Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 APRIL 2003. - Koninklijk besluit houdende de reorganisatie van de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-06-2003 et tekstbijwerking tot 02-02-2010)
Titre
4 AVRIL 2003. - Arrêté royal portant réorganisation du Conseil de l'égalité des chances entre hommes et femmes (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-06-2003 et mise à jour au 02-02-2010)
Informations sur le document
Numac: 2003012181
Datum: 2003-04-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003012181
Date: 2003-04-04
Moniteur: Voir
Tekst (43)
Texte (43)
HOOFDSTUK 1. - Opdrachten van de Raad.
CHAPITRE 1. - Missions du Conseil.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  - De Raad : de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen.
  - Het Instituut : het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
  - De Minister van de gelijkheid : de Minister belast met het Gelijke-Kansenbeleid.
Article 1er. En vue de l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  - Le Conseil : le Conseil de l'égalité des chances entre hommes et femmes.
  - L'Institut : l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes.
  - Le/la Ministre de l'égalité : Le/la Ministre en charge de la Politique d'égalité des chances.
Art. 2. Bij de Minister van gelijkheid wordt er een Raad opgericht " Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen " genoemd.
Art. 2. Il est créé, auprès du/ de la Ministre de l'Egalité, un Conseil appelé " Conseil de l'égalité des chances entre hommes et femmes ".
Art. 3. § 1. De Raad heeft als opdracht om advies uit te brengen over alle materies die een invloed kunnen hebben op de gelijkheid van vrouwen en mannen.
  § 2. Zijn opdracht bestaat eveneens uit het opstellen van verslagen voor de Nationale Arbeidsraad, indien deze daarom vraagt.
  § 3. De Raad is belast met het jaarlijks indienen van een advies over het beleid van gelijke kansen van vrouwen en mannen dat door de federale regering gevoerd wordt. Voor het opmaken van dit advies houdt hij onder meer rekening met het jaarverslag van het Instituut.
  § 4. Met zijn adviezen wil de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen doeltreffend bijdragen tot het wegwerken van elke rechtstreekse en onrechtstreekse discriminatie ten aanzien van mannen en vrouwen en tot de realisatie van de feitelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Art. 3. § 1er. Le Conseil a pour mission d'émettre des avis sur toutes les matières qui peuvent avoir une incidence sur l'égalité des femmes et des hommes.
  § 2. Sa mission consiste également à rédiger des rapports pour le Conseil national du Travail, si celui-ci le demande.
  § 3. Le Conseil est chargé de rendre annuellement un avis sur la politique d'égalité des femmes et des hommes menée par le gouvernement fédéral. Pour la rédaction de cet avis, il prend notamment en compte le rapport annuel de l'Institut.
  § 4. Par ses avis, le Conseil de l'égalité des chances entre hommes et femmes vise à contribuer efficacement à l'élimination de toute discrimination directe ou indirecte vis-à-vis des hommes et des femmes et à la réalisation de l'égalité effective entre hommes et femmes.
Art. 4. § 1. De Raad verstrekt adviezen op eigen initiatief of op verzoek van het Instituut, van de Minister van gelijkheid, van elke andere Minister van de federale regering of van een federaal parlementslid.
  § 2. Wanneer een Minister van de federale regering advies aan de Raad vraagt, verschaft deze dat advies binnen de twee maanden. Middels gemotiveerde aanvraag kan de Minister van Gelijkheid deze termijn inkorten tot een maand. In buitengewone gevallen kan de Minister van Gelijkheid aan het Bureau vragen om een dringend advies te verschaffen.
Art. 4. § 1er. Les avis du Conseil sont donnés soit d'initiative, soit à la demande de l'Institut, du/de la Ministre de l'Egalité, de tout autre Ministre du gouvernement fédéral ou d'un/une parlementaire fédéral.
