Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 AUGUSTUS 2005. - Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat betreft de wedden van de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg, van de griffiers en de secretarissen van het parket en tot wijziging van de artikelen 259duodecies en 285bis van hetzelfde Wetboek.
Titre
10 AOUT 2005. - Loi modifiant le Code judiciaire en ce qui concerne les traitements des référendaires et juristes de parquet près les cours et les tribunaux de première instance, des greffiers et des secrétaires de parquet et modifiant les articles 259duodecies et 285bis du même Code.
Informations sur le document
Numac: 2005009653
Datum: 2005-08-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005009653
Date: 2005-08-10
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 259duodecies, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt het woord " drie " vervangen door het woord " zes ".
Art. 2. Dans l'article 259duodecies, alinéa 5, du Code judiciaire, inséré par la loi du 22 décembre 1998, le mot " trois " est remplacé par le mot " six ".
Art. 3. In artikel 285bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997, wordt het woord " twee " vervangen door het woord " drie ".
Art. 3. Dans l'article 285bis, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997, le mot " deux " est remplacé par le mot " trois ".
Art. 4. Artikel 365ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 365ter. § 1. Aan het ambt van referendaris en parketjurist bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg wordt de volgende weddenschaal verbonden :
  - minimumwedde : 20.705,34 EUR;
  - maximumwedde : 32.165,25 EUR;
  - tussentijdse verhogingen : drie jaarlijkse verhogingen van 624,27 EUR gevolgd door tien tweejaarlijkse verhogingen van 958,71 EUR.
  § 2. Na vier jaar graadanciënniteit verkrijgen de referendaris en de parketjurist bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg de volgende weddenschaal :
  - minimumwedde : 22.497,86 EUR;
  - maximumwedde : 34.916,48 EUR;
  - tussentijdse verhogingen : drie jaarlijkse verhogingen van 624,27 EUR gevolgd door elf tweejaarlijkse verhogingen van 958,71 EUR.
  § 3. Na twaalf jaar graadanciënniteit verkrijgen de referendaris en de parketjurist bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg, voorzover zij bij hun beoordeling, bedoeld in artikel 259novies, de vermelding " zeer goed " gekregen hebben, de volgende weddenschaal :
  - minimumwedde : 25.507,15 EUR;
  - maximumwedde : 37.925,77 EUR;
  - tussentijdse verhogingen : drie jaarlijkse verhogingen van 624,27 EUR gevolgd door elf tweejaarlijkse verhogingen van 958,71 EUR.
  § 4. Voorzover er vacante betrekkingen zijn en zij bij hun beoordeling, bedoeld in artikel 259 novies, de vermelding " zeer goed " gekregen hebben, kunnen de referendaris en de parketjurist bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg die ten minste achttien jaar graadanciënniteit hebben, de volgende weddenschaal verkrijgen :
  - minimumwedde : 27.923,80 EUR;
  - maximumwedde : 42.638,83 EUR;
  - tussentijdse verhogingen : elf tweejaarlijkse verhogingen van 1.337,73 EUR.
  Het aantal betrekkingen die bezoldigd kunnen worden overeenkomstig het vorige lid wordt vastgesteld op een tiende van het totale aantal referendarissen en parketjuristen bij de hoven van beroep en de rechtbanken van eerste aanleg.
  § 5. De artikelen 362, 363, 365, § 1, 367, tweede tot vijfde lid, en 377 zijn van overeenkomstige toepassing op de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg.
  § 6. Het vakantiegeld dat toegekend wordt aan de personeelsleden van niveau 1 bij de griffies en de parketsecretariaten, wordt in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de referendarissen en de parketjuristen. "
Art. 4. L'article 365ter du même Code, inséré par la loi du 24 mars 1999 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 365ter. § 1er. La fonction de référendaire et de juriste de parquet près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance est rémunérée selon l'échelle de traitement suivante :
  - traitement minimum : 20.705,34 EUR;
  - traitement maximum : 32.165,25 EUR;
  - augmentations intermédiaires : trois augmentations annuelles de 624,27 EUR, suivies par dix augmentations biennales de 958,71 EUR.
