiaires ne doivent renoncer aux réductions prévues aux paragraphes 1er à 3.
Les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 peuvent appliquer les réductions visées aux paragraphes 1 à 3 sur des offres groupées incluant d'autres services que ceux bénéficiant de tarifs sociaux. Dans ce cas, conformément à l'article 45/1 de l'annexe, le calcul du coût net lié à la fourniture de telles offres groupées ne porte que sur les seuls services visés aux paragraphes 1er à 3.
Le tarif facturé pour chacun des autres services auxquels le bénéficiaire de tarifs sociaux souscrit séparément ne peut être supérieur au tarif facturé pour ce même service aux utilisateurs ne bénéficiant pas de tarifs sociaux.
Le cas échéant, le tarif facturé pour l'ensemble des services auxquels le bénéficiaire de tarifs sociaux souscrit ne peut être supérieur à celui de l'offre groupée correspondante commercialisée auprès des utilisateurs ne bénéficiant pas de tarifs sociaux.
§ 5. En complément de l'information visée à l'article 110, paragraphe 4, les [4 opérateurs]4 visés [4 à l'article 74, §§ 2 et 3]4 doivent, avant toute souscription ou introduction de demande de tarif social, proposer aux bénéficiaires de tarifs sociaux d'appliquer les réductions de tarifs prévues aux paragraphes 1er à 3 sur l'offre la plus intéressante financièrement compte tenu des services auxquels ces bénéficiaires entendent souscrire.]2
[3 § 6. Les montants visés aux paragraphes 1 à 3 sont indexés annuellement selon des modalités fixées par le Roi.
Le fonctionnement des modalités visées à l'alinéa 1er est évalué après trois ans.]3
[4 § 7. Le tarif social visé au présent article n'est pas applicable aux contrats de fourniture de services télécoms professionnels.]4
Art.38/1. [1 § 1. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de FOD Economie of op eigen initiatief en na advies van het Instituut, de kenmerken van de aanbiedingen, zoals de snelheid, het volume en de maximumprijzen en/of kortingen en in voorkomend geval de plafonds voor die kortingen, aangeboden door de operatoren bedoeld in artikel 74, §§ 4 en 6, van de wet, met het oog op de verstrekking van het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22/2 en 22/3.
Deze aanbiedingen worden bepaald door de Koning, rekening houdend met de behoeften van de consumenten en met de marktontwikkelingen.
§ 2. Elk jaar worden op 1 februari de maximumprijzen alsook de verminderingen uitgedrukt in euro en de overeenkomstig paragraaf 1 vastgestelde plafonds, aangepast, rekening houdend met de ontwikkeling van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer.
Elk nieuw bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door de referentie-index.
Het nieuwe indexcijfer is het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag moet worden aangepast.
Het verkregen resultaat wordt naar boven afgerond tot op de euro indien het decimale gedeelte hoger is dan of gelijk is aan vijftig cent. Het wordt naar beneden afgerond tot op de euro indien dit gedeelte lager is dan vijftig cent.
De in het tweede lid bedoelde referentie-index wordt bepaald door de Koning.
§ 3. Wanneer de marktvoorwaarden, inclusief de evolutie van de prijzen en van de noden van de gebruikers dat rechtvaardigen, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de FOD Economie of op eigen initiatief en na advies van het Instituut, de inhoud van het in paragraaf 1 bedoelde koninklijk besluit herzien.]1
Deze aanbiedingen worden bepaald door de Koning, rekening houdend met de behoeften van de consumenten en met de marktontwikkelingen.
§ 2. Elk jaar worden op 1 februari de maximumprijzen alsook de verminderingen uitgedrukt in euro en de overeenkomstig paragraaf 1 vastgestelde plafonds, aangepast, rekening houdend met de ontwikkeling van het afgevlakte gezondheidsindexcijfer.
Elk nieuw bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door de referentie-index.
Het nieuwe indexcijfer is het afgevlakte gezondheidsindexcijfer van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag moet worden aangepast.
Het verkregen resultaat wordt naar boven afgerond tot op de euro indien het decimale gedeelte hoger is dan of gelijk is aan vijftig cent. Het wordt naar beneden afgerond tot op de euro indien dit gedeelte lager is dan vijftig cent.
De in het tweede lid bedoelde referentie-index wordt bepaald door de Koning.
§ 3. Wanneer de marktvoorwaarden, inclusief de evolutie van de prijzen en van de noden van de gebruikers dat rechtvaardigen, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de FOD Economie of op eigen initiatief en na advies van het Instituut, de inhoud van het in paragraaf 1 bedoelde koninklijk besluit herzien.]1
Art.38/1. [1 § 1er. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition du SPF Economie ou d'initiative, et après avis de l'Institut, les caractéristiques des offres, telles que les vitesses, le volume et les prix maximaux et/ou les réductions et le cas échéant les plafonds de ces réductions, proposées par les opérateurs visés à l'article 74, §§ 4 et 6, de la loi, en vue de la fourniture du tarif social visé aux articles 22/2 et 22/3.
Ces offres sont déterminées par le Roi en tenant compte des besoins des consommateurs ainsi que des développements du marché.
§ 2. Chaque année, au 1er février, les prix maximaux, ainsi que les réductions exprimées en euros et les plafonds fixés conformément au paragraphe 1er, sont adaptés, compte tenu de l'évolution de l'indice santé lissé.
Chaque nouveau montant est égal au montant de base, multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de référence.
Le nouvel indice est l'indice santé lissé du mois de décembre de l'année qui précède l'année dans laquelle le montant doit être adapté.
Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur si la partie décimale est supérieure ou égale à cinquante cents. Il est arrondi à l'euro inférieur si cette partie est inférieure à cinquante cents.
L'indice de référence visé à l'alinéa 2 est déterminé par le Roi.
§ 3. Lorsque les conditions du marché, en ce compris l'évolution des prix, et l'évolution des besoins des utilisateurs le justifient, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition du SPF Economie ou d'initiative, et après avis de l'Institut, revoir le contenu de l'arrêté royal visé au paragraphe 1er.]1
Ces offres sont déterminées par le Roi en tenant compte des besoins des consommateurs ainsi que des développements du marché.
§ 2. Chaque année, au 1er février, les prix maximaux, ainsi que les réductions exprimées en euros et les plafonds fixés conformément au paragraphe 1er, sont adaptés, compte tenu de l'évolution de l'indice santé lissé.
Chaque nouveau montant est égal au montant de base, multiplié par le nouvel indice et divisé par l'indice de référence.
Le nouvel indice est l'indice santé lissé du mois de décembre de l'année qui précède l'année dans laquelle le montant doit être adapté.
Le résultat obtenu est arrondi à l'euro supérieur si la partie décimale est supérieure ou égale à cinquante cents. Il est arrondi à l'euro inférieur si cette partie est inférieure à cinquante cents.
L'indice de référence visé à l'alinéa 2 est déterminé par le Roi.
§ 3. Lorsque les conditions du marché, en ce compris l'évolution des prix, et l'évolution des besoins des utilisateurs le justifient, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sur proposition du SPF Economie ou d'initiative, et après avis de l'Institut, revoir le contenu de l'arrêté royal visé au paragraphe 1er.]1
Modifications
HOOFDSTUK IV. - Methodologie voor de berekening van de kosten van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
CHAPITRE IV. - Méthodologie de calcul du coût des services prestés au titre de service universel visés à l'article 68 de la loi.
Afdeling 1. - Algemeen.
Section Ire. - Généralités.
Art. 40. De in de volgende artikel en beschreven methodologie voor de berekening van de kosten van de universele dienst en de nadere regels voor de bijdrage in het universele dienstfonds en voor de uitkering vanwege het fonds, waarvan sprake in de artikel en 92 tot 102 van de wet zijn onder gelijke voorwaarden van toepassing op alle aanbieders van de universele dienst.
Art. 40. La méthodologie de calcul du coût du service universel décrite aux articles suivants et les modalités de contribution au fonds de service universel et d'intervention du fonds prévues aux articles 92 à 102 de la loi s'appliquent dans des conditions identiques à tout prestataire du service universel.
Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.
Section 2. - De la composante géographique fixe du service universel.
Art. 41. De nettokosten van het vaste geografische element van de universele dienst voor een geografisch gebied bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, [1 waarbij de marktvoordelen worden opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeien, met inbegrip van de immateriële voordelen]1 voortvloeit.
De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
- de inkomsten uit de installatiekosten;
- de inkomsten uit de abonnementen;
- de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
- de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
De kosten worden berekend volgens de methode van de huidige kostenboekhouding (" CCA ").
Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.
De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
- de inkomsten uit de installatiekosten;
- de inkomsten uit de abonnementen;
- de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
- de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
De kosten worden berekend volgens de methode van de huidige kostenboekhouding (" CCA ").
Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.
Modifications
Art. 41. Le coût net de la composante géographique fixe du service universel pour une zone géographique est constitué de la différence entre l'ensemble des coûts définis à l'alinéa 2 et l'ensemble des recettes définies à l'alinéa 3, [1 à laquelle l'on ajoute les avantages commerciaux tirés de la prestation concernée, y compris les bénéfices immatériels]1.
Les coûts à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les coûts qui pourraient être évités à long terme par le prestataire s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 70 de la loi.
Les recettes à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les recettes que l'opérateur ne toucherait pas à long terme s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 70 de la loi. Ces recettes comprennent notamment :
- les recettes résultant des frais d'installation;
- les recettes résultant des abonnements;
- les recettes provenant des appels entrants;
- les recettes provenant des appels sortants.
Les coûts sont évalués sur la base d'une comptabilité en coûts réels (" CCA ").
L'évaluation du coût net visé à l'alinéa premier comprend la rémunération du capital utilisé au titre de la prestation de la composante géographique fixe du service universel calculé selon la méthode déterminée par l'Institut.
Les coûts à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les coûts qui pourraient être évités à long terme par le prestataire s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 70 de la loi.
Les recettes à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les recettes que l'opérateur ne toucherait pas à long terme s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 70 de la loi. Ces recettes comprennent notamment :
- les recettes résultant des frais d'installation;
- les recettes résultant des abonnements;
- les recettes provenant des appels entrants;
- les recettes provenant des appels sortants.
Les coûts sont évalués sur la base d'une comptabilité en coûts réels (" CCA ").
L'évaluation du coût net visé à l'alinéa premier comprend la rémunération du capital utilisé au titre de la prestation de la composante géographique fixe du service universel calculé selon la méthode déterminée par l'Institut.
Modifications
Afdeling 3.
Section 3.
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5.
Section 5.
Afdeling 6. - Het sociale element van de universele dienst.
Section 6. - De la composante sociale du service universel.
(NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 200 van W 2007-04-25/38 tot invoeging van dit artikel 45bis vernietigd)
(NOTE : par son arrêt n° 7/2011 du 27-01-2011 (M.B. 11-03-2011, p. 15991-15995), la Cour Constitutionnelle a annulé l'article 200 de L 2007-04-25/38 insérant le présent art. 45bis)
Art. 45/1. [1 De nettokosten van het sociale element van de universele dienst voor een geografisch gebied bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de marktvoordelen worden opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeien, met inbegrip van de immateriële voordelen.
De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
- de inkomsten uit de installatiekosten;
- de inkomsten uit de abonnementen;
- de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
- de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
De kosten worden berekend volgens de methode van de reële-kostenboekhouding (" CCA ").
Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het sociale element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door [2 het Instituut]2 wordt vastgesteld.]1
De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
- de inkomsten uit de installatiekosten;
- de inkomsten uit de abonnementen;
- de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
- de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
De kosten worden berekend volgens de methode van de reële-kostenboekhouding (" CCA ").
Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het sociale element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door [2 het Instituut]2 wordt vastgesteld.]1
Art. 45/1. [1 Le coût net de la composante sociale du service universel pour une zone géographique est constitué de la différence entre l'ensemble des coûts définis à l'alinéa 2 et l'ensemble des recettes définies à l'alinéa 3, à laquelle l'on ajoute [3 ...]3 les avantages commerciaux tirés de la prestation concernée, y compris les bénéfices immatériels.
Les coûts à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les coûts qui pourraient être évités à long terme par le prestataire s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 74 de la loi.
Les recettes à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les recettes que l'opérateur ne toucherait pas à long terme s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 74 de la loi. Ces recettes comprennent notamment :
- les recettes résultant des frais d'installation;
- les recettes résultant des abonnements;
- les recettes provenant des appels entrants;
- les recettes provenant des appels sortants.
Les coûts sont évalués sur la base d'une comptabilité en coûts réels (" CCA ").
L'évaluation du coût net visé à l'alinéa premier comprend la rémunération du capital utilisé au titre de la prestation de la composante sociale du service universel calculé selon la méthode déterminée par [2 l'Institut]2.]1
Les coûts à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les coûts qui pourraient être évités à long terme par le prestataire s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 74 de la loi.
Les recettes à prendre en compte dans le calcul visé à l'alinéa 1er sont les recettes que l'opérateur ne toucherait pas à long terme s'il ne devait pas fournir la prestation prévue par l'article 74 de la loi. Ces recettes comprennent notamment :
- les recettes résultant des frais d'installation;
- les recettes résultant des abonnements;
- les recettes provenant des appels entrants;
- les recettes provenant des appels sortants.
Les coûts sont évalués sur la base d'une comptabilité en coûts réels (" CCA ").
L'évaluation du coût net visé à l'alinéa premier comprend la rémunération du capital utilisé au titre de la prestation de la composante sociale du service universel calculé selon la méthode déterminée par [2 l'Institut]2.]1
HOOFDSTUK V. - Inlichtingen en openbaarheid.
CHAPITRE V. - Informations et publicité.
Art. 46. § 1. De aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst publiceert een keer per jaar op een datum en volgens voorwaarden die allebei door het Instituut worden bepaald, [2 voor elk onderdeel van het vaste geografische element, met name de toegang tot een beschikbare gepaste breedbandinternettoegangsdienst en de toegang tot de spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie,]2 de volgende informatie :
1. Naam en adres van de hoofdzetel;
2. De beschrijving van de interfaces van de gebruikte aansluitpunten, met inbegrip van, indien van toepassing, de verwijzing naar de nationale en/of internationale normen of aanbevelingen voor analoge en/of digitale netwerken :
- interface voor enkelvoudige aansluiting;
- interface voor meervoudige aansluiting;
- interface voor direct inkiezen (DDI);
- overige gebruikte interfaces.
3. De wijzigingen aan de specifieke karakteristieken van het netwerk die invloed hebben op de goede werking van de eindapparatuur;
4. De beschrijving van de [2 verstrekte spraak-communicatiedienst]2 op een vaste locatie, met inbegrip van de hulpdiensten, de inlichtingendienst en de overige diensten met gratis toegang, namelijk :
- de leveringsvoorwaarden inzake aansluitingen, met inbegrip van de procedure inzake bestelling en de voorwaarden voor de aansluiting van eindtoestellen (eisen met betrekking tot eindapparatuur, eventueel met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot de bekabeling van lokalen van de abonnee en de plaatsing van het aansluitpunt);
- normale en specifieke leveringsvoorwaarden van de dienst voor het opheffen van storingen en soorten geboden onderhoudsdiensten;
- leveringsvoorwaarden inzake hulpdiensten;
- nadere regels inzake facturering, met inbegrip van tussentijdse facturering en gedetailleerde facturering;
- procedure in geval van niet-betaling van de factuur.
5. De tarieven, namelijk :
- tarieven, met inbegrip van de gedifferentieerde tarieven;
- gratis toegang;
- speciale tarieven;
- de tarieven voor de technische prestatievoorwaarden.
