Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
Titre
19 JANVIER 2005. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 25 janvier 2001 concernant les chantiers temporaires ou mobiles.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (46)
Texte (46)
Artikel 1. De bijlage I van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen wordt opgeheven.
Article 1. L'annexe Ire de l'arrêté royal du 25 janvier 2001 concernant les chantiers temporaires ou mobiles est abrogée.
Art.2. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen wordt aangevuld als volgt :
  "5° "totale oppervlakte van een bouwwerk" : de som van de horizontaal gemeten oppervlaktes van de verschillende niveaus van het te verwezenlijken bouwwerk.
  Maken deel uit van eenzelfde bouwwerk, alle al dan niet aan elkaar palende constructies die deel uitmaken van eenzelfde project.
  De oppervlakte van de niveaus wordt berekend tussen de buitenwanden, de oppervlakte ingenomen door de wanden zelf inbegrepen.
  Op de niveaus waar de buitenwanden van een bouwwerk of van een deel ervan, geheel of gedeeltelijk afwezig zijn, of in de gevallen waar het bouwwerk van dergelijke aard is dat het niet toelaat één of meer niveaus te definiëren, worden de oppervlaktes begrensd door de verticale projectie van de buitenste contouren van het bouwwerk.
  Op de plaatsen waar openingen in de vloer van een niveau zijn aangebracht, inzonderheid voor de verwezenlijking van een atrium of voor de doorgang van trappen, liften of technische leidingen, worden de oppervlaktes van deze openingen opgeteld bij de vloeroppervlaktes.
  De dakvlakken die uitsluitend de functie van dakbedekking hebben worden niet opgenomen in de berekening van de totale oppervlakte van het bouwwerk.
  Worden evenmin opgenomen in de berekening van de totale oppervlakte van het bouwwerk, de oppervlaktes van de grondwerken die uitsluitend uitgevoerd worden om de verwezenlijking van een bouwwerk mogelijk te maken.
  Bij verbouwing, uitbreiding, gedeeltelijke wederopbouw, of afbraak van een bouwwerk worden voor de berekening van de totale oppervlakte van het bouwwerk, per niveau, enkel de oppervlaktes in rekening gebracht van de lokalen of zones waar één of meer van de werken, opgesomd in artikel 2, § 1, worden uitgevoerd.
  6° "veiligheids- en gezondheidsplan" : document of het geheel van documenten waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel A, en dat de op basis van risicoanalyses vastgestelde preventiemaatregelen bevat ter voorkoming van de risico's waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden als gevolg van :
  a) de aard van het bouwwerk;
  b) de wederzijdse inwerking van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen die tegelijkertijd op de tijdelijke of mobiele bouwplaats aanwezig zijn;
  c) de opeenvolging van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen op een tijdelijke of mobiele bouwplaats wanneer een tussenkomst, na het beëindigen ervan, risico's laat bestaan voor de andere tussenkomende partijen die later zullen tussenkomen;
  d) de wederzijdse inwerking van alle installaties of alle andere activiteiten op of in de nabijheid van de site waar de tijdelijke of mobiele bouwplaats is gevestigd, inzonderheid het openbaar of privaat goederen- of personenvervoer, het aanvatten of de voortzetting van het gebruik van een gebouw of de voortzetting van eender welke exploitatie;
  e) de uitvoering van mogelijke latere werkzaamheden aan het bouwwerk;
  7° "coördinatiedagboek" : document of geheel van documenten waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel B, en dat door de coördinator wordt bijgehouden en dat de gegevens en bemerkingen vermeldt betreffende de coördinatie en gebeurtenissen op de bouwplaats;
  8° "postinterventiedossier" : dossier waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel C, en dat de voor de veiligheid en de gezondheid nuttige elementen bevat waarmee bij eventuele latere werkzaamheden moet worden rekening gehouden en dat aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk;
  9° "coördinatiestructuur" : orgaan waarvan de samenstelling beantwoordt aan de bijlage I, deel D, en dat bijdraagt tot de organisatie van de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid op de bouwplaats door inzonderheid :
  a) te zorgen voor de vereenvoudiging van de informatie en de raadpleging van de verschillende tussenkomende partijen evenals van hun onderlinge communicatie;
  b) te zorgen voor een efficiënt overleg tussen de tussenkomende partijen omtrent de toepassing van de preventiemaatregelen op de bouwplaats;
  c) te zorgen voor de regeling van elke betwisting of onduidelijkheid inzake de naleving van de preventiemaatregelen op de bouwplaats;
  d) adviezen inzake veiligheid en gezondheid uit te brengen."
Art.2. L'article 3 de l'arrêté royal du 25 janvier 2001 concernant les chantiers temporaires ou mobiles est complété comme suit :
  "5° "surface totale d'un ouvrage" : la somme des surfaces mesurées horizontalement des différents niveaux de l'ouvrage à réaliser.
  Font partie d'un même ouvrage, tous les ouvrages attenants ou non qui font partie d'un même projet.
  La surface des niveaux est calculée entre les parois extérieures, la surface occupée par les parois étant comprise.
  Aux niveaux où les parois extérieures d'un ouvrage ou d'une partie de celui-ci manquent totalement ou partiellement, ou dans les cas où l'ouvrage est d'une nature telle qu'il ne permet pas de définir un ou plusieurs niveaux, les surfaces sont délimitées par la projection verticale des contours extérieurs de l'ouvrage.
  Aux endroits où des ouvertures sont pratiquées dans le plancher d'un niveau, notamment pour la réalisation d'un atrium ou pour le passage d'escaliers, ascenseurs ou conduites techniques, les surfaces de ces ouvertures sont ajoutées aux surfaces des planchers.
  Les pans de toiture qui n'ont pour seule fonction que la couverture de la toiture ne sont pas compris dans le calcul de la surface totale de l'ouvrage.
  Ne sont pas non plus compris dans le calcul de la surface totale de l'ouvrage, les surfaces des travaux de terrassement qui ne sont exécutés que pour permettre la réalisation d'un ouvrage.
  Lors de la transformation, de l'extension, de la reconstruction partielle ou de la démolition d'un ouvrage, par niveau, seules les surfaces des locaux ou zones où sont exécutés un ou plusieurs des travaux énumérés à l'article 2, § 1er, sont prises en considération pour le calcul de la surface totale de l'ouvrage.
  6° "plan de sécurité et de santé" : document ou ensemble de documents dont le contenu répond à l'annexe Ire, partie A, et qui contient les mesures de prévention des risques, déterminées sur la base d'analyses de risques, auxquels les travailleurs peuvent être exposés à la suite de :
  a) la nature de l'ouvrage;
  b) l'interférence des activités des divers intervenants qui sont simultanément présents sur le chantier temporaire ou mobile;
  c) la succession des activités des divers intervenants sur un chantier temporaire ou mobile, lorsqu'une intervention laisse subsister, après son achèvement, des risques pour les autres intervenants qui interviendront ultérieurement;
  d) l'interférence de toutes les installations ou de toutes les autres activités à l'intérieur ou à proximité du site sur lequel est implanté le chantier temporaire ou mobile, notamment, le transport public ou privé de biens ou de personnes, le début ou la poursuite de l'utilisation d'un bâtiment ou la poursuite d'une exploitation quelconque;
  e) l'exécution d'éventuels travaux ultérieurs à l'ouvrage;
  7° "journal de coordination" : document ou ensemble de documents dont le contenu répond à l'annexe Ire, partie B et qui est tenu à jour par le coordinateur et mentionne les éléments et remarques concernant la coordination et les événements sur le chantier;
  8° "dossier d'intervention ultérieure" : dossier dont le contenu répond à l'annexe Ire, partie C, et qui contient les éléments utiles pour la sécurité et la santé dont il faut tenir compte lors de travaux ultérieurs éventuels et qui est adapté aux caractéristiques de l'ouvrage;
  9° "structure de coordination" : organe dont la composition répond à l'annexe Ire, partie D et qui contribue à l'organisation de la coordination en matière de sécurité et de santé sur le chantier, notamment en :
  a) obtenant la simplification de l'information et de la consultation des différents intervenants ainsi que de la communication entre eux;
  b) obtenant une concertation efficace entre les intervenants quant à la mise en oeuvre des mesures de prévention sur le chantier;
  c) obtenant l'arrangement de tout litige ou toute imprécision concernant le respect des mesures de prévention sur le chantier;
  d) émettant des avis en matière de sécurité et de santé."
Art.3. Afdeling II van hetzelfde besluit, bestaande uit artikel 4, wordt vervangen als volgt :
  "Afdeling II. - Bouwwerken met een totale oppervlakte kleiner dan 500 m2 waar werken worden uitgevoerd door meerdere aannemers.
  Art. 4. § 1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen die betrekking hebben op bouwwerken waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 500 m2 en waar werken worden uitgevoerd door ten minste twee aannemers, die tegelijkertijd of achtereenvolgens tussenkomen.
  § 2. Het bouwen en het afbreken van bouwwerken opgenomen in de lijst vastgesteld in de bijlage V zijn van de toepassing van de bepalingen van deze afdeling uitgesloten.
  Onderafdeling I. - De coördinatie van het ontwerp van het bouwwerk
  Art. 4bis. Behalve indien met zekerheid vaststaat dat de werken op de tijdelijke of mobiele bouwplaats door één enkele aannemer zullen worden uitgevoerd, stelt de bouwdirectie belast met het ontwerp tijdens de studiefase van het ontwerp van het bouwwerk één coördinator-ontwerp aan.
  Indien het ontwerp van het bouwwerk de medewerking van een architect wettelijk vereist, wordt de functie van coördinator-ontwerp uitgeoefend door :
  1° hetzij een architect die voldoet aan de bepalingen van artikel 65ter, § 1;
  2° hetzij een coördinator-ontwerp die voldoet aan de bepalingen van artikel 65ter, § 1;
  3° hetzij een coördinator-verwezenlijking met een continue praktische beroepservaring van ten minste drie jaar als coördinator-verwezenlijking en die voldoet aan de bepalingen van artikel 65ter, § 1.
  Indien het ontwerp van het bouwwerk wettelijk niet de medewerking van een architect vereist, wordt de functie van coördinator-ontwerp uitgeoefend door :
  1° hetzij één van de in het tweede lid bedoelde personen;
  2° hetzij een bouwdirectie belast met de uitvoering of een aannemer die voldoen aan de bepalingen van, al naargelang het geval, artikel 65quater, § 2 of artikel 65quinquies, 3°.
  Art. 4ter. De bouwdirectie belast met het ontwerp mag de uitwerking van het project niet aanvatten of verder zetten, zolang de coördinator-ontwerp niet is aangesteld.
  Art. 4quater. § 1. De bouwdirectie belast met het ontwerp ziet erop toe dat de coördinator-ontwerp :
  1° zijn opdrachten, bedoeld in artikel 4sexies, volledig en adequaat vervult;
  2° betrokken wordt bij alle etappes van de werkzaamheden betreffende de uitwerking, wijzigingen en aanpassingen van het ontwerp van het bouwwerk;
  3° alle informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn opdrachten; hiertoe wordt de coördinator uitgenodigd op alle vergaderingen, georganiseerd door de bouwdirectie belast met het ontwerp, en ontvangt hij alle door deze bouwdirectie verwezenlijkte studies binnen een termijn die hem toelaat zijn opdrachten uit te voeren;
  4° bij het einde van zijn opdracht een exemplaar van het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan, het eventuele geactualiseerde coördinatiedagboek en het geactualiseerde postinterventiedossier aan de opdrachtgever, of in het geval van meerdere opdrachtgevers, aan de opdrachtgevers overmaakt.
  § 2. Zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de verschillende tussenkomende partijen, ziet de bouwdirectie belast met het ontwerp erop toe dat de verschillende tussenkomende partijen samenwerken en hun activiteiten coördineren, teneinde aan de coördinator-ontwerp de bevoegdheid, de middelen en de informatie te verzekeren, nodig voor de goede uitvoering van zijn opdrachten.
  Art. 4quinquies. § 1. Wanneer de bouwdirectie belast met het ontwerp niet de functie van coördinator-ontwerp uitoefent, maakt de aanstelling van deze laatste het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst, gesloten tussen deze beide partijen.
  Wanneer de coördinator-ontwerp een werknemer is van de bouwdirectie belast met het ontwerp, maakt de aanstelling van de coördinator het voorwerp uit van een document dat door deze bouwdirectie en de coördinator is ondertekend.
  § 2. De overeenkomst of het document, bedoeld in § 1, eerste en tweede lid, bepalen de regels voor het vervullen van de opdrachten van de coördinator-ontwerp en de hem ter beschikking gestelde middelen.
  Deze overeenkomst, of dit document mogen geen clausules bevatten, die de verantwoordelijkheden, welke krachtens de wet of dit besluit aan de andere tussenkomende partijen toekomen, geheel of gedeeltelijk aan de coördinator overdragen.
  § 3. De overeenkomst, of het document bepalen inzonderheid nader :
  1° de taken die de coördinator-ontwerp in toepassing van artikel 4sexies moet vervullen;
  2° het ogenblik waarop de coördinator-ontwerp zijn opdracht aanvangt;
  3° de verplichtingen van de bouwdirectie belast met het ontwerp, voortvloeiend uit de bepalingen van artikel 4quater.
