Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 JUNI 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende toekenning van een subsidie aan het "Secrétariat général de l'enseignement catholique (SEGEC)" voor de toepassing van positieve discriminatie in het onderwijs voor sociale promotie - jaar 2003 (VERTALING).
Titre
13 JUIN 2003. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française octroyant une subvention au Secrétariat général de l'enseignement catholique (SEGEC) pour assurer la mise en oeuvre de discriminations positives dans l'enseignement de promotion sociale - année 2003.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Een bijkomende subsidie van euro 49.029 (negenenveertigduizend negenentwintig euro) aan te rekenen op het krediet uitgetrokken op de basisallocatie 01.01, activiteitenprogramma 70, organisatieafdeling 56 van de begroting van de Franse Gemeenschap, uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming, begrotingsjaar 2003, wordt toegekend aan het Secrétariat général de l'enseignement catholique (SEGEC).
Article 1. Un subside complémentaire de 49029 euro (quarante neuf mille vingt neuf euros) à imputer à charge du crédit inscrit à l'allocation de base 01.01, programme d'activité 70, division organique 56 du budget de la Communauté française, dépenses du ministère de l'Education, de la Recherche et de la Formation, année budgétaire 2003, est alloué au Secrétariat général de l'enseignement catholique (SEGEC).
Art. 2. De subsidie bedoeld in artikel 1 is bestemd voor het dekken van de uitvoering van de projecten met als referentie 03/LC/1 tot 03/LC/7, bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 december 2002 tot goedkeuring van de bijkomende lijst van de actieprojecten voor positieve discriminatie voor het jaar 2002, voor het onderwijs voor sociale promotie.
Art. 2. Le subside visé à l'article 1er est destiné à couvrir la réalisation des projets portant référence 03/LC/1 à 03/LC/7, visés à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 19 décembre 2002 approuvant la liste des projets d'actions à discriminations positives pour 2003, conformément à l'article 58 du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives pour l'enseignement de promotion sociale.
Art. 3. De uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van artikel 55, 1° van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de toepassing van positieve discriminatie, worden rechtstreeks uitgetrokken op de in artikel 1 bedoelde basisallocatie.
Het deel van de subsidie bedoeld in artikel 1, dat overeenkomt met de uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van artikel 55, 2° van voornoemd decreet van 30 juni 1998 zal in één keer tijdens het eerste trimester 2003 uitbetaald worden aan het Secrétariat général de l'einseignement catholique (SEGEC), rekeningnummer 210-0382412-42.
Het deel van de subsidie bedoeld in artikel 1, dat overeenkomt met de uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van artikel 55, 2° van voornoemd decreet van 30 juni 1998 zal in één keer tijdens het eerste trimester 2003 uitbetaald worden aan het Secrétariat général de l'einseignement catholique (SEGEC), rekeningnummer 210-0382412-42.
Art. 3. Les dépenses résultant de l'application de l'article 55, 1° du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives sont prises en charge directement par l'allocation de base visée à l'article 1er.
La part du subside visé à l'article 1er, correspondant aux dépenses résultant de l'application de l'article 55, 2° du décret du 30 juin 1998 précité, sera liquidée, en une seule tranche, au cours du premier trimestre 2003, au Secrétariat général de l'enseignement catholique, n° de compte 240-0382412-42.
La part du subside visé à l'article 1er, correspondant aux dépenses résultant de l'application de l'article 55, 2° du décret du 30 juin 1998 précité, sera liquidée, en une seule tranche, au cours du premier trimestre 2003, au Secrétariat général de l'enseignement catholique, n° de compte 240-0382412-42.
Art. 4. Op het einde van het project bedoeld in artikel 2 en voor de uitgaven bedoeld in artikel 3, lid 2, moet de inrichting voor onderwijs voor sociale promotie binnen de drie maanden op de Algemene dienst voor onderwijs voor sociale promotie van de Algemene directie voor verplicht onderwijs, Rijksadministratief Centrum, Pachecolaan 19, bus 0, bureau 4007, te 1010 Brussel, de volgende documenten indienen :
1° de gedetailleerde rekening, in dubbel exemplaar, van de in artikel 3, lid 2, bedoelde uitgaven;
2° de verantwoordingsstukken betreffende alle uitgaven bedoeld in 1°. Deze stukken moeten in dubbel exemplaar opgesteld worden en chronologisch opgenomen worden in een verzamelstaat opgesteld in dubbel exemplaar.
De gerechtigde inrichtingen moeten de originele stukken van de in 1° en 2°, bedoelde documenten behouden en die ter beschikking houden van de dienst voor verificatie van het onderwijs voor sociale promotie.
1° de gedetailleerde rekening, in dubbel exemplaar, van de in artikel 3, lid 2, bedoelde uitgaven;
2° de verantwoordingsstukken betreffende alle uitgaven bedoeld in 1°. Deze stukken moeten in dubbel exemplaar opgesteld worden en chronologisch opgenomen worden in een verzamelstaat opgesteld in dubbel exemplaar.
De gerechtigde inrichtingen moeten de originele stukken van de in 1° en 2°, bedoelde documenten behouden en die ter beschikking houden van de dienst voor verificatie van het onderwijs voor sociale promotie.
Art. 4. Au terme du projet visé à l'article 2, et pour les dépenses visées à l'article 3, alinéa 2, les établissements d'enseignement de promotion sociale bénéficiaires doivent, dans les trois mois, transmettre au Service général de l'enseignement de promotion sociale de la Direction générale de l'enseignement obligatoire, Cité administrative de l'Etat, boulevard Pacheco 19, bte 0, bureau 4007, à 1010 Bruxelles, les documents suivants :
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 2;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1 °. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification de l'enseignement de promotion sociale.
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 2;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1 °. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification de l'enseignement de promotion sociale.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2003.
Art. 6. De Minister van Hoger onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 13 juni 2003.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de " O.N.E. ",
J.-M. NOLLET
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek,
Mevr. F. DUPUIS.
Brussel, 13 juni 2003.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de " O.N.E. ",
J.-M. NOLLET
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek,
Mevr. F. DUPUIS.
Art. 6. La Ministre de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement de Promotion sociale et de la Recherche scientifique est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 13 juin 2003.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement de Promotion sociale et de la Recherche scientifique,
Mme F. DUPUIS.
Bruxelles, le 13 juin 2003.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
La Ministre de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement de Promotion sociale et de la Recherche scientifique,
Mme F. DUPUIS.