  § 2. Lorsqu'un/une Ministre du gouvernement fédéral sollicite l'avis du Conseil, celui-ci remet son avis dans les deux mois. Le Ministre de l'Egalité peut, sur demande motivée, réduire ce délai d'un mois. Dans des cas exceptionnels, le Ministre de l'égalité peut demander au Bureau de rendre un avis urgent.
Art. 5. De Raad kan de uitgebrachte adviezen en verslagen verspreiden en openbaar maken, welke ook de bestemmelingen ervan zijn.
Art. 5. Le Conseil peut diffuser et rendre publics tous les avis et rapports qu'il rend quels que soient ces destinataires.
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de Raad.
CHAPITRE 2. - Composition du Conseil.
Art. 6. De Raad is samengesteld uit 48 effectieve leden en 48 plaatsvervangende leden.
Art. 6. Le Conseil est composé de 48 membres effectifs et de 48 membres suppléants.
Art. 7. Onder haar leden is de Raad samengesteld uit 16 effectieve leden en 16 plaatsvervangende leden die de werkgevers en de werknemers vertegenwoordigen, waaronder :
  a) vijf effectieve leden en vijf plaatsvervangende leden aangewezen onder de kandidaturen die door de representatieve werknemersorganisaties in dubbeltal worden voorgedragen;
  b) vijf effectieve leden en vijf plaatsvervangende leden aangewezen onder de kandidaturen die door de representatieve werkgeversorganisaties in dubbeltal worden voorgedragen;
  c) drie effectieve leden en drie plaatsvervangende leden die respectievelijk aangewezen worden onder de kandidaturen in dubbeltal voorgedragen door de Minister die Ambtenarenzaken onder zijn bevoegdheid heeft, door de Minister van Werkgelegenheid en Arbeid en door de Minister van Gelijkheid;
  d) drie effectieve leden en drie plaatsvervangende leden aangewezen onder de kandidaturen die door de als representatief erkende vakbonden in het kader van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, in dubbeltal worden voorgedragen.
Art. 7. Parmi ses membres, le Conseil comprend 16 membres effectifs et 16 membres suppléants représentant les employeurs et les travailleurs dont :
  a) cinq membres effectifs et cinq membres suppléants désignés parmi les candidatures présentées sur des listes doubles par les organisations représentatives des travailleurs;
  b) cinq membres effectifs et cinq membres suppléants désignés parmi les candidatures présentées sur des listes doubles par les organisations représentatives des employeurs;
  c) trois membres effectifs et trois membres suppléants respectivement désignés parmi les candidatures présentées sur des listes doubles par le Ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions, par le/la Ministre de l'Emploi et du Travail et par le/la Ministre de l'Egalité;
  d) trois membres effectifs et trois membres suppléants désignés parmi les candidatures présentées sur des listes doubles par les syndicats qui sont reconnus comme représentatifs dans le cadre de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
Art. 8. De 32 andere effectieve leden en de 32 andere plaatsvervangende leden van de Raad worden gekozen om hun deskundigheid, hun ervaring en hun kennis inzake gelijkheid van vrouwen en mannen. Deze leden die zullen aangewezen worden, worden in dubbeltal als volgt voorgedragen :
  a) vijftien effectieve leden en vijftien plaatsvervangende leden voorgedragen door de vrouwenorganisaties die het geheel van de problemen met betrekking tot het gelijke-kansenbeleid van vrouwen en mannen behandelen;
  b) vijf effectieve leden en vijf plaatsvervangende leden voorgedragen door de adviesorganen bevoegd inzake cultuur- en jeugdbeleid;
  c) twee effectieve leden en twee plaatsvervangende leden voorgedragen door de gezinsorganisaties;
  d) tien effectieve leden en tien plaatsvervangende leden waarvan vijf voorgedragen door de vijf Franstalige politieke partijen en vijf door de Nederlandstalige politieke partijen die een georganiseerde vrouwen- of gelijkheidswerking tussen mannen en vrouwen hebben en die, in hun huidige programma, in de geest van de gelijke kansen werken.
Art. 8. Les 32 autres membres effectifs et 32 autres membres suppléants du Conseil sont choisis en raison de leur compétence, de leur expérience et de leur connaissance en matière d'égalité des femmes et des hommes. Ces membres désignés seront présentés sur des listes doubles et comprendront :
  a) quinze membres effectifs et quinze membres suppléants présentés par les organisations de femmes qui traitent tous les problèmes relatifs à la politique d'égalité des femmes et des hommes;
  b) cinq membres effectifs et cinq membres suppléants présentés par les organes consultatifs compétents dans le domaine de la politique culturelle et des jeunes;
  c) deux membres effectifs et deux membres suppléants présentés par les organisations familiales;
  d) dix membres effectifs et dix membres suppléants présentés par cinq partis politiques francophones et cinq partis politiques néerlandophones qui ont une structure " femme " ou " égalité des femmes et des hommes " organisée et qui, dans leur programme actuel, travaillent dans l'esprit d'égalité des chances.
Art. 9. Indien het nodig is om te voorzien in de vervanging van een effectief of van een plaatsvervangend lid van de Raad, zal de Minister van Gelijkheid de bij de vernieuwing betrokken organisatie verzoeken om hem binnen de maand een lijst in dubbeltal van kandidaten te bezorgen.
  De personen die ter vervanging aangewezen worden beëindigen het mandaat van hun voorganger.
Art. 9. Lorsqu'il y a lieu de pourvoir au remplacement d'un membre effectif ou suppléant du Conseil, le/la Ministre de l'Egalité invite l'organisation concernée par le renouvellement à lui adresser, dans le mois, une liste double de candidats.
  Les personnes nommées en remplacement achèvent le mandat de leur prédécesseur.
Art. 10. De Raad wordt voorgezeten door een voorzitter/ster, aangewezen op voordracht van de Minister van Gelijkheid, op basis van zijn/haar ervaring, deskundigheid en morele autoriteit.
Art. 10. Le Conseil est présidé par un/e président/e, désigné/e, sur proposition du/de la Ministre de l'Egalité, en raison de son expérience, de sa compétence et de son autorité morale.
Art. 11. De voorzitter/ster wordt bijgestaan door twee ondervoorzitter/ster/s, van een andere taalrol, gekozen onder de leden van de Raad, op basis van hun ervaring, deskundigheid en morele autoriteit.
Art. 11. Le/la présidence est assisté/e de deux vice-président/e/s, de rôle linguistique différent, choisi/e/s parmi les membres du Conseil, en raison de leur expérience, de leur compétence et de leur autorité morale.
Art. 12. Onverminderd de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, streeft men ernaar om bij de aanwijzing van de leden van de Raad, het taalkundig, ideologisch, filosofisch en sociaal evenwicht tussen de verschillende leden te verzekeren.
Art. 12. Sans préjudice de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis, la désignation des membres du Conseil tend à assurer un équilibre linguistique, idéologique, philosophique et social entre les différents membres.
Art. 13. De mandaten als lid van de Raad zijn onverenigbaar met de mandaten als :
  - Lid met stemrecht van de raad van bestuur van het Instituut;
  - Lid van het federaal Parlement of van een Gemeenschaps- of Gewestraad;
  - Lid van een federale Regering of van een Gewest- of Gemeenschapsregering.
Art. 13. Les mandats de membres du Conseil sont incompatibles avec les mandats de :
  - Membre avec voix délibérative du conseil d'administration de l'Institut;
  - Membre du Parlement fédéral ou d'un Conseil de Communauté ou de Région;
  - Membre d'un Gouvernement fédéral, régional ou communautaire.
HOOFDSTUK 3. - Werking van de Raad.
CHAPITRE 3. - Fonctionnement du Conseil.
Art. 14. De werkzaamheden van de Raad worden geleid door de voorzitter/ster.
  Deze wordt bijgestaan door een Bureau dat, naast de voorzitter/ster en de ondervoorzitter/sters tien leden van de Raad die in zijn midden verkozen worden omvat, vier onder de leden voorgedragen door deze vermeld in artikel 7 en zes onder de leden voorgedragen in artikel 8.
  De samenstelling van het Bureau streeft ernaar om de diverse ideologische, sociale en filosofische strekkingen weer te geven en om het taalkundig evenwicht te respecteren.
  Het Bureau stelt de agenda van de Raad vast, gaat in discussie over de vragen die aan de Raad moeten worden voorgelegd, stelt de onderzoeksprocedures van de adviezen vast en waakt over het uitvoeren van de beslissingen.
  De directie van het Instituut wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de Raad en van zijn Bureau.
  Een ondervoorzitter/ster vervangt de voorzitter/ster als deze afwezig of verhinderd is.
Art. 14. Les travaux du Conseil sont dirigés par le/la président/e.
  Celui-ci/ celle-ci est assisté/e par un Bureau composé, outre la présidence et la vice-présidence, de dix membres du Conseil élus en son sein, quatre parmi les membres proposés par ceux mentionnés dans l'article 7 et six parmi les membres proposés par ceux mentionnés dans l'article 8.
  La composition du Bureau tend à refléter les différentes tendances idéologiques, sociales et philosophiques et à respecter l'équilibre linguistique.
  Le Bureau fixe l'ordre du jour du Conseil, discute des questions à lui soumettre, établit les procédures d'examen des avis et veille à l'exécution des décisions.
  La direction de l'Institut est invitée aux réunions du Conseil et de son Bureau.
  Un/une vice-président/e remplace le/la président/e en cas d'absence ou d'empêchement.
Art. 15. Binnen de Raad kunnen, onder het voorzitterschap van een lid van de Raad, tijdelijke speciale commissies ingesteld worden, waarvan de Raad de opdracht en de samenstelling vaststelt.
Art. 15. Le Conseil peut constituer en son sein, sous la présidence d'un membre du Conseil, des commissions temporaires spécialisées dont il détermine la mission et la composition.
Art. 16. De Raad omvat daarenboven een vaste commissie bestaande uit :
  a) een afdeling voor de algemene vraagstukken van sociale aard die de werkgevers en de werknemers uit de private sector aanbelangen en samengesteld uit de leden vermeld onder artikel 7a en b ;
  b) een afdeling voor de algemene vraagstukken van sociale aard die de overheid en de werknemers tewerkgesteld in de overheidssector aanbelangen en samengesteld uit de leden vermeld onder artikel 7c en d.
Art. 16. Le Conseil comprend en outre une commission permanente se composant :
  a) d'une section traitant les problèmes généraux d'ordre social intéressant les employeurs et les travailleurs du secteur privé et composé des membres mentionnés à l'article 7a et b ;
  b) d'une section traitant les problèmes généraux d'ordre social intéressant le Gouvernement et les travailleurs occupés dans le secteur public et composée des membres mentionnés à l'article 7c et d.
Art. 17. In het kader van zijn opdrachten kan de Raad alle nodige inlichtingen inwinnen, een beroep doen op deskundigen die niet tot de leden ervan behoren en overgaan tot het raadplegen van de diverse groepen die betrokken zijn bij de behandelde problematiek.
Art. 17. Dans le cadre de ses missions, le Conseil peut rassembler toutes les informations nécessaires, se faire assister par des experts non membres et procéder à des consultations des différents groupes concernés par les problématiques qu'il traite.
Art. 18. § 1. De effectieve leden en de plaatsvervangende leden die ter vervanging zetelen hebben stemrecht.
  § 2. Om geldig te stemmen moeten er in de Raad ten minste de helft van de effectieve of plaatsvervangende leden vermeld in artikel 7 en de helft van de effectieve of plaatsvervangende leden vermeld in artikel 8 aanwezig zijn.
  Wanneer dit aanwezigheidquorum niet wordt bereikt, wordt de Raad binnen de maand opnieuw bijeengeroepen met dezelfde agenda en beraadslaagt hij dan geldig, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  § 3. De beslissingen van de Raad worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Wanneer de algemene vraagstukken van artikel 16 worden bedoeld, maken de beslissingen uitdrukkelijk melding van het standpunt van de leden vermeld in artikel 7.
  § 4. Het resultaat van de stemming wordt bij het advies gevoegd en de mening van de minderheid wordt samen met het advies van de meerderheid meegedeeld.
Art. 18. § 1er. Les membres effectifs et les membres suppléants appelés à siéger en remplacement ont voix délibérative.
  § 2. Le Conseil ne délibère valablement que si au moins la moitié des membres effectifs ou suppléants visés à l'article 7 et la moitié des membres effectifs ou suppléants visés à l'article 8 sont présents.
  Si le quorum de présence n'est pas atteint, le Conseil est convoqué à nouveau dans le mois avec le même ordre du jour et délibère valablement quel que soit le nombre de membres présents.
  § 3. Les décisions du Conseil sont adoptées à la majorité absolue des voix exprimées. Lorsqu'il s'agit de problèmes généraux visés à l'article 16, les décisions font expressément mention du point de vue des membres visés à l'article 7.
  § 4. Le résultat du scrutin est joint à l'avis et les opinions minoritaires sont communiquées avec l'avis majoritaire.
Art. 19. De Raad neemt de gehele adviesbevoegdheid over van de Commissie Vrouwenarbeid, zoals die haar door wetten en besluiten was toegekend.
  In dat geval worden de adviezen voorbereid en uitgebracht door de vaste commissie, ingesteld door artikel 16.
  De adviezen van de vaste commissie kunnen in de plenaire zitting van de Raad enkel nog worden aangevuld en dit mits akkoord van de leden van de vaste commissie.
Art. 19. Le Conseil assume toute la compétence consultative attribuée à la Commission du Travail des Femmes, par les lois et arrêtés.
  Dans ce cas, les avis seront préparés et émis par la Commission permanente, visée à l'article 16.
  Le Conseil en assemblée plénière ne peut que compléter les avis de la commission permanente et seulement avec l'accord des membres de celle-ci.
Art. 20. De voorzitter/ster, de ondervoorzitter/ster en de leden van de Raad worden door Ons benoemd. Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar.
Art. 20. Le/la présidente, le/la vice-président/e et les membres du Conseil sont nommés par Nous. Ils sont nommés pour une période de quatre ans.
Art. 21. Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door de personeelsleden van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen die daartoe aangewezen worden.
  Het is belast met de voorbereiding van de werkzaamheden van de Raad en met de uitvoering van zijn beslissingen.
Art. 21. Le secrétariat du Conseil est assuré par des membres du personnel de l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes désignés à cet effet.
  Il est chargé de la préparation des travaux du Conseil et de l'exécution de ses décisions.
Art. 22. De Raad heeft zijn administratieve zetel in het Instituut. Dit voorziet de nodige infrastructuur voor de vergaderingen van de Raad.
Art. 22. Le Conseil a sa résidence administrative à l'Institut. Celui-ci offre l'infrastructure nécessaire aux réunions du Conseil.
Art. 23. Voor het uitvoeren van haar opdrachten beschikt de Raad over een budget dat jaarlijks vastgelegd wordt door het Instituut en dat afgenomen wordt van de dotatie van het Instituut.
Art. 23. Le Conseil dispose, en vue de l'exécution de ses missions, d'un budget fixé annuellement par l'Institut et prélevé sur la dotation de l'Institut.
Art. 24. Een forfaitaire vergoeding kan toegekend worden aan de leden van het Bureau. Het bedrag en de nadere regels voor het toekennen van deze vergoeding worden door Ons vastgelegd.
Art. 24. Une indemnité forfaitaire peut être octroyée aux membres du Bureau. Le montant et les modalités d'octroi de cette indemnité sont déterminés par Nous.
Art. 25. Indien de voorzitter/ster, de ondervoorzitter/sters en de leden van de Raad en van de commissies vergaderingen bijwonen die buiten hun standplaats wordt gehouden, hebben zij recht op de terugbetaling van hun reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de bepalingen van respectievelijk het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten en het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries.
  Wanneer de in het vorig lid bedoelde personen niet tot een ministerieel kabinet of een overheidsdienst behoren, worden zij voor de toepassing van het vorig lid gelijkgesteld met ambtenaren waarvan de graad tot rang 13 behoort.
Art. 25. Si le(la) président(e), les vice-président(e)s et les membres du Conseil et des commissions assistent à une réunion tenue en dehors du lieu de leur résidence, ils ont droit au remboursement de leurs frais de parcours et de séjour conformément aux dispositions respectivement de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères.
  Lorsque les personnes visées à l'alinéa précédent ne font pas partie d'un cabinet ministériel ou qu'ils n'appartiennent pas à un service public, ils sont assimilés pour l'application de l'alinéa précédent aux fonctionnaires dont le grade appartient au rang 13.
Art. 26. De Raad stelt haar reglement van inwendige orde op binnen de drie maanden na zijn installatie of zijn vernieuwing indien dat nodig is en stuurt het door naar het Instituut en naar de Minister van Gelijkheid.
Art. 26. Le Conseil établit son règlement d'ordre intérieur dans les trois mois qui suit son installation ou son renouvellement s'il y a lieu et le transmet à l'Institut et au/à la Ministre de l'Egalité.
HOOFDSTUK 4. [1 - Commissie voor de bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in adviesorganen.]1
CHAPITRE 4. [1 - Commission pour la promotion de la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes consultatifs]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art.26/1. [1 De Commissie bedoeld in artikel 1bis van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid wordt opgericht binnen de Raad.
   De werkingsmodaliteiten van de Commissie worden vastgelegd in dit besluit.]1

  
Art.26/1. [1 La Commission visée à l'article 1erbis de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis est instituée au sein du Conseil.
   Les modalités de fonctionnement de la Commission sont fixées par le présent arrêté.]1

  
Afdeling 2. [1 - Samenstelling]1
Section 2. [1 - Composition]1
Art.26/2. [1 De Commissie bestaat uit de volgende leden :
   a) Een lid benoemd onder de leden bedoeld in artikel 7, a) ;
   b) Een lid benoemd onder de leden bedoeld in artikel 7, b) ;
   c) Een lid benoemd onder de leden bedoeld in artikel 7, c) ;
   d) Een lid benoemd onder de leden bedoeld in artikel 7, d) ;
   e) Twee leden benoemd onder de leden bedoeld in artikel 8, a) ;
   f) Twee leden die de minister vertegenwoordigen en door hem worden benoemd.
   Voor elk effectief lid is een plaatsvervangend lid voorzien.
   De evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen en de taalpariteit binnen de Commissie worden gewaarborgd door de Raad, bij de voordracht van de leden, en de minister, bij de benoeming.]1

  
Art.26/2.[1 La Commission est composée des membres suivants :
   a) Un membre désigné parmi les membres visés à l'article 7, a) ;
   b) Un membre désigné parmi les membres visés à l'article 7, b) ;
   c) Un membre désigné parmi les membres visés à l'article 7, c) ;
   d) Un membre désigné parmi les membres visés à l'article 7, d) ;
   e) Deux membres désignés parmi les membres visés à l'article 8, a) ;
   f) Deux membres représentant le (la) ministre et désignés par lui (elle).
   Pour chaque membre effectif, il est prévu un suppléant.
   Le Conseil, dans sa proposition, et le (la) Ministre, dans sa désignation, assurent la présence équilibrée d'hommes et de femmes et la parité linguistique au sein de la Commission.]1

  
Afdeling 3. [1 - Benoemingsprocedure]1
Section 3. [1 - Procédure de désignation]1
Art.26/3. [1 De effectieve en plaatsvervangende leden van de Commissie worden benoemd door de minister voor de duur van vier jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
   De leden bedoeld in artikel 26/2, a) tot e), worden benoemd door de minister op voordracht van de Raad.
   De voorzit(s)ter en zijn/haar vervang(st)er worden benoemd door de Minister op voorstel van de Raad onder de effectieve leden bedoeld in punten b) tot e) van artikel 26/1.
   Na verloop van de periode van vier jaar, blijven de leden van de Commissie in functie tot voorzien wordt in hun vervanging of in de vernieuwing van hun mandaat.
   De leden worden uit hun mandaat in de Commissie ontheven wanneer zij de hoedanigheid waarin zij benoemd werden verliezen.]1

  
Art.26/3. [1 Les membres effectifs et suppléants de la Commission sont désignés par le (la) Ministre pour une durée de quatre ans. Le mandat est renouvelable.
   Les membres visés à l'article 26/2, a) à e), sont désignés par le (la) Ministre sur la proposition du Conseil.
   Le (la) président(e) effectif(ve) et son (sa) suppléant(e) sont désigné(e)s par le (la) Ministre sur la proposition du Conseil parmi les membres visés aux points b) à e) de l'article 26/1.
   Après l'expiration de la période de quatre ans, les membres de la Commission restent en fonction jusqu'à ce qu'il soit pourvu à leur remplacement ou au renouvellement de leur mandat.
   Les membres sont déchargés de leur mandat au sein de la Commission lorsqu'ils perdent la qualité en laquelle ils ont été désignés.]1

  
Afdeling 4. [1 - Werking]1
Section 4. [1 - Fonctionnement]1
Art.26/4. [1 § 1. De Commissie houdt ten minste twee vergaderingen per jaar, op bijeenroeping door de voorzitter.
   De Commissie beraadt rechtsgeldig indien ten minste vier effectieve of plaatsvervangende leden, waaronder de voorzitter aanwezig zijn.
   Alle leden die aan de vergaderingen deelnemen zijn stemgerechtigd.
   De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de stemmen uitgebracht door de leden.
   In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.]1

  
Art.26/4. [1 § 1er. La Commission tient au moins deux réunions par an, sur convocation du (de la) président(e).
   La Commission délibère valablement si au moins quatre membres effectifs ou suppléants, dont le (la) président(e) sont présents.
   Tous les membres assistent aux réunions avec voix délibérative.
   Les décisions sont prises à la majorité des voix émises par les membres.
   En cas de parité, la voix du (de la) président(e) est prépondérante.]1

  
HOOFDSTUK 5. [1 - Slotbepalingen]1
CHAPITRE 5. [1 - Dispositions finales]1
Art. 27. Het koninklijk besluit van 15 februari 1993, houdende oprichting van een Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen wordt opgeheven.
Art. 27. L'arrêté royal du 15 février 1993 portant création du Conseil de l'égalité des chances entre hommes et femmes est abrogé.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 29. De huidige Raad, opgericht krachtens het koninklijk besluit van 15 februari 1993, blijft zijn opdrachten uitvoeren volgens de bepalingen die van toepassing zijn voor de inwerkingtreding van dit besluit, tot wanneer de leden van de nieuwe Raad aangewezen zijn.
Art. 29. Le Conseil institué par l'arrêté royal du 15 février 1993 continue à exercer ses missions selon les dispositions applicables avant l'entrée en vigueur du présent arrêté jusqu'à la nomination des membres du nouveau Conseil.
Art. 30. Onze Minister van Werkgelegenheid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 4 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid, belast met het Gelijke-Kansenbeleid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 30. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail, chargée de la Politique d'égalité des chances entre hommes et femmes, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 4 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi, chargée de la Politique d'égalité des chances,
  Mme L. ONKELINX.