Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 SEPTEMBER 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen.
Titre
29 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires.
Informations sur le document
Numac: 2005009823
Datum: 2005-09-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005009823
Date: 2005-09-29
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
Artikel 1. Artikel 129 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 129. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen en de Commissies van Toezicht houden toezicht op de gevangenissen en op de bejegening van gedetineerden. ".
Article 1. L'article 129 de l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 129. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire et les Commissions de surveillance exercent la surveillance des prisons et du traitement réservé aux détenus. ".
Art. 2. Artikel 131 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 131. De Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen heeft tot taak :
  1° een onafhankelijk toezicht te houden op de gevangenissen, op de bejegening van de gedetineerden en op de naleving van de hen betreffende voorschriften;
  2° aan de Minister, hetzij ambtshalve, hetzij op zijn verzoek en eventueel binnen een door hem bepaalde termijn, advies te verlenen over het gevangeniswezen en de uitvoering van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen;
  3° een deontologische code op te stellen voor de werking van zowel de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen als de Commissies van Toezicht;
  4° de werking van de Commissies van Toezicht te coördineren en te ondersteunen en erop toe te zien dat hun werkzaamheden zich beperken tot de hen in artikel 138ter toevertrouwde taken;
  5° jaarlijks een activiteitenverslag op te stellen, dat het jaarverslag van de Commissies van Toezicht, de adviezen van de Centrale Toezichtsraad evenals algemene conclusies en aanbevelingen betreffende de gevangenissen, de bejegening van gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften bevat. ".
Art. 2. L'article 131 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 131. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire a pour mission :
  1° d'exercer un contrôle indépendant sur les prisons, sur le traitement réservé aux détenus et le respect des règles en la matière;
  2° de donner au Ministre, soit d'office, soit à sa demande et le cas échéant dans un délai fixé par lui, un avis sur l'administration des prisons et sur l'exécution des peines et mesures privatives de liberté;
  3° de rédiger un code de déontologie pour le fonctionnement tant du Conseil central que des Commissions de surveillance;
  4° de coordonner et de soutenir le fonctionnement des Commissions de surveillance et de veiller à ce que leurs activités se limitent aux missions qui leur sont confiées à l'article 138ter ;
  5° de rédiger annuellement un rapport d'activité comprenant le rapport annuel des Commissions de surveillance, les avis du Conseil central ainsi que des conclusions et recommandations d'ordre général concernant les prisons, le traitement réservé aux détenus et le respect des règles en la matière. ".
Art. 3. Artikel 132 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 132. § 1. Voor zover dit voor de uitoefening van de taken omschreven in artikel 131 noodzakelijk is, hebben de leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen vrije toegang tot alle plaatsen in de gevangenis en hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijk bepaalde uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden in te zien, en mits voorafgaande schriftelijke instemming van de gedetineerde, van alle stukken die individuele gegevens bevatten van de gedetineerde.
  § 2. Zij hebben het recht zonder controle briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te treden met hen.
  § 3. Op verzoek van de voorzitter van de Centrale Raad voor het Gevangeniswezen brengt de directeur-generaal verslag uit over de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Centrale Raad behoren. ".
Art. 3. L'article 132 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 132. § 1er. Pour autant que cela soit nécessaire à l'accomplissement des missions définies à l'article 131, les membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire ont librement accès à tous les endroits des prisons et ont le droit de consulter sur place, sauf exceptions prévues par la loi, tous les livres et documents se rapportant à la prison et, moyennant l'accord écrit préalable du détenu, toutes les pièces contenant des informations individuelles le concernant.
  § 2. Ils ont le droit d'entretenir une correspondance avec les détenus sans être contrôlés et d'entrer en contact avec eux sans être surveillés.
  § 3. A la demande du président du Conseil central de surveillance pénitentiaire, le directeur général fait rapport sur les questions relevant de la compétence du Conseil central. ".
Art. 4. In artikel 133 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen bestaat uit ten hoogste 12 leden, die door Ons worden aangesteld en ontslagen, waarvan één lid als voorzitter en één lid als ondervoorzitter wordt aangewezen. De voorzitter en de ondervoorzitter dienen van een verschillende taalrol te zijn. Bij de samenstelling van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen wordt de taalpariteit in acht genomen. "
  2° in § 2 worden de woorden " of ervaring " ingevoegd tussen de woorden " hun deskundigheid " en de woorden " met betrekking tot ".
  3° in § 3 worden de woorden " één magistraat " vervangen door de woorden " één lid van de zittende magistratuur ".
Art. 4. A l'article 133 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire se compose de 12 membres au maximum, qui sont désignés et révoqués par Nous. L'un des membres est désigné en qualité de président et un autre membre en qualité de vice-président. Le président et le vice-président doivent appartenir à un rôle linguistique différent. Pour la composition du Conseil central de surveillance pénitentiaire, il est tenu compte de la parité linguistique. "
  2 ° dans le § 2, les mots " ou de leur expérience " sont insérés entre les mots " leur compétence " et les mots " en rapport avec ".
  3° au § 3, les mots " un magistrat " sont remplacés par les mots " un membre de la magistrature assise ".
Art. 5. Artikel 134 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt aangevuld als volgt :
  " 3° het uitoefenen van een functie bij de Cel Beleidsvoorbereiding van de Minister van Justitie;
  4° het uitoefenen van een wetgevende functie op federaal niveau, gemeenschapsniveau en gewestniveau. ".
Art. 5. L'article 134 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est complété comme suit :
  " 3° l'exercice d'une fonction au sein de la Cellule stratégique du Ministre de la Justice;
  4° l'exercice d'une fonction législative au niveau fédéral, communautaire ou régional. ".
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 134bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 134bis. De duur van het mandaat van de leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen is vastgesteld op vijf jaar. Het mandaat kan één maal hernieuwd worden. ".
Art. 6. Un article 134bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Article 134bis. La durée du mandat des membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire est fixée à cinq ans. Le mandat peut être renouvelé une fois. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 134ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 134ter. Het mandaat van een lid kan om ernstige redenen door Ons worden opgeheven, na een gemotiveerd voorstel uitgaande van minstens twee derde van de leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.
  Het mandaat kan niet opgeheven worden dan nadat het lid door de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen gehoord is over de aangevoerde redenen. "
Art. 7. Un article 134ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Article 134ter. Il peut être mis fin par Nous au mandat d'un membre pour des raisons graves, après une proposition motivée émanant d'au moins deux tiers des membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire.
  Il ne peut être mis fin au mandat qu'après audition du membre par le Conseil central de surveillance pénitentiaire à propos des raisons invoquées. "
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 134quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 134quater. In geval van ontslag, overlijden of opheffing van het mandaat, voltooit degene die tot opvolger wordt aangewezen het mandaat van zijn voorganger. "
Art. 8. Un article 134quater, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Article 134quater. En cas de révocation, de décès ou s'il est mis fin au mandat, la personne désignée comme successeur achève le mandat de son prédécesseur. "
Art. 9. Artikel 135 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 135. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen houdt ten minste één zitting per maand, op bijeenroeping van zijn voorzitter. De Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen kan slechts vergaderen wanneer de helft plus één van de leden aanwezig is. "
Art. 9. L'article 135 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 135. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire se réunit au moins une fois par mois sur la convocation de son président. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire ne peut se réunir que si la moitié de ses membres plus un sont présents. "
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 135bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 135bis. De reis- en verblijfsvergoedingen van de leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen worden bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake de reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de personen die geen ambtenaar zijn gelijkgesteld met personeelsleden van rang A4 tot A5. "
Art. 10. Un article 135bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Article 135bis. Les indemnités pour frais de parcours et de séjour des membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire sont fixées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. Pour l'application du présent paragraphe, les personnes qui ne sont pas fonctionnaires sont assimilées aux agents de rang A4 à A5. "
Art. 11. In artikel 136 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt § 2 vervangen als volgt :
  " § 2. Het activiteitenverslag bedoeld in artikel 131, 6°, dat betrekking heeft op de periode van 1 januari tot 31 december, wordt uiterlijk 31 maart volgend op het jaar waarop het verslag betrekking heeft aan de Minister van Justitie en aan de voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat overhandigd. "
Art. 11. A l'article 136 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Le rapport d'activité visé à l'article 131, 6°, qui porte sur la période allant du 1er janvier au 31 décembre est remis au Ministre et aux présidents de la Chambre des représentants et du Sénat, au plus tard le 31 mars de l'année qui suit celle couverte par le rapport. "
Art. 12. In artikel 138 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt § 1 vervangen als volgt :
  " § 1. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris, zijnde rijksambtenaren van de Federale Overheidsdienst Justitie, met uitsluiting van het Directoraat-generaal Uitvoering van straffen en maatregelen, die worden aangewezen door de Minister van Justitie.
