Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 JULI 2003. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot bepaling van de rechtspositie van het contractueel personeel van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en van bepaalde organismen van openbaar nut. (VERTALING) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2003 en tekstbijwerking tot 27-11-2025)
Titre
17 JUILLET 2003. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone déterminant la position juridique du personnel contractuel du Ministère de la Communauté germanophone et de certains organismes d'intérêt public. (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-10-2003 et mise à jour au 27-11-2025)
Informations sur le document
Numac: 2003033085
Datum: 2003-07-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003033085
Date: 2003-07-17
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. - Toepassingsgebied.
  Dit besluit is van toepassing op het contractueel personeel, hierna " contractuele personeelsleden " genoemd, van de volgende instellingen :
  1° het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
  2° het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de K.M.O.'s;
  3° [3 ...]3;
  4° [3 ...]3;
  [3 5° het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap.]3
  [1 Dit besluit is niet van toepassing op werknemers in de zin van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst die tewerkgesteld worden door de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap in het kader van de taak die aan die dienst is toevertrouwd bij [4 artikel 5, eerste lid, 5°, van het decreet van 13 november 2023 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en inzake arbeidsbemiddeling]4.]1
  
Article 1. - Champ d'application.
  Le présent arrêté est applicable au personnel contractuel, ci-après désigné par le terme " agents contractuels ", des organismes suivants :
  1° le Ministère de la Communauté germanophone;
  2° l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les P.M.E.;
  3° [3 ...]3;
  4° [3 ...]3;
  [3 5° du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.]3
  [1 Le présent arrêté ne s'applique pas aux travailleurs au sens de la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE qui sont occupés par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone dans le cadre de la mission qui lui est confiée en vertu de [4 l'article 5, alinéa 1er, 5°, du décret du 13 novembre 2023 relatif aux mesures en matière de promotion de l'emploi et de placement]4.]1
  
Art. 2. - Indienstnemingsprocedure.
  § 1. Vóór de indienstneming bij arbeidsovereenkomst wordt een openbaar oproep tot de kandidaten bekendgemaakt.
  In afwijking van het eerste lid is een oproep tot de kandidaten niet noodzakelijk :
  1° bij indienstneming voor een tewerkstelling die overeenstemt met minder dan één derde van een voltijdse betrekking;
  2° [1 [3 bij indienstnemingen voor ten hoogste drie maanden die wegens dringende noodzakelijkheid of met toepassing van artikel 4 geschieden;]3]1
  (3° bij een [3 nieuwe indienstneming]3 van een personeelslid wier overeenkomst van een bepaalde duur vervalt, voor zover de [3 nieuwe indienstneming]3 zonder onderbreking plaatsvindt[1 [3 , voor zover een openbare oproep tot de gegadigden werd gedaan voor de vorige aanstelling van bepaalde duur, voor zover de nieuwe indienstneming betrekking heeft op dezelfde of een vergelijkbare betrekking als die waarvoor een openbare oproep tot de gegadigden werd gedaan en voor zover de duur van de nieuwe arbeidsovereenkomst niet wezenlijk verschilt van de duur van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst]3;]1)
  [1 4° bij indienstneming in de dienst met afzonderlijk beheer "Gemeenschapscentra" voor de sectoren Sport en Animatie wegens een toestroom aan bezoekers naar aanleiding van de weersomstandigheden of wegens onvoorspelbare omstandigheden die een openbare oproep tot de kandidaten onmogelijk maken, waarbij de duur van de indienstneming ten hoogste drie maanden bedraagt;]1
  [2 5° bij indienstnemingen naar aanleiding van een voltooide opleiding in een bedrijf die in de betrokken instelling gevolgd werd met toepassing van het besluit van de Regering van 10 september 1993 houdende oprichting en regeling van een stelsel voor opleiding in een bedrijf met het oog op de voorbereiding van de inschakeling van de mindervaliden in het arbeidsproces;]2
  [2 6° bij indienstnemingen naar aanleiding van een voltooide opleiding die in de betrokken instelling gevolgd werd in het kader van een duale basisopleiding met toepassing van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool, op voorwaarde dat de lerende zijn opleiding aangevat heeft naar aanleiding van een openbare oproep tot de gegadigden met betrekking tot de opleiding in de betrokken instelling.]2
  § 2. De selectie van de kandidaten gebeurt op basis van materiële criteria m.b.t. de geschiktheid voor de uitoefening van de functie.
  [1 De secretaris-generaal of plaatsvervangende secretaris-generaal resp. de afgevaardigd directeur]1 stelt een examencommissie samen die de geschiktheid van de kandidaten beoordeelt. Te dien einde stelt de examencommissie een ad hoc examenreglement op rekening houdend met de uit te oefenen functie. De examencommissie maakt een klassement op en stelt de uitgekozen kandidaten ter indienstneming voor.
  
