Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
2° de Minister : de Minister die bevoegd is voor volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu;
3° gedelegeerd bestuurder : de gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
24 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot oprichting en regeling van de sociale dienst van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en vaststelling van de samenstelling van zijn beheerscomité.
Titre
24 DECEMBRE 2002. - Arrêté royal créant et organisant le service social de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire et fixant la composition de son comité de gestion.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° l'Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
2° le Ministre : le ministre qui a dans ses attributions la santé publique, la sécurité de la chaîne alimentaire et l'environnement;
3° l'Administrateur délégué : l'Administrateur délégué de l'Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
1° l'Agence : l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
2° le Ministre : le ministre qui a dans ses attributions la santé publique, la sécurité de la chaîne alimentaire et l'environnement;
3° l'Administrateur délégué : l'Administrateur délégué de l'Agence Fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Art. 2. Bij het Bestuur der Algemene Diensten van het Agentschap wordt een sociale dienst opgericht.
Art. 2. Il est créé un service social auprès de l'Administration des Services généraux de l'Agence.
Art. 3. De werking van de sociale dienst heeft betrekking op de volgende personen, voor zover deze geen voordelen van een andere sociale dienst of werkgever kunnen verkrijgen :
1° de personeelsleden van het Agentschap, zonder onderscheid van statuut of dienstverbintenis;
2° de weduwen en de weduwnaars van wie de echtgenoot/echtgenote op het ogenblik van zijn/haar overlijden tot de categorie personen vermeld sub 1° behoorde, alsook de wezen van deze overleden echtgenoot/echtgenote;
3° de echtgenoten en de kinderen ten laste van de personen vermeld sub 1°. De personen die kunnen aantonen dat ze samenleven met de personeelsleden vermeld sub 1° aan de hand van een bewijs van samenstelling van het gezin, afgeleverd door de gemeente, zijn met echtgenoten gelijkgesteld.
1° de personeelsleden van het Agentschap, zonder onderscheid van statuut of dienstverbintenis;
2° de weduwen en de weduwnaars van wie de echtgenoot/echtgenote op het ogenblik van zijn/haar overlijden tot de categorie personen vermeld sub 1° behoorde, alsook de wezen van deze overleden echtgenoot/echtgenote;
3° de echtgenoten en de kinderen ten laste van de personen vermeld sub 1°. De personen die kunnen aantonen dat ze samenleven met de personeelsleden vermeld sub 1° aan de hand van een bewijs van samenstelling van het gezin, afgeleverd door de gemeente, zijn met echtgenoten gelijkgesteld.
Art. 3. L'action du service social s'étend aux personnes suivantes, pour autant qu'elles ne bénéficient pas d'avantages accordés par un autre service social ou employeur :
1° les membres du personnel de l'Agence, sans distinction de statut ou de régime d'engagement;
2° les veuves et veufs dont le conjoint appartenait au moment de son décès à la catégorie visée au point 1° ci-dessus, ainsi que les orphelins de ce conjoint décédé;
3° les conjoints et enfants à charge des personnes appartenant à la catégorie citée au point 1° ci-dessus. Sont assimilées aux conjoints les personnes dont la cohabitation avec le membre du personnel visé au point 1° est établie par la composition de ménage délivrée par l'administration communale.
1° les membres du personnel de l'Agence, sans distinction de statut ou de régime d'engagement;
2° les veuves et veufs dont le conjoint appartenait au moment de son décès à la catégorie visée au point 1° ci-dessus, ainsi que les orphelins de ce conjoint décédé;
3° les conjoints et enfants à charge des personnes appartenant à la catégorie citée au point 1° ci-dessus. Sont assimilées aux conjoints les personnes dont la cohabitation avec le membre du personnel visé au point 1° est établie par la composition de ménage délivrée par l'administration communale.
Art. 4. De sociale dienst heeft tot doel aan de personen bedoeld in artikel 3 materiële en morele hulp te verschaffen, en dit onder de vorm van individuele of collectieve voordelen. Het algemeen kader en de toepassingsmodaliteiten van deze voordelen worden door het beheerscomité bedoeld in artikel 9 bepaald.
