Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
24 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot vaststelling van de toepassingsmodaliteiten zoals voorzien in artikel 385 van de programmawet (I) van 24 december 2002. (NOTA : het KB 2006-08-22/34, art. 6, heft een KB van 24-08-2005 op waarvan het opschrift niet aangeduid is maar dat op 05-09-2005 zou gepubliceerd zijn; van de twee op deze datum gepubliceerde koninklijke besluiten is het onderhavig KB 2005-08-24/37 het meest waarschijnlijk bedoeld, maar gelet op de inhoud van het KB dat de opheffingsbepaling bevat kan men zich de vraag stellen of het opgeheven besluit niet het KB 2005-08-24/39 is, dat op een ander datum werd gepubliceerd, namelijk op 07-09-2005.)
Titre
24 AOUT 2005. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 28 septembre 2003 fixant les modalités d'application prévues à l'article 385 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002. (NOTE : l'AR 2006-08-22/34, art. 6, abroge un arrêté royal du 24-08-2005 dont le titre n'est pas précisé mais qui est dit avoir été publié le 05-09-2005; des deux AR publiés à cette date, c'est le présent AR 2005-08-24/37 qui est le plus susceptible d'être concerné, mais, vu le contenu de l'AR contenant la disposition abrogatoire, on peut se demander si ce n'est pas un AR publié à une autre date qui est abrogé, à savoir l'AR 2005-08-24/39, publié le 07-09-2005)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 september 2003 tot vaststelling van de toepassingsmodaliteiten zoals voorzien in artikel 385 van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de inleidende zin van het 2° wordt vervangen als volgt :
  " 2° voor elke werknemer tewerkgesteld door de in artikel 385, eerste en tweede lid van dezelfde wet vermelde werkgevers : ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Voor de toepassing van artikel 385 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de programmawetten van 8 april 2003 en 27 december 2004, moeten de in het derde lid van dat artikel vermelde werkgevers, naast de samenwerkingsovereenkomst en de onderzoeksprojecten, per onderzoeksproject, een nominatieve lijst aan de administratie toezenden met vermelding van :
  1° de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;
  2° voor elke werknemer die effectief werd tewerkgesteld als onderzoeker voor de verwezenlijking van de in artikel 385, derde lid van dezelfde wet vermelde onderzoeksprojecten :
  a) de volledige identiteit alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer;
  b) het bewijs dat de betrokken werknemer, als onderzoeker tewerkgesteld is in een onderzoeksproject;
  c) in voorkomend geval, de data van indiensttreding en uitdiensttreding zoals die in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA) zijn vermeld;
  d) een bevestiging dat een arbeidsovereenkomst werd afgesloten;
  e) het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen;
  f) het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;
  3° het totaal bedrag van de bezoldigingen en van de ingehouden bedrijfsvoorheffing. "
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté royal du 28 septembre 2003 fixant les modalités d'application prévues à l'article 385 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° la phrase liminaire du 2° est remplacée par la disposition suivante :
  " 2° pour chaque travailleur occupé par les employeurs visés à l'article 385, alinéas 1er et 2 de la même loi : ";
  2° il est complété par l'alinéa suivant :
  " Pour l'application de l'article 385 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifié par les lois-programmes des 8 avril 2003 et 27 décembre 2004, les employeurs visés à l'alinéa 3 de cet article doivent transmettre à l'administration, outre la convention de partenariat et les projets de recherche, une liste nominative par projet de recherche avec la mention :
  1° de l'identité complète de l'employeur avec mention du numéro national ou du numéro de référence à titre de redevable en matière de précompte professionnel;
  2° pour chaque travailleur affecté effectivement en tant que chercheur à la réalisation des projets de recherche visés à l'article 385, alinéa 3 de la même loi :
  a) de l'identité complète ainsi que, le cas échéant, du numéro national;
  b) de la preuve que le travailleur concerné est bien affecté en tant que chercheur à la réalisation d'un projet de recherche;
  c) le cas échéant, des dates d'entrée en service et de départ comme celles-ci sont mentionnées dans la déclaration immédiate d'emploi (DIMONA);
  d) d'une confirmation qu'un contrat de travail a été conclu;
  e) du montant des rémunérations brutes imposables payées;
  f) du montant du précompte professionnel retenu sur ces rémunérations et d'un calcul détaillé de ce précompte professionnel;
  3° du montant total des rémunérations et du précompte professionnel retenu. "
Art.2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 oktober 2005.
Art.2. Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er octobre 2005.
Art. 3. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 24 augustus 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
  M. VERWILGHEN.
Art. 3. Notre Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 24 août 2005.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de l'Economie, de l'Energie, du Commerce extérieur et de la Politique scientifique,
  M. VERWILGHEN.