Artikel 1. In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" Art. 7. § 1. In toepassing van artikel 141, § 2, van het decreet kan het lestijdenpakket worden herberekend als op één van de instapdata, bepaald in artikel 194, § 1, tweede lid, voor het schooljaar 2001-2002 en vanaf het schooljaar 2003-2004 bepaald in artikel 12, § 2, van het decreet, het aantal regelmatig ingeschreven kleuters zodanig gestegen is in vergelijking met de teldag of in vergelijking met het gemiddeld aantal regelmatige kleuters tijdens de telperiode, dat het aantal leerlingen recht geeft op ten minste elf lestijden meer dan het aantal dat op het ogenblik van de herberekening wordt aangewend in toepassing van de tabellen 1 of 3 als bijlagen bij dit besluit. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
5 DECEMBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs.
Titre
5 DECEMBRE 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire (TRADUCTION).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1. Dans l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7. § 1er. Par application de l'article 141, § 2, du décret, le capital-périodes peut être recalculé si à une des dates d'entrée à l'école maternelle, fixées à l'article 194, § 1er, deuxième alinéa, pour l'année scolaire 2001-2002 et fixées à l'article 12, § 2, du décret à compter de l'année scolaire 2003-2004, le nombre de jeunes enfants régulièrement inscrits dans l'école maternelle a tellement augmenté par rapport au jour de comptage ou par rapport au nombre moyen de jeunes enfants régulièrement inscrits pendant la période de comptage que le nombre d'élèves donne droit à onze périodes de plus au moins par rapport au nombre utilisé au moment du recalcul en application des tableaux 1 ou 3 figurant aux annexes du présent arrêté. "
" Art. 7. § 1er. Par application de l'article 141, § 2, du décret, le capital-périodes peut être recalculé si à une des dates d'entrée à l'école maternelle, fixées à l'article 194, § 1er, deuxième alinéa, pour l'année scolaire 2001-2002 et fixées à l'article 12, § 2, du décret à compter de l'année scolaire 2003-2004, le nombre de jeunes enfants régulièrement inscrits dans l'école maternelle a tellement augmenté par rapport au jour de comptage ou par rapport au nombre moyen de jeunes enfants régulièrement inscrits pendant la période de comptage que le nombre d'élèves donne droit à onze périodes de plus au moins par rapport au nombre utilisé au moment du recalcul en application des tableaux 1 ou 3 figurant aux annexes du présent arrêté. "
Art. 2. Aan hetzelfde besluit wordt onder Hoofdstuk III. Onderwijzend personeel, Afdeling B. Aanvullende lestijden 'een Onderafdeling 3' toegevoegd bestaande uit artikel 23 tot en met 23quater, dat luidt als volgt :
" Onderafdeling 3. - Aanvullende lestijden voor lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs
Art. 23. Met toepassing van artikel 138, § 1, 5°, van het decreet worden wekelijks aanvullend bij de lestijden volgens de schalen, lestijden voor lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs gefinancierd of gesubsidieerd met een minimum van één aanvullende lestijd per autonome kleuterschool of basisschool.
Art. 23bis. § 1. Voor de schooljaren 2001-2002 en 2002-2003 worden de lestijden per school berekend door de lestijden volgens de schalen, verkregen met toepassing van de artikelen 6 en 8 van dit besluit, te delen door 24 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het aantal aanvullende lestijden.
§ 2. Vanaf het schooljaar 2003-2004 worden de lestijden per school berekend door de lestijden volgens de schalen, verkregen met toepassing van de artikelen 6 en 8 van dit besluit, te delen door 12 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het aantal aanvullende lestijden.
Art. 23ter. § 1. De aanvullende lestijden kunnen worden herberekend als op één van de instapdata bepaald in artikel 12, § 2 van het decreet, de lestijden volgens de schalen kunnen worden herberekend overeenkomstig artikel 7, § 1 van dit besluit;
§ 2. De aanvullende lestijden verkregen als gevolg van de herberekening worden slechts gefinancierd of gesubsidieerd tot 30 juni van het lopende schooljaar.
Art. 23quater. Uit de aanvullende lestijden kunnen volgende betrekkingen worden geput :
- het ambt van kleuteronderwijzer;
- het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding. "
" Onderafdeling 3. - Aanvullende lestijden voor lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs
Art. 23. Met toepassing van artikel 138, § 1, 5°, van het decreet worden wekelijks aanvullend bij de lestijden volgens de schalen, lestijden voor lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs gefinancierd of gesubsidieerd met een minimum van één aanvullende lestijd per autonome kleuterschool of basisschool.
Art. 23bis. § 1. Voor de schooljaren 2001-2002 en 2002-2003 worden de lestijden per school berekend door de lestijden volgens de schalen, verkregen met toepassing van de artikelen 6 en 8 van dit besluit, te delen door 24 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het aantal aanvullende lestijden.
§ 2. Vanaf het schooljaar 2003-2004 worden de lestijden per school berekend door de lestijden volgens de schalen, verkregen met toepassing van de artikelen 6 en 8 van dit besluit, te delen door 12 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het aantal aanvullende lestijden.
Art. 23ter. § 1. De aanvullende lestijden kunnen worden herberekend als op één van de instapdata bepaald in artikel 12, § 2 van het decreet, de lestijden volgens de schalen kunnen worden herberekend overeenkomstig artikel 7, § 1 van dit besluit;
§ 2. De aanvullende lestijden verkregen als gevolg van de herberekening worden slechts gefinancierd of gesubsidieerd tot 30 juni van het lopende schooljaar.
Art. 23quater. Uit de aanvullende lestijden kunnen volgende betrekkingen worden geput :
- het ambt van kleuteronderwijzer;
- het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding. "
Art. 2. Au même arrêté sous Chapitre III. Personnel enseignant, Section B. Périodes de cours complémentaires', il est ajouté une Sous-section 3' comportant les articles 23 à 23quater inclus, rédigés comme suit :
" Sous-section 3. - Périodes de cours complémentaires pour éducation physique dans l'enseignement maternel
Art. 23. Par application de l'article 138, § 1er, 5°, du décret, des périodes complémentaires aux périodes selon les échelles, sont financées ou subventionnées hebdomadairement pour les cours d'éducation physique dans l'enseignement maternel avec un minimum d'une période complémentaire par école maternelle ou école fondamentale autonome.
Art. 23bis. § 1er. Pour les années scolaires 2001-2002 et 2002-2003, les périodes par école sont calculées en divisant les périodes selon les échelles, obtenues par application des articles 6 et 8 du présent arrêté, par 24 jusqu'à l'unité. Le quotient est égal au nombre de périodes complémentaires.
§ 2. A compter de l'année scolaire 2003-2004, les périodes par école sont calculées en divisant les périodes selon les échelles, obtenues par application des articles 6 et 8 du présent arrêté, par 12 jusqu'à l'unité. Le quotient est égal au nombre de périodes complémentaires.
Art. 23ter. § 1er. Les périodes complémentaires peuvent être recalculées si à une des dates d'entrée à l'école maternelle fixées à l'article 12, § 2, du décret les périodes selon les échelles peuvent être recalculées conformément à l'article 7, § 1er, du présent arrêté;
§ 2. Les périodes complémentaires obtenues sur la base du recalcul sont financées ou subventionnées jusqu'au 30 juin de l'année scolaire en cours.
Art. 23quater. Dans les périodes complémentaires les emplois suivants peuvent être puisés :
- la fonction d'instituteur préscolaire;
- la fonction de maître d'éducation physique. "
" Sous-section 3. - Périodes de cours complémentaires pour éducation physique dans l'enseignement maternel
Art. 23. Par application de l'article 138, § 1er, 5°, du décret, des périodes complémentaires aux périodes selon les échelles, sont financées ou subventionnées hebdomadairement pour les cours d'éducation physique dans l'enseignement maternel avec un minimum d'une période complémentaire par école maternelle ou école fondamentale autonome.