  § 2. Après quatre années d'ancienneté de grade, le référendaire et le juriste de parquet près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance obtiennent l'échelle de traitement suivante :
  - traitement minimum : 22.497,86 EUR;
  - traitement maximum : 34.916,48 EUR;
  - augmentations intermédiaires : trois augmentations annuelles de 624,27 EUR, suivies par onze augmentations biennales de 958,71 EUR.
  § 3. Après douze années d'ancienneté de grade, le référendaire et le juriste de parquet près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance obtiennent, pour autant qu'ils aient obtenu la mention " très bon " lors de l'évaluation visée à l'article 259novies, l'échelle de traitement suivante :
  - traitement minimum : 25.507,15 EUR;
  - traitement maximum : 37.925,77 EUR;
  - augmentations intermédiaires : trois augmentations annuelles de 624,27 EUR, suivies par onze augmentations biennales de 958,71 EUR.
  § 4. Le référendaire et le juriste de parquet près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance ayant au moins dix-huit années d'ancienneté de grade, peuvent obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant qu'ils aient obtenu la mention " très bon " lors de l'évaluation visée à l'article 259 novies, l'échelle de traitement suivante :
  - traitement minimum : 27.923,80 EUR;
  - traitement maximum : 42.638,83 EUR;
  - augmentations intermédiaires : onze augmentations biennales de 1.337,73 EUR.
  Le nombre d'emplois pouvant être rémunérés conformément à l'alinéa précédent est fixé à un dixième du nombre total de référendaires et de juristes de parquet près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance.
  § 5. Les articles 362, 363, 365, § 1er, 367, alinéas 2 à 5, et 377 sont applicables par analogie aux référendaires et aux juristes de parquet près les cours d'appel et les tribunaux de première instance.
  § 6. Le pécule de vacances alloué aux membres du personnel des greffes et des secrétariats de parquet du niveau 1 est accordé dans la même mesure et dans les mêmes conditions aux référendaires et aux juristes de parquet. "
Art. 5. Artikel 366 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997 en 15 juni 2001 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 366. De wedden van de griffiers van de hoven, rechtbanken, vredegerechten en politierechtbanken worden bepaald als volgt :
  Hof van Cassatie :
  - Hoofdgriffier 37.694,74 EUR
  - Griffier 27.513,62 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-griffier 17.927,00 EUR
  - Adjunct-griffier 17.258,24 EUR
  Hoven van beroep en arbeidshoven :
  - Hoofdgriffier 35.465,30 EUR
  - Griffier 25.358,51 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-griffier 17.927,00 EUR
  - Adjunct-griffier 17.258,24 EUR
  Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied ten minste 250.000 inwoners telt :
  - Hoofdgriffier 33.681,72 EUR
  - Griffier 20.453,72 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-griffier 17.927,00 EUR
  - Adjunct-griffier 17.258,24 EUR
  Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt :
  - Hoofdgriffier 29.371,48 EUR
  - Griffier 20.453,72 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-griffier 17.927,00 EUR
  - Adjunct-griffier 17.258,24 EUR
  Vredegerechten en politierechtbanken bedoeld in artikel 3 van het bijvoegsel bij dit Wetboek :
  - Hoofdgriffier 27.513,62 EUR
  - Griffier 20.453,72 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-griffier 17.927,00 EUR
  - Adjunct-griffier 17.258,24 EUR ".
Art. 5. L'article 366 du même Code, remplacé par la loi du 3 avril 1997 et modifié par les lois des 17 février 1997 et 15 juin 2001 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 366. Les traitements des greffiers des cours, tribunaux, justices de paix et tribunaux de police sont fixés comme suit :
  Cour de cassation :
  - Greffier en chef 37.694,74 EUR
  - Greffier 27.513,62 EUR
  - Greffier adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Greffier adjoint 17.258,24 EUR
  Cours d'appel et cours du travail :
  - Greffier en chef 35.465,30 EUR
  - Greffier 25.358,51 EUR
  - Greffier adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Greffier adjoint 17.258,24 EUR
  Tribunaux de première instance, tribunaux du travail et tribunaux de commerce, dont le ressort compte une population de 250.000 habitants au moins :
  - Greffier en chef 33.681,72 EUR
  - Greffier 20.453,72 EUR
  - Greffier adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Greffier adjoint 17.258,24 EUR
  Tribunaux de première instance, tribunaux du travail et tribunaux de commerce, dont le ressort ne compte pas une population de 250.000 habitants au moins :
  - Greffier en chef 29.371,48 EUR
  - Greffier 20.453,72 EUR
  - Greffier adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Greffier adjoint 17.258,24 EUR
  Justices de paix et tribunaux de police prévus à l'article 3 de l'annexe au présent Code :
  - Greffier en chef 27.513,62 EUR
  - Greffier 20.453,72 EUR
  - Greffier adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Greffier adjoint 17.258,24 EUR ".
