Benevens de voorzitter en onverminderd § 2, telt iedere kamer de volgende leden :
1° een vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor sociale zekerheid;
2° een vertegenwoordiger van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen;
3° een vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening;
4° drie vertegenwoordigers aangewezen door de interprofessionele vakverenigingen;
5° drie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties;
6° en drie vertegenwoordigers van de artistieke sector.
Tot slot zal elke Gemeenschapsregering, indien zij dat wenst, een vertegenwoordiger kunnen aanduiden in de kamer van de haar betreffende taalrol, met dien verstande dat wanneer de Commissie een aanvraag moet behandelen van een kunstenaar die in het Duits taalgebied woont, die vertegenwoordiger word aangeduid door de regering van de Duitstalige Gemeenschap.
Voor elk lid wordt één plaatsvervanger aangewezen, die het lid in geval van afwezigheid of belet vervangt.
[2 De leden bedoeld in het tweede lid hebben een beraadslagende stem en de leden bedoeld in het derde lid hebben een raadgevende stem.]2
Het mandaat kan worden beëindigd indien wordt vastgesteld dat de leden de vergaderingen van de commissie herhaaldelijk niet hebben bijgewoond zonder verantwoording.
§ 2. Wanneer de bevoegde kamer een vraag met betrekking tot de aard van de arbeidsrelatie krijgt, dan zetelen de leden vermeld in § 1, lid 2, 6° en de door de regeringen van de Gemeenschappen aangeduide vertegenwoordigers niet.]1