Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 JULI 2003. - [Decreet betreffende de ontwikkeling van de actie inzake permanente opvoeding in het kader van het verenigingsleven]. <DFG2018-11-14/07, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2019>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-08-2003 en tekstbijwerking tot 09-01-2026)
Titre
17 JUILLET 2003. - [Décret relatif au développement de l'action d'éducation permanente dans le champ de la vie associative]. <DCFR2018-11-14/07, art. 1, 012; En vigueur : 01-01-2019> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-08-2003 et mise à jour au 09-01-2026)
Informations sur le document
Numac: 2003029435
Datum: 2003-07-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003029435
Date: 2003-07-17
Moniteur: Voir
Tekst (68)
Texte (68)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Voorwerp.
Objet.
Artikel 1. § 1. [1 Dit decreet heeft tot voorwerp de ontwikkeling van de actie inzake permanente opvoeding in het kader van het verenigingsleven met het oog op de kritische analyse van de maatschappij, de stimulatie van democratische en collectieve initiatieven, de ontwikkeling van het actieve burgerschap en de uitoefening van de burgerlijke en politieke, sociale, culturele, milieu- en economische rechten in het licht van individuele en collectieve emancipatie van de bevolking door de actieve deelname van dit doelpubliek en haar culturele uitdrukking te bevoordelen.]1
§ 2. Dit voorwerp wordt verzekerd door de steun aan de verenigingen die, voornamelijk bij volwassenen, de ondersteuning en de ontwikkeling tot doel hebben van :
a) een bewustwording en kritische kennis van de realiteiten in de maatschappij;
b) vermogen tot analyse, tot keuze, tot actie en evaluatie;
c) gedragingen van verantwoordelijkheid en actieve deelname aan het sociale, economische, culturele en politieke leven.
§ 3. De ontwikkeling van de in dit decreet bedoelde verenigingen sluit zich aan bij een toekomstvisie van gelijkheid en sociale vooruitgang, teneinde te bouwen aan een rechtvaardige maatschappij, meer democratisch en meer solidair, die de ontmoeting tussen de culturen bevordert via de ontwikkeling van een actief en kritisch burgerschap en van de culturele democratie.
Article 1. § 1er. [1 Le présent décret a pour objet le développement de l'action d'éducation permanente dans le champ de la vie associative visant l'analyse critique de la société, la stimulation d'initiatives démocratiques et collectives, le développement de la citoyenneté active et l'exercice des droits civils et politiques, sociaux, économiques, culturels et environnementaux dans une perspective d'émancipation individuelle et collective des publics en privilégiant la participation active des publics visés et l'expression culturelle.]1
§ 2. Cet objet est assuré par le soutien aux associations qui ont pour objectif de favoriser et de développer, principalement chez les adultes :
a) une prise de conscience et une connaissance critique des réalités de la société;
b) des capacités d'analyse, de choix, d'action et d'évaluation;
c) des attitudes de responsabilité et de participation active à la vie sociale, économique, culturelle et politique.
§ 3. La démarche des associations visées par le présent décret s'inscrit dans une perspective d'égalité et de progrès social, en vue de construire une société plus juste, plus démocratique et plus solidaire qui favorise la rencontre entre les cultures par le développement d'une citoyenneté active et critique et de la démocratie culturelle.
Definities.
Définitions.
Art. 2. In de zin van dit decreet, wordt verstaan onder :
- " Regering " : de Regering van de Franse gemeenschap;
- " Vereniging " : vereniging zonder winstoogmerk opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 met betrekking tot de verenigingen zonder winstoogmerk.
- " Afhankelijke vereniging " : vereniging zonder winstoogmerk opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 met betrekking tot de verenigingen zonder winstoogmerk of de feitelijke vereniging bestaande uit een gedecentraliseerde structuur van een vereniging erkend als beweging krachtens dit decreet.
- " Beweging " : vereniging zonder winstoogmerk opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 met betrekking tot de verenigingen zonder winstoogmerk en die voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 5 van dit decreet.
[1 - Representatieve Federatie: de vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, en die aan de voorwaarden bepaald bij artikel 5/1 voldoet;]1
- " Publiek afkomstig uit volksmiddens " : een groep van deelnemers samengesteld uit personen, al dan niet tewerkgesteld, houders van ten hoogste een diploma van het secundair onderwijs of personen die zich in een situatie bevinden van sociale onzekerheid of grote armoede.
- " Raad " : de Hoge Raad van permanente opvoeding zoals de taken en de samenstelling worden gedefinieerd in dit decreet.
Art. 2. Au sens du présent décret, il faut entendre par :
- " Gouvernement " : le Gouvernement de la Communauté française.
- " Association " : l'association sans but lucratif constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif.
- " Association dépendante " : l'association sans but lucratif constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif ou l'association de fait qui constitue une structure décentralisée d'une association reconnue en qualité de mouvement en vertu du présent décret.
- " Mouvement " : l'association sans but lucratif constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif et qui répond aux conditions fixées à l'article 5 du présent décret.
[1 - Fédération représentative : l'association sans but lucratif constituée conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes et qui répond aux conditions fixées à l'article 5/1 ;]1
- " Public issu de milieux populaires " : groupe de participants composé de personnes, avec ou sans emploi, qui sont porteuses au maximum d'un diplôme de l'enseignement secondaire ou de personnes en situation de précarité sociale ou de grande pauvreté.
- " Conseil " : le Conseil supérieur de l'éducation permanente tel que les missions et la composition sont définies dans le présent décret.
HOOFDSTUK II. - Over de erkenning.
CHAPITRE II. - De la reconnaissance.
Sectie 1. - De werkingsassen.
Section 1re. - Les axes d'action.
Art. 3. [1 § 1. De verenigingen die het voorwerp kunnen uitmaken van een erkenning door de Franse Gemeenschap in het kader van dit decreet dienen acties uit te werken die aansluiten bij de doelstelling bepaald in artikel 1 en minstens één van de assen bepaald bij de paragrafen 2 tot 5.
Een vereniging kan maximum voor twee assen erkend worden zoals bedoeld bij de paragrafen 2 tot 5.
§ 2. As 1, met als opschrift "Deelname aan de burgerlijke opvoeding en opleiding", omvat de acties die ondernomen worden en opvoedings- en/of opleidingsprogramma's, ontworpen en georganiseerd door de vereniging, uitgewerkt met de leden van de vereniging en de deelnemers, teneinde de uitoefening van het actieve en participatieve burgerschap mogelijk te maken in het licht van emancipatie, gelijkheid van rechten, sociale vooruitgang, evolutie van de gedragingen en mentaliteiten, integratie en verantwoordelijkheid.
De verenigingen die tot deze as behoren, verwezenlijken hun activiteiten meer bepaald met het publiek afkomstig uit volksmiddens in de zin van artikel 2.
De ontwerpen, acties en programma's die geleid worden in het kader van deze as maken het voorwerp uit van een uitgebreide voorlichting bij het doelpubliek.
De acties die voldoen aan de bepalingen van deze as worden uitgewerkt:
1° hetzij over het geheel van het Franse taalgebied en het gebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2° hetzij minstens over het geheel van het grondgebied van een provincie of over een gebied dat een aantal inwoners telt gelijkwaardig met het aantal vastgesteld door de Regering na advies van de Raad;
3° hetzij minstens over het geheel van het grondgebied van een gemeente, een dorp of een wijk.
De Regering stelt, na advies van de Raad, de voorwaarden vast die de vereniging moet naleven om haar acties te laten erkennen binnen het kader van deze as. Deze voorwaarden hebben betrekking op een minimum aantal thema's die door de vereniging worden uitgewerkt, evenals een minimum aantal uren activiteit.
§ 3. As 2, met het opschrift "Vorming van animatoren, opleiders en verenigingsverantwoordelijken en -actoren", betreft:
1° opleidingsprogramma's voor animatoren, opleiders en verenigingsverantwoordelijken en -actoren, die voortkomen uit de non-profit sector; deze programma's zijn eenmalig of terugkerend, kunnen cyclussen of stages zijn; ze worden uitgewerkt en georganiseerd of verwezenlijkt hetzij op eigen initiatief hetzij op aanvraag van de verenigingswereld, al dan niet erkend in het kader van dit decreet;
2° opleidingsprogramma's betreffende culturele belangen, belangen inzake kritische burgerzin bestemd voor een specifiek publiek of een uitgebreider publiek.
De opleidingen die ontworpen en georganiseerd of verwezenlijkt worden op aanvraag van de verenigingswereld maken het voorwerp uit van overeenkomsten tussen de verenigingen.
De opleidingen die ontworpen en georganiseerd of verwezenlijkt worden op eigen initiatief, worden onderworpen aan een uitgebreide doorlichting van hun voorwaarden inzake toegankelijkheid.
De acties die beantwoorden aan de bepalingen van deze as worden uitgevoerd, minstens, over het geheel van het grondgebied van een provincie.
De Regering stelt, na advies van de Raad, de voorwaarden vast die de vereniging in acht moet nemen om haar acties te doen erkennen in het kader van deze as. Deze voorwaarden hebben betrekking op de kwaliteit van het publiek en/of de programma's en het volume opleidingsuren.
§ 4. As 3, met als opschrift "Diensten, instrumenten en onderzoek" omvat de centralisatie en de terbeschikkingstelling van documentatie, de verwezenlijking van diensten, instrumenten, met inbegrip van pedagogische en/of culturele instrumenten, analyses, studies of deelnemingsonderzoek.
De analyses, de studies of het deelnemingsonderzoek over maatschappelijke thema's worden vanuit een kritisch standpunt uitgevoerd.
De producties worden ontworpen en verwezenlijkt hetzij op eigen initiatief, hetzij op aanvraag van de verenigingswereld, al dan niet erkend krachtens dit decreet.
De producties ontworpen en verwezenlijkt op vraag van de verenigingswereld maken het voorwerp uit van overeenkomsten tussen verenigingen.
De producties ontworpen en verwezenlijkt op eigen initiatief maken het voorwerp uit van een uitgebreide voorlichting bij het betrokken publiek, de verenigingen, en indien relevant, de media en/of het grote publiek.
De acties die beantwoorden aan de bepalingen van deze as dienen te worden uitgevoerd minstens op het grondgebied van het geheel van een provincie.
De Regering stelt, na advies van de Raad, de voorwaarden vast die de vereniging in acht moet nemen om haar acties te doen erkennen in het kader van deze as. Deze voorwaarden hebben betrekking op het minimum aantal verwezenlijkt door de Regering.
§ 5. As 4, met als opschrift "Bewustmaking en Inlichting", omvat de organisatie van informatie- en communicatiecampagnes ertoe strekkend het grote publiek bewust te maken, met als doel de gedragingen en de mentaliteit voor de culturele belangen, burgerzin en de democratie of ook het naleven, de promotie of de ontwikkeling van de rechten bepaald bij artikel 2, te doen evolueren.
De vereniging zorgt voor de opvolging van de campagnes die zij openbaar maakt, en brengt deze onder andere over aan de wereld van verenigingen, opvoeding en politiek.
De acties die voldoen aan de bepalingen van deze as vinden plaats over het geheel van het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
De Regering stelt, na advies van de Raad, de voorwaarden vast die de vereniging moet naleven om haar acties te laten erkennen in het kader van deze as. Deze voorwaarden hebben betrekking op het minimum aantal bewustmakings- en inlichtingcampagnes verwezenlijkt door de vereniging en eenmalige publieke optredens buiten de campagnes.]1

Art. 3. [1 § 1er. Les associations qui peuvent faire l'objet d'une reconnaissance de la Communauté française dans le cadre du présent décret doivent développer des actions s'inscrivant dans la perspective définie à l'article 1er et, au moins, dans l'un des axes définis aux paragraphes 2 à 5.
Une association peut être reconnue au maximum dans deux axes prévus aux paragraphes 2 à 5.
§ 2. L'axe 1 intitulé " Participation, éducation et formation citoyennes " comprend les actions menées et les programmes d'éducation et/ou de formation conçus et organisés par l'association, élaborés avec les membres de l'association et les participants, en vue de permettre l'exercice de la citoyenneté active et participative dans une perspective d'émancipation, d'égalité des droits, de progrès social, d'évolution des comportements et des mentalités, d'intégration et de responsabilité.
Les associations qui s'inscrivent dans cet axe réalisent leurs activités notamment avec des publics issus de milieux populaires au sens de l'article 2.
Les projets, actions et programmes menés dans le cadre de cet axe font l'objet d'une large information auprès des publics cibles.
Les actions qui répondent au prescrit de cet axe se développent :
1° soit sur l'ensemble du territoire de la région de langue française et de la Région de Bruxelles-Capitale;
2° soit au moins sur l'ensemble du territoire d'une province ou sur un territoire qui compte un nombre d'habitants équivalent au nombre fixé par le Gouvernement après avis du Conseil;
3° soit au moins sur l'ensemble du territoire d'une commune, d'un village ou d'un quartier.
Le Gouvernement fixe, après avis du Conseil, les conditions que l'association doit respecter pour voir ses actions reconnues dans le cadre de cet axe. Ces conditions sont relatives à un nombre minimal de thématiques développées par l'association, ainsi qu'à un nombre minimal d'heures d'activités.
§ 3. L'axe 2 intitulé " Formation d'animateurs, de formateurs, de responsables et d'acteurs associatifs " concerne :
1° les programmes de formation d'animateurs, de formateurs, de responsables et d'acteurs associatifs ou issus du secteur non-marchand ; ces programmes sont ponctuels ou récurrents, peuvent prendre la forme de cycles ou de stages ; ils sont conçus et organisés ou réalisés soit d'initiative soit à la demande du monde associatif, reconnu ou non dans le cadre du présent décret;
2° les programmes de formation concernant des enjeux culturels, des enjeux de citoyenneté critique destinés à des publics spécifiques ou à un large public.
Les formations conçues et organisées ou réalisées à la demande du monde associatif font l'objet de conventions entre associations.
Les formations conçues et organisées ou réalisées d'initiative font l'objet d'une large information sur leurs conditions d'accessibilité.
Les actions qui répondent au prescrit de cet axe se développent au moins sur l'ensemble du territoire d'une province.
Le Gouvernement fixe, après avis du Conseil, les conditions que l'association doit respecter pour voir ses actions reconnues dans le cadre de cet axe. Ces conditions sont relatives à la qualité des publics et/ou des programmes et au volume d'heures de formation.
§ 4. L'axe 3 intitulé " Services, outils et recherche " comprend la centralisation et la mise à disposition de documentation, la réalisation de services, d'outils, en ce compris la mise à disposition de ceux-ci, d'outils pédagogiques et/ou culturels, d'analyses, d'études ou de recherches participatives.
Les analyses, études et recherches participatives sur des thèmes de société sont produites d'un point de vue critique.
Les productions sont conçues et réalisées soit d'initiative soit à la demande du monde associatif, reconnu ou non en vertu du présent décret.
Les productions conçues et réalisées à la demande du monde associatif font l'objet de conventions entre associations.
Les productions conçues et réalisées d'initiative font l'objet d'une information large auprès des publics concernés, des associations, et, si cela s'avère pertinent, des médias et/ou du grand public.
Les actions qui répondent au prescrit de cet axe se développent au moins sur le territoire de l'ensemble d'une province.
Le Gouvernement fixe, après avis du Conseil, les conditions que l'association doit respecter pour voir ses actions reconnues dans le cadre de cet axe. Ces conditions sont relatives à un nombre minimal de réalisations effectuées par l'association.
§ 5. L'axe 4 intitulé " Sensibilisation et Information " comprend l'organisation de campagnes d'information et de communication visant à sensibiliser le grand public, dans le but de faire évoluer les comportements et les mentalités sur des enjeux culturels, de citoyenneté et de démocratie ou à propos du respect, de la promotion ou du développement des droits définis à l'article 2.
L'association assure le suivi des campagnes qu'elle porte publiquement, et les relaye notamment auprès du monde associatif, éducatif et politique.
Les actions qui répondent au prescrit de cet axe se développent sur l'ensemble du territoire de la région de langue française et de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le Gouvernement fixe, après avis du Conseil, les conditions que l'association doit respecter pour voir ses actions reconnues dans le cadre de cet axe. Ces conditions sont relatives à un nombre minimal de campagnes de sensibilisation et d'information réalisées par l'association et d'interventions publiques ponctuelles distinctes des campagnes.]1

Art. 4. [1 § 1. Een vereniging kan worden erkend in een van de assen bedoeld bij artikel 3 of in twee assen bedoeld in deze bepaling.
Erkende verenigingen, met uitzondering van de bewegingen in de zin van artikel 5, kunnen een deel van de acties laten gelden die steunen op een of andere as(sen) dan de as(sen) waarvoor ze een erkenning krijgt als het doel is rekening te houden met de transversaliteit van de acties.
§ 2. De valorisatie van acties van een andere as dan de as(sen) waarvoor ze erkend worden, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° de actie moet binnen de assen 1, 2 of 3 vallen;
2° de activiteiten gevaloriseerd in het kader van de transversaliteit moeten aan alle voorwaarden gesteld voor de gevraagde as voldoen.
De Regering bepaalt het percentage van acties die gevaloriseerd kunnen worden en het systeem van de gelijkwaardigheid tussen de assen in overeenstemming met de volgende regels:
1° de transversaliteit tussen de assen en de valorisatie van acties die tot een andere as behoren, komen enkel in aanmerking, voor as 1 zoals omschreven in artikel 3 § 2, voor de verenigingen die op gemeenschaps- of regionaal niveau optreden in de zin van lid 4, 1° en 2° ;
2 ° het percentage verwezenlijkingen die kunnen gelden en die bij een andere as behoren, bedraagt maximaal 20 %;
3° het gelijkwaardigheidsstelsel is gebaseerd op de erkenning van prestaties in termen van eenheden of punten. De Regering bepaalt de combinaties van de verschillende assen, rekening houdend met de verschillende forfaitaire categorieën in de vorm van matrices.]1

Art. 4. [1 § 1er. Une association peut être reconnue dans l'un des axes prévus à l'article 3 ou dans deux axes prévus à cette disposition.
Les associations reconnues, à l'exception des mouvements définis à l'article 5, peuvent valoriser une part des actions relevant d'un ou d'autres axes que celui ou ceux dans lesquels elles sont reconnues dans la perspective d'une prise en compte de la transversalité des actions.
§ 2. La valorisation d'actions relevant d'un autre axe que celui ou ceux visé(s) par la reconnaissance doit satisfaire aux conditions suivantes :
1° l'action doit relever des axes 1, 2 ou 3 ;
2° les activités valorisées dans le cadre de la transversalité répondent à toutes les conditions fixées de l'axe sollicité.
Le Gouvernement arrête le pourcentage d'actions valorisables et le système d'équivalence entre les axes dans le respect des règles suivantes :
1° la transversalité entre les axes et la valorisation des actions relevant d'un autre axe est réservé, pour l'axe 1 défini à l'article 3, § 2, aux associations agissant à un niveau communautaire ou subrégional au sens de l'alinéa 4, 1° et 2° ;
2° le pourcentage de réalisations valorisables relevant d'un autre axe est de 20 % maximum ;
3° le système d'équivalence est basé sur la comptabilisation des réalisations en termes d'unités ou de points. Le Gouvernement arrête les combinaisons entre les différents axes et selon les différentes catégories de forfaits sous formes de matrices.]1

Art. 5. § 1. De verenigingen kunnen een specifieke erkenning vragen als " bewegingen " indien ze voldoen aan het geheel van de volgende voorwaarden :
- acties voorleggen die minstens drie assen dekken van het artikel 3, waarvan as 1 verplicht is;
- hun actieveld uitbreiden tot het geheel van het territorium van het Franstalige gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- minstens drie afhankelijke verenigingen samenbrengen waarvan het verschillend actieveld overeenstemt met minstens het territorium van een provincie of het territorium dat een aantal inwoners telt gelijk aan het aantal vastgesteld door de Regering na advies van de Raad;
- buurtacties uitwerken op lokaal en/of gemeentelijk vlak;
- acties uitwerken die een actieve deelname verzekeren van het doelpubliek;
- acties uitwerken met name bestemd voor het publiek afkomstig uit volksmiddens, in de zin van dit decreet.
§ 2. De erkenning die de Regering toekent aan de beweging die onder het toepassingsveld valt van § 1, dekt ook de afhankelijke verenigingen die zij overkoepelt. De aangesloten verenigingen kunnen enkel erkend worden krachtens artikel 4.
§ 3. Na voorstel en advies van de Raad, bepaalt de Regering de wijzen van betrekkingen tussen de beweging en de verenigingen die zij overkoepelt, te weten het minimum volume aan activiteit vereist voor de aangesloten verenigingen en de wijzen van overdracht van de activiteitsverslagen.
§ 4. De Regering bepaalt, na advies van de Raad, de voorwaarden die de vereniging moet naleven om haar acties te doen erkennen in het kader van de assen voorzien bij artikel 3. De bedoelde voorwaarden hebben betrekking op dezelfde elementen dan diegene bedoeld bij artikel 3, 1°, alinea 5, bij artikel 3, 2°, alinea 5, bij artikel 3, 3°, alinea 7 en bij artikel 3, 4°, alinea 4.
Art. 5. § 1er. Les associations peuvent demander une reconnaissance spécifique en qualité de " mouvements " si elles répondent à l'ensemble des conditions suivantes :
- Présenter des actions couvrant au moins trois axes visés à l'article 3, dont obligatoirement l'axe 1;
- Etendre leur champ d'action à l'ensemble du territoire de la région de langue française et de la Région de Bruxelles-Capitale;
- Fédérer au moins trois associations dépendantes dont le champ d'action distinct correspond au moins au territoire d'une province ou d'un territoire qui compte un nombre d'habitants équivalent au nombre fixé par le Gouvernement après avis du Conseil;
- Développer des actions de proximité au niveau local et/ou communal;
- Développer des actions qui assurent une participation active des publics visés;
- Mener des actions notamment à destination du public issu de milieux populaires, au sens du présent décret.
§ 2. La reconnaissance que le Gouvernement octroie au mouvement qui entre dans le champ d'application du § 1er couvre également les associations dépendantes qu'il fédère. Les associations fédérées ne peuvent être reconnues en vertu de l'article 4.
§ 3. Sur proposition et avis du Conseil, le Gouvernement arrête les modes de relation entre le mouvement et les associations qu'il fédère, à savoir le volume d'activité minimal exigé pour les associations fédérées et les modes de transmission des rapports d'activités.
§ 4. Le Gouvernement arrête, après avis du Conseil, les conditions que le mouvement doit respecter pour voir ses actions reconnues dans le cadre des axes prévus à l'article 3. Les conditions visées portent sur les mêmes éléments que ceux visés à l'article 3, 1°, alinéa 5, à l'article 3, 2°, alinéa 5, à l'article 3, 3°, alinéa 7 et à l'article 3, 4°, alinéa 4.
Art.5/1. [1 De Regering kan als representatieve federatie een of meer verenigingen zonder winstoogmerk erkennen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° haar maatschappelijke zetel hebben in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° haar acties organiseren met als doelstelling hetgeen gedefinieerd is in afdeling 1;
3 ° ten minste drieëndertig procent van de erkende verenigingen voor permanente opvoeding verenigen;
4° voor zover van toepassing op de behoeften van de verenigingen, die a priori als voor evolutie vatbaar worden beschouwd, de volgende opdrachten ontwikkelen in het kader van de permanente opvoeding, in het voordeel van alle verenigingen erkend uit hoofde van dit decreet, of die al dan niet aangesloten zijn:
a) de informatie van de verenigingen;
b) de coördinatie en netwerkaansluiting van de verenigingen;
c) de adviesverlening, methodologische ondersteuning en de organisatie van fora voor uitwisselingen en dialoog;
d) de coördinatie van een opleidingsaanbod en, eventueel, de uitvoering van eigen programma's;
e) de sectorvertegenwoordiging;
5 ° haar federatieve actie ontwikkelen op het hele grondgebied van het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.]1

Art.5/1. [1 Le Gouvernement peut reconnaître en qualité de Fédération représentative une ou des associations sans but lucratif qui remplissent les conditions suivantes :
1° avoir son siège social dans la région de langue française ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
2° inscrire ses actions dans la perspective définie à l'article 1er;
3° fédérer au moins trente-trois pour cent des associations d'éducation permanente reconnues ;
4° développer, selon les besoins des associations considérés a priori comme évolutifs, les missions suivantes, dans une perspective d'éducation permanente, au bénéfice de l'ensemble des associations reconnues dans le cadre du présent décret, qu'elles soient affiliées ou pas :
a) l'information des associations ;
b) la coordination et mise en réseau des associations ;
c) le conseil, le soutien méthodologique et l'organisation de lieux d'échanges et de dialogue;
d) la coordination d'une offre de formation et, éventuellement, la mise en oeuvre de programmes propres ;
e) la représentation sectorielle ;
5° Développer son action fédérative sur l'ensemble du territoire de la région de langue française et de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.]1

Sectie 2. - De procedure en de voorwaarden voor erkenning.
Section 2. - La procédure et les conditions de reconnaissance.
Art.5/2.[1 § 1. Met uitzondering van de representatieve federatie waarnaar wordt verwezen in artikel 5/1, dient een vereniging die van plan is erkenning aan te vragen een beginselverzoek in met betrekking tot de manier waarop haar actie overeenkomt met hetgeen voorgeschreven is in artikel 1.
[2 § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 mag van 1 januari 2026 tot 1 februari 2026 geen beginselverzoek worden ingediend.]2
§ 2. De procedure en nadere regels voor de indiening en het onderzoek van het beginselverzoek worden door de Regering vastgesteld op basis van de volgende beginselen:
1 ° de vereniging voert een beginselverzoek in volgens de voorwaarden en binnen de door de Regering bepaalde termijn;
2 ° de Regering vraagt het advies aan van de Regeringsdiensten en het advies van de Raad voor het onderzoek van dat verzoek en bepaalt de termijn waarbinnen deze adviezen worden uitgebracht;
3 ° de Regering beslist om het beginselverzoek te aanvaarden of te weigeren;
4 ° een beroep tegen de beslissing bedoeld in 3° bij de Regering is georganiseerd.
Wanneer het advies van de Raad niet binnen de voorgeschreven termijn verleend wordt, wordt enkel rekening gehouden met het advies van de Regeringsdiensten.
De Regering aanvaardt of weigert voor de vereniging de mogelijkheid om erkenning te verzoeken.
De Regering bepaalt de beroepsprocedure tegen een negatieve beginselbeslissing.
§ 3. Iedere vereniging die een gunstige beginselbeslissing heeft gekregen, kan een aanvraag tot erkenning indienen.
Een gunstige principebeslissing is geldig voor de twee kalenderjaren volgend op de indiening van de aanvraag.]1

Art.5/2.[1 § 1er. A l'exception de la fédération représentative visée à l'article 5/1, l'association qui entend solliciter une reconnaissance dépose une demande de principe qui porte sur la façon dont son action correspond au prescrit de l'article 1er.
[2 § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, aucune demande de principe ne peut être introduite du 1er janvier 2026 au 1er février 2026. ]2
§ 2. La procédure et les modalités d'introduction et d'examen de la demande de principe sont arrêtées par le Gouvernement dans le respect des principes suivants :
1° l'association introduit une demande de principe selon les modalités et à l'échéance arrêtées par le Gouvernement ;
2° le Gouvernement requiert l'avis des Services du Gouvernement et l'avis du Conseil pour l'examen de cette demande et arrête le délai dans lequel ces avis sont rendus ;
3° le Gouvernement décide d'accepter ou de refuser la demande de principe ;
4° un recours contre la décision visée au 3° auprès du Gouvernement est organisé.
Lorsque l'avis du Conseil n'intervient pas dans le délai prescrit, il est tenu compte uniquement de l'avis des Services du Gouvernement.
Le Gouvernement accepte ou refuse à l'association la possibilité de solliciter sa reconnaissance.
Le Gouvernement arrête la procédure de recours à l'encontre d'une décision de principe négative.
§ 3. Toute association ayant fait l'objet d'une décision de principe favorable peut déposer une demande de reconnaissance.
Une décision de principe favorable est valable pour les deux exercices civils suivant l'introduction de la demande.]1