  4° de momenten in de verschillende fases van het ontwerp waarop de coördinator-ontwerp met de opdrachtgevers en de bouwdirectie belast met het ontwerp overlegt of kan overleggen en de door hen gemaakte keuzen, bedoeld in artikel 17 van de wet, in het veiligheids- en gezondheidsplan vastlegt;
  § 4. Het document bedoeld in § 1, tweede lid, bepaalt bovendien nader :
  1° in voorkomend geval, de medewerkers, lokalen en arbeidsmiddelen, die ter beschikking gesteld worden van de coördinator-ontwerp;
  2° de tijd die de coördinator-ontwerp en zijn eventuele medewerkers voor het vervullen van de coördinatieopdracht ter beschikking gesteld wordt.
  Art. 4sexies. Naast de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 18 van de wet is de coördinator-ontwerp, inzonderheid, belast met de volgende taken :
  1° hij stelt het veiligheids- en gezondheidsplan op en neemt er de keuzen, bedoeld in artikel 17 van de wet in op, alsook de voor de veiligheid en de gezondheid kritieke fasen waarop de coördinator-verwezenlijking ten minste op de bouwplaats aanwezig moet zijn;
  2° hij past het veiligheids- en gezondheidsplan aan aan elke wijziging aangebracht aan het ontwerp;
  3° hij maakt de elementen uit het veiligheids- en gezondheidsplan over aan de tussenkomende partijen voorzover deze elementen hen betreffen;
  4° hij zorgt ervoor dat de betrokkenen schriftelijk in kennis worden gesteld van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzen of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes; daartoe mag hij ook een coördinatiedagboek aanwenden;
  5° hij adviseert de opdrachtgevers inzake de overeenstemming van het document gevoegd bij de offertes, bedoeld in artikel 30, tweede lid, 1°, met het veiligheids- en gezondheidsplan en stelt hen in kennis van eventuele niet-overeenstemmingen;
  6° hij opent het postinterventiedossier, houdt het bij en vult het aan;
  7° hij draagt het veiligheids- en gezondheidsplan, het eventuele coördinatiedagboek en het postinterventiedossier over aan de opdrachtgevers en stelt die overdracht en het einde van het ontwerp van bouwwerk schriftelijk vast.
  Art. 4septies. De opdracht van de coördinator-ontwerp wordt beëindigd door de overdracht bedoeld in artikel 4sexies, 7°.
  Onderafdeling II
  De coördinatie van de verwezenlijking van het bouwwerk
  Art. 4octies. De coördinatie, uitgevoerd in de loop van het ontwerp van het bouwwerk, wordt tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk niet verder gezet, wanneer alle werken door één enkele aannemer worden uitgevoerd.
  In dit geval passen de opdrachtgever en de aannemer de voorschriften van de artikelen 42 en 43 toe.
  Art. 4nonies. Wanneer de werken op de tijdelijke of mobiele bouwplaats door één enkele aannemer worden uitgevoerd, moet, behalve in geval van overmacht, de verplichting bedoeld in artikel 4decies worden nageleefd van zodra zich onvoorziene omstandigheden voordoen die de aannemer of de opdrachtgever ertoe aanzetten beroep te doen op één of meerdere bijkomende aannemers.
  Art. 4decies. § 1. Vóór het begin van de uitvoering van de werken op de tijdelijke of mobiele bouwplaats stelt de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering één coördinator-verwezenlijking aan.
  § 2. Bij ontstentenis van een bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering valt, de in § 1 bedoelde verplichting ten laste van :
  1° de bouwdirectie belast met de uitvoering;
  2° ingeval er meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering zijn, de bouwdirectie die als eerste een overeenkomst afsluit met de opdrachtgevers;
  3° ingeval er meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering zijn, en waarbij geen bouwdirectie, noch haar aannemers of haar onderaannemers gelijktijdig met andere bouwdirecties, hun aannemers of onderaannemers op de bouwplaats tussenkomen, de bouwdirectie die als eerste op de bouwplaats tussenkomt; bij beëindiging van haar tussenkomst gaat voormelde verplichting over naar de volgende bouwdirectie tot beëindiging van haar tussenkomst en gaat alzo verder over van de ene bouwdirectie op de volgende, tot de beëindiging van het project.
  De in vorig lid, 3°, bedoelde bouwdirectie die haar tussenkomst beëindigt, maakt de instrumenten bij de coördinatie met de nodige toelichtingen, over aan de bouwdirectie die haar opvolgt. Indien deze bouwdirectie door haar niet gekend is, maakt zij de instrumenten bij de coördinatie met een schriftelijke toelichting over aan de opdrachtgever, die deze bewaart en ter beschikking houdt van de volgende tussenkomende bouwdirectie.
  Indien de instrumenten bij de coördinatie hen niet verstrekt worden, vragen de in het eerste lid, 3°, bedoelde bouwdirecties die niet als eerste op de bouwplaats tussenkomen, deze op bij al naargelang het geval, de voorgaande bouwdirectie of de opdrachtgever.
  § 3. De functie van coördinator-verwezenlijking wordt uitgeoefend door :
  1° hetzij een architect die voldoet aan de bepalingen van artikel 65ter, § 1;
  2° hetzij een coördinator-verwezenlijking die voldoet aan de bepalingen van artikel 65ter, § 1;
  3° hetzij een bouwdirectie belast met de uitvoering of een aannemer die voldoen aan de bepalingen van artikel 65ter, § 2.
  Art. 4undecies. Behalve in geval van overmacht mogen de werken op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen slechts aangevat of verdergezet worden na de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking.
  Art. 4duodecies. § 1. De bouwdirectie belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking ziet er op toe dat deze in het bezit gesteld wordt van een exemplaar van het veiligheids- en gezondheidsplan, van het eventuele coördinatiedagboek en van het postinterventiedossier.
  § 2. De bouwdirectie belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking ziet er op toe dat deze :
  1° zijn opdrachten, bedoeld in artikel 4quinquies decies, volledig en adequaat vervult;
  2° betrokken wordt bij alle etappes van de werkzaamheden betreffende de verwezenlijking van het bouwwerk;
  3° alle informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn opdrachten; hiertoe wordt de coördinator uitgenodigd op alle vergaderingen, georganiseerd door de bouwdirectie belast met de uitvoering of door de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, en ontvangt hij alle door deze bouwdirecties verwezenlijkte studies binnen een termijn die hem toelaat zijn opdrachten uit te voeren;
  4° bij het einde van zijn opdracht een exemplaar van het veiligheids- en gezondheidsplan, het eventuele coördinatiedagboek en het postinterventiedossier, allen aangepast overeenkomstig de bepalingen van de bijlage I, aan de opdrachtgevers tegen ontvangstbewijs overmaakt.
  § 3. Zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de verschillende tussenkomende partijen, ziet de bouwdirectie belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking erop toe dat de verschillende tussenkomende partijen samenwerken en hun activiteiten coördineren, teneinde aan de coördinator-verwezenlijking de bevoegdheid, de middelen en de informatie te verzekeren, nodig voor de goede uitvoering van zijn opdrachten.
  Art. 4ter decies. De functies van coördinator-ontwerp en van coördinator-verwezenlijking mogen door een zelfde persoon vervuld worden.
  Art. 4quater decies. § 1. Wanneer de bouwdirectie belast met aanstelling van de coördinator-verwezenlijking niet de functie van coördinator-verwezenlijking uitoefent, maakt de aanstelling van deze laatste het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst, gesloten tussen deze beide partijen.
  Wanneer de coördinator-verwezenlijking een werknemer is van de bouwdirectie belast met aanstelling van de coördinator-verwezenlijking, maakt de aanstelling van de coördinator het voorwerp uit van een document dat door deze bouwdirectie en de coördinator is ondertekend.
  § 2. De overeenkomst of het document, bedoeld in § 1, eerste en tweede lid, bepalen de regels voor het vervullen van de opdrachten van de coördinator-verwezenlijking en de hem ter beschikking gestelde middelen.
  Deze overeenkomst, of dit document mogen geen clausules bevatten, die de verantwoordelijkheden, welke krachtens de wet of dit besluit aan de andere tussenkomende partijen toekomen, geheel of gedeeltelijk aan de coördinator overdragen.
  § 3. De overeenkomst, of het document bepalen inzonderheid nader :
  1° de taken die de coördinator-verwezenlijking in toepassing van artikel 4quinquies decies moet vervullen;
  2° het ogenblik waarop de coördinator-verwezenlijking zijn opdracht aanvangt;
  3° de verplichtingen van de bouwdirectie belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking, voortvloeiend uit de bepalingen van artikel 4duodecies;
  4° de voor de veiligheid en de gezondheid kritieke fasen waarop de coördinator-verwezenlijking ten minste op de bouwplaats aanwezig zal zijn.
  § 4. Het document bedoeld in § 1, tweede lid, bepaalt bovendien nader :
  1° in voorkomend geval, de medewerkers, lokalen en arbeidsmiddelen, die ter beschikking gesteld worden van de coördinator-verwezenlijking;
  2° de tijd die de coördinator-verwezenlijking en zijn eventuele medewerkers voor het vervullen van de coördinatieopdracht ter beschikking gesteld wordt.
  Art. 4quinquies decies. Naast de uitvoering van de opdrachten bepaald in artikel 22 van de wet is de coördinator-verwezenlijking belast met de volgende opdrachten :
  1° hij past het veiligheids- en gezondheidsplan aan overeenkomstig de bijlage I, deel A, afdeling II, tweede lid, en maakt de elementen van het aangepaste veiligheids- en gezondheidsplan over aan de tussenkomende partijen voorzover deze elementen hen aanbelangen;
  2° hij zorgt ervoor dat de betrokkenen schriftelijk in kennis worden gesteld van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzen of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes; daartoe mag hij ook een eventueel coördinatiedagboek aanwenden;
  3° hij roept een eventuele coördinatiestructuur samen overeenkomstig de bepalingen van artikel 40;
  4° hij vult het postinterventiedossier aan in functie van de elementen van het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan die voor de uitvoering van latere werkzaamheden aan het bouwwerk van belang zijn;
  5° hij draagt, bij de voorlopige oplevering van de werken, of bij ontstentenis, bij de oplevering van de werken, het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan, het eventuele coördinatiedagboek en het postinterventiedossier over aan de opdrachtgevers en stelt die overdracht vast in een proces-verbaal dat bij het postinterventiedossier wordt gevoegd; de coördinator aangesteld in toepassing van artikel 4decies, § 2, 3°, draagt deze documenten evenwel over aan de bouwdirectie die hem aanstelde.
  Ongeacht de oprichting van een eventuele coördinatiestructuur of niet gaat de coördinator-verwezenlijking in op het op grond van de coördinatie van de veiligheid of de gezondheid gemotiveerd verzoek van één of meer tussenkomende partijen om op de bouwplaats aanwezig te zijn.
  Art. 4sexies decies. De opdracht van de coördinator-verwezenlijking wordt beëindigd door de overdracht van de documenten bedoeld in artikel 4quinquies decies, 5°."
Art.3. La section II du même arrêté, comprenant l'article 4, est remplacée comme suit :
  "Section II. - Ouvrages dont la surface totale est inférieure à 500 m2 où des travaux sont exécutés par plusieurs entrepreneurs.
  Art. 4. § 1er. Les dispositions de laprésente section s'appliquent aux chantiers temporaires ou mobiles qui concernent des ouvrages dont la surface totale est inférieure à 500 m2 et où des travaux sont exécutés par au moins deux entrepreneurs, qui interviennent simultanément ou successivement.
  § 2. La construction et la démolition d'ouvrages repris dans la liste fixée à l'annexe V, sont exclues de l'application des dispositions de la présente section.
  Sous-section Ire. - La coordination du projet de l'ouvrage
  Art. 4bis. Sauf s'il est établi avec certitude que les travaux sur le chantier temporaire ou mobile seront exécutés par un seul entrepreneur, le maître d'oeuvre chargé du projet désigne un seul coordinateur-projet lors de la phase d'étude du projet de l'ouvrage.
  Si le projet de l'ouvrage requiert légalement la collaboration d'un architecte, la fonction de coordinateur-projet est exercée par :
  1° soit un architecte qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 1er;
  2° soit un coordinateur-projet qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 1er;
  3° soit un coordinateur-réalisation ayant une expérience professionnelle pratique continue d'au moins trois ans comme coordinateur-réalisation et qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 1er.
  Si le projet de l'ouvrage ne requiert pas légalement la collaboration d'un architecte, la fonction de coordinateur-projet est exercée par :
  1° soit l'une des personnes visées à l'alinéa 2;
  2° soit un maître d'oeuvre chargé de l'exécution ou un entrepreneur qui répondent, suivant le cas, aux dispositions de l'article 65quater, § 2 ou de l'article 65quinquies, 3°.
  Art. 4ter. Le maître d'oeuvre chargé de la conception ne peut entamer ni poursuivre l'élaboration du projet tant que le coordinateur-projet n'est pas désigné.
  Art. 4quater. § 1er. Le maître d'oeuvre chargé de la conception veille à ce que le coordinateur projet :
  1° remplisse entièrement et de façon adéquate les tâches visées à l'article 4sexies ;
  2° soit associé à toutes les étapes des activités relatives à l'élaboration, aux modifications et aux adaptations du projet de l'ouvrage;
  3° reçoive toutes les informations nécessaires à l'exécution de ses tâches; à cet effet, le coordinateur est invité à toutes les réunions organisées par le maître d'oeuvre chargé de la conception et reçoit toutes les études réalisées par ce maître d'oeuvre dans un délai lui permettant d'exécuter ses tâches;
  4° remette, en fin de mission, au maître d'ouvrage ou, dans le cas de plusieurs maîtres d'ouvrage, à ceux-ci, un exemplaire du plan de sécurité et de santé actualisé, de l'éventuel journal de coordination actualisé, et du dossier d'intervention ultérieure.