  De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn geen lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen. "
Art. 12. A l'article 138 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 4 avril 2003, le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le Conseil central de surveillance pénitentiaire est assisté par un secrétaire et un secrétaire suppléant, agents de l'Etat du Service public fédéral Justice, à l'exclusion de la Direction générale Exécution des peines et mesures, désignés par le Ministre de la Justice.
  Le secrétaire et le secrétaire suppléant ne sont pas membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire. "
Art. 13. In artikel 138ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) 1° wordt vervangen als volgt :
  " 1° een onafhankelijk toezicht te houden op de gevangenis bij dewelke zij is opgericht, op de bejegening van de gedetineerden en op de naleving van de betreffende voorschriften; "
  b) 2° wordt vervangen als volgt :
  " 2° aan de Minister en aan de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek, advies en inlichtingen te geven betreffende aangelegenheden in de gevangenis die rechtstreeks of onrechtstreeks met het welzijn van de gedetineerden verband houden en voorstellen te doen die zij gepast acht; "
Art. 13. A l'article 138ter du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  a) Le 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° d'exercer un contrôle indépendant sur la prison auprès de laquelle elle a été instituée, sur le traitement réservé aux détenus et sur le respect des règles les concernant; "
  b) le 2° est remplace par la disposition suivante :
  " 2° de soumettre au Ministre et au Conseil central de surveillance pénitentiaire, soit d'office, soit sur demande, des avis et des informations concernant des questions, qui, dans la prison présentent un lien direct ou indirect avec le bien-être des détenus, et de formuler les propositions qu'elle juge appropriées; "
Art. 14. Artikel 138quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 138quater. § 1. Voor zover dit voor de uitoefening van de taken omschreven in artikel 138ter noodzakelijk is, hebben de leden van de Commissie van Toezicht vrije toegang tot alle plaatsen in de gevangenis en hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijke uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden in te zien, en mits voorafgaande schriftelijke instemming van de gedetineerde, van alle stukken die individuele gegevens van gedetineerden bevatten.
  § 2. Zij hebben het recht zonder controle briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te treden met hen.
  § 3. De voorzitter van de Commissie van Toezicht ontmoet de directeur maandelijks en telkens wanneer bijzondere gebeurtenissen dit vereisen. "
Art. 14. L'article 138quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 138quater. § 1er. Pour autant que cela soit nécessaire à l'accomplissement de leurs missions définies à l'article 138ter, les membres de la Commission de surveillance ont librement accès à tous les endroits de la prison et ont le droit de consulter sur place, sauf exceptions prévues par la loi, tous les livres et documents se rapportant à la prison et, moyennant accord écrit préalable du détenu, toutes les pièces contenant des informations individuelles le concernant.
  § 2. Ils ont le droit d'entretenir une correspondance avec les détenus sans être contrôlés et d'entrer en contact avec eux sans être surveillés.
