Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 DECEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en van het artikel 29, tweede lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen.
Titre
19 DECEMBRE 2003. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 18 décembre 1986 relatif à la commission pour l'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence et l'article 29, deuxième alinéa, de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres.
Informations sur le document
Numac: 2003009884
Datum: 2003-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003009884
Date: 2003-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions modificatrices.
Artikel 1. In het opschrift van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, worden de woorden " de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden " vervangen door de woorden " de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden ".
In artikel 1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden " vervangen door de woorden " de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden ".
Article 1. Dans le titre de l'arrêté royal du 18 décembre 1986 relatif à la commission pour l'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence les mots " la commission pour l'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence " sont remplacés par les mots " la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence ".
A l'article 1er, 2°, du même arrêté les mots " la commission pour l'aide aux victimes d'actes intentionnels de violence " sont remplacés par les mots " la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen als volgt :
" HOOFDSTUK II. - Maximumbedragen voor bepaalde kosten "
Art. 2. Dans le même arrêté le titre du chapitre II est modifié comme suit :
" CHAPITRE II. - Des montants maximums de certains frais "
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 2. De maximumbedragen als bedoeld in artikel 32, § 4, van de wet worden vastgesteld als volgt :
- 4 000 EUR voor procedurekosten;
- 2 000 EUR voor begrafeniskosten;
- 1 250 EUR voor materiële kosten.
De commissie neemt de kosten vermeld in het eerste lid in aanmerking voor zover zij gestaafd worden door stukken. Een afschrift van de op tegenspraak gewezen rechterlijke beslissing waarin over de verschillende bestanddelen van de schade uitspraak wordt gedaan, kan evenwel volstaan. "
Art. 3. L'article 2 du même arrêté est modifié comme suit :
" Art. 2. Les montants maximums visés à l'article 32, § 4, de la loi sont fixés comme suit :
- 4 000 euros pour les frais de procédure;
- 2 000 euros pour les frais funéraires;
- 1 250 euros pour les frais matériels.
La commission ne prend en considération les frais prévus à l'alinéa 1er que s'ils font l'objet d'une pièce justificative. Une copie de la décision judiciaire prononcée contradictoirement dans laquelle les différents postes du dommage ont fait l'objet d'une décision, peut éventuellement suffire. "
Art. 4. Artikel 2bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 2bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 18 mai 1998, est abrogé.
Art. 5. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, worden de woorden " in het Ministerie van Justitie " vervangen door de woorden " bij de Federale Overheidsdienst Justitie ".
Art. 5. A l'article 3, 2e alinéa, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1998, les mots " au ministère de la justice " sont remplacés par les mots " au Service public fédéral Justice ".
Art. 6. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. In de gevallen bedoeld in artikel 30, § 3, eerste lid, van de wet bestaat een kamer uit drie leden : een magistraat die de kamer voorzit en twee leden die door de voorzitter van de commissie worden aangeduid uit de personen bedoeld in artikel 30, § 2, derde lid, van de wet.
In de gevallen bedoeld in artikel30, § 3, tweede lid, van de wet bestaat een kamer uit één lid : de voorzitter van de commissie of een ondervoorzitter. ";
2° het eerste lid van § 4 wordt vervangen als volgt :
" De kamers die bestaan uit drie leden beslissen bij meerderheid van stemmen. "
Art. 6. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est remplacé comme suit :
" § 1er. Dans les cas prévus à l'article 30, § 3, 1er alinéa, de la loi, une chambre est composée de trois membres : un magistrat qui préside la chambre et deux membres qui sont désignés par le président de la commission parmi les personnes visées à l'article 30, § 2, troisième alinéa, de la loi.
Dans les cas prévus à l'article 30, § 3, 2e alinéa, de la loi, une chambre est composée d'un membre : le président de la commission ou un vice-président. ";
2° le premier alinéa du § 4 est remplacé comme suit :
" Les chambres composées de trois membres décident à la majorité des voix. "
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende :
" Art. 5bis. Naast de advocaten en ambtenaren bedoeld in artikel 30, § 2, derde lid, van de wet, kunnen personen die aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen als commissielid worden aangewezen :
- ten minste vijf jaar nuttige professionele ervaring hebben inzake de beoordeling en begroting van ernstige lichamelijke of psychische schade van slachtoffers van misdrijven in een academische functie, in een medische functie, in een toegelaten verzekeringsonderneming, in een dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie of in een door de bevoegde overheid erkende instelling voor algemeen welzijnswerk of geestelijke gezondheidszorg;
- houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift uitgereikt door een universiteit of een daarmee gelijkgestelde instelling;
- de burgerlijke en politieke rechten genieten.
