Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 FEBRUARI 2003. - Wet houdende maatregelen ter versterking van de preventie inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Titre
25 FEVRIER 2003. - Loi portant des mesures pour renforcer la prévention en matière de bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail.
Informations sur le document
Numac: 2003012102
Datum: 2003-02-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003012102
Date: 2003-02-25
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK I. - De bescherming van de uitzendkrachten.
CHAPITRE I. - La protection des intérimaires.
Art. 2. Hoofdstuk IV van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, waarvan de huidige artikelen 9, 10, 11 en 12 " Afdeling 1 - Werkzaamheden van ondernemingen van buitenaf ", zullen vormen, wordt aangevuld met een afdeling 2, luidend als volgt :
  " Afdeling 2. - Werkzaamheden van de uitzendkrachten bij gebruikers.
  Art. 12bis . De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de gebruiker en het uitzendbureau zoals bedoeld in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
  Art. 12ter. Elke gebruiker van uitzendkrachten is ertoe gehouden de diensten te weigeren van het uitzendbureau waarvan hij kan weten dat het zijn verplichtingen opgelegd door deze wet en door de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en hun respectievelijke uitvoeringsbesluiten ten aanzien van zijn uitzendkrachten niet naleeft.
  De bepaling, als bedoeld in het eerste lid, doet geen afbreuk aan de verplichtingen die de gebruiker heeft ten aanzien van de uitzendkrachten krachtens deze wet en de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en hun uitvoeringsbesluiten.
  Art. 12quater. Elk uitzendbureau is ertoe gehouden te weigeren zijn uitzendkrachten ter beschikking te stellen van de gebruiker van wie hij kan weten dat deze zijn verplichtingen opgelegd door deze wet en door de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en hun uitvoeringsbesluiten, ten aanzien van zijn uitzendkrachten niet naleeft.
  De bepaling, als bedoeld in het eerste lid, doet geen afbreuk aan de verplichtingen die het uitzendbureau heeft ten aanzien van de uitzendkrachten krachtens deze wet en de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en hun uitvoeringsbesluiten. "
Art. 2. Au chapitre IV de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs, lors de l'exécution de leur travail, dont les articles 9, 10, 11 et 12 actuels formeront la " Section 1re - Travaux d'entreprises extérieures ", il est ajouté une section 2, rédigée comme suit :
  " Section 2 - Travaux des intérimaires chez des utilisateurs.
  Art. 12bis. Les dispositions de cette section s'appliquent à l'utilisateur et à l'entreprise de travail intérimaire tels que visés dans la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
  Art. 12ter. Tout utilisateur d'intérimaires est tenu de refuser les services de l'entreprise de travail intérimaire dont il peut savoir qu'elle ne respecte pas à l'égard de ses intérimaires, les obligations qui lui sont imposées par la présente loi et par la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs et par leurs arrêtés d'exécution respectifs.
  La disposition, visée à l'alinéa 1er, ne porte pas préjudice aux obligations de l'utilisateur vis-à-vis des travailleurs intérimaires en vertu de la présente loi et de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs et de leurs arrêtés d'exécution.
  Art. 12quater. Toute entreprise de travail intérimaire est tenue de refuser de mettre ses intérimaires à la disposition de l'utilisateur dont elle peut savoir qu'il ne respecte pas à l'égard de ses travailleurs intérimaires, les obligations qui lui sont imposées par la présente loi et par la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs et par leurs arrêtés d'exécution.