  § 2. Sans préjudice des responsabilités des différents intervenants, le maître d'oeuvre chargé de la conception veille à ce que les différents intervenants coopèrent et coordonnent leurs activités afin d'assurer au coordinateur la compétence, les moyens et les informations nécessaires à la bonne exécution de ses tâches.
  Art. 4quinquies. § 1er. Lorsque le maître d'oeuvre chargé de la conception n'exerce pas la fonction de coordinateur-projet, la désignation de ce dernier fait l'objet d'une convention écrite conclue entre ces deux parties.
  Lorsque le coordinateur-projet est un travailleur du maître d'oeuvre chargé de la conception, la désignation du coordinateur fait l'objet d'un document signé par ce maître d'oeuvre et le coordinateur.
  § 2. la convention ou le document visés au § 1er, alinéas 1er et 2, définit les règles relatives à l'accomplissement des tâches du coordinateur-projet ainsi que les moyens mis à sa disposition.
  Cette convention ou ce document ne peut contenir de clause qui transfère au coordinateur tout ou partie des responsabilités incombant aux autres intervenants en application de la loi ou du présent arrêté.
  § 3. La convention ou le document précise notamment :
  1° les tâches que le coordinateur-projet est tenu d'accomplir en application de l'article 4sexies ;
  2° le moment auquel le coordinateur-projet entame sa mission;
  3° les obligations du maître d'oeuvre chargé de la conception découlant des dispositions de l'article 4quater.
  4° les moments lors des différentes phases du projet où le coordinateur-projet se concerte ou peut se concerter avec les maîtres d'ouvrage et le maître d'oeuvre chargé de la conception et où il consigne leurs choix, visés à l'article 17 de la loi, dans le plan de sécurité et de santé;
  § 4. Le document visé au § 1er, alinéa 2, précise en outre :
  1° le cas échéant, les collaborateurs, locaux et moyens mis à la disposition du coordinateur-projet;
  2° le temps dont disposent le coordinateur-projet et ses collaborateurs éventuels en vue de remplir la mission de coordination.
  Art. 4sexies. 0utre l'exécution des missions visées à l'article 18 de la loi, le coordinateur-projet est en particulier chargé des tâches suivantes :
  1° Il établit le plan de sécurité et de santé et y reprend les choix visés à l'article 17 de la loi, ainsi que les phases critiques pour la sécurité et la santé où le coordinateur-réalisation doit au moins être présent sur le chantier;
  2° il adapte le plan de sécurité et de santé à toute modification apportée au projet;
  3° il transmet les éléments du plan de sécurité et de santé aux intervenants pour autant que ces éléments les concernent;
  4° il fait en sorte que les intéressés soient informés par écrit de leurs comportements, actions, choix ou négligences éventuels qui sont contraires aux principes généraux de prévention; à cet effet, il peut aussi utiliser un journal de coordination;
  5° il conseille les maîtres d'ouvrage concernant la conformité du document joint aux offres, visé à l'article 30, alinéa 2, 1°, avec le plan de sécurité et de santé et les informe de non-conformités éventuelles;
  6° il ouvre le dossier d'intervention ultérieure, le tient et le complète;
  7° il remet le plan de sécurité et de santé, le journal de coordination éventuel et le dossier d'intervention ultérieure aux maîtres d'ouvrage et constate par écrit cette remise et la fin du projet de l'ouvrage.
  Art. 4septies. La mission du coordinateur-projet prend fin par la remise des documents visée à l'article 4sexies, 7°.
  Sous-section II. - La coordination de la réalisation de l'ouvrage.
  Art. 4octies. La coordination exécutée au cours du projet de l'ouvrage ne se poursuit pas pendant la réalisation de l'ouvrage si tous les travaux sont exécutés par un seul entrepreneur.
  Dans ce cas, le maître d'ouvrage et l'entrepreneur appliquent les dispositions des articles 42 et 43.
  Art. 4nonies. Lorsque les travaux sur le chantier temporaire ou mobile sont exécutés par un seul entrepreneur, sauf cas de force majeure, l'obligation visée à l'article 4decies doit être respectée dès que des circonstances imprévues se produisent amenant l'entrepreneur ou le maître d'ouvrage à faire appel à un ou plusieurs entrepreneurs supplémentaires.
  Art. 4decies. § 1er. Avant le début de l'exécution des travaux sur le chantier temporaire ou mobile, le maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution désigne un coordinateur-réalisation.
  § 2. A défaut de maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution, l'obligation visée au § 1er incombe :
  1° au maître d'oeuvre chargé de l'exécution;
  2° s'il y a plusieurs maîtres d'oeuvre chargés de l'exécution, au premier maître d'oeuvre qui conclut une convention avec les maîtres d'ouvrage;
  3° s'il y a plusieurs maîtres d'oeuvre chargés de l'exécution, et qu'aucun maître d'oeuvre, ni ses entrepreneurs ou sous-traitants n'interviennent simultanément avec d'autres maîtres d'oeuvre, leurs entrepreneurs ou leurs sous-traitants sur le chantier, au maître d'oeuvre qui intervient le premier sur le chantier; à l'achèvement de son intervention, l'obligation précitée se transfère sur le maître d'oeuvre suivant jusqu'à l'achèvement de son intervention et continue ainsi à se transférer d'un maître d'oeuvre sur le suivant, jusqu'à l'achèvement du projet.
  Le maître d'oeuvre visé au précédant alinéa, 3°, qui achève son intervention, transmet les instruments lors de la coordination avec les explications nécessaires au maître d'oeuvre suivant. S'il ne connaît pas ce dernier, il transmet les instruments lors de la coordination avec une explication écrite au maître d'ouvrage, qui les conserve et les tient à la disposition du maître d'oeuvre suivant qui intervient.
  Si les instruments lors de la coordination ne leur sont pas fournis, les maîtres d'oeuvre visés à l'alinéa 1er, 3°, qui n'interviennent pas le premier sur le chantier, les exigent, suivant le cas, auprès du maître d'oeuvre précédant où du maître d'ouvrage.
  § 3. La fonction de coordinateur-réalisation est exercée par :
  1° soit un architecte qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 1er;
  2° soit un coordinateur-réalisation qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 1er;
  3° soit un maître d'oeuvre chargé de l'exécution ou un entrepreneur qui répond aux dispositions de l'article 65ter, § 2.
  Art. 4undecies. Sauf cas de force majeure, les travaux sur le chantier temporaire ou mobile ne peuvent être entamés ou poursuivis qu'après la désignation du coordinateur-réalisation.
  Art. 4duodecies. § 1er. Le maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation veille à ce que celui-ci reçoive un exemplaire du plan de sécurité et de santé, de l'éventuel journal de coordination et du dossier d'intervention ultérieure.
  § 2. Le maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation veille à ce que celui-ci :
  1° remplisse entièrement et de façon adéquate les tâches visées à l'article 4quinquies decies ;
  2° soit associé à toutes les étapes des activités relatives à l'élaboration de l'ouvrage;
  3° reçoive toutes les informations nécessaires à l'exécution de ses tâches; à cet effet, le coordinateur est invité à toutes les réunions organisées par le maître d'oeuvre chargé de l'exécution, ou par le maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution, et reçoit toutes les études réalisées par ces maîtres d'oeuvre dans un délai lui permettant d'exécuter ses tâches;
  4° remette aux maîtres d'ouvrage, en fin de mission, avec accusé de réception, un exemplaire du plan de sécurité et de santé, du journal de coordination éventuel, et du dossier d'intervention ultérieure, tous adaptés conformément aux dispositions de l'annexe Ire.
  § 3. Sans préjudice des responsabilités des différents intervenants, Le maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation veille à ce que les différents intervenants coopèrent et coordonnent leurs activités afin d'assurer au coordinateur-réalisation la compétence, les moyens et les informations nécessaires à la bonne exécution de ses tâches
  Art. 4ter decies. Les fonctions de coordinateur-projet et de coordinateur-réalisation peuvent être exercées par une seule et même personne.
  Art. 4quater decies. § 1e
  r. Lorsque le maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation n'exerce pas la fonction de coordinateur-réalisation, la désignation de ce dernier fait l'objet d'une convention écrite entre ces deux parties.
  Lorsque le coordinateur-réalisation est un travailleur du maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation, la désignation du coordinateur fait l'objet d'un document signé par ce maître d'oeuvre et le coordinateur.
  § 2. la convention ou le document visés au § 1er, alinéas 1er et 2, définit les règles relatives à l'accomplissement des tâches du coordinateur-réalisation ainsi que les moyens mis à sa disposition.
  Cette convention ou ce document ne peut contenir de clause qui transfère au coordinateur tout ou partie des responsabilités incombant aux autres intervenants en application de la loi ou du présent arrêté.
  § 3. La convention ou le document précise notamment :
  1° les tâches que le coordinateur-réalisation est tenu d'accomplir en application de l'article 4quinquies decies ;
  2° le moment auquel le coordinateur-réalisation entame sa mission;
  3° les obligations du maître d'oeuvre chargé de la désignation du coordinateur-réalisation découlant des dispositions de l'article 4duodecies ;
  4° les phases critiques pour la sécurité et la santé où le coordinateur-réalisation sera au moins présent sur le chantier.,§ 4. Le document visé au § 1er, alinéa 2, précise en outre :
  1° le cas échéant, les collaborateurs, les locaux et les équipements de travail mis à la disposition du coordinateur-réalisation;
  2° le temps mis à la disposition du coordinateur-réalisation et de ses collaborateurs éventuels pour l'exécution de la mission de coordination.
  Art. 4quinquies decies. Outre l'exécution des missions visées à l'article 22 de la loi, le coordinateur-réalisation est chargé des tâches suivantes :
  1° il adapte le plan de sécurité et de santé conformément l'annexe Ire, partie A, section II, alinéa 2 et transmet les éléments du plan de sécurité et de santé adapté aux intervenants pour autant que ces éléments les concernent;
  2° il fait en sorte que les intéressés soient informés par écrit de leurs éventuels comportements, actions, choix ou négligences qui sont en contradiction avec les principes généraux de prévention; à cet effet, il peut également utiliser un journal de coordination éventuel;
  3° il convoque une éventuelle structure de coordination conformément aux dispositions de l'article 40;
  4° il complète le dossier d'intervention ultérieure en fonction des éléments du plan de sécurité et de santé actualisé qui présentent un intérêt pour l'exécution de travaux ultérieurs à l'ouvrage;
  5° lors de la réception provisoire de l'ouvrage, ou à défaut, lors de la réception de l'ouvrage, il remet aux maîtres d'ouvrage le plan de sécurité et de santé actualisé, l'éventuel journal de coordination et le dossier d'intervention ultérieure et prend acte de cette remise dans un procès-verbal qu'il joint au dossier d'intervention ultérieure; le coordinateur désigné en application de l'article 4decies, § 2, 3°, remet ces documents toutefois au maître d'oeuvre qui l'a désigné.
  Nonobstant la constitution d'une éventuelle structure de coordination, le coordinateur-réalisation répond à toute requête motivée par la coordination de la sécurité ou de la santé, émanant d'un ou de plusieurs intervenants sollicitant sa présence sur le chantier.
  Art. 4sexies decies. La mission du coordinateur-réalisation prend fin par la remise des documents visés à l'article 4quinquies decies, 5°."
Art.4. Het opschrift van de afdeling III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Afdeling III. - Bouwwerken met een totale oppervlakte gelijk aan of groter dan 500 m2 of die behoren tot de bijlage V, en waar werken worden uitgevoerd door meerdere aannemers"
Artikel 4 van dezelfde wet, aangevuld bij artikel 18, § 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen, voorziet dat enkel de gezuiverde gezondheidsindex in aanmerking mag genomen worden voor de sociale prestaties.
  De basisspilindex bedraagt 107,30."
Art.4. L'intitulé de la section III du même arrêté est remplacé par l'intitulé :
  "Section III. - Ouvrages dont la surface totale est égale ou supérieure à 500 m2 ou qui appartient à l'annexe V, et où des travaux sont exécutés par plusieurs entrepreneurs"
Art.5. Tussen het opschrift van de afdeling III en het opschrift van de onderafdeling I van hetzelfde besluit wordt een artikel 4septies decies ingevoegd, luidende :
  "Art. 4septies decies. § 1. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar werken worden uitgevoerd door ten minste twee aannemers, die tegelijkertijd of achtereenvolgens tussenkomen en die betrekking hebben op bouwwerken waarvan de totale oppervlakte gelijk is aan of groter dan 500 m2.
  § 2. Het bouwen en het afbreken van bouwwerken opgenomen in de lijst vastgesteld in de bijlage V wordt gelijkgesteld met de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in § 1, ongeacht de totale oppervlakte van het bouwwerk.
  De Minister bevoegd inzake het welzijn op het werk kan de in vorig lid bedoelde lijst wijzigen."
Art.5. Entre l'intitulé de la section III et l'intitulé de la sous-section Ire du même arrêté est inséré un article 4septies decies précisant :
  "Art. 4septies decies. § 1er. Les dispositions de la présente section sont applicables aux chantiers temporaires ou mobiles où s'effectuent des travaux par au moins deux entrepreneurs intervenant simultanément ou successivement et qui concernent les ouvrages dont la surface totale est égale ou supérieure à 500 m2.
  § 2. La construction et la démolition d'ouvrages repris dans la liste fixée à l'annexe V, sont assimilées à des chantiers temporaires ou mobiles visés au § 1er, quel que soit la surface totale de l'ouvrage.
  Le Ministre compétant en matière de bien-être au travail peut modifier la liste visée au précédent alinéa."