Deze voordelen kunnen onder meer betrekking hebben op :
1° de toekenning van een financiële hulp in geval van ziekte, tegenspoed, familiale tegenslag of andere uitzonderlijke of onvoorziene omstandigheden;
2° de toekenning van een financiële hulp aan weduwen, weduwnaars, wezen die over een klein inkomen beschikken;
3° de toekenning van individuele leningen zonder interest om tegemoet te komen aan een tijdelijke, persoonlijke of familiale moeilijkheid of tot het scheppen van voorwaarden voor een duurzame verbetering van de materiële toestand van de begunstigden;
4° het aanbod om een aanvullende groepsverzekering aan te gaan inzake opneming in het ziekenhuis bij ziekte of ongeval;
5° maatregelen ter ondersteuning van het gezinsleven, inzonderheid ten gunste van ouders en hun kinderen;
6° de preventie en de begeleiding ter bestrijding van overkreditering evenals alcoholisme, druggebruik en enige andere verslaving;
7° het aanwenden en het toekennen van middelen, zodat de personeelsleden die het wensen hun middagmaal kunnen nemen of een dorstlessende drank in de nabijheid van hun werk kunnen gebruiken;
8° het organiseren en ondersteunen van collectieve activiteiten in verband met vrijetijdsbesteding, cultuur en sport.
De financiële tussenkomsten worden verleend binnen de perken van de beschikbare kredieten.
Deze voordelen kunnen onder meer betrekking hebben op :
1° de toekenning van een financiële hulp in geval van ziekte, tegenspoed, familiale tegenslag of andere uitzonderlijke of onvoorziene omstandigheden;
2° de toekenning van een financiële hulp aan weduwen, weduwnaars, wezen die over een klein inkomen beschikken;
3° de toekenning van individuele leningen zonder interest om tegemoet te komen aan een tijdelijke, persoonlijke of familiale moeilijkheid of tot het scheppen van voorwaarden voor een duurzame verbetering van de materiële toestand van de begunstigden;
4° het aanbod om een aanvullende groepsverzekering aan te gaan inzake opneming in het ziekenhuis bij ziekte of ongeval;
5° maatregelen ter ondersteuning van het gezinsleven, inzonderheid ten gunste van ouders en hun kinderen;
6° de preventie en de begeleiding ter bestrijding van overkreditering evenals alcoholisme, druggebruik en enige andere verslaving;
7° het aanwenden en het toekennen van middelen, zodat de personeelsleden die het wensen hun middagmaal kunnen nemen of een dorstlessende drank in de nabijheid van hun werk kunnen gebruiken;
8° het organiseren en ondersteunen van collectieve activiteiten in verband met vrijetijdsbesteding, cultuur en sport.
De financiële tussenkomsten worden verleend binnen de perken van de beschikbare kredieten.
Art. 4. Le Service social a pour objectif de fournir aux personnes visées à l'article 3, une aide matérielle et une aide morale, et ce sous la forme d'avantages individuels ou collectifs. Le cadre général et les modalités d'application de ces avantages sont fixés par le comité de gestion visé à l'article 9.
Ces avantages peuvent porter notamment sur :
1° l'octroi d'une aide financière en cas de maladie, de revers, de malheur familial ou autres circonstances exceptionnelles et imprévues;
2° l'octroi d'une aide financière aux veuves, veufs, orphelins disposant de faibles revenus;
3° l'octroi de prêts individuels sans intérêt destinés à rencontrer une difficulté personnelle ou familiale temporaire, ou à créer les conditions d'une amélioration durable de la situation matérielle des bénéficiaires;
4° l'offre de la souscription à une assurance collective complémentaire en matière d'hospitalisation pour maladie ou accident;
5° des mesures visant à soutenir la vie de famille, notamment en faveur des parents et de leurs enfants;
6° la prévention et la guidance pour lutter contre le surendettement ainsi que l'alcoolisme, la consommation de drogues et toute autre assuétude;
7° la mise en oeuvre ou l'octroi de moyens afin de permettre aux agents qui le désirent, de prendre leur repas de midi ou de consommer une boisson désaltérante à proximité des lieux de travail;
8° l'organisation et le soutien d'activités collectives de loisirs, culturelles ou sportives.