6. [2 De nadere regels met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling.]2
7. [2 ...]2
De te publiceren inlichtingen vermelden, naast de bovenstaande punten, eveneens expliciet welke de vereisten zijn die worden opgelegd in de artikel en 5 tot 13 van deze bijlage, welke de gebruikte meetmethode was en welke de accuraatheid van de statistieken is.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 ...]2
§ 4. [2 ...]2
1. Naam en adres van de hoofdzetel;
2. De beschrijving van de interfaces van de gebruikte aansluitpunten, met inbegrip van, indien van toepassing, de verwijzing naar de nationale en/of internationale normen of aanbevelingen voor analoge en/of digitale netwerken :
- interface voor enkelvoudige aansluiting;
- interface voor meervoudige aansluiting;
- interface voor direct inkiezen (DDI);
- overige gebruikte interfaces.
3. De wijzigingen aan de specifieke karakteristieken van het netwerk die invloed hebben op de goede werking van de eindapparatuur;
4. De beschrijving van de [2 verstrekte spraak-communicatiedienst]2 op een vaste locatie, met inbegrip van de hulpdiensten, de inlichtingendienst en de overige diensten met gratis toegang, namelijk :
- de leveringsvoorwaarden inzake aansluitingen, met inbegrip van de procedure inzake bestelling en de voorwaarden voor de aansluiting van eindtoestellen (eisen met betrekking tot eindapparatuur, eventueel met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot de bekabeling van lokalen van de abonnee en de plaatsing van het aansluitpunt);
- normale en specifieke leveringsvoorwaarden van de dienst voor het opheffen van storingen en soorten geboden onderhoudsdiensten;
- leveringsvoorwaarden inzake hulpdiensten;
- nadere regels inzake facturering, met inbegrip van tussentijdse facturering en gedetailleerde facturering;
- procedure in geval van niet-betaling van de factuur.
5. De tarieven, namelijk :
- tarieven, met inbegrip van de gedifferentieerde tarieven;
- gratis toegang;
- speciale tarieven;
- de tarieven voor de technische prestatievoorwaarden.
6. [2 De nadere regels met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling.]2
7. [2 ...]2
De te publiceren inlichtingen vermelden, naast de bovenstaande punten, eveneens expliciet welke de vereisten zijn die worden opgelegd in de artikel en 5 tot 13 van deze bijlage, welke de gebruikte meetmethode was en welke de accuraatheid van de statistieken is.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 ...]2
§ 4. [2 ...]2
Art. 46. § 1er. Le prestataire de la composante géographique fixe du service universel publie les informations suivantes, une fois par an, à une date et selon les modalités définies par l'Institut [3 et ce pour chaque élément de la composante géographique fixe, à savoir l'accès à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et l'accès à des services de communications vocales en position déterminée]3 :
1. Nom et adresse du siège principal;
2. La description des interfaces des points de raccordement utilises, y compris, le cas échéant, la référence aux normes ou aux recommandations nationales et/ou internationales pour les réseaux analogues et/ou numériques :
- l'interface pour un raccordement simple;
- l'interface pour un raccordement multiple;
- l'interface pour la sélection directe (DDI);
- autres interfaces utilisées.
3. Les modifications des caractéristiques spécifiques de réseau qui affectent le bon fonctionnement des équipements terminaux;
4. La description [3 de communications vocales]3 en position déterminée offert, y compris les services de secours, le service de renseignements et les autres services à accès gratuits, à savoir :
- les modalités de fourniture des raccordements, y compris la procédure de commande et les conditions de raccordement des équipements terminaux (exigences relatives aux équipements terminaux, y compris, le cas échéant, les conditions relatives au câblage des locaux de l'abonné et à l'installation du point de raccordement);
- les modalités de fourniture normales et spécifiques, du service de levée des dérangements et types de services de maintenance offerts;
- les modalités de fourniture des services de secours;
- les modalités de facturation, y compris la facturation intermédiaire et la facturation détaillée;
- la procédure en cas de non-paiement de facture.
5. Les tarifs, à savoir :
- les tarifs, y compris les tarifs différenciés;
- les accès gratuits;
- les tarifs spéciaux;
- les tarifs des conditions de prestations techniques.
6. [3 Les modalités relatives à l'octroi d'indemnités, la politique éventuelle d'indemnisation et/ou de remboursement.]3
7. [3 ...]3
Les informations à publier mentionnent explicitement, outre les points ci-dessus, quelles sont les exigences imposées aux articles 5 à 13 de la présente annexe, quelle méthode a été utilisée et quelle est la précision des statistiques.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. [3 ...]3
§ 4. [3 ...]3
1. Nom et adresse du siège principal;
2. La description des interfaces des points de raccordement utilises, y compris, le cas échéant, la référence aux normes ou aux recommandations nationales et/ou internationales pour les réseaux analogues et/ou numériques :
- l'interface pour un raccordement simple;
- l'interface pour un raccordement multiple;
- l'interface pour la sélection directe (DDI);
- autres interfaces utilisées.
3. Les modifications des caractéristiques spécifiques de réseau qui affectent le bon fonctionnement des équipements terminaux;
4. La description [3 de communications vocales]3 en position déterminée offert, y compris les services de secours, le service de renseignements et les autres services à accès gratuits, à savoir :
- les modalités de fourniture des raccordements, y compris la procédure de commande et les conditions de raccordement des équipements terminaux (exigences relatives aux équipements terminaux, y compris, le cas échéant, les conditions relatives au câblage des locaux de l'abonné et à l'installation du point de raccordement);
- les modalités de fourniture normales et spécifiques, du service de levée des dérangements et types de services de maintenance offerts;
- les modalités de fourniture des services de secours;
- les modalités de facturation, y compris la facturation intermédiaire et la facturation détaillée;
- la procédure en cas de non-paiement de facture.
5. Les tarifs, à savoir :
- les tarifs, y compris les tarifs différenciés;
- les accès gratuits;
- les tarifs spéciaux;
- les tarifs des conditions de prestations techniques.
6. [3 Les modalités relatives à l'octroi d'indemnités, la politique éventuelle d'indemnisation et/ou de remboursement.]3
7. [3 ...]3
Les informations à publier mentionnent explicitement, outre les points ci-dessus, quelles sont les exigences imposées aux articles 5 à 13 de la présente annexe, quelle méthode a été utilisée et quelle est la précision des statistiques.
§ 2. [3 ...]3
§ 3. [3 ...]3
§ 4. [3 ...]3
Art. 48. § 1. Overeenkomstig artikel 106, § 3, biedt de operator aan scholen, openbare bibliotheken en ziekenhuizen de volgende tarieven :
1° de beschikbaarheid van een lijn met een capaciteit die gelijk is aan de capaciteit van de lijnen die het merendeel van de Belgische bevolking gebruikt om toegang te krijgen tot gegevensnetwerken, met name internet, is gratis;
2° het abonnementsgeld wordt ten opzichte van het normale tarief met 50 % verminderd.
Het speciale tarief is enkel geldig voor een gebruik dat is beperkt tot de aansluiting op en het gebruik van het internet. Elke andere soort van verbinding is uitgesloten van het genot van dat tarief.
Het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt aan scholen, openbare bibliotheken en ziekenhuizen op hun verzoek toegekend.
Het verzoek om het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief te genieten moet bij een operator worden ingediend. Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van het in deze paragraaf vermelde tarief. Onder die stukken moet zich met name een bewijs van de aansluiting bevinden bij een leverancier van internetdiensten.
De begunstigde van het in deze paragraaf vermelde tarief :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het in deze paragraaf vermelde tarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
Het genot van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
§ 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het in vorige paragraaf vermelde tarief.
De operator die door een begunstigde wordt verzocht het in de vorige paragraaf vermelde tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek.
Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds consumeert bij een andere operator.
1° de beschikbaarheid van een lijn met een capaciteit die gelijk is aan de capaciteit van de lijnen die het merendeel van de Belgische bevolking gebruikt om toegang te krijgen tot gegevensnetwerken, met name internet, is gratis;
2° het abonnementsgeld wordt ten opzichte van het normale tarief met 50 % verminderd.
Het speciale tarief is enkel geldig voor een gebruik dat is beperkt tot de aansluiting op en het gebruik van het internet. Elke andere soort van verbinding is uitgesloten van het genot van dat tarief.
Het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt aan scholen, openbare bibliotheken en ziekenhuizen op hun verzoek toegekend.