  La disposition, visée à l'alinéa 1er, ne porte pas préjudice aux obligations de l'entreprise de travail intérimaire vis-à-vis des travailleurs intérimaires en vertu de la présente loi et de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs et de leurs arrêtés d'exécution. "
Art. 3. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De bepalingen van hoofdstuk IV, Afdeling 1, zijn niet van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen als bedoeld in hoofdstuk V. "
Art. 3. L'article 13 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Les dispositions du chapitre IV, Section 1re ne sont pas applicables aux chantiers temporaires ou mobiles visés au chapitre V. "
Art. 4. Artikel 85 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  ", alsook de gebruiker, zijn lasthebbers of aangestelden, die de bepalingen van artikel 12ter hebben overtreden en het uitzendbureau, zijn lasthebbers of aangestelden die de bepalingen van artikel 12quater hebben overtreden. "
Art. 4. L'article 85 de la même loi est complété comme suit :
  ", ainsi que l'utilisateur, ses mandataires ou préposés qui ont commis une infraction aux dispositions de l'article 12ter et l'entreprise de travail intérimaire, ses mandataires ou préposés qui ont commis une infraction aux dispositions de l'article 12quater . "
HOOFDSTUK II. - Het voorkomen van de herhaling van ernstige arbeidsongevallen.
CHAPITRE II. - La prévention de la répétition des accidents du travail graves.
Art. 5. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk XIbis ingevoegd, luidend als volgt :
  " HOOFDSTUK XIbis . - Maatregelen om de herhaling van ernstige ongevallen te voorkomen.
  Afdeling 1. - Definitie.
  Art. 94bis. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° ernstig arbeidsongeval : een arbeidsongeval dat wegens zijn ernst moet aangegeven worden door de werkgever bij de in artikel 80 bedoelde toezichthoudende ambtenaren die de arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de criteria waaraan het arbeidsongeval moet voldoen om als ernstig arbeidsongeval beschouwd te worden;
  2° deskundige : een deskundige inzake het onderzoek van ernstige arbeidsongevallen die is opgenomen in een lijst samengesteld door de administratie waarvan de als in artikel 80 bedoelde toezichthoudende ambtenaren die de arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben, deel uitmaken.
  Afdeling 2. - Aanstelling van de deskundige.
  Art. 94ter. Onverminderd de bepalingen van artikel 80, stellen de in vorig artikel bedoelde ambtenaren, nadat de werkgever hen van een ernstig arbeidsongeval op de hoogte heeft gebracht, een deskundige aan.
  Deze ambtenaren kunnen evenwel van deze aanstelling afzien op basis van een omstandig verslag dat de werkgever hun heeft medegedeeld binnen de acht dagen volgend op het ongeval.
  Afdeling 3. - De deskundige.
  Art. 94quater. De deskundige heeft de volgende opdrachten :
  1° de oorzaken en de omstandigheden van het ernstig arbeidsongeval te onderzoeken en de gepaste aanbevelingen te formuleren om de herhaling van het ongeval te voorkomen;
  2° de elementen van het onderzoek, de vastgestelde oorzaken en de geformuleerde aanbevelingen op te nemen in een schriftelijke verslag;
  3° het in 2° bedoelde verslag mee te delen aan elk van de volgende personen :
  a) aan de ambtenaren bedoeld in artikel 94bis ;
  b) de werkgever van het slachtoffer;
  c) al naargelang het geval, aan de verzekeringsonderneming of de instelling, bedoeld in artikel 94quinquies, § 2.
  Afdeling 4. - Honorarium van de deskundige.
  Art. 94quinquies. § 1. De deskundige ontvangt voor de prestaties geleverd in uitoefening van zijn opdrachten een honorarium.
  § 2. Het in § 1 bedoelde honorarium is verschuldigd door de verzekeringsonderneming bij wie de werkgever bedoeld in artikel 94quater, 3°, b, een ongevallenverzekering heeft aangegaan.
  Bij ontstentenis van de in het eerste lid bedoelde verzekeringsonderneming, is het honorarium verschuldigd door de instelling die, in geval van arbeidsongeval, instaat voor de vergoeding van de werknemers van de werkgever bedoeld in artikel 94quater, 3°, b.
  Het honorarium is aan de deskundige of aan zijn werkgever verschuldigd op voorlegging van een schuldvordering die de prestaties van de deskundige gedetailleerd weergeeft.