De functie van commissielid is onverenigbaar met de functie van secretaris of adjunct-secretaris, als bedoeld in artikel 30, § 2, zesde lid, van de wet, met de functie van gemachtigde van een overheidsinstelling of erkende vereniging, als bedoeld in artikel 34ter, tweede lid, van de wet, of met de functie van afgevaardigde van de Minister, als bedoeld in artikel 34ter, derde lid, van de wet.
Personen die voldoen aan de in het eerste lid bepaalde voorwaarden worden voorgedragen door een comité, dat is samengesteld uit de voorzitter en de secretaris van de commissie en een vertegenwoordiger van de Minister.
Personen die voldoen aan de in het eerste lid bepaalde voorwaarden en zich kandidaat wensen te stellen, richten daartoe een aangetekend schrijven aan de voorzitter van de commissie, met toevoeging van een afschrift van het diploma of studiegetuigschrift en van stukken waaruit de vereiste beroepservaring blijkt.
De kandidaten die volgens de stukken als bedoeld in het vierde lid in aanmerking komen, worden door de secretaris van de commissie uitgenodigd voor een gesprek met het comité. Tijdens dit gesprek wordt gepeild naar hun motivatie, hun vertrouwdheid met de problematiek van de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven en hun kennis van de wet als bedoeld in artikel 1, 1°. "
Art. 7. Dans le même arrêté, un article 5bis est inséré, rédigé comme suit :
" Art. 5bis. A côté des avocats et fonctionnaires visés à l'article 30, § 2, 3e alinéa, de la loi, peuvent être désignées en tant que membre de la commission les personnes qui remplissent les conditions suivantes :
- posséder au moins 5 ans d'expérience professionnelle utile en matière d'estimation ou d'évaluation du préjudice physique ou psychique important résultant d'infractions dans une fonction académique, dans une fonction médicale, au sein d'une entreprise d'assurance autorisée, au sein d'un service du Service public fédéral Justice ou dans un service agréé par l'autorité compétente pour l'aide sociale aux justiciables ou pour le secteur de la santé mentale;
- être titulaire d'un diplôme ou certificat d'études délivré par une université ou par un établissement assimilé;
- jouir des droits civils et politiques.
La fonction de membre de la commission est incompatible avec la fonction de secrétaire ou de secrétaire adjoint visée à l'article 30, § 2, 6e alinéa, de la loi, avec la fonction de délégué d'un organisme public ou d'une association agréée visée à l'article 34ter, 2e alinéa, de la loi ou avec la fonction de délégué du Ministre visée à l'article 34ter, troisième alinéa, de la loi.
Les personnes qui remplissent les conditions prévues à l'alinéa premier sont proposées par un comité composé du président et du secrétaire de la commission et d'un représentant du Ministre.
Les personnes qui remplissent les conditions prévues à l'alinéa premier et qui souhaitent solliciter, peuvent adresser une lettre recommandée au président de la commission en joignant une copie du diplôme ou du certificat d'études et les pièces attestant de l'expérience professionnelle exigée.
Les candidats qui selon les pièces visées au quatrième alinéa entrent en ligne de compte sont invités par le secrétaire de la commission à un entretien avec le comité. Lors de l'entretien leur motivation, leur familiarité avec la problématique de l'indemnisation des victimes d'infractions et leur connaissance de la loi visée à l'article 1er, 1°, sont examinées. "
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5ter ingevoegd, luidende :
" Art. 5ter. Het mandaat van een lid van de commissie vervalt van rechtswege indien hij zich niet langer in de wettelijke voorwaarden bevindt om zijn mandaat uit te oefenen, of drie opeenvolgende keren zonder opgave van reden niet ingaat op de vraag van de voorzitter om te zetelen in een kamer. "
Art. 8. Dans le même arrêté, un article 5ter est inséré, rédigé comme suit :
" Art. 5ter. Le mandat d'un membre de la commission se termine de plein droit s'il ne remplit plus les conditions légales pour exercer son mandat ou si sans donner de raison il ne répond pas à trois demandes consécutives du président de siéger dans une chambre. "
Art. 9. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt :
" Zij zijn gerechtigd op een vergoeding voor de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de Federale Overheidsdiensten. Zij worden daarbij gelijkgesteld met ambtenaren van rang 13, met uitzondering van de ambtenaren die in een andere rang zijn ingedeeld. "
Art. 9. A l'article 7 du même arrêté, le 2e alinéa est remplacé comme suit :
" Ils bénéficient des indemnités pour frais de parcours et de séjour conformément aux dispositions applicables au personnel des services publics fédéraux. Ils sont assimilés, à cet égard, à des fonctionnaires de rang 13, à l'exception des fonctionnaires titulaires d'un autre rang. "
Art. 10. In hoofdstuk IV, afdeling I, van hetzelfde besluit, bestaande uit de artikelen 9, 10 en 11, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° artikel 10 wordt vervangen als volgt :
" Art. 10. De voorzitter wijst elke zaak toe aan een kamer. "
2° artikel 11, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, wordt opgeheven.
Art. 10. Au chapitre IV, section I, du même arrêté, contenant les articles 9, 10 et 11, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'article 10 est modifié comme suit :
" Art. 10. Le président attribue chaque affaire à une chambre. "
2° l'article 11, modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1998 est abrogé.
Art. 11. Hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde besluit, bestaande uit artikel 12, artikel 13, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, artikel 14, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 maart 1991, artikel 15 en artikel 16, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 maart 1991, wordt vervangen als volgt :
" Afdeling II. - Onderzoek van de aanvraag.
Art. 11. De voorzitter van de kamer wijst voor elke zaak een verslaggever uit de leden van de kamer aan.
Het verslag als bedoeld in artikel 34bis, laatste lid, van de wet wordt goedgekeurd en medeondertekend door de verslaggever.
Art. 12. Het secretariaat vult het dossier aan en maakt het verslag op, overeenkomstig artikel 34bis, laatste lid, van de wet.
Het secretariaat maakt het dossier, met inbegrip van het verslag, over aan de Minister. De Minister beschikt over een termijn van dertig dagen om een advies in twee exemplaren uit te brengen en het dossier terug over te maken aan het secretariaat.
Het secretariaat maakt het verslag en het eventuele advies van de Minister over aan de verzoeker of zijn advocaat. De verzoeker beschikt over een termijn van dertig dagen om schriftelijk te reageren en in voorkomend geval het dossier aan te vullen.
Een kopie van de eventuele schriftelijke reactie van de verzoeker wordt overgemaakt aan de Minister.
Art. 13. De verslaggever kan bij een met redenen bekleed bevel, op gemotiveerd verzoek van de verzoeker of van de Minister, een verlenging toestaan van de termijnen vermeld in artikel 12, zonder dat zij negentig dagen mogen overschrijden.
Art. 14. De voorzitter van de kamer stelt de datum vast waarop de zaak wordt behandeld op een zitting als bedoeld in afdeling V. Deze datum wordt minstens vijftien dagen op voorhand ter kennis gebracht van de Minister en van de verzoeker en zijn raadsman, indien hij gehoord wenst te worden overeenkomstig artikel 34ter, tweede lid, van de wet. "
Art. 11. La section II du chapitre IV du même arrêté contenant les articles 12, 13 modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1998, 14 modifié par l'arrêté royal du 26 mars 1991, 15 et 16 modifié par l'arrêté royal du 26 mars 1991, est remplacée comme suit :
" Section II. - De l'instruction de la demande.
Art. 11. Le président de la chambre désigne pour chaque affaire un rapporteur parmi les membres de la chambre.
Le rapport visé à l'article 34bis, dernier alinéa, de la loi est approuvé et contresigné par le rapporteur.
Art. 12. Le secrétariat complète le dossier et établit le rapport conformément à l'article 34bis, dernier alinéa, de la loi.
Le secrétariat transmet le dossier, en y joignant le rapport, au Ministre. Le Ministre dispose d'un délai de trente jours pour communiquer un avis en double exemplaire et pour retransmettre le dossier au secrétariat.
Le secrétariat transmet le rapport et l'éventuel avis du Ministre au requérant ou à son avocat. Le requérant dispose d'un délai de trente jours pour répondre par écrit et, le cas échéant, pour compléter le dossier.
La copie de l'éventuelle réponse du requérant est transmise au Ministre.
Art. 13. A la demande motivée du requérant ou du Ministre, le rapporteur peut proroger par ordonnance motivée les délais prévus à l'article 12, sans qu'ils puissent excéder nonante jours.
Art. 14. Le président de la chambre fixe la date à laquelle l'affaire sera traitée en audience telle que visée à la section V. Au moins quinze jours à l'avance, cette date est portée à la connaissance du Ministre et du requérant et de son conseil, s'il souhaite être entendu conformément à l'article 34ter, deuxième alinéa, de la loi. "
Art. 12. De artikelen 15 en 16, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 maart 1991, van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 12. Les articles 15 et 16 modifié par l'arrêté royal du 26 mars 1991 du même arrêté sont abrogés.
Art. 13. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt een afdeling IIbis ingevoegd, luidende :
" Afdeling IIbis. - Bijzondere regels voor verzoeken om noodhulp.
Art. 15. Het verslag wordt opgemaakt binnen de negentig dagen na ontvangst van het verzoekschrift, tenzij essentiële gegevens of stukken ontbreken.
Art. 15bis. Het verzoek wordt afgehandeld overeenkomstig de artikelen 12 en 14, zij het dat de termijnen bepaald in artikel 12, tweede en derde lid, herleid worden tot vijftien dagen en dat de termijn bepaald in artikel 14 herleid wordt tot acht dagen.
Ten laatste acht dagen na de datum als bedoeld in artikel 14 wordt over het verzoek om noodhulp een beslissing gewezen. "
Art. 13. Au chapitre IV du même arrêté, une section IIbis est insérée, rédigée comme suit :
" Section IIbis. - Des règles particulières concernant les demandes d'aide d'urgence.
Art. 15. Le rapport est rédigé dans les nonante jours de la réception de la requête, à moins que des données essentielles ne fassent défaut.
Art. 15bis. La demande d'aide d'urgence est traitée conformément aux articles 12 et 14, à l'exception des délais prévus à l'article 12, deuxième et troisième alinéas, qui sont réduits à quinze jours et du délai prévu à l'article 14 qui est réduit à huit jours.
Au plus tard huit jours après la date visée à l'article 14, une décision est prononcée sur la demande d'aide d'urgence. "
Art. 14. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt een afdeling IIter ingevoegd, luidende :
" Afdeling IIter. - Bijzondere regels voor verzoeken die kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn.
Art. 16. Indien het secretariaat het verzoek kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond acht, maakt het hiervan melding in zijn verslag.
Indien de Minister het verzoek kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond acht, vermeldt hij dit in zijn advies.
Art. 16bis. Indien het secretariaat in zijn verslag of de Minister in zijn advies het verzoek kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond acht, neemt de voorzitter als bedoeld in artikel 5, § 1, tweede lid, kennis van de zaak en bepaalt hij een datum voor behandeling overeenkomstig artikel 14.
De voorzitter doet als enig lid uitspraak over de onontvankelijkheid of de ongegrondheid. Indien hij van oordeel is dat de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ernstig kan betwist worden, wordt de zaak terug overgemaakt aan de kamer aan dewelke ze was toegewezen overeenkomstig artikel 10, om te worden behandeld overeenkomstig de artikelen 12 tot 14. "
Art. 14. Au chapitre IV du même arrêté, une section IIter est insérée, rédigée comme suit :
" Section IIter. - Des règles particulières concernant les demandes manifestement irrecevables ou manifestement non fondées.
Art. 16. Si le secrétariat estime que la demande est manifestement irrecevable ou manifestement non fondée, il en fait mention dans son rapport.
Si le Ministre estime que la demande est manifestement irrecevable ou manifestement non fondée, il en fait mention dans son avis.
Art. 16bis. Lorsque le secrétariat dans son rapport ou le Ministre dans son avis estiment que la demande est manifestement irrecevable ou manifestement non fondée, le président visé à l'article 5, § 1er, deuxième alinéa, se saisit de l'affaire et fixe une date d'audience conformément à l'article 14.
Le président statue seul sur l'irrecevabilité ou le non-fondement. S'il estime que l'irrecevabilité ou le non-fondement peuvent être sérieusement contestés, l'affaire est renvoyée à la chambre dans laquelle elle a été attribuée conformément à l'article 10 pour y être instruite conformément aux articles 12 à 14. "
Art. 15. In artikel 29 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid van § 1 vervangen als volgt :
" Indien de verzoeker of zijn advocaat aanwezig is op de zitting, overloopt de voorzitter van de kamer of de verslaggever de voornaamste elementen van de zaak. "
Art. 15. A l'article 29 du même arrêté, le premier alinéa du § 1er est remplacé comme suit :
" Si le requérant ou son avocat sont présents à l'audience, le président ou le rapporteur présentent les principaux éléments de l'affaire. "
Art. 16. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden het derde en het vierde punt vervangen als volgt :
" 3° in voorkomend geval, de oproeping van de partijen en hun advocaat, hun aanwezigheid op de zitting alsook de eventuele bijstand door een gemachtigde als bedoeld in artikel 34ter, tweede lid, van de wet;
4° de datum van de uitspraak van de beslissing en de naam van het lid of de leden als bedoeld in artikel 5, § 1, die er over beraadslaagd hebben. "
Art. 16. A l'article 32 du même arrêté les troisième et quatrième points sont remplacés comme suit :
" 3° le cas échéant, la convocation des parties et de leur avocat, leur présence à l'audience ainsi que l'éventuelle assistance par le délégué visé à l'article 34ter, deuxième alinéa, de la loi;
4° de la date du prononcé de la décision et du nom du membre ou des membres visés à l'article 5, § 1er, qui en ont délibéré. "
Art. 17. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden opgeheven :
1° § 1;
2° de indeling in paragrafen.
Art. 17. A l'article 35 du même arrêté sont supprimés :
1° le § 1er;
2° la division en paragraphes.
Art. 18. In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " artikel 34, § 1, eerste lid, van de wet " vervangen door de woorden " artikel 34, eerste lid, van de wet ";
2° in het vierde lid worden de woorden " een hulp " vervangen door de woorden " een financiële hulp ".
Art. 18. A l'article 37 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 18 mai 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° au deuxième alinéa, les mots " l'article 34, § 1er, premier alinéa de la loi " sont remplacés par les mots " l'article 34, premier alinéa, de la loi ";
2° au quatrième alinéa, les mots " une aide " sont remplacés par les mots " une aide financière ".
Art. 19. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° afdeling IX, bestaande uit de artikelen 39 en 40, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, en de artikelen 41 en 42, wordt opgeheven;
2° afdeling X, bestaande uit artikel 43, wordt opgeheven;
3° de afdelingen XI en XIbis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, worden de afdelingen IX en X.
Art. 19. Au chapitre IV du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° la section IX contenant les articles 39 et 40, modifiés par l'arrêté royal du 18 mai 1998, et les articles 41 et 42 est abrogée;
2° la section X contenant l'article 43 est abrogée;
3° les sections XI et XIbis introduite par l'arrêté royal du 18 mai 1998 deviennent les sections IX et X.
Art. 20. In artikel 46 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De adviezen of schriftelijke reacties als bedoeld in artikel 12 worden op het secretariaat tegen ontvangstmelding neergelegd of bij ter post aangetekende brief verzonden. "
In het derde lid van hetzelfde artikel, worden de woorden " de conclusies of de stukken " vervangen door de woorden " de adviezen, schriftelijke reacties en stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid ".
Art. 20. A l'article 46 du même arrêté, le premier alinéa est remplacé comme suit :
" Les avis et réponses écrites visés à l'article 12 sont déposés au secrétariat contre accusé de réception ou lui sont envoyés par lettre recommandée à la poste. "
Au troisième alinéa du même article, les mots " des conclusions et des pièces " sont remplacés par les mots " des avis, réponses écrites et pièces prévues au premier et l'alinéa 3 ".
Art. 21. In artikel 53bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 mei 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. Een vereniging kan worden erkend als vereniging als bedoeld in artikel 34ter, tweede lid, van de wet, indien zij aan de volgende voorwaarde voldoet : door de bevoegde gemeenschaps- of gewestelijke overheid erkend en gesubsidieerd zijn voor hulp- en dienstverlening aan slachtoffers van misdrijven.
Het verzoek om erkenning wordt gericht aan de Minister, met toevoeging van stukken waaruit blijkt dat aan de in het eerste lid gestelde voorwaarde is voldaan.
De Minister, of de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie, kan om bijkomende inlichtingen verzoeken, waarop schriftelijk wordt geantwoord.
De erkenning wordt verleend voor een termijn van zes jaar en kan worden hernieuwd. ";
2° § 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. In geval van stopzetting van de activiteiten of van de erkenning en subsidiëring als bedoeld in § 1, eerste lid, is de vereniging er toe gehouden dit binnen de dertig dagen aan de Minister of de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie mee te delen. ";
3° in § 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De erkenning wordt ingetrokken indien aan de voorwaarde bepaald in § 1, eerste lid, niet langer is voldaan. ";
4° in § 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De erkenning wordt geschorst vanaf de kennisgeving voorzien in § 4, eerste lid, indien aan de voorwaarde bepaald in § 1, eerste lid, niet langer is voldaan. ".
Art. 21. A l'article 53bis du même arrêté introduit par l'arrêté royal du 18 mai 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est remplacé comme suit :
" § 1er. Une association peut être agréée comme association prévue à l'article 34ter, 2e alinéa, de la loi, pour autant qu'elle remplisse la condition suivante : être agréée pour l'aide et l'assistance aux victimes d'infractions par l'autorité communautaire ou régionale compétente et recevoir des subsides de celle-ci.
La demande d'agrément est adressée au Ministre accompagnée des pièces établissant que la condition du premier alinéa est remplie.
Le Ministre ou le service compétent du Service public fédéral Justice peuvent demander des informations complémentaires, auxquelles le demandeur doit répondre par écrit.
L'agrément est accordé pour une durée de six ans et peut être renouvelé. ";
2° le § 2 est remplacé comme suit :
" § 2. En cas de cessation des activités ou de retrait de l'agrément et des subsides visés au § 1er, premier alinéa, l'association est tenue dans les trente jours d'en avertir le Ministre ou le service compétent du Service public fédéral Justice. ";
3° au § 3 le premier alinéa est remplacé comme suit :
" L'agrément est retiré lorsque la condition prévue au § 1er, premier alinéa, n'est plus remplie. ";
4° au § 5, le premier alinéa est remplacé comme suit :
" L'agrément est suspendu à partir de la notification prévue au § 4, alinéa 1er, lorsque la condition prévue au § 1er, premier alinéa n'est plus remplie. "
Art. 22. In artikel 54 van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 39 van de wet " vervangen door de woorden " artikel 39, § 2, tweede lid, van de wet ".
Art. 22. A l'article 54 du même arrêté les mots " l'article 39 de la loi " sont remplacés par les mots " l'article 39, § 2, deuxième alinéa, de la loi ".
Art. 23. In artikel 29, tweede lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993 en 22 april 2003, worden de woorden " een bedrag van 25 cent " vervangen door de woorden " een bedrag van 10 EUR ".
Art. 23. A l'article 29, deuxième alinéa, de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres, modifié par les lois des 24 décembre 1993 et 22 avril 2003, les mots " une somme de 25 cents " sont remplacés par les mots " une somme de 10 euros ".
HOOFDSTUK II. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE II. - Entrée en vigueur.
Art. 24. Op 1 januari 2004 treden in werking :
1° de wet van 26 maart 2003 houdende de voorwaarden waaronder de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden een hulp kan toekennen;
2° dit besluit.
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 december 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 24. Le 1er janvier 2004 entrent en vigueur :
1° la loi du 26 mars 2003 portant les conditions auxquelles la commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence peut octroyer une aide;
2° le présent arrêté.
Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 19 décembre 2003.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX