Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 DECEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk (PSC 113.01) ressorteren.
Titre
22 DECEMBRE 2003. - Arrêté royal fixant les délais de préavis pour les entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de l'industrie de la faïence et de la porcelaine, des articles sanitaires et des abrasifs et des poteries céramiques (SCP 113.01).
Informations sur le document
Numac: 2003012804
Datum: 2003-12-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003012804
Date: 2003-12-22
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk ressorteren.
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux employeurs et aux ouvriers des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de l'industrie de la faïence et de la porcelaine, des articles sanitaires et des abrasifs et des poteries céramiques.
Art. 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt, wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, de na te leven opzeggingstermijn vastgesteld op :
  1° vijfendertig dagen indien het werklieden betreft die tussen zes maanden en minder dan vijf jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  2° tweeënveertig dagen indien het werklieden betreft die tussen vijf jaren en minder dan tien jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  3° vierentachtig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien jaren en minder dan vijftien jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  4° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die tussen vijftien jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  5° honderd vierenvijftig dagen indien het werklieden betreft die tussen twintig jaren en minder dan vijfentwintig jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  6° honderd zesennegentig dagen indien het werklieden betreft die vijfentwintig jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld.
Art. 2. Par dérogation aux dispositions de l'article 59, alinéas 2 et 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, lorsque le congé est donné par l'employeur, le délai de préavis à respecter est fixé à :
  1° trente-cinq jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre six mois et moins de cinq ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  2° quarante-deux jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre cinq ans et moins de dix ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  3° quatre-vingt-quatre jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre dix ans et moins de quinze ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  4° cent douze jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre quinze ans et moins de vingt ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  5° cent cinquante-quatre jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre vingt ans et moins de vingt-cinq ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  6° cent nonante-six jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés vingt-cinq ans et plus sans interruption dans une des entreprises du secteur.
Art. 3. In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de na te leven opzeggingstermijn in geval van opzegging met het oog op brugpensioen vastgesteld op :
  1° achtentwintig dagen indien het werklieden betreft die minder dan tien jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  2° zesenvijftig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
  3° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die twintig jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld.
Art. 3. Par dérogation aux dispositions de l'article 59, alinéas 2 et 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, en cas de licenciement en vue de la prépension, le délai de préavis à respecter est fixé à :
  1° vingt-huit jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés moins de dix ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  2° cinquante-six jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés entre dix ans et moins de vingt ans sans interruption dans une des entreprises du secteur;
  3° cent douze jours lorsqu'il s'agit d'ouvriers demeurés vingt ans et plus sans interruption dans une des entreprises du secteur.
Art. 4. De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit besluit blijven al hun gevolgen behouden.
Art. 4. Les préavis notifiés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté continuent à sortir tous leurs effets.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 1 januari 2005.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2005.
Art. 6. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 22 december 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 6. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Emploi,
  F. VANDENBROUCKE