  Afdeling 5. - Terugvordering van het bedrag van het honorarium van de deskundige.
  Art. 94sexies. De verzekeringsonderneming of de instelling die het honorarium voor de prestaties van de deskundige heeft betaald, kan het bedrag van dit honorarium van de werkgever als bedoeld in artikel 94quater, 3°, b, terugvorderen, zonder dat het teruggevorderde bedrag 300 euro, per gebeurtenis waarbij één of meer werknemers het slachtoffer van een ernstig arbeidsongeval geworden zijn, mag overschrijden.
  Het bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, als bedoeld in de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld; daartoe worden de bedragen gekoppeld aan de spilindex die geldt op de datum van inwerkingtreding van de wet van 25 februari 2003 houdende maatregelen ter versterking van de preventie inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
  Art. 94septies. Teneinde de deskundige toe te laten zijn opdrachten bedoeld in artikel 94quater te vervullen, zijn personen die bij een ernstig arbeidsongeval betrokken zijn geweest, ertoe gehouden hem hun medewerking te verlenen.
  Art. 94octies. De Koning bepaalt :
  1° de voorwaarden waaraan de deskundigen moeten voldoen om hun functie te kunnen uitoefenen en opgenomen te worden in de lijst als bedoeld in artikel 94bis, 2°;
  2° de nadere regelen voor de aanstelling van de deskundigen, bedoeld in artikel 94ter ;
  3° de nadere regelen in verband met de opdrachten van de deskundigen, bedoeld in artikel 94quater ;
  4° het bedrag van het honorarium als bedoeld in artikel 94quinquies, § 1;
  5° de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit hoofdstuk. "
  (NOTA : Inwerkingtreding van art. 5 vastgesteld op 01-07-2003 - voor zover het het Hoofdstuk XIbis bevattende de art. 94bis, 94quater tot 94octies invoegt - door KB 2003-05-28/33, art. 7)
  (NOTA : Inwerkingtreding van art. 5 vastgesteld op 01-01-2005 - voor zover het het Hoofdstuk XIbis bevattende de art. 94ter invoegt - door KB 2003-05-28/33, art. 7)
Art. 5. Dans la même loi est inséré un chapitre XIbis, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE XIbis. - Mesures pour prévenir la répétition d'accidents du travail graves.
  Section 1re. - Définition.
  Art. 94bis. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° accident du travail grave : un accident du travail qui doit, en raison de sa gravité, être déclaré par l'employeur aux fonctionnaires chargés de la surveillance, visés à l'article 80, ayant la sécurité du travail dans leurs compétences.
  Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les critères auxquels l'accident du travail doit répondre pour être considéré comme accident du travail grave;
  2° expert : un expert en matière d'examen d'accidents du travail graves, qui est repris sur une liste établie par l'administration dont dépendent les fonctionnaires chargés de la surveillance, visés à l'article 80, ayant la sécurité du travail dans leurs compétences.
  Section 2. - Désignation de l'expert.
  Art. 94ter. Sans préjudice des dispositions de l'article 80 et après que l'employeur leur a notifié un accident du travail grave, les fonctionnaires visés à l'article précédent désignent un expert.
  Ces fonctionnaires peuvent toutefois renoncer à cette désignation sur la base d'un rapport circonstancié que l'employeur leur a communiqué dans les huit jours suivant l'accident.
  Section 3. - L'expert.
  Art. 94quater. L'expert a les missions suivantes :
  1° examiner les causes et les circonstances de l'accident du travail grave et formuler les recommandations appropriées pour prévenir la répétition de l'accident;
  2° reprendre les éléments de l'enquête, les causes constatées et les recommandations formulées dans un rapport écrit;
  3° communiquer le rapport visé au point 2° à chacune des personnes suivantes :
  a) aux fonctionnaires visés à l'article 94bis;
  b) à l'employeur de la victime;
  c) suivant le cas, à la société d'assurances ou à l'établissement, visés à l'article 94quinquies, § 2.