  § 3. Le président de la Commission de surveillance rencontre le directeur de la prison une fois par mois ainsi que chaque fois que des circonstances particulières le requièrent. "
Art. 15. In artikel 138quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  - het woord " tien " wordt vervangen door het woord " twaalf ";
  - de woorden " één magistraat " worden vervangen door de woorden " één lid van de zittende magistratuur ";
  2° In § 2 worden de woorden " of ervaring " ingevoegd tussen de woorden " hun deskundigheid " en de woorden " met betrekking tot ";
  3° § 3, eerste zin, wordt vervangen als volgt :
  " De leden van de Commissie van Toezicht mogen niet ouder dan 70 jaar zijn bij de aanvang of de hernieuwing van hun mandaat. ";
  4° § 4 wordt aangevuld als volgt :
  " 3° de uitoefening van het ambt van onderzoeksrechter;
  4° de uitoefening van het ambt van parketmagistraat;
  5° de uitoefening van een mandaat bij een commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling;
  6° de uitoefening van een mandaat bij een commissie voor de bescherming van de maatschappij;
  7° de uitoefening van een functie bij de Cel Beleidsvoorbereiding van de Minister van Justitie. ".
Art. 15. A l'article 138quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Dans le § 1er sont apportées les modifications suivantes :
  - le mot " dix " est remplacé par le mot " douze ";
  - les mots " un magistrat " sont remplacés par les mots " un membre de la magistrature assise ";
  2° Dans le § 2, les mots " ou de leur expérience " sont insérés entre les mots " leur compétence " et les mots " en rapport avec ";
  3° le § 3, 1re phrase est remplacé par la disposition suivante :
  " Les membres de la Commission de surveillance ne peuvent être âgées de plus de septante ans au début du mandat ou du renouvellement du mandat. ";
  4° le § 4 est complété comme suit :
  " 3° l'exercice d'une fonction de juge d'instruction;
  4° l'exercice d'une fonction de magistrat de parquet;
  5° l'exercice d'un mandat au sein d'une commission de libération conditionnelle;
  6° l'exercice d'un mandat au sein d'une commission de défense sociale;
  7° l'exercice d'une fonction au sein de la Cellule stratégique du Ministre de la Justice ".
Art. 16. Artikel 138sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
  " § 2. In geval van ontslag, overlijden of opheffing van het mandaat, voltooit degene die tot opvolger wordt benoemd het mandaat van zijn voorganger. "
Art. 16. L'article 138sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. En cas de révocation, de décès ou s'il est mis fin au mandat, la personne nommée comme successeur achève le mandat de son prédécesseur. "
Art. 17. Artikel 138septies wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 138septies. Het mandaat van een lid kan om ernstige redenen bij gemotiveerde beslissing worden opgeheven door de Minister van Justitie, na een gemotiveerd voorstel uitgaande van minstens de helft van de leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen.
  Het mandaat kan niet worden opgeheven dan nadat het lid door de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen gehoord is over de aangevoerde redenen. ".
Art. 17. L'article 138septies est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 138septies. Il peut être mis fin au mandat d'un membre par décision motivée du Ministre de la Justice pour des raisons graves, après une proposition motivée émanant d'au moins la moitié des membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire.
  Il ne peut être mis fin au mandat qu'après audition du membre par le Conseil central de surveillance pénitentiaire sur les raisons invoquées. ".
Art. 18. In artikel 138octies, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de woorden " als twee derde van de leden aanwezig is " vervangen door de woorden " wanneer de helft plus één van de leden aanwezig is ".
Art. 18. A l'article 138octies, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, les mots " deux tiers de ses membres sont présents " sont remplacés par les mots " la moitié de ses membres plus un sont présents ".
Art. 19. In artikel 138nonies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt een § 3 ingevoegd, luidende :
  " § 3. De reis- en verblijfsvergoedingen van de leden van de Commissie van Toezicht worden bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake de reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de personen die geen ambtenaar zijn gelijkgesteld met personeelsleden van rang A4 tot A5. "
Art. 19. A l'article 138nonies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 4 avril 2003, il est inséré un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les indemnités pour frais de parcours et de séjour des membres des Commissions de surveillance sont fixées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. Pour l'application du présent paragraphe, les personnes qui ne sont pas fonctionnaires sont assimilées aux agents de rang A4 à A5. "
Art. 20. Artikel 138decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 138decies. § 1. Elke Commissie van Toezicht wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris, die niet behoren tot het Directoraat-generaal Uitvoering van Straffen en maatregelen. Zij worden op voordracht van de Commissie van Toezicht aangewezen door de Minister van Justitie.
  De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn geen lid van de Commissie van Toezicht.
  § 2. De taak van secretaris wordt bepaald door de Minister van Justitie.
  § 3. Aan de secretaris of de plaatsvervangend secretaris die geen rijksambtenaar is wordt een zitpenning van 75 euro per vergadering toegekend.
  Aan de secretaris of plaatsvervangend secretaris die tevens rijksambtenaar is wordt een zitpenning van 75 euro per vergadering toegekend wanneer de vergadering buiten de normale werkuren valt.
  De zitpenning wordt maandelijks en na vervallen termijn betaald.
  Zij wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. "
Art. 20. L'article 138decies du même arrêté, inséré par arrêté royal du 4 avril 2003, est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 138decies. § 1er. Chaque Commission de surveillance est assistée par un secrétaire et un secrétaire suppléant qui n'appartiennent pas à la Direction générale Exécution des Peines et Mesures. Ils sont désignés par le Ministre de la Justice, sur proposition de la Commission de surveillance.
  Le secrétaire et le secrétaire suppléant ne sont pas membres de la Commission de surveillance.
  § 2. La mission du secrétaire est déterminée par le Ministre de la Justice.
  § 3. Un jeton de présence de 75 euros par réunion est alloué au secrétaire ou à son remplaçant qui n'est pas un agent de l'état.
  Un jeton de présence de 75 euro par réunion est alloué au secrétaire ou à son remplaçant qui est également agent de l'état lorsque la réunion a lieu en dehors des heures de travail normales.
  Ce jeton de présence est payable mensuellement à terme échu.
  Il est lié à l'indexe pivot 138,01. "
Art. 21. De artikelen 2 tot en met 7 van het ministerieel besluit van 12 juli 1971 houdende algemene instructie van de strafinrichtingen worden opgeheven.
Art. 21. Les articles 2 à 7 de l'arrêté ministériel du 12 juillet 1971 portant instructions générales pour les établissements pénitentiaires sont abrogés.
Art. 22. De personen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit aangewezen werden als lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen worden geacht te zijn aangewezen voor een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 4 april 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen.
Art. 22. Les personnes ayant été désignées membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire avant l'entrée en vigueur du présent arrêté sont censées être désignées pour une période de cinq ans à compter de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 4 avril 2003 modifiant l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires.
Art. 23. De vóór de inwerkingtreding van dit besluit aangewezen leden van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen in wier hoofde ingevolge artikel 5 een onverenigbaarheid ontstaat blijven lid van deze Raad tot op het ogenblik waarop in hun vervanging is voorzien.
  Zij dienen uiterlijk binnen vier maanden volgend op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit te zijn vervangen.
Art. 23. Les personnes désignées membres du Conseil central de surveillance pénitentiaire avant l'entrée en vigueur du présent arrêté dans le chef desquelles apparaît une incompatibilité aux termes de l'article 5 demeurent membres de ce Conseil jusqu'à ce qu'il soit pourvu à leur remplacement.
  Elles doivent être remplacées au plus tard dans les quatre mois qui suivent la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 24. De vóór de inwerkingtreding van dit besluit benoemde leden van een Commissie van Toezicht in wier hoofde ingevolge artikel 14 een onverenigbaarheid ontstaat blijven lid van de Commissie van Toezicht tot op het ogenblik waarop in hun vervanging is voorzien.
  Zij dienen uiterlijk binnen vier maanden volgend op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit te zijn vervangen.
Art. 24. Les personnes désignées membres d'une Commission de surveillance avant l'entrée en vigueur du présent arrêté dans le chef desquelles apparaît une incompatibilité aux termes de l'article 14 demeurent membres de la Commission de surveillance jusqu'à ce qu'il soit pourvu à leur remplacement.
  Ils doivent être remplacés au plus tard dans les quatre mois qui suivent la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 25. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 4 april 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 7 de l'arrêté royal du 4 avril 2003 modifiant l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires est abrogé.
Art. 26. De artikelen 10 en 19 van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2005.
Art. 26. Les articles 10 et 19 du présent arrêté produisent ses effets le 1er janvier 2005.
Art. 27. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel op 29 september 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 27. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 29 septembre 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.