Artikel 1. In artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1997, 16 mei 2001 en 18 maart 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 27 wordt vervangen als volgt :
" 27. het Agentschap : Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; ";
2° er wordt een punt 28 toegevoegd luidend als volgt :
" 28. validering : informaticaverbinding ingesteld door de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde tussen het geïnformatiseerd register van het slachthuis en de Centrale Sanitel databank, met het oog op het aanvullen van het geïnformatiseerd register van het slachthuis met de gegevens verkregen bij de slachtingsaangifte en het controleren van de gegevens met betrekking tot de dieren en hun beslag van herkomst; ";
3° er wordt een punt 29 toegevoegd luidend als volgt :
" 29. aangever : degene die een dier in het slachthuis wil slachten of doen slachten of bij afwezigheid de vervoerder die het dier in het slachthuis binnenbrengt. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
31 JULI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen.
Titre
31 JUILLET 2004. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 4 juillet 1996 relatif aux conditions générales et spéciales d'exploitation des abattoirs et d'autres établissements.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. A l'article 1er, § 1er, de l'arrêté royal du 4 juillet 1996 relatif aux conditions générales et spéciales d'exploitation des abattoirs et d'autres établissements, modifié par les arrêtés royaux des 22 décembre 1997, 16 mai 2001 et 18 mars 2002, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 27 est remplacé par la disposition suivante :
" 27. l'Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ";
2° il est ajouté un point 28 rédigé comme suit :
" 28. validation : connexion informatique initiée par l'exploitant de l'abattoir ou son préposé entre le registre informatisé de l'abattoir et la base de données centrale Sanitel, en vue de compléter dans le registre informatisé de l'abattoir les données recueillies lors de la déclaration d'abattage et de vérifier les données relatives aux animaux et à leur troupeau de provenance; ";
3° il est ajouté un point 29 rédigé comme suit :
" 29. déclarant : celui qui veut abattre ou faire abattre un animal à l'abattoir ou, en son absence, le transporteur qui introduit l'animal à l'abattoir. ".
1° le point 27 est remplacé par la disposition suivante :
" 27. l'Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ";
2° il est ajouté un point 28 rédigé comme suit :
" 28. validation : connexion informatique initiée par l'exploitant de l'abattoir ou son préposé entre le registre informatisé de l'abattoir et la base de données centrale Sanitel, en vue de compléter dans le registre informatisé de l'abattoir les données recueillies lors de la déclaration d'abattage et de vérifier les données relatives aux animaux et à leur troupeau de provenance; ";
3° il est ajouté un point 29 rédigé comme suit :
" 29. déclarant : celui qui veut abattre ou faire abattre un animal à l'abattoir ou, en son absence, le transporteur qui introduit l'animal à l'abattoir. ".
Art. 2. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 9. § 1. De slachtingsaangifte van een dier in een slachthuis moet gedaan worden door de aangever bij de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde. Hetzelfde geldt als het dier dood of gekeeld is.
De exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde moet aanwezig zijn bij het binnenbrengen van de dieren, teneinde de slachtingsaangifte in ontvangst te nemen. Dit moet voor de aflading gebeuren.
§ 2. Dieren mogen enkel het voorwerp uitmaken van een enkele en dezelfde slachtingsaangifte als alle inlichtingen bezorgd door de aangever zonder onderscheid op hen van toepassing zijn. In dit geval wordt het aantal betrokken dieren vermeld.
§ 3. Bij de slachtingsaangifte overhandigt de aangever aan de exploitant van het slachthuis of aan zijn aangestelde de documenten die het dier of de dieren moeten begeleiden en die meer bepaald voorgeschreven zijn bij of krachtens de wetten van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren of de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. De exploitant houdt deze documenten ter beschikking van de keurder. "
" Art. 9. § 1. De slachtingsaangifte van een dier in een slachthuis moet gedaan worden door de aangever bij de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde. Hetzelfde geldt als het dier dood of gekeeld is.
De exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde moet aanwezig zijn bij het binnenbrengen van de dieren, teneinde de slachtingsaangifte in ontvangst te nemen. Dit moet voor de aflading gebeuren.
§ 2. Dieren mogen enkel het voorwerp uitmaken van een enkele en dezelfde slachtingsaangifte als alle inlichtingen bezorgd door de aangever zonder onderscheid op hen van toepassing zijn. In dit geval wordt het aantal betrokken dieren vermeld.
§ 3. Bij de slachtingsaangifte overhandigt de aangever aan de exploitant van het slachthuis of aan zijn aangestelde de documenten die het dier of de dieren moeten begeleiden en die meer bepaald voorgeschreven zijn bij of krachtens de wetten van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren of de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. De exploitant houdt deze documenten ter beschikking van de keurder. "
Art. 2. L'article 9 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. § 1er. La déclaration d'abattage d'un animal dans un abattoir doit être faite par le déclarant auprès de l'exploitant de l'abattoir ou de son préposé. Il en est de même si l'animal est mort ou jugulé.
L'exploitant de l'abattoir ou son préposé doit être présent au moment de l'introduction des animaux, afin de recevoir la déclaration d'abattage. Celle-ci doit avoir lieu avant le déchargement.
§ 2. Des animaux ne peuvent faire l'objet d'une seule et même déclaration d'abattage que si tous les renseignements fournis par le déclarant leur sont applicables indistinctement. Dans ce cas, le nombre d'animaux concernés est mentionné.
§ 3. Lors de la déclaration d'abattage, le déclarant remet à l'exploitant de l'abattoir ou à son préposé les documents qui doivent accompagner l'animal ou les animaux et qui sont prescrits notamment par ou en vertu des lois du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier, du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime, du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux ou du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. L'exploitant tient ces documents à la disposition de l'expert. "
" Art. 9. § 1er. La déclaration d'abattage d'un animal dans un abattoir doit être faite par le déclarant auprès de l'exploitant de l'abattoir ou de son préposé. Il en est de même si l'animal est mort ou jugulé.
L'exploitant de l'abattoir ou son préposé doit être présent au moment de l'introduction des animaux, afin de recevoir la déclaration d'abattage. Celle-ci doit avoir lieu avant le déchargement.
§ 2. Des animaux ne peuvent faire l'objet d'une seule et même déclaration d'abattage que si tous les renseignements fournis par le déclarant leur sont applicables indistinctement. Dans ce cas, le nombre d'animaux concernés est mentionné.
§ 3. Lors de la déclaration d'abattage, le déclarant remet à l'exploitant de l'abattoir ou à son préposé les documents qui doivent accompagner l'animal ou les animaux et qui sont prescrits notamment par ou en vertu des lois du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier, du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime, du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux ou du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. L'exploitant tient ces documents à la disposition de l'expert. "
Art. 3. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 10. Bij de slachtingsaangifte van een dier waarvan het vlees bestemd is voor de uitsluitende behoeften van de eigenaar en zijn huisgezin, wordt het registratienummer van de eigenaar van het dier, bedoeld in artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren aan de exploitant van het slachthuis of aan zijn aangestelde medegedeeld. "
" Art. 10. Bij de slachtingsaangifte van een dier waarvan het vlees bestemd is voor de uitsluitende behoeften van de eigenaar en zijn huisgezin, wordt het registratienummer van de eigenaar van het dier, bedoeld in artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren aan de exploitant van het slachthuis of aan zijn aangestelde medegedeeld. "
Art. 3. L'article 10 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10. Lors de la déclaration de l'abattage d'un animal dont les viandes sont destinées aux besoins exclusifs du propriétaire et de son ménage, le numéro d'enregistrement du propriétaire de l'animal, visé à l'article 6, § 1er, de l'arrêté royal du 9 mars 1953 concernant le commerce des viandes de boucherie et réglementant l'expertise des animaux abattus à l'intérieur du pays, est communiqué à l'exploitant de l'abattoir ou son préposé. "
" Art. 10. Lors de la déclaration de l'abattage d'un animal dont les viandes sont destinées aux besoins exclusifs du propriétaire et de son ménage, le numéro d'enregistrement du propriétaire de l'animal, visé à l'article 6, § 1er, de l'arrêté royal du 9 mars 1953 concernant le commerce des viandes de boucherie et réglementant l'expertise des animaux abattus à l'intérieur du pays, est communiqué à l'exploitant de l'abattoir ou son préposé. "
Art. 4. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 11. § 1. De gegevens betreffende de verrichtingen die in het slachthuis plaatsvinden, worden, naargelang van het geval, door de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde of door de keurder via een specifieke software die door het Agentschap ter beschikking van de exploitant wordt gesteld, in een geïnformatiseerd register ingeschreven.
De exploitant stelt de informatica- en communicatie-uitrusting op zijn kosten ter beschikking evenals het personeel dat nodig is om ermee te werken. De keurder moet hiertoe steeds toegang hebben.
De Minister bepaalt de informatica- en communicatie-uitrusting die nodig is, evenals de andere doeleinden waarvoor ze kan worden gebruikt.
§ 2. Het in § 1 bedoelde register bevat ten minste de rubrieken binnengekomen dieren, veterinaire keuring, geslachte dieren en verzendingen. De Minister kan nog andere rubrieken bepalen.
De Minister bepaalt welke gegevens onder elke rubriek moeten worden ingebracht. Hij stelt de bijkomende bepalingen vast met betrekking tot het bijhouden van het in § 1 bedoelde register.
§ 3. Bij de aangifte dienen de gegevens van de dieren die geslacht moeten worden, onmiddellijk door de exploitant of zijn aangestelde onder de rubriek binnengekomen dieren te worden ingeschreven.
Elk dier dat onder de rubriek van binnengekomen dieren is ingeschreven moet in het slachthuis worden geslacht of gedood.
De keurder kan echter de toelating geven dat levende dieren het slachthuis verlaten omwille van de dierengezondheid of de bescherming en het welzijn der dieren. In dit geval vermeldt hij dit onder de rubriek binnengekomen dieren.
Indien een dier werd bedwelmd, gekeeld, verbloed en, desgevallend, van ingewanden ontdaan, buiten het slachthuis, kan het worden uitgeslacht, als de voor de post mortem keuring nodige gegevens zijn geleverd door middel van het vervoersdocument zoals bedoeld in het artikel 20 van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren.
§ 4. Door middel van voormelde specifieke software bedoeld in § 1, voert de exploitant of zijn aangestelde de validering van de gegevens bedoeld in § 3 uit met name ten opzichte van de gegevens vervat in de Sanitel databank.
De keurder houdt toezicht op de overeenstemming tussen de gegevens ingebracht door de exploitant of zijn aangestelde onder de rubriek van de binnengekomen dieren en deze die voortvloeien uit de validering.
Hij mag het gezondheidsonderzoek voor het slachten alleen afsluiten als de exploitant of zijn aangestelde de validatie heeft uitgevoerd.
Bij overmacht of om redenen die verband houden met de dierengezondheid of met de bescherming en het welzijn der dieren, mag de keurder evenwel toestaan dat voor de validatie wordt geslacht. Het vlees kan in dat geval pas na de validatie voor menselijke consumptie geschikt worden verklaard.
§ 5. De keurder voert onder de rubriek van de veterinaire keuring de vaststellingen en beslissingen in met betrekking tot het gezondheidsonderzoek voor de slachting.
§ 6. Tenminste op het einde van elk ononderbroken slachtingsproces worden de gegevens ingevoerd onder de rubriek van de geslachte dieren door de exploitant of zijn aangestelde.
§ 7. De keurder voert onder de rubriek van de veterinaire keuring de vaststellingen en beslissingen in met betrekking tot het post mortem onderzoek van de geslachte dieren.
§ 8. De exploitant of zijn aangestelde voert onder de rubriek van de verzendingen de gegevens in met betrekking tot vlees en niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten die zijn verzonden vanuit het slachthuis. "
" Art. 11. § 1. De gegevens betreffende de verrichtingen die in het slachthuis plaatsvinden, worden, naargelang van het geval, door de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde of door de keurder via een specifieke software die door het Agentschap ter beschikking van de exploitant wordt gesteld, in een geïnformatiseerd register ingeschreven.
De exploitant stelt de informatica- en communicatie-uitrusting op zijn kosten ter beschikking evenals het personeel dat nodig is om ermee te werken. De keurder moet hiertoe steeds toegang hebben.
De Minister bepaalt de informatica- en communicatie-uitrusting die nodig is, evenals de andere doeleinden waarvoor ze kan worden gebruikt.
§ 2. Het in § 1 bedoelde register bevat ten minste de rubrieken binnengekomen dieren, veterinaire keuring, geslachte dieren en verzendingen. De Minister kan nog andere rubrieken bepalen.
De Minister bepaalt welke gegevens onder elke rubriek moeten worden ingebracht. Hij stelt de bijkomende bepalingen vast met betrekking tot het bijhouden van het in § 1 bedoelde register.
§ 3. Bij de aangifte dienen de gegevens van de dieren die geslacht moeten worden, onmiddellijk door de exploitant of zijn aangestelde onder de rubriek binnengekomen dieren te worden ingeschreven.
Elk dier dat onder de rubriek van binnengekomen dieren is ingeschreven moet in het slachthuis worden geslacht of gedood.
De keurder kan echter de toelating geven dat levende dieren het slachthuis verlaten omwille van de dierengezondheid of de bescherming en het welzijn der dieren. In dit geval vermeldt hij dit onder de rubriek binnengekomen dieren.
Indien een dier werd bedwelmd, gekeeld, verbloed en, desgevallend, van ingewanden ontdaan, buiten het slachthuis, kan het worden uitgeslacht, als de voor de post mortem keuring nodige gegevens zijn geleverd door middel van het vervoersdocument zoals bedoeld in het artikel 20 van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren.
§ 4. Door middel van voormelde specifieke software bedoeld in § 1, voert de exploitant of zijn aangestelde de validering van de gegevens bedoeld in § 3 uit met name ten opzichte van de gegevens vervat in de Sanitel databank.
De keurder houdt toezicht op de overeenstemming tussen de gegevens ingebracht door de exploitant of zijn aangestelde onder de rubriek van de binnengekomen dieren en deze die voortvloeien uit de validering.
Hij mag het gezondheidsonderzoek voor het slachten alleen afsluiten als de exploitant of zijn aangestelde de validatie heeft uitgevoerd.
Bij overmacht of om redenen die verband houden met de dierengezondheid of met de bescherming en het welzijn der dieren, mag de keurder evenwel toestaan dat voor de validatie wordt geslacht. Het vlees kan in dat geval pas na de validatie voor menselijke consumptie geschikt worden verklaard.
§ 5. De keurder voert onder de rubriek van de veterinaire keuring de vaststellingen en beslissingen in met betrekking tot het gezondheidsonderzoek voor de slachting.
§ 6. Tenminste op het einde van elk ononderbroken slachtingsproces worden de gegevens ingevoerd onder de rubriek van de geslachte dieren door de exploitant of zijn aangestelde.
§ 7. De keurder voert onder de rubriek van de veterinaire keuring de vaststellingen en beslissingen in met betrekking tot het post mortem onderzoek van de geslachte dieren.
§ 8. De exploitant of zijn aangestelde voert onder de rubriek van de verzendingen de gegevens in met betrekking tot vlees en niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten die zijn verzonden vanuit het slachthuis. "
Art. 4. L'article 11 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. § 1er. Les données relatives aux opérations qui ont lieu dans l'abattoir sont enregistrées selon le cas, par l'exploitant de l'abattoir ou son préposé ou par l'expert, dans un registre informatisé, au moyen d'un logiciel spécifique mis à disposition de l'exploitant par l'Agence.
L'exploitant met à disposition, à ses frais, les équipements informatiques et de communications ainsi que le personnel nécessaires à leurs utilisations. L'expert doit y avoir accès en permanence.
Le Ministre détermine les équipements informatiques et de communications nécessaires, ainsi que les autres fins auxquelles ils peuvent être utilisés.
§ 2. Le registre visé au § 1er comprend au moins les rubriques des entrées, de l'expertise vétérinaire, des abattages et des expéditions. Le Ministre peut déterminer d'autres rubriques.
Le Ministre détermine les informations qui doivent être introduites sous chacune des rubriques. Il peut fixer des modalités complémentaires pour la tenue du registre visé au § 1er.
§ 3. Lors de la déclaration, les données relatives aux animaux à abattre sont immédiatement inscrites par l'exploitant ou son préposé sous la rubrique des entrées.
Tout animal inscrit sous la rubrique des animaux entrants doit être abattu ou mis à mort dans l'abattoir.
Toutefois, l'expert peut autoriser que des animaux vivants quittent l'abattoir pour des motifs de santé animale ou de protection et de bien-être des animaux. Dans ce cas, il en fait mention sous la rubrique des entrées.
Si un animal a été étourdi, jugulé, saigné et, le cas échéant, éviscéré, en dehors de l'abattoir, il peut être habillé si les données nécessaires à l'expertise post mortem ont été fournies au moyen du document de transport visé à l'article 20 de l'arrêté royal du 9 mars 1953 concernant le commerce des viandes de boucherie et réglementant l'expertise des animaux abattus à l'intérieur du pays.
§ 4. A l'aide du logiciel spécifique visé au § 1er, l'exploitant ou son préposé procède à la validation des données visées au § 3, notamment par rapport aux informations contenues dans la base de données Sanitel.
L'expert vérifie la concordance entre les données introduites par l'exploitant ou son préposé sous la rubrique des entrées et celles résultant de la validation.
Il ne peut conclure l'examen sanitaire avant l'abattage que si l'exploitant ou son préposé a effectué la validation.
Toutefois, en cas de force majeure, ou pour des motifs de santé animale ou de protection et de bien-être des animaux, l'expert peut autoriser l'abattage avant la validation. Dans ce cas, les viandes ne peuvent être déclarées propres à la consommation humaine qu'après la validation.
§ 5. L'expert inscrit sous la rubrique de l'expertise vétérinaire les constatations et décisions relatives à l'examen sanitaire avant l'abattage.
§ 6. Au moins à la fin de chaque période ininterrompue d'activité d'abattages, l'exploitant ou son préposé inscrit dans la rubrique des abattages les données relatives aux abattages.
§ 7. L'expert inscrit sous la rubrique de l'expertise vétérinaire les constatations et décisions relatives à l'expertise post mortem des animaux abattus.
§ 8. L'exploitant ou son préposé inscrit sous la rubrique des expéditions les données relatives aux viandes et aux sous-produits animaux non destinés à la consommation humaine expédiés depuis l'abattoir. "
" Art. 11. § 1er. Les données relatives aux opérations qui ont lieu dans l'abattoir sont enregistrées selon le cas, par l'exploitant de l'abattoir ou son préposé ou par l'expert, dans un registre informatisé, au moyen d'un logiciel spécifique mis à disposition de l'exploitant par l'Agence.
L'exploitant met à disposition, à ses frais, les équipements informatiques et de communications ainsi que le personnel nécessaires à leurs utilisations. L'expert doit y avoir accès en permanence.
Le Ministre détermine les équipements informatiques et de communications nécessaires, ainsi que les autres fins auxquelles ils peuvent être utilisés.
§ 2. Le registre visé au § 1er comprend au moins les rubriques des entrées, de l'expertise vétérinaire, des abattages et des expéditions. Le Ministre peut déterminer d'autres rubriques.
Le Ministre détermine les informations qui doivent être introduites sous chacune des rubriques. Il peut fixer des modalités complémentaires pour la tenue du registre visé au § 1er.
§ 3. Lors de la déclaration, les données relatives aux animaux à abattre sont immédiatement inscrites par l'exploitant ou son préposé sous la rubrique des entrées.
Tout animal inscrit sous la rubrique des animaux entrants doit être abattu ou mis à mort dans l'abattoir.
Toutefois, l'expert peut autoriser que des animaux vivants quittent l'abattoir pour des motifs de santé animale ou de protection et de bien-être des animaux. Dans ce cas, il en fait mention sous la rubrique des entrées.
Si un animal a été étourdi, jugulé, saigné et, le cas échéant, éviscéré, en dehors de l'abattoir, il peut être habillé si les données nécessaires à l'expertise post mortem ont été fournies au moyen du document de transport visé à l'article 20 de l'arrêté royal du 9 mars 1953 concernant le commerce des viandes de boucherie et réglementant l'expertise des animaux abattus à l'intérieur du pays.
§ 4. A l'aide du logiciel spécifique visé au § 1er, l'exploitant ou son préposé procède à la validation des données visées au § 3, notamment par rapport aux informations contenues dans la base de données Sanitel.
L'expert vérifie la concordance entre les données introduites par l'exploitant ou son préposé sous la rubrique des entrées et celles résultant de la validation.
Il ne peut conclure l'examen sanitaire avant l'abattage que si l'exploitant ou son préposé a effectué la validation.
Toutefois, en cas de force majeure, ou pour des motifs de santé animale ou de protection et de bien-être des animaux, l'expert peut autoriser l'abattage avant la validation. Dans ce cas, les viandes ne peuvent être déclarées propres à la consommation humaine qu'après la validation.
§ 5. L'expert inscrit sous la rubrique de l'expertise vétérinaire les constatations et décisions relatives à l'examen sanitaire avant l'abattage.
§ 6. Au moins à la fin de chaque période ininterrompue d'activité d'abattages, l'exploitant ou son préposé inscrit dans la rubrique des abattages les données relatives aux abattages.
§ 7. L'expert inscrit sous la rubrique de l'expertise vétérinaire les constatations et décisions relatives à l'expertise post mortem des animaux abattus.
§ 8. L'exploitant ou son préposé inscrit sous la rubrique des expéditions les données relatives aux viandes et aux sous-produits animaux non destinés à la consommation humaine expédiés depuis l'abattoir. "
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 11bis ingevoegd luidend als volgt :
" Art. 11bis. Na ontvangst van de slachtingsaangifte en het registreren daarvan onder de rubriek van de binnengekomen dieren van het geïnformatiseerd register van het slachthuis, overhandigt de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde aan de aangever een aangiftebewijs van zijn slachtingsaangifte, geproduceerd door het bovenvermeld register. "
" Art. 11bis. Na ontvangst van de slachtingsaangifte en het registreren daarvan onder de rubriek van de binnengekomen dieren van het geïnformatiseerd register van het slachthuis, overhandigt de exploitant van het slachthuis of zijn aangestelde aan de aangever een aangiftebewijs van zijn slachtingsaangifte, geproduceerd door het bovenvermeld register. "
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 11bis rédigé comme suit :
" Art. 11bis. Après avoir reçu la déclaration de l'abattage et l'avoir enregistrée sous la rubrique des entrées du registre informatisé de l'abattoir, l'exploitant de l'abattoir ou son préposé remet au déclarant un récépissé de sa déclaration d'abattage, généré par le registre précité. "
" Art. 11bis. Après avoir reçu la déclaration de l'abattage et l'avoir enregistrée sous la rubrique des entrées du registre informatisé de l'abattoir, l'exploitant de l'abattoir ou son préposé remet au déclarant un récépissé de sa déclaration d'abattage, généré par le registre précité. "
Art. 6. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In het tweede lid van § 1 worden de woorden " bedoeld in artikel 10 " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 9, § 3. ";
2° In het vierde lid van § 2 wordt de tweede zin opgeheven.
1° In het tweede lid van § 1 worden de woorden " bedoeld in artikel 10 " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 9, § 3. ";
2° In het vierde lid van § 2 wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 6. A l'article 12 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans l'alinéa 2 du § 1er, les mots " visés à l'article 10 " sont remplacés par les mots " visés à l'article 9, § 3. ";
2° Dans l'alinéa 4 du § 2, la deuxième phrase est abrogée.
1° Dans l'alinéa 2 du § 1er, les mots " visés à l'article 10 " sont remplacés par les mots " visés à l'article 9, § 3. ";
2° Dans l'alinéa 4 du § 2, la deuxième phrase est abrogée.
Art. 7. In het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 1997, 22 december 1997, 6 november 1999, 16 mei 2001, 18 maart 2002 en 28 augustus 2002, worden de woorden " het Instituut " overal vervangen door de woorden " het Agentschap ".
Art. 7. Dans l'arrêté royal du 4 juillet 1996 relatif aux conditions générales et spéciales d'exploitation des abattoirs et d'autres établissements, modifié par les arrêtés royaux des 11 octobre 1997, 22 décembre 1997, 6 novembre 1999, 16 mai 2001, 18 mars 2002 et 28 août 2002, les mots " l'Institut " sont remplacés, partout, par les mots " l'Agence ".
Art. 8. § 1. Het register bedoeld in artikel 11 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 4 juli 1996, zoals gewijzigd bij dit besluit, mag in een niet geïnformatiseerde vorm worden bijgehouden gedurende een periode van twaalf maand vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt.
In dit geval wordt de validatie niet verricht.
§ 2. De niet geïnformatiseerde registers, gehouden op grond van het artikel 11 van het bovenvermeld koninklijk besluit van 4 juli 1996 voor de inwerkingtreding van dit besluit en deze bedoeld in § 1, moeten gedurende drie jaar vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt door de exploitant van het slachthuis worden bewaard en op elk verzoek onmiddellijk worden overgelegd aan de keurder.
In dit geval wordt de validatie niet verricht.
§ 2. De niet geïnformatiseerde registers, gehouden op grond van het artikel 11 van het bovenvermeld koninklijk besluit van 4 juli 1996 voor de inwerkingtreding van dit besluit en deze bedoeld in § 1, moeten gedurende drie jaar vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt door de exploitant van het slachthuis worden bewaard en op elk verzoek onmiddellijk worden overgelegd aan de keurder.
Art. 8. § 1er. Le registre visé à l'article 11 de l'arrêté royal du 4 juillet 1996 précité, tel que modifié par le présent arrêté, peut être tenu sous une forme non informatisée pendant une période de douze mois à compter du jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Dans ce cas, il n'y a pas lieu de procéder à la validation.
§ 2. Les registres non informatisés, tenus sur base de l'article 11 de l'arrêté royal du 4 juillet 1996 précité avant l'entrée en vigueur du présent arrêté et ceux visés au § 1er, doivent être conservés par l'exploitant de l'abattoir pendant trois ans à compter du jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté et doivent être immédiatement fournis à chaque requête de l'expert.
Dans ce cas, il n'y a pas lieu de procéder à la validation.
§ 2. Les registres non informatisés, tenus sur base de l'article 11 de l'arrêté royal du 4 juillet 1996 précité avant l'entrée en vigueur du présent arrêté et ceux visés au § 1er, doivent être conservés par l'exploitant de l'abattoir pendant trois ans à compter du jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté et doivent être immédiatement fournis à chaque requête de l'expert.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 10. Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 31 juli 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, 31 juli 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.
Art. 10. Notre Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 31 juillet 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 31 juillet 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
R. DEMOTTE.