Art. 6. Artikel 367, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen door het volgende lid :
  " De wedden van de griffiers worden verhoogd als volgt :
  (Aantal jaren nuttige Anciënniteit)
  (Bedrag van de verhogingen na iedere periode)
  - Drie jaren 1.857,82 EUR
  - Zes jaren 1.857,82 EUR
  - Negen jaren 1.857,82 EUR
  - Twaalf jaren 1.857,82 EUR
  - Vijftien jaren 1.857,82 EUR
  - Achttien jaren 1.114,69 EUR
  - Eenentwintig jaren 1.114,69 EUR
  - Vierentwintig jaren 1.114,69 EUR "
Art. 6. L'article 367, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 3 avril 1997 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Les traitements des greffiers sont majorés comme suit :
  (Nombre d'années d'ancienneté utile)
  (Montant des majorations après chaque période)
  - Trois années 1.857,82 EUR
  - Six années 1.857,82 EUR
  - Neuf années 1.857,82 EUR
  - Douze années 1.857,82 EUR
  - Quinze années 1.857,82 EUR
  - Dix-huit années 1.114,69 EUR
  - Vingt et une années 1.114,69 EUR
  - Vingt-quatre années 1.114,69 EUR "
Art. 7. Artikel 367bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 367bis du même Code, inséré par la loi du 20 juillet 1991, remplacé par la loi du 3 avril 1997 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est abrogé.
Art. 8. Artikel 367ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bevestigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 367ter. Aan de eerstaanwezend adjunct-griffiers in het Hof van Cassatie, in een hof van beroep en in een arbeidshof en aan de griffiers en de eerstaanwezend adjunct-griffiers in een rechtbank van eerste aanleg, in een rechtbank van koophandel, in een arbeidsrechtbank, in een vredegerecht en in een politierechtbank, die ten minste twaalf jaren tot dit ambt zijn benoemd en die, met uitzondering van de griffiers die gelast zijn de onderzoeksrechter of de jeugdrechter bij te staan, niet werden aangewezen tot een bijzonder ambt waaraan een weddenbijslag verbonden is, wordt een weddenbijslag van 1.001,50 EUR toegekend, voorzover zij bij hun beoordeling, bedoeld in artikel 287ter, de vermelding " zeer goed " hebben gekregen. "
Art. 8. L'article 367ter du même Code, inséré par la loi du 20 juillet 1991, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par la loi du 17 février 1997 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 367ter. Aux greffiers adjoints principaux de la Cour de cassation, d'une cour d'appel et d'une cour du travail et aux greffiers et aux greffiers adjoints principaux d'un tribunal de première instance, d'un tribunal de commerce, d'un tribunal du travail, d'une justice de paix et d'un tribunal de police, qui ont au moins douze années d'ancienneté dans leur grade et qui, à l'exception des greffiers chargés d'assister le juge d'instruction ou le juge de la jeunesse, n'ont pas été désignés à une fonction particulière donnant droit à un supplément de traitement, il est alloué un supplément de traitement de 1.001,50 EUR, pour autant que leur évaluation, visée à l'article 287ter, porte la mention " très bon ". "
Art. 9. Artikel 369 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 20 mei 1997 en 15 juni 2001 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 369. Toegekend worden :
  1° een weddenbijslag van 4.258,09 EUR aan de griffiers-hoofden van dienst;
  2° een weddenbijslag van 2.883,32 EUR aan de hoofdgriffiers van de rechtbanken van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbanken en van de rechtbanken van koophandel, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt en waar ten minste zeven personeelsleden met volledige betrekking werkzaam zijn;
  3° een weddenbijslag van 2.221,91 EUR aan de griffier of de adjunct-griffier die de onderzoeksrechter of de jeugdrechter gedurende minstens een maand bijstaat;
  4° een weddenbijslag van 2.883,32 EUR aan de hoofdgriffiers van de vredegerechten en van de politierechtbanken, waar ten minste zeven personeelsleden met volledige betrekking werkzaam zijn;
  5° een premie van 123,95 EUR per zaak aan de griffier die gedurende de zitting van het hof van assisen het ambt van griffier van het hof van assisen uitoefent;
  6° een maandelijkse premie van 24,79 EUR aan de leden van de griffie die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken; deze premie wordt toegekend onder dezelfde voorwaarden als die welke aan het personeel van de griffies wordt toegekend.
