Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 JULI 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het brevet van bootman. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-08-2004 en tekstbijwerking tot 15-01-2009).
Titre
14 JUILLET 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au brevet de maître d'équipage (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-08-2004 et mise à jour au 15-01-2009)
Informations sur le document
Numac: 2004036386
Datum: 2004-07-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004036386
Date: 2004-07-14
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° decreet : het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods en bootman;
  2° het brevet : het brevet van bootman, bedoeld in artikel 19bis van het decreet;
  3° bootmannendienst : een organisatie of dienst, erkend door de havenautoriteit, die het bootmannenwerk organiseert en in voorkomend geval aanverwante diensten verstrekt;
  4° havenautoriteit : de natuurlijke of rechtspersonen die de gedecentraliseerd bestuurde havens, kanalen of waterwegen in rechte mogen vertegenwoordigen;
  5° bekwaamheidsproef : het examen voor het behalen van het brevet van bootman;
  6° commissie : de commissie die belast is met het afnemen van de bekwaamheidsproef;
  7° minister : de Vlaamse minister die de loodsdienst onder zijn bevoegdheid heeft;
  8° (agentschap : het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust);
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, nous entendons par :
  1° décret : le décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif aux brevets de pilote de port et de maître d'équipage;
  2° brevet : le brevet de maître d'équipage, visé à l'article 19bis du décret;
  3° service des maîtres d'équipage : une organisation ou service, agréé par l'autorité portuaire, qui organise le travail des maîtres d'équipage et fournit des services connexes, le cas échéant;
  4° autorité portuaire : la personne morale ou physique qui peut représenter en justice les ports, les canaux et les voies d'eau dirigés de manière décentralisée;
  5° test d'aptitude : l'examen pour l'obtention du brevet de maître d'équipage;
  6° commission : la commission qui est chargée de faire passer le test d'aptitude :
  7° ministre : le Ministre flamand ayant le service de pilotage dans ses attributions;
  8° (agence : l' " Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust ").
HOOFDSTUK II. - Organisatie van de bekwaamheidsproef.
CHAPITRE II. - Organisation du test d'aptitude.
Art. 2. Het brevet wordt verworven door het slagen voor een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de puntenwaardering worden vastgesteld in bijlage I van dit besluit.
Art. 2. Le brevet est acquis en réussissant un test d'aptitude dont le programme et la notation sont déterminés à l'annexe I du présent arrêté.
Art. 3. § 1. De proef voor het brevet wordt afgenomen door een commissie die samengesteld is uit :
  1° één voorzitter met nautische kennis, ambtenaar van (het agentschap);
  2° twee leden met nautische kennis, voorgesteld door de havenautoriteit in kwestie;
  3° twee leden met nautische kennis, voorgesteld door de bootmannendienst in kwestie.
  Deze commissie houdt steeds zitting met één voorzitter en twee of vier leden, paritair verdeeld tussen de havenautoriteit en de bootmannendienst. Bij gebrek aan een bootmannendienst houdt de commissie zitting met één voorzitter en twee leden van de havenautoriteit.
  Elk lid van de commissie geeft een afzonderlijke quotering aan de hand van het programma zoals bepaald in bijlage I. Bij staking van stemmen is de beslissing van de voorzitter doorslaggevend.
  De uitslag wordt door de voorzitter aan (het hoofd van het agentschap) ter kennis gebracht.
  § 2. De minister benoemt de voorzitter en de leden van de commissie voor een termijn van vijf jaar.
  De minister benoemt tevens een plaatsvervangend voorzitter en de plaatsvervangende leden voor eenzelfde termijn.
  Ieder mandaat kan hernieuwd worden.
Art. 3. § 1er. Le test pour le brevet est réalisé par une commission qui est composée des membres suivants :
  1° un président ayant des connaissances nautiques, fonctionnaire de (l'agence);
  2° deux membres avec des connaissances nautiques, proposés par l'autorité portuaire en question;
  3° deux membres avec des connaissances nautiques, proposés par le service des maîtres d'équipage en question.
  Cette commission se réunit toujours en présence d'un président et deux ou quatre membres, répartis de manière paritaire entre l'autorité portuaire et le service des maîtres d'équipage. A défaut d'un service des maîtres d'équipage, la commission se réunit avec un président et deux membres de l'autorité portuaire.
  Chaque membre de la commission donne une cotation individuelle à l'aide du programme tel que déterminé à l'annexe I. En cas de partage des voix, la décision du président est prépondérante.
  Le résultat est communiqué par le président (au chef de l'agence).
  § 2. Le ministre nomme le président et les membres de la commission pour un délai de cinq ans.
  Le ministre nomme également un président suppléant et les membres suppléants pour le même délai.
  Chaque mandat peut être renouvelé.
Art. 4. De voorwaarden tot deelname aan de bekwaamheidsproef worden door de bootmannendienst en de havenautoriteit, of bij gebrek aan een bootmannendienst door de havenautoriteit, voorgelegd aan de leidend ambtenaar van de administratie.
Art. 4. Les conditions de participation au test d'aptitude sont soumises au fonctionnaire dirigeant de l'administration par le service des maîtres d'équipage et l'autorité portuaire, ou à défaut d'un service des maîtres d'équipage, par l'autorité portuaire.
Art. 5. De voorzitter van de commissie organiseert de bekwaamheidsproef op aanvraag van de bootmannendienst of de havenautoriteit.
  De organisatie van de bekwaamheidsproef gebeurt binnen een maand na ontvangst van de schriftelijke aanvraag.
  Het secretariaat van de examencommissie wordt waargenomen door de bootmannendienst of de havenautoriteit in kwestie.
Art. 5. Le président de la commission organise le test d'aptitude à la demande du service des maîtres d'équipage ou de l'autorité portuaire.
  L'organisation du test d'aptitude a lieu dans le mois qui suit la réception de la demande écrite.
  Le secrétariat de la commission d'examen est exercé par le service des maîtres d'équipage ou l'autorité portuaire en question.
HOOFDSTUK III. - Het brevet.
CHAPITRE III. - Le brevet.
Art. 6. Het brevet is alleen geldig voor het gebied waarvoor het werd verworven. De vorm van het brevet is vastgesteld in bijlage II van dit besluit.
Art. 6. Le brevet est seulement valable pour le domaine pour lequel il a été obtenu. La forme du brevet est arrêtée à l'annexe II du présent arrêté.
Art. 7. Op voorstel van de commissie, bedoeld in artikel 3, reikt (het hoofd van het agentschap), in naam van de minister, het brevet uit aan de kandidaat die geslaagd is voor de bekwaamheidsproef.
Art. 7. Sur proposition de la commission, visée à l'article 3, le (chef de l'agence) délivre le brevet, au nom du ministre, au candidat qui a réussi le test d'aptitude.
Art. 8. De geldigheid van het brevet vervalt van rechtswege bij het beëindigen van de beroepsactiviteit als bootman bij de bootmannendienst in kwestie of bij gebrek aan een bootmannen-dienst, bij de havenautoriteit in kwestie.
  Dit wordt door de bootmannendienst of bij gebrek daaraan door de havenautoriteit, aan de administratie gemeld binnen een termijn van dertig dagen.
Art. 8. La validité du brevet expire de plein droit à la fin de l'activité professionnelle en tant que maître d'équipage auprès du service des maîtres d'équipage en question ou à défaut d'un service des maîtres d'équipage, auprès de l'autorité portuaire en question.
  L'expiration est notifiée à l'administration par le service des maîtres d'équipage ou à défaut, par l'autorité portuaire dans un délai de trente jours.
Art. 9. Het brevet wordt geschorst of ingetrokken door (het hoofd van het agentschap), op voorstel van de bootmannendienst en van de havenautoriteit of bij gebrek aan een bootmannendienst, door de havenautoriteit. De schorsing of intrekking wordt voorgesteld bij grove schuld of opzet.
  Na onderzoek door de leidend ambtenaar van de administratie wordt de beslissing binnen dertig dagen bij aangetekend schrijven aan de betrokken bootman ter kennis gebracht.
  Die kan binnen tien dagen na de kennisgeving, bij aangetekend schrijven, beroep aantekenen bij de minister.
  De minister doet binnen dertig dagen na ontvangst van het beroepschrift een uitspraak over het beroep. Die beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan de bootman meegedeeld.
Art. 9. Le brevet est suspendu ou retiré par le (chef de l'agence), sur proposition du service des maîtres d'équipage et de l'autorité portuaire où, à défaut d'un service des maîtres d'équipage, par l'autorité portuaire. La suspension ou le retrait est proposé en cas de faute grave ou de faute intentionnelle.
  Après enquête par le (chef de l'agence), la décision est notifiée dans les trente jours par lettre recommandée au maître d'équipage concerné.
  Celui-ci peut introduire un recours auprès du ministre dans les dix jours qui suivent la notification, par lettre recommandée.
  Le Ministre statue sur le recours dans les trente jours de sa réception. Cette décision est communiquée au maître d'équipage par lettre recommandée.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 10. De personen die op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad belast zijn met bootmannenwerk in de havens en de kanalen, bedoeld in het decreet, ontvangen van rechtswege een geldig brevet.
  De personen die op het ogenblik van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad reeds hun opleiding tot bootman met goed gevolg hebben beëindigd, ontvangen een geldig brevet.
Art. 10. Les personnes qui, le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge, sont chargées du travail de maître d'équipage dans les ports et canaux, visés dans le décret, reçoivent un brevet valable de plein droit.
  Les personnes qui, au moment de la publication du présent arrêté au Moniteur belge, ont déjà terminé avec fruit leur formation de maître d'équipage reçoivent un brevet valable.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 14 juli 2004.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  B. SOMERS
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  G. BOSSUYT
Art. 11. Le Ministre flamand qui a le Transport dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 14 juillet 2004.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  B. SOMERS
  Le Ministre flamand de la Mobilité, des Travaux publics et de l'Energie,
  G. BOSSUYT
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Programma voor het verwerven van het brevet van bootman.
  Minimaal te behalen aantal punten : 120 op een totaal van 200 punten.
  1 Algemeen gedeelte (minimaal te behalen aantal punten : 60 op 100)
  1.1 Beroepskennis
  1.1.1 Schiemanschap
  1.1.1.1 Kennis van touwwerken en staalkabels
  1.1.1.2 Elementaire kennis van knopen en steken
  1.2 Scheepsbouw
  1.2.1 Kennis van de voornaamste structuurelementen van de schepen
  1.3 Algemene kennis betreffende het manoeuvreren met schepen
  1.3.1 Besturen van een schip (algemene kennis)
  1.3.2 Aanzuiging en haar invloed (algemene kennis)
  1.3.3 De rol van het roer en de werking van de schroef (algemene kennis)
  1.3.4 Ankerings- en meringsmanoeuvres (algemene kennis)
  1.3.5 Manoeuvreren in sluizen en dokken (algemene kennis)
  1.4 Meertechnieken
  1.4.1 Algemene kennis, doel en gebruik van de verschillende meertrossen
  1.4.2 Algemene kennis, doel en gebruik van de verschillende soorten meerinrichtingen (vb. meerpalen, meerringen, meerhaken)
  1.4.3 Algemene kennis van de verschillende meertechnieken (vb. dubbel, trompetsteek)
  1.4.4 Algemene kennis, doel en gebruik van de door de bootmannendienst ingezette hulpmiddelen : (vb. werkboten, winchwagens)
  1.5 Gedrag in bijzondere omstandigheden
  1.5.1 Kennis en gebruik van de nautische scheepsuitrustingen, zoals winchen, ankerlieren en ankers (enkel van toepassing indien de bootmannendienst zijn personeel, aan boord van zeeschepen, inzet ter vervanging of aanvulling van de ontbrekende bemanningsleden)
  1.6 Veiligheid en milieu
  1.6.1 Algemene kennis en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, reddingsmiddelen en uitrustingsstukken
  1.6.2 Algemene kennis van gevaarlijke producten
  1.6.3 Melding, voorkoming en bestrijding van verontreiniging van de waterwegen
  1.6.4 100 meter zwemmen (eliminerende proef)
  2 Specifiek gedeelte (minimaal te behalen aantal punten : 60 op 100)
  2.1 Iedere havenautoriteit afzonderlijk stelt voor zijn eigen gebied specifieke aanvullende vereisten vast
  2.2 Iedere bootmandienst legt een eigen specifiek programma voor ter goedkeuring aan de havenautoriteit
  Brussel, 14 juli 2004.
  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2004 betreffende het brevet van bootman.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  B. SOMERS
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  G. BOSSUYT
Art. N1. Annexe I. Programme pour l'obtention du brevet de maître d'équipage.
  Nombre minimum de points à obtenir : 120 sur un total de 200 points.
  1 Partie générale (nombre minimum de points à obtenir : 60 sur 100)
  1.1 Connaissances professionnelles
  1.1.1 Cordage
  1.1.1.1 Connaissances du cordage et des câbles d'acier
  1.1.1.2 Connaissances élémentaires des noeuds
  1.2 Construction navale
  1.2.1 Connaissances des principaux éléments de la structure des bateaux
  1.3 Connaissances générales concernant les manoeuvres avec les bateaux
  1.3.1 Conduite d'un navire (connaissances générales)
  1.3.2 L'aspiration et son influence (connaissances générales)
  1.3.3 Le rôle du gouvernail et le fonctionnement de l'hélice (connaissances générales)
  1.3.4 Manoeuvres d'ancrage et d'amarrage (connaissances générales)
  1.3.5 Manoeuvres dans les écluses et dans les docks (connaissances générales)
  1.4 Techniques d'amarrage
  1.4.1 Connaissances générales, objectifs et utilisation des différentes amarres
  1.4.2 Connaissances générales, objectifs et utilisation des différents dispositifs d'amarrage (par exemple : bittes, anneaux et crochets d'amarrage)
  1.4.3 Connaissances générales des différentes techniques d'amarrage (double, noeud de jambe de chien)
  1.4.4 Connaissances générales, objectifs et utilisation des moyens utilisés par le service de maître d'équipage : (par exemple : ateliers flottants, voiture treuil)
  1.5 Conduite dans des circonstances particulières
  1.5.1 Connaissances et utilisation des aménagements nautiques tels que les treuils, les treuils d'ancre et les ancres (uniquement d'application si le service de maître d'équipage engage son personnel à bord des navires afin de remplacer ou de compléter les membres manquants de l'équipage)
  1.6 Sécurité et environnement
  1.6.1 Connaissances générales et utilisation des moyens de protection individuelle, des outils de sauvetage et des équipements
  1.6.2 Connaissances générales des produits dangereux
  1.6.3 Communication, prévention et lutte contre la pollution des voies d'eau
  1.6.4 nage de 100 m (épreuve éliminatoire)
  2 Partie spécifique (nombre minimum de points à obtenir : 60 sur 100)
  2.1 Chaque autorité portuaire détermine de manière individuelle des exigences complémentaires spécifiques pour sa propre zone
  2.2 Chaque service de maître d'équipage soumet un programme spécifique à l'approbation de l'autorité portuaire
  Bruxelles, le 14 juillet 2004.
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au brevet de maître d'équipage.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  B. SOMERS
  Le Ministre flamand de la Mobilité, des Travaux publics et de l'Energie,
  G. BOSSUYT
Art. N2. Bijlage II. - BREVET VAN BOOTMAN.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 30-08-2004, p. 63655).
  Gewijzigd bij :
  
  
  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 betreffende het brevet van bootman.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  B. SOMERS
  De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
  G. BOSSUYT
Art. N2. Annexe II. BREVET DE MAITRE D'EQUIPAGE.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 30-08-2004, p. 63658).
  Modifié par :
  
  
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 relatif au brevet de maître d'équipage.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  B. SOMERS
  Le Ministre flamand de la Mobilité, des Travaux publics et de l'Energie,
  G. BOSSUYT