Les interventions financières sont accordées dans la limite des crédits disponibles.
Ces avantages peuvent porter notamment sur :
1° l'octroi d'une aide financière en cas de maladie, de revers, de malheur familial ou autres circonstances exceptionnelles et imprévues;
2° l'octroi d'une aide financière aux veuves, veufs, orphelins disposant de faibles revenus;
3° l'octroi de prêts individuels sans intérêt destinés à rencontrer une difficulté personnelle ou familiale temporaire, ou à créer les conditions d'une amélioration durable de la situation matérielle des bénéficiaires;
4° l'offre de la souscription à une assurance collective complémentaire en matière d'hospitalisation pour maladie ou accident;
5° des mesures visant à soutenir la vie de famille, notamment en faveur des parents et de leurs enfants;
6° la prévention et la guidance pour lutter contre le surendettement ainsi que l'alcoolisme, la consommation de drogues et toute autre assuétude;
7° la mise en oeuvre ou l'octroi de moyens afin de permettre aux agents qui le désirent, de prendre leur repas de midi ou de consommer une boisson désaltérante à proximité des lieux de travail;
8° l'organisation et le soutien d'activités collectives de loisirs, culturelles ou sportives.
Les interventions financières sont accordées dans la limite des crédits disponibles.
Art. 5. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 4 kan de sociale dienst een beroep doen op de medewerking van andere sociale diensten van Federale Overheidsdiensten of van andere openbare instellingen, op personeelsleden van het Agentschap evenals op maatschappelijke assistenten daartoe door de gedelegeerd bestuurder aangewezen.
Art. 5. Pour les activités énumérées à l'article 4, le service social peut solliciter la collaboration d'autres services sociaux des Services publics fédéraux ou d'institutions publiques ou de membres du personnel de l'Agence, ainsi que des assistants sociaux désignés à cet effet par l'Administrateur délégué.
Art. 6. Het beheerscomité bedoeld in artikel 9 kan beslissen om het leveren van bepaalde prestaties, met uitsluiting van die bedoeld in artikel 4, 1° tot en met 4°, toe te vertrouwen aan één of meer instellingen. Het kan aan deze instellingen ook subsidies toekennen, maar dit binnen de perken van de beschikbare kredieten.
Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een instelling aan de volgende voorwaarden voldoen :
- opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk, openbare instelling of instelling van openbaar nut, met als voornaamste doelstelling het verwezenlijken van de opdrachten van de sociale dienst of het verschaffen van financiële of morele hulp aan de gepensioneerden van het Agentschap, hun echtgenoot of echtgenote, weduwe of weduwnaar of hun kinderen ten laste;
- hoofdzakelijk ten gunste van het personeel uit de federale openbare sector zijn opgericht en beschikken over de organen van beheer die deze specificiteit tot uiting brengen;
- zonder onderscheid aan al hun begunstigden de toegang verlenen tot de georganiseerde diensten of activiteiten;
- zich onderwerpen aan werkingsregels en aan administratieve en budgettaire controleprocedures vastgelegd in een bijzondere overeenkomst afgesloten met de minister.
Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een instelling aan de volgende voorwaarden voldoen :
- opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk, openbare instelling of instelling van openbaar nut, met als voornaamste doelstelling het verwezenlijken van de opdrachten van de sociale dienst of het verschaffen van financiële of morele hulp aan de gepensioneerden van het Agentschap, hun echtgenoot of echtgenote, weduwe of weduwnaar of hun kinderen ten laste;
- hoofdzakelijk ten gunste van het personeel uit de federale openbare sector zijn opgericht en beschikken over de organen van beheer die deze specificiteit tot uiting brengen;
- zonder onderscheid aan al hun begunstigden de toegang verlenen tot de georganiseerde diensten of activiteiten;
- zich onderwerpen aan werkingsregels en aan administratieve en budgettaire controleprocedures vastgelegd in een bijzondere overeenkomst afgesloten met de minister.
Art. 6. Le comité de gestion visé à l'article 9 peut décider de confier l'accomplissement de certaines prestations à une ou plusieurs institutions, à l'exception de celles prévues à l'article 4, 1° à 4°, ainsi que, dans la limite des crédits disponibles, leur octroyer des subventions.
Afin d'entrer en ligne de compte, une institution doit satisfaire aux conditions suivantes :
- avoir été créée en tant qu'association sans but lucratif, organisme public ou établissement d'utilité publique, ayant pour objectif principal la réalisation des missions du service social ou l'aide financière ou morale aux pensionnés de l'Agence, leurs conjoints, veufs ou veuves ou enfants à charge;
- avoir été constituée au profit principal du personnel du secteur public fédéral, et posséder des organes de gestion traduisant cette spécificité;
- permettre à tous leurs bénéficiaires, sans aucune discrimination, d'avoir accès aux services ou activités mis sur pied;
- se soumettre à des règles de fonctionnement et à des procédures de contrôle administratif et budgétaire fixées dans une convention particulière conclue avec le ministre.
Afin d'entrer en ligne de compte, une institution doit satisfaire aux conditions suivantes :
- avoir été créée en tant qu'association sans but lucratif, organisme public ou établissement d'utilité publique, ayant pour objectif principal la réalisation des missions du service social ou l'aide financière ou morale aux pensionnés de l'Agence, leurs conjoints, veufs ou veuves ou enfants à charge;
- avoir été constituée au profit principal du personnel du secteur public fédéral, et posséder des organes de gestion traduisant cette spécificité;
- permettre à tous leurs bénéficiaires, sans aucune discrimination, d'avoir accès aux services ou activités mis sur pied;
- se soumettre à des règles de fonctionnement et à des procédures de contrôle administratif et budgétaire fixées dans une convention particulière conclue avec le ministre.
Art. 7. De sociale dienst stelt met betrekking tot zijn werking een vademecum op waarin de sociale voordelen met bedragen en toekenningsvoorwaarden worden opgenomen. Dit vademecum wordt ter beschikking gesteld van iedere persoon bedoeld in artikel 3.
Art. 7. Le service social rédige, au sujet de son action, un vade-mecum faisant état des avantages sociaux ainsi que de leurs taux et de leurs modalités d'octroi. Ce vade-mecum est mis à la disposition de toute personne visée à l'article 3.
Art. 8. De sociale dienst ontvangt de aanvragen tot het verkrijgen van voordelen, stelt de dossiers samen en volgt elke zaak op.
Art. 8. Le service social reçoit les demandes d'obtention des avantages, constitue les dossiers et assure le suivi de chaque affaire.
HOOFDSTUK II. - Het beheerscomité.
CHAPITRE II. - Le comité de gestion.
Art. 9. § 1. Bij de sociale dienst wordt een beheerscomité opgericht dat de beslissingen neemt in verband met het beheer van de sociale dienst en dat de modaliteiten van de tegemoetkoming door die dienst bepaalt.
§ 2. Het beheerscomité beslist omtrent de aanvragen tot het verkrijgen van de voordelen bedoeld in dit besluit.
De aanvrager kan bij de gedelegeerd bestuurder beroep instellen tegen de beslissing over zijn aanvraag. Dit beroep heeft geen schorsende werking.
De gedelegeerd bestuurder beslist na het beheerscomité te hebben geraadpleegd.
§ 2. Het beheerscomité beslist omtrent de aanvragen tot het verkrijgen van de voordelen bedoeld in dit besluit.
De aanvrager kan bij de gedelegeerd bestuurder beroep instellen tegen de beslissing over zijn aanvraag. Dit beroep heeft geen schorsende werking.
De gedelegeerd bestuurder beslist na het beheerscomité te hebben geraadpleegd.
Art. 9. § 1er. Il est institué auprès du service social un comité de gestion qui prend les décisions relatives à la gestion du service social et détermine les modalités d'intervention de ce dernier.
§ 2. Le comité de gestion statue sur les demandes d'obtention des avantages prévus par le présent arrêté.
Le demandeur a la faculté d'introduire un recours auprès de l'Administrateur délégué contre la décision prise à l'égard de sa demande. Ce recours n'est pas suspensif.
L'Administrateur délégué statue après avoir consulté le comité de gestion.
§ 2. Le comité de gestion statue sur les demandes d'obtention des avantages prévus par le présent arrêté.
Le demandeur a la faculté d'introduire un recours auprès de l'Administrateur délégué contre la décision prise à l'égard de sa demande. Ce recours n'est pas suspensif.
L'Administrateur délégué statue après avoir consulté le comité de gestion.
Art. 10. Het beheerscomité is samengesteld uit werkende en plaatsvervangende leden gekozen uit de werkende personeelsleden met ten minste één jaar anciënniteit bij het Agentschap, bij het ministerie of de instelling waaruit zij komen. Zij worden door de gedelegeerd bestuurder benoemd voor een periode van drie jaar.
De samenstelling is als volgt bepaald :
a) zes werkende en zes plaatsvervangende leden voorgesteld door elk van de vakbondsorganisaties vertegenwoordigd bij het basisoverlegcomité van het Agentschap. Elke syndicale organisatie is vertegenwoordigd door een gelijk aantal leden;
b) zes werkende en zes plaatsvervangende leden die het Agentschap vertegenwoordigen.
In de mate van het mogelijke weerspiegelt de samenstelling van het beheerscomité de verscheidenheid van de bestuurseenheden van het Agentschap.
Er wordt tevens rekening gehouden met de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid.
De samenstelling is als volgt bepaald :
a) zes werkende en zes plaatsvervangende leden voorgesteld door elk van de vakbondsorganisaties vertegenwoordigd bij het basisoverlegcomité van het Agentschap. Elke syndicale organisatie is vertegenwoordigd door een gelijk aantal leden;
b) zes werkende en zes plaatsvervangende leden die het Agentschap vertegenwoordigen.
In de mate van het mogelijke weerspiegelt de samenstelling van het beheerscomité de verscheidenheid van de bestuurseenheden van het Agentschap.
Er wordt tevens rekening gehouden met de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid.
Art. 10. Le comité de gestion est constitué de membres effectifs et suppléants, nommés par l'Administrateur délégué, pour une période de trois ans, parmi les membres actifs du personnel comptant au moins un an d'ancienneté dans l'Agence ou dans le ministère ou l'organisme dont ils sont issus.
Sa composition est fixée comme suit :
a) six membres effectifs et six membres suppléants proposés par chacune des organisations syndicales représentées au comité de concertation de base de l'Agence. Chaque organisation syndicale est représentée par un nombre égal de membres;
b) six membres effectifs et six suppléants, représentant l'Agence.
Dans la mesure du possible, la composition du comité de gestion reflète la diversité des entités administratives de l'Agence.
Il est également tenu compte des dispositions de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis.
Sa composition est fixée comme suit :
a) six membres effectifs et six membres suppléants proposés par chacune des organisations syndicales représentées au comité de concertation de base de l'Agence. Chaque organisation syndicale est représentée par un nombre égal de membres;
b) six membres effectifs et six suppléants, représentant l'Agence.
Dans la mesure du possible, la composition du comité de gestion reflète la diversité des entités administratives de l'Agence.
Il est également tenu compte des dispositions de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis.
Art. 11. De voorzitter en ondervoorzitter van het beheerscomité worden voor drie jaar benoemd door de gedelegeerd bestuurder, beurtelings de ene voorgedragen door het Agentschap, de andere door de vakbondsorganisaties bedoeld in artikel 10.
Het eerste mandaat van voorzitter wordt vervuld door een lid voorgedragen door het bestuur; dat van ondervoorzitter wordt vervuld gedurende dezelfde periode door een lid voorgedragen door de vakbondsorganisaties.
Indien de voorzitter of de ondervoorzitter zijn mandaat niet kan voltooien, wordt hij opgevolgd door een lid van het beheerscomité, voorgedragen op dezelfde wijze als zijn voorganger.
Het eerste mandaat van voorzitter wordt vervuld door een lid voorgedragen door het bestuur; dat van ondervoorzitter wordt vervuld gedurende dezelfde periode door een lid voorgedragen door de vakbondsorganisaties.
Indien de voorzitter of de ondervoorzitter zijn mandaat niet kan voltooien, wordt hij opgevolgd door een lid van het beheerscomité, voorgedragen op dezelfde wijze als zijn voorganger.
Art. 11. Le président et le vice-président du comité de gestion sont nommés pour trois ans par l'Administrateur délégué sur présentation en alternance de l'Agence et des organisations syndicales visées à l'article 10.
Le premier mandat de président est accompli par un membre proposé par l'administration; celui de vice-président est accompli pendant le même terme par un membre proposé par les organisations syndicales.
Au cas où le président ou le vice-président ne peut terminer son mandat, celui-ci est achevé par un membre du comité de gestion, présenté de la même manière que son prédécesseur.
Le premier mandat de président est accompli par un membre proposé par l'administration; celui de vice-président est accompli pendant le même terme par un membre proposé par les organisations syndicales.
Au cas où le président ou le vice-président ne peut terminer son mandat, celui-ci est achevé par un membre du comité de gestion, présenté de la même manière que son prédécesseur.
Art. 12. Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op, dat het ter goedkeuring aan de gedelegeerd bestuurder voorlegt.
In geval van staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Het secretariaat van de vergaderingen van het beheerscomité wordt waargenomen door de maatschappelijke assistenten van het Agentschap, die de op de agenda geplaatste zaken hebben onderzocht. Zij nemen zonder stemrecht aan de vergaderingen deel.
In geval van staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Het secretariaat van de vergaderingen van het beheerscomité wordt waargenomen door de maatschappelijke assistenten van het Agentschap, die de op de agenda geplaatste zaken hebben onderzocht. Zij nemen zonder stemrecht aan de vergaderingen deel.
Art. 12. Le comité de gestion rédige un règlement d'ordre intérieur, qu'il soumet à l'approbation de l'Administrateur délégué.
En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
Le secrétariat des réunions du comité de gestion est assuré par les assistants sociaux de l'Agence qui ont examiné les affaires mises à l'ordre du jour. Ils participent aux réunions, sans voix délibérative.
En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
Le secrétariat des réunions du comité de gestion est assuré par les assistants sociaux de l'Agence qui ont examiné les affaires mises à l'ordre du jour. Ils participent aux réunions, sans voix délibérative.
Art. 13. Het beheerscomité legt de gedelegeerd bestuurder jaarlijks een werkingsverslag voor met in het bijzonder de financiële elementen betreffende het beheer van de sociale dienst alsook een voorstel van begroting.
De gedelegeerd bestuurder geeft gevolg aan dit voorstel binnen dertig dagen na de mededeling ervan, en geeft het comité kennis van zijn beslissing.
De gedelegeerd bestuurder geeft gevolg aan dit voorstel binnen dertig dagen na de mededeling ervan, en geeft het comité kennis van zijn beslissing.
Art. 13. Le comité de gestion soumet chaque année à l'Administrateur délégué un rapport d'activité comprenant notamment les éléments financiers relatifs à la gestion du service social ainsi qu'une proposition de budget.
L'Administrateur délégué donne suite à cette proposition dans les trente jours de sa communication et informe le comité de sa décision.
L'Administrateur délégué donne suite à cette proposition dans les trente jours de sa communication et informe le comité de sa décision.
HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 14. Dit besluit, met uitzondering van de artikelen 6 en 11, is ook van toepassing gedurende de periode van het bestaan van de voorlopige cel van het Agentschap en dit ten aanzien van de personeelsleden overgedragen naar het Agentschap.