  De in het eerste lid,1°, bedoelde bijslag wordt na drie jaren ambtsuitoefening gebracht op 5.105,28 EUR, en na zes jaren ambtsuitoefening op 5.818,70 EUR.
  De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor de in het eerste lid, 5° en 6°, bedoelde premies. Deze worden gekoppeld aan de spilindex 138,01. "
Art. 9. L'article 369 du même Code judiciaire, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par les lois des 17 février 1997, 20 mai 1997 et 15 juin 2001 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 369. Il est alloué :
  1° un supplément de traitement de 4.258,09 EUR aux greffiers-chefs de service;
  2° un supplément de traitement de 2.883,32 EUR aux greffiers en chef des tribunaux de première instance, des tribunaux du travail et des tribunaux de commerce, dont le ressort ne compte pas une population de 250 000 habitants au moins et où au moins sept membres du personnel sont occupés à temps plein;
  3° un supplément de traitement de 2.221,91 EUR au greffier ou au greffier adjoint qui assiste le juge d'instruction ou le juge de la jeunesse pendant un mois au moins;
  4° un supplément de traitement de 2.883,32 EUR aux greffiers en chef des justices de paix et des tribunaux de police où au moins sept membres du personnel sont occupés à temps plein;
  5° une prime de 123,95 EUR par affaire au greffier qui exerce la fonction de greffier de la cour d'assises durant la session de la cour d'assises;
  6° une prime mensuelle de 24,79 EUR aux membres du greffe qui justifient de la connaissance de la deuxième langue, comme prévu dans la loi concernant l'emploi des langues en matière judiciaire; cette prime est allouée dans les mêmes conditions que celle allouée au personnel des greffes.
  Le supplément visé à l'alinéa 1er, 1°, est porté à 5.105,28 EUR après trois ans, et à 5.818,70 EUR après six ans de fonction.
  Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des services publics fédéraux s'applique également aux primes visées à l'alinéa 1er, 5° et 6°. Celles-ci sont liées à l'indice-pivot 138,01. "
Art. 10. In artikel 371 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 2 augustus 1974, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. Het vakantiegeld dat toegekend wordt aan de personeelsleden van niveau 1 bij de griffies en de parketsecretariaten, wordt in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de griffiers. "
Art. 10. Dans l'article 371 du même Code, modifié par la loi du 2 août 1974, il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit :
  " § 1erbis. Le pécule de vacances alloué aux membres du personnel des greffes et des secrétariats de parquet du niveau 1 est accordé dans la même mesure et dans les mêmes conditions aux greffiers. "
Art. 11. Artikel 372 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 372. De wedden van de secretarissen der parketten worden bepaald als volgt :
  Parket van het Hof van Cassatie
  - Hoofdsecretaris 37.694,74 EUR
  - Secretaris 27.513,62 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-secretaris 17.927,00 EUR
  - Adjunct-secretaris 17.258,24 EUR
  Parket van het hof van beroep, parket van het arbeidshof en Federaal parket
  - Hoofdsecretaris 35.465,30 EUR
  - Secretaris 25.358,51 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-secretaris 17.927,00 EUR
  - Adjunct-secretaris 17.258,24 EUR
  Parket van de procureur des Konings en parket van de arbeidsauditeur, waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt :
  - Hoofdsecretaris 33.681,72 EUR
  - Secretaris 20.453,72 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-secretaris 17.927,00 EUR
  - Adjunct-secretaris 17.258,24 EUR
  Parket van de procureur des Konings en parket van de arbeidsauditeur, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt
  - Hoofdsecretaris 29.371,48 EUR
  - Secretaris 20.453,72 EUR
  - Eerstaanwezend adjunct-secretaris 17.927,00 EUR
  - Adjunct-secretaris 17.258,24 EUR. "
Art. 11. L'article 372 du même Code, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par la loi du 17 février 1997 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 372. Les traitements des secrétaires des parquets sont fixés comme suit :
  Parquet de la Cour de cassation
  - Secrétaire en chef 37.694,74 EUR
  - Secrétaire 27.513,62 EUR
  - Secrétaire adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Secrétaire adjoint 17.258,24 EUR
  Parquet de la cour d'appel, parquet de la cour du travail et parquet fédéral
  - Secrétaire en chef 35.465,30 EUR
  - Secrétaire 25.358,51 EUR
  - Secrétaire adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Secrétaire adjoint 17.258,24 EUR
  Parquet du procureur du Roi et parquet de l'auditeur du travail, dont le ressort compte une population de 250 000 habitants au moins :
  - Secrétaire en chef 33.681,72 EUR
  - Secrétaire 20.453,72 EUR
  - Secrétaire adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Secrétaire adjoint 17.258,24 EUR
  Parquet du procureur du Roi et parquet de l'auditeur du travail, dont le ressort ne compte pas une population de 250 000 habitants au moins :
  - Secrétaire en chef 29.371,48 EUR
  - Secrétaire 20.453,72 EUR
  - Secrétaire adjoint principal 17.927,00 EUR
  - Secrétaire adjoint 17.258,24 EUR. "
Art. 12. Artikel 373, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen door het volgende lid :
  " De wedden van de secretarissen worden verhoogd als volgt :
  (Aantal jaren nuttige anciënniteit)
  (Bedrag van de verhogingen na iedere periode)
  - Drie jaren 1.857,82 EUR
  - Zes jaren 1.857,82 EUR
  - Negen jaren 1.857,82 EUR
  - Twaalf jaren 1.857,82 EUR
  - Vijftien jaren 1.857,82 EUR
  - Achttien jaren 1.114,69 EUR
  - Eenentwintig jaren 1.114,69 EUR
  - Vierentwintig jaren 1.114,69 EUR. "
Art. 12. L'article 373, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par la loi du 17 février 1997 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Les traitements des secrétaires sont majorés comme suit :
  (Nombre d'années d'ancienneté utile)
  (Montant des majorations après chaque période)
  - Trois années 1.857,82 EUR
  - Six années 1.857,82 EUR
  - Neuf années 1.857,82 EUR
  - Douze années 1.857,82 EUR
  - Quinze années 1.857,82 EUR
  - Dix-huit années 1.114,69 EUR
  - Vingt et une années 1.114,69 EUR
  - Vingt-quatre années 1.114,69 EUR. "
Art. 13. Artikel 373bis van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 373bis du même Code, remplacé par la loi du 3 avril 1997 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est abrogé.
Art. 14. Artikel 373ter van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wet van 17 februari 1997 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bevestigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 373ter. Aan de eerstaanwezend adjunct-secretarissen van de parketten van het Hof van Cassatie, van het hof van beroep en van het arbeidshof en van het federaal parket en aan de secretarissen en de eerstaanwezend adjunct-secretarissen van het parket van de procureur des Konings en van het parket van de arbeidsauditeur die ten minste twaalf jaren tot dit ambt zijn benoemd en die niet werden aangewezen tot een bijzonder ambt waaraan een weddenbijslag verbonden is, wordt een weddenbijslag van 1.001,50 EUR toegekend, voorzover zij bij hun beoordeling, bedoeld in artikel 287ter, de vermelding " zeer goed " hebben gekregen. "
Art. 14. L'article 373 ter du même Code, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par la loi du 17 février 1997 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 373 ter. Aux secrétaires adjoints principaux aux parquets de la Cour de cassation, de la cour d'appel et de la cour du travail et au parquet fédéral et aux secrétaires et aux secrétaires adjoints principaux au parquet du procureur du Roi et au parquet de l'auditeur du travail, qui ont au moins douze années d'ancienneté dans ce grade et qui n'ont pas été désignés à une fonction particulière donnant droit à un supplément de traitement, il est alloué un supplément de traitement de 1.001,50 EUR, pour autant que leur évaluation, visée à l'article 287ter, porte la mention " très bon. "
Art. 15. Artikel 374 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 april 1997 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 15 juni 2001 en 21 juni 2001 en het koninklijk besluit van 13 juli 2001, bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 374. Toegekend worden :
  1° een weddenbijslag van 4.258,09 EUR aan de secretarissen-hoofden van dienst;
  2° een weddenbijslag van 2.883,32 EUR aan de hoofdsecretarissen van het parket van de procureur des Konings of van het parket van de arbeidsauditeur, waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt en waar ten minste zeven personeelsleden met volledige betrekking werkzaam zijn;
  3° een maandelijkse premie van 24,79 EUR aan de leden van het parketsecretariaat die het bewijs leveren van de kennis van de tweede taal, zoals bepaald in de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken; deze premie wordt toegekend onder dezelfde voorwaarden als die welke aan het personeel van de parketsecretariaten wordt toegekend. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze premie. Deze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
  De in het eerste lid, 1°, bedoelde bijslag wordt na drie jaren ambtsuitoefening gebracht op 5.105,28 EUR en na zes jaren ambtsuitoefening op 5.818,70 EUR. ".
Art. 15. L'article 374 du même Code judiciaire, remplacé par la loi 3 avril 1997 et modifié par les lois des 17 février 1997, 15 juin 2001 et 21 juin 2001 et l'arrêté royal du 13 juillet 2001, confirmé par la loi du 26 juin 2002, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 374. Il est alloué :
  1° un supplément de traitement de 4.258,09 EUR aux secrétaires-chefs de service;
  2° un supplément de traitement de 2.883,32 EUR aux secrétaires en chef du parquet du procureur du Roi ou du parquet de l'auditeur du travail, dont le ressort ne compte pas une population de 250 000 habitants au moins et dont le personnel occupant un emploi à temps plein est de sept personnes au moins;
  3° une prime mensuelle de 24,79 EUR aux membres du secrétariat du parquet qui justifient de la connaissance de la deuxième langue, comme prévu dans la loi concernant l'emploi des langues en matière judiciaire; cette prime est allouée dans les mêmes conditions que celle allouée au personnel des secrétariats de parquet. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des services publics fédéraux s'applique également à cette prime. Celle-ci est liée à l'indice-pivot 138,01.
  Le supplément visé à l'alinéa 1er, 1° est porté à 5.105,28 EUR après trois ans, et à 5.818,70 EUR après six ans de fonction. ".
Art. 16. In artikel 375 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 1974 en 17 februari 1997, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. Het vakantiegeld dat toegekend wordt aan de personeelsleden van niveau 1 bij de griffies en de parketsecretariaten wordt in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de secretarissen. "
Art. 16. Dans l'article 375 du même Code, modifié par les lois des 2 août 1974 et 17 février 1997, il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit :
  " § 1erbis. Le pécule de vacances alloué aux membres du personnel des greffes et des secrétariats de parquet du niveau 1 est accordé dans la même mesure et dans les mêmes conditions aux secrétaires. "
Art. 17. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Nice, 10 augustus 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  Voor de Minister van Justitie, afwezig :
  De Minister van Landsverdediging,
  A. FLAHAUT
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  Voor de Minister van Justitie, afwezig :
  De Minister van Landsverdediging,
  A. FLAHAUT.
Art. 17. La présente loi produit ses effets le 1er janvier 2004.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Nice, le 10 août 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Pour la Ministre de la Justice, absente :
  Le Ministre de la Défense,
  A. FLAHAUT
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Pour la Ministre de la Justice, absente :
  Le Ministre de la Défense,
  A. FLAHAUT.