Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 MEI 2004. - Wet tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-05-2004 en tekstbijwerking tot 01-10-2009)
Titre
17 MAI 2004. - Loi transposant en droit belge la directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts et modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de précompte mobilier. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-05-2004 et mise à jour au 01-10-2009)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (20)
Texte (20)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Omzetting in het Belgisch recht van de richt lijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling.
TITRE II. - Transposition en droit belge de la directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts.
Art. 2. Deze titel regelt de omzetting van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling.
Art. 2. Le présent titre règle la transposition de la directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts.
Art. 7. § 1. Een aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoner die als uiteindelijk gerechtigde in een andere lid-Staat interesten ontvangt, kan bij de administratie die bevoegd is voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een verklaring vragen die de uitbetalende instantie moet toelaten geen bronheffing analoog aan de in artikel 4 bedoelde woonstaatheffing in te houden.
Die verklaring bevat ten minste de volgende gegevens :
- naam, adres en fiscaal identificatienummer of, bij ontstentenis van een dergelijk nummer, de geboorteplaats en -datum van de uiteindelijk gerechtigde;
- naam en adres van de uitbetalende instantie;
- rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij ontstentenis van een dergelijk nummer, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
Een dergelijke verklaring is geldig voor drie jaar.
De verklaring wordt afgegeven aan elke uiteindelijk gerechtigde die daarom vraagt, binnen twee maanden nadat het desbetreffende verzoek is ingediend.
§ 2. Wanneer een aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoner interesten heeft verkregen waarvoor wordt aangetoond dat die een heffing hebben ondergaan overeenkomstig de artikelen 10 tot 15 van de Richtlijn, wordt deze heffing verrekend met de personenbelasting. Het eventueel saldo wordt teruggestort indien het tenminste 2,50 EUR bedraagt.
Die verklaring bevat ten minste de volgende gegevens :
- naam, adres en fiscaal identificatienummer of, bij ontstentenis van een dergelijk nummer, de geboorteplaats en -datum van de uiteindelijk gerechtigde;
- naam en adres van de uitbetalende instantie;
- rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij ontstentenis van een dergelijk nummer, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
Een dergelijke verklaring is geldig voor drie jaar.
De verklaring wordt afgegeven aan elke uiteindelijk gerechtigde die daarom vraagt, binnen twee maanden nadat het desbetreffende verzoek is ingediend.
§ 2. Wanneer een aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoner interesten heeft verkregen waarvoor wordt aangetoond dat die een heffing hebben ondergaan overeenkomstig de artikelen 10 tot 15 van de Richtlijn, wordt deze heffing verrekend met de personenbelasting. Het eventueel saldo wordt teruggestort indien het tenminste 2,50 EUR bedraagt.
Art. 7. § 1er. Un habitant du Royaume assujetti à l'impôt des personnes physiques qui reçoit en tant que bénéficiaire effectif, des intérêts provenant d'un autre Etat membre peut demander auprès de l'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus un certificat qui autorise l'agent payeur à ne pas prélever une retenue à la source analogue au prélèvement pour l'Etat de résidence visé à l'article 4.
Ce certificat comporte au moins les mentions suivantes :
- le nom, l'adresse et le numéro d'identification fiscal ou, à défaut d'un tel numéro, les lieu et date de naissance du bénéficiaire effectif;
- le nom et l'adresse de l'agent payeur;
- le numéro de compte du bénéficiaire effectif ou, à défaut d'un tel numéro, l'identification du titre de créance.
Ce certificat est valable trois ans.
Le certificat est délivré à tout bénéficiaire effectif qui en a fait la demande dans un délai de deux mois à compter de la présentation de la demande.
§ 2. Lorsqu'un habitant du Royaume soumis à l'impôt des personnes physiques a perçu des intérêts pour lesquels il est démontré qu'ils ont subi un prélèvement conformément aux articles 10 à 15 de la Directive, ce prélèvement est imputé sur l'impôt des personnes physiques. L'éventuel solde est restitué s'il s'élève à au moins 2,50 EUR.
Ce certificat comporte au moins les mentions suivantes :
- le nom, l'adresse et le numéro d'identification fiscal ou, à défaut d'un tel numéro, les lieu et date de naissance du bénéficiaire effectif;
- le nom et l'adresse de l'agent payeur;
- le numéro de compte du bénéficiaire effectif ou, à défaut d'un tel numéro, l'identification du titre de créance.
Ce certificat est valable trois ans.
Le certificat est délivré à tout bénéficiaire effectif qui en a fait la demande dans un délai de deux mois à compter de la présentation de la demande.
§ 2. Lorsqu'un habitant du Royaume soumis à l'impôt des personnes physiques a perçu des intérêts pour lesquels il est démontré qu'ils ont subi un prélèvement conformément aux articles 10 à 15 de la Directive, ce prélèvement est imputé sur l'impôt des personnes physiques. L'éventuel solde est restitué s'il s'élève à au moins 2,50 EUR.
Art. 8. Artikel 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen door de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld als volgt :
" 10° Woonstaatheffing
Onder woonstaatheffing wordt verstaan de heffing die wordt geheven ingevolge de toepassing van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling of ingevolge de toepassing van een door de Europese Unie afgesloten overeenkomst die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in de voornoemde richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door deze richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde richtlijn. "
" 10° Woonstaatheffing
Onder woonstaatheffing wordt verstaan de heffing die wordt geheven ingevolge de toepassing van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling of ingevolge de toepassing van een door de Europese Unie afgesloten overeenkomst die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in de voornoemde richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door deze richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde richtlijn. "
Art. 8. L'article 2 du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 10 août 2001, est complété comme suit :
" 10° Prélèvement pour l'Etat de résidence
Par prélèvement pour l'Etat de résidence, on entend le prélèvement perçu conformément à l'application de la directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts ou conformément à l'application d'un accord conclu par l'Union européenne qui prévoit l'échange d'informations sur demande, tel qu'il est défini dans le modèle de convention de l'OCDE sur l'échange de renseignements en matière fiscale publié le 18 avril 2002, en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la directive précitée, effectués par des agents payeurs établis sur le territoire de ces pays à des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique cette directive, ainsi que l'application simultanée par ces pays d'une retenue à la source sur ces paiements au taux défini pour les périodes correspondantes visé à l'article 11, paragraphe 1, de la même directive. "
" 10° Prélèvement pour l'Etat de résidence
Par prélèvement pour l'Etat de résidence, on entend le prélèvement perçu conformément à l'application de la directive 2003/48/CE du 3 juin 2003 du Conseil de l'Union européenne en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts ou conformément à l'application d'un accord conclu par l'Union européenne qui prévoit l'échange d'informations sur demande, tel qu'il est défini dans le modèle de convention de l'OCDE sur l'échange de renseignements en matière fiscale publié le 18 avril 2002, en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la directive précitée, effectués par des agents payeurs établis sur le territoire de ces pays à des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique cette directive, ainsi que l'application simultanée par ces pays d'une retenue à la source sur ces paiements au taux défini pour les périodes correspondantes visé à l'article 11, paragraphe 1, de la même directive. "
Art. 9. In artikel 22, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " en met de fictieve roerende voorheffing " vervangen door de woorden, " met de fictieve roerende voorheffing en, in voorkomend geval, met de woonstaatheffing ".
Art. 9. A l'article 22, § 1er, alinéa 1er, du même Code, les mots " et du précompte mobilier fictif " sont remplacés par les mots, " du précompte mobilier fictif et, le cas échéant, du prélèvement pour l'Etat de résidence ".
Art. 10. Artikel 37, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden " en, in voorkomend geval, de woonstaatheffing ".
Art. 10. L'article 37, alinéa 2, du même Code, est complété par les mots " et, le cas échéant, le prélèvement pour l'Etat de résidence ".
Art. 11. Artikel 286 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden " en, in voorkomend geval, van de woonstaatheffing ".
Art. 11. L'article 286 du même Code est complété par les mots " et, le cas échéant, du prélèvement pour l'Etat de résidence ".
Art. 12. <W 2005-06-20/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Artikel 338 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. 338. § 1. Behoudens de in artikel 338bis bedoelde gevallen, regelt dit artikel de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de inkomstenbelastingen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) "Belgische bevoegde autoriteit" : de minister van Financiën of de persoon of instantie die door de minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat van de Europese Unie;
b) "Staat" : een lidstaat van de Europese Unie;
c) "belasting" : de belasting naar het inkomen en het vermogen, zoals bepaald in artikel 1 van de richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit kan de bevoegde autoriteit van een andere Staat verzoeken haar de inlichtingen te verstrekken die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting voor een bepaald geval.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere Staat wordt aangezocht om haar de inlichtingen te verstrekken die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de in het vorige lid bedoelde inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, voor groepen van gevallen die in het kader van de in § 12 bedoelde procedure worden vastgesteld, regelmatig en zonder voorafgaand verzoek, alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting aan de bevoegde autoriteit van een andere Staat.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting, waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende Staat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in de andere Staat een abnormale vrijstelling of vermindering van belasting bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingheffing of verhoging van belasting in de andere Staat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere Staat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een belastingbesparing kan ontstaan in België, in de andere Staat of in beide Staten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat belastingbesparing in een andere Staat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere Staat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de belasting in deze andere Staat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in § 12 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen aan de andere Staten de inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting, waarvan zij kennis draagt, zonder voorafgaand verzoek verstrekken.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de in de §§ 2 tot 5 bedoelde inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere Staat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 7. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van de Staat waarvoor de inlichtingen zijn bestemd, in het kader van de in § 12 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere Staat op het Belgische grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 8. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook mogen deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belasting of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belasting rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen worden onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de Staat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval worden gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting.
Evenwel, indien de wetgeving of de administratieve praktijk voor nationale doeleinden een verdergaande geheimhoudingsplicht bevat, dan is de Belgische bevoegde autoriteit niet gehouden tot het verstrekken van inlichtingen indien de Staat waarvoor deze zijn bestemd zich niet verbindt deze verdergaande geheimhoudingsplicht in acht te nemen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan evenwel toestaan dat in de Staat die de inlichtingen ontvangt, deze ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de Belgische wetgeving in België een gelijksoortig gebruik onder overeenkomstige omstandigheden toestaat.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere Staat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Staat, kan zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste doorgeven mits toestemming van de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt. Wanneer de bevoegde autoriteit van een Staat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Staat, kan de Belgische bevoegde autoriteit ermee instemmen dat die inlichtingen aan die Staat worden doorgegeven.
§ 9. Dit artikel verplicht de Belgische Staat niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de wetgeving of de bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan worden geweigerd indien dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren informatie over te dragen wanneer de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 10. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere Staat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende Staat welke betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de belasting op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker achterhaald kan worden, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte gesteld moet worden.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften met betrekking tot de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere Staat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 11. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische Staat en één of meer Staten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere Staat of van andere Staten overeenkomen elk op het grondgebied van haar eigen Staat gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen informatie uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één Staat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken Staat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de informatie te verstrekken die tot deze keuze heeft geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit geadieerd wordt omtrent een verzoek tot gelijktijdige controle, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van de controle.
§ 12. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere Staat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide Staten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan rechtstreeks met de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten in contact treden. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten, autoriteiten die zij aanwijst, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere Staat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de belasting, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit onderwerpt samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen de in dit artikel omschreven samenwerking aan een voortdurend onderzoek. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de opgedane ervaringen, teneinde de samenwerking te verbeteren en eventueel regelingen uit te werken.
§ 14. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de richtlijn 77/799/EEG, zoals die laatstelijk gewijzigd is bij de richtlijnen 2004/56/EG van de Raad van 21 april 2004 en 2004/106/EG van de Raad van 16 november 2004
" Art. 338. § 1. Behoudens de in artikel 338bis bedoelde gevallen, regelt dit artikel de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de inkomstenbelastingen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) "Belgische bevoegde autoriteit" : de minister van Financiën of de persoon of instantie die door de minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lid-Staat van de Europese Unie;
b) "Staat" : een lidstaat van de Europese Unie;
c) "belasting" : de belasting naar het inkomen en het vermogen, zoals bepaald in artikel 1 van de richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit kan de bevoegde autoriteit van een andere Staat verzoeken haar de inlichtingen te verstrekken die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting voor een bepaald geval.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere Staat wordt aangezocht om haar de inlichtingen te verstrekken die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de in het vorige lid bedoelde inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt, voor groepen van gevallen die in het kader van de in § 12 bedoelde procedure worden vastgesteld, regelmatig en zonder voorafgaand verzoek, alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting aan de bevoegde autoriteit van een andere Staat.
§ 5. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting, waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende Staat, in de volgende situaties :
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in de andere Staat een abnormale vrijstelling of vermindering van belasting bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingheffing of verhoging van belasting in de andere Staat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere Staat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een belastingbesparing kan ontstaan in België, in de andere Staat of in beide Staten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat belastingbesparing in een andere Staat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere Staat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de belasting in deze andere Staat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in § 12 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen aan de andere Staten de inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de juiste vaststelling van de belasting, waarvan zij kennis draagt, zonder voorafgaand verzoek verstrekken.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de in de §§ 2 tot 5 bedoelde inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere Staat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 7. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van de Staat waarvoor de inlichtingen zijn bestemd, in het kader van de in § 12 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere Staat op het Belgische grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 8. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook mogen deze inlichtingen :
- alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belasting of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belasting rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen worden onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de Staat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval worden gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting.
Evenwel, indien de wetgeving of de administratieve praktijk voor nationale doeleinden een verdergaande geheimhoudingsplicht bevat, dan is de Belgische bevoegde autoriteit niet gehouden tot het verstrekken van inlichtingen indien de Staat waarvoor deze zijn bestemd zich niet verbindt deze verdergaande geheimhoudingsplicht in acht te nemen.
De Belgische bevoegde autoriteit kan evenwel toestaan dat in de Staat die de inlichtingen ontvangt, deze ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de Belgische wetgeving in België een gelijksoortig gebruik onder overeenkomstige omstandigheden toestaat.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere Staat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Staat, kan zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste doorgeven mits toestemming van de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt. Wanneer de bevoegde autoriteit van een Staat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Staat, kan de Belgische bevoegde autoriteit ermee instemmen dat die inlichtingen aan die Staat worden doorgegeven.
§ 9. Dit artikel verplicht de Belgische Staat niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de wetgeving of de bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan worden geweigerd indien dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren informatie over te dragen wanneer de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 10. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere Staat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende Staat welke betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de belasting op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker achterhaald kan worden, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte gesteld moet worden.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften met betrekking tot de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere Staat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 11. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische Staat en één of meer Staten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere Staat of van andere Staten overeenkomen elk op het grondgebied van haar eigen Staat gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen informatie uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één Staat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken Staat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de informatie te verstrekken die tot deze keuze heeft geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit geadieerd wordt omtrent een verzoek tot gelijktijdige controle, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van de controle.
§ 12. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen :
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere Staat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide Staten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit kan rechtstreeks met de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten in contact treden. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere Staten, autoriteiten die zij aanwijst, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere Staat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de belasting, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Commissie van de Europese Gemeenschappen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit onderwerpt samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen de in dit artikel omschreven samenwerking aan een voortdurend onderzoek. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteit van de andere Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de opgedane ervaringen, teneinde de samenwerking te verbeteren en eventueel regelingen uit te werken.
§ 14. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de richtlijn 77/799/EEG, zoals die laatstelijk gewijzigd is bij de richtlijnen 2004/56/EG van de Raad van 21 april 2004 en 2004/106/EG van de Raad van 16 november 2004
Art. 12. <L 2005-06-20/31, art. 2, 002; En vigueur : 24-06-2005> L'article 338 du même Code est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 338. § 1er. Sauf dans les cas visés à l'article 338bis, le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine des impôts sur le revenu.
§ 2. Pour l'application du présent article, l'on entend par :
a) "autorité belge compétente" : le ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne;
b) "Etat" : un Etat membre de l'Union européenne;
c) "impôt" : l'impôt sur le revenu et sur la fortune tel qu'il est défini à l'article 1er de la directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance.
§ 3. L'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat de lui communiquer les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt en ce qui concerne un cas précis.
Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat de fournir les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt en ce qui concerne un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à la demande, sauf s'il apparaît que l'autorité compétente de l'Etat requérant n'a pas épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
En vue de la communication des informations visées à l'alinéa précédent, l'autorité belge compétente fait effectuer, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour se procurer les informations demandées, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède comme s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge.
§ 4. L'autorité belge compétente fournit, pour des catégories de cas déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, à l'autorité compétente d'un autre Etat, sans demande préalable et d'une manière régulière, toutes les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt.
§ 5. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, toutes les informations susceptibles de permettre l'établissement correct de l'impôt, dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer qu'il existe une réduction ou une exonération anormale d'impôt dans l'autre Etat;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une réduction ou une exonération d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation d'impôt ou un assujettissement à l'impôt dans l'autre Etat;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers, se trouvant dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution d'impôt en Belgique, dans l'autre Etat ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de l'impôt dans cet autre Etat.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, étendre l'échange d'informations prévu à l'alinéa 1er à des cas autres que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, communiquer aux autres Etats, sans demande préalable, les informations susceptibles de permettre l'établissement correct de l'impôt, dont elle a connaissance.
§ 6. L'autorité belge compétente transmet le plus rapidement possible les informations visées aux §§ 2 à 5. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 7. Pour l'application des dispositions qui précédent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente de l'Etat à qui les informations sont destinées peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, d'autoriser la présence sur le territoire belge d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 8. Toutes les informations dont l'Etat belge a connaissance par application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de l'impôt ou par le contrôle administratif de l'établissement de l'impôt;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt.
Toutefois, lorsque la législation ou la pratique administrative établissent, à des fins internes, une obligation de secret plus stricte, l'autorité belge compétente n'est pas tenue de fournir des informations si l'Etat à qui elles sont destinées ne s'engage pas à respecter cette obligation plus stricte.
L'autorité belge compétente peut, toutefois, permettre l'utilisation de ces informations à d'autres fins dans l'Etat qui les reçoit lorsque, selon la législation belge, leur utilisation est possible, en Belgique, à des fins similaires dans les mêmes circonstances.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat, elle peut les transmettre à cette dernière avec l'accord de l'autorité compétente qui les a fournies. Lorsque l'autorité compétente d'un Etat considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat, l'autorité belge compétente peut consentir à ce que ces informations lui soient transmises.
§ 9. Le présent article n'impose pas à l'Etat belge l'obligation de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte des informations en question est contraire à sa législation ou à ses pratiques administratives.
La transmission d'informations peut être refusée dans le cas où elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public.
L'autorité belge compétente peut refuser la transmission d'informations lorsque l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir des informations de même nature pour des raisons de fait ou de droit.
§ 10. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat requérant et concernant l'application sur son territoire de la législation relative à l'impôt.
Les demandes de notification indiquent le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionnent l'acte ou la décision à notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge en vigueur pour la notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans tarder l'autorité requérante de l'autre Etat de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie, en particulier, la date a laquelle la décision ou l'acte a été notifié au destinataire.
§ 11. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'Etat belge et un ou plusieurs Etats, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un autre Etat ou d'autres Etats de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur le territoire de son propre Etat, en vue d'échanger les renseignements ainsi obtenus, chaque fois qu'ils apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de proposer un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans toute la mesure du possible en fournissant les renseignements qui ont mene à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
L'autorité belge compétente désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner le contrôle.
§ 12. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des consultations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat, à la demande de l'une d'entre elles, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats et la Commission des Communautés européennes, à la demande d'une autorité competente d'un ou plusieurs Etats ou de la Commission des Communautés europeennes, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente peut communiquer directement avec l'autorité compétente d'un ou plusieurs Etats. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou plusieurs Etats, permettre à des autorités désignées par elle de prendre des contacts directs pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à l'impôt, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission des Communautés européennes dans les meilleurs délais.
§ 13. L'autorité belge compétente, conjointement avec les autorités compétentes des autres Etats et la Commission des Communautes européennes, suivent de manière continue le déroulement de la procédure de coopération prévue par le présent article. L'autorité belge compétente communique les expériences réalisées aux autorités compétentes des autres Etats et à la Commission des Communautés européennes, afin d'améliorer la coopération et d'élaborer, le cas échéant, des réglementations.
§ 14. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'execution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'actes juridiques autres que la directive 77/799/CEE, modifiée en dernier lieu par les directives 2004/56/CE du Conseil du 21 avril 2004 et 2004/106/CE du Conseil du 16 novembre 2004.
" Art. 338. § 1er. Sauf dans les cas visés à l'article 338bis, le présent article règle l'assistance mutuelle entre la Belgique et les Etats membres de l'Union européenne dans le domaine des impôts sur le revenu.
§ 2. Pour l'application du présent article, l'on entend par :
a) "autorité belge compétente" : le ministre des Finances ou la personne ou le service habilité par le ministre des Finances à échanger des informations avec l'autorité compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne;
b) "Etat" : un Etat membre de l'Union européenne;
c) "impôt" : l'impôt sur le revenu et sur la fortune tel qu'il est défini à l'article 1er de la directive 77/799/CEE du Conseil du 19 décembre 1977 concernant l'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance.
§ 3. L'autorité belge compétente peut demander à l'autorité compétente d'un autre Etat de lui communiquer les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt en ce qui concerne un cas précis.
Lorsqu'elle est requise par l'autorité compétente d'un autre Etat de fournir les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt en ce qui concerne un cas précis, l'autorité belge compétente est tenue de donner une suite favorable à la demande, sauf s'il apparaît que l'autorité compétente de l'Etat requérant n'a pas épuisé ses propres sources habituelles d'information, qu'elle aurait pu utiliser en l'occurrence pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à l'obtention du résultat recherché.
En vue de la communication des informations visées à l'alinéa précédent, l'autorité belge compétente fait effectuer, s'il y a lieu, les recherches nécessaires.
Pour se procurer les informations demandées, l'autorité belge compétente, ou le service administratif belge saisi par cette dernière, procède comme s'il agissait de sa propre initiative ou à la demande d'une autre autorité belge.
§ 4. L'autorité belge compétente fournit, pour des catégories de cas déterminées dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, à l'autorité compétente d'un autre Etat, sans demande préalable et d'une manière régulière, toutes les informations susceptibles de lui permettre d'établir correctement l'impôt.
§ 5. L'autorité belge compétente communique, sans demande préalable, toutes les informations susceptibles de permettre l'établissement correct de l'impôt, dont elle a connaissance, à l'autorité compétente de tout autre Etat intéressé dans les situations suivantes :
a) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer qu'il existe une réduction ou une exonération anormale d'impôt dans l'autre Etat;
b) un contribuable obtient, en Belgique, une réduction ou une exonération d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation d'impôt ou un assujettissement à l'impôt dans l'autre Etat;
c) des transactions entre un contribuable belge et un contribuable d'un autre Etat par l'intermédiaire d'un établissement stable de ces contribuables ou par l'intermédiaire d'un ou plusieurs tiers, se trouvant dans un ou plusieurs autres pays, sont de nature à entraîner une diminution d'impôt en Belgique, dans l'autre Etat ou dans les deux;
d) l'autorité belge compétente a des raisons de présumer que des transferts artificiels de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises entraînent une diminution de l'impôt dans un autre Etat;
e) à la suite des informations communiquées par l'autorité compétente d'un autre Etat, sont recueillies, en Belgique, des informations qui peuvent être utiles à l'établissement de l'impôt dans cet autre Etat.
L'autorité belge compétente peut, dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, étendre l'échange d'informations prévu à l'alinéa 1er à des cas autres que ceux qui y sont visés.
L'autorité belge compétente peut, dans tout autre cas, communiquer aux autres Etats, sans demande préalable, les informations susceptibles de permettre l'établissement correct de l'impôt, dont elle a connaissance.
§ 6. L'autorité belge compétente transmet le plus rapidement possible les informations visées aux §§ 2 à 5. Si la fourniture de ces informations se heurte à des obstacles ou qu'elle est refusée, l'autorité belge compétente en informe sans délai l'autorité compétente de l'autre Etat en indiquant la nature des obstacles ou les raisons de son refus.
§ 7. Pour l'application des dispositions qui précédent, l'autorité belge compétente et l'autorité compétente de l'Etat à qui les informations sont destinées peuvent convenir, dans le cadre de la procédure de consultation visée au § 12, d'autoriser la présence sur le territoire belge d'agents de l'administration fiscale de l'autre Etat. Les modalités d'application de cette disposition sont déterminées dans le cadre de la procédure de consultation susvisée.
§ 8. Toutes les informations dont l'Etat belge a connaissance par application du présent article sont tenues secrètes de la même manière que les informations recueillies en application de sa législation. En tout état de cause, ces informations :
- ne sont accessibles qu'aux personnes directement concernées par l'établissement de l'impôt ou par le contrôle administratif de l'établissement de l'impôt;
- ne sont dévoilées qu'à l'occasion d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt, et seulement aux personnes intervenant directement dans ces procédures; il peut toutefois être fait état de ces informations au cours d'audiences publiques ou dans des jugements, si l'autorité compétente de l'Etat qui fournit les informations ne s'y oppose pas lors de leur transmission initiale;
- ne sont, en aucun cas, utilisées autrement qu'à des fins fiscales ou aux fins d'une procédure judiciaire ou d'une procédure entraînant l'application de sanctions administratives, engagées en vue de ou en relation avec l'établissement ou le contrôle de l'établissement de l'impôt.
Toutefois, lorsque la législation ou la pratique administrative établissent, à des fins internes, une obligation de secret plus stricte, l'autorité belge compétente n'est pas tenue de fournir des informations si l'Etat à qui elles sont destinées ne s'engage pas à respecter cette obligation plus stricte.
L'autorité belge compétente peut, toutefois, permettre l'utilisation de ces informations à d'autres fins dans l'Etat qui les reçoit lorsque, selon la législation belge, leur utilisation est possible, en Belgique, à des fins similaires dans les mêmes circonstances.
Lorsque l'autorité belge compétente considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente d'un autre Etat sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat, elle peut les transmettre à cette dernière avec l'accord de l'autorité compétente qui les a fournies. Lorsque l'autorité compétente d'un Etat considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité belge compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat, l'autorité belge compétente peut consentir à ce que ces informations lui soient transmises.
§ 9. Le présent article n'impose pas à l'Etat belge l'obligation de procéder à des recherches ou de transmettre des informations lorsque la réalisation de telles enquêtes ou la collecte des informations en question est contraire à sa législation ou à ses pratiques administratives.
La transmission d'informations peut être refusée dans le cas où elle conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public.
L'autorité belge compétente peut refuser la transmission d'informations lorsque l'Etat requérant n'est pas en mesure de fournir des informations de même nature pour des raisons de fait ou de droit.
§ 10. A la demande de l'autorité compétente d'un autre Etat, l'autorité belge compétente notifie au destinataire tous actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat requérant et concernant l'application sur son territoire de la législation relative à l'impôt.
Les demandes de notification indiquent le nom, l'adresse et tout autre renseignement susceptible de faciliter l'identification du destinataire et mentionnent l'acte ou la décision à notifier.
La notification a lieu selon les règles de droit belge en vigueur pour la notification d'actes similaires.
L'autorité belge compétente informe sans tarder l'autorité requérante de l'autre Etat de la suite donnée à la demande de notification et lui notifie, en particulier, la date a laquelle la décision ou l'acte a été notifié au destinataire.
§ 11. Lorsque la situation d'un ou de plusieurs contribuables présente un intérêt commun ou complémentaire pour l'Etat belge et un ou plusieurs Etats, l'autorité belge compétente peut convenir avec l'autorité compétente d'un autre Etat ou d'autres Etats de procéder à des contrôles simultanés, chacune sur le territoire de son propre Etat, en vue d'échanger les renseignements ainsi obtenus, chaque fois qu'ils apparaissent plus efficaces que des contrôles qui ne seraient effectués que dans un seul Etat.
L'autorité belge compétente identifie de manière indépendante les contribuables pour lesquels elle a l'intention de proposer un contrôle simultané. Elle informe les autorités compétentes de chaque autre Etat concerné des dossiers qui, selon elle, devraient faire l'objet de contrôles simultanés. Elle motive son choix, dans toute la mesure du possible en fournissant les renseignements qui ont mene à cette décision. Elle indique le délai dans lequel ces contrôles doivent être réalisés.
Lorsqu'elle est saisie d'une demande de contrôle simultané, l'autorité belge compétente décide si elle souhaite y participer. Elle donne à l'autorité compétente qui a adressé la demande la confirmation de son acceptation ou lui fait part de son refus motivé d'effectuer ce contrôle.
L'autorité belge compétente désigne un représentant chargé de diriger et de coordonner le contrôle.
§ 12. En vue de l'application des dispositions du présent article, l'autorité belge compétente participe, le cas échéant au sein d'un comité, à des consultations entre :
- l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat, à la demande de l'une d'entre elles, dans le cas de questions bilatérales;
- l'autorité belge compétente, les autorités compétentes des autres Etats et la Commission des Communautés européennes, à la demande d'une autorité competente d'un ou plusieurs Etats ou de la Commission des Communautés europeennes, dans la mesure où il ne s'agit pas exclusivement de questions bilatérales.
L'autorité belge compétente peut communiquer directement avec l'autorité compétente d'un ou plusieurs Etats. L'autorité belge compétente peut, d'un commun accord avec l'autorité compétente d'un ou plusieurs Etats, permettre à des autorités désignées par elle de prendre des contacts directs pour des cas déterminés ou pour des catégories de cas.
Lorsque l'autorité belge compétente et l'autorité compétente d'un autre Etat se sont entendues sur des questions bilatérales relatives à l'impôt, elles en informent, sauf pour le règlement de cas particuliers, la Commission des Communautés européennes dans les meilleurs délais.
§ 13. L'autorité belge compétente, conjointement avec les autorités compétentes des autres Etats et la Commission des Communautes européennes, suivent de manière continue le déroulement de la procédure de coopération prévue par le présent article. L'autorité belge compétente communique les expériences réalisées aux autorités compétentes des autres Etats et à la Commission des Communautés européennes, afin d'améliorer la coopération et d'élaborer, le cas échéant, des réglementations.
§ 14. Les dispositions qui précèdent ne portent pas atteinte à l'execution d'obligations plus larges quant à l'échange d'informations qui résulteraient d'actes juridiques autres que la directive 77/799/CEE, modifiée en dernier lieu par les directives 2004/56/CE du Conseil du 21 avril 2004 et 2004/106/CE du Conseil du 16 novembre 2004.
Art. 13. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 338bis ingevoegd, luidende :
" Art. 338bis. § 1. Wanneer de uiteindelijk gerechtigde van interesten woonachtig is in een andere lid-Staat, verstrekt de uitbetalende instantie aan de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen de door de Koning vastgestelde gegevens.
De administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen wisselt de in het eerste lid bedoelde gegevens uit met de bevoegde autoriteit van de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde.
De gegevensuitwisseling gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar, voor alle gedurende dat jaar verrichte betalingen van interesten. De Koning legt de modaliteiten van die uitwisseling vast.
Voor toepassing van dit artikel bepaalt de Koning :
- wat moet worden verstaan onder uiteindelijk gerechtigde, interesten en uitbetalende instantie;
- de modaliteiten volgens dewelke de identificatie en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgelegd.
§ 2. Gelijkaardige inlichtingen als bedoeld in § 1 die van de bevoegde autoriteit van andere lid-Staten worden verkregen, mogen door de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen worden gebruikt voor de juiste vaststelling van de inkomstenbelastingen.
§ 3. Artikel 318 is niet van toepassing op de uitwisseling van inlichtingen die wordt geregeld door de §§ 1 en 2. "
" Art. 338bis. § 1. Wanneer de uiteindelijk gerechtigde van interesten woonachtig is in een andere lid-Staat, verstrekt de uitbetalende instantie aan de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen de door de Koning vastgestelde gegevens.
De administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen wisselt de in het eerste lid bedoelde gegevens uit met de bevoegde autoriteit van de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde.
De gegevensuitwisseling gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar, voor alle gedurende dat jaar verrichte betalingen van interesten. De Koning legt de modaliteiten van die uitwisseling vast.
Voor toepassing van dit artikel bepaalt de Koning :
- wat moet worden verstaan onder uiteindelijk gerechtigde, interesten en uitbetalende instantie;
- de modaliteiten volgens dewelke de identificatie en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgelegd.
§ 2. Gelijkaardige inlichtingen als bedoeld in § 1 die van de bevoegde autoriteit van andere lid-Staten worden verkregen, mogen door de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen worden gebruikt voor de juiste vaststelling van de inkomstenbelastingen.
§ 3. Artikel 318 is niet van toepassing op de uitwisseling van inlichtingen die wordt geregeld door de §§ 1 en 2. "
Art. 13. Il est inséré dans le même Code, un article 338bis, rédigé comme suit :
" Art. 338bis. § 1er. Lorsque le bénéficiaire effectif d'intérêts réside dans un autre Etat membre, l'agent payeur fournit à l'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus les informations déterminées par le Roi.
L'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus échange les informations visées à l'alinéa 1er avec les autorités compétentes de l'Etat de résidence du bénéficiaire effectif.
L'échange d'informations se fait automatiquement et au moins une fois par année, dans les six mois qui suivent l'expiration de chaque année civile, pour tous les paiements d'intérêts effectués durant cette année. Le Roi détermine les modalités de cet échange.
Pour l'application de cet article, le Roi détermine :
- ce qu'il faut entendre par bénéficiaire effectif, intérêts et agent payeur;
- les modalités selon lesquelles l'identification et le domicile du bénéficiaire effectif sont fixés.
§ 2. Des renseignements similaires à ceux visés au § 1er qui sont reçus des autorités compétentes des autres Etats membres, peuvent être utilisés par l'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus pour l'établissement correct des impôts sur les revenus.
§ 3. L'article 318 n'est pas applicable a l'échange de renseignements réglé par les §§ 1er et 2. "
" Art. 338bis. § 1er. Lorsque le bénéficiaire effectif d'intérêts réside dans un autre Etat membre, l'agent payeur fournit à l'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus les informations déterminées par le Roi.
L'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus échange les informations visées à l'alinéa 1er avec les autorités compétentes de l'Etat de résidence du bénéficiaire effectif.
L'échange d'informations se fait automatiquement et au moins une fois par année, dans les six mois qui suivent l'expiration de chaque année civile, pour tous les paiements d'intérêts effectués durant cette année. Le Roi détermine les modalités de cet échange.
Pour l'application de cet article, le Roi détermine :
- ce qu'il faut entendre par bénéficiaire effectif, intérêts et agent payeur;
- les modalités selon lesquelles l'identification et le domicile du bénéficiaire effectif sont fixés.
§ 2. Des renseignements similaires à ceux visés au § 1er qui sont reçus des autorités compétentes des autres Etats membres, peuvent être utilisés par l'administration qui a en charge l'établissement des impôts sur les revenus pour l'établissement correct des impôts sur les revenus.
§ 3. L'article 318 n'est pas applicable a l'échange de renseignements réglé par les §§ 1er et 2. "
Art. 14. Titel VII, Hoofdstuk X "Strafbepalingen", van hetzelfde Wetboek is van toepassing op de artikelen 3 tot 6 en hun uitvoeringsbesluiten.
Art. 14. Le Chapitre X "Sanctions" du Titre VII du même Code est applicable aux articles 3 à 6 et à leurs arrêtés d'exécution.
Art. 15. § 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de inwerkingtreding van deze titel (met uitzondering van de in de §§ 1bis en 2 bedoelde bepalingen). <W 2005-06-20/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
(§ 1bis. Artikel 12 van deze wet treedt in werking de dag waarop de wet van 20 juni 2005 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen inzake de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.) <W 2005-06-20/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
§ 2. (Artikel 338bis, § 2, eerste tot derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals het wordt ingevoegd door artikel 13 van deze wet en gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen inzake de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lid-Staten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, treedt in werking op de vroegste van de volgende data :) <W 2005-06-20/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
1° de datum die de Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf dewelke de artikelen 3 tot 6 van deze wet worden opgeheven;
2° 1 januari van het eerste volledige belastbaar tijdperk volgend op wat het laatst in datum is :
- de datum van inwerkingtreding van een overeenkomst tussen de Europese Unie, bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad, en de Zwitserse Confederatie, het Prinsdom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Prinsdom Monaco en het Prinsdom Andorra, die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden als bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde Richtlijn;
- de datum waarop de Raad het er unaniem overeen is dat de Verenigde Staten van Amerika zich heeft verplicht tot de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de OESO-modelovereenkomst met betrekking tot de rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op zijn grondgebied gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken.
(§ 1bis. Artikel 12 van deze wet treedt in werking de dag waarop de wet van 20 juni 2005 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen inzake de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.) <W 2005-06-20/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
§ 2. (Artikel 338bis, § 2, eerste tot derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals het wordt ingevoegd door artikel 13 van deze wet en gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen inzake de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lid-Staten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, treedt in werking op de vroegste van de volgende data :) <W 2005-06-20/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
1° de datum die de Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf dewelke de artikelen 3 tot 6 van deze wet worden opgeheven;
2° 1 januari van het eerste volledige belastbaar tijdperk volgend op wat het laatst in datum is :
- de datum van inwerkingtreding van een overeenkomst tussen de Europese Unie, bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad, en de Zwitserse Confederatie, het Prinsdom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Prinsdom Monaco en het Prinsdom Andorra, die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden als bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde Richtlijn;
- de datum waarop de Raad het er unaniem overeen is dat de Verenigde Staten van Amerika zich heeft verplicht tot de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de OESO-modelovereenkomst met betrekking tot de rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op zijn grondgebied gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken.
Art. 15. § 1er. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la date d'entree en vigueur du présent titre (à l'exclusion des dispositions visées aux §§ 1erbis et 2). <L 2005-06-20/31, art. 4, 002; En vigueur : 24-06-2005>
(§ 1erbis. L'article 12 de la présente loi entre en vigueur à la date de publication au Moniteur belge de la loi du 20 juin 2005, modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 et le Code des taxes assimilées au timbre en matiere d'assistance mutuelle des autorités competentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance.) <L 2005-06-20/31, art. 4, 002; En vigueur : 24-06-2005>
§ 2. (L'article 338bis, § 2, alinéas 1er à 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il est inséré par l'article 13 de la présente loi et modifié par la loi du 20 juin 2005, modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 et le Code des taxes assimilées au timbre en matière d'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance, entre en vigueur à la première des dates suivantes :) <L 2005-06-20/31, art. 4, 002; En vigueur : 24-06-2005>
1° la date fixée par le Roi, par arrête délibéré en Conseil des ministres, a partir de laquelle les articles 3 à 6 de la présente loi sont abrogés;
2° le 1er janvier de la première période imposable complète qui suit la dernière des dates ci-après :
- la date d'entrée en vigueur de l'accord que l'Union europeenne, après décision du Conseil statuant à l'unanimité, aura conclu respectivement avec la Confédération suisse, la Principauté de Liechtenstein, la République de Saint-Marin, la Principauté de Monaco et la Principauté d'Andorre et qui prévoit l'échange d'informations sur demande, tel qu'il est défini dans le modèle de convention de l'OCDE sur l'échange de renseignements en matière fiscale publié le 18 avril 2002 en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la Directive visée à l'article 2 de la présente loi, effectués par des agents payeurs établis sur le territoire de ces pays a des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique ladite Directive, ainsi que l'application simultanée par ces pays d'une retenue à la source sur ces paiements au taux défini pour les périodes correspondantes visé à l'article 11, paragraphe 1, de la même Directive;
- la date à laquelle le Conseil convient à l'unanimité que les Etats-Unis d'Amérique s'engagent à échanger des informations sur demande conformément au modele de convention de l'OCDE en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la Directive visée à l'article 2 de la présente loi, effectués par des agents payeurs établis sur leur territoire à des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique ladite Directive.
(§ 1erbis. L'article 12 de la présente loi entre en vigueur à la date de publication au Moniteur belge de la loi du 20 juin 2005, modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 et le Code des taxes assimilées au timbre en matiere d'assistance mutuelle des autorités competentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance.) <L 2005-06-20/31, art. 4, 002; En vigueur : 24-06-2005>
§ 2. (L'article 338bis, § 2, alinéas 1er à 3, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il est inséré par l'article 13 de la présente loi et modifié par la loi du 20 juin 2005, modifiant le Code des impôts sur les revenus 1992 et le Code des taxes assimilées au timbre en matière d'assistance mutuelle des autorités compétentes des Etats membres dans le domaine des impôts directs et des taxes sur les primes d'assurance, entre en vigueur à la première des dates suivantes :) <L 2005-06-20/31, art. 4, 002; En vigueur : 24-06-2005>
1° la date fixée par le Roi, par arrête délibéré en Conseil des ministres, a partir de laquelle les articles 3 à 6 de la présente loi sont abrogés;
2° le 1er janvier de la première période imposable complète qui suit la dernière des dates ci-après :
- la date d'entrée en vigueur de l'accord que l'Union europeenne, après décision du Conseil statuant à l'unanimité, aura conclu respectivement avec la Confédération suisse, la Principauté de Liechtenstein, la République de Saint-Marin, la Principauté de Monaco et la Principauté d'Andorre et qui prévoit l'échange d'informations sur demande, tel qu'il est défini dans le modèle de convention de l'OCDE sur l'échange de renseignements en matière fiscale publié le 18 avril 2002 en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la Directive visée à l'article 2 de la présente loi, effectués par des agents payeurs établis sur le territoire de ces pays a des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique ladite Directive, ainsi que l'application simultanée par ces pays d'une retenue à la source sur ces paiements au taux défini pour les périodes correspondantes visé à l'article 11, paragraphe 1, de la même Directive;
- la date à laquelle le Conseil convient à l'unanimité que les Etats-Unis d'Amérique s'engagent à échanger des informations sur demande conformément au modele de convention de l'OCDE en ce qui concerne les paiements d'intérêts, tels que définis dans la Directive visée à l'article 2 de la présente loi, effectués par des agents payeurs établis sur leur territoire à des bénéficiaires effectifs résidant sur le territoire auquel s'applique ladite Directive.
TITEL III. - Wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing.
TITRE III. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992 en matière de précompte mobilier.
Art. 16. Artikel 261 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wetten van 4 april 1995 en van 22 december 1998, wordt aangevuld met het volgende lid :
" In afwijking van het eerste lid, 2°, worden kredietinstellingen en beursvennootschappen niet als tussenpersonen aangemerkt wanneer zij inkomsten als bedoeld in het genoemde eerste lid, 2°, betalen aan een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of verrekenings- of vereffeningsinstelling die deze hoedanigheid verantwoordt. "
" In afwijking van het eerste lid, 2°, worden kredietinstellingen en beursvennootschappen niet als tussenpersonen aangemerkt wanneer zij inkomsten als bedoeld in het genoemde eerste lid, 2°, betalen aan een in België gevestigde kredietinstelling, beursvennootschap of verrekenings- of vereffeningsinstelling die deze hoedanigheid verantwoordt. "
Art. 16. L'article 261 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par les lois des 4 avril 1995 et 22 décembre 1998, est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, les établissements de crédit et les sociétés de bourse ne sont pas considérés comme des intermédiaires lorsqu'ils paient des revenus visés audit alinéa 1er, 2°, à un établissement de crédit ou une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation établi en Belgique et qui justifie cette qualité. "
" Par dérogation à l'alinéa 1er, 2°, les établissements de crédit et les sociétés de bourse ne sont pas considérés comme des intermédiaires lorsqu'ils paient des revenus visés audit alinéa 1er, 2°, à un établissement de crédit ou une société de bourse ou un organisme de compensation ou de liquidation établi en Belgique et qui justifie cette qualité. "
Art. 17. (Ingetrokken) <W 2006-04-25/30, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 27-05-2004>
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 mei 2004.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 mei 2004.
Art. 17. (Rapporté) <L 2006-04-25/30, art. 12, 004; En vigueur : 27-05-2004>
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 17 mai 2004.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 17 mai 2004.