Art. 6. § 1. De Regering kan een vereniging erkennen die daartoe een aanvraag indient en die beantwoordt aan de voorwaarden voorzien door dit decreet.
[2 § 1bis. In afwijking van paragraaf 1 mag van 1 januari 2026 tot 1 februari 2027 geen erkenningsaanvraag worden ingediend, met uitzondering van de verenigingen bedoeld in artikel 5/1.]2
§ 2. Daartoe beslist de Regering, na advies van de Raad, tot de procedure van toekenning van erkenning met naleving van de volgende principes :
1° de vereniging dient een aanvraag in tot erkenning; de Regering bepaalt de modaliteiten van deze introductie;
[1 De Regering vraagt het advies van de Regeringsdiensten en het advies van de Raad voor het onderzoek van deze aanvraag aan en bepaalt de termijn waarbinnen deze adviezen moeten worden verleend. Wanneer het advies van de Raad niet binnen de voorgeschreven termijn verleend wordt, wordt enkel rekening gehouden met het advies van de Regeringsdiensten;]1
[1 de Regering besluit de vereniging hetzij een tijdelijke erkenning voor een bepaalde duur van 3 jaar te verlenen, die niet verlengd mag worden, hetzij de erkenning te weigeren;]1
4° elke vereniging die heeft gekregen [1 een erkenning voor een bepaalde duur van drie jaar]1 werd onderworpen, na deze periode, aan een evaluatie door de diensten van de Regering; het met redenen omklede advies van de Raad is vereist voor deze evaluatie indien deze negatief is;
[1 Op het einde van deze evaluatie besluit de regering om de vereniging erkenning te verlenen voor onbepaalde tijd, of om de erkenning te weigeren;]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 3. De procedure van toekenning van erkenning bepaalt door de Regering voorziet bovendien minstens :
1° de mogelijkheid voor de vereniging om beroep aan te tekenen tegen een beslissing tot weigering van de erkenning, evenals de vorm en termijnen ervan;
[1 de adviesbevoegdheid van de Regeringsdiensten en de Raad inzake beroep;]1
3° de mogelijkheid voor de vereniging om haar argumentatie voor te leggen tijdens een beroep;
4° de procedure in beroep.
§ 4. De Regering verzekert, middels haar diensten, de jaarlijkse publicatie van een verslag betreffende de aanvragen tot erkenning, de data van introductie hiervan, de adviezen die uitgevaardigd werden en de beslissingen die genomen werden.
[2 § 5. In afwijking van paragraaf 2, 3°, worden de erkenningen voor een bepaalde duur die op 1 januari 2026 aan de gang zijn, met uitzondering van die van de in artikel 5/1 bedoelde verenigingen, onder dezelfde voorwaarden verlengd voor een periode van twee jaar na hun vervaldatum.]2
Art. 6. § 1er. Le Gouvernement peut reconnaître l'association qui en fait la demande et qui répond aux conditions prévues par le présent décret.
[2 § 1bis. Par dérogation au paragraphe 1er, aucune demande de reconnaissance, à l'exception des associations visées à l'article 5/1, ne peut être introduite du 1er janvier 2026 au 1er février 2027. ]2
§ 2. A cette fin, le Gouvernement arrête, après avis du Conseil, la procédure d'octroi de reconnaissance dans le respect des principes suivants :
1° l'association introduit une demande de reconnaissance; le Gouvernement détermine les modalités de cette introduction;
[1 Le Gouvernement requiert l'avis des Services du Gouvernement et l'avis du Conseil pour l'examen de cette demande et arrête le délai dans lequel ces avis doivent être rendus. Lorsque l'avis du Conseil n'intervient pas dans le délai prescrit, il est tenu compte uniquement de l'avis des Services du Gouvernement ;]1
[1 le Gouvernement décide soit d'octroyer à l'association une reconnaissance à durée déterminée de 3 ans, non renouvelable, soit de refuser la reconnaissance ;]1
4° toute association qui s'est vu octroyer [1 une reconnaissance à durée déterminée de trois ans]1 fait l'objet, à l'issue de cette période, d'une évaluation par les services du Gouvernement; l'avis motivé du Conseil est requis sur cette évaluation si elle est négative;
[1 A l'issue de cette évaluation, le Gouvernement décide soit d'octroyer à l'association une reconnaissance à durée indéterminée, soit de refuser la reconnaissance ;]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 3. La procédure d'octroi de reconnaissance arrêtée par le Gouvernement prévoit en outre au moins :
1° la possibilité pour l'association d'introduire un recours contre une décision de refus de reconnaissance, ainsi que ses formes et délais;
[1 la compétence d'avis des Services du Gouvernement et du Conseil en matière de recours;]1
3° la possibilité pour l'association de présenter son argumentation lors d'un recours;
4° la procédure de recours.
§ 4. Le Gouvernement assure, par la voie de ses services, la publication annuelle d'un rapport relatif aux demandes de reconnaissance, aux dates d'introduction de celles-ci, aux avis remis et aux décisions prises.
[2 § 5. Par dérogation au paragraphe 2, 3° les reconnaissances à durée déterminée, à l'exception de celles des associations visées à l'article 5/1, en cours au 1er janvier 2026 sont prolongées aux mêmes conditions pour une durée de deux ans à compter de leur date d'échéance. ]2
Art. 7. Enkel de verenigingen die beantwoorden aan de volgende voorwaarden kunnen erkend worden door de Regering krachtens dit decreet :
1° een vereniging zonder winstoogmerk zijn in de zin van de wet van 27 juni 1921 met betrekking tot de verenigingen zonder winstoogmerk;
2° een maatschappelijk doel aanbieden met naleving van artikel 1;
3° een project indienen, volgens de vormen bepaalt door de Regering na voorstel van de Raad, dat zich aansluit (bij de as(sen) waarvoor zij een erkenning aanvraagt), houdende het actieplan dat de vereniging op vijf jaar wil uitwerken om zich in overeenstemming te brengen met de taken die zij zichzelf heeft opgelegd in het kader van artikel 1 van dit decreet; bij uitzondering, voor de verenigingen die een erkenning vragen in het kader van artikel 6, § 2, bevat het ontwerp het actieplan dat de vereniging wil uitwerken [1 over drie jaar]1;
4° de publiciteit en de zichtbaarheid van haar acties verzekeren;
5° haar maatschappelijke zetel dient gevestigd te zijn in een Franstalig gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
6° haar ontwerp ten uitvoer brengen en haar activiteiten verwezenlijken voornamelijk in een Franstalig gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; indien de activiteiten van de vereniging uitgevoerd worden, onder andere, op internationaal vlak, dient het internationale aspect hiervan beheerd te worden in een Franstalig gewest en/of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dient dit ook gevolgen te hebben voor een publiek dat aanwezig is in deze gewesten;
7° minstens een jaar van bestaan kennen en een activiteit hebben op het ogenblik van de aanvraag tot erkenning;
[1 8° voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1 van het decreet van 5 april 1993 betreffende de depolitisering van de structuren van de culturele instellingen, met uitzondering van verenigingen waarvan het bedrag aan subsidies lager is dan het in artikel 2 van dit decreet bedoelde plafond.]1
Worden uitgesloten voor de erkenning de verenigingen die de bepalingen niet naleven van het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens, van de wet van 30 juli 1981 tot beteugeling van bepaalde handelingen ingegeven door racisme of xenofobie en de wet van 23 maart 1995 tot beteugeling van de ontkenning, het minimaliseren, de rechtvaardiging of aanmatiging van genocide gepleegd door het nazi-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog of onder het mom van alle andere inbreuken die gepleegd worden waarbij de commissie zich niet kan verzoenen met een erkenning door de Franse Gemeenschap.
Art. 7. Seules les associations qui répondent aux conditions suivantes peuvent être reconnues par le Gouvernement en vertu du présent décret :
1° être une association sans but lucratif au sens de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif;
2° présenter un objet social respectant l'article 1er;
3° déposer, selon les formes arrêtées par le Gouvernement sur proposition du Conseil, un projet s'inscrivant dans l'axe (ou les axes pour lesquels elle demande sa reconnaissance), contenant le plan d'action que l'association s'engage à développer sur cinq ans pour se conformer aux missions qu'elle s'est données dans le cadre de l'article 1er du présent décret; par exception, pour les associations demandant leur reconnaissance dans le cadre de l'article 6, § 2, le projet contient le plan d'action que l'association s'engage à développer [1 sur trois ans]1;
4° assurer la publicité et la visibilité de ses actions;
5° avoir son siège social en région de langue française ou en Région de Bruxelles-Capitale;
6° mettre en oeuvre son projet et réaliser ses activités essentiellement en région de langue française et en Région de Bruxelles-Capitale; si les activités de l'association sont développées, entre autres, au plan international, l'aspect national de celles-ci doit être géré en région de langue française et/ou en Région de Bruxelles-Capitale et avoir des répercussions sur un public présent dans ces régions;
7° compter au moins un an d'existence et d'activité au moment de la demande de reconnaissance;
[1 8° respecter les conditions visées à l'article 1er du décret du 5 avril 1993 relatif à la dépolitisation des organismes culturels, sauf pour les associations dont le montant des subventions est inférieur au plafond visé l'article 2 de ce décret.]1
Sont exclues de la reconnaissance les associations qui ne respectent pas les dispositions de la Convention européenne des droits de l'homme, de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie et de la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'appropriation du génocide commis par le régime nazi pendant la seconde guerre mondiale ou sous le couvert desquelles sont commises toutes autres infractions dont la commission est incompatible avec une reconnaissance par la Communauté française.
Art. 8. De erkenning [1 ...]1 wordt toegekend door de Regering in functie van de assen die gedefinieerd worden bij artikel 3 of krachtens artikel 5.
[1 Echter, voor de representatieve federatie wordt de erkenning door de Regering verleend volgens de voorwaarden bedoeld in artikel 5/1.]1
De erkenning voor onbepaalde duur wordt toegekend onverminderd de bepalingen van hoofdstuk V.
[2 In afwijking van het voorgaande mag van 1 januari 2026 tot 1 februari 2027 geen erkenningsaanvraag voor representatieve federatie worden ingediend, met uitzondering van de federaties die al erkend zijn.]2
Art. 8. La reconnaissance [1 ...]1 est accordée par le Gouvernement en fonction des axes définis à l'article 3 ou en vertu de l'article 5.
[1 Toutefois, pour la Fédération représentative, la reconnaissance est accordée par le Gouvernement en fonction des conditions visées à l'article 5/1.]1
La reconnaissance à durée indéterminée est octroyée sans préjudice des dispositions du chapitre V.
[2 Par dérogation à ce qui précède, aucune demande de reconnaissance de fédération représentative, à l'exception de celles déjà reconnues, ne peut être introduite du 1er janvier 2026 au 1er février 2027.]2
HOOFDSTUK III. - De voorwaarden voor subsidies.
CHAPITRE III. - Des conditions de subvention.
Sectie 1. - [1 De subsidies aan verenigingen die erkend zijn voor onbepaalde duur.]1
Section 1re. - Des subventions aux associations reconnues à durée indéterminée.
Art. 9. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen wijst de Regering alle erkende vennootschappen toe:
1 ° een jaarlijkse forfaitaire subsidie voor activiteiten in verband met de presentatie, door de vereniging, van een meerjarenproject met een looptijd van vijf jaar dat overeenkomt met de actie-as of actie-assen van de vereniging of een meerjarenproject van vijf jaar in het geval van de representatieve federatie bedoeld in artikel 5/1;
2 ° een jaarlijkse forfaitaire werkingssubsidie;
3 ° indien de vereniging een actiegebied heeft dat ten minste één provincie bestrijkt, of op een grondgebied dat een aantal inwoners telt dat equivalent is aan het aantal dat door de Regering na advies van de Raad is vastgesteld, een jaarlijkse forfaitaire subsidie voor werkgelegenheid.
Het bedrag van de subsidies aan verenigingen wordt berekend overeenkomstig de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15.
Het bedrag van de jaarlijkse forfaitaire subsidie voor activiteiten, als bedoeld in lid 1, 1 °, stemt voor de in artikel 5/1 bedoelde representatieve federaties overeen met een vast cijfer van 40 punten. Dit aantal punten wordt bepaald op basis van de verwezenlijking van de opdrachten bedoeld in artikel 5/1, 5 °, a), b), onder c) en e) door activiteiten die minstens 320 uur per jaar bestrijken en de opdracht bedoeld in artikel 5/1, 5 °, d) door opleidingsactiviteiten van ten minste 500 uur per jaar. 20 % van de activiteiten- of opleidingsuren kan echter worden omgezet in een aantal gelijkwaardige verwezenlijkingen in de zin van artikel 4, lid 2.
De jaarlijkse forfaitaire werkingssubsidie van de in artikel 5/1 bedoelde representatieve federaties wordt berekend overeenkomstig artikel 11, 2°.
De jaarlijkse forfaitaire subsidie voor werkgelegenheid van de in artikel 5/1 bedoelde representatieve federaties wordt berekend overeenkomstig lid 3 en artikel 12.]1

Art. 9. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement alloue à toute association reconnue :
1° un subside forfaitaire annuel d'activités, lié à la présentation, par l'association, d'un projet pluriannuel d'une durée de cinq ans correspondant à l'axe d'action ou aux axes d'action couvert(s) par l'association ou d'un projet pluriannuel de cinq ans s'il s'agit de la fédération représentative visée à l'article 5/1;
2° un subside forfaitaire annuel de fonctionnement;
3° si l'association a un champ d'action qui couvre au moins une province, ou sur un territoire qui compte un nombre d'habitants équivalent au nombre fixé par le Gouvernement après avis du Conseil, un subside forfaitaire annuel à l'emploi.
Le montant des subsides aux associations est calculé conformément aux articles 10, 11, 12, 13 et 15.
Le montant du subside forfaitaire annuel d'activités prévu à l'alinéa 1er,1°, correspond pour les fédérations représentatives visées à l'article 5/1 à un forfait de 40 points. Ce nombre de points est déterminé en fonction de la concrétisation des missions visées à l'article 5/1, 5°, a), b) c) e) par des activités d'une durée d'au moins 320 heures par an et à la mission visée à l'article 5/1, 5°, d) par des activités de formation d'au moins 500 heures par an. Toutefois, 20 % des heures d'activités ou des heures de formation peuvent être converties en un nombre de réalisations équivalentes au sens de l'article 4, § 2.
Le subside forfaitaire annuel de fonctionnement des fédérations représentatives visées à l'article 5/1 se calcule conformément à l'article 11, 2°.
Le subside annuel forfaitaire à l'emploi des fédérations représentatives visées à l'article 5/1 se calcule conformément à l'alinéa 3 et à l'article 12.]1

Art. 10. [1 Het bedrag van de subsidies bedoeld bij artikel 9, 1°, wordt berekend door aan de verenigingen een forfaitair aantal activiteitenpunten toe te kennen dat varieert in functie van de categorie waarin de vereniging ingeschreven staat.
De Regering bepaalt de waarde van het activiteitenpunt.
Bovendien, bepaalt de Regering de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die toegang bieden tot elk van deze categorieën. Deze criteria zijn afhankelijk van de elementen bedoeld bij artikel 3, 1°, vijfde lid, bij artikel 3, 2°, vijfde lid, bij artikel 3, 3°, zevende lid, en bij artikel 3, 4°, vierde lid.
De categorieën zijn de volgende :
1° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4, in het kader van het actiedomein 1 :
1) Voor de verenigingen waarvan de territoriale impact van de activiteiten verwezenlijkt wordt op een grondgebied waarvan het minimum aantal inwoners bepaald wordt door de Regering, met een minimum van 50 000 inwoners of, voor de streken van minstens 75 inwoners per vierkante kilometer, op een grondgebied van minstens zes gemeenten, worden vier forfaitaire categorieën opgericht :
a) 10 activiteitenpunten;
b) 15 activiteitenpunten;
c) 20 activiteitenpunten;
d) 25 activiteitenpunten.
2) Voor de verenigingen waarvoor de territoriale impact van de activiteiten verwezenlijkt wordt over het geheel van het grondgebied van de Franse Gemeenschap, worden drie forfaitaire categorieën opgericht :
a) 25 activiteitenpunten;
b) 35 activiteitenpunten;
c) 60 activiteitenpunten.
2° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 5 in het kader van het actiedomein 1 :
1) Voor de verenigingen met drie tot vijf aangesloten afhankelijke verenigingen, worden [2 vier forfaitaire categorieën]2 opgericht :
a) 70 activiteitenpunten;
b) 95 activiteitenpunten;
c) 120 activiteitenpunten.
2) Voor de verenigingen met zes tot acht aangesloten afhankelijke verenigingen, worden drie forfaitaire categorieën opgericht :
a) 145 activiteitenpunten;
b) 170 activiteitenpunten;
c) 195 activiteitenpunten.
3) Voor de verenigingen met negen en meer aangesloten afhankelijke verenigingen, worden drie forfaitaire categorieën opgericht :
a) 220 activiteitenpunten;
b) 245 activiteitenpunten;
c) 270 activiteitenpunten;
[2 d) 295 activiteitenpunten.]2
3° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4 of artikel 5 in het kader van het actiedomein 2, worden drie forfaitaire categorieën opgericht :
a) 15 activiteitenpunten;
b) 30 activiteitenpunten;
c) 45 activiteitenpunten.
4° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4 of artikel 5 in het kader van het actiedomein 3, worden twee forfaitaire categorieën opgericht :
a) 20 activiteitenpunten;
b) 30 activiteitenpunten.
5° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4 of artikel 5 in het kader van het actiedomein 4, wordt 1 forfaitaire categorie opgericht : 20 activiteitenpunten.
6° Voor de verenigingen erkend in het kader van verschillende actiedomeinen, worden de verschillende forfaitaire categorieën waarop zij recht hebben, toegevoegd bij de berekening van de forfaitaire categorieën bedoeld bij artikel 9, eerste lid.
§ 2. Bij wijze van uitzondering op § 1, voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4 in het kader van het actiedomein 1 bedoeld bij artikel 3, en waarvan de territoriale impact de Gemeente, het dorp of de wijk is, bepaalt de Regering drie forfaitaire categorieën. De Regering bepaalt ook de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die toegang bieden tot elk van deze categorieën. Deze criteria zijn afhankelijk van de elementen bedoeld bij artikel 3, 1°, vijfde lid.
§ 3. [2 ...]2]1

Art. 10. [1 § 1er. Le montant des subsides visés à l'article 9, 1°, se calcule en attribuant à l'association un nombre forfaitaire de points activités qui varie en fonction de la catégorie dans laquelle l'association est inscrite.
Le Gouvernement arrête la valeur du point activités.
En outre, il détermine les critères quantitatifs et qualitatifs permettant d'accéder à chacune de ces catégories. Ces critères sont fonction des éléments visés à l'article 3, 1°, alinéa 5, à l'article 3, 2°, alinéa 5, à l'article 3, 3°, alinéa 7, et à l'article 3, 4°, alinéa 4.
Les catégories sont les suivantes :
1° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 4, dans le cadre de l'axe 1 :
1) Pour les associations dont l'impact territorial des activités se réalise sur un territoire dont le nombre minimum d'habitants est arrêté par le Gouvernement, avec un minimum de 50 000 habitants ou, pour les régions de moins de 75 habitants par kilomètre carré, sur le territoire d'au moins six communes, quatre catégories de forfaits sont créées :
a) 10 points activités;
b) 15 points activités;
c) 20 points activités;
d) 25 points activités.
2) Pour les associations dont l'impact territorial des activités se réalise sur l'ensemble du territoire de la Communauté française, trois catégories de forfaits sont créées :
a) 25 points activités;
b) 35 points activités;
c) 60 points activités.
2° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 5 dans le cadre de l'axe 1 :
1) Pour les associations fédérant de trois à cinq associations dépendantes, [2 quatre catégories]2 de forfaits sont créées :
a) 70 points activités;
b) 95 points activités;
c) 120 points activités.
2) Pour les associations fédérant de six à huit associations dépendantes, trois catégories de forfaits sont créées :
a) 145 points activités;
b) 170 points activités;
c) 195 points activité :
3) Pour les associations fédérant neuf associations dépendantes et plus, trois catégories de forfaits sont créées :
a) 220 points activités;
b) 245 points activités;
c) 270 points activités;
[2 d) 295 points activités]2
3° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 4 ou de l'article 5 dans le cadre de l'axe 2, trois catégories de forfaits sont créées :
a) 15 points activités;
b) 30 points activités;
c) 45 points activités.
4° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 4 ou de l'article 5 dans le cadre de l'axe 3, deux catégories de forfaits sont créées :
a) 20 points activités;
b) 30 points activités.
5° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 4 ou de l'article 5 dans le cadre de l'axe 4, une catégorie de forfait est créée : 20 points activités.
6° Pour les associations reconnues dans le cadre de plusieurs axes, les différentes catégories de forfaits qu'elles proméritent s'additionnent pour le calcul du forfait visé à l'article 9, 1°.
§ 2. Par exception au § 1er, pour les associations reconnues en vertu de l'article 4 dans le cadre de l'axe 1 visé à l'article 3, et dont l'impact territorial des activités est la Commune, le village ou le quartier, le Gouvernement arrête trois catégories de forfaits. Il arrête les critères quantitatifs et qualitatifs permettant d'accéder à chacune de ces catégories. Ces critères sont fonction des éléments visés à l'article 3, 1°, alinéa 5.
§ 3. [2 ...]2]1

Art. 11. [1 Het bedrag van de subsidies bedoeld bij artikel 9, tweede lid, wordt als volgt berekend :
1° Voor de verenigingen erkend krachtens artikel 4 in het kader van het actiedomein 1 bedoeld bij artikel 3, en waarvan de territoriale impact van de activiteiten de gemeente, het dorp of de wijk betreft, bepaalt de Regering drie categorieën van forfaitaire categorieën. De Regering bepaalt ook de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die toegang bieden tot elk van deze categorieën. Deze criteria zijn afhankelijk van de elementen bedoeld bij artikel 3, 1°, vijfde lid.
2° Voor alle andere verenigingen erkend krachtens artikel 4 of artikel 5, stemt het forfaitaire bedrag, met een maximum waarde van 105.083,25 euro, overeen met 50 procent van de waarde van het forfaitaire bedrag vastgesteld bij artikel 10.]1

Art. 11. [1 Le montant des subsides visés à l'article 9, 2°, se calcule comme suit :
1° Pour les associations reconnues en vertu de l'article 4 dans le cadre de l'axe 1 visé à l'article 3, et dont l'impact territorial des activités est la Commune, le village ou le quartier, le Gouvernement arrête trois catégories de forfaits. Il arrête les critères quantitatifs et qualitatifs permettant d'accéder à chacune de ces catégories. Ces critères sont fonction des éléments visés à l'article 3, 1°, alinéa 5.
2° Pour toutes les autres associations reconnues en vertu de l'article 4 ou de l'article 5, le forfait, plafonné à 105.083,25 euro, équivaut à 50 % de la valeur du forfait fixée à l'article 10.]1

Art. 12. [1 § 1. De subsidie bedoeld bij artikel 9, derde lid, wordt berekend door aan de vereniging een aantal permanente personeelsleden toe te kennen dat verandert in functie van het totale aantal activiteitenpunten toegekend krachtens artikel 10.
Voor elk voltijds equivalent geniet de vereniging tien punten permanente tewerkstelling en acht bijkomende punten voor permanente personeelsleden.
De verenigingen die erkend zijn krachtens dit decreet in een van de categorieën bedoeld bij artikel 10, die op 31 december 2007 een gunstigere forfaitaire subsidie voor de tewerkstelling genoten, behouden deze subsidie.
Het bedrag, de nadere regels voor de toekenning, de uitbetaling en de verantwoording van de subsidie worden bepaald door het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap.
Het aantal permanente personeelsleden wordt bepaald als volgt :
- voor 10 en 15 activiteitenpunten : 0,50 permanent VE (voltijds equivalent)
- voor 20 en 25 activiteitenpunten : 1,00 permanent VE
- voor 30 en 35 activiteitenpunten : 1,50 permanent VE's
- voor 40 activiteitenpunten : 2,00 permanente VE's
- voor 45 en 50 activiteitenpunten : 2,50 permanente VE's
- [voor 55 en 60 activiteitenpunten : 3,00 permanente VE's] (Erratum, B.S. 07-10-2008, p. 66200)
- voor 65 en 70 activiteitenpunten : 3,50 permanente VE's
- voor 75 en 80 activiteitenpunten : 4,00 permanente VE's
- voor 90 activiteitenpunten : 5,00 permanente VE's
- voor 105 activiteitenpunten : 5,50 permanente VE's
- voor 110 en 115 activiteitenpunten : 6,00 permanente VE's
- voor 120 en 125 activiteitenpunten : 6,50 permanente VE's
- voor 130 activiteitenpunten : 7,00 permanente VE's
- voor 135 en 140 activiteitenpunten : 7,50 permanente VE's
- voor 145 en 150 activiteitenpunten : 8,00 permanente VE's
- voor 155 en 160 activiteitenpunten : 8,50 permanente VE's
- voor 165 en 170 activiteitenpunten : 9,00 permanente VE's
- voor 175 activiteitenpunten : 9,50 permanente VE's
- voor 180 en 185 activiteitenpunten : 10,00 permanente VE's
- voor 190 en 195 activiteitenpunten : 10,50 permanente VE's
- voor 200 en 205 activiteitenpunten : 11,00 permanente VE's
- voor 210 en 215 activiteitenpunten : 11,50 permanente VE's
- voor 220 activiteitenpunten : 12,00 permanente VE's
- voor 225 en 230 activiteitenpunten : 12,50 permanente VE's
- voor 235 en 240 activiteitenpunten : 13,00 permanente VE's
- voor 245 en 250 activiteitenpunten : 13,50 permanente VE's
- voor 255 en 260 activiteitenpunten : 14,00 permanente VE's
- voor 265 activiteitenpunten : 14,50 permanente VE's
- voor 270 en 275 activiteitenpunten : 15,00 permanente VE's
- voor 280 en 285 activiteitenpunten : 15,50 permanente VE's
- voor 290 en 295 activiteitenpunten : 16,00 permanente VE's
- voor 300 en 305 activiteitenpunten : 16,50 permanente VE's
- voor 310 activiteitenpunten : 17,00 permanente VE's
- voor 315 en 320 activiteitenpunten : 17,50 permanente VE's
- voor 325 en 330 activiteitenpunten : 18,00 permanente VE's
- voor 335 en 340 activiteitenpunten : 18,50 permanente VE's
- voor 345 en 350 activiteitenpunten : 19,00 permanente VE's
- voor 355 activiteitenpunten : 19,50 permanente VE's
- voor 360 en 365 activiteitenpunten : 20,00 permanente VE's;
[2 - voor 370 en 375 activiteitenpunten: 20,5 permanente voltijdse equivalenten;
- voor 380 en 385 activiteitenpunten: 21 permanente voltijdse equivalenten;
- voor 390 activiteitenpunten: 21,5 permanente voltijdse equivalenten.]2

§ 2. Bij wijze van uitzondering op § 1, kunnen de verenigingen bedoeld bij artikel 10, 1°, 1), a), van een forfaitaire subsidie genieten voor specifieke activiteiten voor een bedrag equivalent aan de subsidie voor de tewerkstelling bedoeld bij § 1, op de volgende voorwaarden :
1° Geen personeel aanwerven bezoldigd overeenkomstig een arbeidsovereenkomst onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
2° Deze vragen bij het indienen van de aanvraag tot erkenning.
De verenigingen die ressorteren onder het eerste lid kunnen geen subsidies voor tewerkstelling genieten.
Deze maatregel is van toepassing minstens [2 het eerste jaar van de vijfjarenperiode]2.
Indien de vereniging van het voordeel van de toepassing van deze paragraaf wenst af te zien, dient zij daartoe een aanvraag in minstens drie maanden voor het begin van het kalenderjaar gedurende hetwelk deze afstand in werking treedt. Elk verzaken in de zin van deze paragraaf is onomkeerbaar.
Voor de verenigingen die onderhevig zijn aan het eerste lid, worden de subsidies bedoeld bij artikel 9, 1° en 2°, berekend op basis van het forfaitaire bedrag voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid.]1

Art. 12. [1 § 1er Le subside visé à l'article 9, 3°, se calcule en attribuant à l'association un nombre de permanents qui varie en fonction du nombre total de points activités attribué en vertu de l'article 10.
Par emploi équivalent temps plein, l'association bénéficie de 10 points emploi permanent et de 8 points complémentaires permanent.
Les associations reconnues en vertu du présent décret dans l'une des catégories visées à l'article 10 bénéficiant au 31 décembre 2007 d'un subside forfaitaire à l'emploi plus favorable continuent à en bénéficier.
Le montant, les modalités d'octroi, de liquidation et de justification de la subvention sont fixés par le décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française.
Le nombre de permanents est déterminé comme suit :
- Pour 10 et 15 points activités : 0,50 ETP permanent;
- Pour 20 et 25 points activités : 1,00 ETP permanent;
- Pour 30 et 35 points activités : 1,50 ETP permanents;
- Pour 40 points activités : 2,00 ETP permanents;
- Pour 45 et 50 points activités : 2,50 ETP permanents;
- [Pour 55 et 60 points activités : 3,00 ETP permanents;] (Erratum, M.B. 07-10-2008, p. 66200)
- Pour 65 et 70 points activités : 3,50 ETP permanents;
- Pour 75 et 80 points activités : 4,00 ETP permanents;
- Pour 90 points activités : 5,00 ETP permanents;
- Pour 105 points activités : 5,50 ETP permanents;
- Pour 110 et 115 points activités : 6,00 ETP permanents;
- Pour 120 et 125 points activités : 6,50 ETP permanents;
- Pour 130 points activités : 7,00 ETP permanents;
- Pour 135 et 140 points activités : 7,50 ETP permanents;
- Pour 145 et 150 points activités : 8,00 ETP permanents;
- Pour 155 et 160 points activités : 8,50 ETP permanents;
- Pour 165 et 170 points activités : 9,00 ETP permanents;
- Pour 175 points activités : 9,50 ETP permanents;
- Pour 180 et 185 points activités : 10,00 ETP permanents;
- Pour 190 et 195 points activités : 10,50 ETP permanents;
- Pour 200 et 205 points activités : 11,00 ETP permanents;
- Pour 210 et 215 points activités : 11,50 ETP permanents;
- Pour 220 points activités : 12,00 ETP permanents;
- Pour 225 et 230 points activités : 12,50 ETP permanents;
- Pour 235 et 240 points activités : 13,00 ETP permanents;
- Pour 245 et 250 points activités : 13,50 ETP permanents;
- Pour 255 et 260 points activités : 14,00 ETP permanents;
- Pour 265 points activités : 14,50 ETP permanents;
- Pour 270 et 275 points activités : 15,00 ETP permanents;
- Pour 280 et 285 points activités : 15,50 ETP permanents;
- Pour 290 et 295 points activités : 16,00 ETP permanents;
- Pour 300 et 305 points activités : 16,50 ETP permanents;
- Pour 310 points activités : 17,00 ETP permanents;
- Pour 315 et 320 points activités : 17,50 ETP permanents;
- Pour 325 et 330 points activités : 18,00 ETP permanents;
- Pour 335 et 340 points activités : 18,50 ETP permanents;
- Pour 345 et 350 points activités : 19,00 ETP permanents;
- Pour 355 points activités : 19,50 ETP permanents;
- Pour 360 et 365 points activités : 20,00 ETP permanents;
[2 - Pour 370 et 375 points activités : 20,50 ETP permanents ;
- Pour 380 et 385 points activités : 21 ETP permanents ;
- Pour 390 points activités : 21,5 ETP permanents.]2

§ 2. Par exception au § 1er, les associations visées à l'article 10, 1°, 1), a), peuvent bénéficier d'une subvention forfaitaire aux activités spécifique d'un montant équivalent à la subvention emploi visée au § 1er aux conditions suivantes :
1° Ne pas employer de personnel rémunéré en vertu d'un contrat de travail soumis à la loi du 3 juillet 1978 relative au contrat de travail;
2° En faire la demande lors de l'introduction de la demande de reconnaissance.
Les associations qui relèvent de l'alinéa 1er ne peuvent bénéficier d'aucune subvention à l'emploi.
Cette mesure est d'application au moins [2 la première année de la période quinquennale]2.
Si l'association souhaite renoncer au bénéfice de l'application du § 2, elle en introduit la demande trois mois au moins avant le début de l'exercice civil au cours duquel cette renonciation doit prendre effet. Toute renonciation au bénéfice du présent paragraphe est irréversible.
Pour les associations qui relèvent de l'alinéa 1er, les subventions visées à l'article 9, 1° et 2° sont calculées sur la base du forfait activités visé à l'alinéa 1er.]1

Art. 13. [1 De bedragen van de subsidies bedoeld bij de artikelen 9, 1° en 2°, 10, en 11 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de indexering van de algemene begroting van de primaire uitgaven van de Franse Gemeenschap (gezondheidsindexcijfer) en dit, voor de eerste keer vanaf 1 januari 2009.]1
[2 In afwijking van het eerste lid, worden de bedragen van de subsidies bedoeld bij de artikelen 9, 1° en 2°, 10 en 11 niet geïndexeerd gedurende de burgerlijke jaren 2015 en 2016.]2
Art. 13. [1 Les montants des subsides visés aux articles 9, 1° et 2°, 10 et 11 sont indexés annuellement suivant l'indexation du budget général des dépenses primaires de la Communauté française (indice santé) et ce, pour la première fois à partir du 1er janvier 2009.]1
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, les montants des subsides visés aux articles 9, 1° et 2°, 10 et 11 ne sont pas indexés durant les années civiles 2015 et 2016.]2
Art. 14. [1 § 1. Vanaf 1 januari van elk jaar, en op voorwaarde dat de algemene uitgavenbegroting eerder is aangenomen, heeft de Regering ten hoogste zes maanden om de in artikel 9, leden 1 en 2, bedoelde subsidies te vereffenen.
Deze subsidies worden voor één kalenderjaar toegekend.
§ 2. De Regering bepaalt de nadere regels voor de verantwoording van de in lid 1 bedoelde subsidies met inachtneming van de volgende beginselen:
1 ° de bewijsstukken worden uiterlijk op 30 juni van elk kalenderjaar meegedeeld aan de Dienst aangewezen door de Regering;
2° de bewijsstukken bestaan minstens uit:
(a) een jaarlijks activiteitenverslag;
b) het moreel verslag van de vzw zoals voorgesteld aan de Algemene Vergadering;
(c) een balans en winst- en verliesrekeningen van het voorgaande kalenderjaar volgens het gestandaardiseerde boekhoudplan van de gesubsidieerde culturele operatoren, tenzij de Regering een afwijking toestaat ingeval de vereniging andere subsidies geniet dan die toegekend met toepassing van dit decreet;
(d) een budgetraming voor het lopende boekjaar.
§ 3. In geval van niet-naleving van de indelingsvoorwaarden in de assen en categorieën van forfaitaire cijfers of van de bepalingen van het decreet en het besluit, kunnen de Regeringsdiensten een wijziging van rangschikking in een as voorstellen, in een forfaitaire categorie of een intrekking van de erkenning, overeenkomstig de nadere regels bedoeld in de artikelen 25 en 26.]1

Art. 14. [1 § 1er. A dater du 1er janvier de chaque année, et pour autant que le budget général des dépenses ait été préalablement adopté, le Gouvernement dispose de six mois au plus pour liquider les subventions visées à l'article 9, 1° et 2°.
Ces subventions sont octroyées pour une année civile.
§ 2. Le Gouvernement arrête les modalités de justification des subventions visées au paragraphe 1er dans le respect des principes suivants :
1° les documents justificatifs sont communiqués au Service désigné par le Gouvernement au plus tard le 30 juin de chaque année civile ;
2° les documents justificatifs se composent au minimum :
a) d'un rapport annuel d'activités ;
b) du rapport moral de l'asbl tel que présenté à l'Assemblée générale ;
c) d'un bilan et des comptes de résultat de l'exercice civil écoulé selon le plan comptable normalisé des opérateurs culturels subventionnés, sauf dérogation accordée par le Gouvernement dans l'hypothèse où l'association bénéficie d'autres subventions que celles accordées en application du présent décret ;
d) d'un budget prévisionnel de l'exercice en cours.
§ 3. En cas de non-respect des conditions de classement dans les axes et catégories de forfaits ou des dispositions du décret et de l'arrêté, les Services du Gouvernement peuvent proposer une modification de classement dans un axe, dans une catégorie de forfait ou un retrait de reconnaissance, selon les modalités visées aux articles 25 et 26.]1

Sectie 2. [1 - Subsidies voor verenigingen die voor bepaalde duur erkend worden.]1
Section 2. [1 - Des subventions aux associations reconnues à durée déterminée.]1
Art. 15. [1 § 1. [2 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, kent de Regering aan de verenigingen die voor een bepaalde periode van drie jaar zijn erkend, in overeenstemming met artikel 6, de subsidies toe als bedoeld in artikel 9 van dit decreet.]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 ...]2
§ 4. [2 ...]2
§ 5. De Regering bepaalt het percentage van de begroting dat zij jaarlijks toekent met het oog op de toepassing van dit artikel.]1

Art. 15. [1 § 1er. [2 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement alloue aux associations reconnues pour une durée déterminée de trois ans, conformément à l'article 6, les subventions visées à l'article 9 du présent décret.]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 ...]2
§ 4. [2 ...]2
§ 5. Le Gouvernement arrête la proportion du budget qu'il alloue annuellement en vue de l'application du présent article.]1

Sectie 3. - Buitengewone subsidies.
Section 3. - Des subventions extraordinaires.
Art. 16. Binnen de beperkingen van de beschikbare begrotingskredieten, kan een buitengewone subsidie voor uitrusting of inrichting toegekend worden om de uitgaven voor de diensten of de aankoop van noodzakelijke roerende goederen te dekken voor de voortzetting van de activiteiten voortvloeiend uit het project dat geleid wordt door de erkende vereniging krachtens dit decreet.
De Regering bepaalt de voorwaarden en procedure van toekenning van deze buitengewone subsidies.
Art. 16. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, une subvention extraordinaire d'équipement ou d'aménagement peut être accordée pour couvrir des dépenses de service ou d'acquisition de biens mobiliers nécessaires à la poursuite des activités découlant du projet mené par l'association reconnue en vertu du présent décret.
Le Gouvernement arrête les conditions et la procédure d'octroi de ces subventions extraordinaires.
Art. 17. § 1. Binnen de beperkingen van de beschikbare begrotingskredieten, kan de Regering buitengewone subsidies toekennen aan de verenigingen, al dan niet erkend krachtens dit decreet.
§ 2. Deze eenmalige buitengewone subsidie kan meer bepaald toegekend worden voor :
- de uitwerking van projecten gedefinieerd volgens actuele belangen of volgens de prioriteiten van cultureel beleid bepaald door de Regering;
- de uitwerking van projecten in het kader van aanbestedingen;
- de uitwerking van gerichte projecten of evenementen die bijblijven met de tijd; voor de erkende verenigingen, dient het project een uitzonderlijk karakter te hebben ten opzichte van de gebruikelijke activiteiten en de doelstellingen van de vereniging zoals die bepaald zijn in het programmacontract door het meerjarenactieplan;
- de uitwerking van projecten door verenigingsnetwerken;
- de uitwerking van projecten waarbij de belangen van de vereniging en van het project kenbaar worden gemaakt bij het publiek, wat een uitbreiding van haar doelstellingen mogelijk maakt bij een tot dan onbekend publiek.
§ 3. De Regering bepaalt de voorwaarden en procedure van toekenning van deze buitengewone subsidies.
§ 4. De Regering verzekert, door middel van haar diensten, de jaarlijkse publicatie van een verslag betreffende de bedragen die toegekend worden krachtens dit artikel aan de begunstigden van deze bedragen evenals aan de projecten die verwezenlijkt worden dankzij deze subsidies.
Art. 17. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement peut allouer des subventions extraordinaires aux associations, reconnues ou non reconnues en vertu du présent décret.
§ 2. Cette subvention extraordinaire ponctuelle peut notamment être accordée pour :
- la mise en oeuvre de projets définis selon des enjeux d'actualité ou des priorités de politique culturelle définis par le Gouvernement;
- la mise en oeuvre de projets dans le cadre d'appels à projets;
- la mise en oeuvre de projets ponctuels ou événementiels ayant un effet dans la durée; pour les associations reconnues, le projet doit avoir un caractère exceptionnel par rapport aux activités habituelles et aux objectifs de l'association tels que déterminés dans son contrat programme à travers son plan d'action pluriannuel;
- la mise en oeuvre de projets au travers de réseaux associatifs;
- la mise en oeuvre de projets assurant une visibilité publique des enjeux de l'association et du projet permettant une extension de ses objectifs vers un public non circonscrit à son public habituel.
§ 3. Le Gouvernement arrête les conditions et la procédure d'octroi de ces subventions extraordinaires.
§ 4. Le Gouvernement assure, par la voie de ses services, la publication annuelle d'un rapport relatif aux montants alloués en vertu du présent article, aux bénéficiaires de ces montants, ainsi qu'aux projets réalisés grâce à ces subventions.
HOOFDSTUK IV. [1 - Toezicht en evaluatie.]1
CHAPITRE IV. [1 - Du contrôle et de l'évaluation.]1
Art. 18. [1 De uitvoering van de verbintenissen aangegaan door de verenigingen erkend onder dit decreet wordt gecontroleerd door de Regeringsdiensten. Dit toezicht wordt uitgevoerd op basis van het jaarlijkse activiteitenverslag en de financiële balans zoals bedoeld in artikel 14, lid 2, met betrekking tot de inachtneming van artikel 1, in het kader van de gedefinieerde assen evenals de kwantitatieve en kwalitatieve criteria vastgesteld door de Regering.
Overeenkomstig artikel 14, § 2, bepaalt de Regering de vorm en inhoud van de in lid 1 bedoelde documenten, waarbij het activiteitenverslag rekening houdt met de assen waarnaar in artikel 3 wordt verwezen en de kwantitatieve en kwalitatieve criteria die door de Regering zijn vastgesteld krachtens artikel 10.]1

Art. 18. [1 La mise en oeuvre des engagements pris par les associations reconnues en vertu du présent décret est contrôlée par les Services du Gouvernement. Ce contrôle se réalise sur base du rapport d'activités annuel et du bilan comptable prévu à l'article 14, § 2, en référence au respect de l'article 1er, dans le cadre des axes définis ainsi que des critères quantitatifs et qualitatifs arrêtés par le Gouvernement.
Conformément à l'article 14, § 2, le Gouvernement arrête la forme et le contenu des documents visés à l'alinéa 1er, le rapport d'activités tenant compte des axes visés à l'article 3 et des critères quantitatifs et qualitatifs arrêtés par le Gouvernement en vertu de l'article 10.]1

Art. 19. [1 § 1. Voor de evaluatie van een periode van vijf jaar dienen de erkende organisaties tijdens het vierde jaar van de periode van vijf jaar een algemeen evaluatieverslag in. Dit verslag heeft betrekking op de eerste drie jaar van de lopende periode van vijf jaar en bevat kwantitatieve en kwalitatieve gegevens voor de laatste twee jaar van de vorige periode van vijf jaar.
Dit algemene evaluatieverslag bevat het resultaat van de zelfevaluatie van haar actie uitgevoerd door de vereniging. Deze zelfevaluatie richt zich op de implementatie van artikel 1 en mobiliseert een groot aantal actoren die bij de actie betrokken zijn. Ze heeft tevens betrekking op de articulatie van het actieplan met de erkenningsas (sen) en het inachtnemen van de kwantitatieve en kwalitatieve criteria in verband met de categorie (categorieën) van vast(e) cijfer (s) waarin de vereniging is gerangschikt.
De kwantitatieve en kwalitatieve criteria die moeten worden gerespecteerd volgens de verschillende actieassen, moeten in de laatste 5 kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van het algemene evaluatieverslag globaal worden vervuld.
De Regering bepaalt de vorm en inhoud van het algemeen verslag, dat rekening houdt met de in artikel 3 bedoelde assen en de door de Regering op grond van artikel 10 bepaalde kwantitatieve en kwalitatieve criteria, alsook de termijn waarin het algemeen verslag aan haar diensten moet worden toegezonden.
§ 2. Om de evaluatie te organiseren van de driejarenperiode, van toepassing van op de verenigingen erkend voor een bepaalde duur krachtens artikel 15, is het in § algemene evaluatieverslag van toepassing op deze verenigingen en moet het worden ingediend zes maanden vóór het einde van het derde jaar van subsidiëring. Dit verslag heeft betrekking op de eerste twee jaar van de lopende driejarenperiode en bevat kwantitatieve en kwalitatieve gegevens voor het kalenderjaar voorafgaand aan het begin van de driejarenperiode.
De bepalingen van § 1, lid 2 en 4, zijn van toepassing.
De kwantitatieve en kwalitatieve criteria waaraan moet worden voldaan voor de verschillende actielassen dienen globaal te worden vervuld in de afgelopen 3 kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van het algemene evaluatieverslag.]1

Art. 19. [1 § 1er. Aux fins d'évaluation d'une période quinquennale, les associations reconnues déposent un rapport général d'évaluation lors de la quatrième année du quinquennat. Ce rapport porte sur les trois premières années de la période quinquennale en cours et intègre les données quantitatives et qualitatives portant sur les deux dernières années du précédant quinquennat.
Ce rapport général d'évaluation comporte le résultat de l'auto-évaluation de son action réalisée par l'association. Cette auto-évaluation porte sur la mise en oeuvre de l'article 1er et mobilise une pluralité d'acteurs impliqués dans l'action. Elle porte également sur l'articulation du plan d'action avec le(s) axe(s) de reconnaissance et le respect des critères quantitatifs et qualitatifs relatifs à la (aux) catégorie (s) de forfait(s) dans lesquels l'association est classée.
Les critères quantitatifs et qualitatifs à respecter selon les différents axes d'action doivent être globalement remplis sur les 5 dernières années civiles précédant le dépôt du rapport général d'évaluation.
Le Gouvernement arrête la forme et le contenu de ce rapport général, qui tient compte des axes visés à l'article 3 et des critères quantitatifs et qualitatifs arrêtés par le Gouvernement en vertu de l'article 10, ainsi que le délai dans lequel le rapport général doit être adressé à ses services.
§ 2. Aux fins d'évaluation de la période triennale qui s'applique aux associations reconnues pour une durée déterminée bénéficiant de l'article 15, le rapport général d'évaluation visé au § 1er est applicable à ces associations et doit être déposé au moins six mois avant la fin de la troisième année de subventionnement. Ce rapport porte sur les deux premières années de la période triennale en cours et intègre les données quantitatives et qualitatives relatives à l'année civile précédant le début du triennat.
Les dispositions du § 1er, al. 2 et 4 s'appliquent.
Les critères quantitatifs et qualitatifs à respecter selon les différents axes d'action doivent être globalement remplis sur les 3 dernières années civiles précédant le dépôt du rapport général d'évaluation.]1

Art. 20.
Art. 20.
Art. 21. [1 De Regering stelt de evaluatieprocedure vast, zoals bepaald in artikel 19, in overeenstemming met de volgende beginselen:
1° de evaluatie wordt uitgevoerd door de Regeringsdienst die belast is met de inspectie in overleg met de vereniging;
2° de Regeringsdienst die belast is met de inspectie verzendt de evaluatie om advies aan de door de Regering aangewezen administratieve dienst;
3° in geval van negatieve beoordeling of negatief oordeel, stellen de Regeringsdiensten de wijziging voor van de categorie van vast cijfer en / of as of de intrekking van de erkenning van de vereniging;
4° de Regeringsdiensten stellen de verlenging voor van de periode van vijf jaar met, desgevallend, een of meer voorwaarden waaraan de vereniging binnen een bepaalde termijn moet voldoen;
5° dossiers waarvoor de Regeringsdiensten een wijziging van categorie van vast cijfer en / of as of de intrekking van de erkenning en de dossiers waarvoor een verlenging van de periode van vijf jaar samen gaat met één of meer voorwaarden worden aan de Raad om advies voorgelegd.
In het kader van het toezicht bedoeld bij artikel 18, in geval van een vaststelling van niet-naleving van de rangschikkingsvoorwaarden met betrekking tot de assen en / of de categorieën van vast cijfer of van de bepalingen van het besluit of het decreet, kunnen de Regeringsdiensten een wijziging van indeling in een as en / of categorie van vast cijfer of een intrekking van de erkenning voorstellen overeenkomstig artikel 14, § 3.
De Regering beslist over de wijziging (of niet) van de categorie van vast cijfer en / of as of de intrekking (of niet) van de erkenning volgens de in de artikelen 25 en 26 vastgelegde procedures.
Ze beslist ook over de afschaffing van subsidies als de vereniging niet langer aan de voorwaarden van het decreet voldoet.
De evaluaties en adviezen worden bij de kennisgeving van de beslissing gevoegd.]1

Art. 21. [1 Le Gouvernement arrête la procédure d'évaluation, telle que prévue à l'article 19 dans le respect des principes suivants :
1° l'évaluation est réalisée par le service du Gouvernement chargé de l'inspection en concertation avec l'association ;
2° le service du Gouvernement chargé de l'inspection transmet pour avis l'évaluation au service de l'administration désigné par le Gouvernement;
3° en cas d'évaluation ou d'avis négatif, les Services du Gouvernement proposent le changement de catégorie de forfait et/ou d'axe ou le retrait de reconnaissance de l'association;
4° les Services du Gouvernement proposent le renouvellement de la période quinquennale assorti, le cas échéant, d'une ou plusieurs conditions à remplir par l'association dans un délai déterminé ;
5° les dossiers pour lesquels les services du Gouvernement proposent un changement de catégorie de forfait et/ou d'axe ou un retrait de reconnaissance ainsi que les dossiers dans lesquels un renouvellement de la période quinquennale est assorti d'une ou plusieurs conditions sont soumis au Conseil pour avis.
Dans le cadre du contrôle visé à l'article 18, en cas de constat de non-respect des conditions de classement dans les axes et/ou catégories de forfait ou des dispositions de l'arrêté ou du décret, les Services du gouvernement peuvent proposer soit une modification de classement dans un axe et/ou une catégorie de forfait soit un retrait de reconnaissance conformément à l'article 14, § 3.
Le Gouvernement décide du changement ou non de catégorie de forfait et/ ou d'axe ou du retrait ou non de la reconnaissance selon les procédures définies par les articles 25 et 26.
Il décide également de la suppression des subventions si l'association ne respecte plus les conditions fixées par le décret.
Les évaluations et avis sont joints à la notification de la décision.]1

Art. 22. [1 De Regering evalueert dit decreet binnen zes jaar na de inwerkingtreding ervan en daarna ten minste om de tien jaar.]1
De Regering kent aan elk Netwerk van Cultureel Beleid de opdracht toe dit evaluatieproces te besturen, in overeenstemming met de Raad [1 en de Regeringsdiensten]1.
De modaliteiten van deze evaluatie worden bepaald door de Regering.
Deze evaluatie wordt door de Regering meegedeeld aan het Parlement van de Franse Gemeenschap binnen een termijn van zes maanden vanaf het verstrijken [1 van de termijn]1 bedoeld onder alinea 1.
De Regering verzekert middels haar diensten de publicatie van deze evaluatie.
Art. 22. [1 Le Gouvernement procède à une évaluation du présent décret dans les six ans à dater de son entrée en vigueur et ensuite au minimum tous les dix ans.]1
Le Gouvernement attribue à l'Observatoire des politiques culturelles la mission de piloter ce processus d'évaluation, en association avec le Conseil [1 et les Services du Gouvernement]1.
Les modalités de cette évaluation sont arrêtées par le Gouvernement.
Cette évaluation est communiquée par le Gouvernement au Parlement de la Communauté française dans un délai de six mois à dater de l'expiration [1 du délai]1 visé à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement assure, par la voie de ses services, la publication de cette évaluation.
HOOFDSTUK V. [1 - Intrekking van de erkenning en/of subsidiëring en wijziging van as en/of forfaitaire categorie.]1
CHAPITRE V. [1 - Du retrait de la reconnaissance et/ou du subventionnement et du changement d'axe et/ou de catégorie de forfait.]1
Art. 23. [1 § 1. De vereniging heeft tot doel voor de financiële levensvatbaarheid te zorgen die haar in staat stelt de acties uit te voeren waarvoor zij wordt erkend.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de begeleiding door de Regeringsdiensten wanneer de analyse van de rekeningen en de balans van een vereniging aantoont dat er een verstoring van het financieel evenwicht bestaat dat risico's inhoudt voor de duurzaamheid van de vereniging en de goede bestemming van de subsidies.
§ 2. De erkenning en alle subsidies worden onmiddellijk ingetrokken, met uitzondering van de in artikel 9, 3 bedoelde subsidies, en dat, op de voorwaarden bepaald bij het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socio-culturele sectoren van de Franse Gemeenschap, wanneer een vereniging erkend onder dit besluit zich in een van de volgende hypothesen bevindt:
1 ° liquidatie;
2 ° de beëindiging van haar activiteiten voor permanente educatie;
3 ° het verlies van het voldoen aan de voorwaarden uiteengezet in artikel 7 om het voordeel van de erkenning te behouden;
4° het verzoek van de vereniging om haar vijfjarenplan niet te vernieuwen of af te zien van haar erkenning;
5 ° faillissement.
In de in § 1, 1°, 2° en 4°, en 5° genoemde gevallen, neemt de door de Regering vastgestelde procedure voor intrekking van de erkenning de beginselen van artikel 25 in acht, met uitzondering van het advies van de Raad bedoeld in de punten 4° en 5 °.
In het geval bedoeld in § 1, 3 °, neemt de door de Regering vastgestelde procedure voor intrekking van de erkenning alle beginselen van artikel 25 in acht.
§ 3. Indien een erkende vereniging aan de voorwaarden voor de erkenning van haar acties in één of meer actieassen en / of de voorwaarden inzake forfaitaire categorieën niet voldoet, kan de Regering beslissen tot de intrekking van de subsidie, de verandering van as en / of forfaitaire categorie of de intrekking van de erkenning, in overeenstemming met de evaluatieprocedures bedoeld bij artikel 21.]1

Art. 23. [1 § 1er. L'association tend à s'assurer une viabilité financière lui permettant de réaliser les actions pour lesquelles elle est reconnue.
Le Gouvernement définit les modalités d'accompagnement par les services du Gouvernement lorsque l'analyse des comptes et bilan d'une association fait apparaître un déséquilibre financier qui révèle des risques pour la pérennité de l'association et la bonne fin des subventions.
§ 2. La reconnaissance et toute subvention sont immédiatement retirées, à l'exception des subventions visées à l'article 9, 3°, et ce, aux conditions fixées par le décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française, lorsqu'une association reconnue en vertu du présent décret se trouve dans l'une des hypothèses suivantes :
1° la mise en liquidation ;
2° la cessation de ses activités d'éducation permanente;
3° la perte de la réunion des conditions fixées à l'article 7 pour conserver le bénéfice de la reconnaissance;
4° la demande de l'association de ne pas renouveler son plan quinquennal ou de renoncer à sa reconnaissance ;
5° la faillite.
Dans les cas visés au § 1er, 1°, 2° et 4°, et 5°, la procédure de retrait de reconnaissance fixée par le Gouvernement respecte les principes de l'article 25, à l'exception de l'avis du Conseil prévu aux points 4° et 5°.
Dans le cas visé au § 1er, 3°, la procédure de retrait de reconnaissance fixée par le Gouvernement respecte tous les principes de l'article 25.
§ 3. Si une association reconnue ne respecte pas les conditions de reconnaissance de ses actions dans un ou plusieurs axes d'action et/ou les conditions de catégorie de forfait, le Gouvernement peut décider du retrait de la subvention, du changement d'axe et/ou de catégorie de forfait ou du retrait de la reconnaissance, selon les modalités d'évaluation prévue à l'article 21.]1

Art. 24.
Art. 24.
Art. 25. [1 De Regering bepaalt de procedure voor de intrekking van de erkenning in overeenstemming met de volgende beginsels:
1° de dienst van de Regering, door de Regering aangewezen, geeft de vereniging per aangetekend schrijven kennis van de adviezen van de Regeringsdiensten en de redenen die leiden tot het voorstel van intrekking van de erkenning;
2° de vereniging heeft 30 dagen om, bij aangetekend schrijven, de dienst aangewezen door de Regering, een nota met de opmerkingen toe te sturen en kunnen vragen door de Regeringsdiensten te worden gehoord;
3° zodra de nota met de opmerkingen ontvangen is of, bij het ontbreken van nota, op vervallen termijn, wordt het dossier om advies aan de Raad voorgelegd;
4° de Raad geeft een advies binnen de 60 dagen na de ontvangst van de nota met de opmerkingen of, bij gebreke daaraan, na het verstrijken van de onder 2° vermelde termijn;
5° binnen de 10 dagen na ontvangst van het bedoelde advies van de Raad of bij het verstrijken van de termijn bedoeld bij punt 4°, zenden de Regeringsdiensten een voorstel aan de Regering, samen met de adviezen van de Regeringsdiensten en desgevallend het advies van de Raad;
6 ° bij gebrek aan advies binnen de termijn bedoeld in 4 °, baseert de Regering zich uitsluitend op het advies van de Regeringsdiensten;
7° binnen 30 dagen na ontvangst van het voorstel, kan de Regering beslissen om de erkenning van de vereniging in te trekken;
8° binnen 10 dagen na ontvangst van de beslissingen van de Regering, geeft, bij aangetekend schrijven, de door de Regering aangewezen dienst kennis van de beslissing aan de vereniging.
De intrekking van de erkenning gaat in op de datum van de beslissing van de Minister.]1

Art. 25. [1 Le Gouvernement arrête la procédure de retrait de reconnaissance dans le respect des principes suivants :
1° le service du Gouvernement désigné par le Gouvernement informe l'association par envoi recommandé des avis des Services du Gouvernement et des motifs qui conduisent à une proposition de retrait de reconnaissance ;
2° l'association dispose de 30 jours pour communiquer par envoi recommandé au service désigné par le Gouvernement une note d'observations et peut demander à être entendue par les Services du Gouvernement ;
3° dès la réception de la note d'observations ou, en l'absence de note, à l'expiration du délai, le dossier est soumis pour avis au Conseil ;
4° le Conseil remet un avis dans les 60 jours à dater de la réception de la note d'observation ou, à défaut, à compter de l'expiration du délai mentionné au 2° ;
5° dans les 10 jours de la réception de l'avis du Conseil ou de l'expiration du délai visé au 4°, les Services du Gouvernement transmettent une proposition au Gouvernement, accompagnée des avis des Services du Gouvernement et le cas échéant l'avis du Conseil ;
6° en l'absence d'avis dans le délai visé au 4°, le Gouvernement se fonde uniquement sur l'avis des Services du Gouvernement ;
7° dans les 30 jours de la réception de la proposition, le Gouvernement peut décider de retirer la reconnaissance de l'association ;
8° dans les 10 jours de la réception des décisions du Gouvernement, le service désigné par le Gouvernement notifie la décision à l'association par envoi recommandé.
Le retrait de reconnaissance prend effet à dater de la décision du Ministre.]1

Art. 26. [1 § 1. De Regering bepaalt de procedure voor de wijziging van as en / of forfaitaire categorie die van toepassing is wanneer de in artikel 18 bedoelde contrôle negatief is of in het geval van een negatieve evaluatie van een periode van vijf [2 of drie]2 jaar overeenkomstig de volgende beginselen:
1° de door de Regering aangewezen Regeringsdienst geeft de vereniging per aangetekend schrijven kennis van de adviezen van de Regeringsdiensten en de redenen die leiden tot een voorstel tot wijziging van as en / of forfaitaire categorie overeenkomstig artikel 21 lid 1, 3 ° ;
2° de vereniging heeft 30 dagen om de dienst die door de Regering aangewezen is een nota met de opmerkingen mee te delen en kan vragen door de Regeringsdiensten om te worden gehoord;
3° na ontvangst van de nota met de opmerkingen of, bij gebrek aan een nota, na het verstrijken van de termijn, wordt het dossier om advies voorgelegd aan de Raad met toepassing van artikel 21, lid 1, 5° ;
4° de Raad geeft een advies te geven binnen de 60 dagen na de ontvangst van de nota met opmerkingen of, bij gebreke daarvan, na het verstrijken van de onder 2° genoemde termijn;
5° binnen 10 dagen na ontvangst van het advies van de Raad of na het verstrijken van de in punt 4° bedoelde termijn, zenden de Regeringsdiensten een voorstel aan de Regering, samen met de adviezen van de Regeringsdiensten en het advies van de Raad;
6° bij gebrek aan advies binnen de termijn bedoeld in 4 °, baseert de Regering zich uitsluitend op het advies van de Regeringsdiensten;
7° de Regering beslist binnen 30 dagen na ontvangst van het voorstel of de as en / of de forfaitaire categorie gewijzigd moet worden;
8° binnen 10 dagen na ontvangst van de beslissingen van de Regering, geeft de door de Regering aangewezen dienst kennis aan de vereniging van de beslissing bij aangetekend schrijven.
9° de beslissing heeft uitwerking met ingang van:
a) 1 januari van de nieuwe periode van vijf jaar wanneer deze plaatsvindt na een negatieve evaluatie van een vijfjarenperiode [2 of driejarenperiode]2;
b) de datum van de beslissing van de minister wanneer zij genomen wordt als gevolg van een controle als bedoeld in artikel 18.
§ 2. [2 De vereniging die voor onbepaalde of bepaalde duur erkend is en die een wijziging van haar werkingsas of van haar forfaitaire categorie wenst, dient haar aanvraag in bij de indiening van het algemene evaluatieverslag.
In afwijking van het eerste en het vierde lid, 1° en 9°, kan de vereniging die voor onbepaalde of bepaalde duur erkend is en die een vermindering van de forfaitaire categorie wenst, haar aanvraag te allen tijde indienen. In dat geval wordt de beslissing van kracht op de datum die door de Regering na overleg met de betrokken vereniging wordt vastgesteld.
[3 In afwijking van het tweede lid mogen van 1 januari 2026 tot 1 juli 2026 geen verzoeken worden ingediend voor een verhoging van de forfaitaire categorie en/of een aanvullende as die de toekenning van extra middelen met zich meebrengt.]3
Indien de vereniging van plan is om een wijziging van een werkingsas van haar erkenning ten gunste van een andere aan te vragen, dient ze haar aanvraag in overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Regering.]2

De Regering bepaalt de procedure voor de wijziging van as en / of forfaitaire categorie bedoeld in de leden 1 en 2, met inachtneming van de volgende beginselen:
1° tegelijk met het algemene evaluatieverslag bedoeld in artikel 19 of het jaarlijkse verantwoordingsdossier bedoeld in artikel 14, § 2, kan de vereniging een aanvraag om wijziging van as en / of forfaitaire categorie aan de door de Regering aangewezen dienst bij aangetekend schrijven toezenden;
2° de dienst van de Regering die belast is met de inspectie zendt zijn verslag ter advies aan de dienst van de door de Regering aangewezen administratie;
3° het dossier wordt om advies aan de Raad voorgelegd;
4° de Raad bezorgt een advies binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van het dossier;
5° binnen 10 dagen na ontvangst van het advies van de Raad of na het verstrijken van de in punt 4° bedoelde termijn, zenden de Regeringsdiensten een voorstel aan de Regering over, samen met de adviezen van de Regeringsdiensten en het advies van de Raad;
6° bij gebrek aan advies binnen de termijn bedoeld in 4°, baseert zich de Regering uitsluitend op het advies van de Regeringsdiensten;
7° de Regering beslist binnen de 30 dagen na ontvangst van het voorstel of de as en / of de forfaitaire categorie al dan niet gewijzigd moet worden;
8° binnen 10 dagen na ontvangst van de beslissingen van de Regering, geeft de door de Regering aangewezen dienst kennis van de beslissing aan de vereniging bij aangetekend schrijven.
9° de beslissing heeft uitwerking met ingang van:
(a) 1 januari van de nieuwe periode van vijf jaar indien de aanvraag werd ingediend samen met het algemene uitvoeringsverslag bedoeld in artikel 19;
(b) de datum van de beslissing van de Regering indien de aanvraag ingediend werd op het moment van de indiening van het jaarlijkse bewijsdossier bedoeld in artikel 14, § 2.]1

Art. 26. [1 § 1er. Le Gouvernement arrête la procédure de changement d'axe et/ou de catégorie de forfait applicable lorsque le contrôle visé par l'article 18 est négatif ou en cas d'évaluation négative d'une période quinquennale [2 ou triennale]2 dans le respect des principes suivants :
1° le service du Gouvernement désigné par le Gouvernement informe l'association par envoi recommandé des avis des Services du Gouvernement et des motifs qui conduisent à une proposition de changement d'axe et/ou de catégorie de forfait en application de l'article 21, alinéa 1er, 3° ;
2° l'association dispose de 30 jours pour communiquer par envoi recommandé au service désigné par le Gouvernement une note d'observations et peut demander à être entendue par les Services du Gouvernement ;
3° dès la réception de la note d'observations ou, en l'absence de note, à l'expiration du délai, le dossier est soumis pour avis au Conseil en application de l'article 21, alinéa 1er, 5° ;
4° le Conseil remet un avis dans les 60 jours à dater de la réception de la note d'observation ou, à défaut, à compter de l'expiration du délai mentionné au 2° ;
5° dans les 10 jours de la réception de l'avis du Conseil ou de l'expiration du délai visé au 4°, les Services du Gouvernement transmettent une proposition au Gouvernement, accompagnée des avis des Services du Gouvernement et de l'avis du Conseil ;
6° en l'absence d'avis dans le délai visé au 4°, le Gouvernement se fonde uniquement sur l'avis des Services du Gouvernement ;
7° dans les 30 jours de la réception de la proposition, le Gouvernement décide du changement ou non d'axe et/ou de catégorie de forfait de l'association ;
8° dans les 10 jours de la réception des décisions du Gouvernement, le service désigné par le Gouvernement notifie la décision à l'association par envoi recommandé.
9° la décision prend effet :
a) au 1er janvier de la nouvelle période quinquennale lorsqu'elle intervient suite à une évaluation négative d'une période quinquennale [2 ou triennale]2;
b) à la date de la décision du ministre lorsqu'elle intervient suite à un contrôle visé à l'article 18.
§ 2. [2 § 2. L'association reconnue à durée indéterminée ou déterminée qui souhaite obtenir un changement d'axe ou de catégorie de forfait introduit sa demande lors du dépôt du rapport général d'évaluation.
Par dérogation à l'alinéa 1er et l'alinéa 4, 1° et 9°, l'association reconnue à durée indéterminée ou déterminée qui souhaite obtenir une diminution de catégorie de forfait peut introduire sa demande à tout moment. Dans ce cas, la décision prend effet à la date fixée par le gouvernement après concertation avec l'association concernée.
[3 Par dérogation à l'alinéa 2, aucune demande d'augmentation de catégorie de forfait et/ou d'axe supplémentaire entraînant l'octroi de moyen supplémentaires ne peut être introduite du 1er janvier 2026 au 1er juillet 2026. ]3
Dans le cas où l'association envisage de demander une modification d'un axe de sa reconnaissance au profit d'un autre, celle-ci introduit sa demande selon les modalités prévues par le Gouvernement]2

Le Gouvernement arrête la procédure de changement d'axe et/ou de catégorie de forfait visée aux alinéas 1er et 2 dans le respect des principes suivants :
1° en même temps que le rapport général d'évaluation visé à l'article 19 ou le dossier justificatif annuel visé à l'article 14, § 2, l'association peut adresser, par envoi recommandé, au service désigné par le Gouvernement une demande de changement d'axe et/ou de catégorie de forfait;
2° le service du Gouvernement chargé de l'inspection transmet son rapport pour avis au service de l'administration désigné par le Gouvernement ;
3° le dossier est soumis pour avis au Conseil ;
4° le Conseil remet un avis dans les 60 jours à dater de la réception du dossier;
5° dans les 10 jours de la réception de l'avis du Conseil ou de l'expiration du délai visé au 4°, les Services du Gouvernement transmettent une proposition au Gouvernement, accompagnée des avis des Services du Gouvernement et de l'avis du Conseil ;
6° en l'absence d'avis dans le délai visé au 4°, le Gouvernement se fonde uniquement sur l'avis des Services du Gouvernement ;
7° dans les 30 jours de la réception de la proposition, le Gouvernement décide du changement ou non d'axe et/ou de catégorie de forfait de l'association ;
8° dans les 10 jours de la réception des décisions du Gouvernement, le service désigné par le Gouvernement notifie la décision à l'association par envoi recommandé.
9° la décision prend effet :
a) au 1er janvier de la nouvelle période quinquennale si la demande a été formulée lors de l'introduction du rapport général d'exécution visé à l'article 19 ;
b) à la date de la décision de Gouvernement si la demande a été formulée lors de l'introduction du dossier justificatif annuel visé à l'article 14, § 2 .]1

HOOFDSTUK V/1. [1 - Dialoogprocedure tussen de verenigingen, de Regeringsdiensten en de Raad.]1
CHAPITRE V/1. [1 - Procédure de dialogue entre les associations, les Services du Gouvernement et le Conseil.]1
Art.26/1. [1 Een erkende vereniging kan om een dialoog met de Regeringsdiensten en de Raad verzoeken als zij van mening is dat de verbintenissen van de overheid jegens haar niet zijn nagekomen. Deze dialoog wordt niet gelijkgesteld met een beroepsprocedure.
De Regering definieert de nadere regels voor het toepassen van deze procedure.]1

Art.26/1. [1 Une association reconnue peut solliciter un dialogue avec les Services du gouvernement et le Conseil si elle estime que les engagements des pouvoirs publics à son égard n'ont pas été respectés. Ce dialogue n'équivaut pas à une procédure de recours.
Le Gouvernement définit les modalités d'application de cette procédure.]1

HOOFDSTUK VI. - Over de Hoge Raad van Permanente Opvoeding.
CHAPITRE VI. - Du Conseil supérieur de l'éducation permanente.
Art. 27. § 1. Een Hoge Raad voor de Permanente Opvoeding wordt opgericht bij de Regering.
§ 2. De Raad heeft tot taak :
1. op eigen initiatief of op vraag van de minister van de Franse Gemeenschap, ieder advies en voorstel te formuleren over het algemeen beleid ter ondersteuning van het verenigingsleven binnen het kader van dit decreet, evenals over de bevordering van de erkende verenigingen bij uitvoering van dit decreet.
De raadpleging van de Raad is verplicht voor wat betreft de uitwerking van het cultureel beleid inzake permanente opvoeding;
2. om overeenkomstig dit decreet en zijn toepassingsbesluiten, ieder advies tot erkenning, de indeling in assen, de subsidiëring of de intrekking van erkenning en/of de subsidiëring van verenigingen bedoeld bij dit decreet te formuleren;
3. om overeenkomstig dit decreet en zijn toepassingsbesluiten, ieder advies over de evaluatie van het programmacontract van de krachtens dit decreet erkende verenigingen te formuleren.
Art. 27. § 1er. Il est créé, auprès du Gouvernement, un Conseil supérieur de l'éducation permanente.
§ 2. Le Conseil a pour missions de :
1. formuler, d'initiative ou à la demande du ministre, du Gouvernement ou du Parlement de la Communauté française, tout avis et proposition sur la politique générale de soutien à l'action associative dans le cadre du présent décret, ainsi que sur la promotion des associations reconnues en exécution du présent décret.
La consultation du Conseil est obligatoire en ce qui concerne la mise en oeuvre de la politique culturelle en matière d'éducation permanente;
2. formuler, conformément au présent décret et à ses arrêtés d'application, tout avis sur la reconnaissance, le classement par axes, le subventionnement ou le retrait de reconnaissance et/ou de subventionnement des associations visées par le présent décret;
3. formuler, conformément au présent décret et à ses arrêtés d'application, tout avis sur l'évaluation du contrat programme des associations reconnues en vertu du présent décret.
Art. 28. De Raad is samengesteld uit :
- 25 gewone leden en 25 plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de pluraliteit van de voor onbepaalde duur erkende verenigingen in het kader van dit decreet;
- drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden, vertegenwoordigers van de pluraliteit van [1 de voor bepaalde duur erkende verenigingen]1 binnen het kader van dit decreet.
De Regering bepaalt de aanstellingscriteria van de leden van de Raad met naleving van de criteria tot erkenning voorzien in Hoofdstuk II van dit decreet.
Art. 28. Le Conseil se compose de :
- 25 membres effectifs et 25 membres suppléants, représentatifs de la pluralité des associations reconnues à durée indéterminée dans le cadre du présent décret;
- 3 membres effectifs et 3 membres suppléants, représentatifs de la pluralité [1 des associations reconnues à durée déterminée]1 dans le cadre du présent décret.
Le Gouvernement arrête les critères de désignation des membres du Conseil dans le respect des critères de reconnaissance prévus au chapitre II du présent décret.
Art. 29. De leden van de Raad worden aangesteld door de Regering na een openbare oproep tot kandidaturen, gelanceerd minstens drie maanden voor de afloop van de te voorziene mandaten, bij de erkende verenigingen [1 ...]1, krachtens dit decreet. De Regering bepaalt de modaliteiten voor organisatie van deze oproep tot kandidaturen.
De leden van de Raad die voor onbepaalde tijd de erkende verenigingen vertegenwoordigen, worden benoemd voor een termijn van vijf jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar, voor zover deze niet meer dan twee opeenvolgende mandaten cumuleren.
De leden van de Raad die de erkende verenigingen [1 voor onbepaalde tijd]1 vertegenwoordigen, worden benoemd voor een termijn van twee jaar. Hun mandaat is eenmaal hernieuwbaar, voor zover de overeenkomst van de vereniging hernieuwd wordt.
De plaatsvervangende leden die in de Raad zetelen, nemen met adviserende stem deel aan de werkzaamheden en hebben enkel stemrecht wanneer het gewone lid aftreedt, als dusdanig beschouwd wordt of afwezig is.
Art. 29. Les membres du Conseil sont désignés par le Gouvernement après appel public aux candidatures, lancé au moins trois mois avant l'échéance des mandats à pourvoir, auprès des associations reconnues [1 ...]1 en vertu du présent décret. Le Gouvernement détermine les modalités d'organisation de cet appel aux candidatures.
Les membres du Conseil représentant les associations reconnues à durée indéterminée sont désignés pour un terme de cinq ans. Leur mandat est renouvelable, pour autant qu'ils ne cumulent pas plus de deux mandats successifs.
Les membres du Conseil représentant les associations reconnues à [1 durée déterminée]1 sont désignés pour un terme de deux ans. Leur mandat est renouvelable une fois pour autant que la convention de l'association soit renouvelée.
Les membres suppléants siègent au Conseil, participent avec voix consultative aux travaux et n'ont le droit de vote que lorsque le membre effectif est démissionnaire, réputé tel ou absent.
Art. 30. Elk lid dat de hoedanigheid verliest krachtens welke hij werd benoemd, wordt als aftredend beschouwd. Hij wordt vervangen door het plaatsvervangend lid tot bij het verstrijken van zijn mandaat.
Wordt ook als aftredend beschouwd, het lid dat afwezig is zonder voorafgaande rechtvaardiging voor meer dan drie vergaderingen van de Raad per kalenderjaar.
In geval van intrekking van erkenning van een vereniging vertegenwoordigd in de Raad, verliezen de werkende en plaatsvervangende leden die deze vertegenwoordigen hun hoedanigheid krachtens welke zij benoemd werden.
Wanneer meer dan vijf leden aftreden of als dusdanig beschouwd worden, organiseert de Regering een openbare oproep tot kandidaturen om in hun vervanging te kunnen voorzien. Elk nieuw benoemd lid beëindigt het mandaat van diegene die hij vervangt.
Art. 30. Tout membre qui perd la qualité en vertu de laquelle il a été désigné est réputé démissionnaire. Il est remplacé par le membre suppléant jusqu'à l'achèvement de son mandat.
Est également réputé démissionnaire le membre qui est absent sans justification préalable à plus de trois réunions du Conseil par année civile.
En cas de retrait de reconnaissance d'une association représentée au Conseil, les membres, effectif et suppléant, la représentant perdent la qualité en vertu de laquelle ils ont été désignés.
Lorsque plus de cinq membres sont démissionnaires ou réputés tels, le Gouvernement organise un appel public à candidatures pour pourvoir à leur remplacement. Chaque nouveau membre désigné achève le mandat de celui qu'il remplace.
Art. 31. § 1. De voorzitter en de vier vice-voorzitters van de Raad worden verkozen door de Regering onder de leden die de verenigingen voor onbepaalde duur vertegenwoordigen en vormen het Bureau van de Raad.
§ 2. Het Bureau :
1. organiseert de activiteiten van de Raad;
2. bereidt de zittingen van de Raad voor;
3. verzekert de externe vertegenwoordiging van de Raad;
4. voert de beslissingen van de Raad uit.
§ 3. Tussen twee zittingen van de Raad door, neemt het Bureau elke maatregel die nuttig geacht wordt overeenkomstig de taken en algemene doelstellingen gedefinieerd door de Raad. Het brengt verslag uit over zijn interventies en zijn initiatieven bij de eerstkomende zitting van de Raad.
Art. 31. § 1er. Le président et les quatre vice-présidents du Conseil sont choisis par le Gouvernement parmi les membres représentant les associations reconnues à durée indéterminée et forment le Bureau du Conseil.
§ 2. Le Bureau :
1. organise les activités du Conseil;
2. prépare les séances du Conseil;
3. assure la représentation extérieure du Conseil;
4. exécute les décisions du Conseil.
§ 3. Entre deux séances du Conseil, le Bureau prend toute disposition utile conformément aux missions et aux objectifs généraux définis par le Conseil. Il rend compte de ses interventions et de ses initiatives à la séance la plus proche du Conseil.
Art. 32. § 1. Een vertegenwoordiger van de algemene dienst van de Permanente Opvoeding en van de Jeugd en een vertegenwoordiger van de algemene dienst van de Inspectie nemen van rechtswege deel aan de vergaderingen van de Raad, met adviserende stem.
§ 2. Een vertegenwoordiger van de minister neemt van rechtswege deel aan de vergaderingen van de Raad, met adviserende stem.
§ 3. Een vertegenwoordiger van het Netwerk van Cultureel Beleid neemt van rechtswege deel aan de vergaderingen van de Raad, met adviserende stem.
§ 4. De middelen voor de werking en het personeel worden ter beschikking gesteld van de Raad.
Deze worden bepaald door de Regering.
Art. 32. § 1er. Un représentant du service général de l'Education permanente et de la Jeunesse et un représentant du service général de l'Inspection assistent de droit aux réunions du Conseil, avec voix consultative.
§ 2. Un représentant du ministre assiste de droit aux réunions du Conseil avec voix consultative.
§ 3. Un représentant de l'Observatoire des politiques culturelles assiste de droit aux réunions du Conseil avec voix consultative.
§ 4. Des moyens de fonctionnement et en personnel sont mis à la disposition du Conseil.
Ils sont déterminés par le Gouvernement.
Art. 33. § 1. De Raad stelt elk jaar een activiteitenverslag op dat minstens omvat :
- de lijst van dossiers die haar voorgelegd werden;
- de criteria waarmee zij rekening gehouden heeft bij de uitwerking van haar adviezen;
- de aanwezigheid van haar leden tijdens de vergaderingen;
- de adviezen die zij uitgevaardigd heeft.
§ 2. Het activiteitenverslag wordt meegedeeld :
- Aan de Regering en het parlement;
- Aan het Netwerk van Cultureel Beleid.
§ 3. De diensten van de Franse Gemeenschap verzekeren de publicatie van dit verslag.
Art. 33. § 1er. Le Conseil établit chaque année un rapport d'activités comprenant au minimum :
- la liste des dossiers qui lui ont été soumis;
- les critères dont il a tenu compte dans l'élaboration de ses avis;
- la présence de ses membres lors des réunions;
- les avis qu'il a rendus.
§ 2. Ce rapport d'activités est communiqué :
- au Gouvernement et au Parlement;
- à l'Observatoire des politiques culturelles.
§ 3. Les services de la Communauté française assurent la publication de ce rapport.
Art. 34. § 1. De Raad vergadert minstens tienmaal per kalenderjaar, op uitnodiging van de voorzitter. Deze moet de Raad uitnodigen wanneer de minister, de Regering, het Parlement van de Franse Gemeenschap of een vijfde van de leden van de Raad dit verzoeken.
De aanwezigheid van minstens vijftien leden met stemrecht is vereist opdat de Raad geldig kan zetelen. Indien het quorum niet bereikt wordt, wordt een nieuwe vergadering met dezelfde agenda vastgelegd binnen de tien werkdagen. In dat geval kan de Raad geldig zetelen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 2. Het nemen van beslissingen gebeurt bij meerderheid van de aanwezige leden.
De adviezen kunnen een minderheidsnota bevatten.
Art. 34. § 1er. Le Conseil se réunit au moins dix fois par année civile, sur convocation du président. Celui-ci doit convoquer le Conseil si le ministre, le Gouvernement, le Parlement de la Communauté française ou un cinquième au moins des membres du Conseil le demandent.
La présence d'au moins quinze membres ayant le droit de vote est requise pour que le Conseil puisse siéger valablement. Si le quorum n'est pas atteint, une nouvelle réunion est convoquée dans les dix jours ouvrables avec le même ordre du jour. Dans ce cas, le Conseil siège valablement, quel que soit le nombre de membres présents.
§ 2. La prise de décision se fait à la majorité des membres présents.
Les avis peuvent comprendre une note de minorité.
Art. 35. De adviezen van de Raad moeten meegedeeld worden binnen een termijn van drie maanden na de mededeling door het bestuur van het complete dossier ingediend door de vereniging en ten laatste een maand na de vergadering waarop het voorwerp van het advies besproken werd.
In geval van schending van alinea 1, kan de Regering haar beslissing nemen zonder advies van de Raad.
Art. 35. Les avis du Conseil doivent être communiqués dans un délai de trois mois après la communication par l'administration du dossier complet introduit par l'association, et au plus tard un mois après la réunion au cours de laquelle l'objet de l'avis a été discuté.
En cas de violation de l'alinéa 1er, le Gouvernement peut prendre sa décision sans l'avis du Conseil.
Art. 36. De Regering bepaalt de zitpenningen en de onvoorziene vergoedingen waarop de leden van de Raad en van haar Bureau aanspraak kunnen maken.
Art. 36. Le Gouvernement détermine les jetons de présence et les indemnités de parcours auxquels peuvent prétendre les membres du Conseil et de son Bureau.
HOOFDSTUK VII. - Voorlopige bepalingen en intrekkingsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et abrogatoires.
Art. 37. Met uitzondering van het artikel 6, § 2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, en 7°, maken de verenigingen erkend krachtens het decreet van 8 april 1976, tot vaststelling van de voorwaarden van erkenning en van toekenning van subsidies voor de organisaties van permanente opvoeding voor de volwassenen in het algemeen en de organisaties voor de sociaal-culturele bevordering van de arbeiders, op datum van inwerkingtreding van dit decreet, niet het voorwerp uit van een voorlopige erkenning. Na advies van de diensten van de regeringen van de raad, beslist de regering hetzij om hen een erkenning voor onbepaalde duur toe te kennen, hetzij om hen die erkenning te weigeren.
Art. 37. Par exception à l'article 6, § 2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, et 7°, les associations reconnues en vertu du décret du 8 avril 1976, fixant les conditions de reconnaissance et d'octroi de subventions aux organisations d'éducation permanente des adultes en général et aux organisations de promotion socioculturelle des travailleurs, à la date d'entrée en vigueur du présent décret, ne font pas l'objet d'une reconnaissance transitoire. Après avis des services du Gouvernement et du Conseil, le Gouvernement décide soit de leur octroyer une reconnaissance à durée indéterminée, soit de leur refuser la reconnaissance.
Art. 37bis. § 1. De hoge raad voor permanente opvoeding opgericht bij het decreet van 17 mei 1999, hierna de " Overgangsraad " genoemd, blijft in werking overeenkomstig de volgende bepalingen zolang die niet vervangen is door de Raad opgericht bij dit decreet en dit ten laatste tot [1 31 december 2009]1.
§ 2. Met uitzondering van de artikelen 28, 29, 30 en 31, § 1, is dit decreet van toepassing op de Overgangsraad.
§ 3. De leden van de Overgangsraad worden aangewezen door de Regering na een oproep tot de kandidaten bij de verenigingen bedoeld bij § 5. De Regering bepaalt de nadere regels voor de inrichting van de oproep tot de kandidaten. De leden van de Overgangsraad worden aangewezen voor een mandaat waarvan het einde op [1 31 december 2009]1 wordt vastgelegd, onverminderd § 1.
§ 4. Elk lid dat de hoedanigheid verliest wegens dewelke hij aangewezen werd, wordt als ontslagnemend geacht. Hij wordt vervangen door een persoon aangewezen volgens dezelfde voorwaarden om zijn mandaat te voleindigen. Wordt ook ontslagnemend geacht, het lid dat, zonder voorafgaande verantwoording, afwezig is op meer dan de helft van de jaarlijkse zittingen van de Raad.
§ 5. De Overgangsraad bestaat uit 39 leden, onder wie :
a) 18 verantwoordelijken uit algemene verenigingen ter sociaal-culturele bevordering van werkers, of desgevallend, van hun afhangende regionale verenigingen;
b) 10 verantwoordelijken uit algemene verenigingen voor permanente opvoeding, of, desgevallend, van hun afhangende regionale verenigingen;
c) 3 verantwoordelijken van onafhankelijke regionale verenigingen voor de sociaal-culturele bevordering van werkers;
d) 3 verantwoordelijken van onafhankelijke regionale verenigingen voor permanente opvoeding;
e) 2 verantwoordelijken van onafhankelijke plaatselijke verenigingen voor de sociaal-culturele bevordering van werkers of permanente opvoeding;
f) 3 verantwoordelijken uit verenigingen die bij wijze van overgangsmaatregel erkend zijn krachtens dit decreet, ofwel uit verenigingen erkend voor onbepaalde duur als gevolg van hun erkenning bij wijze van overgangsmaatregel krachtens dit decreet.
Voor de toepassing van het eerste lid, a, b, c, d en e, van deze paragraaf :
1° wordt geacht een algemene vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van het Franse taalgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bestrijkt, in de mate bepaald in artikel 127, § 2, van de gecoördineerde Grondwet;
- haar toezicht of haar voogdij uitoefent over meerdere regionale of plaatselijke afdelingen binnen ieder van deze grondgebieden;
- over een centraal secretariaat beschikt en over minstens een verantwoordelijke die voor het permanent contact zorgt met het publiek en de leden van de vereniging;
2° wordt geacht een regionale vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van een provincie of minstens een provincieafdeling die deel uitmaakt van het Franse taalgebied en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bestrijkt, in de mate bepaald in artikel 127, § 2, van de gecoördineerde Grondwet;
- haar toezicht of haar voogdij uitoefent over meerdere plaatselijke afdelingen binnen ieder deze grondgebieden;
- ofwel een onafhankelijke vereniging is, ofwel de regionale structuur van een algemene vereniging;
3° wordt geacht een plaatselijke vereniging te zijn, de vereniging die :
- het geheel van een wijk, een gehucht of een gemeente bestrijkt;
- haar activiteiten ofwel in alle onafhankelijkheid verwezenlijkt ofwel als plaatselijke structuur van een regionale vereniging of een algemene vereniging;
4° wordt geacht een vereniging voor permanente opvoeding te zijn, de vereniging die opgericht, geanimeerd en beheerd wordt door private personen en die voornamelijk tot doel heeft bij de volwassenen :
- een bewustwording en een kritische kennis van de werkelijkheid van onze maatschappij te bewerkstelligen en te ontwikkelen;
- het analyse-, keuze-, actie- en evaluatievermogen te verstevigen;
- een verantwoordelijke aanpak van het maatschappelijk, economisch, cultureel en politiek leven te bevorderen alsook een actieve participatie eraan.
5° wordt geacht een vereniging ter sociaal-culturele bevordering van de werkers te zijn, de vereniging voor permanente opvoeding die zich bij voorkeur richt tot het publiek van het volksmilieu en zich daaraan aanpast om haar actie te verwezenlijken op basis van de analyse met haar leden van de levensvoorwaarden en van de factoren die specifiek zijn voor hun toestand.
De bij het eerste lid, a, b, c, d, en e, van deze paragraaf bedoelde verenigingen zijn deze die een subsidiering hebben genoten voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan de oproep tot de kandidaten.
§ 6. De voorzitter en de ondervoorzitters van de Overgangsraad worden gekozen door de Regering onder de verenigingen bedoeld bij § 5, eerste lid, a, b, c, d, en e,. Samen vormen ze het Bureau van de Overgangsraad.
Art. 37bis. § 1er. Le Conseil supérieur de l'Education permanente créé par le décret du 17 mai 1999, ci-après désigné le " Conseil transitoire ", continue à fonctionner conformément aux dispositions suivantes tant qu'il n'est pas remplacé par le Conseil créé par le présent décret et au plus tard jusqu'au [1 31 décembre 2009]1.
§ 2. A l'exception des articles 28, 29, 30 et 31, § 1er, le présent décret est applicable au Conseil transitoire.
§ 3. Les membres du Conseil transitoire sont désignés par le Gouvernement après appel aux candidatures auprès des associations visées au § 5. Le Gouvernement détermine les modalités d'organisation de l'appel aux candidatures. Les membres du Conseil transitoire sont désignés pour un mandat dont le terme est fixé au [1 31 décembre 2009]1, sans préjudice du § 1er.
§ 4. Tout membre qui perd la qualité en vertu de laquelle il a été désigné est réputé démissionnaire. Il est remplacé par une personne désignée selon les mêmes conditions pour achever son mandat. Est également réputé démissionnaire le membre qui, sans justification préalable, est absent à plus de la moitié des séances annuelles du Conseil.
§ 5. Le Conseil transitoire se compose de 39 membres dont :
a) 18 responsables d'associations générales de promotion socioculturelle des travailleurs, ou le cas échéant, de leurs régionales dépendantes;
b) 10 responsables d'associations générales d'éducation permanente, ou, le cas échéant, de leur régionales dépendantes;
c) 3 responsables d'associations régionales indépendantes de promotion socioculturelle des travailleurs;
d) 3 responsables d'associations régionales indépendantes d'éducation permanente;
e) 2 responsables d'associations locales indépendantes de promotion socioculturelle des travailleurs ou d'éducation permanente;
f) 3 responsables provenant des associations reconnues à titre transitoire en vertu du présent décret, soit d'associations reconnues à durée indéterminée à la suite de leur reconnaissance à titre transitoire en vertu du présent décret.
Pour l'application de l'alinéa 1er, a, b, c, d et e, du présent paragraphe :
1° est considérée comme association générale celle qui :
- étend son champ d'action à la région de langue française et à la région bilingue de Bruxelles-Capitale, dans la mesure prévue à l'article 127, § 2, de la Constitution coordonnée;
- exerce son contrôle ou sa tutelle sur plusieurs sections régionales et locales dans chacune de ces zones territoriales;
- dispose d'un secrétariat central et d'au moins un responsable assurant le contact permanent du public et des membres avec l'association;
2° est considérée comme association régionale celle qui :
- étend son champ d'action à une province ou subdivision de province au moins faisant partie de la région de langue française ou à la région bilingue de Bruxelles-Capitale, dans la mesure prévue à l'article 127, § 2, de la Constitution coordonnée;
- exerce son contrôle ou sa tutelle sur plusieurs sections locales dans la zone territoriale qu'elle a choisie;
- est, soit une association indépendante, soit la structure régionale d'une association generale;
3° est considérée comme association locale celle qui :
- étend son champ d'action à un quartier, un hameau ou à une commune;
- réalise ses activités, soit de façon indépendante, soit comme structure locale d'une association régionale ou d'une association générale.
4° est considérée comme association d'éducation permanente celle qui, créée, animée et gérée par des personnes privées, a pour objectif d'assurer et de développer principalement chez les adultes :
- une prise de conscience et une connaissance critique des réalités de la société;
- des capacités d'analyse, de choix, d'action et d'évaluation;
- des attitudes de responsabilité et de participation active à la vie sociale, économique, culturelle et politique.
- est considérée comme association de promotion socioculturelle des travailleurs, l'association d'éducation permanente qui s'adresse et s'adapte par priorité au public du milieu populaire en réalisant son action au départ de l'analyse avec ses membres de leurs conditions de vie et des facteurs déterminant plus particulièrement leur situation.
Les associations visées à l'alinéa 1er, a, b, c, d et e, du présent paragraphe sont celles qui ont bénéficié d'un subventionnement l'année civile précédant l'appel aux candidatures.
§ 6. Le président et les vice-présidents du Conseil transitoire sont choisis par le Gouvernement parmi les associations visées au § 5, alinéa 1er, a, b, c, d et e. Ils forment le Bureau du Conseil transitoire.
Art. 38. § 1. De Raad werkt een Huishoudelijk Reglement uit dat ter goedkeuring voorgelegd wordt aan de Regering ten laatste binnen de drie maanden na de vernieuwing van haar leden ingevolge de inwerkingtreding van dit decreet.
§ 2. Dit Huishoudelijk Reglement bevat minstens :
- de werkmethode volgens dewelke de Raad functioneert;
- de regels voorzien inzake volmachten;
- de bevoegdheid, voor de Raad, om de verantwoordelijke te horen van het project waarover het een advies uitvaardigt;
- de verplichting, voor de Raad, om aan de verantwoordelijke van het project het advies mee te delen gelijktijdig met het ogenblik waarop zij hierover de regering inlicht;
- de regels verzekeren de deontologie van de werking van de Raad, meer bepaald wanneer een van de leden betrokken is bij een advies dat dient uitgevaardigd te worden of, meer in het algemeen, wanneer er een risico bestaat op belangenconflicten;
- de verplichting, voor de leden van de Raad, om hun advies met redenen te omkleden;
- bepalingen die de publiciteit van de uitgevaardigde adviezen verzekeren;
- de verplichting om een beknopt verslag op te stellen van de debatten gehouden gedurende elke vergadering van de Raad. Dit verslag zal overgemaakt worden aan de Regering gelijktijdig met het advies van de Raad.
Art. 38. § 1er. Le Conseil élabore un règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Gouvernement au plus tard dans les trois mois du renouvellement de ses membres faisant suite à l'entrée en vigueur du présent décret.
§ 2. Ce règlement d'ordre intérieur comporte au minimum :
- la méthodologie de travail selon laquelle le Conseil fonctionne;
- les règles prévues en matière de procurations;
- la faculté, pour le Conseil, d'entendre le responsable du projet sur lequel porte l'avis;
- l'obligation, pour le Conseil, de communiquer au responsable du projet son avis en même temps qu'elle l'adresse au Gouvernement;
- les règles assurant la déontologie du fonctionnement du Conseil, notamment lorsque l'un de ses membres est concerné par un avis à remettre ou, plus généralement, lorsqu'il y a risque de conflit d'intérêts;
- l'obligation, pour les membres du Conseil, de motiver leur avis;
- des dispositions garantissant la publicité des avis rendus;
- l'obligation de rédiger un résumé des débats tenus au cours de chaque réunion du Conseil. Ce résumé sera rendu au Gouvernement en même temps que l'avis du Conseil.
Art. 39. Behalve wanneer er sprake is van intrekking van erkenning, weigering van erkenning, of bij afwezigheid van indiening van een aanvraag tot erkenning in het kader van dit decreet, kunnen de verenigingen die bij de inwerkingtreding van dit decreet genieten van structurele subsidies bij toepassing van het decreet van 8 april 1976 tot vaststelling van de voorwaarden tot erkenning en toekenning van subsidies aan organisaties voor permanente opvoeding van volwassenen in het algemeen en aan organisaties voor de sociaal-culturele bevordering van de arbeiders en van haar toepassingsbesluiten, minstens blijven genieten van dezelfde financiële voorwaarden [tijdens een periode van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van dit decreet].
[1 Behalve bij intrekking van erkenning, weigering van erkenning of onontvankelijkheid van het dossier van aanvraag om erkenning, blijven de in het 1e lid bedoelde verenigingen die erkend zijn krachtens dit decreet op 1 januari 2005, 2006 of 2007 of die een aanvraag om erkenning hebben ingediend tussen 1 januari en 31 maart 2007 ten laatste, tot 31 december 2008 structurele subsidies genieten onder dezelfde financiële voorwaarden.]1
Onder " dezelfde financiële voorwaarden " dient te worden verstaan dat de verenigingen die gesubsidieerd worden krachtens het decreet van 18 april 1976 zullen genieten, [1 ...]1, op voorwaarde dat hun volume van activiteit niet betekenisvol daalt, van een subsidie voor de werking, de werkgelegenheid en de activiteit, geïndexeerd volgens de prijsindex op de consumptie, equivalent aan wat zij genoten heeft tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit decreet.
In de veronderstelling dat het volume van activiteiten van een vereniging bedoeld door dit artikel op een betekenisvolle wijze daalt [1 (tijdens de periodes bedoeld in het 1e en het 2e lid) ]1, wordt het bedrag van de globale subsidie verminderd door de minister, op voorstel van het bestuur na advies van de Raad en van de betrokken vereniging.
Indien het systeem dat ingevoerd werd door dit decreet voordeliger is voor de verenigingen bedoeld bij alinea 1, genieten zij hiervan vanaf het jaar waarin het voordeliger wordt.
Art. 39. Sauf s'il y a retrait de reconnaissance, refus de reconnaissance, ou non -introduction d'une demande de reconnaissance dans le cadre du présent décret, les associations qui bénéficient, à la date d'entrée en vigueur du présent décret, de subventions structurelles en application du décret du 8 avril 1976 fixant les conditions de reconnaissance et d'octroi de subventions aux organisations d'éducation permanente des adultes en général et aux organisations de promotion socio-culturelle des travailleurs et de ses arrêtés d'application, continueront au moins à en bénéficier dans les mêmes conditions financières [pendant une durée de quatre ans à dater de l'entrée en vigueur du présent décret].
[1 Sauf s'il y a retrait de reconnaissance, refus de reconnaissance ou irrecevabilité du dossier de demande de reconnaissance, les associations visées à l'alinéa 1er reconnues en vertu du présent décret au 1er janvier 2005, 2006 ou 2007 ou ayant introduit une demande de reconnaissance entre le 1er janvier et le 31 mars 2007 au plus tard, continuent à bénéficier de subventions structurelles dans les mêmes conditions financières jusqu'au 31 décembre 2008.]1
Par " dans les mêmes conditions financières ", il faut entendre que les associations subventionnées en vertu du décret du 8 avril 1976 bénéficieront, [1 ...]1 à condition que leur volume d'activités ne diminue pas de manière significative, d'une subvention de fonctionnement, d'emploi et d'activité, indexée selon l'indice des prix à la consommation, équivalente à celle dont elle a bénéficié lors de l'exercice civil précédent la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Dans l'hypothèse où le volume d'activités d'une association visée par le présent article baisse de manière significative [1 durant les périodes visées aux alinéas 1et 2]1, le montant de la subvention globale est diminué par le ministre, sur proposition de l'Administration après avis du Conseil et de l'association concernée.
Si le système mis en place par le présent décret est plus favorable aux associations visées à l'alinéa 1er, elles en bénéficient dès l'année où il devient plus favorable.
Art.39/1. [1 De Regering kent geen voorlopige erkenning toe, bedoeld in artikel 6, § 1 en § 2, van het decreet van 17 juli 2003 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding, als gevolg van een aanvraag die uiterlijk op 31 maart 2017 wordt ingediend.
Nadat de Raad geraadpleegd is, stelt de Regering de specifieke nadere regels vast voor de indiening van de aanvragen om erkenning van de in het eerste lid bedoelde verenigingen die hun aanvraag om erkenning in 2018 opnieuw wensen in te dienen]1

Art.39/1. [1 Le Gouvernement n'accorde aucune reconnaissance à titre transitoire visée à l'article 6, § 1 er et 2, du décret du 17 juillet 2003 relatif au soutien de l'action associative dans le champ de l'Education permanente, en suite d'une demande introduite au plus tard le 31 mars 2017.
Après consultation du Conseil, le Gouvernement fixe les modalités spécifiques d'introduction des demandes de reconnaissance en faveur des associations visées à l'alinéa 1 er souhaitant réintroduire leur demande de reconnaissance en 2018.]1

Art.39/2. [1 § 1. In afwijking van artikel 10, § 3, eerste lid, wordt de programmaovereenkomst die gedurende het burgerlijk jaar 2017 eindigt, wordt met één jaar verlengd, om een totale duur van zes jaar te bereiken, als de vereniging, met toepassing van artikel 26, § 2, een verandering in een hogere forfaitaire categorie of van as heeft aangevraagd.
In de in het eerste lid bedoelde hypothese, stuurt de vereniging die, met toepassing van artikel 19, tweede lid, aan de administratie, uiterlijk op 30 juni 2017, het algemeen verslag over de uitvoering van haar programmaovereenkomst en, in voorkomend geval, een nieuw meerjarenactieprogramma in tweevoud, heeft meegedeeld, uiterlijk op 30 juni 2018, de volgende gegevens :
1° een activiteitenverslag en een boekhoudkundige balans overeenkomstig artikel 19, eerste lid;
2° een addendum bij het in 2017 meegedeelde algemeen uitvoeringsverslag;
3° in voorkomend geval, een nieuw vijfjarenactieplan of het in 2017 ingediende addendum bij het plan.
§ 2. In afwijking van de in artikel 26, § 2 bedoelde bepalingen, worden de aanvragen om verandering van forfaitaire categorie en/of van as die uiterlijk op 30 juni 2017 worden ingediend, niet onderzocht en wordt geen verandering van forfaitaire categorie en/of van as toegekend, behalve in geval van verandering in een lagere forfaitaire categorie of van verandering van as die geen gevolgen hebben op begrotingsvlak.]1

Art.39/2. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 10, § 3, alinéa 1er, le contrat-programme qui arrive à échéance au cours de l'année civile 2017, est prolongé d'une durée d'un an pour atteindre une durée totale de six ans dans l'hypothèse où l'association a, en application de l'article 26, § 2, sollicité un changement dans une catégorie de forfait supérieure et/ou d'axe.
Dans l'hypothèse visée à l'alinéa 1 er, l'association qui en application de l'article 19, alinéa 2, a transmis à l'Administration, au plus tard le 30 juin 2017, le rapport général de l'exécution de son contrat programme et, le cas échéant, un nouveau plan d'action pluriannuel en double exemplaire, transmet à l'administration, au plus tard le 30 juin 2018, les éléments suivants :
1° un rapport d'activités et un bilan comptable conformément à l'article 19, alinéa 1er;
2° un addendum au rapport général d'exécution communiqué en 2017;
3° le cas échéant, un nouveau plan d'action quinquennal ou l'addendum au plan déposé en 2017.
§ 2. Par dérogation aux dispositions prévues à l'article 26, § 2, les demandes de changement de catégorie de forfait et/ou d'axe introduites au plus tard au 30 juin 2017 ne sont pas examinées et aucun changement de catégorie de forfait et/ou d'axes n'est octroyé, sauf en cas de demande de changement dans un forfait inférieur ou de changement d'axe n'ayant pas d'impact sur le plan budgétaire.]1

Art.39//3. [1 In afwijking van artikel 6, § 2, 5°, kan in 2018 de voorlopige erkenning van een vereniging hernieuwd worden voor een duur van één jaar na afloop van de evaluatie voorzien in artikel 6, 4°.]1
Art.39/3. [1 Par dérogation à l'article 6, § 2, 5°, en 2018, la reconnaissance transitoire d'une association peut être renouvelée pour une durée d'un an au terme de l'évaluation prévue à l'article 6, 4°.]1
Art.39//4.
Art.39/4.
Art.39/5. [1 § 1. In afwijking van artikel 15 wordt de erkenning van verenigingen die hun erkenningsaanvraag voor een bepaalde periode in 2019 hebben ingediend en in 2020 een gunstige beslissing hebben ontvangen, met een jaar uitgesteld, zodat deze erkenningen betrekking hebben op de periode 2021-2023 in plaats van op de periode 2020-2022.
§ 2. In afwijking van artikel 9, lid 1, en artikel 14 worden de forfaitaire verhogingen die in 2019 zijn aangevraagd in het kader van een verlenging van de erkenning voor onbepaalde tijd en waarover in 2020 een gunstige beslissing is genomen, van kracht van 2021 tot 2025.]1

Art.39/5. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 15, les reconnaissances des associations ayant introduit leur demande de reconnaissance à durée déterminée en 2019 et ayant fait l'objet d'une décision favorable en 2020 sont reportées d'une année de manière à ce que ces reconnaissances couvrent la période 2021-2023 au lieu de la période 2020-2022.
§ 2. Par dérogation aux articles 9, alinéa 1er, et 14, les augmentations de forfait ayant été demandées en 2019 dans le cadre d'un renouvèlement de reconnaissance à durée indéterminée et ayant fait l'objet d'une décision favorable en 2020 prendront effet à partir de 2021 et ce, jusqu'en 2025.]1

Art.39/6. [1 § 1. In afwijking van artikel 26 verleent de Regering voor het jaar 2021 geen nieuwe verhoging van het forfaitaire bedrag of wijziging van de as en/of de categorie van het forfaitaire bedrag.
§ 2 In afwijking van artikel 9, lid 1 en 14, wordt de erkenningsperiode die in de loop van het kalenderjaar 2020 afloopt, met een jaar verlengd tot een totaal van zes jaar, indien de vereniging om een wijziging verzocht heeft in een hogere forfaitaire categorie en/of as met nieuwe kosten als gevolg.]1

Art.39/6. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 26, pour l'année 2021, le Gouvernement n'accorde aucune nouvelle augmentation de forfait ou changement d'axe et/ou de catégorie de forfait.
§ 2. Par dérogation aux articles 9, alinéa 1er, et 14, la période de reconnaissance qui arrive à échéance au cours de l'année civile 2020, est prolongée d'une durée d'un an pour atteindre une durée totale de six ans, dans l'hypothèse où l'association a sollicité un changement dans une catégorie de forfait supérieure et/ou d'axe entrainant des couts nouveaux.]1

Art. 40. Het decreet van 8 april 1976 tot vaststelling van de voorwaarden tot erkenning en toekenning van subsidies aan de organisaties voor permanente opvoeding van de volwassenen in het algemeen en aan de organisaties voor sociaal-culturele bevordering van de arbeiders, wordt ingetrokken.
De verenigingen die subsidies genoten krachtens de koninklijke besluiten van 5 september 1921 en van 4 april 1925 die de algemene toekenningsvoorwaarden van subsidies bepaalden voor de bijkomende schoolwerkzaamheden evenals het koninklijk besluit van 16 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden van erkenning en van toekenning van subsidies aan de nationale en gewestelijke organisaties voor permanente opvoeding, kunnen hiervan blijven genieten.
Art. 40. Le décret du 8 avril 1976 fixant les conditions de reconnaissance et d'octroi de subventions aux organisations d'éducation permanente des adultes en général et aux organisations de promotion socioculturelle des travailleurs est abrogé.
Les associations qui bénéficiaient de subventions en vertu des arrêtés royaux du 5 septembre 1921 et du 4 avril 1925 déterminant les conditions générales d'octroi de subventions aux oeuvres complémentaires de l'école ainsi que l'arrêté royal du 16 juillet 1971 fixant les conditions d'agréation et d'octroi de subventions aux organisations nationales et régionales d'éducation permanente continuent à en bénéficier.
Art. 41. Het decreet van 17 mei 1999 tot inrichting van de Hoge Raad voor de permanente opvoeding wordt opgeheven.
Art. 41. Le décret du 17 mai 1999 créant le Conseil supérieur de l'Education permanente est abrogé.
HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE VIII. - Entrée en vigueur.
Art. 42. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.
Art. 42. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2004.