  Section 4. - L'honoraire de l'expert.
  Art. 94quinquies. § 1er. L'expert perçoit des honoraires pour les prestations fournies en exécution de ses missions.
  § 2. Les honoraires visés au § 1er sont dus par la société d'assurances chez qui l'employeur, visé à l'article 94quater, 3°, b, a contracté une assurance contre les accidents du travail.
  A défaut de la société d'assurances visée à l'alinéa 1er, l'honoraire est dû par l'établissement qui, en cas d'accident du travail, assure l'indemnisation des travailleurs de l'employeur visé à l'article 94quater, 3°, b.
  L'honoraire est dû à l'expert ou à son employeur sur production d'une créance détaillant les prestations de l'expert.
  Section 5. - Réclamation du montant de l'honoraire de l'expert
  Art. 94sexies. La société d'assurance ou l'établissement, qui ont payé les honoraires pour les prestations de l'expert, peuvent en réclamer le montant à l'employeur visé à l'article 94quater, 3°, b, sans que le montant réclamé ne puisse dépasser 300 euros par événement à l'occasion duquel un ou plusieurs travailleurs sont devenus victimes d'un accident du travail grave.
  Ce montant est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation, conformément à la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants; à cette fin, les montants sont liés à l'indice-pivot d'application à la date de l'entrée en vigueur de la loi du 25 février 2003 portant des mesures pour renforcer la prévention en matière de bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail.
  Art. 94septies. Afin de permettre à l'expert d'accomplir ses missions visées à l'article 94quater, les personnes ayant été impliquées dans l'accident du travail grave, sont tenues de collaborer avec lui.
  Art. 94octies. Le Roi détermine :
  1° les conditions auxquelles les experts doivent répondre pour pouvoir exercer leur fonction et être repris sur la liste visée à l'article 94bis, 2°;
  2° les modalités pour la désignation des experts, visés à l'article 94ter;
  3° les modalités relatives aux missions des experts, visées à l'article 94quater;
  4° le montant de l'honoraire, visé à l'article 94quinquies, § 1er;
  5° la date d'entrée en vigueur des dispositions du présent chapitre. "
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 5 fixée le 01-07-2003 - en tant qu'il insère le Chapitre XIbis comprenant les art. 94bis, 94quater à 94octies - par AR 2003-05-28/33, art. 7)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 5 fixée le 01-01-2005 - en tant qu'il insère le Chapitre XIbis comprenant l'art. 94ter - par AR 2003-05-28/33, art. 7)
HOOFDSTUK III. - Maatregelen betreffende de Arbeidsinspectie.
CHAPITRE III. - Mesures relatives à l'Inspection du travail.
Art. 6. Artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie wordt aangevuld als volgt :
  " 6° de acties opgesomd onder 1° tot 5° ondernemen ten aanzien van de zelfstandigen die op een zelfde arbeidsplaats met werknemers bedrijvig zijn en die daardoor verplichtingen hebben met toepassing van de reglementering inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  7° de stopzetting bevelen van iedere arbeid waarvoor ingevolge de onder hun toezicht vigerende wetgeving organisatorische maatregelen moeten genomen worden, wanneer deze maatregelen niet werden genomen en hierdoor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers onmiddellijk of op termijn in gevaar kunnen worden gebracht.
  Deze stopzetting wordt bevolen in afwachting dat de personen, die hiertoe verplicht zijn, de bedoelde maatregelen hebben genomen;
  8° bevelen bijkomende organisatorische maatregelen te treffen inzake de interne diensten voor preventie en bescherming op het werk, die verplicht op te richten zijn met toepassing van de reglementering inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wanneer zij vaststellen dat de organisatorische maatregelen die moeten getroffen worden in het kader van deze reglementering niet of slechts gedeeltelijk zijn getroffen en hierdoor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers onmiddellijk of op termijn in gevaar kunnen worden gebracht.
