Art. 37bis. § 1. De hoge raad voor permanente opvoeding opgericht bij het decreet van 17 mei 1999, hierna de " Overgangsraad " genoemd, blijft in werking overeenkomstig de volgende bepalingen zolang die niet vervangen is door de Raad opgericht bij dit decreet en dit ten laatste tot
[1 31 december 2009]1.
§ 2. Met uitzondering van de artikelen 28, 29, 30 en 31, § 1, is dit decreet van toepassing op de Overgangsraad.
§ 3. De leden van de Overgangsraad worden aangewezen door de Regering na een oproep tot de kandidaten bij de verenigingen bedoeld bij § 5. De Regering bepaalt de nadere regels voor de inrichting van de oproep tot de kandidaten. De leden van de Overgangsraad worden aangewezen voor een mandaat waarvan het einde op
[1 31 december 2009]1 wordt vastgelegd, onverminderd § 1.
§ 4. Elk lid dat de hoedanigheid verliest wegens dewelke hij aangewezen werd, wordt als ontslagnemend geacht. Hij wordt vervangen door een persoon aangewezen volgens dezelfde voorwaarden om zijn mandaat te voleindigen. Wordt ook ontslagnemend geacht, het lid dat, zonder voorafgaande verantwoording, afwezig is op meer dan de helft van de jaarlijkse zittingen van de Raad.
§ 5. De Overgangsraad bestaat uit 39 leden, onder wie :
a) 18 verantwoordelijken uit algemene verenigingen ter sociaal-culturele bevordering van werkers, of desgevallend, van hun afhangende regionale verenigingen;
b) 10 verantwoordelijken uit algemene verenigingen voor permanente opvoeding, of, desgevallend, van hun afhangende regionale verenigingen;
c) 3 verantwoordelijken van onafhankelijke regionale verenigingen voor de sociaal-culturele bevordering van werkers;
d) 3 verantwoordelijken van onafhankelijke regionale verenigingen voor permanente opvoeding;
e) 2 verantwoordelijken van onafhankelijke plaatselijke verenigingen voor de sociaal-culturele bevordering van werkers of permanente opvoeding;
f) 3 verantwoordelijken uit verenigingen die bij wijze van overgangsmaatregel erkend zijn krachtens dit decreet, ofwel uit verenigingen erkend voor onbepaalde duur als gevolg van hun erkenning bij wijze van overgangsmaatregel krachtens dit decreet.
Voor de toepassing van het eerste lid, a, b, c, d en e, van deze paragraaf :
1° wordt geacht een algemene vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van het Franse taalgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bestrijkt, in de mate bepaald in artikel 127, § 2, van de gecoördineerde Grondwet;
- haar toezicht of haar voogdij uitoefent over meerdere regionale of plaatselijke afdelingen binnen ieder van deze grondgebieden;
- over een centraal secretariaat beschikt en over minstens een verantwoordelijke die voor het permanent contact zorgt met het publiek en de leden van de vereniging;
2° wordt geacht een regionale vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van een provincie of minstens een provincieafdeling die deel uitmaakt van het Franse taalgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bestrijkt, in de mate bepaald in artikel 127, § 2, van de gecoördineerde Grondwet;
- haar toezicht of haar voogdij uitoefent over meerdere plaatselijke afdelingen binnen ieder deze grondgebieden;
- ofwel een onafhankelijke vereniging is, ofwel de regionale structuur van een algemene vereniging;
3° wordt geacht een plaatselijke vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van een wijk, een gehucht of een gemeente bestrijkt;
- haar activiteiten ofwel in alle onafhankelijkheid verwezenlijkt ofwel als plaatselijke structuur van een regionale vereniging of een algemene vereniging;
4° wordt geacht een vereniging voor permanente opvoeding te zijn, de vereniging die opgericht, geanimeerd en beheerd wordt door private personen en die voornamelijk tot doel heeft bij de volwassenen :
- een bewustwording en een kritische kennis van de werkelijkheid van onze maatschappij te bewerkstelligen en te ontwikkelen;
- het analyse-, keuze-, actie- en evaluatievermogen te verstevigen;
- een verantwoordelijke aanpak van het maatschappelijk, economisch, cultureel en politiek leven te bevorderen alsook een actieve participatie eraan.
5° wordt geacht een vereniging ter sociaal-culturele bevordering van de werkers te zijn, de vereniging voor permanente opvoeding die zich bij voorkeur richt tot het publiek van het volksmilieu en zich daaraan aanpast om haar actie te verwezenlijken op basis van de analyse met haar leden van de levensvoorwaarden en van de factoren die specifiek zijn voor hun toestand.
De bij het eerste lid, a, b, c, d, en e, van deze paragraaf bedoelde verenigingen zijn deze die een subsidiering hebben genoten voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan de oproep tot de kandidaten.
§ 6. De voorzitter en de ondervoorzitters van de Overgangsraad worden gekozen door de Regering onder de verenigingen bedoeld bij § 5, eerste lid, a, b, c, d, en e,. Samen vormen ze het Bureau van de Overgangsraad.