Art. 2. - Procédure d'engagement.
  § 1er. Un appel public aux candidats est lancé préalablement à l'engagement par voie de contrat.
  Par dérogation au premier alinéa, un appel aux candidats n'est pas nécessaire :
  1° lors d'engagements pour un emploi représentant moins d'un tiers d'une occupation à temps plein;
  2° [1 [3 lors d'engagements intervenant en raison d'une urgence ou en application de l'article 4 et dont la durée n'excède pas trois mois; ]3]1
  (3° lors du réengagement d'un membre du personnel dont le contrat à durée déterminée expire, à condition que le réengagement ait lieu sans interruption[1 [3 , que la relation temporaire de travail précédente ait fait l'objet d'un appel écrit aux candidats, que le nouvel engagement concerne le même poste ou un poste similaire pour lequel un appel écrit aux candidats a été lancé et que la durée du nouveau contrat de travail ne diffère pas outre mesure de la durée originaire]3;]1)
  [1 4° en cas d'engagement au service à gestion séparée "Centres communautaires" pour les secteurs sport et animation en cas d'affluence de visiteurs due aux conditions climatiques ou d'événements imprévisibles rendant impossible un appel public aux candidats, la durée de l'engagement ne pouvant dépasser trois mois.]1
  [2 5° lors d'engagements au terme d'une formation en entreprise qui, en application de l'arrêté du Gouvernement du 10 septembre 1993 instaurant et réglant un système de formation en entreprise en vue de préparer l'intégration professionnelle de personnes handicapées, a été suivie dans l'établissement concerné;]2
  [2 6° lors d'engagements au terme d'une formation qui, en application du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome, a été suivie dans l'établissement concerné dans le cadre d'une formation initiale en alternance, à condition que l'apprenant ait entamé sa formation à la suite d'un appel public aux candidats relatif à la formation dans ledit établissement.]2
  § 2. La sélection des candidats s'opère selon des critères matériels relatifs à l'aptitude à exercer la fonction.
  [1 Le secrétaire général ou secrétaire général suppléant ou, le cas échéant, le directeur délégué]1 compose un jury qui examine l'aptitude des candidats. A cette fin, le jury adopte un règlement d'examen ad hoc tenant compte de la fonction à exercer. Le jury établit un classement et propose l'engagement des candidats sélectionnés.
  
Art. 3. - Arbeidsovereenkomst [2 ...]2.
  § 1. Elke indienstneming gebeurt [2 via een schriftelijke arbeidsovereenkomst]2 arbeidsovereenkomst.
  [1[3 De indienstnemingen worden verricht door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger binnen het door de Regering vastgelegde kader van het maximumaantal indienstnemingen in elk weddeschaalniveau gedurende een door de Regering bepaalde periode.]3 [2 ...]2.
  [3 In afwijking van het tweede lid worden in de instellingen vermeld in artikel 1, 2° en 5°, de indienstnemingen in weddeschalen van de niveaus IV en III verricht door de afgevaardigd directeur en de indienstnemingen in weddeschalen van de niveaus II, II+ en I door de raad van bestuur.]3
  § 2. [3 De arbeidsverhouding wordt desgevallend vroegtijdig beëindigd door de secretaris-generaal of diens plaatsvervanger.
   In afwijking van het tweede lid wordt de vroegtijdige beëindiging van de arbeidsverhouding in de instellingen vermeld in artikel 1, 2° en 5°, desgevallend verricht door de afgevaardigd directeur voor de weddeschalen van de niveaus IV en III en door de raad van bestuur voor de weddeschalen van de niveaus II, II+ en I.]3

  
Art. 3. - Contrat de travail [2 ...]2.
  § 1er. Tout engagement s'opère sur la base d'un contrat de travail écrit.
  [3 L'engagement est opéré par le secrétaire général ou son suppléant dans un cadre fixé par le Gouvernement, prévoyant le nombre maximal d'engagements dans les échelles de traitement de chaque niveau pour une période déterminée par le Gouvernement.]3 [2 ...]2.
  [3 Par dérogation à l'alinéa 2, l'engagement est opéré par le directeur délégué dans les niveaux IV et III, et par le conseil d'administration dans les niveaux II, II+ et I au sein des organismes visés à l'article 1er, 2° et 5°.]3
  § 2. [3 Une cessation éventuellement prématurée des relations de travail est opérée par le secrétaire général ou son suppléant.
   Par dérogation à l'alinéa 2, une cessation éventuellement prématurée des relations de travail est opérée par le directeur délégué dans les niveaux IV et III, et par le conseil d'administration dans les niveaux II, II+ et I au sein des organismes visés à l'article 1er, 2° et 5°.]3

  
HOOFDSTUK II. - Categorieën inzake indienstneming bij arbeidsovereenkomst.
CHAPITRE II. - Catégories d'engagement par voie de contrat.
Art. 3.1. [1 - Algemeen.
  Voor de duur van de voorlopige vol- of deeltijdse afwezigheid van een personeelslid wordt een vervanger uitsluitend bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen. ]1

  
Art. 3.1. - [1 Généralités
  Il y a engagement dans les liens d'un contrat de travail pour couvrir tout besoin en personnel jusqu'à ce que les procédures de sélection ad hoc soient organisées en vue de pourvoir à des emplois statutaires.]1

  
Art. 4. [1 - Vervanging.
  Voor de duur van de voorlopige vol- of deeltijdse afwezigheid van een personeelslid wordt een vervanger uitsluitend bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen. ]1

  
Art. 4. - Remplacement.
  [1 Un remplaçant est engagé exclusivement dans les liens d'un contrat de travail pour la durée de l'absence temporaire, à temps plein ou partiel, d'un agent. ]1
  
Art. 6. [1 - Taken die uitsluitend door contractuele personeelsleden uitgeoefend worden
   Voor de uitoefening van de volgende taken geschieden uitsluitend indienstnemingen bij arbeidsovereenkomst :
   1° alle taken van de huishoudkundige dienst;
   2° de ontvangst- en telefoondienst;
   3° huismeestertaken;
   4° in de tijd beperkte bijzondere opdrachten of in de tijd beperkte projectopdrachten;
   5° de opleidingen van de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap;
   6° alle taken van de diensten met afzonderlijk beheer "Mediacentrum" en "Gemeenschapscentra".]1

