Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 JANUARI 2000. - Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, en met de Bijlagen, gedaan te Montreal op 29 januari 2000.
Titre
29 JANVIER 2000. - Protocole de Cartagena sur la prévention des risques biotechnologiques relatif à la Convention sur la diversité biologique, et aux Annexes, faits à Montréal le 29 janvier 2000.
Table des matières
Table des matières
Tekst (46)
Texte (46)
Artikel 1. Doelstelling.
  Overeenkomstig de voorzorgbenadering die is opgenomen in beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling heeft dit protocol als doelstelling bij te dragen tot een afdoende beschermingsniveau op het gebied van de veilige overdracht, de veilige behandeling en het veilige gebruik van veranderde levende organismen, voortgekomen uit de moderne biotechnologie, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens en specifiek de nadruk ligt op grensoverschrijdende verplaatsingen.
Article 1. Objectif.
  Conformément à l'approche de précaution consacrée par le Principe 15 de la Déclaration de Rio sur l'environnement et le développement, l'objectif du présent Protocole est de contribuer à assurer un degré adéquat de protection pour le transfert, la manipulation et l'utilisation sans danger des organismes vivants modifiés résultant de la biotechnologie moderne qui peuvent avoir des effets défavorables sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine, en mettant plus précisément l'accent sur les mouvements transfrontières.
Art. 2. Algemene bepalingen.
  1. Elke partij neemt de nodige en afdoende wettelijke, bestuursrechtelijke en andere maatregelen om aan haar verplichtingen krachtens dit protocol te voldoen.
  2. De partijen waarborgen dat de ontwikkeling, de behandeling, het vervoer, het gebruik, de overdracht en de introductie van veranderde levende organismen op zodanige wijze gebeuren dat risico's voor de biologische diversiteit, mede rekening houdend met de risico's voor de gezondheid van de mens, worden voorkomen of beperkt.
  3. Niets in dit protocol doet op enigerlei wijze afbreuk aan de soevereiniteit van staten over hun territoriale wateren, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, aan de soevereine rechten en de rechtsmacht die de staten overeenkomstig het internationale recht in hun exclusieve economische zone en op hun continentale plat hebben, of aan de uitoefening door schepen en luchtvaartuigen van alle staten van het recht op en de vrijheid van navigatie, zoals bepaald in het internationale recht en neergelegd in de desbetreffende internationale instrumenten.
  4. Niets in dit protocol wordt uitgelegd als een beperking van het recht van een partij om maatregelen te nemen die het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit meer beschermen dan in dit protocol wordt bepaald, mits deze maatregelen verenigbaar zijn met de doelstelling en de bepalingen van dit protocol en in overeenstemming zijn met andere verplichtingen van die partij krachtens het internationale recht.
  5. De partijen worden aangemoedigd waar mogelijk rekening te houden met de beschikbare deskundigheid, instrumenten en werkzaamheden in het kader van internationale organen met bevoegdheden op het gebied van risico's voor de gezondheid van de mens.
Art. 2. Dispositions générales.
  1. Chaque Partie prend les mesures juridiques, administratives et autres nécessaires et appropriées pour s'acquitter de ses obligations au titre du Protocole.
  2. Les Parties veillent à ce que la mise au point, la manipulation, le transport, l'utilisation, le transfert et la libération de tout organisme vivant modifié se fassent de manière à prévenir ou à réduire les risques pour la diversité biologique, en tenant compte également des risques pour la santé humaine.
  3. Rien dans le présent Protocole ne porte atteinte, de quelque façon que ce soit, à la souveraineté des Etats sur leurs eaux territoriales telle qu'établie en droit international, ni aux droits souverains ou à la juridiction qu'ils exercent sur leur zone économique exclusive et sur leur plateau continental en vertu du droit international, ni à l'exercice, par les navires et avions de tous les Etats, des droits et libertés de navigation conférés par le droit international et consacrés dans les instruments internationaux pertinents.
  4. Rien dans le présent Protocole ne doit être interprété comme restreignant le droit d'une Partie de prendre des mesures plus rigoureuses pour la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique que celles prévues par le Protocole, à condition qu'elles soient compatibles avec l'objectif et les dispositions du Protocole et en accord avec les autres obligations imposées à cette Partie par le droit international.
  5. Les Parties sont encouragées à tenir compte, de manière appropriée, des compétences disponibles, des instruments existants et des travaux entrepris par les instances internationales compétentes s'agissant des risques pour la santé humaine.
Art. 3. Gebruikte termen.
  Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
  a) " conferentie van de partijen " : de conferentie van de partijen bij het verdrag;
  b) " ingeperkt gebruik " : elke activiteit, uitgevoerd binnen een inrichting, een installatie of een andere fysieke constructie, waarbij veranderde levende organismen betrokken zijn die worden gecontroleerd door specifieke maatregelen waardoor hun contact met en effecten op het buitenmilieu op effectieve wijze worden beperkt;
  c) " uitvoer " : een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing vanuit een partij naar een andere partij;
  d) " uitvoerder " : een natuurlijke of rechtspersoon, onder de rechtsmacht van de partij van uitvoer, die de uitvoer van een veranderd levend organisme regelt;
  e) " invoer " : een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing naar een partij vanuit een andere partij;
  f) " invoerder " : een natuurlijke of rechtspersoon, onder de rechtsmacht van de partij van invoer, die de invoer van een veranderd levend organisme regelt;
  g) " veranderd levend organisme " : een levend organisme dat een nieuwe combinatie van genetisch materiaal bezit, die is verkregen door het gebruik van moderne biotechnologie;
  h) " levend organisme " : een biologische entiteit die in staat is genetisch materiaal over te dragen of te repliceren, met inbegrip van steriele organismen, virussen en viroïden;
  i) " moderne biotechnologie " : de toepassing van :
  a. in-vitrotechnieken met nucleïnezuur, met inbegrip van recombinant desoxyribonucleïnezuur (DNA) en de directe injectie van nucleïnezuur in cellen of organellen, of
  b. fusie van cellen die niet tot dezelfde taxonomische familie behoren, waardoor natuurlijke fysiologische barrières voor reproductie en recombinatie worden overwonnen en die niet behoren tot de technieken die bij traditionele kweek- en selectiemethoden worden gebruikt;
  j) " regionale organisatie voor economische integratie " : een door soevereine staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie, waaraan haar lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen ten aanzien van de in dit protocol geregelde aangelegenheden en die, in overeenstemming met haar interne procedures, naar behoren gemachtigd is dit protocol te ondertekenen, te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren dan wel hiertoe toe te treden;
  k) " grensoverschrijdende verplaatsing " : de verplaatsing van een veranderd levend organisme vanuit een partij naar een andere partij, met uitzondering van grensoverschrijdende verplaatsing in de zin van de artikelen 17 en 24 waaronder tevens verplaatsingen tussen partijen en staten die geen partij zijn vallen.
Art. 3. Définitions.
  Aux fins du Protocole :
  a) " conférence des Parties " s'entend de la Conférence des Parties à la Convention;
  b) " utilisation en milieu confiné " s'entend de toute opération, entreprise dans un dispositif, une installation, ou toute autre structure physique, faisant intervenir des organismes vivants modifiés qui sont réglementés par des mesures spécifiques qui en limitent effectivement le contact avec le milieu extérieur, et l'impact sur ce milieu;
  c) " exportation " s'entend de tout mouvement transfrontière intentionnel en provenance d'une Partie et à destination d'une autre Partie;
  d) " exportateur " s'entend de toute personne morale ou physique, relevant de la juridiction de la Partie exportatrice, qui prend des dispositions pour qu'un organisme vivant modifié soit exporté;
  e) " importation " s'entend de tout mouvement transfrontière intentionnel à destination d'une Partie et en provenance d'une autre Partie;
  f) " importateur " s'entend de toute personne morale ou physique, relevant de la juridiction de la Partie importatrice, qui prend des dispositions pour qu'un organisme vivant modifié soit importé;
  g) " organisme vivant modifié " s'entend de tout organisme vivant possédant une combinaison de matériel génétique inédite obtenue par recours à la biotechnologie moderne;
  h) " organisme vivant " s'entend de toute entité biologique capable de transférer ou de répliquer du matériel génétique, y compris des organismes stériles, des virus et des viroïdes;
  i) " biotechnologie moderne " s'entend :
  a. de l'application de techniques in vitro aux acides nucléiques, y compris la recombinaison de l'acide désoxyribonucléique (ADN) et l'introduction directe d'acides nucléiques dans des cellules ou organites, ou
  b. de la fusion cellulaire d'organismes n'appartenant pas à une même famille taxonomique, qui surmontent les barrières naturelles de la physiologie de la reproduction ou de la recombinaison et qui ne sont pas des techniques utilisées pour la reproduction et la sélection de type classique;
  j) " organisation régionale d'intégration économique " s'entend de toute organisation constituée par des Etats souverains d'une région donnée, à laquelle ses Etats membres ont transféré leur compétence pour toutes les questions relevant du Protocole et qui a été dûment habilitée, conformément à ses procédures internes, à signer, ratifier, accepter ou approuver le Protocole, ou à y adhérer;
  k) " mouvement transfrontière " s'entend de tout mouvement d'un organisme vivant modifié en provenance d'une Partie et à destination d'une autre Partie, à ceci près qu'aux fins des articles 17 et 24, " mouvement transfrontière " s'étend aux mouvements entre Parties et non-Parties.
Art. 4. Werkingssfeer.
  Dit protocol is van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing, de doorvoer, de behandeling en het gebruik van alle veranderde levende organismen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
Art. 4. Champ d'application.
  Le présent Protocole s'applique aux mouvements transfrontières, au transit, à la manipulation et à l'utilisation de tout organisme vivant modifié qui pourrait avoir des effets défavorables sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine.
Art. 5. Geneesmiddelen.
  Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een partij om alle veranderde levende organismen aan een risicobeoordeling te onderwerpen alvorens een besluit over invoer te nemen, is dit protocol niet van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen die geneesmiddelen voor de mens zijn die onder andere relevante internationale overeenkomsten of organisaties vallen.
Art. 5. Produits pharmaceutiques.
  Nonobstant l'article 4 et sans préjudice du droit des Parties de soumettre tout organisme vivant modifié à une évaluation des risques avant de prendre une décision concernant son importation, le présent Protocole ne s'applique pas aux mouvements transfrontières d'organismes vivants modifiés qui sont des produits pharmaceutiques destinés à l'homme relevant d'autres accords ou organismes internationaux pertinents.
Art. 6. Doorvoer en ingeperkt gebruik.
  1. Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een partij van doorvoer om het vervoer van veranderde levende organismen over haar grondgebied te reguleren en om een besluit van deze partij met inachtneming van artikel 2, lid 3, inzake de doorvoer van een specifiek veranderd levend organisme over haar grondgebied ter beschikking te stellen van het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid, zijn de bepalingen van dit protocol ten aanzien van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming niet van toepassing op veranderde levende organismen in doorvoer.
  2. Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een partij om alle veranderde levende organismen aan een risicobeoordeling te onderwerpen alvorens een besluit over invoer te nemen en normen voor ingeperkt gebruik binnen haar rechtsmacht vast te stellen, zijn de bepalingen van dit protocol ten aanzien van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming niet van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen die bestemd zijn voor ingeperkt gebruik dat in overeenstemming met de normen van de partij van invoer plaatsvindt.
Art. 6. Transit et utilisations en milieu confiné.
  1. Nonobstant l'article 4 et sans préjudice du droit d'une Partie de transit de réglementer le transport d'organismes vivants modifiés sur son territoire et d'aviser le Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques de toute décision qu'elle a prise, en vertu du paragraphe 3 de l'article 2, concernant le transit sur son territoire d'un organisme vivant modifié déterminé, les dispositions du présent Protocole concernant la procédure d'accord préalable en connaissance de cause ne s'appliquent pas aux organismes vivants modifiés en transit.
  2. Nonobstant l'article 4 et sans préjudice du droit de toute Partie de soumettre un organisme vivant modifié quel qu'il soit à une évaluation des risques avant de prendre une décision concernant son importation et de fixer des normes applicables aux utilisations en milieu confiné dans les limites de sa juridiction, les dispositions du présent Protocole relatives à la procédure d'accord préalable en connaissance de cause ne s'appliquent pas aux mouvements transfrontières d'organismes vivants modifiés destinés à être utilisés en milieu confiné qui sont effectués conformément aux normes de la Partie importatrice.
Art. 7. Toepassing van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming.
  1. Met inachtneming van de artikelen 5 en 6 is de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming in de artikelen 8 tot en met 10 en artikel 12 van toepassing vóór de eerste doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen voor de doelbewuste introductie in het milieu van de partij van invoer.
  2. Onder " doelbewuste introductie in het milieu " in lid 1 vallen niet veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
  3. Artikel 11 is van toepassing vóór de eerste doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
  4. De procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming is niet van toepassing op de doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen waarvan in een besluit van de conferentie van de partijen die als de vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert wordt gespecificeerd dat het niet waarschijnlijk is dat zij nadelige gevolgen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
Art. 7. Application de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause.
  1. Sous réserve des articles 5 et 6, la procédure d'accord préalable en connaissance de cause prévue aux articles 8, 9, 10 et 12 s'applique avant le premier mouvement transfrontière intentionnel d'organismes vivants modifiés destinés à être introduits intentionnellement dans l'environnement de la Partie importatrice.
  2. L'introduction intentionnelle dans l'environnement visée au paragraphe 1 ci-dessus ne concerne pas les organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine ou animale, ou à être transformés.
  3. L'article 11 s'applique avant le premier mouvement transfrontière d'organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformés.
  4. La procédure d'accord préalable en connaissance de cause ne s'applique pas aux mouvements transfrontières intentionnels des organismes vivants modifiés qui, dans une décision de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole, sont définis comme peu susceptibles d'avoir des effets défavorables sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine.
Art. 8. Kennisgeving.
  1. De partij van uitvoer zorgt voor of verplicht de uitvoerder te zorgen voor een schriftelijke kennisgeving aan de bevoegde nationale instantie van de partij van invoer alvorens een binnen het toepassingsgebied van artikel 7, lid 1, vallende doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van een veranderd levend organisme plaatsvindt. De kennisgeving bevat minimaal de in bijlage I gespecificeerde informatie.
  2. De partij van uitvoer zorgt ervoor dat de uitvoerder wettelijk verplicht is de juiste informatie te verstrekken.
Art. 8. Notification.
  1. La Partie exportatrice adresse, ou exige que l'exportateur veille à adresser, par écrit, à l'autorité nationale compétente de la Partie importatrice, une notification avant le mouvement transfrontière intentionnel d'un organisme vivant modifié visé au paragraphe 1er de l'article 7. La notification contient au minimum les informations spécifiées à l'annexe Ire.
  2. La Partie exportatrice veille à ce qu'il y ait responsabilité juridique quant à l'exactitude des informations communiquées par l'exportateur.
Art. 9. Bevestiging van de ontvangst van een kennisgeving.
  1. De partij van invoer bevestigt binnen negentig dagen na ontvangst schriftelijk de ontvangst van de kennisgeving aan de kennisgever.
  2. In de ontvangstbevestiging worden vermeld :
  a) de datum waarop de kennisgeving ontvangen is;
  b) of de kennisgeving op het eerste gezicht de in artikel 8 bedoelde informatie bevat;
  c) of de procedure volgens het nationale regelgevende kader van de partij van invoer of de in artikel 10 vermelde procedure wordt gevolgd.
  3. Het in lid 2, onder c), bedoelde nationale regelgevende kader dient verenigbaar met dit protocol te zijn.
  4. Wanneer de partij van invoer verzuimt de ontvangst van een kennisgeving te bevestigen, houdt dit niet in dat zij met een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing instemt.
Art. 9. Accusé de réception de la notification.
  1. La Partie importatrice adresse par écrit à l'auteur de la notification, dans les quatre-vingt-dix jours, un accusé de réception de la notification.
  2. L'accusé de réception indique :
  a) la date de réception de la notification;
  b) si la notification contient à première vue les informations visées à l'article 8;
  c) s'il convient de procéder en se conformant au cadre réglementaire national de la Partie importatrice ou en suivant la procédure prévue à l'article 10.
  3. Le cadre réglementaire national mentionné au paragraphe 2, c), ci-dessus doit être conforme au Protocole.
  4. Le fait, pour la Partie importatrice, de ne pas accuser réception d'une notification, ne signifie pas qu'elle consent au mouvement transfrontière intentionnel.
Art. 10. Besluitvormingsprocedure.
  1. Besluiten van de partij van invoer worden overeenkomstig artikel 15 genomen.
  2. De partij van invoer deelt de kennisgever binnen de in artikel 9 bedoelde termijn schriftelijk mee of de doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing mag plaatsvinden :
  a) uitsluitend nadat de partij van invoer schriftelijk toestemming heeft verleend;
  of
  b) na minimaal negentig dagen zonder verdere schriftelijke toestemming.
  3. Binnen tweehonderd zeventig dagen na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, deelt de partij van invoer de kennisgever en het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid schriftelijk het in lid 2, onder a), bedoelde besluit mee :
  a) waarbij de invoer al dan niet onder voorwaarden wordt goedgekeurd, terwijl tevens de wijze wordt vermeld waarop het besluit van toepassing is op de latere invoer van hetzelfde veranderde levende organisme;
  b) waarbij de invoer wordt verboden;
  c) waarbij om aanvullende relevante informatie overeenkomstig het nationale regelgevende kader of bijlage I wordt gevraagd; bij de berekening van de termijn waarbinnen de partij van invoer moet reageren, wordt het aantal dagen dat zij op aanvullende relevante informatie moet wachten niet meegerekend; of
  d) waarbij de kennisgever wordt meegedeeld dat de in dit lid gespecificeerde termijn met een bepaalde periode wordt verlengd.
  4. Behalve wanneer onvoorwaardelijke toestemming wordt verleend, worden bij een besluit krachtens lid 3 de redenen vermeld waarop het is gebaseerd.
  5. Wanneer de partij van invoer verzuimt haar besluit binnen tweehonderdzeventig dagen na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen mee te delen, houdt dit niet in dat zij met een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing instemt.
  6. Wanneer er door onvoldoende relevante wetenschappelijke informatie en kennis geen wetenschappelijke zekerheid is over de omvang van de potentiële nadelige gevolgen van een veranderd levend organisme voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit in de partij van invoer, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, weerhoudt dat die partij er niet van eventueel een in lid 3 bedoeld besluit te nemen over de invoer van het desbetreffende veranderde levende organisme teneinde dergelijke potentiële nadelige gevolgen te vermijden of tot een minimum te beperken.
  7. De conferentie van de partijen die als de vergadering van de partijen fungeert neemt tijdens haar eerste vergadering een besluit over geschikte procedures en mechanismen om de besluitvorming door de partijen van invoer te vergemakkelijken.
Art. 10. Procédure de décision.
  1. Les décisions prises par la Partie importatrice sont conformes à l'article 15.
  2. La Partie importatrice doit, dans le délai prescrit à l'article 9, indiquer par écrit à l'auteur de la notification si le mouvement transfrontière intentionnel peut avoir lieu :
  a) seulement lorsque la Partie importatrice a donné son consentement par écrit;
  ou
  b) à l'issue d'un délai d'au moins quatre-vingt-dix jours sans autre consentement par écrit.
  3. Dans les deux cent soixante-dix jours suivant la date de réception de la notification, la Partie importatrice communique par écrit, à l'auteur de la notification et au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, la décision visée au paragraphe 2, a), ci-dessus :
  a) autorisant l'importation, avec ou sans condition, et indiquant comment la décision s'appliquera aux importations ultérieures du même organisme vivant modifié;
  b) interdisant l'importation;
  c) demandant des renseignements pertinents supplémentaires conformément à sa réglementation nationale ou à l'annexe Ire; le nombre de jours qui s'écoule entre le moment où la Partie importatrice demande des renseignements pertinents supplémentaires et celui où elle les obtient n'entre pas en ligne de compte dans le calcul du délai dont elle dispose pour répondre;
  d) informant l'auteur de la notification que la période spécifiée au présent paragraphe est prolongée d'une durée définie.
  4. Sauf dans le cas d'un consentement inconditionnel, les décisions visées au paragraphe 3 ci-dessus doivent indiquer les raisons qui les ont motivées.
  5. Le fait, pour la Partie importatrice, de ne pas communiquer sa décision dans les deux cent soixante-dix jours suivant la date de réception de la notification ne signifie pas qu'elle consent au mouvement transfrontière intentionnel.
  6. L'absence de certitude scientifique due à l'insuffisance des informations et connaissances scientifiques pertinentes concernant l'étendue des effets défavorables potentiels d'un organisme vivant modifié sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique dans la Partie importatrice, compte tenu également des risques pour la santé humaine, n'empêche pas cette Partie de prendre comme il convient une décision concernant l'importation de l'organisme vivant modifié en question comme indiqué au paragraphe 3 ci-dessus, pour éviter ou réduire au minimum ces effets défavorables potentiels.
  7. La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole décide, à sa première réunion, des procédures et mécanismes appropriés pour aider les Parties importatrices à prendre une décision.
Art. 11. Procedure voor veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
  1. Een partij die een definitief besluit neemt over het binnenlandse gebruik, met inbegrip van het op de markt brengen, van een veranderd levend organisme dat kan worden onderworpen aan een grensoverschrijdende verplaatsing om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, stelt de partijen hiervan binnen vijftien dagen na het nemen van dat besluit via het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid in kennis. Hierbij wordt minimaal de in bijlage II gespecificeerde informatie verstrekt. De partij verstrekt schriftelijk een afschrift van deze informatie aan het nationale contactpunt van elke partij die het secretariaat vooraf meedeelt dat zij geen toegang heeft tot het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid. Deze bepaling is niet van toepassing op besluiten inzake veldproeven.
  2. De partij die een in lid 1 bedoeld besluit neemt, zorgt ervoor dat de aanvrager wettelijk verplicht is de juiste informatie te verstrekken.
  3. Elke partij mag aanvullende informatie vragen van de in punt b) van bijlage II bedoelde instantie.
  4. Een partij kan krachtens haar nationale regelgevende kader dat verenigbaar is met de doelstelling van dit protocol, een besluit nemen over de invoer van veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
  5. Elke partij verstrekt het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid afschriften van alle nationale wetten, voorschriften en richtsnoeren die van toepassing zijn op de invoer van veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, indien deze beschikbaar zijn.
  6. Een partij die een ontwikkelingsland is of een partij met een overgangseconomie kan, wanneer zij geen nationaal regelgevend kader als bedoeld in lid 4 heeft, in uitoefening van haar nationale rechtsmacht via het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid verklaren dat haar besluit vóór de eerste invoer van een veranderd levend organisme dat bedoeld is om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, waarover overeenkomstig lid 1 informatie is verstrekt, zal worden genomen :
  a) aan de hand van een overeenkomstig artikel 15 uitgevoerde risicobeoordeling
  en
  b) binnen een voorzienbare termijn van maximaal tweehonderdzeventig dagen.
  7. Wanneer een partij verzuimt haar besluit overeenkomstig lid 6 mee te delen, houdt dit niet in dat zij toestemming verleent of weigert voor de invoer van een veranderd levend organisme dat bedoeld is om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, tenzij door de partij anderszins wordt vermeld.
  8. Wanneer er door onvoldoende relevante wetenschappelijke informatie en kennis geen wetenschappelijke zekerheid is over de omvang van de potentiële nadelige gevolgen van een veranderd levend organisme voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit in de partij van invoer, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, weerhoudt dat die partij er niet van eventueel een besluit te nemen over de invoer van dat veranderde levende organisme dat bedoeld is om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, teneinde dergelijke potentiële nadelige gevolgen te vermijden of tot een minimum te beperken.
  9. Een partij kan aangeven wat haar behoeften zijn aan financiële en technische bijstand en bij de capaciteitsvorming ten aanzien van veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt. De partijen werken samen om overeenkomstig de artikelen 22 en 28 in deze behoeften te voorzien.
Art. 11. Procédure à suivre pour les organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine ou animale, ou à être transformés.
  1. Toute Partie qui prend une décision définitive concernant l'utilisation sur le territoire national, y compris la mise sur le marché, d'un organisme vivant modifié qui peut faire l'objet d'un mouvement transfrontière et qui est destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformé, doit, dans les quinze jours qui suivent, en informer les autres Parties, par l'intermédiaire du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques. Cette information doit contenir au minimum les renseignements demandés à l'annexe II. La Partie fournit par écrit une copie de cette information aux correspondants nationaux des Parties qui ont informé d'avance le Secrétariat du fait qu'elles n'ont pas accès au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques. La présente disposition ne s'applique pas aux décisions concernant les essais sur le terrain.
  2. Toute Partie qui prend une décision conformément au paragraphe 1 ci-dessus veille à ce que des dispositions légales garantissent l'exactitude des informations fournies par le demandeur.
  3. Toute Partie peut demander des informations supplémentaires à l'autorité mentionnée au paragraphe b) de l'annexe II.
  4. Toute Partie peut prendre, dans le cadre de sa réglementation nationale, une décision concernant l'importation d'un organisme vivant modifié destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformé, sous réserve que cette décision soit conforme à l'objectif du présent Protocole.
  5. Chaque Partie met à la disposition du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques une copie de toutes les lois, réglementations et directives nationales applicables à l'importation des organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformés, si disponibles.
  6. Tout pays en développement ou pays à économie en transition Partie au présent Protocole peut, en l'absence du cadre réglementaire national visé au paragraphe 4 ci-dessus, lorsqu'il exerce sa compétence nationale, déclarer, par l'intermédiaire du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, que sa décision préalable à la première importation d'un organisme vivant modifié destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformé, au sujet duquel des informations ont été fournies en application du paragraphe 1 ci-dessus sera prise :
  a) à l'issue d'une évaluation des risques entreprise conformément à l'annexe III;
  et
  b) dans un délai prévisible ne dépassant pas deux cent soixante-dix jours.
  7. Le fait qu'une Partie ne communique pas sa décision conformément au paragraphe 6 ci-dessus ne signifie pas qu'elle consente à importer ou qu'elle refuse d'importer l'organisme vivant modifié considéré destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformé, à moins qu'elle ne l'ait spécifié par ailleurs.
  8. L'absence de certitude scientifique due à l'insuffisance des informations et connaissances scientifiques pertinentes concernant l'étendue des effets défavorables potentiels d'un organisme vivant modifié sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique dans la Partie importatrice, compte tenu également des risques pour la santé humaine, n'empêche pas cette Partie de prendre comme il convient une décision concernant l'importation de cet organisme vivant modifié s'il est destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformé, pour éviter ou réduire au minimum ces effets défavorables potentiels.
  9. Toute Partie peut faire connaître ses besoins en matière d'assistance financière et technique et de développement des capacités, s'agissant des organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine ou animale ou à être transformés. Les Parties coopèrent pour répondre à ces besoins, conformément aux articles 22 et 28 du présent Protocole.
Art. 12. Herziening van besluiten.
  1. Een partij van invoer kan op elk moment in het licht van nieuwe wetenschappelijke informatie over de potentiële nadelige gevolgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, een besluit over een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing herzien en wijzigen. In dat geval brengt de partij binnen dertig dagen elke kennisgever die eerder kennisgeving heeft gedaan van verplaatsingen van het in dat besluit bedoelde veranderde levende organisme, en het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid op de hoogte en vermeldt zij daarbij de redenen voor haar besluit.
  2. Een partij van uitvoer of een kennisgever kan de partij van invoer verzoeken een krachtens artikel 10 genomen besluit dat op hem/haar betrekking heeft, te herzien wanneer de partij van uitvoer of de kennisgever van mening is dat :
  a) zich een wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan die invloed kan hebben op het resultaat van de risicobeoordeling waarop het besluit gebaseerd was;
  of
  b) aanvullende relevante wetenschappelijke of technische informatie beschikbaar is gekomen.
  3. De partij van invoer reageert binnen negentig dagen op een dergelijk verzoek en vermeldt de redenen van haar besluit.
  4. De partij van invoer kan naar eigen goeddunken een risicobeoordeling voor latere invoer verplicht stellen.
Art. 12. Examen des décisions.
  1. Une Partie importatrice peut à tout moment, au vu de nouvelles informations scientifiques sur les effets défavorables potentiels sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu aussi des risques pour la santé humaine, reconsidérer et modifier sa décision concernant un mouvement transfrontière intentionnel. En pareil cas, dans un délai de trente jours, elle en informe les auteurs de notifications antérieures de mouvements de l'organisme vivant modifié en question, ainsi que le Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, en indiquant les raisons de sa décision.
  2. Une Partie exportatrice ou l'auteur d'une notification peut demander à une Partie importatrice de reconsidérer la décision qu'elle a prise la concernant, en vertu de l'article 10, lorsque la Partie exportatrice ou l'auteur de la notification estime :
  a) qu'il y a un changement de circonstances de nature à influer sur les résultats de l'évaluation des risques qui ont fondé la décision;
  ou
  b) que des renseignements scientifiques ou techniques supplémentaires sont disponibles.
  3. La Partie importatrice répond par écrit à cette demande dans les quatre-vingt-dix jours, en indiquant les raisons de sa décision.
  4. La Partie importatrice peut, à sa discrétion, exiger une évaluation des risques pour les importations ultérieures.
Art. 13. Vereenvoudigde procedure.
  1. Een partij van invoer kan, mits afdoende maatregelen worden toegepast om te zorgen voor een veilige doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen overeenkomstig de doelstelling van dit protocol, vooraf bij het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid specificeren :
  a) de gevallen waarin een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing naar haar grondgebied mag plaatsvinden zodra kennisgeving van de verplaatsing aan haar wordt gedaan; en
  b) de gevallen van invoer van veranderde levende organismen naar haar grondgebied die wordt vrijgesteld van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming.
  Kennisgevingen overeenkomstig punt a) kunnen ook gelden voor latere vergelijkbare verplaatsingen naar dezelfde partij.
  2. De informatie over een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing die in de in lid 1, onder a), bedoelde kennisgevingen moet worden verstrekt, is de in bijlage I gespecificeerde informatie.
Art. 13. Procédure simplifiée.
  1. Une Partie importatrice peut, sous réserve que des mesures adéquates soient appliquées pour assurer le mouvement transfrontière intentionnel sans danger d'organismes vivants modifiés, conformément à l'objectif du Protocole, spécifier à l'avance au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques :
  a) les cas où un mouvement transfrontière intentionnel dont elle est la destination peut avoir lieu au moment même où le mouvement lui est notifié;
  b) les importations d'organismes vivants modifiés exemptés de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause.
  Les notifications visées à l'alinéa a) ci-dessus peuvent valoir pour des mouvements similaires ultérieurs à destination de la même Partie.
  2. Les renseignements concernant un mouvement transfrontière intentionnel devant figurer dans la notification visée au paragraphe 1er, a), ci-dessus sont ceux indiqués à l'annexe Ire.
Art. 14. Bilaterale, regionale en multilaterale akkoorden en regelingen.
  1. De partijen kunnen bilaterale, regionale en multilaterale akkoorden en regelingen sluiten voor de doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen die verenigbaar zijn met de doelstelling van dit protocol, mits deze akkoorden en regelingen niet leiden tot een lager beschermingsniveau dan door het protocol wordt geboden.
  2. De partijen stellen elkaar via het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid in kennis van de bilaterale, regionale en multilaterale akkoorden en regelingen die zij voor of na de datum van inwerkingtreding van dit protocol hebben gesloten.
  3. De bepalingen van dit protocol hebben geen gevolgen voor doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsingen die krachtens dergelijke akkoorden en regelingen tussen de partijen bij die akkoorden en regelingen plaatsvinden.
  4. Een partij kan bepalen dat haar nationale regelingen gelden voor specifieke gevallen van invoer naar haar grondgebied en stelt het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid van haar besluit op de hoogte.
Art. 14. Accords et arrangements bilatéraux, régionaux et multilatéraux.
  1. Les Parties peuvent conclure des accords et arrangements bilatéraux, régionaux et multilatéraux concernant les mouvements transfrontières intentionnels d'organismes vivants modifiés, s'ils sont conformes à l'objectif du Protocole et à condition que ces accords et arrangements n'aboutissent pas à un degré de protection moindre que celui prévu par le Protocole.
  2. Les Parties s'informent mutuellement, par l'intermédiaire du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, de tout accord ou arrangement bilatéral, régional ou multilatéral qu'elles ont conclu avant ou après la date d'entrée en vigueur du Protocole.
  3. Les dispositions du Protocole n'ont aucun effet sur les mouvements transfrontières intentionnels qui ont lieu en vertu d'un de ces accords ou arrangements entre les Parties à cet accord ou arrangement.
  4. Toute Partie peut décider que sa réglementation nationale s'applique à certaines importations spécifiques qui lui sont destinées et notifie sa décision au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques.
Art. 15. Risicobeoordeling.
  1. Krachtens dit protocol uitgevoerde risicobeoordelingen worden op een wetenschappelijk verantwoorde wijze overeenkomstig bijlage III en rekening houdend met erkende technieken voor risicobeoordeling uitgevoerd. Bij deze risicobeoordelingen wordt minimaal uitgegaan van de overeenkomstig artikel 8 verstrekte informatie en andere beschikbare wetenschappelijke gegevens teneinde de mogelijke nadelige gevolgen van veranderde levende organismen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit te bepalen en te beoordelen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
  2. De partij van invoer zorgt ervoor dat voor krachtens artikel 10 genomen besluiten risicobeoordelingen worden uitgevoerd. Zij kan de uitvoerder ertoe verplichten de risicobeoordeling uit te voeren.
  3. De kosten van de risicobeoordeling worden, indien de partij van invoer dit vereist, gedragen door de kennisgever.
Art. 15. Evaluation des risques.
  1. Les évaluations des risques entreprises en vertu du présent Protocole le sont selon des méthodes scientifiques éprouvées, conformément à l'annexe III et en tenant compte des méthodes d'évaluation des risques reconnues. Ces évaluations des risques s'appuient au minimum sur les informations fournies conformément à l'article 8 et sur d'autres preuves scientifiques disponibles permettant de déterminer et d'évaluer les effets défavorables potentiels des organismes vivants modifiés sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine.
  2. La Partie importatrice veille à ce que soit effectuée une évaluation des risques pour prendre une décision au titre de l'article 10. Elle peut exiger que l'exportateur procède à l'évaluation des risques.
  3. Le coût de l'évaluation des risques est pris en charge par l'auteur de la notification si la Partie importatrice l'exige.
Art. 16. Risicobeheer.
  1. De partijen creëren en handhaven, rekening houdend met artikel 8, onder g), van het verdrag, adequate mechanismen, maatregelen en strategieën voor het reguleren, beheren en beheersen van de risico's die verbonden zijn aan het gebruik, de behandeling en de grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen, die worden gesignaleerd in het kader van de bepalingen van dit protocol inzake risicobeoordeling.
  2. Op het grondgebied van de partij van invoer worden voorzover nodig op risicobeoordeling gebaseerde maatregelen opgelegd teneinde nadelige gevolgen van het veranderde levende organisme voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit te voorkomen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
  3. Elke partij neemt de nodige maatregelen om onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsingen van veranderde levende organismen te voorkomen, met inbegrip van bijvoorbeeld maatregelen waarbij de uitvoering van een risicobeoordeling vóór de eerste introductie van een veranderd levend organisme verplicht wordt gesteld.
  4. Onverminderd lid 2 tracht elke partij ervoor te zorgen dat elk veranderd levend organisme, ongeacht of het is ingevoerd of lokaal is ontwikkeld, alvorens voor het beoogde doel te worden gebruikt gedurende een afdoende periode die in overeenstemming is met zijn levenscyclus of generatietijd, is geobserveerd.
  5. De partijen werken samen teneinde :
  a) veranderde levende organismen of specifieke eigenschappen van veranderde levende organismen te signaleren die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens; en
  b) afdoende maatregelen te nemen ten aanzien van de behandeling van dergelijke veranderde levende organismen of specifieke eigenschappen.
Art. 16. Gestion des risques.
  1. En tenant compte de l'article 8, g), de la Convention, les Parties mettent en place et appliquent des mécanismes, des mesures et des stratégies appropriés pour réglementer, gérer et maîtriser les risques définis par les dispositions du Protocole relatives à l'évaluation des risques associés à l'utilisation, à la manipulation et aux mouvements transfrontières d'organismes vivants modifiés.
  2. Des mesures fondées sur l'évaluation des risques sont imposées dans la mesure nécessaire pour prévenir les effets défavorables de l'organisme vivant modifié sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, y compris les risques pour la santé humaine, sur le territoire de la Partie importatrice.
  3. Chaque Partie prend des mesures appropriées pour empêcher les mouvements transfrontières non intentionnels d'organismes vivants modifiés, y compris des mesures prescrivant une évaluation des risques avant la première libération d'un organisme vivant modifié.
  4. Sans préjudice du paragraphe 2 ci-dessus, chaque Partie veille à ce que tout organisme vivant modifié, importé ou mis au point localement, ait été soumis à une période d'observation appropriée correspondant à son cycle de vie ou à son temps de formation avant d'être utilisé comme prévu.
  5. Les Parties coopèrent en vue :
  a) d'identifier les organismes vivants modifiés ou les caractères d'organismes vivants modifiés qui peuvent avoir des effets défavorables sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, en tenant compte également des risques pour la santé humaine;
  b) de prendre des mesures appropriées pour traiter ces organismes vivants modifiés ou caractères spécifiques.
Art. 17. Onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsingen en noodmaatregelen.
  1. Elke partij neemt afdoende maatregelen om de betrokken of mogelijkerwijs betrokken staten, het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid en indien van toepassing betrokken internationale organisaties in kennis te stellen, wanneer zij op de hoogte is van een gebeurtenis onder haar rechtsmacht die een introductie tot gevolg heeft die leidt of kan leiden tot een onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsing van een veranderd levend organisme waarvan significante nadelige gevolgen kunnen worden verwacht voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit in deze staten, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens. De kennisgeving wordt verstrekt zodra de partij van deze situatie op de hoogte is.
  2. Elke partij verstrekt het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit protocol voor die partij de relevante gegevens van haar contactpersoon voor de ontvangst van kennisgevingen krachtens dit artikel.
  3. Een uit lid 1 voortvloeiende kennisgeving bevat :
  a) de beschikbare relevante informatie over de geraamde hoeveelheden en de relevante kenmerken en/of eigenschappen van het veranderde levende organisme;
  b) informatie over de omstandigheden en de geraamde datum van de introductie en over het gebruik van het veranderde levende organisme in de partij van herkomst;
  c) alle beschikbare informatie over de mogelijke nadelige gevolgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, alsmede de beschikbare informatie over mogelijke maatregelen ten behoeve van risicobeheer;
  d) alle andere relevante informatie; en
  e) de gegevens van een contactpersoon voor nadere informatie.
  4. Om eventuele significante nadelige gevolgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, tot een minimum te beperken raadpleegt elke partij onder wier rechtsmacht de in lid 1 bedoelde introductie van het veranderde levende organisme plaatsvindt, onmiddellijk de betrokken of mogelijkerwijs betrokken staten teneinde hen in staat te stellen een afdoende reactie te bepalen en de nodige maatregelen, met inbegrip van noodmaatregelen, te nemen.
Art. 17. Mouvements transfrontières non intentionnels et mesures d'urgence.
  1. Chaque Partie prend des mesures appropriées pour notifier aux Etats effectivement touchés ou pouvant l'être, au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques et, au besoin, aux organisations internationales compétentes, tout incident dont elle a connaissance qui relève de sa compétence et qui a pour résultat une libération entraînant ou pouvant entraîner un mouvement transfrontière non intentionnel d'un organisme vivant modifié susceptible d'avoir des effets défavorables importants sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, en tenant compte également des risques pour la santé humaine dans ces Etats. La notification est donnée dès que la Partie concernée prend connaissance de cette situation.
  2. Chaque Partie communique au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, au plus tard à la date d'entrée en vigueur du présent Protocole pour ce qui la concerne, les coordonnées de la personne habilitée à recevoir les notifications données en vertu du présent article.
  3. Toute notification donnée en vertu du paragraphe 1er ci-dessus devrait comporter les éléments suivants :
  a) toute information pertinente disponible sur les quantités estimatives et les caractéristiques et caractères pertinents des organismes vivants modifiés;
  b) des renseignements sur les circonstances et la date prévue de la libération, ainsi que sur l'utilisation de l'organisme vivant modifié dans la Partie d'origine;
  c) toute information disponible sur les effets défavorables potentiels sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, y compris les risques pour la santé humaine, ainsi que toute information disponible sur les mesures possibles de gestion des risques;
  d) tout autre renseignement pertinent;
  e) les coordonnées à contacter pour tout complément d'information.
  4. Pour réduire au minimum tout effet défavorable important sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine, chaque Partie sous la juridiction de laquelle a lieu la libération de l'organisme vivant modifié visée au paragraphe 1 ci-dessus consulte immédiatement les Etats effectivement touchés ou pouvant l'être, pour leur permettre de déterminer les interventions appropriées et de prendre les mesures nécessaires, y compris des mesures d'urgence.
Art. 18. Behandeling, vervoer, verpakking en identificatie.
  1. Teneinde nadelige gevolgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens, te voorkomen neemt elke partij de nodige maatregelen om verplicht te stellen dat veranderde levende organismen die aan doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing binnen de werkingssfeer van dit protocol worden onderworpen, onder veilige omstandigheden worden behandeld, verpakt en vervoerd, waarbij rekening wordt gehouden met relevante internationale voorschriften en normen.
  2. Elke partij neemt maatregelen om verplicht te stellen dat documentatie :
  a) die veranderde levende organismen vergezelt die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt, duidelijk vermeldt dat zij veranderde levende organismen " kunnen bevatten " en niet voor doelbewuste introductie in het milieu bestemd zijn, alsmede de gegevens van een contactpersoon voor nadere informatie. De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, neemt uiterlijk twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit protocol een besluit over de gedetailleerde voorschriften dienaangaande, met inbegrip van de specificatie van hun identiteit en een eventuele eenduidige identificatie;
  b) die veranderde levende organismen vergezelt die bestemd zijn voor ingeperkt gebruik, duidelijk vermeldt dat het veranderde levende organismen zijn en eventuele voorschriften voor de veilige behandeling, de veilige opslag, het veilige vervoer en het veilige gebruik vermeldt, alsmede de gegevens van de contactpersoon voor nadere informatie, met inbegrip van de naam en het adres van de persoon en het instituut aan wie de veranderde levende organismen zijn verzonden; en
  c) die veranderde levende organismen vergezelt die bestemd zijn voor de doelbewuste introductie in het milieu van de staat van invoer, alsmede alle andere veranderde levende organismen die binnen de werkingssfeer van dit protocol vallen, duidelijk vermeldt dat het veranderde levende organismen zijn; de identiteit en relevante eigenschappen en/of kenmerken vermeldt, eventuele voorschriften voor de veilige behandeling, de veilige opslag, het veilige vervoer en het veilige gebruik, alsmede de gegevens van de contactpersoon voor nadere informatie en indien van toepassing de naam en het adres van de invoerder en de uitvoerder; en een verklaring bevat dat de verplaatsing voldoet aan de voorschriften van dit protocol die op de uitvoerder van toepassing zijn.
  3. De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert beziet in overleg met andere relevante internationale organen in hoeverre het noodzakelijk is normen voor de identificatie, de behandeling, de verpakking en het vervoer te ontwikkelen en hoe dit moet gebeuren.
Art. 18. Manipulation, transport, emballage et identification.
  1. Afin d'éviter des effets défavorables sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, en tenant compte également des risques pour la santé humaine, chaque Partie prend les mesures nécessaires pour exiger que les organismes vivants modifiés qui font l'objet d'un mouvement transfrontière intentionnel relevant du présent Protocole soient manipulés, emballés et transportés dans des conditions de sécurité tenant compte des règles et normes internationales pertinentes.
  2. Chaque Partie prend des mesures pour exiger que la documentation accompagnant :
  a) les organismes vivants modifiés destinés à être utilisés directement pour l'alimentation humaine et animale, ou destinés à être transformés, indique clairement qu'ils " peuvent contenir " des organismes vivants modifiés et qu'ils ne sont pas destinés à être introduits intentionnellement dans l'environnement, et indique les coordonnées à contacter pour tout complément d'information. La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole prend une décision exposant en détail les modalités de cette obligation, en particulier la façon dont il faudra spécifier l'identité de ces organismes ainsi que toute identification particulière, au plus tard dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur du Protocole;
  b) les organismes vivants modifiés destinés à être utilisés en milieu confiné indique clairement qu'il s'agit d'organismes vivants modifiés, en spécifiant les règles de sécurité à observer pour la manipulation, l'entreposage, le transport et l'utilisation de ces organismes, et indique les coordonnées à contacter pour tout complément d'information, y compris le nom et l'adresse de la personne et de l'institution auxquelles les organismes vivants modifiés sont expédiés;
  c) les organismes vivants modifiés destinés à être introduits intentionnellement dans l'environnement de la Partie importatrice, ainsi que tout autre organisme vivant modifié visé par le Protocole, indique clairement qu'il s'agit d'organismes vivants modifiés, spécifie leur identité et leurs traits et caractéristiques pertinents, ainsi que toute règle de sécurité à observer pour la manipulation, l'entreposage, le transport et l'utilisation de ces organismes, et indique les coordonnées de la personne à contacter pour tout complément d'information, ainsi que, le cas échéant, le nom et l'adresse de l'importateur et de l'exportateur; et contienne une déclaration certifiant que le mouvement est conforme aux prescriptions du Protocole applicables à l'exportateur.
  3. La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole détermine s'il est nécessaire d'élaborer des normes d'identification, de manipulation, d'emballage et de transport, et fixe les modalités de cette élaboration, en consultant d'autres organismes internationaux compétents en la matière.
Art. 19. Bevoegde nationale instanties en nationale contactpunten.
  1. Elke partij wijst één nationaal contactpunt aan dat namens haar verantwoordelijk is voor de contacten met het secretariaat. Elke partij wijst tevens een of meer bevoegde nationale instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de administratieve taken waartoe dit protocol verplicht en die worden gemachtigd om ten aanzien van deze taken namens haar op te treden. Een partij kan één instantie aanwijzen om de taken van zowel contactpunt als bevoegde nationale instantie te vervullen.
  2. Elke partij stelt uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit protocol voor die partij het secretariaat in kennis van de namen en adressen van haar contactpunt en haar bevoegde nationale instantie of instanties. Wanneer een partij meer dan een bevoegde nationale instantie aanwijst, verstrekt zij het secretariaat tegelijk met de kennisgeving daarvan relevante informatie over de respectieve taken van deze instanties. Waar van toepassing wordt in deze informatie minimaal gespecificeerd welke bevoegde instantie verantwoordelijk is voor welke soorten veranderde levende organismen. Elke partij stelt het secretariaat onmiddellijk in kennis van eventuele wijzigingen in de aanwijzing van haar nationale contactpunt of in de naam, het adres of de taken van haar bevoegde nationale instanties of instanties.
  3. Het secretariaat stelt de partijen onmiddellijk in kennis van de kennisgevingen die het krachtens lid 2 ontvangt en stelt deze informatie ook ter beschikking via het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid.
Art. 19. Autorités nationales compétentes et correspondants nationaux.
  1. Chaque Partie désigne un correspondant national chargé d'assurer en son nom la liaison avec le Secrétariat. Chaque Partie désigne également une ou plusieurs autorités nationales compétentes chargées de s'acquitter des fonctions administratives qu'appelle le Protocole et autorisées à agir en son nom dans l'exécution de ces fonctions. Une Partie peut confier à une entité unique les fonctions de correspondant national et d'autorité nationale compétente.
  2. Chaque Partie communique au Secrétariat, au plus tard à la date d'entrée en vigueur du Protocole pour ce qui la concerne, les noms et adresses de son correspondant national et de l'autorité ou des autorités nationales compétentes. Lorsqu'une Partie désigne plus d'une autorité nationale compétente, elle indique au Secrétariat, avec sa notification à cet effet, quels sont les domaines de responsabilité respectifs de ces autorités. Le cas échéant, il sera au moins précisé quelle est l'autorité compétente pour chaque type d'organisme vivant modifié. Chaque Partie notifie immédiatement au Secrétariat toute modification de la désignation de son correspondant national ou du nom, de l'adresse, ou des responsabilités de son ou ses autorités nationales compétentes.
  3. Le Secrétariat porte immédiatement à la connaissance des Parties les notifications reçues en vertu du paragraphe 2 ci-dessus et met également cette information à disposition par le biais du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques.
Art. 20. Gemeenschappelijk gebruik van informatie en het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid.
  1. Als onderdeel van het uitwisselingmechanisme overeenkomstig artikel 18, lid 3, van het verdrag wordt een uitwisselingcentrum voor bioveiligheid opgericht teneinde :
  a) de uitwisseling van wetenschappelijke, technische, milieukundige en juridische informatie over en ervaring met veranderde levende organismen te vergemakkelijken; en
  b) de partijen te helpen bij de tenuitvoerlegging van het protocol, rekening houdend met de speciale behoeften van partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name de minstontwikkelde landen en de kleine eilandstaten in ontwikkeling, en de landen met een overgangseconomie alsmede de landen die centra van oorsprong en centra van genetische diversiteit zijn.
  2. Het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid fungeert als middel voor de uitwisseling van informatie met het oog op de in lid 1 genoemde doelen. Het zorgt voor toegang tot informatie die relevant is voor de tenuitvoerlegging van het protocol en door de partijen is verstrekt. Tevens zorgt het waar mogelijk voor toegang tot andere internationale mechanismen voor de uitwisseling van informatie over bioveiligheid.
  3. Onverminderd de bescherming van vertrouwelijke informatie verstrekt elke partij het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid alle informatie die krachtens dit protocol aan het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid moet worden verstrekt, en :
  a) alle bestaande wetten, voorschriften en richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van het protocol, alsmede de informatie die voor de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming door de partijen wordt gevraagd;
  b) alle bilaterale, regionale en multilaterale akkoorden en regelingen;
  c) samenvattingen van haar risicobeoordelingen of milieuanalyses van veranderde levende organismen die krachtens haar regelgeving en overeenkomstig artikel 15 zijn uitgevoerd, eventueel met inbegrip van relevante informatie over producten daarvan, namelijk be- of verwerkte materialen die afkomstig zijn van veranderde levende organismen en detecteerbare nieuwe combinaties van repliceerbaar genetisch materiaal bevatten, verkregen door het gebruik van de moderne biotechnologie;
  d) haar definitieve besluiten over de invoer of introductie van veranderde levende organismen; en
  e) door haar overeenkomstig artikel 33 ingediende verslagen, met inbegrip van verslagen over de invoering van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming.
  4. De werkwijze van het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid, met inbegrip van de rapportage over zijn activiteiten, wordt door de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, tijdens haar eerste vergadering besproken en vastgesteld en vervolgens periodiek getoetst.
Art. 20. Echange d'informations et centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques.
  1. Un Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques est créé dans le cadre du mécanisme d'échange prévu au paragraphe 3 de l'article 18 de la Convention, pour :
  a) faciliter l'échange d'informations scientifiques, techniques, écologiques et juridiques, ainsi que de données d'expérience, relatives aux organismes vivants modifiés;
  b) aider les Parties à appliquer le Protocole, en tenant compte des besoins spécifiques des pays en développement, notamment les moins avancés d'entre eux et les petits Etats insulaires en développement, et des pays à économie en transition, ainsi que des pays qui sont des centres d'origine et des centres de diversité génétique.
  2. Le Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques est un moyen de rendre l'information disponible aux fins précisées au paragraphe 1er ci-dessus. Il permet d'accéder aux informations pertinentes pour l'application du Protocole que fournissent les Parties. Il permet aussi d'accéder aux autres mécanismes internationaux d'échange d'informations sur la prévention des risques biotechnologiques, si possible.
  3. Sans préjudice de la protection des informations confidentielles, chaque Partie communique au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques toute information qu'elle est tenue de fournir au titre du Protocole, et :
  a) toutes les lois, réglementations et directives nationales en vigueur visant l'application du Protocole, ainsi que les informations requises par les Parties dans le cadre de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause;
  b) tout accord ou arrangement bilatéral, régional ou multilatéral;
  c) un résumé des évaluations des risques ou des études environnementales relatives aux organismes vivants modifiés menées en application de sa réglementation et effectuées conformément à l'article 15, y compris, au besoin, des informations pertinentes concernant les produits qui en sont dérivés, à savoir le matériel transformé provenant d'organismes vivants modifiés qui contient des combinaisons nouvelles décelables de matériel génétique réplicable obtenu par le recours à la biotechnologie moderne;
  d) ses décisions finales concernant l'importation ou la libération d'organismes vivants modifiés; et
  e) les rapports soumis en vertu de l'article 33, y compris les rapports sur l'application de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause.
  4. Les modalités de fonctionnement du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques, y compris ses rapports d'activité, sont examinées et arrêtées par la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole à sa première réunion et font l'objet d'examens ultérieurs.
Art. 21. Vertrouwelijke informatie.
  1. De partij van invoer staat de kennisgever toe aan te geven welke informatie die krachtens de procedures van dit protocol wordt ingediend of door de partij van invoer als onderdeel van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming van het protocol wordt vereist, als vertrouwelijk dient te worden behandeld. In dergelijke gevallen wordt op verzoek een motivering gegeven.
  2. De partij van invoer raadpleegt de kennisgever als zij besluit dat door de kennisgever als vertrouwelijk aangeduide informatie niet voor deze behandeling in aanmerking komt, en stelt de kennisgever vóór bekendmaking daarvan van haar besluit op de hoogte, waarbij zij op verzoek haar redenen vermeldt en de mogelijkheid biedt voor overleg en een interne toetsing van het besluit alvorens tot bekendmaking over te gaan.
  3. Elke partij beschermt krachtens dit protocol ontvangen vertrouwelijke informatie, met inbegrip van vertrouwelijke informatie die in het kader van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming van het protocol wordt ontvangen. Elke partij zorgt ervoor dat zij procedures heeft om deze informatie te beschermen en beschermt de vertrouwelijkheid van deze informatie op een manier die niet minder gunstig is dan de wijze waarop zij vertrouwelijke informatie behandelt die verband houdt met in het binnenland geproduceerde veranderde levende organismen.
  4. De partij van invoer gebruikt deze informatie niet voor commerciële doeleinden, tenzij de kennisgever daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
  5. Indien een kennisgever een kennisgeving intrekt of heeft ingetrokken, neemt de partij van invoer de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële informatie in acht, met inbegrip van informatie over onderzoek en ontwikkeling en informatie ten aanzien waarvan de partij en de kennisgever het niet over de vertrouwelijkheid eens zijn.
  6. Onverminderd lid 5 wordt de volgende informatie niet als vertrouwelijk beschouwd :
  a) de naam en het adres van de kennisgever;
  b) een algemene beschrijving van het (de) veranderde levende organisme(n);
  c) een samenvatting van de risicobeoordeling van de gevolgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens; en
  d) methoden en plannen voor noodmaatregelen.
Art. 21. Informations confidentielles.
  1. La Partie importatrice autorise l'auteur de la notification à indiquer quelles sont, parmi les informations communiquées en application des procédures prévues par le Protocole ou exigées par la Partie importatrice dans le cadre de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause du Protocole, celles qu'il faut considérer comme confidentielles. En pareil cas, une justification est fournie sur demande.
  2. La Partie importatrice consulte l'auteur de la notification lorsqu'elle décide que l'information considérée par celui-ci comme confidentielle ne remplit pas les conditions requises pour être traitée comme telle et, avant de divulguer l'information, elle l'informe de sa décision, en indiquant ses raisons sur demande et en ménageant la possibilité de consultations et d'un réexamen interne de la décision.
  3. Chaque Partie protège les informations confidentielles reçues en vertu du Protocole, y compris les informations confidentielles reçues au titre de la procédure d'accord préalable en connaissance de cause du Protocole. Chaque Partie veille à disposer de procédures lui permettant de protéger ces informations et protège la confidentialité de ces informations d'une manière aussi favorable que celle dont elle use pour les informations confidentielles se rapportant aux organismes vivants modifiés d'origine nationale.
  4. La Partie importatrice n'utilise pas ces informations à des fins commerciales, sauf avec l'accord écrit de l'auteur de la notification.
  5. Si l'auteur de la notification retire ou a retiré celle-ci, la Partie importatrice respecte la confidentialité de toutes les informations commerciales ou industrielles, y compris les informations sur la recherche-développement, ainsi que celles dont la confidentialité fait l'objet d'un désaccord entre cette Partie et l'auteur de la notification.
  6. Sans préjudice du paragraphe 5 ci-dessus, les informations ci-après ne sont pas tenues pour confidentielles :
  a) le nom et l'adresse de l'auteur de la notification;
  b) une description générale de l'organisme ou des organismes vivants modifiés;
  c) un résumé de l'évaluation des risques d'impact sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, tenant compte également des risques pour la santé humaine;
  d) les méthodes et plans d'intervention d'urgence.
Art. 22. Capaciteitsvorming.
  1. De partijen werken samen bij de ontwikkeling en/of versterking van de mankracht en de institutionele capaciteiten op het gebied van de bioveiligheid, met inbegrip van de biotechnologie voorzover deze nodig is voor de bioveiligheid, met het oog op de effectieve tenuitvoerlegging van dit protocol in partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name de minstontwikkelde landen en de kleine eilandstaten in ontwikkeling, en de landen met een overgangseconomie, onder andere via bestaande mondiale, regionale, subregionale en nationale instellingen en organisaties en indien van toepassing door de betrokkenheid van de particuliere sector te bevorderen.
  2. Voor de tenuitvoerlegging van lid 1 in verband met samenwerking wordt bij de capaciteitsvorming op het gebied van de bioveiligheid volledig rekening gehouden met de behoeften van partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name de minstontwikkelde landen en de kleine eilandstaten in ontwikkeling, aan financiële middelen en toegang tot en overdracht van technologie en knowhow overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het verdrag.
  Onder samenwerking op het gebied van capaciteitsvorming vallen, met inachtneming van de verschillen in de situatie, de mogelijkheden en de behoeften van elke partij, de wetenschappelijke en technische opleiding voor een juist en veilig beheer van de biotechnologie en voor het gebruik van risicobeoordeling en risicobeheer voor de bioveiligheid en de bevordering van technologische en institutionele capaciteiten voor de bioveiligheid. Voor deze capaciteitsvorming op het gebied van de bioveiligheid wordt ook volledig rekening gehouden met de behoeften van partijen met een overgangseconomie.
Art. 22. Création de capacités.
  1. Les Parties coopèrent au développement et au renforcement des ressources humaines et des capacités institutionnelles dans le domaine de la prévention des risques biotechnologiques, y compris la biotechnologie dans la mesure où elle a trait à la prévention des risques biotechnologiques, en vue de la mise en oeuvre effective du Protocole dans les pays en développement Parties, en particulier dans les pays les moins avancés et dans les petits Etats insulaires en développement, ainsi que dans les Parties à économie en transition, y compris par l'intermédiaire des institutions et organisations mondiales, régionales, sous-régionales et nationales et, s'il y a lieu, en favorisant la participation du secteur privé.
  2. Aux fins d'application du paragraphe 1er ci-dessus, en ce qui concerne la cooperation, les besoins des pays en développement Parties, en particulier ceux des pays les moins avancés et des petits Etats insulaires en développement, en matière de ressources financières, d'accès à la technologie et au savoir-faire, et de transfert de technologie et de savoir-faire conformément aux dispositions pertinentes de la Convention, sont pleinement pris en compte dans la création de capacités pour la prévention des risques biotechnologiques.
  La coopération à la création de capacités comprend, sous réserve des différences existant entre les situations, les moyens et les besoins de chaque Partie : la formation scientifique et technique à l'utilisation rationnelle et sans danger de la biotechnologie et à l'utilisation des évaluations des risques et des techniques de gestion des risques biotechnologiques, ainsi que le renforcement des capacites techniques et institutionnelles en matière de prévention des risques biotechnologiques. Les besoins des Parties à économie en transition sont également pris pleinement en considération dans la création de capacités pour la prévention des risques biotechnologiques.
Art. 23. Bewustmaking en participatie van het publiek.
  1. De partijen :
  a) bevorderen en vergemakkelijken de bewustmaking, educatie en participatie van het publiek inzake de veilige overdracht, de veilige behandeling en het veilige gebruik van veranderde levende organismen in verband met het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens. Daarbij werken de partijen waar mogelijk samen met andere staten en internationale organen;
  b) trachten ervoor te zorgen dat in het kader van de bewustmaking en educatie van het publiek toegang wordt gegeven tot informatie over de overeenkomstig dit protocol geïdentificeerde veranderde levende organismen die kunnen worden ingevoerd.
  2. De partijen raadplegen overeenkomstig hun respectieve wetten en voorschriften het publiek bij het besluitvormingsproces inzake veranderde levende organismen en stellen de resultaten van die besluiten met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie overeenkomstig artikel 21 ter beschikking van het publiek.
  3. Elke partij streeft ernaar haar publiek voor te lichten over de middelen voor toegang van het publiek tot het uitwisselingcentrum inzake bioveiligheid.
Art. 23. Sensibilisation et participation du public.
  1. Les Parties :
  a) encouragent et facilitent la sensibilisation, l'éducation et la participation du public concernant le transfert, la manipulation et l'utilisation sans danger d'organismes vivants modifiés en vue de la conservation et de l'utilisation durable de la diversité biologique, compte tenu également des risques pour la santé humaine. Les Parties, pour ce faire, coopèrent, selon qu'il convient, avec les autres Etats et les organes internationaux;
  b) s'efforcent de veiller à ce que la sensibilisation et l'éducation du public comprennent l'accès à l'information sur les organismes vivants modifiés, au sens du Protocole, qui peuvent être importés.
  2. Les Parties, conformément à leurs lois et réglementations respectives, consultent le public lors de la prise des décisions relatives aux organismes vivants modifiés et mettent à la disposition du public l'issue de ces décisions, tout en respectant le caractère confidentiel de l'information, conformément à l'article 21.
  3. Chaque Partie s'efforce d'informer le public sur les moyens d'accès au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques.
Art. 24. Staten die geen partij zijn.
  1. Grensoverschrijdende verplaatsingen van veranderde levende organismen tussen partijen en staten die geen partij zijn, dienen verenigbaar met de doelstelling van dit protocol te zijn. De partijen kunnen voor dergelijke grensoverschrijdende verplaatsingen bilaterale, regionale en multilaterale akkoorden en regelingen sluiten met staten die geen partij zijn.
  2. De partijen bevorderen dat staten die geen partij zijn, zich aan dit protocol houden en het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid relevante informatie verstrekken over veranderde levende organismen die worden geïntroduceerd in of worden verplaatst naar of uit gebieden die onder hun nationale rechtsmacht vallen.
Art. 24. Non-Parties.
  1. Les mouvements transfrontieres d'organismes vivants modifiés entre Parties et non-Parties doivent être compatibles avec l'objectif du Protocole. Les Parties peuvent conclure des accords et arrangements bilatéraux, régionaux ou multilatéraux avec des non-Parties au sujet de ces mouvements transfrontières.
  2. Les Parties encouragent les non-Parties à adhérer au Protocole et à communiquer au Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques des renseignements appropriés sur les organismes vivants modifiés libérés sur leur territoire, ou faisant l'objet de mouvements à destination ou en provenance de zones relevant de leur juridiction nationale.
Art. 25. Illegale grensoverschrijdende verplaatsing.
  1. Elke partij neemt afdoende nationale maatregelen om grensoverschrijdende verplaatsingen van veranderde levende organismen die strijdig zijn met haar nationale maatregelen tot uitvoering van dit protocol, te voorkomen en indien nodig te bestraffen. Dergelijke verplaatsingen worden geacht illegale grensoverschrijdende verplaatsingen te zijn.
  2. Bij een illegale grensoverschrijdende verplaatsing kan de benadeelde partij de partij van herkomst verzoeken op eigen kosten de betrokken veranderde levende organismen te verwijderen door ze terug te nemen of eventueel te vernietigen.
  3. Elke partij verstrekt het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid informatie over illegale grensoverschrijdende verplaatsingen die haar betreffen.
Art. 25. Mouvements transfrontières illicites.
  1. Chaque Partie adopte des mesures nationales propres à prévenir et à réprimer, s'il convient, les mouvements transfrontières d'organismes vivants modifiés contrevenant aux mesures nationales qu'elle a prises pour appliquer le présent Protocole. De tels mouvements seront réputés mouvements transfrontières illicites.
  2. En cas de mouvement transfrontière illicite, la Partie touchée peut demander à la Partie d'origine d'éliminer à ses propres frais les organismes vivants modifiés concernés, en les rapatriant ou en les détruisant, selon qu'il convient.
  3. Chaque Partie met à la disposition du Centre d'échange pour la prévention des risques biotechnologiques les renseignements relatifs aux cas de mouvements transfrontières illicites la concernant.
Art. 26. Sociaal-economische overwegingen.
  1. De partijen kunnen bij het nemen van een besluit over invoer krachtens dit protocol of krachtens hun nationale maatregelen tot uitvoering van dit protocol, in overeenstemming met hun internationale verplichtingen rekening houden met sociaal-economische overwegingen die voortvloeien uit de gevolgen van veranderde levende organismen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, met name gelet op de waarde van de biologische diversiteit voor autochtone en lokale gemeenschappen.
  2. De partijen worden aangemoedigd tot samenwerking bij onderzoek en uitwisseling van informatie op het gebied van sociaal-economische gevolgen van veranderde levende organismen, met name voor autochtone en lokale gemeenschappen.
Art. 26. Considérations socio-économiques.
  1. Les Parties, lorsqu'elles prennent une décision concernant l'importation, en vertu du présent Protocole ou en vertu des mesures nationales qu'elles ont prises pour appliquer le Protocole, peuvent tenir compte, en accord avec leurs obligations internationales, des incidences socio-economiques de l'impact des organismes vivants modifiés sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique, eu égard à la valeur de la diversité biologique pour les communautés autochtones et locales, en particulier.
  2. Les Parties sont encouragées à coopérer à la recherche et à l'échange d'informations sur l'impact socio-économique des organismes vivants modifiés, en particulier pour les communautés autochtones et locales.
Art. 27. Aansprakelijkheid en schadeloosstelling.
  De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert start tijdens haar eerste vergadering een proces voor de uitwerking van passende internationale voorschriften en procedures op het gebied van aansprakelijkheid en schadeloosstelling voor schade die voortvloeit uit de grensoverschrijdende verplaatsing van veranderde levende organismen, waarbij een analyse wordt gemaakt van en voldoende rekening wordt gehouden met de lopende ontwikkelingen binnen het internationale recht op dit gebied, en tracht dit proces binnen vier jaar af te ronden.
Art. 27. Responsabilité et réparation.
  La Conférence des Parties, siégeant en tant que Réunion des Parties au présent Protocole, engage, à sa première réunion, un processus visant à élaborer des règles et procédures internationales appropriées en matière de responsabilite et de réparation pour les dommages résultant de mouvements transfrontières d'organismes vivants modifiés, en analysant et en prenant dûment en compte les travaux en cours en droit international sur ces questions, et s'efforce d'achever ce processus dans les quatre ans.
Art. 28. Financiële mechanismen en middelen.
  1. Bij de bestudering van financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van dit protocol houden de partijen rekening met de bepalingen van artikel 20 van het verdrag.
  2. Het bij artikel 21 van het verdrag vastgestelde financiële mechanisme is via de institutionele structuur die met het functioneren daarvan belast is, het financiële mechanisme voor dit protocol.
  3. Ten aanzien van de in artikel 22 van dit protocol bedoelde capaciteitsvorming houdt de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, bij het geven van richtsnoeren voor het in lid 2 bedoelde financiële mechanisme, ter overweging door de conferentie van de partijen, rekening met de behoefte aan financiële middelen van partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name de minstontwikkelde landen en de kleine eilandstaten in ontwikkeling.
  4. In het kader van lid 1 houden de partijen eveneens rekening met de behoeften van de partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name de minstontwikkelde landen en de kleine eilandstaten in ontwikkeling, en van de partijen met een overgangseconomie wanneer zij trachten hun behoeften aan capaciteitsvorming met het oog op de tenuitvoerlegging van dit protocol te bepalen en daaraan te voldoen.
  5. De richtsnoeren voor het financiële mechanisme van het verdrag in relevante besluiten van de conferentie van de partijen, met inbegrip van degene die vóór de vaststelling van dit protocol zijn goedgekeurd, zijn van overeenkomstige toepassing op de bepalingen van dit artikel.
  6. Door de partijen die ontwikkelde landen zijn en aan de partijen die ontwikkelingslanden zijn en de partijen met een overgangseconomie kunnen ook langs bilaterale, regionale en multilaterale kanalen financiële en technologische middelen voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit protocol ter beschikking worden gesteld.
Art. 28. Mécanisme de financement et ressources financières.
  1. Lorsqu'elles examinent la question des ressources financières destinées à l'application du Protocole, les Parties tiennent compte des dispositions de l'article 20 de la Convention.
  2. Le mécanisme de financement établi par l'article 21 de la Convention est, par l'intermédiaire de la structure institutionnelle qui en assure le fonctionnement, le mécanisme de financement du Protocole.
  3. En ce qui concerne la création de capacités visée à l'article 22 du Protocole, la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole, tient compte, lorsqu'elle fournit des directives concernant le mécanisme de financement visé au paragraphe 2 ci-dessus, pour examen par la Conférence des Parties, du besoin de ressources financières des pays en développement Parties, en particulier des pays les moins avancés et des petits Etats insulaires en développement.
  4. Dans le cadre du paragraphe 1er ci-dessus, les Parties tiennent également compte des besoins des pays en développement Parties, en particulier ceux des pays les moins avancés et des petits Etats insulaires en développement, ainsi que ceux des Parties à économie en transition, lorsqu'elles s'efforcent de déterminer et satisfaire leurs besoins en matière de création de capacités aux fins de l'application du Protocole.
  5. Les directives fournies au mécanisme de financement de la Convention dans les décisions pertinentes de la Conférence des Parties, y compris celles qui ont été approuvees avant l'adoption du Protocole, s'appliquent, mutatis mutandis, aux dispositions du présent article.
  6. Les pays développés Parties peuvent aussi fournir des ressources financières et technologiques pour l'application des dispositions du Protocole, dans le cadre d'arrangements bilatéraux, régionaux et multilatéraux, dont les pays en développement Parties et les Parties à économie en transition pourront user.
Art. 29. Conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert.
  1. De conferentie van de partijen fungeert als vergadering van de partijen bij dit protocol.
  2. Partijen bij het verdrag die geen partij bij dit protocol zijn, kunnen als waarnemer deelnemen aan de werkzaamheden van elke vergadering van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert. Wanneer de conferentie van de partijen als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, worden besluiten krachtens dit protocol uitsluitend genomen door de partijen bij dit protocol.
  3. Wanneer de conferentie van de partijen als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, wordt elk lid van het bureau van de conferentie van de partijen dat een partij bij het verdrag vertegenwoordigt die op dat moment geen partij bij dit protocol is, vervangen door een lid dat door en uit de partijen bij dit protocol wordt gekozen.
  4. De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, toetst geregeld de tenuitvoerlegging van dit protocol en neemt binnen haar bevoegdheden de besluiten die nodig zijn om de effectieve tenuitvoerlegging daarvan te bevorderen. Zij vervult de functies die haar bij dit protocol zijn toegewezen en :
  a) doet aanbevelingen inzake alle aangelegenheden die voor de tenuitvoerlegging van dit protocol nodig zijn;
  b) stelt hulporganen in voorzover deze nodig worden geacht voor de tenuitvoerlegging van dit protocol;
  c) verzoekt om en gebruikt naar behoefte de diensten van, de samenwerking met en informatie van bevoegde internationale organisaties en intergouvernementele en niet-gouvernementele organen;
  d) stelt de vorm en de regelmaat vast voor de indiening van de informatie die overeenkomstig artikel 33 van dit protocol dient te worden verstrekt en onderzoekt deze informatie en de door hulporganen ingediende verslagen;
  e) onderzoekt en aanvaardt indien nodig wijzigingen van dit protocol en de bijlagen daarvan, alsmede aanvullende bijlagen van dit protocol die voor de tenuitvoerlegging van dit protocol nodig worden geacht; en
  f) vervult alle andere functies die voor de tenuitvoerlegging van dit protocol nodig kunnen zijn.
  5. Het reglement van orde van de conferentie van de partijen en het financieel reglement van het verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op dit protocol, tenzij door de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert bij consensus anderszins wordt besloten.
  6. De eerste vergadering van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert wordt door het secretariaat belegd tegelijkertijd met de eerste vergadering van de conferentie van de partijen die na de datum van inwerkingtreding van dit protocol wordt gehouden. Latere gewone vergaderingen van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert worden in combinatie met gewone vergaderingen van de conferentie van de partijen gehouden, tenzij door de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert anderszins wordt besloten.
  7. Buitengewone vergaderingen van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, worden gehouden op andere tijdstippen die door de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, nodig worden geacht of op schriftelijk verzoek van een partij, mits het verzoek binnen zes maanden na de mededeling daarvan aan de partijen door het secretariaat door minimaal een derde van de partijen wordt gesteund.
  8. De Verenigde Naties, haar gespecialiseerde organisaties en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, alsmede elke lid-Staat daarvan of waarnemer daarbij die geen partij bij het verdrag is, kunnen als waarnemer worden vertegenwoordigd op de vergaderingen van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert.
  Elke andere instelling of organisatie, nationaal of internationaal, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, die bevoegd is op gebieden die onder dit protocol vallen en het secretariaat haar wens te kennen heeft gegeven op een vergadering van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, als waarnemer te zijn vertegenwoordigd, kan als zodanig worden toegelaten, tenzij ten minste een derde van de partijen hiertegen bezwaar maakt. Tenzij in dit artikel anderszins is bepaald, geldt voor de toelating en de deelneming van waarnemers het in lid 5 bedoelde reglement van orde.
Art. 29. Conférence des Parties siégeant en tant que réunion des Parties au protocole.
  1. La Conférence des Parties siège en tant que Réunion des Parties au Protocole.
  2. Les Parties à la Convention qui ne sont pas Parties au Protocole peuvent participer en qualité d'observateur aux travaux de toute réunion de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole. Lorsque la Conférence des Parties siège en tant que Réunion des Parties au Protocole, les décisions qui sont prises en vertu du Protocole le sont seulement par les Parties au Protocole.
  3. Lorsque la Conférence des Parties siège en tant que Réunion des Parties au Protocole, tout membre du Bureau de la Conférence des Parties représentant une Partie à la Convention qui n'est pas encore Partie au Protocole est remplacé par un nouveau membre qui est élu par les Parties au Protocole parmi elles.
  4. La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole suit l'application du Protocole et prend, dans le cadre de son mandat, les décisions nécessaires pour en favoriser l'application effective. Elle s'acquitte des fonctions qui lui sont assignées par le Protocole et :
  a) formule des recommandations sur toute question concernant l'application du Protocole;
  b) crée les organes subsidiaires jugés nécessaires pour faire appliquer le Protocole;
  c) fait appel et recourt, en tant que de besoin, aux services, à la coopération et aux informations fournis par les organisations internationales et les organes intergouvernementaux et non gouvernementaux compétents;
  d) détermine la présentation et la périodicité de la transmission des informations à communiquer en application de l'article 33 du Protocole et examine ces informations ainsi que les rapports soumis par ses organes subsidiaires;
  e) examine et adopte, en tant que de besoin, les amendements au Protocole et à ses annexes, ainsi que toute nouvelle annexe au Protocole, jugés nécessaires pour son application; et
  f) exerce toute autre fonction que pourrait exiger l'application du Protocole.
  5. Le règlement intérieur de la Conférence des Parties et les règles de gestion financière de la Convention s'appliquent mutatis mutandis au Protocole, à moins que la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole n'en décide autrement par consensus.
  6. La première réunion de la Conférence des Parties à la Convention siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole est convoquée par le Secrétariat en même temps que la première réunion de la Conférence des Parties qui se tiendra après la date d'entrée en vigueur du Protocole. Par la suite, les réunions ordinaires de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole se tiendront en même temps que les réunions ordinaires de la Conférence des Parties, à moins que la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole n'en décide autrement.
  7. Des réunions extraordinaires de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole peuvent avoir lieu à tout autre moment si la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole le juge nécessaire, ou à la demande écrite d'une Partie, sous réserve que cette demande soit appuyée par un tiers au moins des Parties dans les six mois suivant sa communication aux Parties par le Secrétariat.
  8. L'Organisation des Nations unies, ses institutions spécialisées et l'Agence internationale de l'énergie atomique, ainsi que tout Etat membre desdites organisations ou tout observateur auprès desdites organisations qui n'est pas Partie à la Convention, peuvent être représentés en qualité d'observateur aux réunions de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole.
  Tout organe ou institution, à caractère national ou international, gouvernemental ou non gouvernemental, competent dans des domaines visés par le présent Protocole et ayant informé le Secrétariat de son souhait d'être représenté en qualité d'observateur à une réunion de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole, peut être admis en cette qualité a moins qu'un tiers au moins des Parties présentes ne s'y opposent. L'admission et la participation d'observateurs sont régies par le règlement intérieur visé au paragraphe 5 ci-dessus, sauf disposition contraire du présent article.
Art. 30. Hulporganen.
  1. Bij of krachtens het verdrag ingestelde hulporganen kunnen na een besluit van de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, ten behoeve van het protocol fungeren en in dat geval bepaalt de vergadering van de partijen welke functies dat orgaan uitoefent.
  2. Partijen bij het verdrag die geen partij bij dit protocol zijn, kunnen als waarnemer deelnemen aan de werkzaamheden van vergaderingen van deze hulporganen. Wanneer een hulporgaan van het verdrag als hulporgaan van dit protocol fungeert, worden besluiten krachtens het protocol uitsluitend door partijen bij het protocol genomen.
  3. Wanneer een hulporgaan van het verdrag zijn functies uitoefent met betrekking tot zaken die verband houden met dit protocol, wordt elk lid van het bureau van dat hulporgaan dat een partij bij het verdrag vertegenwoordigt die op dat moment geen partij bij het protocol is, vervangen door een lid dat door en uit de partijen bij het protocol wordt gekozen.
Art. 30. Organes subsidiaires.
  1. Tout organe subsidiaire créé par, ou en vertu de, la Convention peut, sur décision de la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au présent Protocole, s'acquitter de fonctions au titre du Protocole, auquel cas la Réunion des Parties spécifie les fonctions exercees par cet organe.
  2. Les Parties à la Convention qui ne sont pas Parties au présent Protocole peuvent participer, en qualité d'observateur, aux travaux de toute réunion d'un organe subsidiaire du Protocole. Lorsqu'un organe subsidiaire de la Convention agit en tant qu'organe subsidiaire du Protocole, les décisions relevant du Protocole sont prises uniquement par les Parties au Protocole.
  3. Lorsqu'un organe subsidiaire de la Convention exerce ses fonctions en tant qu'organe subsidiaire du Protocole, tout membre du Bureau de cet organe subsidiaire représentant une Partie à la Convention qui n'est pas encore Partie au Protocole est remplacé par un nouveau membre qui est élu par les Parties au Protocole parmi elles.
Art. 31. Secretariaat.
  1. Het bij artikel 24 van het verdrag ingestelde secretariaat fungeert als secretariaat van dit protocol.
  2. Artikel 24, lid 1, van het verdrag inzake de taken van het secretariaat is van overeenkomstige toepassing op dit protocol.
  3. Voorzover zij te onderscheiden zijn, worden de kosten van de diensten van het secretariaat voor dit protocol door de partijen bij het protocol gedragen. De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, besluit tijdens haar eerste vergadering over de daartoe benodigde budgettaire bepalingen.
Art. 31. Secrétariat.
  1. Le Secrétariat établi en vertu de l'article 24 de la Convention fait fonction de Secrétariat du présent Protocole.
  2. Le paragraphe 1er de l'article 24 de la Convention relatif aux fonctions du Secrétariat s'applique mutatis mutandis au présent Protocole.
  3. Pour autant qu'ils sont distincts, les coûts des services de secrétariat afférents au présent Protocole sont pris en charge par les Parties au Protocole. La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole prend, à sa première réunion, les dispositions financières nécessaires à cet effet.
Art. 32. Verhouding met het verdrag.
  Tenzij in dit protocol anderszins wordt bepaald, zijn de bepalingen van het verdrag inzake zijn protocollen van toepassing op dit protocol.
Art. 32. Relations avec la convention.
  Sauf mention contraire dans le présent Protocole, les dispositions de la Convention relatives à ses protocoles s'appliquent au présent instrument.
Art. 33. Toezicht en rapportage.
  Elke partij houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van haar verplichtingen krachtens dit protocol en brengt met een regelmaat die wordt bepaald door de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, verslag uit bij de conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert over de maatregelen die zij voor de tenuitvoerlegging van het protocol heeft genomen.
Art. 33. Suivi et établissement des rapports.
  Chaque Partie veille au respect des obligations qui sont les siennes en vertu du présent Protocole et, à des intervalles réguliers décidés par la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole, fait rapport à la Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole sur les mesures qu'elle a prises pour en appliquer les dispositions.
Art. 34. Naleving. De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, onderzoekt en aanvaardt tijdens haar eerste vergadering samenwerkingsprocedures en institutionele mechanismen om de naleving van de bepalingen van dit protocol te bevorderen en gevallen van niet-naleving aan de orde te stellen. Deze procedures en mechanismen omvatten bepalingen om waar nodig advies of bijstand aan te bieden. zij maken geen deel uit van en doen geen afbreuk aan de in artikel 27 van het verdrag vastgestelde procedures en mechanismen voor de regeling van geschillen.
Art. 34. Respect des obligations.
  La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole examine et approuve, à sa première réunion, des procédures et des mécanismes institutionnels de cooperation propres à encourager le respect des dispositions du Protocole et à traiter les cas de non-respect. Ces procédures et mécanismes comportent des dispositions visant à offrir des conseils ou une assistance, le cas échéant. Ils sont distincts et sans préjudice de la procédure et des mécanismes de règlement des différends établis en vertu de l'article 27 de la Convention.
Art. 35. Evaluatie en toetsing.
  De conferentie van de partijen die als vergadering van de partijen bij dit protocol fungeert, voert vijf jaar na de inwerkingtreding van dit protocol en vervolgens om de vijf jaar een evaluatie van de effectiviteit van het protocol uit, met inbegrip van een evaluatie van de procedures en de bijlagen daarvan.
Art. 35. Evaluation et examen.
  La Conférence des Parties siégeant en tant que Réunion des Parties au Protocole procède, cinq ans après l'entrée en vigueur du Protocole, puis ensuite au moins tous les cinq ans, à une évaluation de son efficacité, notamment à une évaluation de ses procédures et annexes.
Art. 36. Ondertekening.
  Dit protocol staat van 15 tot en met 26 mei 2000 in het kantoor van de Verenigde Naties te Nairobi en van 5 juni 2000 tot en met 4 juni 2001 in de zetel van de Verenigde Naties te New York open voor ondertekening door staten en regionale organisaties voor economische integratie.
Art. 36. Signature. Le présent Protocole est ouvert à la signature des Etats et des organisations régionales d'intégration economique à l'Office des Nations unies à Nairobi du 15 au 26 mai 2000, et au Siège de l'Organisation des Nations unies à New York du 5 juin 2000 au 4 juin 2001.
Art. 37. Inwerkingtreding.
  1. Dit protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de vijftigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door staten of regionale organisaties voor economische integratie die partij zijn bij het verdrag.
  2. Voor een staat of regionale organisatie voor economische integratie die dit protocol bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt dan wel daartoe toetreedt na zijn inwerkingtreding overeenkomstig lid 1, treedt dit protocol in werking op de negentigste dag na de datum waarop die staat of regionale organisatie voor economische integratie zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd of op de datum waarop het verdrag voor die staat of regionale organisatie voor economische integratie in werking treedt, indien deze datum later valt.
  3. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 wordt een door een regionale organisatie voor economische integratie nedergelegde akte niet meegeteld naast de door lidstaten van die organisatie nedergelegde akten.
Art. 37. Entrée en vigueur.
  1. Le présent Protocole entre en vigueur le quatre-vingt-dixième jour suivant la date de dépôt du cinquantième instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion, par les Etats ou les organisations régionales d'integration économique qui sont Parties à la Convention.
  2. Le présent Protocole entre en vigueur pour un Etat ou une organisation régionale d'intégration économique qui le ratifie, l'accepte, l'approuve ou y adhère après son entrée en vigueur conformément au paragraphe 1er ci-dessus, soit le quatre-vingt-dixième jour après la date de dépôt, par cet Etat ou cette organisation d'intégration économique, de son instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion, soit au moment où la Convention entre en vigueur pour cet Etat ou cette organisation régionale d'intégration économique, la date la plus tardive étant retenue.
  3. Aux fins des paragraphes 1er et 2 ci-dessus, aucun des instruments déposés par une organisation régionale d'intégration économique n'est considéré comme venant s'ajouter aux instruments déjà déposés par les Etats membres de ladite organisation.
Art. 38. Voorbehouden.
  Ten aanzien van dit protocol kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.
Art. 38. Réserves. Aucune réserve ne peut être faite au présent Protocole.
Art. 39. Opzegging.
  1. Na het verstrijken van twee jaar na de datum waarop dit protocol voor een partij in werking is getreden, kan die partij het protocol te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris.
  2. De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een jaar na de datum waarop de depositaris de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen of op enige latere in bedoelde kennisgeving vermelde datum.
Art. 39. Dénonciation.
  1. A l'expiration d'un délai de deux ans à compter de la date d'entrée en vigueur du présent Protocole à l'égard d'une Partie, cette Partie peut dénoncer le Protocole par notification écrite au Dépositaire.
  2. Cette dénonciation prend effet a l'expiration d'un délai d'un an à compter de la date de sa réception par le Dépositaire, ou à toute date ultérieure qui pourra être spécifiée dans ladite notification.
Art. 40. Authentieke teksten.
  Het oorspronkelijke exemplaar van dit protocol, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit protocol hebben ondertekend.
  Gedaan te Montreal op 29 januari 2000.
Art. 40. Textes faisant foi.
  L'original du présent Protocole, dont les textes anglais, arabe, chinois, espagnol, français et russe font également foi, sera déposé auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
  En foi de quoi les soussignés, à ce dûment habilités, ont signé le présent Protocole.
  Fait a Montréal le 29 janvier 2000.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Informatie die in kennisgevingen krachtens de artikelen 8, 10 en 13 moet worden opgenomen.
  a) Naam, adres en bereikbaarheid van de uitvoerder.
  b) Naam, adres en bereikbaarheid van de invoerder.
  c) Naam en identiteit van het veranderde levende organisme en eventueel de binnenlandse indeling van het bioveiligheidsniveau van het veranderde levende organisme in de staat van uitvoer.
  d) Beoogde datum of data van de grensoverschrijdende verplaatsing, indien bekend.
  e) Taxonomische status, gangbare naam, punt van verzameling of verwerving en kenmerken van het recipiënte organisme of de ouderorganismen op het gebied van de bioveiligheid.
  f) Centra van oorsprong en centra van genetische diversiteit, indien bekend, van het recipiënte organisme en/of de ouderorganismen en een beschrijving van de habitats waar de organismen kunnen overleven of zich kunnen vermenigvuldigen.
  g) Taxonomische status, gangbare naam, punt van verzameling of verwerving en kenmerken van het (de) donororganisme(n) op het gebied van de bioveiligheid.
  h) Beschrijving van het geïntroduceerde nucleïnezuur of de geïntroduceerde verandering, de gebruikte techniek en de resulterende kenmerken van het veranderde levende organisme.
  i) Beoogd gebruik van het veranderde levende organisme of producten daarvan, te weten be- of verwerkte materialen die van het veranderde levende organisme afkomstig zijn en die detecteerbare nieuwe combinaties van repliceerbaar genetisch materiaal bevatten, verkregen door het gebruik van moderne biotechnologie.
  j) Hoeveelheid of volume van het te verplaatsen veranderde levende organisme.
  k) Reeds bestaand risicobeoordelingsverslag overeenkomstig bijlage III.
  l) Voorgestelde methoden voor de veilige behandeling, de veilige opslag, het veilige vervoer en het veilige gebruik, eventueel met inbegrip van verpakking, etikettering, documentatie, verwijdering en rampenplannen.
  m) Status in de regelgeving van het veranderde levende organisme in de staat van uitvoer (bijvoorbeeld of het in de staat van uitvoer verboden is, of er andere beperkingen zijn, dan wel of het voor algemene introductie is goedgekeurd) en, als het veranderde levende organisme in de staat van uitvoer verboden is, de reden of redenen voor dit verbod.
  n) Resultaat en doel van een eventuele kennisgeving door de uitvoerder aan andere staten ten aanzien van het te verplaatsen veranderde levende organisme.
  o) Een verklaring dat bovengenoemde informatie feitelijk juist is.
Art. N1. Annexe I. Informations devant figurer dans les notifications à présenter conformément aux articles 8, 10 et 13.
  a) Nom, adresse et coordonnées de l'exportateur.
  b) Nom, adresse et coordonnées de l'importateur.
  c) Nom et identité de l'organisme vivant modifié et son classement en fonction du degré de sécurité biologique, dans l'Etat d'exportation, s'il existe.
  d) Date ou dates prévues du mouvement transfrontière si elles sont connues.
  e) Nom commun et taxonomie, point de collecte ou d'acquisition, et caractéristiques de l'organisme récepteur ou des organismes parents pertinentes pour la prévention des risques biotechnologiques.
  f) Centres d'origine et centres de diversité génétique, lorsqu'ils sont connus, de l'organisme récepteur et/ou des organismes parents et description des habitats où les organismes peuvent persister ou proliférer.
  g) Nom commun et taxonomie, point de collecte ou d'acquisition, et caractéristiques de l'organisme ou des organismes donneurs pertinentes pour la prévention des risques biotechnologiques.
  h) Description de l'acide nucléique ou de la modification introduite, de la technique utilisée et des caractéristiques de l'organisme vivant modifié qui en résultent.
  i) Utilisation prévue de l'organisme vivant modifié ou des produits qui en sont dérivés, à savoir le matériel transformé ayant pour origine l'organisme vivant modifie, qui contient des combinaisons nouvelles décelables de matériel génétique réplicable obtenu par le recours à la biotechnologie moderne.
  j) Quantité ou volume des organismes vivants modifiés à transférer.
  k) Rapport préexistant sur l'évaluation des risques qui soit conforme à l'annexe III.
  l) Méthodes proposées pour assurer la manipulation, l'entreposage, le transport et l'utilisation sans danger, y compris l'emballage, l'étiquetage, la documentation, les méthodes d'élimination et les procédures à suivre en cas d'urgence, le cas échéant.
  m) Situation de l'organisme vivant modifié au regard de la réglementation dans l'Etat d'exportation (par exemple, s'il est interdit dans l'Etat exportateur, s'il existe d'autres restrictions, ou si sa mise en circulation générale a été autorisée); si l'organisme vivant modifié est prohibé dans l'Etat exportateur, la ou les raisons de cette interdiction.
  n) Résultat et objet de toute notification de l'exportateur adressée à d'autres Etats en ce qui concerne l'organisme vivant modifié à transférer.
  o) Déclaration selon laquelle les informations ci-dessus sont exactes.
Art. N2. Bijlage II. - Informatie die krachtens artikel 11 vereist is voor veranderde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeding of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
  a) Naam en bereikbaarheid van de aanvrager van een besluit voor binnenlands gebruik.
  b) Naam en bereikbaarheid van de instantie die verantwoordelijk is voor het besluit.
  c) Naam en identiteit van het veranderde levende organisme.
  d) Beschrijving van de genetische verandering, de gebruikte techniek en de daaruit resulterende kenmerken van het veranderde levende organisme.
  e) Een unieke identificatie van het veranderde levende organisme.
  f) Taxonomische status, gangbare naam, punt van verzameling of verwerving en kenmerken van het recipiënte organisme of de ouderorganismen op het gebied van de bioveiligheid.
  g) Centra van oorsprong en centra van genetische diversiteit, indien bekend, van het recipiënte organisme en/of de ouderorganismen en een beschrijving van de habitats waar de organismen kunnen overleven of zich kunnen vermenigvuldigen.
  h) Taxonomische status, gangbare naam, punt van verzameling of verwerving en kenmerken van het (de) donororganisme(n) op het gebied van de bioveiligheid.
  i) Goedgekeurde toepassingen van het veranderde levende organisme.
  j) Risicobeoordelingsverslag overeenkomstig bijlage III.
  k) Voorgestelde methoden voor de veilige behandeling, de veilige opslag, het veilige vervoer en het veilige gebruik, eventueel met inbegrip van verpakking, etikettering, documentatie, verwijdering en rampenplannen.
Art. N2. Annexe II. Renseignements à fournir pour tout organisme vivant modifié destiné à être utilisé directement pour l'alimentation humaine ou animale, ou à être transformé, conformément à l'article 11.
  a) Le nom et les coordonnées de la personne demandant une autorisation pour utilisation sur le territoire national.
  b) Le nom et les coordonnées de l'autorité responsable de la décision.
  c) Le nom et l'identité de l'organisme vivant modifié.
  d) Une description de la modification génétique, de la technique employée, et des caractéristiques de l'organisme vivant modifié qui en résultent.
  e) Toute identification unique de l'organisme vivant modifié.
  f) La taxonomie, le nom commun, le point de collecte ou d'acquisition, et les caractéristiques de l'organisme récepteur ou des organismes parents pertinentes pour la prévention des risques biotechnologiques.
  g) Les centres d'origine et centres de diversité génétique, lorsqu'ils sont connus, de l'organisme récepteur et/ou des organismes parents et une description des habitats où les organismes peuvent persister ou proliférer.
  h) La taxonomie, le nom commun, le point de collecte et d'acquisition, et les caractéristiques de l'organisme ou des organismes donneurs pertinentes pour la prévention des risques biotechnologiques.
  i) Les utilisations autorisées de l'organisme vivant modifié.
  j) Un rapport sur l'évaluation des risques qui soit conforme à l'annexe III.
  k) Les méthodes proposées pour assurer la manipulation, l'entreposage, le transport et l'utilisation sans danger, y compris l'emballage, l'étiquetage, la documentation, les méthodes d'élimination et les procédures à suivre en cas d'urgence, le cas échéant.
Art. N3. Bijlage III. - Risicobeoordeling krachtens artikel 15.
  Doelstelling
  1. De doelstelling van risicobeoordeling krachtens dit protocol is de mogelijke nadelige gevolgen van veranderde levende organismen voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit in het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu te bepalen en te beoordelen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
  Gebruik van risicobeoordeling
  2. Risicobeoordeling wordt onder andere door de bevoegde instanties gebruikt om met kennis van zaken een besluit over veranderde levende organismen te kunnen nemen.
  Algemene beginselen
  3. Risicobeoordeling moet op een wetenschappelijk verantwoorde en transparante manier worden uitgevoerd en daarbij kan rekening worden gehouden met deskundige adviezen van relevante internationale organisaties en door hen ontwikkelde richtsnoeren.
  4. Het ontbreken van wetenschappelijke kennis of wetenschappelijke consensus mag niet noodzakelijkerwijs worden uitgelegd als een aanwijzing voor een bepaald risiconiveau, het ontbreken van risico's of een aanvaardbaar risico.
  5. Risico's die verbonden zijn aan veranderde levende organismen of producten daarvan, te weten be- of verwerkte materialen die van een veranderd levend organisme afkomstig zijn en die detecteerbare nieuwe combinaties van repliceerbaar genetisch materiaal bevatten, verkregen door het gebruik van moderne biotechnologie, dienen te worden onderzocht in het kader van de risico's die verbonden zijn aan de onveranderde recipiënte of ouderorganismen in het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu.
  6. Risicobeoordeling dient per geval te worden uitgevoerd. De aard en de mate van detail van de vereiste informatie kunnen afhankelijk van het betrokken veranderde levende organisme, het beoogde gebruik daarvan en het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu van geval tot geval verschillen.
  Methodologie
  7. De uitvoering van de risicobeoordeling kan enerzijds leiden tot een behoefte aan nadere informatie over specifieke aspecten, die tijdens het beoordelingsproces naar voren kan komen en kan worden geformuleerd, terwijl anderzijds informatie over andere onderwerpen in sommige gevallen niet relevant kan zijn.
  8. Om de doelstelling te verwezenlijken omvat risicobeoordeling indien van toepassing de volgende stappen :
  a) de bepaling van eventuele nieuwe genotypische en fenotypische kenmerken die verbonden zijn aan het veranderde levende organisme en nadelige gevolgen kunnen hebben voor de biologische diversiteit in het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens;
  b) een beoordeling van de kans dat deze nadelige gevolgen zich voordoen, rekening houdend met de mate en de aard van de blootstelling van het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu aan het veranderde levende organisme;
  c) een beoordeling van de consequenties van deze nadelige gevolgen, mochten zij zich voordoen;
  d) een raming van het algehele risico dat aan het veranderde levende organisme verbonden is, gebaseerd op de beoordeling van de kans dat de gespecificeerde nadelige gevolgen zich voordoen en de consequenties daarvan;
  e) een aanbeveling ten aanzien van de vraag of de risico's al dan niet aanvaardbaar of beheersbaar zijn, eventueel met inbegrip van de formulering van strategieën voor het beheer van deze risico's; en
  f) wanneer er onzekerheid bestaat over de hoogte van het risico, is het mogelijk nadere informatie te vragen over de specifieke onderwerpen die zorgen baren, passende strategieën voor risicobeheer uit te voeren en/of monitoring van het veranderde levende organisme in het ontvangende milieu toe te passen.
  Aandachtspunten
  9. Afhankelijk van het geval wordt bij risicobeoordeling rekening gehouden met de relevante wetenschappelijke en technische details over de volgende onderwerpen :
  a) het recipiënte organisme of de ouderorganismen : de biologische kenmerken van het recipiënte organisme of de ouderorganismen, met inbegrip van informatie over de taxonomische status, de gangbare naam, de oorsprong, centra van oorsprong en centra van genetische diversiteit, indien bekend, en een beschrijving van de habitats waar de organismen kunnen overleven of zich kunnen vermenigvuldigen;
  b) het donororganisme of de donororganismen : taxonomische status, gangbare naam, oorsprong en de relevante biologische kenmerken van de donororganismen;
  c) vector : kenmerken van de vector, met inbegrip van zijn eventuele identiteit, zijn bron of oorsprong en het verspreidingsgebied van zijn gastheren;
  d) insert of inserts en/of kenmerken van de verandering : de genetische kenmerken van het ingevoegde nucleïnezuur en de functie die het specificeert en/of de kenmerken van de geïntroduceerde verandering;
  e) veranderd levend organisme : identiteit van het veranderde levende organisme en de verschillen tussen de biologische kenmerken van het veranderde levende organisme en die van het recipiënte organisme of de ouderorganismen;
  f) detectie en identificatie van het veranderde levende organisme : voorgestelde methoden voor detectie en identificatie en hun specificiteit, gevoeligheid en betrouwbaarheid;
  g) informatie over het beoogde gebruik : informatie over het beoogde gebruik van het veranderde levende organisme, met inbegrip van nieuwe of veranderde toepassingen in vergelijking met het recipiënte organisme of de ouderorganismen; en
  h) ontvangend milieu : informatie over de locatie en de geografische, klimatologische en ecologische kenmerken, met inbegrip van relevante informatie over de biologische diversiteit en centra van oorsprong van het vermoedelijke potentiële ontvangende milieu.
Art. N3. Annexe III. - Evaluation des risques.
  Objectif
  1. Aux fins du présent Protocole, l'évaluation des risques a pour objet de déterminer et d'évaluer les effets défavorables potentiels des organismes vivants modifiés sur la conservation et l'utilisation durable de la diversité biologique dans le milieu récepteur potentiel probable, en tenant compte également des risques pour la santé humaine.
  Utilisation des évaluations des risques
  2. L'évaluation des risques est utilisée notamment par les autorités competentes pour prendre une décision en connaissance de cause concernant les organismes vivants modifiés.
  Principes généraux
  3. L'évaluation des risques devrait être effectuée selon des methodes scientifiques éprouvées et dans la transparence et peut tenir compte des avis techniques et directives des organisations internationales compétentes.
  4. Il ne faut pas nécessairement déduire de l'absence de connaissances ou de consensus scientifiques la gravité d'un risque, l'absence de risque, ou l'existence d'un risque acceptable.
  5. Les risques associés aux organismes vivants modifiés ou aux produits qui en sont dérivés, a savoir le matériel transformé provenant d'organismes vivants modifiés qui contient des combinaisons nouvelles décelables de matériel génétique réplicable obtenu par le recours à la biotechnologie moderne, devraient être considérés en regard des risques posés par les organismes récepteurs ou parents non modifiés dans le milieu récepteur potentiel probable.
  6. L'évaluation des risques devrait être effectuée au cas par cas. La nature et le degré de précision de l'information requise peuvent varier selon le cas, en fonction de l'organisme vivant modifié concerné, de son utilisation prévue et du milieu récepteur potentiel probable.
  Méthodes
  7. L'évaluation des risques peut nécessiter un complément d'information sur des questions particulières, qui peut être défini et demande à l'occasion de l'évaluation; en revanche, des informations sur d'autres questions peuvent ne pas être pertinentes, dans certains cas.
  8. Pour atteindre son objectif, l'evaluation des risques comportera, le cas échéant, les étapes suivantes :
  a) l'identification de toutes nouvelles caractéristiques génotypiques et phénotypiques liées à l'organisme vivant modifié qui peuvent avoir des effets défavorables sur la diversité biologique dans le milieu récepteur potentiel probable, et comporter aussi des risques pour la santé humaine;
  b) l'évaluation de la probabilité que ces effets défavorables surviennent, compte tenu du degré et du type d'exposition du milieu récepteur potentiel probable de l'organisme vivant modifié;
  c) l'évaluation des conséquences qu'auraient ces effets défavorables s'ils survenaient;
  d) l'estimation du risque global présenté par l'organisme vivant modifié sur la base de l'évaluation de la probabilité de survenue des effets défavorables repérés et de leurs conséquences;
  e) une recommandation indiquant si les risques sont acceptables ou gérables, y compris, au besoin, la définition de stratégies de gestion de ces risques; et
  f) lorsqu'il existe des incertitudes quant à la gravité du risque, on peut demander un complément d'information sur des points précis préoccupants, ou mettre en oeuvre des stratégies appropriées de gestion des risques et/ou contrôler l'organisme vivant modifié dans le milieu récepteur.
  Points à examiner
  9. Selon le cas, l'évaluation des risques tient compte des données techniques et scientifiques pertinentes concernant :
  a) l'organisme récepteur ou les organismes parents : les caractéristiques biologiques de l'organisme récepteur ou des organismes parents, y compris des précisions concernant la taxonomie, le nom commun, l'origine, les centres d'origine et les centres de diversité génétique, lorsqu'ils sont connus, et une description de l'habitat où les organismes peuvent persister ou proliférer;
  b) l'organisme ou les organismes donneurs : taxonomie et nom commun, source et caractéristiques biologiques pertinentes des organismes donneurs;
  c) le vecteur : les caractéristiques du vecteur, y compris son identité, le cas échéant, sa source ou son origine, et les aires de répartition de ses hôtes;
  d) l'insert ou les inserts et/ou les caractéristiques de la modification : les caractéristiques génétiques de l'acide nucléique inséré et la fonction qu'il détermine, et/ou les caractéristiques de la modification introduite;
  e) l'organisme vivant modifié : identité de l'organisme vivant modifié, et différences entre les caractéristiques biologiques de l'organisme vivant modifié et celles de l'organisme récepteur ou des organismes parents;
  f) la détection et l'identification de l'organisme vivant modifie : méthodes de détection et d'identification proposées et leur particularité, précision et fiabilité;
  g) l'information relative à l'utilisation prévue : information relative à l'utilisation prévue de l'organisme vivant modifié, y compris toute utilisation nouvelle ou toute utilisation différant de celle de l'organisme récepteur ou parent; et
  h) le milieu récepteur : information sur l'emplacement et les caractéristiques géographiques, climatiques et écologiques du milieu récepteur potentiel probable, y compris information pertinente sur la diversité biologique et les centres d'origine qui s'y trouvent.
Art. N4. Lijst van de gebonden Staten en Organisaties.
Art. N4. Liste des Etats et Organisations liés.
  Staten/Organisaties                  Datum           Type          Datum
                                   Ondertekening     instemming    instemming
  

Modifications

ALGERIJE                            25/05/2000
ANTIGUA ET BARBUDA                  24/05/2000    Bekrachtiging  10/09/2003
ARGENTINIE                          24/05/2000
BAHAMAS, DE                         24/05/2000    Bekrachtiging  15/01/2004
BANGLADESH                          24/05/2000    Bekrachtiging  05/02/2004
BARBADOS                                          Toetreding     06/09/2002
BELARUS                                           Toetreding     26/08/2002
BELGIE                              24/05/2000    Bekrachtiging  15/04/2004
BELIZE                                            Toetreding     12/02/2004
BENIN                               24/05/2000
BHOUTAN                                           Toetreding     26/08/2002
BOLIVIA                             24/05/2000    Bekrachtiging  22/04/2002
BOTSWANA                            01/06/2001    Bekrachtiging  11/06/2002
BRAZILIE                                          Toetreding     24/11/2003
BULGARIJE                           24/05/2000    Bekrachtiging  13/10/2000
BURKINA FASO                        24/05/2000    Bekrachtiging  04/08/2003
CAMBODJA                                          Toetreding     17/09/2003
CAMEROEN                            09/02/2001    Bekrachtiging  20/02/2003
CANADA                              19/04/2001
CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK       24/05/2000
CHILI                               24/05/2000
CHINA                               08/08/2000
COLOMBIA                            24/05/2000    Bekrachtiging  20/05/2003
CONGO (REPUBLIEK)                   21/11/2000
COOK (EIL.)                         21/05/2001
COSTA RICA                          24/05/2000
CUBA                                24/05/2000    Bekrachtiging  17/09/2002
CYPRUS                                            Toetreding     05/12/2003
DENEMARKEN                          24/05/2000    Bekrachtiging  27/08/2002
DJIBOUTI                                          Toetreding     08/04/2002
DUITSLAND                           24/05/2000    Bekrachtiging  20/11/2003
ECUADOR                             24/05/2000    Bekrachtiging  30/01/2003
EGYPTE                              20/12/2000    Bekrachtiging  23/12/2003
EL SALVADOR                         24/05/2000    Bekrachtiging  26/09/2003
ESTLAND                             06/09/2000    Bekrachtiging  24/03/2004
ETHIOPIE                            24/05/2000    Bekrachtiging  09/10/2003
EUROPESE UNIE                       24/05/2000    Goedkeuring    27/08/2002
FIJI                                02/05/2001    Bekrachtiging  05/06/2001
FILIPIJNEN                          24/05/2000
FINLAND                             24/05/2000
FRANKRIJK                           24/05/2000    Goedkeuring    07/04/2003
GAMBIA                              24/05/2000
GHANA                                             Toetreding     30/05/2003
GRENADA                             24/05/2000    Bekrachtiging  05/02/2004
GRIEKENLAND                         24/05/2000
GUINEA                              24/05/2000
HAITI                               24/05/2000
HONDURAS                            24/05/2000
HONGARIJE                           24/05/2000    Bekrachtiging  13/01/2004
IERLAND                             24/05/2000    Bekrachtiging  14/11/2003
IJSLAND                             01/06/2001
INDIA                               23/01/2001    Bekrachtiging  17/01/2003
INDONESIE                           24/05/2000
IRAN                                23/04/2001    Bekrachtiging  20/11/2003
ITALIE                              24/05/2000    Bekrachtiging  24/03/2004
JAMAICA                             04/06/2001
JAPAN                                             Toetreding     21/11/2003
JORDANIE                            11/10/2000    Bekrachtiging  11/11/2003
KENIA                               15/05/2000    Bekrachtiging  24/01/2002
KIRIBATI                            07/09/2000
KOREA (DEMOCRAT. VOLKSREP.)         20/04/2001    Bekrachtiging  29/07/2003
KOREA (REP.)                        06/09/2000
KROATIE                             08/09/2000    Bekrachtiging  29/08/2002
LESOTHO                                           Toetreding     20/09/2001
LETLAND                                           Toetreding     13/02/2004
LIBERIA                                           Toetreding     15/02/2002
LITOUWEN                            24/05/2000    Bekrachtiging  07/11/2003
LUXEMBURG                           11/07/2000    Bekrachtiging  28/08/2002
V.J.R. MACEDONIE                    26/07/2000
MADAGASCAR                          14/09/2000    Bekrachtiging  24/11/2003
MALAWI                              24/05/2000
MALDIVEN                                          Toetreding     03/09/2002
MALEISIE                            24/05/2000    Bekrachtiging  03/09/2003
MALI                                04/04/2001    Bekrachtiging  28/08/2002
MAROKKO                             25/05/2000
MARSHALL (EIL.)                                   Toetreding     27/01/2003
MAURITIUS                                         Toetreding     11/04/2002
MEXICO                              24/05/2000    Bekrachtiging  27/08/2002
MOLDOVA                             14/02/2001    Bekrachtiging  04/03/2003
MONACO                              24/05/2000
MONGOLIE                                          Toetreding     22/07/2003
MOZAMBIQUE                          24/05/2000    Bekrachtiging  21/10/2002
MYANMAR                             11/05/2001
NAMIBIE                             24/05/2000
NAURU                                             Toetreding     12/11/2001
NEDERLAND                           24/05/2000    Aanvaarding    08/01/2002
NEPAL                               02/03/2001
NICARAGUA                           26/05/2000    Bekrachtiging  28/08/2002
NIEUW-ZEELAND                       24/05/2000
NIGER                               24/05/2000
NIGERIA                             24/05/2000    Bekrachtiging  15/07/2003
NIUE                                              Toetreding     08/07/2002
NOORWEGEN                           24/05/2000    Bekrachtiging  10/05/2001
OEKRAINE                                          Toetreding     06/12/2002
OMAN                                              Toetreding     11/04/2003
OOSTENRIJK                          24/05/2000    Bekrachtiging  27/08/2002
PAKISTAN                            04/06/2001
PALAU                               29/05/2001    Bekrachtiging  13/06/2003
PANAMA                              11/05/2001    Bekrachtiging  01/05/2002
PARAGUAY                            03/05/2001    Bekrachtiging  10/03/2004
PERU                                24/05/2000
POLEN                               24/05/2000    Bekrachtiging  10/12/2003
PORTUGAL                            24/05/2000
ROEMENIE                            11/10/2000    Bekrachtiging  30/06/2003
RWANDA                              24/05/2000
SAINT KITTS EN NEVIS                              Toetreding     23/05/2001
SAINT VINCENT EN GRENADE                          Toetreding     27/08/2003
SAMOA                               24/05/2000    Bekrachtiging  30/05/2002
SENEGAL                             31/10/2000    Bekrachtiging  08/10/2003
SEYCHELLEN                          23/01/2001
SLOVAKIJE                           24/05/2000    Bekrachtiging  24/11/2003
SLOVENIE                            24/05/2000    Bekrachtiging  20/11/2002
SPANJE                              24/05/2000    Bekrachtiging  16/01/2002
SRI LANKA                           24/05/2000
SYRIE                                             Toetreding     01/04/2004
TADJIKISTAN                                       Toetreding     12/02/2004
TANZANIA                                          Toetreding     24/04/2003
TOGO                                24/05/2000
TONGA                                             Toetreding     18/09/2003
TRINIDAD EN TOBAGO                                Toetreding     05/10/2000
TSJAAD                              24/05/2000
TSJECHISCHE REP.                    24/05/2000    Bekrachtiging  08/10/2001
TUNESIE                             19/04/2001    Bekrachtiging  22/01/2003
TURKIJE                             24/05/2000    Bekrachtiging  24/10/2003
UGANDA                              24/05/2000    Bekrachtiging  30/11/2001
URUGUAY                             01/06/2001
VENEZUELA                           24/05/2000    Bekrachtiging  13/05/2002
VERENIGD KONINKRIJK                 24/05/2000                   19/11/2003
VIETNAM                                           Toetreding     21/01/2004
WEST-SAMOA                          24/05/2000    Bekrachtiging  30/05/2002
ZIMBABWE                            04/06/2001
ZUID-AFRIKA                                       Toetreding     14/08/2003
ZWEDEN                              24/05/2000    Bekrachtiging  08/08/2002
ZWITSERLAND                         24/05/2000    Bekrachtiging  26/03/2002
  Etats/Organisations     Date Signature     Type de           Date
                                           consentement   Consentement
  

Modifications

AFRIQUE DU SUD                            Adhesion        14/08/2003
ALGERIE                      25/05/2000
ALLEMAGNE                    24/05/2000   Ratification    20/11/2003
ANTIGUA ET BARBUDA           24/05/2000   Ratification    10/09/2003
ARGENTINE                    24/05/2000
AUTRICHE                     24/05/2000   Ratification    27/08/2002
BAHAMAS                      24/05/2000   Ratification    15/01/2004
BANGLADESH                   24/05/2000   Ratification    05/02/2004
BARBADE                                   Adhesion        06/09/2002
BELARUS                                   Adhesion        26/08/2002
BELGIQUE                     24/05/2000   Ratification       15/
04/2004
BELIZE                                    Adhesion        12/02/2004
BENIN                        24/05/2000
BHOUTAN                                   Adhesion        26/08/2002
BOLIVIE                      24/05/2000   Ratification    22/04/2002
BOTSWANA                     01/06/2001   Ratification    11/06/2002
BRESIL                                    Adhesion        24/11/2003
BULGARIE                     24/05/2000   Ratification    13/10/2000
BURKINA FASO                 24/05/2000   Ratification    04/08/2003
CAMBODGE                                  Adhesion        17/09/2003
CAMEROUN                     09/02/2001   Ratification    20/02/2003
CANADA                       19/04/2001
CENTRAFRIQUE (REPUBLIQUE)    24/05/2000
CHILI                        24/05/2000
CHINE                        08/08/2000
CHYPRE                                    Adhesion        05/12/2003
COLOMBIE                     24/05/2000   Ratification    20/05/2003
CONGO                        21/11/2000
COOK(ILES)                   21/05/2001
COREE (REP. POPULAIRE        20/04/2001   Ratification    29/07/2003
DEMOCRATIQUE)
COREE (REP.)                 06/09/2000
COSTA-RICA                   24/05/2000
CROATIE                      08/09/2000   Ratification    29/08/2002
CUBA                         24/05/2000   Ratification    17/09/2002
DANEMARK                     24/05/2000   Ratification    27/08/2002
DJIBOUTI                                  Adhesion        08/04/2002
EGYPTE                       20/12/2000   Ratification    23/12/2003
EL SALVADOR                  24/05/2000   Ratification    26/09/2003
EQUATEUR                     24/05/2000   Ratification    30/01/2003
ESPAGNE                      24/05/2000   Ratification    16/01/2002
ESTONIE                      06/09/2000   Ratification    24/03/2004
ETHIOPIE                     24/05/2000   Ratification    09/10/2003
FIDJI                        02/05/2001   Ratification    05/06/2001
FINLANDE                     24/05/2000
FRANCE                       24/05/2000   Approbation     07/04/2003
GAMBIE                       24/05/2000
GHANA                                     Adhesion        30/05/2003
GRECE                        24/05/2000
GRENADE                      24/05/2000   Ratification    05/02/2004
GUINEE                       24/05/2000
HAITI                        24/05/2000
HONDURAS                     24/05/2000
HONGRIE                      24/05/2000   Ratification    13/01/2004
INDE                         23/01/2001   Ratification    17/01/2003
INDONESIE                    24/05/2000
IRAN                         23/04/2001   Ratification    20/11/2003
IRLANDE                      24/05/2000   Ratification    14/11/2003
ISLANDE                      01/06/2001
ITALIE                       24/05/2000   Ratification    24/03/2004
JAMAIQUE                     04/06/2001
JAPON                                     Adhesion        21/11/2003
JORDANIE                     11/10/2000   Ratification    11/11/2003
KENYA                        15/05/2000   Ratification    24/01/2002
KIRIBATI                     07/09/2000
LESOTHO                                   Adhesion        20/09/2001
LETTONIE                                  Adhesion        13/02/2004
LIBERIA                                   Adhesion        15/02/2002
LITUANIE                     24/05/2000   Ratification    07/11/2003
LUXEMBOURG                   11/07/2000   Ratification    28/08/2002
A.R.J. MACEDOINE             26/07/2000
MADAGASCAR                   14/09/2000   Ratification    24/11/2003
MALAISIE                     24/05/2000   Ratification    03/09/2003
MALAWI                       24/05/2000
MALDIVES                                  Adhesion        03/09/2002
MALI                         04/04/2001   Ratification    28/08/2002
MAROC                        25/05/2000
MARSHALL (ILES)                           Adhesion        27/01/2003
MAURICE                                   Adhesion        11/04/2002
MEXIQUE                      24/05/2000   Ratification    27/08/2002
MOLDAVIE                     14/02/2001   Ratification    04/03/2003
MONACO                       24/05/2000
MONGOLIE                                  Adhesion        22/07/2003
MOZAMBIQUE                   24/05/2000   Ratification    21/10/2002
MYANMAR                      11/05/2001
NAMIBIE                      24/05/2000
NAURU                                     Adhesion        12/11/2001
NEPAL                        02/03/2001
NICARAGUA                    26/05/2000   Ratification    28/08/2002
NIGER                        24/05/2000
NIGERIA                      24/05/2000   Ratification    15/07/2003
NIUE                                      Adhesion        08/07/2002
NORVEGE                      24/05/2000   Ratification    10/05/2001
NOUVELLE-ZELANDE             24/05/2000
OMAN                                      Adhesion        11/04/2003
OUGANDA                      24/05/2000   Ratification    30/11/2001
PAKISTAN                     04/06/2001
PALAU                        29/05/2001   Ratification    13/06/2003
PANAMA                       11/05/2001   Ratification    01/05/2002
PARAGUAY                     03/05/2001   Ratification    10/03/2004
PAYS-BAS                     24/05/2000   Acceptation     08/01/2002
PEROU                        24/05/2000
PHILIPPINES                  24/05/2000
POLOGNE                      24/05/2000   Ratification    10/12/2003
PORTUGAL                     24/05/2000
ROUMANIE                     11/10/2000   Ratification    30/06/2003
ROYAUME UNI                  24/05/2000                   19/11/2003
RWANDA                       24/05/2000
SAINT KITTS ET NEVIS                      Adhesion        23/05/2001
SAINT VINCENT ET GRENADE                  Adhesion        27/08/2003
SAMOA                        24/05/2000   Ratification    30/05/2002
SAMOA OCCIDENTALES           24/05/2000   Ratification    30/05/2002
SENEGAL                      31/10/2000   Ratification    08/10/2003
SEYCHELLES                   23/01/2001
SLOVAQUIE                    24/05/2000   Ratification    24/11/2003
SLOVENIE                     24/05/2000   Ratification    20/11/2002
SRI LANKA                    24/05/2000
SUEDE                        24/05/2000   Ratification    08/08/2002
SUISSE                       24/05/2000   Ratification    26/03/2002
SYRIE                                     Adhesion        01/04/2004
TADJIKISTAN                               Adhesion        12/02/2004
TANZANIE                                  Adhesion        24/04/2003
TCHAD                        24/05/2000
TCHEQUE REP.                 24/05/2000   Ratification    08/10/2001
TOGO                         24/05/2000
TONGA                                     Adhesion        18/09/2003
TRINIDAD ET TOBAGO                        Adhesion        05/10/2000
TUNISIE                      19/04/2001   Ratification    22/01/2003
TURQUIE                      24/05/2000   Ratification    24/10/2003
UKRAINE                                   Adhesion        06/12/2002
URUGUAY                      01/06/2001
UNION EUROPEENNE             24/05/2000   Approbation     27/08/2002
VENEZUELA                    24/05/2000   Ratification    13/05/2002
VIETNAM                                   Adhesion        21/01/2004
ZIMBABWE                     04/06/2001
Art. N5. Overeenkomstig zijn artikel 37 (2) is het Protocol in werking getreden op 11 september 2003.
Art. N5. Conformément à son article 37 (2) le Protocole est entré en vigueur le 11 septembre 2003.