Art. 23bis. § 1er. Pour les années scolaires 2001-2002 et 2002-2003, les périodes par école sont calculées en divisant les périodes selon les échelles, obtenues par application des articles 6 et 8 du présent arrêté, par 24 jusqu'à l'unité. Le quotient est égal au nombre de périodes complémentaires.
§ 2. A compter de l'année scolaire 2003-2004, les périodes par école sont calculées en divisant les périodes selon les échelles, obtenues par application des articles 6 et 8 du présent arrêté, par 12 jusqu'à l'unité. Le quotient est égal au nombre de périodes complémentaires.
Art. 23ter. § 1er. Les périodes complémentaires peuvent être recalculées si à une des dates d'entrée à l'école maternelle fixées à l'article 12, § 2, du décret les périodes selon les échelles peuvent être recalculées conformément à l'article 7, § 1er, du présent arrêté;
§ 2. Les périodes complémentaires obtenues sur la base du recalcul sont financées ou subventionnées jusqu'au 30 juin de l'année scolaire en cours.
Art. 23quater. Dans les périodes complémentaires les emplois suivants peuvent être puisés :
- la fonction d'instituteur préscolaire;
- la fonction de maître d'éducation physique. "
Art. 3. Aan hetzelfde besluit wordt een Hoofdstuk IIIbis, bestaande uit artikel 27bis tot en met 27sexies toegevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIIbis. - Paramedisch personeel
Art. 27bis. Met toepassing van artikel 146bis van het decreet wordt in het kleuteronderwijs een urenpakket voor kinderverzorgers gefinancierd of gesubsidieerd.
Art. 27ter. § 1. Het urenpakket wordt ieder schooljaar per school berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.
§ 2. In afwijking van § 1 wordt het urenpakket voor programmatiescholen en scholen in herstructurering berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.
Art. 27quater. Het urenpakket wordt per school als volgt berekend :
- vanaf 35 kleuters worden er 8 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd;
- per bijkomende schijf van 55 kleuters wordt 1 klokuur gefinancierd of gesubsidieerd;
- voor scholen bestaande uit meerdere vestigingsplaatsen kleuteronderwijs worden er per vestigingsplaats kleuteronderwijs bijkomend 2 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd.
Art. 27quinquies. Uit het urenpakket worden de betrekkingen geput voor :
- het ambt van kinderverzorger.
Art. 27sexies. De omrekening van het urenpakket naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen kinderverzorger gebeurt door de som van de uren verkregen overeenkomstig artikel 27quater van dit besluit te delen door 32 tot op de eenheid; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen. "
" HOOFDSTUK IIIbis. - Paramedisch personeel
Art. 27bis. Met toepassing van artikel 146bis van het decreet wordt in het kleuteronderwijs een urenpakket voor kinderverzorgers gefinancierd of gesubsidieerd.
Art. 27ter. § 1. Het urenpakket wordt ieder schooljaar per school berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.
§ 2. In afwijking van § 1 wordt het urenpakket voor programmatiescholen en scholen in herstructurering berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.
Art. 27quater. Het urenpakket wordt per school als volgt berekend :
- vanaf 35 kleuters worden er 8 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd;
- per bijkomende schijf van 55 kleuters wordt 1 klokuur gefinancierd of gesubsidieerd;
- voor scholen bestaande uit meerdere vestigingsplaatsen kleuteronderwijs worden er per vestigingsplaats kleuteronderwijs bijkomend 2 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd.
Art. 27quinquies. Uit het urenpakket worden de betrekkingen geput voor :
- het ambt van kinderverzorger.
Art. 27sexies. De omrekening van het urenpakket naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen kinderverzorger gebeurt door de som van de uren verkregen overeenkomstig artikel 27quater van dit besluit te delen door 32 tot op de eenheid; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen. "
Art. 3. Au même décret, il est ajouté un Chapitre IIIbis, comprenant les articles 27bis à 27sexies inclus, rédigés comme suit :
" CHAPITRE IIIbis. - Personnel paramédical
Art. 27bis. Par application de l'article 146bis du décret, un capital-heures pour puériculteurs est financé ou subventionné dans l'enseignement maternel.