Art.6. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt opgeheven;
  2° De woorden "§ 1" vervallen.
Art.6. A l'article 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 est abrogé;
  2° Les mots "§ 1er" sont supprimés.
Art.7. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "personen belast met de aanstelling van de coördinator-ontwerp" vervangen door het woord "opdrachtgevers";
  2° in § 1, 1° vervallen de woorden "te allen tijde";
  3° in § 2 worden de woorden "personen belast met de aanstelling van de coördinator-ontwerp" vervangen door het woord "opdrachtgevers".
Art.7. A l'article 7 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, les mots "personnes chargées de la désignation du coordinateur-projet" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage";
  2° dans le § 1er, 1°, les mots "en tout temps" sont remplacés par le mot "entièrement";
  3° dans le § 2, les mots "personnes chargées de la désignation du coordinateur-projet" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage".
Art.8. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 9. De aanstelling van de coördinator-ontwerp maakt het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst, gesloten tussen deze coördinator en de opdrachtgevers.
  Wanneer de coördinator-ontwerp een werknemer is van een opdrachtgever, maakt zijn aanstelling het voorwerp uit van een document dat door de coördinator en deze opdrachtgever is ondertekend en, in de gevallen van meerdere opdrachtgevers, tevens van een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de werkgever van de coördinator en de andere opdrachtgevers."
Art.8. L'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 9. La désignation du coordinateur-projet fait l'objet d'une convention écrite, conclue entre le coordinateur et les maîtres d'ouvrage.
  Lorsque le coordinateur-projet est un travailleur d'un maître d'ouvrage, sa désignation fera l'objet d'un document signé par le coordinateur et ce maître d'ouvrage et, dans le cas de plusieurs maîtres d'ouvrage, également d'une convention écrite conclue entre l'employeur du coordinateur et les autres maîtres d'ouvrage."
Art.9. In artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In 3° worden de woorden "personen belast met de aanstelling van de coördinator-ontwerp" vervangen door het woord "opdrachtgevers";
  2° er wordt een 4° ingevoegd, luidende :
  "4° de momenten in de verschillende fases van het ontwerp waarop de coördinator-ontwerp met de opdrachtgevers en de bouwdirectie belast met het ontwerp overlegt of kan overleggen en de door hen gemaakte keuzen, bedoeld in artikel 17 van de wet, in het veiligheids- en gezondheidsplan vastlegt."
Art.9. A l'article 10, § 2, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° En 3° les mots "personnes chargées de la désignation du coordinateur-projet" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage";
  2° il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
  "4° les moments lors des différentes phases du projet auxquels le coordinateur-projet se concerte ou peut se concerter avec les maîtres d'ouvrage et le maître d'oeuvre chargé de la conception et auxquels il consigne leurs choix, visés à l'article 17 de la loi, dans le plan de sécurité et de santé."
Art.10. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1° worden de woorden ", overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 25 en 27" vervangen door de woorden "en neemt er de keuzen, bedoeld in artikel 17 van de wet in op, alsook de voor de veiligheid en de gezondheid kritieke fasen waarop de coördinator-verwezenlijking ten minste op de bouwplaats aanwezig moet zijn";
  2° in 4° worden de woorden "personen belast met zijn aanstelling" vervangen door het woord "opdrachtgevers";
  3° in 5° vervallen de woorden "overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 31 tot 36";
  4° in 6° worden de woorden "opdrachtgever of, bij toepassing van artikel 5, § 2, aan de persoon belast met zijn aanstelling" vervangen door het woord "opdrachtgevers".
Art.10. A l'article 11 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° en 1° les mots ", conformément aux dispositions des articles 25 et 27" sont remplacés par les mots " et y reprend les choix visés à l'article 17 de la loi ainsi que les phases critiques pour la sécurité et la santé où le coordinateur-réalisation doit au moins être présent sur le chantier";
  2° en 4° les mots "personnes chargées de sa désignation" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage";
  3° en 5° les mots "conformément aux dispositions des articles 31 à 36" sont supprimés;
  4° en 6° les mots "au maître d'ouvrage ou, en cas d'application de l'article 5, § 2, à la personne chargée de sa désignation" sont remplacés par les mots "aux maîtres d'ouvrage".
Art.11. In artikel 14 van hetzelfde besluit vervallen de woorden ", § 1,".
Art.11. A l'article 14 du même arrêté les mots ", § 1er," sont supprimés.
Art.12. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 wordt opgeheven;
  2° De woorden " § 1" vervallen.
Art.12. A l'article 15 du même arrêté sont apportés les modifications suivantes :
  1° le § 2 est abrogé;
  2° Les mots "§ 1er" sont supprimés.
Art.13. In artikel 17, § 1, artikel 17, § 2, en artikel 17, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden "personen belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking" vervangen door het woord "opdrachtgevers".
Art.13. A l'article 17, § 1er, l'article 17, § 2 et l'article 17, § 3 du même arrêté, les mots "personnes chargées de la désignation du coordinateur-réalisation" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage".
Art.14. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 20. De aanstelling van de coördinator-verwezenlijking maakt het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst, gesloten tussen deze coördinator en de opdrachtgevers.
  Wanneer de coördinator-verwezenlijking een werknemer is van een opdrachtgever, maakt zijn aanstelling het voorwerp uit van een document dat door de coördinator en deze opdrachtgever is ondertekend en, in de gevallen van meerdere opdrachtgevers, tevens van een schriftelijke overeenkomst gesloten tussen de werkgever van de coördinator en de andere opdrachtgevers."
Art.14. L'article 20 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 20. La désignation du coordinateur-réalisation fait l'objet d'une convention écrite, conclue entre ce coordinateur et les maîtres d'ouvrage.
  Lorsque le coordinateur-réalisation est un travailleur d'un maître d'ouvrage, sa désignation fait l'objet d'un document signé par le coordinateur et ce maître d'ouvrage et, dans les cas de plusieurs maîtres d'ouvrage, également d'une convention écrite conclue entre l'employeur du coordinateur et les autres maîtres d'ouvrage."
Art.15. In artikel 21, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 3° worden de woorden "personen belast met de aanstelling van de coördinator-verwezenlijking" vervangen door het woord "opdrachtgevers";
  2° er wordt een 4° ingevoegd, luidende :
  "4° de voor de veiligheid en de gezondheid kritieke fasen waarop de coördinator-verwezenlijking ten minste op de bouwplaats aanwezig zal zijn."
Art.15. A l'article 21, § 2, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° en 3°, les mots "personnes chargées de la désignation du coordinateur-réalisation" sont remplacés par les mots "maîtres d'ouvrage";
  2° il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
  "4° les phases critiques pour la sécurité et la santé où le coordinateur-réalisation sera au moins présent sur le chantier."
Art.16. In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1° worden de woorden "de bepalingen van artikel 29" vervangen door de woorden "de bijlage I, deel A, afdeling I, tweede lid,";
  2° in 2° vervallen de woorden "overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 31 tot 33";
  3° in 3° worden de woorden "artikel 33, 6° en stelt de opdrachtgever, of bij toepassing van artikel 15, § 2, de persoon belast met zijn aanstelling," vervangen door de woorden "bijlage I, deel B, 6°, en stelt de opdrachtgevers";
  4° in 7° worden de woorden "opdrachtgever of, bij toepassing van artikel 15, § 2, aan de persoon belast met zijn aanstelling" vervangen door het woord "opdrachtgevers";
  5° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :
  "Ongeacht de oprichting van een coördinatiestructuur of niet gaat de coördinator-verwezenlijking in op het op grond van de veiligheid of de gezondheid gemotiveerd verzoek van één of meer tussenkomende partijen om op de bouwplaats aanwezig te zijn."
Art.16. A l'article 22 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° en 1° les mots "aux dispositions de l'article 29" sont remplacés par les mots "à l'annexe Ire, partie A, section Ire, alinéa 2,";
  2° en 2°, les mots " conformément aux dispositions des articles 31 à 33 " sont supprimés;
  3° en 3°, les mots "article 33, 6° dans le journal de coordination et les notifie au maître d'ouvrage ou, en cas d'application de l'article 15, § 2, à la personne chargée de sa désignation " sont remplacés par les mots "annexe Ire, partie B, 6°, dans le journal de coordination et les notifie aux maîtres d'ouvrage";
  4° en 7°, les mots "au maître d'ouvrage ou, en cas d'application de l'article 15, § 2, à la personne chargée de sa désignation" sont remplacés par les mots "aux maîtres d'ouvrage";
  5° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
  "Nonobstant la constitution d'une structure de coordination, le coordinateur-réalisation répondra à toute requête motivée par la sécurité ou la santé émanant d'un ou de plusieurs intervenants sollicitant sa présence sur le chantier."
Art.17. Artikel 24 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.17. L'article 24 du même arrêté est abrogé.
Art.18. Het opschrift van afdeling IV van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Afdeling IV. - Bijzondere verplichtingen in verband met de instrumenten bij de coördinatie"
Art.18. L'intitulé de la section IV du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
  "Section IV. - Obligations particulières en matière d'instruments lors de la coordination"
Art.19. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.19. L'article 25 du même arrêté est abrogé.
Art.20. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld en" ingevoegd tussen de woorden "voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen" en de woorden "waar één of meer van de volgende werkzaamheden uitgevoerd worden";
  2° § 1, 4°, wordt aangevuld met de woorden "of van leidingen onder een inwendige druk van 15 bar of meer";
  3° in § 1, 10°, wordt het woord "zware" ingevoegd tussen de woorden "of demontage van" en de woorden "geprefabriceerde elementen";
  4° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "§ 2. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld, is het opstellen en het bijhouden van een veiligheids- en gezondheidsplan bovendien verplicht wanneer de omvang van de bouwplaats van aard is dat :
  1° hetzij, de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan dertig werkdagen en waar op één of meer ogenblikken meer dan twintig werknemers tegelijkertijd aan het werk zijn;
  2° hetzij, het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen.";
  5° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Voor de andere tijdelijke of mobiele bouwplaatsen dan deze bedoeld in § 1 en § 2 en waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld, is het opstellen en bijhouden van een veiligheids- en gezondheidsplan of een schriftelijke overeenkomst verplicht overeenkomstig de bepalingen van artikel 27, § 2, respectievelijk artikel 29".
Art.20. A l'article 26 du même arrêté sont apportés les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots "pour lesquels un coordinateur-projet ou un coordinateur-réalisation doit être désigné et" sont insérés entre les mots "pour les chantiers temporaires ou mobiles" et les mots "où un ou plusieurs des travaux suivants sont exécutés";
  2° le § 1er, 4°, est complété par les mots "ou de conduites sous une pression intérieure de 15 bar ou plus";
  3° au § 1er, 10°, le mot "lourds" est inséré après les mots "démontage d'éléments préfabriqués";
  4° le § 2, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 2. Pour les chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels un coordinateur-projet ou un coordinateur-réalisation doit être désigné, l'établissement et la tenue d'un plan de sécurité et de santé sont en outre obligatoires lorsque le chantier est d'une importance telle que :
  1° soit, la durée présumée des travaux excède trente jours ouvrables et où, à un ou plusieurs moments, plus de vingt travailleurs sont occupés simultanément;
  2° soit, le volume présumé des travaux est supérieur à 500 hommes-jour.";
  5° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  "§ 3. Pour les chantiers temporaires ou mobiles, autres que ceux visés au § 1er et au § 2, et pour lesquels un coordinateur-projet ou un coordinateur-réalisation doit être désigné, l'établissement et la tenue d'un plan de sécurité et de santé ou d'une convention écrite est obligatoire conformément aux dispositions, selon le cas, de l'article 27, § 2, ou de l'article 29".
Art.21. Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 27. § 1. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in artikel 26, § 1, of artikel 26, § 2, en waarop de bepalingen van de afdeling III van toepassing zijn, beantwoordt de inhoud van het veiligheids- en gezondheidsplan ten minste aan de bijlage I, deel A, afdeling I.
  § 2. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld artikel 26, § 3 en waarop de bepalingen van de afdeling III van toepassing zijn, wordt gebruik gemaakt van een vereenvoudigd veiligheids- en gezondheidsplan waarvan de inhoud ten minste beantwoordt aan de bijlage I, deel A, afdeling II."
Art.21. L'article 27 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 27. § 1er. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés à l'article 26, § 1er, ou à l'article 26, § 2, et pour lesquels les dispositions de la section III sont d'application, le contenu du plan de sécurité et de santé répond au moins à l'annexe Ire, partie A, section Ire.
  § 2. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés à l'article 26, § 3 et pour lesquels les dispositions de la section III sont d'application, un plan simplifié de sécurité et de santé est mis en oeuvre dont le contenu répond au moins à l'annexe Ire, partie A, section II."
Art.22. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 28. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in artikel 26, § 1, of artikel 26, § 2, en waarop de bepalingen van de afdeling II van toepassing zijn, wordt gebruik gemaakt van een vereenvoudigd veiligheids- en gezondheidsplan waarvan de inhoud ten minste beantwoordt aan de bijlage I, deel A, afdeling II."
Art.22. L'article 28 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 28. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés à l'article 26, § 1er, ou à l'article 26, § 2, et pour lesquels les dispositions de la section II sont d'application, un plan simplifié de sécurité et de santé est mis en oeuvre dont le contenu répond au moins à l'annexe Ire, partie A, section II."
Art.23. Artikel 29 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 29. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in artikel 26, § 3, en waarop de bepalingen van de afdeling II van toepassing zijn, sluiten de tussenkomende partijen, op voorstel van de coördinator die het eerst tussenkomt, een schriftelijke overeenkomst af, waarin ten minste de volgende bedingen zijn opgenomen :
  1° duidelijke afspraken betreffende alle werkzaamheden die gelijktijdig of achtereenvolgens zullen uitgevoerd worden met vermelding van de aannemers die ze zullen uitvoeren en de uitvoeringstermijn van elk van de werkzaamheden;
  2° de gedetailleerde vaststelling van de preventiemaatregelen die zullen getroffen worden met de identificatie van de bouwdirecties, de aannemers, en in voorkomend geval, de opdrachtgevers die zullen instaan voor het treffen van deze maatregelen.
  In toepassing van artikel 17 van de wet, zijn de uitvoeringstermijnen bedoeld in vorig lid, 1°, vastgesteld rekening houdend met de toepassing van de algemene preventieprincipes."
Art.23. L'article 29 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 29. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés à l'article 26, § 3, et pour lesquels les dispositions de la section II sont d'application, les intervenants concluent, sur proposition du coordinateur qui intervient en premier lieu, une convention écrite contenant au moins les clauses suivantes :
  1° des accords précis concernant tous les travaux qui seront réalisés simultanément ou successivement en mentionnant les entrepreneurs qui les effectueront ainsi que le délai de réalisation de chacun de ces travaux;
  2° le constat détaillé des mesures de prévention qui seront prises en identifiant les maîtres d'oeuvre, les entrepreneurs et, le cas échéant, les maîtres d'ouvrage qui seront chargés de la prise de ces mesures.
  En application de l'article 17 de la loi, les délais de réalisation visés à l'alinéa précédent, 1°, sont fixés en tenant compte de l'application des principes genéraux de prévention."
Art.24. In artikel 30, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, 3°, worden de woorden "artikel 11, 4°" vervangen door de woorden "de artikelen 4sexies, 5°, en 11, 4°";
  2° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
  "De opdrachtgevers van de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarop de bepalingen van artikel 29 van toepassing zijn, zijn van de toepassing van dit artikel vrijgesteld."
Art.24. A l'article 30 du même arrêté, sont apportés les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, 3°, les mots "à l'article 11, 4°" sont remplacés par les mots "aux articles 4sexies, 5°, et 11, 4°";
  2° il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit :
  "Les maîtres d'ouvrage des chantiers temporaires ou mobiles auxquels s'appliquent les dispositions de l'article 29, sont dispensés de l'application du présent article."
Art.25. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 31. Het coördinatiedagboek is verplicht op alle tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in afdeling III waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld.
  In afwijking van vorig lid mag de coördinator op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen van de afdeling III, die tevens bouwplaatsen zijn bedoeld in artikel 26, § 3, de toepassing van de bepalingen betreffende het coördinatiedagboek beperken tot het schriftelijk in kennis stellen van de betrokkenen van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzen of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes."
Art.25. L'article 31 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 31. Le journal de coordination est obligatoire pour tous les chantiers temporaires ou mobiles visés à la section III pour lesquels un coordinateur-projet ou un coordinateur-réalisation doit être désignés.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, le coordinateur peut, pour les chantiers temporaires ou mobiles de la section III, qui sont à la fois des chantiers visés à l'article 26, § 3, limiter l'application des dispositions concernant le journal de coordination à une notification écrite aux intéressés sur leurs éventuels comportements, actions, choix ou négligences en contradiction avec les principes généraux de prévention."
Art.26. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 32. Het coördinatiedagboek mag een afzonderlijk document of een geheel van afzonderlijke documenten zijn; het mag ook gecombineerd worden met het dagboek der werken of met andere documenten die een gelijkaardige functie hebben."
Art.26. L'article 32 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 32. Le journal de coordination peut être un document distinct ou un ensemble de documents distincts; il peut aussi être combiné avec le journal des travaux ou avec d'autres documents qui ont une fonction équivalente."
Art.27. Artikel 33 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 33. De gegevens en de bemerkingen worden vermeld op genummerde bladzijden of geregistreerd aan de hand van een geschikt technologisch middel derwijze dat de verwijdering van de vermelde gegevens of bemerkingen onmogelijk is."
Art.27. L'article 33 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 33. Les données et les remarques sont renseignées sur des pages numérotées ou enregistrées à l'aide d'un moyen technologique approprié rendant impossible tout écartement des données ou remarques mentionnées."
Art.28. Artikel 34 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. Het postinterventiedossier is verplicht op alle tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar de bepalingen van de afdelingen II, III en V op van toepassing zijn."
Art.28. L'article 34 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 34. Le dossier d'intervention ultérieure est obligatoire sur tous les chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels les sections II, III et V sont d'application."
Art.29. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 35. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in afdeling III, met uitzondering van deze vermeld in artikel 36, beantwoordt de inhoud van het postinterventiedossier aan de bijlage I, deel C, afdeling I."
Art.29. L'article 35 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 35. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés a la section III, à l'exception de ceux mentionnés à l'article 36, le contenu du dossier d'intervention ultérieure correspond à l'annexe Ire, partie C, section Ire."
Art.30. Artikel 36 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 36. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in de afdelingen II en V, alsook op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen van de afdeling III die tevens bouwplaatsen zijn bedoeld in artikel 26, § 3, beantwoordt de inhoud van het postinterventiedossier aan de bijlage I, deel C, afdeling II."
Art.30. L'article 36 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 36. Pour les chantiers temporaires ou mobiles visés aux sections II et V, ainsi que pour les chantiers temporaires et mobiles de la section III, qui sont également des chantiers visés à l'article 26, § 3, le contenu du dossier d'intervention ultérieure correspond à l'annexe Ire, partie C, section II."
Art.31. In artikel 37 van hetzelfde besluit worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende drie leden ingevoegd :
  "Het in vorig lid vermeld bedrag wordt gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de beginselen bepaald door de artikelen 2, 4, 5 en 6, 1° van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Art.31. A l'article 37 du même arrêté sont inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, les trois alinéas suivants :
  "Le montant mentionné à l'alinéa précédent est lié à l'indice des prix à la consommation conformément aux principes déterminés aux articles 2, 4, 5 et 6, 1° de la loi du 1er mars 1977 instituant un système dans lequel certaines dépenses du secteur public sont liées à l'indice des prix à la consommation de l'Etat.
  L'article 4 de la même loi, complété par l'article 18, § 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 visant la défense de la compétitivité, prévoit que seul l'indice santé peut être pris en compte pour les prestations sociales.
  L'indice-pivot de base est de 107,30."
Art.32. De artikelen 38 en 39 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art.32. Les articles 38 et 39 du même arrêté sont abrogés.
Art.33. In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1 worden de woorden "artikel 13" vervangen door de woorden "de artikelen 4octies of 13";
  2° In § 2 worden de woorden ", winstgevend," ingevoegd tussen de woorden "voor professioneel" en de woorden "of commercieel gebruik bestemd is";
  3° In § 2, 1°, worden de woorden "artikel 13" vervangen door de woorden "de artikelen 4octies of 13".
Art.33. A l'article 42 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° En § 1er, les mots "de l'article 13" sont remplacés par les mots "des articles 4octies ou 13";
  2° En § 2, le mot ", lucratif" est inséré entre le mot "professionnel" et les mots "ou commercial";
  3° En § 2, 1°, les mots "de l'article 13" sont remplacés par les mots "des articles 4octies ou 13".
Art.34. Artikel 43, § 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 43. § 1. Een postinterventiedossier wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 36."
Art.34. L'article 43, § 1er du même arrêté est remplace par la disposition suivante :
  "Art. 43. § 1er. Un dossier d'intervention ultérieure est établi conformément aux dispositions de l'article 36."
Art.35. Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.35. L'article 54 du même arrêté est abrogé.
Art.36. Artikel 55 van hetzelfde besluit, wordt artikel 54 van dat besluit, met dien verstande dat in dat artikel het derde lid vervangen wordt als volgt :
  "Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ernstig arbeidsongeval verstaan, het ernstig arbeidsongeval omschreven in artikel 26 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk."
Art.36. L'article 55 du même arrêté devient l'article 54, étant entendu que dans cet article le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  "Pour l'application du présent article, est considéré comme accident de travail grave, l'accident de travail grave tel que décrit à l'article 26 de l'arrêté royal du 27 mars 1998 relatif à la politique du bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail."
Art.37. In de afdeling VII van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift van de onderafdeling I wordt vervangen als volgt :
  "Onderafdeling I. - Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen met een totale oppervlakte gelijk aan of groter dan 500 m2";
  2° een artikel 55 wordt ingevoegd, luidende :
  "Art. 55. De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen met een totale oppervlakte gelijk aan of groter dan 500 m2. ";
  3° tussen de artikelen 55 en 56 wordt het volgende opschrift ingevoegd :
  "Basisvorming en nuttige beroepservaring";
  4° in artikel 56, § 2, worden de woorden "op een andere tijdelijke of mobiele bouwplaats dan deze bedoeld in § 1" vervangen door de woorden "op een tijdelijke of mobiele bouwplaats bedoeld in artikel 26, § 3";
  5° in het opschrift tussen de artikelen 57 en 58 worden de woorden "Onderafdeling II.- Aanvullende vorming" vervangen door de woorden "Aanvullende vorming en andere kennis";
  6° artikel 58, § 6, derde lid, worden de woorden "directeur-generaal van de administratie bevoegd voor de arbeidsveiligheid of zijn afgevaardigde en de directeur-generaal van de administratie bevoegd voor de arbeidshygiëne en -geneeskunde of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "directeur-generaal van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk of zijn afgevaardigde en de directeur-generaal van de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid of zijn afgevaardigde";
  7° artikel 58 wordt aangevuld met een § 8, luidende :
  "§ 8. Worden met de personen die het bewijs kunnen leveren met vrucht een erkende cursus van specifieke aanvullende vorming van niveau A bedoeld in § 1, 2°, te hebben beëindigd, gelijkgesteld, de personen die het bewijs kunnen leveren met succes een opleiding van architect te hebben gevolgd, waarin alle eindtermen bedoeld in de bijlage IV, deel B, afdeling I, geïntegreerd zijn en die afgesloten wordt door een examen waarin de verificatie dat zij in voldoende mate aan deze eindtermen beantwoorden geïntegreerd is."
  8° in het opschrift tussen de artikelen 59 en 60 vervallen de woorden "Onderafdeling III.- ";
  9° het opschrift tussen de artikelen 60 en 61 vervalt;
  10° artikel 61 wordt opgeheven;
  11° in het opschrift tussen de artikelen 62 en 63 vervallen de woorden "Onderafdeling IV.- ";
  12° in het opschrift tussen de artikelen 64 en 65 worden de woorden "Onderafdeling V.- Burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering" vervangen door het woord "Certificatie";
  13° artikel 65 wordt vervangen als volgt :
  "Art. 65. Met uitzondering van de personen bedoeld in artikel 56, § 2, moet de persoon die de functie van coördinator-ontwerp of coördinator-verwezenlijking uitoefent, in staat zijn om het bewijs te leveren gecertificeerd te zijn volgens de norm NBN EN ISO 17024 (deze norm kan bekomen worden bij het Belgisch Instituut voor Normalisatie).
  Het in vorig lid bedoelde bewijs wordt geleverd aan de hand van een certificaat, uitgereikt door een certificatie-instelling die specifiek voor het uitvoeren van de certificatie van personen geaccrediteerd is door het Belgisch Accreditatiesysteem, overeenkomstig de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria, of door een gelijkwaardige accreditatie-instelling opgericht binnen de Europese Economische Ruimte.
  Het in het eerste lid bedoelde bewijs moet kunnen voorgelegd worden uiterlijk op 31 december 2007.
  Uiterlijk op 31 december 2006 moet de in het eerste lid bedoelde persoon een door de certificatie-instelling verstrekt ontvangstbewijs kunnen voorleggen waaruit blijkt dat hij bij die instelling een aanvraagdossier heeft ingediend om als coördinator-ontwerp of coördinator-verwezenlijking te worden gecertificeerd.";
  14° een onderafdeling II wordt ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling II. Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen met een totale oppervlakte kleiner dan 500 m2.
  Art. 65bis. De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen met een totale oppervlakte kleiner dan 500 m2.
  Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor de medewerking van een architect wettelijk vereist is
  Art. 65ter. § 1. Voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor de medewerking van een architect wettelijk vereist is, wordt de functie van coördinator-ontwerp en van coördinator-verwezenlijking uitgeoefend door personen die voldoen aan de voorwaarden van de onderafdeling I, met dien verstande dat de personen bedoeld in artikel 56, § 2, slechts deze functies mogen uitoefenen op bouwplaatsen waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden opgesomd in artikel 26, § 1 en waarvan de omvang kleiner dan de omvang gedefinieerd in artikel 26, § 2.
  § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1 mag de functie van coördinator-verwezenlijking uitgeoefend worden door personen die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° op een tijdelijke of mobiele bouwplaats bedoeld in artikel 26, § 1, of artikel 26, § 2, voldoen zij aan de bepalingen van artikel 65quater, § 2;
  2° op een tijdelijke of mobiele bouwplaats bedoeld in artikel 26, § 3, voldoen zijn aan de bepalingen van artikel 65quater, § 2 of artikel 65quinquies.
  Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor de medewerking van een architect wettelijk niet vereist is
  Art. 65quater. § 1. Op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor de medewerking van een architect wettelijk niet vereist is en waar ofwel werkzaamheden uitgevoerd worden opgesomd in artikel 26, § 1, ofwel de omvang van de werkzaamheden ten minste gelijk is aan de omvang gedefinieerd in artikel 26, § 2, wordt de functie van coördinator-ontwerp en van coördinator-verwezenlijking uitgeoefend door de personen bedoeld in artikel 65ter, § 1, met uitzondering van de personen bedoeld in artikel 56, § 2.
  § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1 mag de functie van coördinator-ontwerp en van coördinator-verwezenlijking uitgeoefend worden door de natuurlijke persoon die één van de betrokken bouwdirecties belast met de uitvoering leidt, of door één van zijn werknemers, indien aan de volgende voorwaarde voldaan is :
  1° de persoon die de functie van coördinator uitoefent moet het bewijs kunnen leveren dat hij voldoet aan de volgende vereisten en, wat betreft c), levert naast de werknemer ook de natuurlijke persoon van de werkgever dit bewijs :
  a) ten minste tien jaar nuttige beroepservaring bezitten inzake de soorten werken, bedoeld in artikel 26, § 1, waarvoor de functie van coördinator wordt uitgeoefend, alsook kennis van de uitvoerings- en risicopreventietechnieken van de andere werken die het voorwerp van dezelfde coördinatieopdracht uitmaken;
  b) gedurende ten minste vijf jaar een onderneming hebben geleid die één of meer van de in artikel 2, § 1, bedoelde werken als voorwerp had, of een even lange praktische beroepservaring bezitten in verband met de leiding van een tijdelijke of mobiele bouwplaats of met het beheer en de opvolging van de werken op zulke bouwplaats;
  c) gedurende de in punt b) bedoelde periode, of, gedurende de laatste vijf jaar op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar hij de functie van coördinator heeft uitgeoefend, en wegens inbreuken op de voorschriften betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, niet het voorwerp hebben uitgemaakt van :
  - hetzij, een definitief geworden veroordeling;
  - hetzij, een administratieve geldboete;
  - hetzij, een niet vernietigd bevel tot stopzetting der werken in toepassing van de bepalingen van artikel 3 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie;
  d) hetzij, een vervolmakingsvorming inzake het welzijn op het werk, hetzij, een opleiding in een erkend centrum voor middenstandsopleiding, een opleiding in het kader van een industriële leerlingenwezen of een andere beroepsopleiding, met gunstig gevolg hebben beëindigd, waarin gedurende ten minste 24 uur, de duur van het examen inbegrepen, ten minste de volgende onderwerpen worden behandeld :
  - de wettelijke en reglementaire voorschriften inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen;
  - de veiligheidsrisico's op bouwplaatsen;
  - de gezondheidsrisico's op bouwplaatsen;
  - het uitvoeren van risicoanalyses en het integreren en vaststellen van passende preventiemaatregelen, met inbegrip van deze nodig voor het uitvoeren van latere werkzaamheden aan het bouwwerk;
  - de instrumenten bij de coördinatie en coördinatiepraktijken;
  2° de bouwdirectie is opgenomen in een lijst die de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk publiceert op de webstek van de Federale Overheidsdienst bevoegd voor het welzijn op het werk en die de aannemers van bouwwerken vermeldt die aan alle onder 1° voorwaarden voldoen.
  Om in de lijst te worden opgenomen richten de aannemers een aanvraag tot de in vorig lid bedoelde Algemene Directie, samen met een kopie van alle bewijsstukken waaruit moet blijken dat aan de onder 1° opgesomde voorwaarden voldaan is.
  De Algemene Directie plaatst een aannemer op de lijst na verificatie van de bewijsstukken en vaststelling dat aan alle onder 1° opgesomde voorwaarden voldaan is en verwijdert een aannemer van de lijst zodra zij kennis krijgt dat hij aan één of meer van de voorwaarden niet langer beantwoordt.
  Bij de uitoefening van haar in vorig lid opgedragen taak, kan de Algemene Directie een aannemer horen op het kantoor van haar buitendienst, bevoegd voor de hoofdzetel van de aannemer.
  De aannemer die van de lijst is verwijderd om reden van een onverenigbaarheid met één of meer van de onder 1° opgesomde voorwaarden, kan slechts opnieuw in de lijst opgenomen worden, na het indienen van een nieuwe aanvraag na afloop van de termijn vermeld in de voorwaarde die de reden vormde van de verwijdering.
  Art. 65quinquies. Op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor de medewerking van een architect wettelijk niet vereist is, waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden opgesomd in artikel 26, § 1 en waarvan de omvang kleiner is dan de omvang gedefinieerd in artikel 26, § 2, wordt de functie van coördinator-ontwerp en van coördinator-verwezenlijking uitgeoefend door :
  1° hetzij een persoon bedoeld in artikel 65ter, § 1;
  2° hetzij een persoon bedoeld in artikel 65quater, § 2;
  3° hetzij de persoon die één van de betrokken bouwdirecties belast met de uitvoering leidt, op voorwaarde dat hij in staat is om een attest voor te leggen dat algemeen door de bouwsector aanvaard wordt als bewijs dat hij met gunstig gevolg een opleiding heeft beëindigd van ten minste 12 uur, de duur van het examen inbegrepen, betreffende de maatregelen, de technieken en de regelgeving inzake de veiligheid en de gezondheid op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.";
  15° een onderafdeling III wordt ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling III.- Voorwaarden geldend voor alle coördinatoren inzake veiligheid en gezondheid op tijdelijke of mobiel bouwplaatsen.
  Burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering
  Art. 65sexies. De persoon die de functie van coördinator-ontwerp of coördinator- verwezenlijking als zelfstandige uitoefent, sluit in eigen naam een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid af, waarvan de dekking rekening houdt met de omvang en de risico's van de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar hij zijn functie uitoefent.
  Voor de persoon die de functie van coördinator-ontwerp of coördinator-verwezenlijking als werknemer uitoefent, sluit de werkgever een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid af, waarvan de dekking rekening houdt met de omvang en de risico's van de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar hij zijn functie uitoefent, tenzij deze burgerlijke aansprakelijkheid door de Staat wordt gedekt.
  Bijscholing
  Art. 65septies. Teneinde op de hoogte te blijven van de evolutie van de technieken en de regelgeving inzake de veiligheid en de gezondheid op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen dragen de coördinatoren-ontwerp en de coördinatoren-verwezenlijking er zorg voor dat zij zich voortdurend bijscholen.
  Deze bijscholing gebeurt door het deelnemen aan kennisverrijkende initiatieven in de vorig lid bedoelde domeinen, ingericht op privé-initiatief dan wel op initiatief van de overheid, inzonderheid specifieke bijscholingscursussen of studiedagen.
  Voor de coördinatoren die gecertificeerd moeten zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 65, bedraagt het totaal aantal uren van de bijscholing ten minste 5 uur per jaar of 15 uur over een periode van drie jaar en vormt deze bijscholing een vereiste voor het verlengen van het certificaat."
Art.37. Dans la section VII du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'intitulé de la sous-section Ire est remplacé par l'intitulé suivant :
  "Sous-section Ire. - Chantiers temporaires ou mobiles d'une surface totale égale ou supérieure à 500 m2;
  2° un article 55, rédigé comme suit, est inséré :
  "Art. 55. Les dispositions de cette sous-section s'appliquent aux chantiers temporaires ou mobiles d'une surface totale égale ou supérieure à 500 m2.";
  3° entre les articles 55 et 56, est inséré l'intitulé suivant :
  "Formation de base et expérience professionnelle utile"
  4° à l'article 56, § 2, les mots "sur un chantier temporaire ou mobile autre que celui visé au § 1er" sont remplacés par les mots "sur un chantier temporaire ou mobile visé à l'article 26, § 3";
  5° dans l'intitulé entre les articles 57 et 58, les mots "Sous-section II. - Formation complémentaire" sont remplacés par les mots "Formation complémentaire et autres connaissances";
  6° à l'article 58, § 6, alinéa 3, les mots "directeur général de l'administration compétente pour la sécurité au travail ou son délégué et le directeur général de l'administration compétente pour l'hygiène et la médecine du travail ou son délégué" sont remplacés par les mots "directeur général de la Direction Générale du Contrôle du Bien-être au Travail ou son délégue et le directeur général de la Direction générale Humanisation du Travail ou son délégué";
  7° l'article 58 est complété par un § 8, rédigé comme suit :
  "§ 8. Sont assimilées aux personnes qui peuvent apporter la preuve d'avoir terminé avec fruit un cours agréé de formation complémentaire spécifique de niveau A visé au § 1er, 2°, les personnes qui peuvent apporter la preuve d'avoir suivi avec succès une formation d'architecte dans laquelle tous les termes finaux visés à l'annexe IV, partie B, section Ire, sont intégres et qui est clôturée par un examen visant à vérifier qu'elles répondent suffisamment à ces termes finaux."
  8° dans l'intitulé entre les articles 59 et 60, les mots "Sous-section III. -" sont supprimés;
  9° l'intitulé entre les articles 60 et 61 est supprimé;
  10° l'article 61 est abrogé;
  11° dans l'intitulé entre les articles 62 et 63, les mots "Sous-section IV. -" sont supprimés;
  12° dans l'intitulé entre les articles 64 et 65, les mots "Sous-section V. - Assurance responsabilité civile " sont remplacés par le mot "Certification";
  13° l'article 65 est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 65. A l'exception des personnes visées à l'article 56, § 2, la personne qui exerce la fonction de coordinateur-projet ou de coordinateur-réalisation doit pouvoir apporter la preuve qu'elle est certifiée selon la norme NBN EN ISO 17024 (cette norme peut être obtenue auprès de l'Institut Belge de Normalisation).
  La preuve visée à l'alinéa précédent est fournie par le biais d'un certificat, délivré par un organisme de certification accrédité spécifiquement pour la certification de personnes par le système belge d'accréditation, conformément à la loi du 20 juillet 1990 concernant l'accréditation des organismes de certification et de contrôle, ainsi que des laboratoires d'essais ou par un organisme d'accréditation équivalent établi dans un pays membre de l'Espace économique européen.
  La preuve visée à l'alinéa premier doit pouvoir être apportée au plus tard le 31 décembre 2007.
  Au plus tard le 31 décembre 2006, la personne visée à l'alinéa premier doit pouvoir produire un accusé de réception délivré par l'organisme de certification, attestant qu'elle a introduit auprès de cet organisme un dossier de demande pour être certifié en tant que coordinateur-projet ou coordinateur-réalisation.";
  14° Il est insérée une sous-section II, rédigée comme suit :
  "Sous-section II. - Chantiers temporaires ou mobiles d'une surface totale inférieure à 500 m2.
  Art. 65bis. Les dispositions de la présente sous-section s'appliquent aux chantiers temporaires ou mobiles d'une surface totale inférieure à 500 m2.
  Chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels la collaboration d'un architecte est légalement requise.
  Art. 65ter. § 1er. Pour les chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels la collaboration d'un architecte est légalement requise, la fonction de coordinateur-projet et de coordinateur-réalisation est exercée par des personnes qui répondent aux conditions de la sous-section I, étant entendu que les personnes visées à l'article 56, § 2, peuvent exclusivement exercer ces fonctions sur des chantiers où l'on n'exécute aucune des activités énoncées à l'article 26, § 1er et dont l'importance est moindre que l'importance définie à l'article 26, § 2.
  § 2. Par dérogation aux dispositions du § 1er, la fonction de coordinateur-réalisation peut être exercée par les personnes répondant aux conditions suivantes :
  1° sur un chantier temporaire ou mobile visé à l'article 26, § 1er, ou à l'article 26, § 2, elles doivent satisfaire aux dispositions de l'article 65quater, § 2;
  2° sur un chantier temporaire ou mobile visé à l'article 26, § 3, elles doivent satisfaire aux dispositions de l'article 65quater, § 2 ou de l'article 65quinquies.
  Chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels la collaboration d'un architecte n'est légalement pas requise
  Art. 65quater. § 1er. Sur les chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels la collaboration d'un architecte n'est pas requise légalement et où, soit l'on exécute des activités énoncées a l'article 26, § 1er, soit l'importance des activités est au moins équivalente à l'importance définie à l'article 26, § 2, la fonction de coordinateur-projet et de coordinateur-réalisation est exercee par les personnes visées à l'article 65ter, § 1er, à l'exception des personnes visées à l'article 56, § 2.
  § 2. Par dérogation aux dispositions du § 1er, la fonction de coordinateur-projet et de coordinateur-réalisation peut être exercée par la personne physique dirigeant un des maîtres d'oeuvre concernés chargés de l'exécution, ou par un de ses travailleurs, si les conditions suivantes sont respectées :
  1° la personne qui exerce la fonction de coordinateur doit pouvoir apporter la preuve qu'elle satisfait aux exigences suivantes et, en ce qui concerne le point c), outre le travailleur, la personne physique de l'employeur doit également apporter cette preuve :
  a) avoir au moins dix ans d'expérience professionnelle utile dans les types de travaux, visés à l'article 26, § 1er, pour lesquels la fonction de coordinateur est exercée, ainsi qu'une connaissance des techniques d'exécution et de prévention des risques des autres travaux qui font l'objet de la même mission de coordination;
  b) avoir dirigé pendant au moins cinq ans une entreprise ayant un ou plusieurs des travaux visés à l'article 2, § 1er, comme objet, ou avoir une expérience professionnelle pratique aussi longue relative à la direction d'un chantier temporaire ou mobile ou à la gestion et au suivi des travaux sur un tel chantier;
  c) ne pas avoir fait l'objet, pendant la période visée sous le point b), ou, pendant les cinq dernières années sur les chantiers temporaires ou mobiles où il a exercé la fonction de coordinateur, et en raison d'infractions relatives au bien-etre des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, :
  -soit d'une condamnation devenue définitive;
  - soit d'une amende administrative;
  - soit d'un ordre d'arrêt non annulé des travaux en application des dispositions de l'article 3 de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail;
  d) avoir terminé avec fruit, soit, une formation de perfectionnement en matière de bien-être au travail, soit, une formation dans un centre agréé pour la formation des classes moyennes, un apprentissage industriel ou une autre formation professionnelle, laquelle formation traite au moins, pendant 24 heures minimum, y compris la durée de l'examen, les sujets suivants :
  - les dispositions légales et réglementaires concernant le bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail sur les chantiers temporaires ou mobiles;
  - les risques en matière de sécurité sur les chantiers de construction;
  - les risques en matière de santé sur les chantiers de construction;
  - la réalisation d'analyses de risques et l'intégration et la détermination de mesures adéquates de prévention, y compris celles nécessaires pour l'exécution de travaux ultérieurs à l'ouvrage;
  - les instruments lors de la coordination et les pratiques de coordination;
  2° le maître d'oeuvre figure sur une liste publiée par la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail sur le site web du Service Public Fédéral compétent en matière de bien-être au travail et qui mentionne les entrepreneurs de travaux de construction répondant à toutes les conditions énoncées sous le point 1°.
  Pour figurer sur la liste, les entrepreneurs adressent une demande à la Direction générale visée à l'alinéa précédent, de même qu'une copie de toutes les pièces justificatives attestant qu'ils répondent à toutes les conditions énoncées sous le point 1°.
  La Direction générale place un entrepreneur sur la liste après vérification des pièces justificatives et constatation que toutes les conditions énoncées sous le point 1° sont respectées et supprime un entrepreneur de la liste dès qu'elle a connaissance du fait que l'entrepreneur ne répond plus à une ou plusieurs des conditions.
  Lors de l'exercice de sa tâche énoncée à l'alinéa précédent, la Direction générale peut auditionner un entrepreneur dans les bureaux de son service extérieur, competent pour le siège principal de l'entrepreneur.
  L'entrepreneur qui a été supprimé de la liste pour non-respect d'une ou plusieurs des conditions énoncées sous le point 1° ne peut être repris dans la liste qu'après introduction d'une nouvelle demande, après échéance du délai stipulé dans la condition qui a constitué le motif de la suppression.
  Art. 65quinquies. Sur les chantiers temporaires ou mobiles pour lesquels la collaboration d'un architecte n'est pas requise légalement, où l'on n'exécute aucune des activités énoncées à l'article 26, § 1er et dont l'importance est moindre que l'importance definie à l'article 26, § 2, la fonction de coordinateur-projet et de coordinateur-réalisation est exercée par :
  1° soit une personne visée à l'article 65ter, § 1er;
  2° soit une personne visée à l'article 65quater, § 2;
  3° soit la personne qui dirige un des maîtres d'oeuvre concernés chargés de l'exécution, à condition qu'elle puisse produire une attestation généralement acceptée par le secteur de la construction, prouvant qu'elle a terminé avec fruit une formation de 12 heures minimum, y compris la durée de l'examen, concernant les mesures, les techniques et la réglementation en matière de sécurité et de santé sur les chantiers temporaires ou mobiles.";
  15° Il est insérée une sous-section III, rédigée comme suit :
  "Sous-section III. - Conditions applicables a tous les coordinateurs en matière de sécurité et de santé sur les chantiers temporaires ou mobiles.
  Assurance en responsabilité civile
  Art. 65sexies. La personne qui exerce comme indépendant la fonction de coordinateur-projet ou de coordinateur-réalisation, souscrit en son nom propre une assurance en responsabilité civile, dont la couverture tient compte de l'importance et des risques des chantiers temporaires ou mobiles où elle exerce sa fonction.
  Pour la personne qui exerce comme travailleur la fonction de coordinateur-projet ou de coordinateur-réalisation, l'employeur souscrit une assurance en responsabilité civile, dont la couverture tient compte de l'importance et des risques des chantiers temporaires ou mobiles où elle exerce sa fonction, à moins que cette responsabilité civile ne soit couverte par l'Etat.
  Formation continue
  Art. 65septies. Afin de rester au courant de l'évolution des techniques et de la réglementation en matière de sécurité et de santé sur les chantiers temporaires ou mobiles, les coordinateurs-projet et les coordinateurs-réalisation prennent soin de se perfectionner en permanence.
  Ce perfectionnement se traduit par la participation à des initiatives qui enrichissent les connaissances dans les domaines visés à l'alinéa précédent, organisées soit sur une initiative privée, soit à l'initiative des autorités publiques, notamment des cours de perfectionnement ou des journées d'étude spécifiques.
  Pour les coordinateurs qui doivent être certifiés conformément aux dispositions de l'article 65, le nombre total d'heures de perfectionnement s'élève à au moins 5 heures par an ou 15 heures sur une période de trois ans et ce perfectionnement constitue une exigence pour la prolongation du certificat."
Art.38. Artikel 69 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 69. De in artikel 58 bedoelde stukken die op onregelmatige wijze zijn bekomen, zijn van nul en gener waarde."
Art.38. L'article 69 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  "Art. 69. Les titres visés à l'article 58 qui ont été obtenu de façon irrégulière sont nuls et non avenus."
Art.39. In artikel 71 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 2 en § 3 worden opgeheven;
  2° de woorden "§ 1" vervallen.
Art.39. A l'article 71 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 2 et le § 3 sont abrogés;
  2° les mots "§ 1er" sont supprimés.
Art.40. De bijlage 1 van dit besluit vormt de bijlage I van het koninklijk besluit van 25 januari 2001.
Art.40. L'annexe 1re du présent arrêté constitue l'annexe Ire de l'arrêté royal du 25 janvier 2001.
Art.41. De bijlage 2 van dit besluit vormt de bijlage V van het koninklijk besluit van 25 januari 2001.
Art.41. L'annexe 2 du présent arrêté constitue l'annexe V de l'arrêté royal du 25 janvier 2001.
Art.42. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.42. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art.43. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 19 januari 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art.43. Notre Ministre de l'Emploi, est chargé de l'execution du présent arrêté.
  Donné a Bruxelles, le 19 janvier 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
  "BIJLAGE I
  Deel A
  Inhoud van het veiligheids- en gezondheidsplan gedefinieerd in artikel 3, 6°
  Afdeling I. - Inhoud bedoeld in artikel 27, § 1
  Het veiligheids- en gezondheidsplan bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de beschrijving van het te realiseren bouwwerk vanaf het ontwerp tot de volledige verwezenlijking ervan;
  2° de beschrijving vande resultaten van de risicoanalyses bedoeld in artikel 3, 6°;
  3° de beschrijving van de preventiemaatregelen bedoeld in artikel 3, 6°. Deze beschrijving omvat :
  a. het geheel van de preventieregels en -maatregelen, bedoeld in afdeling III van dit deel, die aangepast zijn aan de kenmerken van het bouwwerk en voortvloeien uit de toepassing van de algemene preventieprincipes;
  b. de specifieke maatregelen met betrekking tot de werkzaamheden bedoeld in artikel 26, § 1;
  c. de instructies voor de tussenkomende partijen;
  4° de raming van de duur van de verwezenlijking van de verschillende werken of werkfasen die tegelijkertijd of na elkaar plaatsvinden.
  5° de lijst met de namen en de adressen van alle opdrachtgevers, bouwdirecties en aannemers, vanaf het moment dat deze personen bij de bouwplaats betrokken worden;
  6° de naam en het adres van de coördinator-ontwerp;
  7° de naam en het adres van de coördinator-ver-wezenlijking vanaf het moment van zijn aanstelling.
  De inhoud van het veiligheids- en gezondheidsplan wordt aangepast in functie van de volgende elementen :
  1° in voorkomend geval, de wijzigingen in verband met de uitvoeringsmodaliteiten, overeengekomen tussen de tussenkomende partijen, waarvan de weerslag op het welzijn bij het werk dezelfde waarborgen biedt als de oorspronkelijk in het plan voorziene uitvoeringsmodaliteiten;
  2° in voorkomend geval, de opmerkingen van de tussenkomende partijen aan wie de elementen uit het veiligheids- en gezondheidsplan, die hen aanbelangen, zijn overgemaakt;
  3° de stand van de werken;
  4° het identificeren van onvoorziene risico's of onvoldoende onderkende gevaren;
  5° het optreden of het vertrek van tussenkomende partijen;
  6° de eventueel aan het ontwerp of de werken aangebrachte wijzigingen.
  Afdeling II. - Inhoud bedoeld in artikel 27, § 2, en artikel 28
  Het veiligheids- en gezondheidsplan bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de inventarisatie van de risico's bedoeld in artikel 3, 6°;
  2° de vastgestelde preventiemaatregelen bedoeld in artikel 3, 6°;
  3° de lijst met de namen en de adressen van alle opdrachtgevers, bouwdirecties en aannemers, vanaf het moment dat deze personen bij de bouwplaats betrokken worden;
  4° de naam en het adres van de coördinator-ontwerp;
  5° de naam en het adres van de coördinator-verwezenlijking vanaf het moment van zijn aanstelling.
  De inhoud van het veiligheids- en gezondheidsplan wordt aangepast in functie van de volgende elementen :
  1° in voorkomend geval, de wijzigingen in verband met de uitvoeringsmodaliteiten, overeengekomen tussen de tussenkomende partijen, waarvan de weerslag op het welzijn bij het werk dezelfde waarborgen biedt als de oorspronkelijk in het plan voorziene uitvoeringsmodaliteiten;
  2° in voorkomend geval, de opmerkingen van de tussenkomende partijen aan wie de elementen uit het veiligheids- en gezondheidsplan, die hen aanbelangen, zijn overgemaakt;
  3° de stand van de werken;
  4° het identificeren van onvoorziene risico's of onvoldoende onderkende gevaren;
  5° het optreden of het vertrek van tussenkomende partijen;
  6° de eventueel aan het ontwerp of de werken aangebrachte wijzigingen.
  Afdeling III. - Niet limitatieve lijst van de preventieregels en -maatregelen bedoeld in afdeling I, eerste lid, 3°, a
  1° de algemene maatregelen betreffende de organisatie van de tijdelijke of mobiele bouwplaats die vastgesteld zijn door de opdrachtgever en de bouwdirecties in samenspraak met de coördinator-ontwerp en de coördinator-verwezenlijking;
  2° de algemene maatregelen die voortvloeien uit de verplichtingen die worden opgelegd door de opdrachtgever in wiens inrichting activiteiten betreffende een tijdelijke of mobiele bouwplaats worden verricht;
  3° de vereisten die voortvloeien uit de wederzijdse inwerking van de activiteiten inzake gebruik en exploitatie op het terrein zelf of in de nabijheid van het terrein waar de tijdelijke of mobiele bouwplaats is gevestigd;
  4° de coördinatiemaatregelen die inzonderheid betrekking hebben op :
  - de horizontale, verticale of andere verplaatsingsroutes of -zones of verkeersroutes of -zones;
  - het hanteren van materialen en materieel, in het bijzonder de problemen van de wederzijdse inwerking tussen hefwerktuigen op de bouwplaats of in de nabijheid ervan;
  - het beperken van het beroep doen op het manueel hanteren van lasten;
  - de afbakening en inrichting van opslagzones voor verschillende materialen, met name als het om gevaarlijke stoffen of producten gaat;
  - de voorwaarden voor het opslaan, verwijderen of afvoeren van aarde, afval, puin en gruis;
  - de voorwaarden voor de verwijdering van gevaarlijke materialen;
  - het installeren en gebruiken van collectieve beschermingsmiddelen en van tijdelijke toegangswegen;
  - het gebruik van de algemene elektrische installatie;
  - de wisselwerking met gebruiksactiviteiten op de site van de bouwplaats, inzonderheid het gebruik van gemeenschappelijke stellingen en toegangsmiddelen;
  - de wisselwerking met gebruiks- of exploitatieactiviteiten op de site van de bouwplaats of in de omgeving ervan;
  - het in goede orde houden van de bouwplaats;
  5° de algemene modaliteiten ter verzekering van het in goede orde en met voldoende bescherming van de gezondheid in stand houden van de bouwplaats, inzonderheid de vastgestelde voorschriften en maatregelen tot vastlegging van de voorwaarden opdat de lokalen, bestemd voor het personeel op de bouwplaats in overeenstemming zouden zijn met de erop toepasselijke voorschriften inzake veiligheid, gezondheid en arbeidsvoorwaarden;
  6° de praktische inlichtingen die specifiek zijn voor de bouwplaats wat betreft de hulpverlening, evacuatie van personen, evenals de gemeenschappelijke organisatorische maatregelen die terzake zijn getroffen;
  7° de algemene modaliteiten (tijdstippen, plaatsen, frequentie) voor overleg en samenwerking op de bouwplaats tussen de verschillende tussenkomende partijen en desgevallend de exploitanten of beheerders die een activiteit uitoefenen op de bouwplaats zelf of in de nabijheid ervan; evenals de algemene regels betreffende het verspreiden van informatie, instructies en bevelen aan deze personen en de algemene regels inzake het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan;
  8° de algemene regels (tijdstippen, plaatsen, frequentie) voor samenwerking en overleg op de bouwplaats tussen de werkgevers en werknemers evenals deze betreffende de informatie van de werknemers en het verspreiden van de instructies die voor hen bestemd zijn.