  
Art. 6. [1 - Tâches exclusivement exercées par des agents contractuels
   Seuls interviennent des engagements dans les liens d'un contrat de travail pour exercer les tâches suivantes :
   1° toutes les tâches relevant du service d'entretien;
   2° le service d'accueil et de téléphonie;
   3° les tâches de concierge;
   4° des missions limitées dans le temps, soit spéciales soit dans le cadre de projets;
   5° les formations dispensées par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone;
   6° toutes les tâches réalisées dans les services à gestion séparée "Centre des Médias" et "Centres communautaires.]1

  
HOOFDSTUK III. - Bezoldiging.
CHAPITRE III. - Rémunération.
Art. 8. - Principe.
  § 1. Het contractueel personeelslid wordt bezoldigd overeenkomstig de weddeschaal verbonden aan de aanwervingsgraad van een ambtenaar met een gelijkwaardig ambt, naar rata van zijn werktijd.
  Het contractueel personeelslid verkrijgt ten hoogste de weddeschaal van het niveau waartoe zijn diploma hem toegang zou verlenen voor een aanwerving als ambtenaar.
  [1 De wedde is nooit lager dan het gewaarborgd minimuminkomen voor volledige prestaties overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 juli 2005 tot bepaling van de minimale rechten in de zin van artikel 9bis, § 5, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.]1
  § 2. Bovendien ontvangen de contractuele personeelsleden :
  1° de periodieke verhogingen bepaald in de bedoelde weddeschaal;
  2° een vakantiegeld en een eindejaarstoelage onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren;
  3° een haard- of standplaatstoelage onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren;
  4° de toelagen, vergoedingen en premies onder dezelfde voorwaarden als een ambtenaar die hetzelfde ambt uitoefent.
  
Art. 8. - Principe.
  § 1er. L'agent contractuel est rémunéré conformément à l'échelle de traitement du grade de recrutement d'un fonctionnaire occupant une fonction analogue, et ce au prorata de son temps de travail.
  L'agent contractuel perçoit au plus l'échelle de traitement du niveau auquel son diplôme lui donnerait accès à un recrutement comme fonctionnaire.
  [1 Le traitement n'est jamais inférieur au revenu minimum garanti pour des prestations complètes conformément à l'article 5 de l'arrêté royal du 3 juillet 2005 fixant les droits minimaux au sens de l'article 9bis, § 5, de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.]1
  § 2. En outre, l'agent contractuel perçoit :
  1° les augmentations périodiques prévues dans l'échelle de traitement concernée;
  2° un pécule de vacances et une prime de fin d'année aux mêmes conditions que les fonctionnaires;
  3° une allocation de foyer ou de résidence aux mêmes conditions que les fonctionnaires;
  4° les allocations, indemnités et primes aux mêmes conditions qu'un fonctionnaire exerçant la même fonction.
  
Art. 9. [1 - Vervangers.
  De contractuele personeelsleden die met toepassing van artikel 4 in dienst worden genomen, worden hoogstens ingeschaald in de weddeschaal van de aanwervingsgraad van de loopbaan van het te vervangen personeelslid. ]1

  
Art. 9. [1 - Remplaçants.
  Les agents contractuels engagés en application de l'article 4 sont classés au plus dans l'échelle de traitement correspondant au grade de recrutement de la carrière de l'agent à remplacer. ]1

  
Art. 9.2. [1 - Departementshoofd.
  Indien een contractueel personeelslid van het Ministerie overeenkomstig artikel 11.2 van hetzelfde besluit van de Regering van 27 december 1996 door de Regering aangewezen wordt als departementshoofd, wordt dat personeelslid tijdens zijn aanwijzing als departementshoofd bezoldigd op basis van weddeschaal [3 M4]3 [3 ...]3. Deze bepaling heeft geen enkele uitwerking op de financiële opwaardering.
  [3 ...]3
   Onverminderd het eerste [3 ...]3 lid wordt het contractueel personeelslid dat via een externe procedure geselecteerd wordt om een departement te leiden, in dienst genomen in het niveau waartoe zijn diploma toegang verleent en wordt dat personeelslid onverminderd artikel 9.3 in een weddeschaal ingedeeld. ]1

  [4 Het contractueel personeelslid vermeld in het tweede lid kan in afwijking van artikel 8, § 1, tweede lid, in dienst genomen worden in een ander niveau dan dat waartoe zijn diploma toegang verleent, als dat personeelslid minstens zes jaar een vergelijkbare functie vervuld heeft bij een andere Belgische of buitenlandse overheid.]4
  
Art. 9.2. [1 - Chefs de département.
  Si un agent contractuel du Ministère est désigné chef de département par le Gouvernement conformément à l'article 11.2 du même arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996, il est rémunéré sur la base de l'échelle de traitement [3 M4]3 durant sa désignation comme chef de département[3 ...]3. Cette disposition n'a aucune influence quant à la valorisation financière.
   [3 ...]3
   Sans préjudice [3 de l'alinéa 1er]3, l'agent contractuel qui est sélectionné via une procédure externe en vue d'assurer la direction d'un département est engagé dans le grade de recrutement du niveau auquel donne accès son diplôme et classé dans une échelle de traitement sans préjudice de l'article 9.3.]1

  [4 L'agent contractuel mentionné à l'alinéa 2 peut, par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 2, être engagé à un niveau différent de celui auquel son diplôme donne accès s'il a exercé une fonction similaire dans une autre autorité belge ou étrangère pendant au moins six ans.]4
  
Art. 9.3. [1 - Deskundigen.
  Het contractueel personeelslid dat in dienst wordt genomen op basis van zijn gespecialiseerde vakkennis, zijn specifieke beroepsvaardigheden of zijn jarenlange beroepservaring kan bezoldigd worden op basis van een hogere weddeschaal dan die bepaald in artikel 8, § 1, waarbij de weddeschaal die in de arbeidsovereenkomst moet worden bepaald, overeenstemt met een bestaande schaal van het niveau waarvoor het contractueel personeelslid een diploma kan voorleggen.
   De deskundigen worden hoogstens in de volgende weddeschaal ingedeeld :
   1. in niveau I : weddeschaal I/8;
   2. in niveau II+ : weddeschaal II+/3;
   3. in niveau II : weddeschaal II/4;
   4. in niveau III : weddeschaal III/6.]1

  
Art. 9.3. [1 - Experts.
  L'agent contractuel engagé en raison de ses connaissances techniques, de ses aptitudes professionnelles spécifiques ou de sa longue expérience professionnelle peut être rémunéré selon une échelle supérieure à celle prévue à l'article 8, § 1er; l'échelle de traitement à mentionner dans le contrat de travail correspond à une échelle existante du niveau pour lequel l'agent contractuel peut présenter un diplôme.
   L'expert est classé au plus dans l'échelle de traitement suivante :
   1° au niveau I : l'échelle de traitement I/8;
   2° au niveau II+ : l'échelle de traitement II+/3;
   3° au niveau II : l'échelle de traitement II/4;
   4° au niveau III : l'échelle de traitement III/6.]1

  
Art.9.4. [1 - Plaatsvervanger van de secretaris-generaal
   Indien een contractueel personeelslid van het Ministerie door de Regering wordt aangewezen als plaatsvervanger van de secretaris-generaal overeenkomstig artikel 10 van hetzelfde besluit van de Regering van 27 december 1996, wordt betrokkene gedurende zijn aanstelling als plaatsvervanger van de secretaris-generaal bezoldigd op basis van weddeschaal M2. Deze bepaling heeft geen enkele uitwerking op de financiële opwaardering.]1

  
Art. 9.4. [1 - Suppléant du secrétaire général
   Si un agent contractuel du Ministère est désigné comme suppléant du secrétaire général par le Gouvernement conformément à l'article 10 du même arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996, il est rémunéré sur la base de l'échelle de traitement M2 durant sa désignation comme suppléant du secrétaire général. Cette disposition n'a aucune influence sur la valorisation financière.]1

  
Art. 10. - Geldelijke anciënniteit.
  De artikelen 72 tot 78 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren, zijn mutatis mutandis van toepassing op de geldelijke anciënniteit.
  [1 Een contractueel personeelslid verricht werkelijke diensten zolang geen vorm van schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst voorligt waarbij zijn loon niet wordt uitbetaald.
   In afwijking van het tweede lid wordt in volgende gevallen de duur van de schorsing als werkelijke dienst in aanmerking genomen :
   1° de afwezigheden in het kader van een geboorte zoals bepaald in de artikelen 39 en 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971;
   2° de afwezigheid wegens een georganiseerde werkonderbreking;
   3° de afwezigheid in het kader van een loopbaanonderbreking;
   4° ouderschapsverlof;
   5° de dienstvrijstelling voor opdracht;
   6° de verloven bepaald in artikel 117 van het besluit van de Regering van 27 december 1996.]1

  
Art. 10. - Ancienneté pécuniaire.
  Les articles 72 à 78 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 portant organisation du Ministère de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire des agents sont applicables mutatis mutandis à l'ancienneté pécuniaire.
  [1 Un agent contractuel preste des services effectifs tant que l'exécution du contrat n'est pas suspendue, auquel cas, il ne percevrait plus de traitement.
   Par dérogation à l'alinéa 2, la période de suspension est considérée comme service effectif dans les cas suivants :
   1° les absences liées à une naissance, telles que prévues aux articles 39 et 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971;
   2° l'absence en raison d'une cessation concertée du travail;
   3° l'absence dans le cadre d'une interruption de carrière;
   4° le congé parental;
   5° la dispense de service pour mission;
   6° les congés prévus à l'article 117 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996.]1

  
Art. 11. - Afschaffing van de carensdag.
  De carensdag waarin artikel 52, § 1, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten voorziet, is niet toepasselijk.
Art. 11. - Suppression du jour de carence.
  Le jour de carence prévu à l'article 52, § 1er, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail n'est pas applicable.
Art. 12. [1 - Financiële valorisatie.
  Contractuele personeelsleden die op basis van de weddeschaal verbonden aan de aanwervingsgraad van hun loopbaan bezoldigd worden en de evaluatie [3 "vereisten vervuld" of "vereisten overtroffen"]3 hebben, worden bezoldigd op basis van de weddeschaal verbonden aan de eerste bevorderingsgraad van dezelfde loopbaan indien ze voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde voor de bevordering in een vlakke loopbaan van een ambtenaar van de begingraad tot de onmiddellijk hogere graad van zijn vlakke loopbaan vermeld in artikel 60 van hetzelfde besluit van de Regering van 27 december 1996.
   Op voordracht van de directieraad of, bij gebrek aan een directieraad, op voordracht van de afgevaardigd directeur, kan de bevoegde in dienst nemende overheid de contractuele personeelsleden die op basis van de weddeschaal verbonden aan de eerste bevorderingsgraad van hun loopbaan bezoldigd worden en die de evaluatie [3 "vereisten vervuld" of "vereisten overtroffen"]3 hebben, overeenkomstig artikel 12.1 een bezoldiging op basis van de weddeschaal van de tweede bevorderingsgraad van dezelfde loopbaan toekennen indien ze voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarden voor de bevordering van een ambtenaar bepaald in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde besluit van de Regering van 27 december 1996[2 ...]2.
   Contractuele personeelsleden van de niveaus I, II+, II, III en IV die op basis van de weddeschaal verbonden aan de tweede bevorderingsgraad van hun loopbaan bezoldigd worden en de evaluatie [3 "vereisten vervuld" of "vereisten overtroffen"]3 hebben, worden bezoldigd op basis van de weddeschalen I/10, II+/4, II/5, III/7 en IV/6, indien ze voldoen zowel aan de anciënniteitsvoorwaarden voor de bevordering van een ambtenaar bepaald in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde besluit van de Regering van 27 december 1996 als aan de anciënniteitsvoorwaarden voor de toekenning van de respectieve weddeschalen I/10, II+/4, II/5, III/7 en IV/6 bepaald in artikel 71 van hetzelfde besluit.
   Voor de financiële opwaarderingen wordt de loopbaan van de contractuele personeelsleden van niveau IV die aangesteld zijn in de huishoudkundige dienst gelijkgesteld met de loopbaan van de bode-telefonisten.]1

  
Art. 12. [1 - Valorisation financière.
  Les agents contractuels qui sont rémunérés sur la base de l'échelle de traitement correspondant au grade de recrutement de leur carrière [3 et qui ont l'évaluation "critères remplis" ou "critères surpassés"]3 perçoivent une rémunération sur la base de l'échelle de traitement correspondant au premier grade de promotion de la même carrière s'ils remplissent la condition d'ancienneté pour la promotion en carrière plane d'un agent du grade de départ au grade immédiatement supérieur, telle que fixée à l'article 60 du même arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996.
   Conformément à l'article 12.1 et sur la proposition du conseil de direction et, à défaut de conseil de direction, sur la proposition du directeur délégué, l'autorité compétente pour l'engagement peut accorder aux agents contractuels [3 rémunérés sur la base de l'échelle de traitement du premier grade de promotion dans leur carrière et justifiant de l'évaluation "critères remplis" ou "critères surpassés"]3 une rémunération correspondant au deuxième grade de promotion de la même carrière s'ils remplissent les conditions d'ancienneté prévues à l'article 58, alinéa 1er, du même arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996[2 ...]2.
   Les agents contractuels des niveaux I, II+, II, III et IV qui sont rémunérés sur la base du deuxième grade de promotion de leur carrière [3 et qui ont l'évaluation "critères remplis" ou "critères surpassés"]3 sont rémunérés sur la base des échelles de traitement correspondantes I/10, II+/4, II/5, III/7 et IV/6 s'ils remplissent tant les conditions de promotion d'un agent prévues à l'article 58, alinéa 1er, du même arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 que les conditions d'ancienneté telles que fixées à l'article 71 du même arrêté pour le classement dans les échelles de traitement I/10, II+/4, II/5, III/7 et IV/6.
   En ce qui concerne les valorisations financières, la carrière des agents contractuels du niveau IV occupés au sein du service d'entretien est assimilée à la carrière des messagers-téléphonistes.]1

  
Art. 12.1. [1 - Voorstel tot financiële opwaardering overeenkomstig artikel 12, tweede lid.
  Voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, bepaalt de bevoegde in dienst nemende overheid het aantal financiële opwaarderingen per niveau.[2 Als de in dienst nemende overheid een van de instellingen vermeld in artikel 1, 2° tot 5°, is, wordt voor dit besluit de goedkeuring van de Regering gevraagd.]2 Nadat het aantal financiële opwaarderingen is bepaald, doet de voorzitter van de directieraad of, bij gebrek aan een directieraad, de afgevaardigd directeur een oproep tot de kandidaten die schriftelijk aan alle in aanmerking komende gegadigden wordt bezorgd. De in aanmerking komende gegadigden ondertekenen een bewijs dat ze de oproep tot de gegadigden hebben ontvangen of de overheid zendt de oproep tot de kandidaten, in het bijzonder wanneer de gegadigde afwezig is, per aangetekende brief toe. De oproep tot de kandidaten voorziet in een termijn van ten minste 15 werkdagen voor de indiening van een schriftelijke sollicitatie bij de voorzitter van de directieraad of, bij gebrek aan een directieraad, bij de afgevaardigd directeur en vermeldt zo nodig welke inlichtingen en documenten moeten worden meegedeeld.
   De directieraad of, bij gebrek aan een directieraad, de afgevaardigd directeur maakt over elke in aanmerking komende gegadigde een met redenen omkleed advies op. Indien er verscheidene in aanmerking komende gegadigden zijn, maakt de directieraad of, naargelang van het geval, de afgevaardigd directeur een rangschikking op, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie, maar daarnaast ook met de prestaties en de ervaring van de gegadigden, hun geschiktheid, hun inspanningen om opleidingen en voortgezette opleiding in samenhang met hun taken te volgen, alsook hun dienstanciënniteit. De directieraad of, naargelang van het geval, de afgevaardigd directeur doet dienovereenkomstig de in artikel 12, tweede lid, vermelde voordracht voor de in dienst nemende overheid.
   De directieraad of, naargelang van het geval, de afgevaardigd directeur deelt elke gegadigde mee op welke plaats hij gerangschikt staat. De in aanmerking komende gegadigde heeft het recht door de directieraad of, naargelang van het geval, de afgevaardigd directeur te worden gehoord; de gegadigde dient de aanvraag om te worden gehoord in bij de directieraad of, naargelang van het geval, bij de afgevaardigd directeur binnen een termijn van 10 werkdagen die ingaat de dag nadat hij de mededeling van de rangschikking heeft ontvangen. Nadat alle in aanmerking komende gegadigden die erom verzochten zijn gehoord, wordt de oorspronkelijke rangschikking door de directieraad of, naargelang van het geval, door de afgevaardigd directeur gewijzigd of bekrachtigd. ]1

  
Art. 12.1. [1 - Proposition de valorisation financière conformément à l'article 12, alinéa 2.
  Pour l'application de l'article 12, alinéa 2, l'autorité compétente pour l'engagement fixe le nombre de valorisations financières par niveau. [2 Si l'autorité chargée de l'engagement est l'un des organismes énoncés à l'article 1er, 2° à 5°, l'autorisation du Gouvernement doit être obtenue pour cette décision.]2 Après fixation du nombre de valorisations financières, le président du conseil de direction ou, à défaut de conseil de direction, le directeur délégué lance un appel aux candidats, adressé par écrit à tous les candidats admissibles. Les candidats admissibles signent un accusé attestant la réception de l'appel aux candidats, ou l'autorité, notamment en cas d'absence du candidat, adresse l'appel aux candidats par recommandé. L'appel aux candidats prévoit un délai d'au moins 15 jours ouvrables pour introduire la candidature écrite auprès du président du conseil de direction ou, à défaut de conseil de direction, auprès du directeur délégué, et mentionne le cas échéant les renseignements et documents à transmettre.
   Le conseil de direction ou, à défaut de conseil de direction, le directeur délégué, émet un avis motivé à propos de chaque candidat admissible. S'il y a plusieurs candidats admissibles, le conseil de direction ou, selon le cas, le directeur délégué, procède à un classement tenant compte, en plus de l'évaluation, tant des prestations et de l'expérience des candidats, que leur aptitude ainsi que leurs efforts de formation et de formation continue en lien avec les tâches qui leur incombent, mais aussi de l'ancienneté de service. Le conseil de direction ou, selon le cas, le directeur délégué, établit en conséquence la proposition mentionnée à l'article 12, alinéa 2, pour l'autorité compétente pour l'engagement.
   Le conseil de direction ou, selon le cas, le directeur délégué communique à chaque candidat son classement. Le candidat admissible a le droit d'être entendu par le conseil de direction ou, selon le cas, le directeur délégué; il en fait la demande auprès du président du conseil de direction ou, selon le cas, auprès du directeur délégué dans un délai de 10 jours ouvrables prenant cours le jour suivant la communication du classement. Après avoir entendu tous les candidats admissibles qui en ont fait la demande, le conseil de direction ou, selon le cas, le directeur délégué change le premier classement ou le confirme.]1

  
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Toepassing van verscheidene statutaire regelingen op de contractuele personeelsleden]1
CHAPITRE IIIbis. [1 - Application de différentes règles statutaires aux agents contractuels]1
Art. 12.2. [1 - Evaluatie
   De artikelen 37 tot 40 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren zijn van toepassing op de contractuele personeelsleden.]1

  
Art. 12.2. [1 - Evaluation
   Les articles 37 à 40 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 portant organisation du Ministère de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire des agents s'appliquent aux agents contractuels.]1

  
Art. 12.3. [1 - Rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulaties
   De artikelen 88 tot 91 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 zijn van toepassing op de contractuele personeelsleden.]1

  
Art. 12.3. [1 - Droits, devoirs, incompatibilités et cumuls
   Les articles 88 à 91 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 s'appliquent aux agents contractuels.]1

  
Art. 12.4. [1 - Evaluatie
   Artikel 101 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 is van toepassing op de contractuele personeelsleden.]1

  
Art. 12.4. [1 - Temps de travail
   L'article 101 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 s'applique aux agents contractuels.]1

  
Art. 12.5. [1 - Werkonderbreking
   Artikel 103 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 is van toepassing op de contractuele personeelsleden, waarbij de contractuele personeelsleden geen recht hebben op uitbetaling van een wedde tijdens de periode van de werkonderbreking.]1

  
Art. 12.5. [1 - Cessation du travail
   L'article 103 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 s'applique aux agents contractuels, ceux-ci n'ayant pas droit au paiement de leur traitement pour la durée de la cessation du travail.]1

  
Art. 12.6. [1 - Verloven en afwezigheden
   De volgende verloven en afwezigheden die in hoofdstuk VIII van het besluit van de Regering van 27 december 1996 zijn vastgelegd, zijn van toepassing op de contractuele personeelsleden :
   1° Afdeling 2 - Jaarlijks vakantieverlof en feestdagen, waarbij - voor de toepassing van artikel 106, § 1, tweede lid, op de contractuele personeelsleden en de inkorting van het jaarlijks vakantieverlof - ook rekening wordt gehouden met de periode waarin een wegens ziekte afwezig contractueel personeelslid geen recht op verderde uitbetaling van zijn loon heeft;
   2° Afdeling 3 - Omstandigheidsverloven;
   3° Onderafdeling 5.2 - Adoptieverlof;
   4° Onderafdeling 5.3 - Ouderschapsverlof;
   5° Afdeling 9 - Dienstvrijstelling voor opleiding of voortgezette opleiding;
   6° Afdeling 10 - Opleidingsverlof;
   7° Afdeling 11 - Dienstvrijstelling voor opdracht;
   8° Afdeling 12 - Politiek verlof, waarbij - voor de toepassing op de contractuele personeelsleden - de arbeidsovereenkomst voor de perioden van politiek verlof op verzoek of van ambtswege geschorst wordt, maar bij de berekening van de geldelijke anciënniteit in aanmerking wordt genomen;
   9° Afdeling 13 - Dienstvrijstelling om ter beschikking te worden gesteld van de Koning, een Prins of een Prinses van België;
   10° Afdeling 14 - Dienstvrijstelling voor borstvoedingspauzes.]1

  
Art. 12.6. [1 - Congés et absences
   Les congés et absences suivants, fixés au chapitre VIII de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996, s'appliquent aux agents contractuels :
   1° section 2 - congé annuel de vacances et jours fériés, la période où un agent contractuel absent pour cause de maladie n'a pas droit au maintien de sa rémunération étant également prise en compte pour l'application de l'article 106, § 1er, alinéa 2, aux agents contractuels, en ce qui concerne la réduction du congé annuel de vacances;
   2° section 3 - congés de circonstances;
   3° sous-section 5.2 - congé d'adoption;
   4° sous-section 5.3 - congé parental;
   5° section 9 - dispense de service pour formation ou formation continue;
   6° section 10 - congé de formation;
   7° section 11 - dispense de service pour mission;
   8° section 12 - congé politique, le contrat de travail étant suspendu pour l'application aux agents contractuels, à hauteur des périodes du congé politique sur demande ou d'office, lesquelles sont toutefois prises en considération pour calculer l'ancienneté pécuniaire;
   9° section 13 - dispense de service pour être mis à la disposition du Roi ou d'un Prince ou d'une Princesse de Belgique;
   10°section 14 - dispense de service pour pauses d'allaitement.]1

  
Art.12.7.[1 - Telewerk
   De artikelen 191.1 tot 191.6 van het besluit van de Regering van 27 december 1996 [2 en artikel 15.19 van het besluit van de Regering van 7 juni 2001 houdende organisatie van de organismen van openbaar nut der Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren ervan]2 zijn van toepassing op de contractuele personeelsleden.]1

  
Art. 12.7. [1 - Télétravail
   Les articles 191.1 à 191.6 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 [2 et l'article 15.19 de l'arrêté du Gouvernement du 7 juin 2001 portant organisation des organismes d'intérêt public de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire de leurs agents]2 s'appliquent aux agents contractuels.]1

  
Art. 13. [1 - Ziekteverlof bij arbeidsongeval.
  Inzake ziekteverlof wegens een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk of een beroepsziekte geldt voor de contractuele personeelsleden dezelfde regeling als voor de ambtenaren.]1

  
Art. 13. [1 - Congé de maladie en cas d'accident du travail.
  En ce qui concerne le congé de maladie pour accident du travail, accident sur le chemin du travail et maladie professionnelle, la réglementation en vigueur pour les fonctionnaires est applicable aux agents contractuels.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen, wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Divers, dispositions modificatives, transitoires et finales.
Art. 14. -Behoud van de verworven rechten.
  Indien de bezoldiging toegekend met toepassing van de bepalingen van dit besluit lager is dan degene die het contractueel personeelslid op het ogenblik van de inwerkingtreding van voorliggend besluit ontvangt, dan blijft het deze hogere bezoldiging genieten totdat het met toepassing van de bepalingen van dit besluit een ten minste gelijke bezoldiging verkrijgt.
Art. 14. - Maintien des droits acquis.
  Si la rémunération accordée en application des dispositions du présent arrêté est inférieure à celle que perçoit l'agent contractuel au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, il continue à bénéficier de la rémunération la plus favorable jusqu'à ce qu'il perçoive, en application des dispositions du présent arrêté, une rémunération au moins égale.
Art. 15. - Wijzigingsbepaling.
  Artikel 3, § 1, lid 2, van het besluit van de Regering van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " In afwijking van het eerste lid kunnen echter personen, in de volgende gevallen, als contractuelen in dienst worden genomen bij arbeidsovereenkomst :
  1° om ambtenaren bij vol- of deeltijdse afwezigheid te vervangen;
  2° om aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, hetzij voor in de tijd beperkte acties hetzij voor een buitengewone toename van het werk;
  3° om bijkomende of specifieke opdrachten te vervullen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgelegd;
  4° om een leidende functie of een expertenfunctie uit te oefenen waarvoor een buitengewone vakkennis of een belangrijke beroepservaring vereist is. "
Art. 15. - Disposition modificative.
  L'article 3, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 portant organisation du Ministère de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire des agents, est remplacé par la disposition suivante :
  " Par dérogation au premier alinéa, un engagement dans les liens d'un contrat de travail en tant qu'agent contractuel est toutefois possible dans les cas suivants :
  1° pour remplacer un fonctionnaire temporairement absent, qu'il s'agisse d'une absence à temps plein ou à temps partiel;
  2° pour répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le temps, soit d'un surcroît extraordinaire de travail;
  3° pour accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques, dont la liste est fixée par le Gouvernement;
  4° pour occuper une fonction dirigeante ou une fonction d'expertise qui requièrent des connaissances spécifiques exceptionnelles ou présupposent une grande expérience professionnelle. "
Art. 16. - Overgangsbepaling.
  [1 ...]1
  Artikel 8, § 1, lid 2, is niet toepasselijk op de overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van voorliggend besluit afgesloten werden.
  
Art. 16. - Disposition transitoire.
  [1 ...]1
  L'article 8, § 1er, alinéa 2, ne s'applique pas aux contrats conclus avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  
Art. 16.1. [1 - Overgangsbepaling voor bijkomende beroepsactiviteiten
   Artikel 12.3 is niet van toepassing op de bijkomende beroepsactiviteiten die uitgeoefend worden op grond van overeenkomsten die vóór 1 juni 2019 gesloten werden. De betrokken contractuele personeelsleden delen de Regering mee welke bijkomende beroepsactiviteiten ze uitoefenen en zenden haar de desbetreffende bewijzen toe tegen uiterlijk 30 september 2019. Als de bijkomende beroepsactiviteiten na het verstrijken van de termijn worden meegedeeld, dan vallen ze onder de aanvraagprocedure vermeld in artikel 89 van het besluit van de Regering van 27 december 1996.
   Het eerste lid is niet van toepassing als het contractueel personeelslid reeds vóór 1 juni 2019 in het bezit is van een machtiging van de Regering als bedoeld in artikel 89 van het besluit van de Regering van 27 december 1996.]1

  
Art. 16.1. [1 - Disposition transitoire relative aux activités professionnelles complémentaires
   L'article 12.3 ne s'applique pas aux activités professionnelles complémentaires qui sont exercées en vertu d'accords passés avant le 1er janvier 2019. Les agents contractuels concernés communiquent au Gouvernement les activités professionnelles complémentaires et lui transmettent les preuves y relatives pour le 30 septembre 2019 au plus tard. Si la communication a lieu après l'expiration du délai, les activités professionnelles complémentaires sont soumises à la procédure de demande mentionnée à l'article 89 de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996.
   L'alinéa 1er ne s'applique pas si l'agent contractuel était déjà en possession, avant le 1er juin 2019, d'une autorisation du Gouvernement accordée conformément à l'article 89 de l'arrêté du 27 décembre 1996.]1

  
Art.16.2. [1 Overgangsbepaling - Nadere regels voor de overname van personeel
   Aan alle contractuele personeelsleden van de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap en de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven wordt op 1 januari 2024 een gelijkwaardige arbeidsovereenkomst bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap aangeboden, waarbij de diensten die bij een van beide voormelde instellingen zijn verricht, voor de berekening van de anciënniteit meetellen alsof ze als contractueel personeelslid bij het Ministerie waren verricht.
   Aan de personeelsleden die tot nu toe in het kader van het besluit van de Regering van 28 december 1994 houdende reglement van het contractueel personeel van de beroepsopleiding van de gemeenschappelijke en gewestelijke dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling in dienst waren bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap, wordt een arbeidsovereenkomst aangeboden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, waarbij de diensten die bij de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap zijn verricht, voor de berekening van de anciënniteit meetellen alsof ze als contractueel personeelslid bij het Ministerie waren verricht.]1

  
Art. 16.2. [1 Disposition transitoire - Modalités de prise en charge
   Tous les agents contractuels de l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone et de l'Office de la Communauté germanophone pour une vie autodéterminée se voient proposer un contrat de travail équivalent au sein du Ministère de la Communauté germanophone à partir du 1er janvier 2024, où les services accomplis au sein d'une des deux institutions susvisées sont pris en compte pour déterminer l'ancienneté comme s'ils avaient été accomplis en tant qu'agent contractuel au sein du Ministère.
   Tous les collaborateurs qui étaient jusqu'à présent occupés à l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement du 28 décembre 1994 portant règlement du personnel contractuel de la formation professionnelle de l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi se voient proposer un contrat de travail conformément aux dispositions du présent arrêté, où les services accomplis au sein de l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone sont pris en compte pour déterminer l'ancienneté comme s'ils avaient été accomplis en tant qu'agent contractuel au sein du Ministère.]1

  
Art.16.3. [1 Overgangsbepaling - Evaluaties
   De op 15 september 2025 reeds toegekende evaluaties "positief" worden omgezet in evaluaties "vereisten vervuld".]1

  
Art.16.3. [1 Disposition transitoire relative aux évaluations
   Les évaluations "positif" existant au 15 septembre 2025 deviennent l'évaluation "critères remplis".]1

  
Art. 17. - Inwerkingtreding.
  Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 12, dat op 1 januari 2001 uitwerking heeft.
Art. 17. - Entrée en vigueur.
  Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 12, qui produit ses effets le 1er janvier 2001.
Art. 18. - Uitvoering.
  De Minister-President, bevoegd inzake Begroting en Personeel, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. - Exécution.
  Le Ministre-Président, compétent en matière de Personnel et de Budget, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.