Art. 27ter. § 1er. Chaque année scolaire, le capital-heures est calculé par école sur la base du nombre de jeunes enfants réguliers au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente et sur la base du nombre d'implantations supplémentaires d'enseignement maternel.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le capital-heures pour les écoles soumises aux normes de programmation et les écoles faisant l'objet d'une restructuration est calculé sur la base du nombre de jeunes enfants régulièrement inscrits au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours et sur la base du nombre d'implantations supplémentaires d'enseignement maternel.
Art. 27quater. Le capital-heures est calculé par école de la manière suivante :
- à partir de 35 jeunes enfants, 8 heures d'horloge sont financées ou subventionnées;
- par tranche supplémentaire de 55 jeunes enfants, une heure d'horloge est financée ou subventionnée;
- pour les écoles comportant plusieurs implantations d'enseignement maternel, 2 heures d'horloge supplémentaires sont financées ou subventionnées par implantation d'enseignement maternel.
Art. 27quinquies. Dans le capital-heures, les emplois sont puisés pour :
- la fonction de puériculteur.
Art. 27sexies. La conversion du capital-heures vers des emplois financés ou subventionnés de puériculteur à temps plein ou à temps partiel s'opère en divisant la somme des heures obtenues conformément à l'article 27quater du présent arrêté par 32 jusqu'à l'unité; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. "
" CHAPITRE IIIbis. - Personnel paramédical
Art. 27bis. Par application de l'article 146bis du décret, un capital-heures pour puériculteurs est financé ou subventionné dans l'enseignement maternel.
Art. 27ter. § 1er. Chaque année scolaire, le capital-heures est calculé par école sur la base du nombre de jeunes enfants réguliers au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente et sur la base du nombre d'implantations supplémentaires d'enseignement maternel.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le capital-heures pour les écoles soumises aux normes de programmation et les écoles faisant l'objet d'une restructuration est calculé sur la base du nombre de jeunes enfants régulièrement inscrits au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours et sur la base du nombre d'implantations supplémentaires d'enseignement maternel.
Art. 27quater. Le capital-heures est calculé par école de la manière suivante :
- à partir de 35 jeunes enfants, 8 heures d'horloge sont financées ou subventionnées;
- par tranche supplémentaire de 55 jeunes enfants, une heure d'horloge est financée ou subventionnée;
- pour les écoles comportant plusieurs implantations d'enseignement maternel, 2 heures d'horloge supplémentaires sont financées ou subventionnées par implantation d'enseignement maternel.
Art. 27quinquies. Dans le capital-heures, les emplois sont puisés pour :
- la fonction de puériculteur.
Art. 27sexies. La conversion du capital-heures vers des emplois financés ou subventionnés de puériculteur à temps plein ou à temps partiel s'opère en divisant la somme des heures obtenues conformément à l'article 27quater du présent arrêté par 32 jusqu'à l'unité; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. "
Art. 4. Aan hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIIter, bestaande uit artikel 27septies tot en met 27quindecies, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIIter. - Beleids- en ondersteunend personeel
Afdeling A. - Zorgbeleid
Art. 27septies. Met toepassing van artikel 153octies van het decreet wordt aan iedere autonome kleuter-, lagere of basisschool jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor een personeelsomkadering ter ondersteuning van het op school gevoerde zorgbeleid.
Art. 27octies. Op basis van het aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldatum of op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen wordt volgende puntenenveloppe per school toegekend :
9 punten voor scholen met minder dan 100 leerlingen.
17 punten voor scholen met 100 tot 149 leerlingen.
24 punten voor scholen met 150 tot 299 leerlingen.
42 punten voor scholen met 300 tot 449 leerlingen.
61 punten voor scholen met 450 tot 599 leerlingen.
85 punten voor scholen met 600 tot 699 leerlingen.
102 punten voor scholen met 700 tot 749 leerlingen.