Het verzoek om het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief te genieten moet bij een operator worden ingediend. Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van het in deze paragraaf vermelde tarief. Onder die stukken moet zich met name een bewijs van de aansluiting bevinden bij een leverancier van internetdiensten.
De begunstigde van het in deze paragraaf vermelde tarief :
1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het in deze paragraaf vermelde tarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
Het genot van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
§ 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het in vorige paragraaf vermelde tarief.
De operator die door een begunstigde wordt verzocht het in de vorige paragraaf vermelde tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek.
Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds consumeert bij een andere operator.
Art. 48. § 1er. Conformément à l'article 106, § 3, l'opérateur offre aux écoles, aux bibliothèques publiques et aux hôpitaux, les tarifs suivants :
1° la mise à disposition d'une ligne dont la capacité est égale à la capacité des lignes que la majorité de la population belge utilise pour accéder aux réseaux de transport de données, notamment Internet, est gratuite;
2° la redevance d'abonnement est réduite de 50 % par rapport au tarif normal.
Le tarif spécial ne s'applique qu'à un usage limité au raccordement à l'Internet et a son utilisation. Tout autre type de connexion est exclu du bénéfice de ce tarif.
Le bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe est octroyé aux écoles, aux bibliothèques publiques et aux hôpitaux, à leur demande.
La demande du bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe doit être introduite auprès d'un opérateur. L'Institut détermine les pièces qui doivent établir la preuve que les conditions d'octroi du tarif prévu au présent paragraphe sont remplies. Parmi ces pièces doit notamment se trouver la preuve de la connexion auprès d'un fournisseur de services Internet.
Le bénéficiaire du tarif prévu au présent paragraphe est tenu :
1° d'informer immédiatement l'opérateur qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° de compléter immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du tarif prévu au présent paragraphe à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
Le bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
§ 2. Il est créé auprès de l'Institut une base de données relative aux catégories des bénéficiaires du tarif prévu au paragraphe précédent.
L'opérateur qui est prié par un bénéficiaire d'octroyer le tarif prévu au paragraphe précédent informe la base de données de cette demande.
Celle-ci vérifie si le bénéficiaire concerné n'a pas déjà profité de ce droit auprès d'un autre opérateur.
1° la mise à disposition d'une ligne dont la capacité est égale à la capacité des lignes que la majorité de la population belge utilise pour accéder aux réseaux de transport de données, notamment Internet, est gratuite;
2° la redevance d'abonnement est réduite de 50 % par rapport au tarif normal.
Le tarif spécial ne s'applique qu'à un usage limité au raccordement à l'Internet et a son utilisation. Tout autre type de connexion est exclu du bénéfice de ce tarif.
Le bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe est octroyé aux écoles, aux bibliothèques publiques et aux hôpitaux, à leur demande.
La demande du bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe doit être introduite auprès d'un opérateur. L'Institut détermine les pièces qui doivent établir la preuve que les conditions d'octroi du tarif prévu au présent paragraphe sont remplies. Parmi ces pièces doit notamment se trouver la preuve de la connexion auprès d'un fournisseur de services Internet.
Le bénéficiaire du tarif prévu au présent paragraphe est tenu :
1° d'informer immédiatement l'opérateur qu'il ne satisfait plus à une des conditions fixées pour bénéficier du tarif en question;
2° de compléter immédiatement les débours auxquels il aurait échappé en bénéficiant indûment du tarif prévu au présent paragraphe à la suite notamment d'une déclaration incomplète ou fausse à propos des conditions fixées.
Le bénéfice du tarif prévu au présent paragraphe est retiré à la première échéance de l'abonnement qui suit la date à laquelle il n'est plus satisfait aux conditions fixées.
§ 2. Il est créé auprès de l'Institut une base de données relative aux catégories des bénéficiaires du tarif prévu au paragraphe précédent.
L'opérateur qui est prié par un bénéficiaire d'octroyer le tarif prévu au paragraphe précédent informe la base de données de cette demande.
Celle-ci vérifie si le bénéficiaire concerné n'a pas déjà profité de ce droit auprès d'un autre opérateur.