  Deel B
  Inhoud van het coördinatiedagboek gedefinieerd in artikel 3, 7°
  Het coördinatiedagboek vermeldt de volgende elementen :
  1° de namen en adressen van de tussenkomende partijen, het ogenblik van hun tussenkomst op de bouwplaats en voor ieder van hen, het voorziene aantal op de bouwplaats tewerk te stellen werknemers evenals de voorziene duur van de werken;
  2° de beslissingen, vaststellingen en gebeurtenissen die voor het ontwerp of de verwezenlijking van het bouwwerk van belang zijn;
  3° de opmerkingen gemaakt aan de tussenkomende partijen, inzonderheid deze betreffende hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzen of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes, en de gevolgen die ze eraan gegeven hebben;
  4° de opmerkingen van de aannemers, aangevuld met het visum van de betrokken partijen;
  5° de gevolgen gegeven aan de opmerkingen van de tussenkomende partijen en van de werknemersvertegenwoordigers die van belang zijn voor het ontwerp van het project of de verwezenlijking van het bouwwerk;
  6° de tekortkomingen van de tussenkomende partijen ten opzichte van de algemene preventiebeginselen, de toepasselijke regels en de concrete maatregelen aangepast aan de specifieke kenmerken van de tijdelijke of mobiele bouwplaats, of ten opzichte van het veiligheids- en gezondheidsplan;
  7° de verslagen van de vergaderingen van de coördinatiestructuur bedoeld in artikel 3, 9°;
  8° de ongevallen.
  Deel C
  Inhoud van het postinterventiedossier gedefinieerd in artikel 3, 8°
  Afdeling I. - Inhoud bedoeld in artikel 35
  Het postinterventiedossier bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de informatie betreffende de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;
  2° de informatie betreffende de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, inzonderheid ingewerkte nutsleidingen;
  3° de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;
  4° de architecturale, technische en organisatorische elementen in verband met de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk;
  5° de informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, inzonderheid de herstelling, vervanging of ontmanteling van installaties of constructie-elementen;
  6° de relevante verantwoording van de keuzen in verband met onder andere de toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen.
  7° de identificatie van de gebruikte materialen.
  Afdeling II. - Inhoud bedoeld in artikel 36
  Het postinterventiedossier bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de informatie betreffende de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;
  2° de informatie betreffende de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, inzonderheid ingewerkte nutsleidingen;
  3° de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;
  4° de identificatie van de gebruikte materialen.
  Deel D
  Samenstelling van de coördinatiestructuur gedefinieerd in artikel 3, 9°
  De coördinatiestructuur is samengesteld uit :
  1° de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger;
  2° de coordinator-verwezenlijking;
  3° de aanwezige aannemers of hun vertegenwoordigers;
  4° de bouwdirectie belast met de uitvoering;
  5° de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering;
  6° een vertegenwoordiger van elk comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis, van elke syndicale afvaardiging van de op de bouwplaats aanwezige aannemers;
  7° indien nodig, de preventieadviseurs van de opdrachtgever en van de op de bouwplaats aanwezige aannemers;
  8° twee vertegenwoordigers van het comité voor Preventie en Bescherming op het werk van de onderneming van de opdrachtgever, wanneer de tijdelijke of mobiele bouwplaats gelegen is in een instelling of een site waar de opdrachtgever personeel tewerkstelt en waarvoor hij zulk comité heeft opgericht;
  9° iedere andere persoon die door de opdrachtgever wordt uitgenodigd."
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 januari 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N1. Annexe 1. "ANNEXE Ire
  Partie A
  Contenu du plan de sécurité et de santé défini à l'article 3, 6°
  Section Ire. - Contenu visé à l'article 27, § 1er
  Le plan de sécurité et de santé contient au moins les eléments suivants :
  1° la description de l'ouvrage à réaliser, du stade du projet jusqu'à la réalisation complète de l'ouvrage;
  2° la description des résultats des analyses des risques visées à l'article 3, 6°;
  3° la description des mesures de prévention visées à l'article 3, 6°. Cette description contient :
  a. l'ensemble des règles et des mesures de prévention, visées a la section III de la présente partie, qui ont été adaptées aux caractéristiques de l'ouvrage et qui découlent de l'application des principes généraux de prévention;
  b. les mesures spécifiques relatives aux activités visées à l'article 26, § 1er;
  c. les instructions pour les intervenants;
  4° l'estimation de la durée de realisation des différents travaux ou phases de travail qui auront lieu simultanément ou consécutivement.
  5° la liste avec les noms et les adresses de tous les maîtres d'ouvrage, maîtres d'oeuvre et entrepreneurs, à partir du moment où ces personnes sont associées au chantier;
  6° le nom et l'adresse du coordinateur-projet;
  7° le nom et l'adresse du coordinateur-réalisation dès le moment de sa désignation.
  Le contenu du plan de sécurité et de santé est modifié en fonction des éléments suivants :
  1° le cas échéant, les modifications relatives aux modalités d'exécution, convenues entre les différents intervenants, dont l'impact sur le bien-être au travail offre les mêmes garanties que les modalités d'exécution prévues initialement dans le plan;
  2° le cas écheant, les remarques des intervenants à qui les éléments du plan de sécurité et de santé qui les concernent ont été transmis;
  3° l'état des travaux;
  4° l'identification des risques imprévus ou des dangers sous-estimés;
  5° l'intervention ou le départ d'intervenants;
  6° les modifications apportées éventuellement au projet ou aux travaux.
  Section II. - Contenu visé à l'article 27, § 2, et l'article 28
  Le plan de sécurité et de santé contient au moins les éléments suivants :
  1° l'inventaire des risques visé à l'article 3, 6°;
  2° les mesures de prévention déterminées visées à l'article 3, 6°;
  3° la liste avec les noms et les adresses de tous les maîtres d'ouvrage, maîtres d'oeuvre et entrepreneurs, à partir du moment où ces personnes sont associées au chantier;
  4° le nom et l'adresse du coordinateur-projet;
  5° le nom et l'adresse du coordinateur-réalisation des le moment de sa désignation.
  Le contenu du plan de sécurité et de santé est modifié en fonction des éléments suivants :
  1° le cas échéant, les modifications relatives aux modalités d'exécution, convenues entre les différents intervenants, dont l'impact sur le bien-être au travail offre les memes garanties que les modalités d'exécution prévues initialement dans le plan;
  2° le cas échéant, les remarques des intervenants à qui les éléments du plan de sécurité et de santé qui les concernent ont été transmis;
  3° l'état des travaux;
  4° l'identification des risqués imprévus ou des dangers sous-estimés;
  5° l'intervention ou le départ d'intervenants;
  6° les modifications apportées éventuellement au projet ou aux travaux.
  Section III. - Liste non-limitative des règles
  et des mesures de prévention visées à la section Ière, premier alinéa, 3°, a
  1° les mesures générales relatives à l'organisation d'un chantier temporaire ou mobile et arrêtées par le maître d'ouvrage et les maîtres d'oeuvre en concertation avec le coordinateur-projet et le coordinateur-réalisation;
  2° les mesures générales découlant des obligations imposées par le maître d'ouvrage dans l'établissement duquel les activités relatives à un chantier temporaire ou mobile s'effectuent;
  3° les exigences decoulant des interférences avec des activités d'utilisation et d'exploitation sur le site à l'intérieur ou à proximité duquel est implanté le chantier temporaire ou mobile;
  4° les mesures de coordination concernant notamment :
  - les voies ou les zones de déplacement et de circulation horizontales, verticales ou autres;
  - la manutention de materiaux et de matériel, en particulier les problèmes d'interférence entre appareils de levage sur le chantier ou à proximité;
  - la limitation du recours aux manutentions manuelles des charges;
  - la délimitation et l'aménagement de zones de stockage des différents matériaux, notamment, s'il s'agit de matières ou de substances dangereuses;
  - les conditions de stockage, d'élimination ou d'évacuation des terres, déchets, gravats et décombres;
  - les conditions de l'enlèvement des matériaux dangereux;
  - l'installation et l'utilisation des moyens de protection collective et d'accès provisoires;
  - l'utilisation de l'installation électrique générale;
  - les interactions avec les activités d'utilisation sur le site du chantier, notamment, l'utilisation d'échafaudages et de moyens d'accès communs;-
  - les interactions avec les activités d'utilisation ou d'exploitation sur le site du chantier ou à proximité de celui-ci;
  - le maintien du chantier en bon ordre;
  5° les modalités générales en vue d'assurer le maintien du chantier en bon ordre et en état de salubrité satisfaisant, notamment les prescriptions et mesures arrêtées pour établir des conditions de sorte que les locaux destinés au personnel du chantier soient conformes aux prescriptions qui leur sont applicables en matière de sécurité, de santé et de conditions de travail;
  6° les renseignements pratiques spécifiques au chantier concernant les secours, l'évacuation des personnes, ainsi que les mesures communes d'organisation prises en la matière;
  7° les modalités générales (moments, lieux, fréquence) de la concertation et de la coopération sur le chantier entre les divers intervenants et, le cas échéant, les exploitants ou les gestionnaires éventuels exerçant une activité sur le site à l'intérieur ou à proximité duquel est implanté le chantier; ainsi que les modalités générales relatives à la diffusion d'informations, d'instruction et d'ordres à ces personnes ainsi que celles du contrôle de leur mise en oeuvre;
  8° les modalités générales (moments, lieux, fréquence) de la collaboration et de la concertation sur le chantier entre les employeurs et les travailleurs ainsi que celles relatives à l'information des travailleurs et à la diffusion des instructions qui leur sont destinées.
  Partie B
  Contenu du journal de coordination défini à l'article 3, 7°
  Le journal de coordination mentionne les éléments suivants :
  1° les noms et les adresses des intervenants, le moment de leur intervention sur le chantier et, pour chacun d'entre eux, l'effectif prévu des travailleurs sur le chantier ainsi que la durée prévue des travaux;
  2° les décisions, constatations et événements importants pour la conception du projet ou la réalisation de l'ouvrage;
  3° les observations adressées aux intervenants, notamment celles relatives à leurs comportements, actions, choix ou négligences éventuels qui sont contraires aux principes généraux de prévention, et les suites qu'ils y ont réservées;
  4° les remarques des entrepreneurs, complétées du visa des parties concernées;
  5° les suites réservées aux remarques des intervenants et des représentants des travailleurs qui ont une pertinence pour la conception du projet ou la réalisation de l'ouvrage;
  6° les manquements des intervenants par rapport aux principes géneraux de prévention, aux règles applicables et aux mesures concrètes adaptées aux caractéristiques spécifiques du chantier temporaire ou mobile, ou par rapport au plan de sécurité et de santé;
  7° les rapports des réunions de la structure de coordination visée à l'article 3, 9°;
  8° les accidents.
  Partie C
  Contenu du dossier d'intervention ultérieure défini à l'article 3, 8°
  Section Ire. - Contenu visé à l'article 35
  Le dossier d'intervention ultérieure contient au moins les éléments suivants :
  1° les informations relatives aux éléments structurels et essentiels de l'ouvrage;
  2° les informations relatives à la nature et l'endroit des dangers décelables ou cachés, notamment les conduits utilitaires incorporés;
  3° les plans qui correspondent effectivement à la réalisation et la finition;
  4° les éléments architecturaux, techniques et organisationnels qui concernent la réalisation, la maintenance et l'entretien de l'ouvrage;
  5° les informations pour les exécutants de travaux ultérieurs prévisibles, notamment la réparation, le remplacement ou le démontage d'installations ou d'éléments de construction;
  6° la justification pertinente des choix en ce qui concerne entre autres les modes d'exécution, les techniques, les matériaux ou les éléments architecturaux.
  7° l'identification des matériaux utilisés.
  Section II. - Contenu visé à l'article 36
  Le dossier d'intervention ultérieure contient au moins les éléments suivants :
  1° les informations relatives aux éléments structurels et essentiels de l'ouvrage;
  2° les informations relatives à la nature et l'endroit des dangers décelables ou cachés, notamment les conduits utilitaires incorporés;
  3° les plans qui correspondent effectivement à la réalisation et la finition;
  4° l'identification des matériaux utilisés.
  Partie D
  Composition de la structure de coordination définie à l'article 3, 9°
  La structure de coordination est composée :
  1° du maître d'ouvrage ou de son représentant;
  2° du coordinateur-réalisation;
  3° des entrepreneurs présents ou de leurs représentants;
  4° du maître d'oeuvre chargé de la realisation;
  5° du maître d'oeuvre chargé du contrôle de l'exécution;
  6° d'un représentant de chacun des comités de prévention et de protection au travail ou, à défaut, des délégations syndicales des entrepreneurs présents;
  7° si nécessaire, les conseillers en prévention du maitre d'ouvrage et des entreprises présentes sur le chantier;
  8° de deux représentants du comité de Prévention et de Protection au travail de l'entreprise du maître d'ouvrage, lorsque le chantier temporaire ou mobile est situé dans un établissement ou sur un site sur lequel le maître d'ouvrage occupe du personnel et pour lequel il a créé un tel comité;
  9° de toute autre personne invitée par le maître d'ouvrage."
  Vu pour être joint à Notre arrêté du 19 janvier 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Art. N2. Bijlage 2.
  "BIJLAGE V. - Lijst van bouwwerken bedoeld in artikel 4septies decies, § 2.
  1° de bruggen, tunnels, viaducten;
  2° de aquaducten, watertorens;
  3° de torens, pylonen;
  4° fabriekschouwen."
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 19 januari 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE.
Art. N2. Annexe 2. "ANNEXE V. - Liste d'ouvrages visée à l'article 4septies decies, § 2.
  1° les ponts, tunnels, viaducs;
  2° les aqueducs, châteaux d'eau;
  3° les tours, pylônes;
  4° les cheminées d'usine."
  Vu pour être joint à Notre arrêté du 19 janvier 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme F. VAN DEN BOSSCHE.