109 punten voor scholen vanaf 750 leerlingen.
Art. 27novies. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens artikel 27octies kan het ambt worden ingericht van beleidsmedewerker uit de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel.
Art. 27decies. § 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :
1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 148 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht.
2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 501 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht.
§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :
" HOOFDSTUK IIIter. - Beleids- en ondersteunend personeel
Afdeling A. - Zorgbeleid
Art. 27septies. Met toepassing van artikel 153octies van het decreet wordt aan iedere autonome kleuter-, lagere of basisschool jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor een personeelsomkadering ter ondersteuning van het op school gevoerde zorgbeleid.
Art. 27octies. Op basis van het aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldatum of op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen wordt volgende puntenenveloppe per school toegekend :
9 punten voor scholen met minder dan 100 leerlingen.
17 punten voor scholen met 100 tot 149 leerlingen.
24 punten voor scholen met 150 tot 299 leerlingen.
42 punten voor scholen met 300 tot 449 leerlingen.
61 punten voor scholen met 450 tot 599 leerlingen.
85 punten voor scholen met 600 tot 699 leerlingen.
102 punten voor scholen met 700 tot 749 leerlingen.
109 punten voor scholen vanaf 750 leerlingen.
Art. 27novies. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens artikel 27octies kan het ambt worden ingericht van beleidsmedewerker uit de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel.
Art. 27decies. § 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :
1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 148 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht.
2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 501 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht.
§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :
Art. 4. Au même arrêté, il est ajouté un chapitre IIIter, comprenant les articles 27septies à 27quindecies inclus, rédigés comme suit :
" CHAPITRE IIIter. - Personnel de gestion et d'appui
Section A. - Gestion de l'encadrement renforcé
Art. 27septies. Par application de l'article 153octies du décret, une enveloppe de points est octroyée à chaque école maternelle, primaire ou fondamentale autonome pour un encadrement en personnel destiné à soutenir la gestion de l'encadrement renforcé mise en oeuvre à l'école.
Art. 27octies. Sur la base du nombre d'élèves réguliers inscrits à la date de comptage ou sur la base du nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, chaque école se voit attribuer l'enveloppe de points suivante :
9 points pour les écoles de moins de 100 élèves.
17 points pour les écoles de 100 à 149 élèves.
24 points pour les écoles de 150 à 299 élèves.
42 points pour les écoles de 300 à 449 élèves.
61 points pour les écoles de 450 à 599 élèves.
85 points pour les écoles de 600 à 699 élèves.
102 points pour les écoles de 700 à 749 élèves.
109 points pour les écoles à partir de 750 élèves.
Art. 27novies. Sur la base de l'enveloppe de points obtenue conformément à l'article 27octies, la fonction de collaborateur de gestion dans la catégorie du personnel de gestion et d'appui peut être créée.
Art. 27decies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 148, 85 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
2° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 501, 126 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
§ 2. Pour l'utilisation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie selon le tableau suivant :
" CHAPITRE IIIter. - Personnel de gestion et d'appui
Section A. - Gestion de l'encadrement renforcé
Art. 27septies. Par application de l'article 153octies du décret, une enveloppe de points est octroyée à chaque école maternelle, primaire ou fondamentale autonome pour un encadrement en personnel destiné à soutenir la gestion de l'encadrement renforcé mise en oeuvre à l'école.
Art. 27octies. Sur la base du nombre d'élèves réguliers inscrits à la date de comptage ou sur la base du nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, chaque école se voit attribuer l'enveloppe de points suivante :
9 points pour les écoles de moins de 100 élèves.
17 points pour les écoles de 100 à 149 élèves.
24 points pour les écoles de 150 à 299 élèves.
42 points pour les écoles de 300 à 449 élèves.
61 points pour les écoles de 450 à 599 élèves.
85 points pour les écoles de 600 à 699 élèves.
102 points pour les écoles de 700 à 749 élèves.
109 points pour les écoles à partir de 750 élèves.
Art. 27novies. Sur la base de l'enveloppe de points obtenue conformément à l'article 27octies, la fonction de collaborateur de gestion dans la catégorie du personnel de gestion et d'appui peut être créée.
Art. 27decies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 148, 85 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
2° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 501, 126 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
§ 2. Pour l'utilisation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie selon le tableau suivant :
Puntenwaarde 85 126
- - -
Aantal uren Punten Punten
- - -
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
- - -
Aantal uren Punten Punten
- - -
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
Valeur en points 85 126
- - -
Nombre d'heures Points Points
- - -
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
- - -
Nombre d'heures Points Points
- - -
1 2 4
2 5 7
3 7 11
4 9 14
5 12 18
6 14 21
7 17 25
8 19 28
9 21 32
10 24 35
11 26 39
12 28 42
13 31 46
14 33 49
15 35 53
16 38 56
17 40 60
18 42 63
19 45 67
20 47 70
21 50 74
22 52 77
23 54 81
24 57 84
25 59 88
26 61 91
27 64 95
28 66 98
29 68 102
30 71 105
31 73 109
32 76 112
33 78 116
34 80 119
35 83 123
36 85 126
Afdeling B. - Administratieve ondersteuning
Art. 27undecies. Met toepassing van artikel 153novies van het decreet wordt aan iedere autonome kleuter-, lagere of basisschool een puntenenveloppe voor administratief personeel toegekend.
Art. 27duodecies. § 1. De totale puntenenveloppe voor het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een fulltime betrekking te delen door 82.
§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.
§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :
- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficiënt voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;
- de puntenwaarde per leerling het resultaat is van de volgende bewerking :
totale puntenenveloppe - (9 X aantal scholen van het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gesubsidieerd gewoon basisonderwijs;
- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.
Art. 27terdecies. § 1. De totale puntenenveloppe voor het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een full-time betrekking te delen door 82.
§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.
§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :
- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficiënt voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;
- de puntenwaarde per leerling wordt bepaald door de volgende bewerking :
totale puntenenveloppe - (9 X aantal gemeenschapsscholen gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.
Art. 27quaterdecies. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens de artikelen 27duodecies of terdecies kan het ambt van administratief medewerker worden ingericht uit de categorie van beleids- en ondersteunend personeel.
Art. 27quindecies. § 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :
1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 202 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.
2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 158 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht.
3° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 542 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht.
4° indien een betrekking wordt ingenomen door een personeelslid dat ingevolge een beslissing van de administratieve gezondheidsdienst ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wedertewerkgesteld wordt als administratieve medewerker, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.
§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :
Art. 27undecies. Met toepassing van artikel 153novies van het decreet wordt aan iedere autonome kleuter-, lagere of basisschool een puntenenveloppe voor administratief personeel toegekend.
Art. 27duodecies. § 1. De totale puntenenveloppe voor het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een fulltime betrekking te delen door 82.
§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.
§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :
- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficiënt voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;
- de puntenwaarde per leerling het resultaat is van de volgende bewerking :
totale puntenenveloppe - (9 X aantal scholen van het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gesubsidieerd gewoon basisonderwijs;
- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.
Art. 27terdecies. § 1. De totale puntenenveloppe voor het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een full-time betrekking te delen door 82.
§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.
§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :
- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficiënt voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;
- de puntenwaarde per leerling wordt bepaald door de volgende bewerking :
totale puntenenveloppe - (9 X aantal gemeenschapsscholen gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs;
- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.
Art. 27quaterdecies. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens de artikelen 27duodecies of terdecies kan het ambt van administratief medewerker worden ingericht uit de categorie van beleids- en ondersteunend personeel.
Art. 27quindecies. § 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :
1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 202 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.
2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 158 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht.
3° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 542 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht.
4° indien een betrekking wordt ingenomen door een personeelslid dat ingevolge een beslissing van de administratieve gezondheidsdienst ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wedertewerkgesteld wordt als administratieve medewerker, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.
