Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 MAART 2004. - [Ministerieel besluit betreffende het fiscaal stelsel van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing en van producten onderworpen aan milieuheffing] <Opschrift vervangen bij MB2014-01-31/06, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 21-02-2014> <Opschrift gewijzigd bij MB2015-07-15/05, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2015> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-03-2004 en tekstbijwerking tot 12-08-2015)
Titre
2 MARS 2004. - [Arrêté ministériel relatif au régime fiscal des récipients pour boissons soumis à la cotisation d'emballage [...]] <Intitulé remplacé par AM2014-01-31/06, art. 6, 007; En vigueur : 21-02-2014> <Intitulé modifié par AM2015-07-15/05, art. 2, 008; En vigueur : 01-01-2015> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-03-2004 et mise à jour au 12-08-2015)
Informations sur le document
Numac: 2004003131
Datum: 2004-03-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004003131
Date: 2004-03-02
Moniteur: Voir
Tekst (48)
Texte (48)
TITEL I. - Algemeenheden.
TITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. [1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
   - administratie : de Algemene administratie der douane en accijnzen;
   - administrateur : de administrateur-generaal Douane en Accijnzen;
   - wet : de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;
   - enig kantoor : het kantoor beoogd door het ministerieel besluit van 19 juli 2006 houdende oprichting van het enig kantoor der douane en accijnzen en door het ministerieel besluit van 26 maart 2007 houdende de oprichting van de hulpkantoren van het enig kantoor der douane en accijnzen en de bepaling van de bevoegdheden van het enig kantoor der douane en accijnzen en van zijn hulpkantoren;
   - hulpkantoor : het hulpkantoor beoogd door het ministerieel besluit van 26 maart 2007 houdende de oprichting van de hulpkantoren van het enig kantoor der douane en accijnzen en de bepaling van de bevoegdheden van het enig kantoor der douane en accijnzen en van zijn hulpkantoren.]1

  
Article 1. [1 Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
   - administration : l'Administration générale des douanes et accises;
   - administrateur : l'administrateur général Douanes et Accises;
   - loi : la loi ordinaire du 16 juillet 1993 visant à achever la structure fédérale de l'Etat;
   - bureau unique : le bureau visé par l'arrêté ministériel du 19 juillet 2006 relatif à la création du bureau unique des douanes et des accises et par l'arrêté ministériel du 26 mars 2007 relatif à la création des succursales du bureau unique des douanes et des accises et à la détermination des compétences du bureau unique des douanes et des accises et de ses succursales;
   - succursale : la succursale visée par l'arrêté ministériel du 26 mars 2007 relatif à la création des succursales du bureau unique des douanes et des accises et à la détermination des compétences du bureau unique des douanes et des accises et de ses succursales.]1

  
TITEL Ibis. - [1 Aangifte ten verbruik]1
TITRE Ierbis. - [1 Déclaration de mise à la consommation]1
Art. 1/1. [1 § 1. De verpakkingsheffing wordt bij de inverbruikstelling van drankverpakkingen onderworpen aan verpakkingsheffing voldaan door middel van een aangifte ten verbruik met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen, die wordt ingezonden bij het enig kantoor.
  [2 ...]2.
   Het hulpkantoor waar de belanghebbende van afhangt wordt geacht het kantoor te zijn waar de aangifte wordt ingediend.
   § 2. De administrateur stelt de specificaties betreffende de structuur en de techniek van het bericht voor het elektronisch inzenden met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen van de aangifte ten verbruik ter beschikking van de aangevers.
   Het geheel van het bericht moet door elektronische ondertekening, voorzien bij de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten, authentiek worden gemaakt.
   § 3. De administrateur bepaalt de voorwaarden waaronder de aangever door middel van zijn eigen applicatie berichten mag aanmaken om met gebruikmaking van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen aangiften ten verbruik in te zenden.
   § 4. De elektronische aangifte ten verbruik wordt ingevuld overeenkomstig de toelichting opgenomen als bijlage 11 bij het ministerieel besluit van 18 maart 2010 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
   § 5. De administrateur :
   - bepaalt de situaties en de voorwaarden waarin een aangifte ten verbruik plaatsvindt door middel van de exemplaren 6 en 8 van het formulier enig document overeenkomstig het model van bijlage 31 en bijlage 33 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek;
   - legt de procedures vast die moeten gevolgd worden in geval van het niet-beschikbaar zijn van het elektronisch systeem paperless douane en accijnzen.
   § 6. Het indienen van een aangifte ten verbruik is eveneens vereist indien het tarief nul bedraagt en bij inverbruikstelling met vrijstelling van verpakkingsheffing [2 ...]2. Dit gebeurt op de wijze voorzien in paragraaf 1.
   § 7. De aangever dient twee aangiften ten verbruik in als hij tot inverbruikstelling is overgegaan tijdens een periode die betrekking heeft op twee kalenderjaren.
   § 8. De belastingplichtige die een vrijstelling van verpakkingsheffing geniet overeenkomstig artikel 371bis van de wet moet een aangifte ten verbruik met vrijstelling van verpakkingsheffing indienen uiterlijk de vijftiende van de maand die volgt op de maand van de inverbruikstelling.]1

  
Art.1er/1.[1 § 1er. Lors de la mise à la consommation des récipients pour boissons soumis à la cotisation d'emballage, la perception de la cotisation d'emballage s'effectue au moyen d'une déclaration de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises, envoyée au bureau unique.
  [2 ...]2.
   La succursale dont dépend l'intéressé est considérée comme étant le bureau où la déclaration est déposée.
   § 2. L'administrateur met à la disposition des déclarants les spécifications ayant trait à la structure et à la technique du message pour l'introduction électronique d'une déclaration de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises.
   L'ensemble du message doit être authentifié au moyen d'une signature électronique prévue par la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification.
   § 3. L'administrateur détermine les conditions auxquelles le déclarant peut établir des messages au moyen de sa propre application pour introduire des déclarations de mise à la consommation utilisant le système électronique paperless douanes et accises.
   § 4. La déclaration électronique de mise à la consommation est complétée conformément à la notice figurant à l'annexe 11 de l'arrêté ministériel du 18 mars 2010 relatif au régime général d'accise.
   § 5. L'administrateur :
   - définit les situations et les conditions dans lesquelles une déclaration de mise à la consommation s'effectue au moyen des exemplaires 6 et 8 du formulaire du document administratif unique conforme au modèle de l'annexe 31 et de l'annexe 33 du Règlement (CEE) n° 2454/93 de la Commission du 2 juillet 1993 fixant certaines dispositions d'application du Règlement (CEE) n° 2913/92 du Conseil du 12 octobre 1992 établissant le code des douanes communautaire;
   - prescrit les procédures à respecter en cas d'indisponibilité du système électronique paperless douanes et accises.
   § 6. L'introduction d'une déclaration de mise à la consommation est également requise en cas de taux nul ainsi que lors de la mise à la consommation en exonération de la cotisation d'emballage [2 ...]2. Celle-ci s'effectue de la manière prévue au paragraphe 1er.
   § 7. Le déclarant introduit deux déclarations de mise à la consommation lorsqu'il a procédé à des mises à la consommation au cours d'une période chevauchant deux années civiles.
   § 8. Le contribuable qui bénéficie d'une exonération de la cotisation d'emballage conformément à l'article 371bis de la loi, doit introduire une déclaration de mise à la consommation en exonération de la cotisation d'emballage au plus tard le 15 du mois suivant celui de la mise à la consommation.]1

  
TITEL II. - Verpakkingsheffing.
TITRE II. - Cotisation d'emballage.
Art. 1bis. <INGEVOEGD bij MB 2004-09-16/31, art. 1; Inwerkingtreding : 24-09-2004> § 1. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die dranken, zoals gedefinieerd in artikel 370 van de wet, verpakt in individuele verpakkingen wanneer de accijns voorafgaandelijk werd betaald op deze dranken, is gehouden een beroepsaangifte in te dienen bij de ontvanger der accijnzen of der douane en accijnzen over het gebied waarin hij is gevestigd, en dit op een formulier volgens het model voorgeschreven door de [1 administrateur]1.
  Deze persoon moet een boekhouding voeren die de volgende elementen bevat :
  - de hoeveelheid ontvangen dranken, uitgedrukt in hectoliter, met verwijzing naar de aankoopfacturen of de leveringsnota's;
  - de hoeveelheid dranken verpakt in individuele verpakkingen, per datum en soort van verpakking(en).
  § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1, zijn elke fysieke en rechtspersoon gekwalificeerd als erkend entrepothouder, geregistreerd bedrijf of fiscaal vertegenwoordiger, zoals omschreven in de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, vrijgesteld van het neerleggen van de beroepsaangifte.
  
Art. 1bis. § 1er. Toute personne physique ou morale qui conditionne des boissons visées à l'article 370 de la loi en récipients individuels lorsque l'accise a été acquittée préalablement sur ces boissons est tenue de déposer une déclaration de profession établie sur un formulaire dont le modèle est prescrit par [1 l'administrateur]1 auprès du receveur des accises ou des douanes et accises du ressort dans lequel elle est établie.
  Cette personne doit tenir une comptabilité comportant les éléments suivants :
  - la quantité de boissons réceptionnées, exprimée en hectolitre, sous la référence aux factures d'achat ou aux bons de livraison;
  - la quantité de boissons conditionnées en récipients individuels, par date et type de récipient(s).
  § 2. Par dérogation aux dispositions du § 1er, est dispensée du dépôt de déclaration de profession toute personne physique ou morale ayant la qualité d'entrepositaire agréé, d'opérateur enregistré ou de représentant fiscal au sens de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise.
  
HOOFDSTUK I. - (Inverbruikstelling.)
CHAPITRE Ier. - (Mise à la consommation.)
Art. 2. (Opgeheven)
Art. 2. (Abrogé)
Art. 3. De belastingplichtige van de verpakkingsheffing, zoals bepaald in artikel 369, 12°, van de wet, betaalt de verpakkingsheffing onder dezelfde vorm en voorwaarden, inbegrepen deze met betrekking tot het uitstel van betaling, als deze inzake accijnzen.
Art. 3. Le redevable de la cotisation d'emballage, visé à l'article 369, 12°, de la loi, s'acquitte du paiement de la cotisation d'emballage dans les formes et aux mêmes conditions, en ce compris celles afférentes aux délais de paiement, que celles appliquées en matière d'accise.
Art. 4. [1 In het vak 31 van de aangifte ten verbruik of op een afzonderlijk blad moeten eveneens alle gegevens worden vermeld die voor de heffing van de verpakkingsheffing van belang zijn, zoals het aantal in het verbruik gebrachte verpakkingen, de verpakkingswijze, de inhoud van de verpakkingen, de inhoudsmaat van de verpakkingen, het samengesteld materiaal van de verpakkingen, de handelsbenaming (merknaam) van de verpakkingen.]1
  
Art. 4. [1 Dans la case 31 de la déclaration de mise à la consommation ou sur une feuille séparée, doivent apparaître toutes les données nécessaires à la perception de la cotisation d'emballage, à savoir le nombre de récipients mis à la consommation, le mode d'emballage, le contenu des récipients, la contenance des récipients, le matériau constitutif des récipients, la dénomination commerciale (marque) des récipients.]1
  
HOOFDSTUK II. - (Erkenning als individuele herbruikbare verpakking.)
CHAPITRE II. - (Reconnaissance de la qualité de récipient individuel réutilisable.)
Art. 5. § 1. ( (De individuele herbruikbare verpakkingen) zoals bedoeld in artikel 369, 19°, van de wet moeten als dusdanig worden erkend door de [1 administrateur]1.)
  Deze erkenning wordt bekomen door middel van een aanvraag ingediend bij de [1 administrateur]1 door de persoon die een stelsel van statiegeld opzet voor de desbetreffende verpakkingen.
  § 2. De aanvraag bedoeld in § 1, bevat de volgende elementen :
  - de naam en het adres van de betrokkene;
  - het samengesteld materiaal van de verpakking;
  - de inhoudsmaat van de verpakking, uitgedrukt in centiliter;
  - de aangeboden verpakkingswijze;
  - de handelsbenaming (merknaam) van de inhoud van de drankverpakking;
  - de code van de gecombineerde nomenclatuur van de inhoud van de verpakking.
  De aanvraag moet gedateerd zijn en eigenhandig ondertekend door de betrokkene. Wanneer de ondertekenaar een rechtspersoon is, moet degene die ondertekent zijn handtekening laten volgen door de vermelding van zijn functie, alsook van zijn naam en voornamen.
  (Bij deze aanvraag worden alle bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat de verpakkingen voldoen aan de definitie van individuele herbruikbare verpakking.)
  § 3. (Na onderzoek levert de [1 administrateur]1 aan de betrokkene een machtiging af waarbij de betrokken verpakking wordt erkend als herbruikbare verpakking.
  Deze erkenning, toegekend voor één of meerdere welbepaalde verpakking(en) is geldig bij het in het verbruik brengen of bij het op de Belgische markt brengen van deze verpakking(en).
  Elke wijziging van de gegevens vermeld in § 2, moet door de betrokkene onmiddellijk ter kennis worden gebracht van de [1 administrateur]1.)
  
Art. 5. § 1er. (Les récipients individuels réutilisables visés à l'art. 369, 19°, de la loi, doivent être reconnus comme tels par [1 l'administrateur]1.)
  Cette reconnaissance est établie par le biais d'une demande introduite auprès [1 de l'administrateur]1 par la personne procédant à la mise sous consigne des récipients concernés.
  § 2. La demande dont question au § 1er comprend les éléments suivants :
  - les nom et adresse de l'intéressé;
  - le matériau constitutif du récipient;
  - la contenance exprimée en centilitres;
  - le mode d'emballage;
  - la dénomination commerciale (ou marque) de la boisson contenue dans le récipient;
  - le code de la nomenclature combinée de la boisson contenue dans le récipient.
  La demande est datée et signée de la main de l'intéressé. Si ce dernier est une personne morale, le signataire doit faire mention de sa fonction ainsi que de ses nom et prénoms à la suite de sa signature.
  (Il est joint à cette demande toutes pièces prouvant que les emballages répondent à la définition de récipient individuel réutilisable.)
  § 3. (Après vérification, [1 l'administrateur]1 délivre au requérant un titre portant reconnaissance de la qualité d'emballage réutilisable.
  Ce titre de reconnaissance, spécifique à un ou plusieurs emballage(s) déterminé(s), est valable pour sa (leur) mise à la consommation ou pour sa (leur) commercialisation dans le pays.
  Toute modification relative aux données mentionnées au § 2, est portée sans délai, par l'intéressé, à la connaissance [1 de l'administrateur]1.)
  
HOOFDSTUK III. - (Inverbruikstelling van individuele verpakkingen die genieten van het verlaagd tarief van verpakkingsheffing.)
CHAPITRE III. - (Mise à la consommation de récipients individuels bénéficiant d'un taux réduit de la cotisation d'emballage.) (abrogé)
Art. 6. (opgeheven)
Art. 6. (abrogé)
Art. 7. (opgeheven)
Art. 7. (abrogé)
HOOFDSTUK IV. - (Ingebruikstelling van individuele verpakkingen die niet zijn onderworpen aan de verpakkingsheffing.)
CHAPITRE IV. - (Mise à la consommation de récipients individuels non soumis à la cotisation d'emballage.) (abrogé)
Art. 8. (opgeheven)
Art. 8. (abrogé)
HOOFDSTUK V. - (Ingebruikstelling van individuele verpakkingen vrij van verpakkingsheffing.)
CHAPITRE V. - (Mise à la consommation de récipients individuels en franchise de la cotisation d'emballage.)
Art. 9. De aan de verpakkingsheffing onderworpen individuele verpakkingen bestemd om te worden geleverd in de gevallen bedoeld in artikel 32 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, kunnen vrij van verpakkingsheffing in het verbruik worden gebracht.
Art. 9. Les récipients individuels soumis à la cotisation d'emballage destinés à être livrés dans les situations visées à l'article 32 de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise peuvent être mis à la consommation en franchise de la cotisation d'emballage.
TITEL III.
TITRE III.
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE Ier.
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
HOOFDSTUK III.
CHAPITRE III.
HOOFDSTUK IV.
CHAPITRE IV.
Titel IIIbis.
Titre IIIbis.
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE Ier.
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
HOOFDSTUK III.
CHAPITRE III.
TITEL IV. - Diverse bepalingen.
TITRE IV. - Dispositions diverses.
Art. 27. Het ministerieel besluit van 11 september 1999 betreffende de regeling van producten onderworpen aan milieutaks, wordt opgeheven.
Art. 27. L'arrêté ministériel du 11 septembre 1999 relatif au régime fiscal des produits soumis à écotaxe, est abrogé.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2004.
  Brussel, 2 maart 2004.
  D. REYNDERS.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2004.
  Bruxelles, le 2 mars 2004.
  D. REYNDERS.