  Zij kunnen de termijn bepalen voor het treffen van de bijkomende organisatorische maatregelen;
  9° bevelen maatregelen te treffen, organisatorische maatregelen inbegrepen, die door preventieadviseurs van interne of externe diensten voor preventie en bescherming op het werk aan de werkgevers zijn aanbevolen om de veiligheid of de gezondheid van de werknemers te waarborgen, wanneer zij vaststellen dat deze werkgevers de aanbevolen, maatregelen niet of slechts gedeeltelijk treffen, indien zij, ingevolge deze onthouding, de reglementering inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk overtreden.
  Zij kunnen eveneens bevelen alternatieve maatregelen te treffen die tot een resultaat leiden dat ten minste evenwaardig is wat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers betreft.
  Zij kunnen de termijn bepalen voor het treffen van de bijkomende organisatorische maatregelen. "
Art. 6. L'article 3, § 1er, alinéa 2, de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail est complété comme suit :
  " 6° entreprendre les actions énumérées sous 1° à 5° vis-à-vis des indépendants qui oeuvrent sur un même lieu de travail avec des travailleurs et ont, de ce fait, des obligations en application de la réglementation en matière de bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  7° ordonner la cessation de tout travail pour lequel, conformément à la réglementation applicable sous leur surveillance, des mesures organisationnelles doivent être prises, lorsque ces mesures n'ont pas été prises et que, par conséquent, la sécurité ou la santé des travailleurs peuvent immédiatement ou à terme être mises en danger.
  Cette cessation est ordonnée en attendant que les personnes tenues à ces obligations aient pris ces mesures;
  8° ordonner de prendre des mesures organisationnelles complémentaires concernant les services internes de prévention et de protection au travail, qui doivent être institués en application de la réglementation en matière du bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, lorsqu'ils constatent que les mesures organisationnelles qui doivent être prises dans le cadre de cette réglementation, ne sont pas prises ou ne le sont que partiellement et que, par conséquent, la sécurité ou la santé des travailleurs peuvent immédiatement ou à terme être mises en danger.
  Ils peuvent fixer le délai dans lequel les mesures organisationnelles complémentaires doivent être prises;
  9° ordonner de prendre des mesures, mesures organisationnelles y comprises, qui sont recommandées aux employeurs par des conseillers en prévention de services internes ou externes de prévention et de protection au travail afin de garantir la sécurité et la santé des travailleurs, lorsqu'ils constatent que ces employeurs ne prennent pas ces mesures ou qu'ils ne les prennent que partiellement, lorsqu'en raison de cette abstention, ils contreviennent à la réglementation en matière de bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail.
  Ils peuvent également ordonner de prendre des mesures alternatives, conduisant à un résultat au moins équivalent en ce qui concerne la sécurité et la santé des travailleurs.
  Ils peuvent fixer le délai dans lequel les mesures organisationnelles complémentaires doivent être prises. "
Art. 7. Artikel 3, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. De personen, ten opzichte van wie de in dit artikel bedoelde maatregelen werden voorgeschreven of getroffen, kunnen hiertegen beroep instellen bij de minister onder wie de sociale inspecteur die die maatregelen voorgeschreven heeft, ressorteert. Het beroep heeft geen schorsende werking.
  De Koning bepaalt de nadere regelen voor het instellen van het in het eerste lid bedoelde beroep. "
Art. 7. L'article 3, § 2, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Les personnes, vis-à-vis desquelles les mesures visées dans cet article ont été prescrites ou prises, peuvent exercer un recours contre ces mesures auprès du ministre dont relève l'inspecteur social qui a prescrit ces mesures. Le recours n'est pas suspensif.
  Le Roi fixe les modalités de l'exercice du recours visé à l'alinéa 1er. "
Art. 8. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van de koninklijke besluiten genomen krachtens deze wet.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 25 februari 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  Met 's Lands Zegel :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN.
Art. 8. Notre ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution des arrêtés royaux pris en vertu de la présente loi.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 25 février 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN.