Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 JANUARI 2005. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap waarbij een dotatie wordt toegekend voor het schooljaar 2005 aan de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap om de maatregelen voor positieve discriminatie binnen het onderwijs voor sociale promotie in te voeren (VERTALING).
Titre
21 JANVIER 2005. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française octroyant une dotation aux établissements d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française pour assurer la mise en oeuvre de discriminations positives dans l'enseignement de promotion sociale. - Année 2005.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Een dotatie van 307835 euro (driehonderd zeven duizend achthonderd vijfendertig euro), aan te rekenen op het krediet ingeschreven in de basisallocatie 01.01, activiteitenprogramma 70, organisatieafdeling 56 van de begroting van de Franse Gemeenschap, uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming, begrotingsjaar 2005, wordt toegekend aan de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap.
Article 1. Une dotation de 307835 euro (trois cent sept mille huit cent trente cinq euros) à imputer à charge du crédit inscrit à l'allocation de base 01.01, programme d'activité 70, division organique 56 du budget de la Communauté française, dépenses du ministère de l'Education, de la Recherche et de la Formation, année budgétaire 2005, est allouée aux établissement d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française.
Art. 2. De in artikel 1 bedoelde dotatie wordt bestemd om de verwezenlijking te dekken van de projecten met referentie 05/CF/01 tot 05/CF/13, bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 januari 2005 houdende goedkeuring van de lijst van de actieprojecten voor positieve discriminatie, overeenkomstig artikel 58 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie.
Art. 2. La dotation visée à l'article 1er est destinée à couvrir la réalisation des projets portant référence 05/CF/01 à 05/CF/13, visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 21 janvier 2005 approuvant la liste des projets d'actions à discriminations positives, conformément à l'article 58 du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives.
Art. 3. De uitgaven voortvloeiend uit de toepassing van artikel 55, 1° van het voormelde decreet van 30 juni 1998 worden rechtstreeks uitgetrokken op de basisallocatie bedoeld in artikel 1.
Het gedeelte van de dotatie bedoeld in artikel 1 dat overeenstemt met de uitgaven die het gevolg zijn van de toepassing van artikel 55, 2° van het voormelde decreet van 30 juni 1998, wordt tijdens het eerste kwartaal 2005 in één schijf uitbetaald aan de begunstigde inrichtingen.
Het gedeelte van de dotatie bedoeld in artikel 1 dat overeenstemt met de uitgaven die het gevolg zijn van de toepassing van artikel 55, 2° van het voormelde decreet van 30 juni 1998, wordt tijdens het eerste kwartaal 2005 in één schijf uitbetaald aan de begunstigde inrichtingen.
Art. 3. Les dépenses résultant de l'application de l'article 55,1° du décret du 30 juin 1998 précité sont prises en charge directement par l'allocation de base visée à l'article 1er.
La part de la dotation visée à l'article 1er, correspondant aux dépenses résultant de l'application de l'article 55, 2° du décret du 30 juin 1998 précité, sera liquidée, en une seule tranche, au cours du premier trimestre 2005, aux établissements bénéficiaires.
La part de la dotation visée à l'article 1er, correspondant aux dépenses résultant de l'application de l'article 55, 2° du décret du 30 juin 1998 précité, sera liquidée, en une seule tranche, au cours du premier trimestre 2005, aux établissements bénéficiaires.
Art. 4. Op het einde van het project bedoeld in artikel 2, voor de uitgaven bedoeld in artikel 3, tweede lid, moeten de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie binnen de drie maanden de volgende documenten bezorgen aan de Algemene Dienst Onderwijs voor sociale promotie van de Algemene Directie voor het verplicht onderwijs, Rijksadministratief centrum, Pachecolaan 19, bus 0, bureau 4007, te 1010 Brussel :
1° de gedetailleerde rekening, in twee exemplaren, van de uitgaven bedoeld in artikel 3, tweede lid;
2° de verantwoordingsstukken in verband met alle uitgaven bedoeld in 1°. Deze stukken moeten in twee exemplaren worden opgemaakt en in chronologische volgorde opgenomen worden in een verzamelstaat opgemaakt in twee exemplaren.
De begunstigde inrichtingen moeten de originele stukken bedoeld in 1° en 2° bewaren en die ter beschikking stellen van de verificatiedienst van het onderwijs voor sociale promotie.
1° de gedetailleerde rekening, in twee exemplaren, van de uitgaven bedoeld in artikel 3, tweede lid;
2° de verantwoordingsstukken in verband met alle uitgaven bedoeld in 1°. Deze stukken moeten in twee exemplaren worden opgemaakt en in chronologische volgorde opgenomen worden in een verzamelstaat opgemaakt in twee exemplaren.
De begunstigde inrichtingen moeten de originele stukken bedoeld in 1° en 2° bewaren en die ter beschikking stellen van de verificatiedienst van het onderwijs voor sociale promotie.
Art. 4. Au terme du projet visé à l'article 2, et pour les dépenses visées à l'article 3, alinéa 2, les établissements d'enseignement de promotion sociale bénéficiaires doivent, dans les trois mois, transmettre au Service général de l'enseignement de promotion sociale de la Direction générale de l'enseignement obligatoire, Cité administrative de l'Etat, boulevard Pachéco 19, bte 0, bureau 4007, à 1010 Bruxelles, les documents suivants :
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 2;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1°. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification de l'enseignement de promotion sociale.
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 2;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1°. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification de l'enseignement de promotion sociale.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2005.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2005.
Art. 6. De Minister-Presidente, tot wier bevoegdheid het Onderwijs voor sociale promotie behoort, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 januari 2005.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor sociale promotie,
Mevr. M. ARENA.
Brussel, 21 januari 2005.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor sociale promotie,
Mevr. M. ARENA.
Art. 6. La Ministre-Présidente qui a l'Enseignement de Promotion sociale dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 21 janvier 2005.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente en charge de l'Enseignement obligatoire et de Promotion sociale,
Mme M. ARENA.
Bruxelles, le 21 janvier 2005.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre-Présidente en charge de l'Enseignement obligatoire et de Promotion sociale,
Mme M. ARENA.