§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :
Section B. - Appui administratif
Art. 27undecies. Par application de l'article 153novies du décret, il est attribué à chaque école d'enseignement maternel, primaire ou fondamental autonome une enveloppe de points à affecter au personnel administratif.
Art. 27duodecies. § 1er. L'enveloppe totale de points pour l'enseignement fondamental ordinaire subventionné est calculée par année scolaire en divisant par la valeur monétaire par point le budget disponible dans les limites des crédits budgétaires pour le personnel administratif dans l'enseignement fondamental ordinaire subventionné. La valeur monétaire par point est définie en divisant le coût salarial moyen d'un emploi à temps plein par 82.
§ 2. Chaque école a droit à une enveloppe de base de 9 points.
§ 3. Par école, une enveloppe de points supplémentaire est attribuée. Celle-ci est calculée en multipliant le nombre d'élèves réguliers inscrits au jour de comptage ou le nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, par la valeur de points par élève et dans ce calcul :
- le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement primaire est égal à 1 et le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement maternel est égal à 0,6636;
- la valeur en points par élève est le résultat de l'opération suivante :
enveloppe totale de points - (9 X le nombre d'écoles de l'enseignement fondamental ordinaire subventionné);le nombre total d'élèves pondérés de l'enseignement fondamental ordinaire subventionné;>
- le résultat du calcul de cette enveloppe de points supplémentaire est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à 4.
Art. 27terdecies. § 1er. L'enveloppe totale de points pour l'enseignement fondamental ordinaire de l'enseignement communautaire est calculée par année scolaire en divisant par la valeur monétaire par point le budget disponible dans les limites des crédits budgétaires pour le personnel administratif dans l'enseignement fondamental ordinaire de l'enseignement communautaire. La valeur monétaire par point est définie en divisant le coût salarial moyen d'un emploi à temps plein par 82.
§ 2. Chaque école a droit à une enveloppe de base de 9 points.
§ 3. Par école, une enveloppe de points supplémentaire est attribuée. Celle-ci est calculée en multipliant le nombre d'élèves réguliers pondérés inscrits au jour de comptage ou le nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, par la valeur en points par élève et dans ce calcul :
- le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement primaire est égal à 1 et le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement maternel est égal à 0,6636;
- la valeur en points par élève est définie par l'opération suivante :
enveloppe totale de points - (9 X le nombre d'écoles de l'enseignement communautaire dispensant un enseignement fondamental ordinaire)
le nombre totale d'élèves pondérés fréquentant l'enseignement fondamental ordinaire dispensé par l'enseignement communautaire;
- le résultat du calcul de cette enveloppe de points supplémentaire est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à 4.
Art. 27quaterdecies. Sur la base de l'enveloppe de points obtenue conformément aux articles 27duodecies ou terdecies, la fonction de collaborateur administratif de la catégorie du personnel de gestion et d'appui peut être créée.
Art. 27quindecies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 202, 63 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
2° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 158, 82 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
3° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 542, 120 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
4° si un emploi est occupé par un membre du personnel qui, par suite d'une décision du service de santé administratif, est mis à la disposition par défaut d'emploi et remis au travail comme collaborateur administratif, 63 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
§ 2. Pour l'utilisation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie selon le tableau suivant :
Art. 27undecies. Par application de l'article 153novies du décret, il est attribué à chaque école d'enseignement maternel, primaire ou fondamental autonome une enveloppe de points à affecter au personnel administratif.
Art. 27duodecies. § 1er. L'enveloppe totale de points pour l'enseignement fondamental ordinaire subventionné est calculée par année scolaire en divisant par la valeur monétaire par point le budget disponible dans les limites des crédits budgétaires pour le personnel administratif dans l'enseignement fondamental ordinaire subventionné. La valeur monétaire par point est définie en divisant le coût salarial moyen d'un emploi à temps plein par 82.
§ 2. Chaque école a droit à une enveloppe de base de 9 points.
§ 3. Par école, une enveloppe de points supplémentaire est attribuée. Celle-ci est calculée en multipliant le nombre d'élèves réguliers inscrits au jour de comptage ou le nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, par la valeur de points par élève et dans ce calcul :
- le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement primaire est égal à 1 et le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement maternel est égal à 0,6636;
- la valeur en points par élève est le résultat de l'opération suivante :
enveloppe totale de points - (9 X le nombre d'écoles de l'enseignement fondamental ordinaire subventionné);le nombre total d'élèves pondérés de l'enseignement fondamental ordinaire subventionné;>
- le résultat du calcul de cette enveloppe de points supplémentaire est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à 4.
Art. 27terdecies. § 1er. L'enveloppe totale de points pour l'enseignement fondamental ordinaire de l'enseignement communautaire est calculée par année scolaire en divisant par la valeur monétaire par point le budget disponible dans les limites des crédits budgétaires pour le personnel administratif dans l'enseignement fondamental ordinaire de l'enseignement communautaire. La valeur monétaire par point est définie en divisant le coût salarial moyen d'un emploi à temps plein par 82.
§ 2. Chaque école a droit à une enveloppe de base de 9 points.
§ 3. Par école, une enveloppe de points supplémentaire est attribuée. Celle-ci est calculée en multipliant le nombre d'élèves réguliers pondérés inscrits au jour de comptage ou le nombre moyen d'élèves réguliers pendant la période de comptage qui s'applique au calcul des périodes selon les échelles, par la valeur en points par élève et dans ce calcul :
- le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement primaire est égal à 1 et le coefficient de pondération pour un élève de l'enseignement maternel est égal à 0,6636;
- la valeur en points par élève est définie par l'opération suivante :
enveloppe totale de points - (9 X le nombre d'écoles de l'enseignement communautaire dispensant un enseignement fondamental ordinaire)
le nombre totale d'élèves pondérés fréquentant l'enseignement fondamental ordinaire dispensé par l'enseignement communautaire;
- le résultat du calcul de cette enveloppe de points supplémentaire est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à 4.
Art. 27quaterdecies. Sur la base de l'enveloppe de points obtenue conformément aux articles 27duodecies ou terdecies, la fonction de collaborateur administratif de la catégorie du personnel de gestion et d'appui peut être créée.
Art. 27quindecies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 202, 63 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
2° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 158, 82 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
3° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 542, 120 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
4° si un emploi est occupé par un membre du personnel qui, par suite d'une décision du service de santé administratif, est mis à la disposition par défaut d'emploi et remis au travail comme collaborateur administratif, 63 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein.
§ 2. Pour l'utilisation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie selon le tableau suivant :
Puntenwaarde 63 82 120
- - - -
Aantal uren Punten Punten Punten
- - - -
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 32 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
- - - -
Aantal uren Punten Punten Punten
- - - -
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 32 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
Valeur en points 63 82 120
- - - -
Nombre d'heures Points Points Points
- - - -
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 32 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
- - - -
Nombre d'heures Points Points Points
- - - -
1 2 2 3
2 4 5 7
3 5 7 10
4 7 9 13
5 9 11 17
6 11 14 20
7 12 16 23
8 14 18 27
9 16 21 30
10 18 23 33
11 19 25 37
12 21 27 40
13 23 30 43
14 25 32 47
15 26 34 50
16 28 36 53
17 30 39 57
18 32 41 60
19 33 43 63
20 35 46 67
21 37 48 70
22 39 50 73
23 40 52 77
24 42 55 80
25 44 57 83
26 46 59 87
27 47 62 90
28 49 64 93
29 51 66 97
30 53 68 100
31 54 71 103
32 56 73 107
33 58 75 110
34 60 77 113
35 61 80 117
36 63 82 120
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003 met uitzondering van de artikelen 1, 2 en 3 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2001.
Art. 5. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2003, à l'exception des articles 1er, 2 et 3 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2001.
Art. 6. De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 december 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Brussel, 5 december 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Art. 6. La Ministre flamande ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 5 décembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN.
Bruxelles, le 5 décembre 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN.