Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 JUNI 2004. - Koninklijk besluit tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-06-2004 en tekstbijwerking tot 02-10-2008)
Titre
14 JUIN 2004. - Arrêté royal portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-06-2004 et mise à jour au 02-10-2008)
Informations sur le document
Numac: 2004014131
Datum: 2004-06-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004014131
Date: 2004-06-14
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Dit besluit zet sommige bepalingen om van de richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap, zoals gewijzigd door richtlijn 2001/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001, en van richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering.
Article 1. Le présent arrêté transpose certaines dispositions de la directive 91/440/CEE du Conseil du 29 juillet 1991 relative au développement de chemins de fer communautaires, telle que modifiée par la directive 2001/12/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2001, et de la directive 2001/14/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2001 concernant la répartition des capacités d'infrastructure ferroviaire, la tarification de l'infrastructure ferroviaire et la certification en matière de sécurite.
HOOFDSTUK II. - Infrastructuurbeheerder.
CHAPITRE II. - Gestionnaire de l'infrastructure.
Afdeling 1. - Oprichting.
Section 1re. - Constitution.
Art. 2. § 1. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (hierna de " N.M.B.S. " genoemd) richt alleen een naamloze vennootschap van publiek recht op, " Infrabel " genoemd, die de beheerder zal zijn van de spoorweginfrastructuur, zoals gedefinieerd in artikel 3 van voornoemde richtlijn 91/440/EEG, voor het volledige Belgische net (deze vennootschap wordt hierna " Infrabel " genoemd).
  § 2. Voorafgaand aan de oprichting van Infrabel, stelt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de eerste statuten vast van Infrabel en bepaalt Hij de voorlopige regels die gelden als eerste beheerscontract met toepassing van artikel 453, § 4, van de programmawet van 22 december 2003. De N.M.B.S. richt Infrabel op binnen dertig dagen na de datum van bekendmaking van de laatste van deze koninklijke besluiten en uiterlijk op 1 januari 2005.
  § 3. Titel II van Boek VIII van het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op de oprichting van Infrabel, met uitzondering van de artikelen 440, 454, 4°, en 456, 4°.
Art. 2. § 1er. La Société nationale des Chemins de fer belges (ci-après dénommée la " S.N.C.B. ") constitue seule une société anonyme de droit public, dénommée " Infrabel ", qui sera le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire, telle que définie à l'article 3 de la directive 91/440/CEE précitée, pour l'ensemble du réseau belge (cette société étant ci-après dénommée " Infrabel ").
  § 2. Préalablement a la constitution d'Infrabel, le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, établit les premiers statuts d'Infrabel et fixe les règles provisoires qui valent comme premier contrat de gestion en application de l'article 453, § 4, de la loi-programme du 22 décembre 2003. La S.N.C.B. procède à la constitution d'Infrabel dans les trente jours suivant la date de publication du dernier de ces arrêtés royaux et au plus tard le 1er janvier 2005.
  § 3. Le titre II du Livre VIII, du Code des sociétés s'applique à la constitution d'Infrabel, a l'exception des articles 440, 454, 4°, et 456, 4°.
Art. 3. § 1. De N.M.B.S. brengt in Infrabel de volgende activa en passiva in :
  1° het recht tot uitbating van het Belgische spoorwegnet voor doeleinden van het beheer van de spoorweginfrastructuur, voor een duur van negenennegentig jaar;
  2° andere activa dan deze bedoeld in artikel 14, § 1, 1°, die nodig of dienstig zijn voor de uitbating van de infrastructuurbeheerder, waarvan de lijst door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad;
  3° de schulden en andere passiva waarvan de lijst door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, met inachtneming van artikel 18, § 2.
  § 2. De inbreng bedoeld in § 1 wordt vergoed door aandelen in het kapitaal van Infrabel waarvan maximum 50 procent min één aandeel worden toegekend aan de Staat bij wege van een vermindering van het kapitaal van de N.M.B.S.
  § 3. De inbreng bedoeld in § 1 brengt van rechtswege de overdracht aan Infrabel mee van de activa en passiva die er deel van uitmaken. De inbreng heeft uitwerking op 1 januari 2005. Hij is tegenstelbaar aan derden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van een bericht dat de inbreng bevestigt.
  Zo leningen of andere financiële schulden die deel uitmaken van de inbreng bedoeld in § 1, niet kunnen worden overgedragen aan Infrabel met bevrijding van de N.M.B.S. van haar verbintenissen, realiseert de N.M.B.S. de overdracht van deze leningen of schulden door een andere techniek met evenwaardig resultaat.
  Infrabel treedt in de rechten en verplichtingen van de N.M.B.S. die voortvloeien uit lopende onteigeningsprocedures op de datum van inwerkingtreding van de inbreng bedoeld in § 1 met betrekking tot goederen opgenomen in het koninklijk besluit bedoeld in § 1, 2°.
  § 4. (Uiterlijk op 30 november 2004) stelt de Koning de lijsten vast bedoeld in § 1, 2° en 3°. <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  Deze lijsten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Brussel, waar eenieder er kosteloos kennis van kan nemen en er een volledige of gedeeltelijke kopie van kan bekomen mits betaling van de griffierechten.
  (Indien de activa bedoeld in § 1, 2°, zakelijke rechten op onroerende goederen omvatten, worden deze beschreven in een bijzondere afdeling van de lijst van activa. Deze lijst geldt als akte tot overdracht of vestiging van die rechten.
  Met uitzondering van de goederen behorend tot het openbaar spoorwegdomein wordt de bijzondere afdeling van de lijst overgeschreven in het daartoe bestemd register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen. De termijn voor de overschrijving loopt vanaf 1 januari 2005.) <W 2006-07-20/39, art. 356, 004; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  Titel III van Boek XI van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op de inbreng bedoeld in § 1.
  § 5. De inbreng bedoeld in § 1 is vrijgesteld van elke belasting. De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de wijze waarop deze vrijstelling geschiedt.
  Artikel 442bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is niet van toepassing op de inbreng bedoeld in § 1. (...). <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
Art. 3. § 1er. La S.N.C.B. apporte à Infrabel les actifs et passifs suivants :
  1° le droit d'exploiter le réseau ferroviaire belge pour une durée de nonante-neuf ans aux fins de la gestion de l'infrastructure ferroviaire;
  2° d'autres actifs nécessaires ou utiles à l'exploitation du gestionnaire de l'infrastructure, autres que ceux visés à l'article 14, § 1er, 1°, dont la liste est arrêtée par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  3° les dettes et autres passifs dont la liste est arrêtée par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, dans le respect de l'article 18, § 2.
  § 2. L'apport visé au § 1er est rémunéré par des actions représentatives du capital d'Infrabel dont maximum 50 pour cent moins une action sont attribuées a l'Etat par voie de réduction du capital de la S.N.C.B.
  § 3. L'apport visé au § 1er entraîne de plein droit le transfert à Infrabel des actifs et passifs qui en font partie. Il sort ses effets le 1er janvier 2005. Il est opposable aux tiers dès la publication au Moniteur belge d'un avis confirmant l'apport.
  Dans l'hypothèse où des emprunts ou d'autres dettes financières faisant partie de l'apport visé au § 1er ne pourraient pas être transférés à Infrabel en libérant la S.N.C.B. de ses obligations, la S.N.C.B. réalisera le transfert de ces contrats ou dettes par toute autre technique à effet équivalent.
  Infrabel succède aux droits et obligations de la S.N.C.B. résultant de procédures d'expropriation en cours à la date d'entrée en vigueur de l'apport vise au § 1er et concernant des biens identifiés dans l'arrête royal visé au § 1er, 2°.
  § 4. Le Roi arrête les listes visées au § 1er, 2° et 3°, (au plus tard le 30 novembre 2004). <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  Ces listes sont déposées au greffe du tribunal de commerce de Bruxelles, où toute personne peut en prendre connaissance gratuitement et en obtenir copie intégrale ou partielle moyennant paiement des droits de greffe.
  (Si les actifs visés au § 1er, 2°, comprennent des droits réels portant sur des biens immeubles, ceux-ci sont décrits dans une section particulière de la liste des actifs. Cette liste vaudra acte translatif ou constitutif de ces droits.
  A l'exception des biens appartenant au domaine public ferroviaire, la section particulière de la liste est transcrite sur le registre approprié dans chaque bureau de conservation des hypotheques dans le ressort duquel les biens immeubles en question sont situés. Le délai pour la transcription court à partir du 1er janvier 2005.) <L 2006-07-20/39, art. 356, 004; En vigueur : 07-08-2006>
  Le Titre III du Livre XI du Code des sociétés ne s'applique pas à l'apport visé au § 1er.
  § 5. L'apport visé au § 1er est exonéré de tout impôt. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités suivant lesquelles s'opère cette exonération.
  L'article 442bis du Code des impôts sur les revenus 1992 n'est pas applicable à l'apport visé au § 1er. (...). <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
Art. 4. In afwijking van artikel 1, § 3, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt Infrabel vanaf haar oprichting ingedeeld bij de autonome overheidsbedrijven bedoeld in artikel 1, § 4, van dezelfde wet. Zij is onderworpen aan titel I van deze wet, met uitzondering van de bepalingen van titel I, hoofdstukken XI en XII, van dezelfde wet en andere afwijkingen vastgesteld bij dit besluit.
Art. 4. Par dérogation à l'article 1er, § 3, de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, Infrabel est, dès sa constitution, classée parmi les entreprises publiques autonomes visées à l'article 1er, § 4, de la même loi. Elle est soumise au titre Ier de cette loi, à l'exception des dispositions du titre Ier, chapitres XI et XII, de la même loi et des autres dérogations établies par le présent arrêté.
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;.
Section 2. - Modification de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques;.
Art. 5. In voornoemde wet van 21 maart 1991 wordt een Titel VIII ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Titel VIII - Infrabel
  HOOFDSTUK I. - Doel en opdrachten van openbare dienst
  Art. 197. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
  1° " spoorweginfrastructuur " : alle elementen bepaald in bijlage I, deel A, van verordening (EEG) nr. 2598/70 van de Europese Commissie van 18 december 1970 betreffende de vaststelling van de inhoud van de verschillende posten van de boekhoudkundige schema's, bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juli 1970, met uitzondering van het laatste streepje dat in de zin van deze titel als volgt luidt : " Dienstgebouwen voor de infrastructuur ";
  2° " spoorwegonderneming " : iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke onderneming die houder is van een spoorwegvergunning afgeleverd overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verlenen van diensten van vervoer per spoor van goederen en/of reizigers, voor zover deze onderneming voor de tractie zorgt, en met dien verstande dat deze term eveneens betrekking heeft op de ondernemingen die uitsluitend tractie leveren;
  3° " N.M.B.S. " : de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;
  4° " Nationale Paritaire Commissie " : de Nationale Paritaire Commissie bedoeld in artikel 13 van de wet van 23 juli 1926 tot oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.
  Art. 198. Infrabel is een autonoom overheidsbedrijf met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. Zij ressorteert onder de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven.
  Art. 199. § 1. Infrabel heeft tot doel, met betrekking tot het volledige Belgische net :
  1° (het verwerven, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorweginfrastructuur); <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  2° het beheer van de regelings- en veiligheidssystemen van deze infrastructuur;
  3° het verschaffen aan de spoorwegondernemingen van de diensten bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, ter uitvoering van de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur;
  4° de toewijzing van de beschikbare spoorweginfrastructuurcapaciteit, met inachtneming van de principes en procedures bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad;
  5° de tarifering, de facturering en de inning van heffingen voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur en voor de diensten bedoeld in 3°, met inachtneming van de principes en procedures bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad;
  6° de certificering van het personeel van de spoorwegondernemingen en van het rollend materieel ten aanzien van de door de Koning bepaalde technische normen en regels betreffende de veiligheid en het gebruik van de infrastructuur;
  7° bijkomstig, de commerciële activiteiten die verenigbaar zijn met de taken bedoeld in 1° tot 6°, met uitsluiting van het verschaffen van spoorvervoerdiensten.
  § 2. De taken bedoeld in § 1, 1° tot 6°, zijn opdrachten van openbare dienst van Infrabel.
  Art. 200. § 1. De raad van bestuur van Infrabel stelt het in artikel 26 bedoeld ondernemingsplan op voor de duur van het beheerscontract en past het jaarlijks aan. Dit plan geeft de doeleinden en de strategie van de onderneming aan rekening houdend met de mobiliteitsdoeleinden bepaald door de Ministerraad.
  § 2. Verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan zijn :
  1° de infrastructurele behoeften weergegeven in een meerjarig investeringsplan;
  2° de vooruitzichten inzake de behoefte aan personeel;
  3° de evolutie van de exploitatierekeningen weergegeven in een financieel plan;
  4° de methode voor de berekening van de heffingen voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur;
  5° de middelen voor de financiering van de geplande investeringen.
  § 3. Het meerjarig investeringsplan bedoeld in § 2, 1°, omvat de planning over meerdere jaren van de investeringen met betrekking tot de aanschaffing, de inrichting, het onderhoud en het beheer van de spoorweginfrastructuur.
  Vóór de goedkeuring van het meerjarig investeringsplan maakt de raad van bestuur van Infrabel een ontwerp van dit plan per aangetekend schrijven over aan de spoorwegondernemingen die gebruik maken van de spoorweginfrastructuur van het Belgische net. Zij kunnen hun opmerkingen aan Infrabel meedelen binnen een termijn van vijfenveertig dagen vanaf de datum van verzending van het ontwerp.
  § 4. Het ondernemingsplan en de jaarlijkse aanpassingen daaraan worden meegedeeld aan de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven, evenals aan de minister die bevoegd is voor de regulering van het spoorvervoer. In afwijking van artikel 26, tweede lid, worden de elementen bedoeld in § 2 als noodzakelijk deel voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van Infrabel en voor haar meerjarig investeringsplan, goedgekeurd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, na raadpleging van de N.M.B.S.
  § 5. Het ondernemingsplan is een voorafgaande voorwaarde voor het afsluiten van het beheerscontract. In geval van vernieuwing van het beheerscontract wordt het plan uiterlijk twaalf maanden vóór de vervaldag van het lopende beheerscontract opgesteld. (Artikel 3, § 2, 9°, is niet van toepassing.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  HOOFDSTUK II. - Financiële en fiscale bepalingen
  Art. 201. Infrabel bepaalt de rechten voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur voor de diensten die zij verleent in het kader van haar opdrachten van openbare dienst, met inachtneming van de principes en procedures bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, en de bepalingen van het beheerscontract.
  Art. 202. § 1. Het beheerscontract dat tussen de Staat en Infrabel moet worden afgesloten, bepaalt de berekening en de betalingsvoorwaarden van alle Staatstoelagen voor de verwezenlijking van de opdrachten van openbare dienst van Infrabel, teneinde :
  1° minstens een evenwicht te waarborgen onder normale omstandigheden van bedrijfsvoering en over een redelijk tijdsverloop, tussen, enerzijds, de ontvangsten voortvloeiend uit de heffingen voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur, de overschotten uit commerciële activiteiten en de Staatstoelagen en, anderzijds, de infrastructuuruitgaven;
  2° de gepaste financiële stimuli te voorzien om zowel de kosten voor het verstrekken van de spoorweginfrastructuur als de heffingen voor het gebruik van deze infrastructuur te verminderen, om het gebruik van de infrastructuur te maximaliseren en om de investeringen te realiseren die nodig zijn om de performantie, de kwaliteit van de dienstverlening en de veiligheid van de infrastructuur op een hoog niveau te handhaven.
  Art. 203. De Koning kan, tegen de voorwaarden die Hij bepaalt, de Staatswaarborg toekennen aan de verbintenissen van Infrabel ingevolge leningen die door haar zijn uitgegeven of aangegaan in het kader van haar opdrachten van openbare dienst, of ingevolge overeenkomsten tot dekking van de wisselkoers- en interestrisico's betreffende dergelijke leningen.
  Art. 204. In artikel 180 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een 12° toegevoegd, luidende :
  " 12° de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel ".
  Infrabel is vrijgesteld van alle belastingen, heffingen en rechten ten voordele van de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten.
  Art. 205. Ongeacht het deel van het maatschappelijk kapitaal dat zij vertegenwoordigen, geven de aandelen van Infrabel gehouden door de Staat recht op 80 procent van de stemmen plus één stem.
  HOOFDSTUK III. - Beheer
  Art. 206. De artikelen 18 tot 23 zijn niet van toepassing op Infrabel.
  Art. 207. § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit maximum tien leden, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder. (Het aantal bestuurders wordt bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  Ten minste één derde van de bestuurders moet van het andere geslacht zijn dan dat van de andere bestuurders.
  § 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, benoemt de Koning een aantal bestuurders in verhouding tot het aantal stemmen dat verbonden is aan de aandelen in het bezit van de Staat. De overige bestuurders worden daarna benoemd door de andere aandeelhouders.
  De bestuurders worden gekozen op grond van de complementariteit van hun competentie inzake financiële analyse, boekhoudkundig beheer, juridische aspecten, kennis van de vervoersector, deskundigheid inzake mobiliteit, personeelsbeheer en sociale relaties.
  De bestuurders worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar (...). De door de Koning benoemde bestuurders kunnen slechts door de Koning worden ontslagen, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad. <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  § 3. Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, hebben de overblijvende bestuurders het recht om voorlopig in de vacature te voorzien tot op het ogenblik dat een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig § 2.
  § 4. Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, benoemt de Koning de voorzitter van de raad van bestuur onder de bestuurders. De voorzitter van de raad van bestuur behoort tot een andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder.
  Bij staking van de stemmen in de raad van bestuur is de stem van de voorzitter beslissend.
  De voorzitter kan te allen tijde ter plaatse de boeken, brieven, notulen en in het algemeen alle documenten en geschriften van Infrabel inkijken. Hij kan van de leden van het directiecomité, van de gemachtigden en de personeelsleden van Infrabel alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn mandaat. (Hij kan zich laten bijstaan door een deskundige, op kosten van de vennootschap.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  § 5. Bij de uitoefening van hun mandaat en in acht genomen belangen van de vennootschap, zijn de leden van de organen van Infrabel gehouden tot discretie.
  Art. 208. § 1. Het directiecomité is belast met het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging wat dit bestuur aangaat, alsmede met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.
  De leden van het directiecomité vormen een college. Zij kunnen de taken onder elkaar verdelen. Onder voorbehoud van de bevoegdheden die hem door deze wet zijn opgedragen als college, kan het directiecomité sommige van zijn bevoegdheden delegeren aan één of meer van zijn leden of aan personeelsleden. Hij kan de subdelegatie ervan toestaan. Hij brengt de raad van bestuur in kennis van de bevoegdheidsdelegaties krachtens dit lid.
  § 2. Het directiecomité wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder. De raad van bestuur bepaalt het aantal overige leden van het directiecomité en benoemt deze leden op voorstel van de gedelegeerd bestuurder en na het advies van het benoemings- en bezoldigingscomité.
  De andere leden van het directiecomité dan de gedelegeerd bestuurder worden ontslagen door de raad van bestuur.
  Alle leden van het directiecomité vervullen een voltijdse functie binnen Infrabel. Met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder mogen zij niet de hoedanigheid van bestuurder van Infrabel hebben.
  § 3. De gedelegeerd bestuurder wordt benoemd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. Hij wordt ontslagen door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  (§ 4. Infrabel wordt geldig vertegenwoordigd jegens derden en in rechte door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur, die gezamenlijk optreden. "
  Alle akten van bestuur of akten die de vennootschap verbinden, worden gezamenlijk ondertekend door de gedelegeerd bestuurder en de daartoe door de raad van bestuur aangewezen algemeen directeur. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de akten waarvan de goedkeuringswijze afwijkt van deze § 4.
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze van de algemeen directeur.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  Art. 209. § 1. De rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en van de andere leden van het directiecomité, enerzijds, en van Infrabel, anderzijds, worden geregeld door een bijzondere overeenkomst tussen de partijen. Bij de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt Infrabel vertegenwoordigd door haar raad van bestuur met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder. Overeenkomstig artikel 211, § 2, tweede lid, wint de raad van bestuur de voorstellen van het benoemings- en bezoldigingscomité in met betrekking tot de bezoldiging en de voordelen toe te kennen aan de gedelegeerd bestuurder en aan de andere leden van het directiecomité.
  De gedelegeerd bestuurder of het lid van het directiecomité die zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut voor de hele duur van het mandaat van de betrokkene bij Infrabel. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op loonsverhoging.
  Als de gedelegeerd bestuurder of een lid van het directiecomité zich op het ogenblik van zijn benoeming in een contractuele band bevindt met de Staat of met enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de hele duur van het mandaat van de betrokkene bij Infrabel. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op loonsverhoging.
  § 2. De algemene vergadering stelt de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur vast op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité. De vergadering houdt hierbij rekening met de prestaties van de mandatarissen, in acht genomen onder andere hun lidmaatschap van de bij wet bepaalde comités en de doelstellingen van de onderneming.
  § 3. De in §§ 1 en 2 bedoelde bezoldigingen zijn ten laste van Infrabel. Indien de betrokken bezoldigingen een variabel bestanddeel bevatten, mogen in de berekeningsbasis geen elementen voorkomen die als bedrijfskosten worden aangemerkt.
  Art. 210. § 1. De raad van bestuur richt in zijn midden een auditcomité op.
  Het auditcomité bestaat uit vier bestuurders, anderen dan de gedelegeerd bestuurder, die door de raad van bestuur worden benoemd. Dit comité telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
  Het auditcomité mag de gedelegeerd bestuurder uitnodigen op zijn vergaderingen, die er zetelt met raadgevende stem. De Regeringscommissarissen nemen eveneens met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van dit comité.
  § 2. Het auditcomité voert de taken uit die de raad van bestuur eraan toevertrouwt. Bovendien heeft het de opdracht om de raad van bestuur bij te staan door onderzoek van de financiële informatie, met name de jaarrekeningen, het jaarverslag en de tussentijdse verslagen. Het auditcomité staat ook in voor de betrouwbaarheid en de integriteit van de financiële verslagen inzake risicobeheer.
  Ten minste veertien dagen vóór de vergadering waarop de raad van bestuur de jaarrekeningen vaststelt, legt de raad deze rekeningen ter advies voor aan het auditcomité.
  Art. 211. § 1. De raad van bestuur richt in zijn midden een benoemings- en bezoldigingscomité op.
  Het benoemings- en bezoldigingscomité bestaat uit vier bestuurders, waaronder de voorzitter van de raad van bestuur, die het comité voorzit, en de gedelegeerd bestuurder. De raad van bestuur benoemt de overige leden van dit comité. Het telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.
  § 2. Het benoemings- en bezoldigingscomité brengt overeenkomstig artikel 208, § 2, eerste lid, een advies uit over de kandidaturen die door de gedelegeerd bestuurder worden voorgesteld met het oog op de benoeming van de leden van het directiecomité.
  De raad van bestuur bepaalt, op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité, de bezoldiging en de voordelen die worden toegekend aan de leden van het directiecomité en aan de hogere kaderleden. De raad volgt deze aangelegenheden continu op.
  Art. 212. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens de wet of de statuten van Infrabel, is het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Wetgevende Kamers;
  3° Minister of Staatssecretaris;
  4° lid van de Raad of van de Regering van een Gemeenschap of een Gewest;
  5° gouverneur van een provincie of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad.
  Bovendien mogen geen andere bestuurders dan de gedelegeerd bestuurder personeelsleden zijn van Infrabel in de zin van artikel 214, § 1.
  De leden van het directiecomité mogen geen burgemeester, schepen of voorzitter zijn van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  § 2. Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité is onverenigbaar met het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité van een spoorwegonderneming.
  Bovendien moet de meerderheid van de leden van de raad van bestuur onafhankelijk zijn van elke spoorwegonderneming volgens de criteria bepaald in artikel 524, § 4, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen.
  De meerderheid van de leden van het directiecomité mogen geen enkel belang van vermogensrechtelijke aard hebben in een spoorwegonderneming, noch voor dergelijke onderneming enige functie uitoefenen of dienst verlenen, rechtstreeks of onrechtstreeks, kosteloos of tegen betaling.
  De door de Koning benoemde leden van de raad van bestuur moeten anderen zijn dan de door de Koning benoemde bestuurders bij de N.M.B.S.
  § 3. Wanneer één van de leden van de raad van bestuur of van het directiecomité de bepalingen van §§ 1 en 2, eerste lid, overtreedt, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij na afloop van deze termijn van rechtswege geacht zijn mandaat bij Infrabel te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.
  Art. 213. § 1. Infrabel is onderworpen aan het toezicht van de minister bevoegd voor de overheidsbedrijven en van de minister bevoegd voor de regulering van het spoorvervoer. Dit toezicht wordt uitgeoefend door tussenkomst van twee Regeringscommissarissen die worden benoemd en ontslagen door de Koning op voordracht van de betrokken minister.
  Voornoemde ministers kunnen elk een plaatsvervanger aanduiden voor het geval de Regeringscommissaris eventueel verhinderd zou zijn of om deze laatste bij te staan in zijn opdracht.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de Regeringscommissarissen en hun bezoldiging. Deze bezoldiging is ten laste van Infrabel.
  § 2. De Regeringscommissarissen zien toe op de naleving van de wet, van de statuten en van het beheerscontract. Zij zien er op toe dat het beleid van Infrabel, inzonderheid het beleid met toepassing van artikel 13, de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
  Elke Regeringscommissaris brengt verslag uit bij de minister onder wie hij ressorteert. De Regeringscommissarissen brengen verslag uit aan de minister van begroting aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een weerslag hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat.
  § 3. De Regeringscommissarissen worden uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het directiecomité en hebben er een raadgevende stem. Zij kunnen te allen tijde individueel ter plaatse kennis nemen van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van Infrabel. Zij kunnen ieder individueel van de bestuurders, van de gemachtigden en de personeelsleden van Infrabel en van de leden van haar directiecomité alle ophelderingen of inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitoefening van hun mandaat.
  Infrabel stelt de Regeringscommissarissen de menselijke en materiële middelen ter beschikking die nodig zijn voor de uitoefening van hun mandaat.
  § 4. Iedere Regeringscommissaris tekent binnen een termijn van vier werkdagen beroep aan bij de minister onder wij hij ressorteert, tegen elke beslissing van de raad van bestuur of van het directiecomité die hij strijdig acht met de wet, de statuten of het beheerscontract of waarvan hij oordeelt dat zij nadeel kan berokkenen aan de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van Infrabel. Iedere Regeringscommissaris kan, binnen dezelfde termijn, beroep aantekenen tegen elke beslissing tot verhoging van de rechten voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Het beroep is opschortend.
  De termijn bedoeld in het eerste lid gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, voor zover de betrokken Regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, op de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft genomen. Wanneer een beroep wordt gedaan op de schriftelijke procedure bepaald in artikel 521, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen, begint de termijn te lopen op de dag waarop de betrokken Regeringscommissaris kennis heeft genomen van de aldus aangenomen beslissing.
  De minister bij wie beroep werd aangetekend, kan de betrokken beslissing vernietigen binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn. De minister betekent de vernietiging aan het betrokken bestuursorgaan. Indien geen van de bevoegde ministers de vernietiging heeft uitgesproken binnen voornoemde termijn, wordt de beslissing definitief, onverminderd de bepalingen van het laatste lid.
  In geval van weerslag op de algemene uitgavenbegroting van de Staat, vraagt de minister bij wie beroep werd aangetekend, het akkoord van de minister van begroting. Indien deze beide ministers niet tot een akkoord komen binnen de in het derde lid bedoelde termijn van acht vrije dagen, wordt over de aangelegenheid beslist binnen een termijn van dertig vrije dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure.
  § 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur bij voornoemde ministers verslag uit over de uitvoering door Infrabel van haar taken van openbare dienst.
  Elk jaar brengen deze ministers bij de Wetgevende Kamers verslag uit over de toepassing van deze titel.
  HOOFDSTUK IV. - Personeel
  Art. 214. § 1. Infrabel beschikt over het personeel dat nodig is voor de verwezenlijking van haar opdrachten, haar ter beschikking gesteld door de N.M.B.S. Het statuut van het personeel van de N.M.B.S., met inbegrip van het syndicaal statuut, blijft van toepassing op dit personeel. Tijdens de periode van hun terbeschikkingstelling staan de personeelsleden evenwel onder het gezag van Infrabel.
  De voorwaarden en nadere bepalingen van de terbeschikkingstelling van het personeel krachtens het eerste lid, worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen de N.M.B.S. en Infrabel. Deze overeenkomst evenals alle wijzigingen ervan zijn onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de Nationale Paritaire Commissie die beslist met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.
  § 2. Hoofdstuk III van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van personeel bedoeld in § 1.
  Art. 215. In afwijking van artikel 30, § 1, worden de bevoegdheden die door Titel I, hoofdstuk VIII worden toegekend aan de paritaire commissie van de betrokken onderneming, uitgeoefend door de Nationale Paritaire Commissie. "
Art. 5. Il est inséré un Titre VIII dans la loi du 21 mars 1991 précitée, rédigé comme suit :
  " Titre VIII - Infrabel
  CHAPITRE Ier. - Objet et missions de service public
  Art. 197. Pour l'application du présent titre, il y a lieu d'entendre par :
  1° " infrastructure ferroviaire " : l'ensemble des éléments visés à l'annexe I, partie A, du règlement (CEE) n° 2598/70 de la Commission européenne du 18 décembre 1970 relatif à la fixation du contenu des différentes positions des schémas de comptabilisation de l'annexe I du règlement (CEE) n° 1108/70 du Conseil du 4 juillet 1970, à l'exception du dernier tiret qui, aux fins du présent titre, se lit comme suit : " Bâtiments affectés au service des infrastructures ";
  2° " entreprise ferroviaire " : toute entreprise a statut prive ou public et titulaire d'une licence ferroviaire délivrée conformément à la législation communautaire applicable, dont l'activité principale est la fourniture de prestations de transport de marchandises et/ou de voyageurs par chemin de fer, pour autant que cette entreprise assure la traction, et étant entendu que ce terme recouvre également les entreprises qui assurent uniquement la traction;
  3° " S.N.C.B. " : la société anonyme de droit public Société nationale des Chemins de fer belges;
  4° " Commission paritaire nationale " : la Commission paritaire nationale visée à l'article 13 de la loi du 23 juillet 1926 créant la Société nationale des Chemins de fer belges.
  Art. 198. Infrabel est une entreprise publique autonome ayant la forme d'une société anonyme de droit public. Elle relève du ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions.
  Art. 199. § 1er. Infrabel a pour objet, pour l'ensemble du réseau belge :
  1° (l'acquisition, la construction, le renouvellement, l'entretien et la gestion de l'infrastructure ferroviaire); <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  2° la gestion des systèmes de régulation et de sécurité de cette infrastructure;
  3° la fourniture aux entreprises ferroviaires des services définis par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, en exécution des dispositions de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire;
  4° la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire disponibles, dans le respect des principes et procédures définis par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  5° la tarification, la facturation et la perception des redevances d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire et des services visés au 3°, dans le respect des principes et procédures définis par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres;
  6° la certification du personnel des entreprises ferroviaires et du matériel roulant au regard des normes techniques et règles en matière de sécurité et d'utilisation de l'infrastructure arrêtées par le Roi;
  7° à titre accessoire, des activités commerciales compatibles avec les tâches visées aux 1° à 6°, à l'exclusion de la fourniture de services de transport ferroviaire.
  § 2. Les tâches visées au § 1er, 1° à 6°, constituent des missions de service public d'Infrabel.
  Art. 200. § 1er. Le conseil d'administration d'Infrabel établit le plan d'entreprise visé à l'article 26 pour la durée du contrat de gestion et l'adapte chaque année. Ce plan énonce les objectifs et la stratégie de l'entreprise en tenant compte des objectifs de mobilité fixés par le Conseil des Ministres.
  § 2. Le plan d'entreprise contient obligatoirement :
  1° les besoins en infrastructure traduits dans un plan pluriannuel d'investissement;
  2° les prévisions en matière de besoins en personnel;
  3° l'évolution des comptes d'exploitation traduits dans un plan financier;
  4° la méthode de calcul des redevances d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire;
  5° les moyens de financement des investissements programmes.
  § 3. Le plan pluriannuel d'investissement visé au § 2, 1°, contient la planification sur plusieurs années des investissements relatifs à l'acquisition, l'aménagement, l'entretien et la gestion de l'infrastructure ferroviaire.
  Avant d'arrêter le plan pluriannuel d'investissement, le conseil d'administration d'Infrabel en transmet le projet par voie recommandée aux entreprises ferroviaires qui utilisent l'infrastructure ferroviaire du réseau belge. Celles-ci peuvent soumettre leurs commentaires à Infrabel dans un délai de quarante-cinq jours de la date d'envoi du projet.
  § 4. Le plan d'entreprise et ses adaptations annuelles sont communiqués au ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions ainsi qu'au ministre qui a la régulation du transport ferroviaire dans ses attributions. Par dérogation à l'article 26, alinéa 2, les éléments visés au § 2, en tant que partie necessaire à l'exécution des missions de service public d'Infrabel et à son plan pluriannuel d'investissement, sont approuvés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, après consultation de la S.N.C.B.
  § 5. Le plan d'entreprise est une condition préalable à la conclusion du contrat de gestion. En cas de renouvellement du contrat de gestion, le plan est établi au plus tard douze mois avant l'expiration du contrat de gestion en cours. (L'article 3, § 2, 9°, n'est pas applicable.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  CHAPITRE II. - Dispositions financières et fiscales
  Art. 201. Infrabel fixe des redevances d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire pour les services qu'elle rend dans le cadre de ses missions de service public, dans le respect des principes et procédures définis par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et des dispositions du contrat de gestion.
  Art. 202. § 1er. Le contrat de gestion à conclure entre l'Etat et Infrabel définit le calcul et les modalités de paiement de l'ensemble des subventions de l'Etat pour l'accomplissement des missions de service public d'Infrabel, de manière à :
  1° assurer au moins un équilibre, dans des conditions normales d'activité et par rapport à une période raisonnable, entre, d'une part, les recettes provenant des redevances d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, les excédents dégagés d'activités commerciales et les subventions de l'Etat et, d'autre part, les dépenses d'infrastructure;
  2° prévoir des incitants financiers appropriés pour réduire tant les coûts de fourniture de l'infrastructure ferroviaire que le niveau des redevances d'utilisation de cette infrastructure, pour maximaliser l'utilisation de l'infrastructure et pour réaliser les investissements nécessaires afin de maintenir la performance, la qualité du service et la sécurité de l'infrastructure à un niveau supérieur.
  Art. 203. Le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine, accorder la garantie de l'Etat aux obligations d'Infrabel en vertu d'emprunts émis ou contractés par celle-ci dans le cadre de ses missions de service public ou en vertu de conventions visant a couvrir les risques de change ou de taux d'intérêt afférents à de tels emprunts.
  Art. 204. A l'article 180 du Code des impôts sur les revenus 1992, il est ajouté un 12°, rédigé comme suit :
  " 12° la société anonyme de droit public Infrabel ".
  Infrabel est exempte de tous impôts, taxes et droits au profit des provinces, communes et agglomérations et fédérations de communes.
  Art. 205. Quelle que soit la proportion du capital social qu'elles représentent, les actions d'Infrabel détenues par l'Etat donnent droit à 80 pour cent des voix plus une voix.
  CHAPITRE III. - Gestion
  Art. 206. Les articles 18 à 23 ne sont pas applicables à Infrabel.
  Art. 207. § 1er. Le conseil d'administration est composé de dix membres au plus, en ce compris l'administrateur délégué. (Le nombre d'administrateurs est déterminé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  Un tiers des administrateurs au moins doivent être de sexe différent que les autres administrateurs.
  § 2. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, un nombre d'administrateurs proportionnel aux droits de vote attachés aux actions détenues par l'Etat. Les autres administrateurs sont ensuite nommés par les autres actionnaires.
  Les administrateurs sont choisis en fonction de la complémentarité de leurs compétences telles que l'analyse financière, la gestion comptable, les aspects juridiques, la connaissance du secteur du transport, l'expertise en matière de mobilité, la gestion du personnel et les relations sociales.
  Les administrateurs sont nommés pour un terme renouvelable de six ans(...). <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004> Les administrateurs nommés par le Roi ne peuvent être révoqués que par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  § 3. En cas de vacance d'un mandat d'administrateur, les administrateurs restants ont le droit d'y pourvoir provisoirement jusqu'à ce qu'une nomination définitive intervienne conformément au § 2.
  § 4. Le Roi nomme, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le président du conseil d'administration parmi les administrateurs. Le président du conseil d'administration appartient à un autre rôle linguistique que l'administrateur délégué.
  En cas de partage des voix au sein du conseil d'administration, la voix du président est prépondérante.
  Le président peut, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures d'Infrabel. Il peut requérir des membres du comité de direction, des agents et des préposés d'Infrabel toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui lui paraissent nécessaires pour l'exécution de son mandat. (Il peut se faire assister par un expert, aux frais de la société) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  § 5. Dans le cadre de l'exercice de leur mandat et au regard des intérêts de la société, les membres des organes d'Infrabel sont tenus à un devoir de discrétion.
  Art. 208. § 1er. Le comité de direction est chargé de la gestion journalière et de la représentation en ce qui concerne cette gestion, de même que de l'exécution des décisions du conseil d'administration.
  Les membres du comité de direction forment un collège.
  Ils peuvent se répartir les tâches. Sous réserve des compétences qui lui sont réservées par la présente loi en tant que collège, le comité de direction peut déléguer certaines de ses compétences à un ou plusieurs de ses membres ou à des membres du personnel. Il peut en autoriser la subdélégation. Il informe le conseil d'administration des délégations accordées en vertu du présent alinéa.
  § 2. Le comité de direction est présidé par l'administrateur délégué. Le conseil d'administration fixe le nombre des autres membres du comité de direction et nomme ceux-ci sur proposition de l'administrateur délégué et après avis du comité de nominations et de rémunération.
  Les membres du comité de direction autres que l'administrateur délégué sont révoqués par le conseil d'administration.
  Tous les membres du comité de direction remplissent au sein d'Infrabel des fonctions de plein exercice. A l'exception de l'administrateur délégué, ils ne peuvent avoir la qualité d'administrateur d'Infrabel.
  § 3. L'administrateur délégué est nommé par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, pour un terme renouvelable de six ans. Il est révoqué par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  (§ 4. Infrabel est valablement représentée à l'égard des tiers et en justice par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration, agissant conjointement. "
  Tous les actes de gestion ou qui engagent la société sont signés conjointement par l'administrateur délégué et le directeur général désigné à cet effet par le conseil d'administration. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les actes dont le mode d'approbation déroge au présent § 4.
  L'administrateur délégué appartient à un rôle linguistique différent de celui du directeur général.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  Art. 209. § 1er. Les droits, y compris la rémunération, et obligations de l'administrateur délégué et des autres membres du comité de direction, d'une part, et d'Infrabel, d'autre part, sont réglés dans une convention particulière entre les parties. Lors de la négociation de cette convention, Infrabel est représentée par son conseil d'administration à l'exclusion de l'administrateur délégué. Conformément à l'article 211, § 2, alinéa 2, le conseil d'administration recueille les propositions du comité de nominations et de rémunération quant à la rémunération et aux avantages à accorder à l'administrateur délégué et aux autres membres du comité de direction.
  L'administrateur délégué ou le membre du comité de direction qui, au moment de sa nomination, se trouve dans un lien statutaire avec l'Etat ou toute autre personne de droit public relevant de l'Etat est mis de plein droit en congé pour mission selon les dispositions du statut en question pour toute la durée du mandat de l'intéressé auprès d'Infrabel. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à la promotion et à l'avancement de traitement.
  Lorsque l'administrateur délégué ou un membre du comité de direction se trouve, au moment de sa nomination, dans un lien contractuel avec l'Etat ou avec toute autre personne de droit public relevant de l'Etat, le contrat concerne est suspendu de plein droit pour toute la durée du mandat de l'intéressé auprès d'Infrabel. Toutefois, durant cette période, il garde ses titres à l'avancement de traitement.
  § 2. L'assemblée générale détermine la rémunération des membres du conseil d'administration sur proposition du comité de nominations et de rémunération. L'assemblée tient compte à cette fin de la prestation des mandataires eu égard notamment à leur participation dans les comités prévus par la loi et aux objectifs de l'entreprise.
  § 3. Les rémunérations visées aux §§ 1er et 2 sont à charge d'Infrabel. Si les rémunérations concernées comportent un élément variable, l'assiette ne peut comprendre des éléments ayant le caractère de charge d'exploitation.
  Art. 210. § 1er. Le conseil d'administration constitue en son sein un comité d'audit.
  Le comité d'audit est composé de quatre administrateurs autres que l'administrateur délégué, qui sont nommés par le conseil d'administration. Ce comité compte autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise.
  Le comité d'audit peut inviter à ses réunions l'administrateur délégué, qui y siège avec voix consultative. Les commissaires du Gouvernement participent également avec voix consultative aux réunions de ce comité.
  § 2. Le comité d'audit assume les tâches que lui confie le conseil d'administration. En outre, il a pour mission d'assister le conseil d'administration par l'examen des informations financières, notamment les comptes annuels, le rapport de gestion et les rapports intermédiaires. Il s'assure également de la fiabilité et de l'intégrité des rapports financiers en matière de gestion des risques.
  Au moins quatorze jours avant la réunion au cours de laquelle il établit les comptes annuels, le conseil d'administration soumet ces comptes à l'avis du comité d'audit.
  Art. 211. § 1er. Le conseil d'administration constitue en son sein un comité de nominations et de rémunération.
  Le comité de nominations et de rémunération est composé de quatre administrateurs, dont le président du conseil d'administration, qui le préside, et l'administrateur délégué. Le conseil d'administration nomme les autres membres de ce comité. Celui-ci compte autant de membres d'expression française que d'expression néerlandaise.
  § 2. Le comité de nominations et de rémunération rend un avis conformément à l'article 208, § 2, premier alinéa, sur les candidatures proposées par l'administrateur délégué en vue de la nomination des membres du comité de direction.
  Le conseil d'administration détermine, sur proposition du comité de nominations et de rémunération, la rémunération et les avantages accordés aux membres du comité de direction et aux cadres supérieurs. Le comité suit ces questions de manière continue.
  Art. 212. § 1er. Sans préjudice des autres limitations prévues par ou en vertu de la loi ou dans les statuts d'Infrabel, le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :
  1° membre du Parlement européen;
  2° membre des Chambres législatives;
  3° Ministre ou secrétaire d'Etat;
  4° membre du Conseil ou du Gouvernement d'une Communauté ou d'une Région;
  5° gouverneur d'une province ou membre de la députation permanente d'un conseil provincial.
  En outre, les administrateurs autres que l'administrateur délégué ne peuvent pas être membres du personnel d'Infrabel au sens de l'article 214, § 1er.
  Les membres du comité de direction ne peuvent pas être bourgmestre, échevin ou président d'un centre public d'aide sociale.
  § 2. Le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction est incompatible avec le mandat de membre du conseil d'administration ou du comité de direction d'une entreprise ferroviaire.
  En outre, la majorité des membres du conseil d'administration doivent être indépendants de toute entreprise ferroviaire selon les critères définis à l'article 524, § 4, alinéa 2, du Code des sociétés.
  La majorité des membres du comité de direction ne peuvent avoir aucun intérêt de nature patrimoniale dans une entreprise ferroviaire, ni exercer pour une telle entreprise la moindre fonction ou prester le moindre service, que ce soit directement ou indirectement, a titre gratuit ou onéreux.
  Les membres du conseil d'administration nommés par le Roi doivent être différents des administrateurs nommés par le Roi auprès de la S.N.C.B.
  § 3. Lorsqu'un des membres du conseil d'administration ou du comité de direction contrevient aux dispositions des §§ 1er et 2, premier alinéa, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question dans un délai de trois mois. S'il ne le fait pas, il est réputé, à l'expiration de ce délai, s'être démis de plein droit de son mandat auprès d'Infrabel, sans que cela ne porte préjudice à la validité juridique des actes qu'il a accomplis ou des délibérations auxquelles il a pris part pendant la période concernée.
  Art. 213. § 1er. Infrabel est soumise au contrôle du ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions et du ministre qui a la régulation du transport ferroviaire dans ses attributions. Ce contrôle est exercé à l'intervention de deux commissaires du Gouvernement, nommés et révoqués par le Roi sur la proposition du ministre concerné.
  Les ministres précités peuvent chacun désigner un suppléant pour le cas d'empêchement éventuel du commissaire du Gouvernement ou pour l'assister dans sa mission.
  Le Roi règle l'exercice des missions des commissaires du Gouvernement et leur rémunération. Cette rémunération est à charge d'Infrabel.
  § 2. Les commissaires du Gouvernement veillent au respect de la loi, des statuts et du contrat de gestion. Ils veillent à ce que la politique d'Infrabel, en particulier celle menée en exécution de l'article 13, ne porte pas préjudice à la mise en oeuvre des missions de service public.
  Chaque commissaire du Gouvernement fait rapport au ministre dont il relève. Les commissaires du Gouvernement font rapport au ministre du budget sur toutes les décisions du conseil d'administration ou du comité de direction qui ont une incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat.
  § 3. Les commissaires du Gouvernement sont invités à toutes les réunions du conseil d'administration et du comité de direction et y siègent avec voix consultative. Ils peuvent chacun individuellement, à tout moment, prendre connaissance, sans déplacement, des livres, de la correspondance, des procès-verbaux et généralement de tous les documents et de toutes les écritures d'Infrabel. Ils peuvent chacun individuellement requérir des administrateurs, agents et préposés d'Infrabel et des membres de son comité de direction toutes les explications ou informations et procéder à toutes les vérifications qui leur paraissent nécessaires à l'exécution de leur mandat.
  Infrabel met à la disposition des commissaires du Gouvernement les ressources humaines et matérielles nécessaires à l'exécution de leur mandat.
  § 4. Chaque commissaire du Gouvernement introduit, dans un délai de quatre jours ouvrables, un recours auprès du ministre dont il relève contre toute décision du conseil d'administration ou du comité de direction qu'il estime contraire à la loi, aux statuts ou au contrat de gestion ou susceptible de porter préjudice à la mise en oeuvre des missions de service public d'Infrabel. Chaque commissaire du Gouvernement peut, dans le même délai, introduire un tel recours contre toute décision d'augmentation des redevances de l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire. Le recours est suspensif.
  Le délai visé au premier alinéa court à partir du jour de la réunion à laquelle la décision a été prise, pour autant que le commissaire du Gouvernement en question y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a reçu connaissance. Lorsqu'il est recouru à la procédure écrite prévue à l'article 521, alinéa 2, du Code des sociétés, le délai court à partir du jour où le commissaire du Gouvernement en question a reçu connaissance de la décision ainsi adoptée.
  Le ministre saisi du recours peut annuler la décision en question dans un délai de huit jours francs à compter du même jour que le délai visé au premier alinéa. Le ministre notifie l'annulation à l'organe de gestion concernée. Si, dans le délai précité, aucun des ministres compétents n'a prononcé l'annulation, la décision devient définitive, sans préjudice des dispositions du dernier alinéa.
  En cas d'incidence sur le budget général des dépenses de l'Etat, le ministre saisi du recours demande l'accord du ministre du budget. A défaut d'accord entre ces deux ministres dans le délai de huit jours francs visé à l'alinéa 3, il est statué dans un délai de trente jours francs à compter du même jour que le délai visé au premier alinéa, selon la procédure fixée par le Roi.
  § 5. Chaque année, le conseil d'administration fait rapport aux ministres précités de l'accomplissement par Infrabel de ses tâches de service public.
  Chaque année, ces ministres font rapport aux Chambres législatives sur l'application du présent titre.
  CHAPITRE IV. - Personnel
  Art. 214. § 1er. Infrabel dispose du personnel nécessaire à l'accomplissement de ses missions, mis à sa disposition par la S.N.C.B. Le statut du personnel de la S.N.C.B., y compris le statut syndical, reste applicable à ce personnel. Toutefois, pendant la période de sa mise à disposition, ce personnel se trouve sous l'autorité d'Infrabel.
  Les conditions et modalités de la mise à disposition du personnel en vertu du premier alinéa sont fixées dans une convention à conclure entre la S.N.C.B. et Infrabel. Cette convention ainsi que toute modification à celle-ci doivent recueillir l'accord préalable de la Commission paritaire nationale statuant à la majorité des deux tiers des voix exprimées.
  § 2. Le Chapitre III de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs ne s'applique pas à la mise à disposition de personnel visée au § 1er.
  Art. 215. Par dérogation à l'article 30, § 1er, les compétences attribuées par le titre Ier, chapitre VIII à la commission paritaire de l'entreprise en question sont exercées par la Commission paritaire nationale. "
HOOFDSTUK III. - Fonds voor spoorweginfrastructuur.
CHAPITRE III. - Fonds de l'infrastructure ferroviaire.
Afdeling 1. - Organieke bepalingen.
Section 1re. - Dispositions organiques.
Art. 10.   (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2009-08-21/05, art. 2, 1°) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-12-2008 en tekstbijwerking tot 24-12-2008)">Opgeheven art. 21 van 28 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit betreffende de herstructurering van het Fonds voor spoorweginfrastructuur. (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2009-08-21/05, art. 2, 1°) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-12-2008 en tekstbijwerking tot 24-12-2008)
Art. 10.   (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2009-08-21/05, art. 2, 1°) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-12-2008 en tekstbijwerking tot 24-12-2008)">Abrogé art. 21 van 28 SEPTEMBER 2008. - Koninklijk besluit betreffende de herstructurering van het Fonds voor spoorweginfrastructuur. (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W2009-08-21/05, art. 2, 1°) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-12-2008 en tekstbijwerking tot 24-12-2008)
Afdeling 2. - Overdracht van de spoorweginfrastructuur en van schulden.
Section 2. - Transfert de l'infrastructure ferroviaire et de dettes.
Art. 14. § 1. De N.M.B.S. draagt aan het Fonds zonder vergoeding over :
  1° een geheel van activa met betrekking tot het beheer en de financiering van de spoorweginfrastructuur, zoals gedefinieerd in artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur, (bestaande uit eigendomsrechten of andere zakelijke of persoonlijke rechten op het geheel of een deel van deze infrastructuur) en andere activa met uitzondering van de roerende activa en het rollend materieel bedoeld in artikel 454, § 2, tweede lid, van de programmawet van 22 december 2003, voor een totale waarde gelijk aan het totale bedrag van de schulden en andere passiva bedoeld in 2° en, in voorkomend geval, met de verplichting voor het Fonds om zakelijke of persoonlijke gebruiksrechten op activa, aangeduid in het koninklijk besluit bedoeld in § 2, eerste lid, te verlenen aan Infrabel, de N.M.B.S. of haar dochtervennootschap transport; <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  2° de schulden en andere passiva, voor een totaal bedrag van maximum EUR 7.400 miljoen (zevenduizend vierhonderd miljoen euro).
  § 2. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, na overleg met de raad van bestuur van de N.M.B.S., de lijst op van de activa, schulden en andere passiva bedoeld in § 1, 1° en 2°.
  Deze lijsten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Brussel, waar eenieder er kosteloos kennis van kan nemen en er een volledige of gedeeltelijke kopie van kan bekomen mits betaling van de griffierechten.
  (De zakelijke rechten op onroerende goederen bedoeld in § 1, 1°, worden beschreven in een afzonderlijke afdeling van de lijst van activa. Deze lijst geldt als akte tot overdracht of vestiging van die rechten. De afzonderlijke afdeling van de lijst wordt overgeschreven in het daartoe bestemd register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen. De termijn voor de overschrijving loopt vanaf 1 januari 2005.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  § 3. De overdrachten bedoeld in § 1 gebeuren van rechtswege en hebben uitwerking op 1 januari 2005. Zij zijn tegenstelbaar aan derden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van een bericht dat deze overdrachten bevestigt.
  (Zo leningen of andere schulden niet kunnen worden overgedragen aan het Fonds met bevrijding van de N.M.B.S. van haar verbintenissen, wordt de overdracht van de betreffende verbintenissen en lasten aan het Fonds tot stand gebracht door een andere techniek met evenwaardig resultaat.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
  Het Fonds treedt in de rechten en verplichtingen van de N.M.B.S. die voortvloeien uit lopende onteigeningsprocedures op de datum van inwerkingtreding van de overdrachten bedoeld in § 1 met betrekking tot de goederen opgenomen in het koninklijk besluit bedoeld in § 2, eerste lid.
  § 4. De overdrachten bedoeld in § 1 zijn vrijgesteld van elke belasting. De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de wijze waarop deze vrijstelling geschiedt.
  Artikel 442bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is niet van toepassing op de overdracht bedoeld in § 1, 1°. Deze overdracht wordt geacht geen levering van goederen of een dienst uit te maken in de zin van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Fonds wordt geacht de persoon van de overdragen voort te zetten.
  § 5. (...) <KB 2006-11-10/78, art. 6, 3°, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
Art. 14. § 1er. La S.N.C.B. transfère au Fonds sans indemnité :
  1° un ensemble d'actifs se rattachant à la gestion et au financement de l'infrastructure ferroviaire, telle que définie à l'article 1er, § 2, de l'arrêté royal du 12 mars 2003 relatif aux conditions d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, (consistant en des droits de propriété ou en d'autres droits réels ou personnels portant sur tout ou partie de cette infrastructure) et d'autres actifs à l'exception du mobilier et du matériel roulant visés à l'article 454, § 2, alinéa 2, de la loi-programme du 22 décembre 2003, pour une valeur totale correspondant au montant total des dettes et autres passifs visés au 2° et, le cas échéant, à charge pour le Fonds de conférer à Infrabel, à la S.N.C.B. ou à la filiale de transport de celle-ci des droits d'usage réels ou personnels sur des actifs désignés par l'arrêté royal visé au § 2, premier alinéa; <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  2° les dettes et autres passifs, pour un montant total de maximum EUR 7.400 millions (sept mille quatre-cent millions d'euros).
  § 2. Le Roi établit, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, après concertation avec le conseil d'administration de la S.N.C.B., la liste des actifs, dettes et autres passifs visés au § 1er, 1° et 2°.
  Ces listes sont déposées au greffe du tribunal de commerce de Bruxelles, où toute personne peut en prendre connaissance gratuitement et en obtenir copie intégrale ou partielle moyennant paiement des droits de greffe.
  (Les droits réels sur biens immeubles visés au § 1er, 1°, sont décrits dans une section particulière de la liste des actifs. Cette liste vaut acte translatif ou constitutif de ces droits. La section particulière de la liste est transcrite sur le registre approprié dans chaque bureau de la conservation des hypothèques dans le ressort duquel les biens immeubles en question sont situés. Le délai pour la transcription court a partir du 1er janvier 2005.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  § 3. Les transferts visés au § 1er se font de plein droit et sortent leurs effets le 1er janvier 2005. Ils sont opposables aux tiers dès la publication au Moniteur belge d'un avis confirmant ces transferts.
  (Dans l'hypothèse où des emprunts ou d'autres dettes ne pourraient pas être transférés au Fonds en libérant la S.N.C.B. de ses obligations, le transfert des obligations et charges y afférentes au Fonds sera réalisé par toute autre technique à effet équivalent.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
  Le Fonds succède aux droits et obligations de la S.N.C.B. résultant de procédures d'expropriation en cours à la date d'entrée en vigueur des transferts vises au § 1er et concernant des biens identifiés dans l'arrêté royal visé au § 2, premier alinéa.
  § 4. Les transferts visés au § 1er sont exonérés de tout impôt. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités suivant lesquelles s'opère cette exonération.
  L'article 442bis du Code des impôts sur les revenus 1992 n'est pas applicable au transfert visé au § 1er, 1°. Ce transfert est réputé ne pas constituer une livraison de biens ou une prestation de services au sens du Code de la taxe sur la valeur ajoutée et le Fonds est censé continuer la personne du cédant pour l'application du même Code.
  § 5. (...) <AR 2006-11-10/78, art. 6, 3° , 005; En vigueur : 01-01-2005>
Art. 15. § 1er. Ter uitvoering van artikel 455, § 1, van de programmawet van 22 december 2003 en uiterlijk op 1 september 2004, zal de naamloze vennootschap van publiek recht Federale Participatiemaatschappij :
  1° voldoen aan haar verplichtingen tot terugbetaling tegenover de Staat ingevolge de verminderingen van haar kapitaal met toepassing van artikel 8, § 1, van de wet van 17 maart 1997 betreffende de financiering van het HST-project, door overdracht aan de Staat van alle aandelen van categorie A die zij bezit in de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin (hierna " HST-Fin " genoemd);
  2° haar kapitaal verminderen ten bedrage van EUR 145.802.358,73 (honderd vijfenveertig miljoen achthonderd en twee duizend driehonderd achtenvijftig euro, drieënzeventig cent) door terugbetaling aan de Staat door overdracht van alle aandelen van categorie C die zij bezit in HST-Fin.
  HST-Fin mag geen enkel ander dividend of interimdividend uitkeren dan het jaarlijks preferent dividend van 5,68% (pro rata temporis) aan aandelen van categorie C overeenkomstig artikel 32, tweede en derde lid, van haar statuten.
  § 2. Overeenkomstig artikel 455, § 2, van de programmawet van 22 december 2003 gaat de N.M.B.S. uiterlijk op 1 januari 2005 over tot fusie door overneming van HST-Fin.
  De fusie bedoeld in het eerste lid wordt geacht een fusie te zijn zoals bedoeld in artikel 211, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en artikel 117, § 1, van het Wetboek der registratie-, hypotheek-, en griffierechten, die beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Artikel 209 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is niet van toepassing, zelfs in de mate dat de inbreng niet wordt vergoed met nieuwe aandelen wegens het feit dat de overnemende vennootschap aandelen bezit van de overgenomen vennootschap. De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de wijze waarop de fiscale neutraliteit van deze fusie wordt toegepast.
  Deze verrichting wordt verwezenlijkt met toepassing van artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 15. § 1er. En exécution de l'article 455, § 1er, de la loi-programme du 22 décembre 2003 et au plus tard le 1er septembre 2004, la société anonyme de droit public Société fédérale de Participations :
  1° se libère à l'égard de l'Etat de ses obligations de remboursement découlant des réductions de son capital intervenues en application de l'article 8, § 1er, de la loi du 17 mars 1997 relative au financement du projet TGV par remise à l'Etat de l'ensemble des actions de la catégorie A de la société anonyme de droit public Financière TGV (ci-après dénommée la " Financière TGV ") qu'elle détient;
  2° procède à une réduction de son capital à concurrence de EUR 145.802.358,73 (cent quarante-cinq millions huit cent deux mille trois cent cinquante-huit euros septante-trois cents) dont elle se libère à l'égard de l'Etat par la remise de l'ensemble des actions de la catégorie C de la Financière TGV qu'elle détient.
  La Financiere TGV ne peut distribuer aucun dividende ou acompte sur dividende autre que le dividende privilégié annuel de 5,68% (pro rata temporis) aux actions de la catégorie C conformément à l'article 32, alinéas 2 et 3, de ses statuts.
  § 2. La S.N.C.B. procède à la fusion par absorption de la Financière TGV, conformément à l'article 455, § 2, de la loi-programme du 22 décembre 2003, au plus tard le 1er janvier 2005.
  La fusion visée au premier alinéa est censee constituer une fusion visée à l'article 211, § 1er, premier alinéa, du Code des impôts sur les revenus 1992 et à l'article 117, § 1er, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, qui répond à des besoins légitimes de caractère financier ou économique. L'article 209 du Code des impôts sur les revenus 1992 ne s'applique pas, même dans la mesure où l'apport n'est pas rémunéré par des actions nouvelles en raison du fait que la société absorbante détient des actions de la société absorbée. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités suivant lesquelles s'applique la neutralité fiscale de cette fusion.
  Cette opération bénéficie de l'article 11 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigings-, algemene en diverse bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives, communes et diverses.
Art. 16. Niettegenstaande elke strijdige contractuele bepaling, heeft geen enkele van de reorganisaties bedoeld in dit besluit tot gevolg dat de bepalingen van enige overeenkomst gesloten tussen de N.M.B.S. of HST-Fin en één of meer derden vóór de effectieve datum van de overdrachten bedoeld in artikel 14, § 1, worden gewijzigd of dat zulke overeenkomst wordt beëindigd, en geen enkele van deze reorganisaties geeft enige partij het recht om zulke overeenkomst te wijzigen of eenzijdig te beëindigen.
  (Geen enkele van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit heeft tot gevolg dat de waarborgen die door de Staat zijn toegekend voor leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin vóór die verrichtingen, vervallen of worden gewijzigd, in voorkomend geval niettegenstaande de wijziging van schuldenaar in het kader van die reorganisatieverrichtingen.
  De fiscale vrijstellingen die door of krachtens de wet zijn toegekend voor de inkomsten uit leningen of andere schulden uitgegeven of aangegaan door de N.M.B.S. of HST-Fin, blijven van toepassing binnen dezelfde grenzen en tegen dezelfde voorwaarden, in voorkomend geval niettegenstaande de overdracht van deze leningen in het kader van de reorganisatieverrichtingen bedoeld in dit besluit.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
Art. 16. Nonobstant toute disposition conventionnelle contraire, aucune des réformes visées au présent arrêté ne peut avoir pour effet de modifier les termes d'une convention conclue entre la S.N.C.B. ou la Financière TGV et un ou plusieurs tiers avant la date effective des transferts visés à l'article 14, § 1er, ou de mettre fin à une telle convention, et aucune de ces réformes ne donne à une partie le droit de modifier une telle convention ou de la résilier unilatéralement.
  (Aucune des réformes visées au présent arrêté n'a pour effet d'éteindre ou de modifier les garanties accordées par l'Etat à des emprunts ou autres dettes émis ou contractés par la S.N.C.B. ou la Financière TGV avant ces réformes, le cas échéant nonobstant le changement de débiteur dans le cadre de ces réformes.
  Les exonérations fiscales accordées par ou en vertu de la loi aux revenus d'emprunts ou autres dettes émis ou contractes par la S.N.C.B. ou la Financière TGV continuent à s'appliquer dans les mêmes limites et aux mêmes conditions, le cas échéant nonobstant le transfert de ces emprunts dans le cadre des réformes visées au présent arrêté.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
Art. 17. In de wet van 23 juli 1926 houdende de oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt een artikel 13bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 13bis. De samenstelling van de Nationale Paritaire Commissie wordt vanaf 1 januari 2005 als volgt aangepast :
  1° vier leden worden benoemd door de raad van bestuur van de N.M.B.S.;
  2° drie leden worden benoemd door de raad van bestuur van Infrabel;
  3° drie leden worden benoemd door de raad van bestuur van de dochtervennootschap van de N.M.B.S. die tot doel heeft het vervoer per spoor van reizigers en goederen, of, ingeval deze dochtervennootschap niet vóór 1 januari 2005 is opgericht, door de raad van bestuur van de N.M.B.S. "
Art. 17. Un article 13bis, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 23 juillet 1926 créant la Société nationale des Chemins de fer belges :
  " Art. 13bis. La composition de la Commission paritaire nationale est adaptée comme suit à partir du 1er janvier 2005 :
  1° quatre membres sont nommés par le conseil d'administration de la S.N.C.B.;
  2° trois membres sont nommés par le conseil d'administration d'Infrabel;
  3° trois membres sont nommés par le conseil d'administration de la filiale de la S.N.C.B. ayant pour objet le transport ferroviaire de voyageurs et de marchandises ou, au cas où cette filiale n'est pas constituée avant le 1er janvier 2005, par le conseil d'administration de la S.N.C.B. "
Art. 18. Aan artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, worden de woorden " Fonds voor Spoorweginfrastructuur " toegevoegd in de categorie B.
Art. 18. A l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, les mots " Fonds de l'infrastructure ferroviaire " sont ajoutés dans la catégorie B.
Art. 19. § 1. In artikel 492 van de programmawet van 24 december 2002 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, en § 2 worden opgeheven;
  2° in § 1, tweede lid, worden de woorden " De overname " vervangen door de woorden " De schuldovername ".
  § 2. De overdrachten van schulden bedoeld in de artikelen 3, § 1, 3°, en 14, § 1, 2°, moeten gelijktijdig gebeuren en in hun geheel genomen beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in artikel 492 van de programmawet van 24 december 2002.
Art. 19. § 1er. A l'article 492 de la loi-programme du 24 décembre 2002 sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, premier alinéa, et le § 2 sont abrogés;
  2° au § 1er, alinéa 2, les mots " La reprise " sont remplacés par les mots " La reprise de dettes ".
  § 2. Les transferts de dettes visés aux articles 3, § 1er, 3°, et 14, § 1er, 2°, doivent s'effectuer de manière concomitante et répondre, ensemble, aux conditions énoncées à l'article 492 de la loi-programme du 24 décembre 2002.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 5 dat in werking treedt op de datum van oprichting van Infrabel overeenkomstig artikel 2.
  (In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 5 in werking op 1 januari 2005 in zoverre het in voornoemde wet van 21 maart 1991 een nieuw artikel 208, § 2, derde lid, eerste zin, een nieuw artikel 209, § 1, tweede en derde lid, en een nieuw artikel 212, § 2, invoegt.) <KB 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; Inwerkingtreding : 20-10-2004>
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, a l'exception de l'article 5 qui entre en vigueur à la date de constitution d'Infrabel conformément à l'article 2.
  (Par dérogation au premier alinéa, l'article 5 entre en vigueur le 1er janvier 2005 en ce qu'il insère dans la loi du 21 mars 1991 précitée un nouvel article 208, § 2, alinéa 3, première phrase, un nouvel article 209, § 1er, alinéas 2 et 3, et un nouvel article 212, § 2.) <AR 2004-10-18/32, art. 37, 002 ; En vigueur : 20-10-2004>
Art. 21. Onze minister bevoegd voor de overheidsbedrijven, Onze minister bevoegd voor financiën en Onze minister bevoegd voor de regulering van het spoorvervoer zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel op 14 juni 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Mobiliteit en Sociale Economie,
  B. ANCIAUX.
Art. 21. Notre ministre qui a les entreprises publiques dans ses attributions, Notre ministre qui a les finances dans ses attributions et Notre ministre qui a la régulation du transport ferroviaire dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui les concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 14 juin 2004.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget et des Entreprises publiques,
  J. VANDE LANOTTE
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Mobilité et de l'Economie sociale,
  B. ANCIAUX.