Gedurende deze periode behouden ze de tussenkomsten en de voordelen die hen werden toegekend door hun Ministerie of Instelling van oorsprong zolang deze tussenkomsten en vergoedingen niet geharmoniseerd worden.
De directeur-generaal Algemene Diensten duidt de personen aan die deel uitmaken van een functionele cel " sociale dienst ". Deze personen worden gekozen uit het personeel deel uitmakend van de Algemene Diensten van de voorlopige cel FAVV.
Voor de duur van de periode van de voorlopige cel :
- worden de werkende en plaatsvervangende leden van het beheerscomité benoemd door de gedelegeerd bestuurder uit de overgedragen personeelsleden volgens de voorwaarden bepaald in artikel 10;
- wordt het mandaat van voorzitter waargenomen door een lid aangeduid door de gedelegeerd bestuurder. Het mandaat van ondervoorzitter wordt waargenomen door een lid aangeduid door de vakbondsorganisaties.
Gedurende deze periode behouden ze de tussenkomsten en de voordelen die hen werden toegekend door hun Ministerie of Instelling van oorsprong zolang deze tussenkomsten en vergoedingen niet geharmoniseerd worden.
De directeur-generaal Algemene Diensten duidt de personen aan die deel uitmaken van een functionele cel " sociale dienst ". Deze personen worden gekozen uit het personeel deel uitmakend van de Algemene Diensten van de voorlopige cel FAVV.
Voor de duur van de periode van de voorlopige cel :
- worden de werkende en plaatsvervangende leden van het beheerscomité benoemd door de gedelegeerd bestuurder uit de overgedragen personeelsleden volgens de voorwaarden bepaald in artikel 10;
- wordt het mandaat van voorzitter waargenomen door een lid aangeduid door de gedelegeerd bestuurder. Het mandaat van ondervoorzitter wordt waargenomen door een lid aangeduid door de vakbondsorganisaties.
Art. 14. Le présent arrêté, à l'exception des articles 6 et 11, est également applicable, pour la durée de l'existence de la cellule provisoire de l'Agence, aux membres du personnel y transférés.
Durant cette période, ils conservent les interventions et avantages qui leurs étaient octroyés par le service social de leur Ministère ou Organisme d'origine tant que ces interventions et avantages ne sont pas harmonisés.
Le directeur général des services généraux désigne les personnes affectées à une cellule fonctionnelle "service social". Ces personnes sont sélectionnées parmi le personnel affecté aux Services généraux de la cellule provisoire AFSCA.
Pour la durée de la cellule provisoire :
- les membres effectifs et suppléants du comité de gestion sont nommés par l'Administrateur délégué parmi les membres du personnel transféré, conformément aux critères de l'article 10;
- le mandat de président est accompli par un membre désigné par l'Administrateur délégué et celui de vice-président, par un membre désigné par les organisations syndicales.
Durant cette période, ils conservent les interventions et avantages qui leurs étaient octroyés par le service social de leur Ministère ou Organisme d'origine tant que ces interventions et avantages ne sont pas harmonisés.
Le directeur général des services généraux désigne les personnes affectées à une cellule fonctionnelle "service social". Ces personnes sont sélectionnées parmi le personnel affecté aux Services généraux de la cellule provisoire AFSCA.
Pour la durée de la cellule provisoire :
- les membres effectifs et suppléants du comité de gestion sont nommés par l'Administrateur délégué parmi les membres du personnel transféré, conformément aux critères de l'article 10;
- le mandat de président est accompli par un membre désigné par l'Administrateur délégué et celui de vice-président, par un membre désigné par les organisations syndicales.
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2002.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1 octobre 2002.
Art. 16. De Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 december 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu,
J. TAVERNIER.
Gegeven te Brussel, 24 december 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu,
J. TAVERNIER.
Art. 16. Le Ministre de la Santé publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 24 décembre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement,
J. TAVERNIER.
Donné à Bruxelles, le 24 décembre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement,
J. TAVERNIER.