Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 JULI 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 1996 houdende oprichting en vereenvoudiging, in de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken, van de loopbaan van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling ervan en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken en van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie.
Titre
11 JUILLET 2003. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 19 mars 1996 portant création et simplification de la carrière des grades de qualification particulière dans les greffes et les parquets des cours et tribunaux, en fixant le statut pécuniaire ainsi que le statut pécuniaire du personnel des greffes et des parquets des cours et tribunaux et des attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation.
Informations sur le document
Numac: 2003009868
Datum: 2003-07-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003009868
Date: 2003-07-11
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
Artikel 1. Het opschrift van het besluit van 19 maart 1996 houdende oprichting en vereenvoudiging, in de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken, van de loopbaan van de graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling ervan en tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van de griffies en parketten bij de hoven en rechtbanken en van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, wordt vervangen als volgt :
  " Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan en vaststelling van de bezoldigingsregeling van sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht bijstaan. "
Article 1. L'intitulé de l'arrêté royal du 19 mars 1996 portant création et simplification de la carrière des grades de qualification particulière dans les greffes et les parquets des cours et tribunaux, en fixant le statut pécuniaire ainsi que le statut pécuniaire du personnel des greffes et des parquets des cours et tribunaux et des attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation, est remplacé par l'intitulé suivant :
  " Arrêté royal portant simplification de la carrière et fixation du statut pécuniaire de certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire. "
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;
  2° § 4 wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Voor de benoemingen tot de graden van industrieel ingenieur, van vertaler-revisor en van bibliotheekbeheerder, wint Onze Minister van Justitie, het advies in van, naar gelang van het geval, de hoofdgriffier van het gerecht of de hoofdsecretaris van het parket waar de benoeming dient te geschieden. Deze zenden hun advies rechtstreeks over aan de minister en voegen er het advies van de korpschef van het desbetreffende gerecht of parket aan toe.
  Voor de benoemingen tot de graden van gerechtelijk technisch assistent, van administratief agent en van arbeider, winnen Onze Minister van Justitie en, wat voor de administratieve agenten in de arbeidshoven en in de arbeidsrechtbanken betreft, Onze Minister bevoegd voor Arbeid, het advies in van, naar gelang van het geval, de hoofdgriffier van het gerecht of de hoofdsecretaris van het parket waar de benoeming dient te geschieden. Deze zenden hun advies rechtstreeks over aan de bevoegde minister.
  De bepalingen van artikel 287bis, §§ 3 en 4, van het Gerechtelijk Wetboek, zijn van toepassing op de adviesprocedure bedoeld in het tweede en het derde lid. "
Art. 2. A l'article 1er du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 2, est abrogé;
  2° le § 4 est complété par les alinéas suivants :
  " Pour les nominations aux grades d'ingénieur industriel, de traducteur-réviseur et de gestionnaire de bibliothèque, Notre Ministre de la Justice prend l'avis, selon le cas, du greffier en chef de la juridiction ou du secrétaire en chef du parquet où la nomination doit intervenir. Ceux-ci transmettent leur avis directement au ministre et y joignent l'avis du chef de corps de la juridiction ou du parquet concernés.
  Pour les nominations aux grades d'assistant technique judiciaire, d'agent administratif et d'ouvrier, Notre Ministre de la Justice et, en ce qui concerne les agents administratifs dans les greffes des cours et tribunaux du travail, Notre Ministre ayant le Travail dans ses attributions, prennent l'avis, selon le cas, du greffier en chef de la juridiction ou du secrétaire en chef du parquet où la nomination doit intervenir. Ceux-ci transmettent directement leur avis au ministre compétent.
  Les dispositions de l'article 287bis, §§ 3 et 4, du Code judiciaire, sont applicables à la procédure d'avis visée aux alinéas 2 et 3. "
Art. 3. In artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  " De administratief agent die ten minste twaalf jaar dienst heeft, wordt door Onze Minister van Justitie in de bevorderingsgraad van eerstaanwezend administratief agent benoemd, voor zover hij bij zijn beoordeling, bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen. "
  2° in het derde en het vierde lid, worden de woorden " zulks op voordracht en op eensluidend advies van de instanties bedoeld, naar gelang van het geval, in de artikelen 181 of 184 van het Gerechtelijk Wetboek " vervangen door de woorden " voorzover hij bij zijn beoordeling, bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek, de vermelding " zeer goed " heeft gekregen ".
Art. 3. A l'article 2, § 1er, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " L'agent administratif en fonction depuis douze ans au moins est nommé au grade de promotion d'agent administratif principal par Notre Ministre de la Justice, pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ". "
  2° dans les alinéas 3 et 4, les mots " sur proposition et avis conforme des autorités visées, selon le cas, aux articles 181 et 184 du Code judiciaire " sont remplacés par les mots " pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon " ".
Art. 4. In de artikelen 3, 4, 5 en 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " aan het wervingsexamen " vervangen door de woorden " aan het vergelijkend wervingsexamen ".
Art. 4. Dans les articles 3, 4, 5 et 6 du même arrêté les mots " à l'examen de recrutement " sont remplacés par les mots " au concours de recrutement ".
Art. 5. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 7 du même arrêté est abrogé.
Art. 6. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 8. Al naar gelang zij hun functies uitoefenen bij een griffie of een parket, zijn respectievelijk de artikelen 330 en 330bis van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op de titularissen van de bij dit besluit opgerichte graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist, alsook op de titularissen van de graad van autobestuurder-mecanicien. "
Art. 6. L'article 8 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 8. Les articles 330 et 330bis du Code judiciaire sont respectivement applicables aux titulaires des grades de qualification particulière créés par le présent arrêté, ainsi qu'aux titulaires du grade de conducteur d'auto-mécanicien, selon qu'ils exercent leurs fonctions dans un greffe ou dans un parquet. "
Art. 7. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden " in een griffie of een parket ";
  2° het tweede en het derde lid worden vervangen als volgt :
  " Tijdens dat jaar kan Onze Minister van Justitie aan het voorlopig uitgeoefende ambt van industrieel ingenieur, van vertaler-revisor of van bibliotheekbeheerder, een einde maken op advies van de korpschef van het desbetreffende gerecht of parket, dat aan de minister rechtstreeks wordt overgezonden door, naar gelang van het geval, de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris van het parket, die er het zijne aan toevoegt.
  Tijdens dat jaar kunnen Onze Minister van Justitie en, wat de administratieve agenten bij de griffie van de arbeidshoven en arbeidsrechtbanken betreft, Onze Minister bevoegd voor Arbeid, aan het voorlopig uitgeoefende ambt van gerechtelijk technisch assistent, van administratief agent of van arbeider, een einde maken op advies, naar gelang van het geval, van de hoofdgriffier of de hoofdsecretaris van het parket, die het rechtstreeks aan de bevoegde minister overzendt. "
Art. 7. A l'article 9 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est complété par les mots " dans un greffe ou un parquet ";
  2° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par les alinéas suivants :
  " Notre Ministre de la Justice peut, au cours de cette année, sur l'avis du chef de corps de la juridiction ou du parquet concernés, que, selon le cas, le greffier en chef ou le secrétaire en chef du parquet transmet directement au ministre en y joignant le sien, mettre fin aux fonctions d'ingénieur industriel, de traducteur-réviseur ou de gestionnaire de bibliothèque, exercées à titre provisoire.
  Notre Ministre de la Justice et, en ce qui concerne les agents administratifs dans les greffes des cours et tribunaux du travail, Notre Ministre ayant le Travail dans ses attributions, peuvent, au cours de cette année, sur l'avis, selon le cas, du greffier en chef ou du secrétaire en chef du parquet, que celui-ci transmet directement au ministre compétent, mettre fin aux fonctions d'assistant technique judiciaire, d'agent administratif ou d'ouvrier, exercées à titre provisoire. "
Art. 8. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " secretaris " vervangen door het woord " hoofdsecretaris ".
Art. 8. Dans l'article 10, alinéa 2, du même arrêté le mot " secrétaire " est remplacé par les mots " secrétaire en chef ".
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Ibis ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk Ibis. - Bepaling inzake eedaflegging.
  Artikel 10bis. De attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie leggen de bij het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed af in handen van de eerste voorzitter van dat Hof.
  De vertalers bij de parketsecretariaten, de opstellers en de beambten bij de griffies en de parketsecretariaten alsook de titularissen van de bij dit besluit opgerichte graden waarvoor een bijzondere beroepsbekwaamheid is vereist, leggen bij hun eerste benoeming deze eed af in handen, naar gelang van het geval, van de hoofdgriffier of van de hoofdsecretaris van het parket. "
Art. 9. Il est inséré dans le même arrêté un chapitre Ierbis, rédigé comme suit :
  " Chapitre Ierbis. - Disposition relative à la prestation de serment.
  Article 10bis. Les attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation prêtent le serment prescrit par le décret du 20 juillet 1831 entre les mains du premier président de cette Cour.
  Les traducteurs des secrétariats de parquet, les rédacteurs et les employés des greffes et des secrétariats de parquet ainsi que les titulaires des grades de qualification particulière créés par le présent arrêté prêtent, lors de leur première nomination, ce serment entre les mains, selon le cas, du greffier en chef ou du secrétaire en chef du parquet. "
Art. 10. Artikel 14, § 3, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De eerstaanwezend vertaler met ten minste zes jaar graadanciënniteit kan, voorzover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 28 G krijgen. "
Art. 10. L'article 14, § 3, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le traducteur principal qui compte au moins six ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 28 G. "
Art. 11. Artikel 15, § 3, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De eerstaanwezend opsteller met ten minste twaalf jaar graadanciënniteit kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 22 A krijgen. "
Art. 11. L'article 15, § 3, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le rédacteur principal qui compte au moins douze ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 22 A. "
Art. 12. Artikel 16, § 3, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De eerstaanwezend beambte met ten minste twaalf jaar graadanciënniteit kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 30 H krijgen. "
Art. 12. L'article 16, § 3, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. L'employé principal qui compte au moins douze ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 30 H. "
Art. 13. Artikel 17, § 2, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De industrieel ingenieur met ten minste twaalf jaar dienst krijgt, voor zover hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 10 C.
  De dienstjaren in een griffie of een parket worden in aanmerking genomen. "
Art. 13. L'article 17, § 2, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. L'ingénieur industriel qui compte au moins douze ans de fonction obtient, pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 10 C.
  Il sera tenu compte des années de fonction exercées dans un greffe ou un parquet. "
Art. 14. Artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De vertaler-revisor met ten minste twaalf jaar dienst krijgt, voorzover hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 10 C.
  De dienstjaren in een griffie of een parket worden in aanmerking genomen. "
Art. 14. L'article 18, § 2, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Le traducteur-réviseur qui compte au moins douze ans de fonction obtient, pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 10 C.
  Il sera tenu compte des années de fonction exercées dans un greffe ou un parquet. "
Art. 15. In artikel 19, van hetzelfde besluit, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt :
  " § 2. De bibliotheekbeheerder met ten minste twaalf jaar dienst krijgt, voor zover hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 26 H.
  De dienstjaren in een griffie of een parket worden in aanmerking genomen.
  § 3. De bibliotheekbeheerder met ten minste achttien jaar graadanciënniteit kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 28 C krijgen. "
Art. 15. Dans l'article 19 du même arrêté, les §§ 2 et 3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 2. Le gestionnaire de bibliothèque qui compte au moins douze ans de fonction obtient, pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 26 H.
  Il sera tenu compte des années de fonction exercées dans un greffe ou un parquet.
  § 3. Le gestionnaire de bibliothèque qui compte au moins dix-huit ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 28 C. "
Art. 16. In artikel 20 van hetzelfde besluit, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt :
  " § 2. De gerechtelijk technisch assistent met ten minste negen jaar graadanciënniteit kan, voorzover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 30 F krijgen.
  § 3. De gerechtelijk technisch assistent met ten minste twaalf jaar graadanciënniteit kan, voorzover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 30 H krijgen. "
Art. 16. Dans l'article 20 du même arrêté, les §§ 2 et 3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 2. L'assistant technique judiciaire qui compte au moins neuf ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 30 F.
  § 3. L'assistant technique judiciaire qui compte au moins douze ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 30 H. "
Art. 17. Artikel 22, § 3, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De geschoolde arbeider met ten minste zes jaar graadanciënniteit kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn en hij bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 287ter van het Gerechtelijk Wetboek de vermelding " zeer goed " heeft gekregen, de weddeschaal 42 E krijgen. "
Art. 17. L'article 22, § 3, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. L'ouvrier qualifié qui compte au moins six ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans les limites des emplois vacants et pour autant que son évaluation, visée à l'article 287ter du Code judiciaire, porte la mention " très bon ", l'échelle de traitement 42 E. "
Art. 18. In hetzelfde besluit, wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Hoofdstuk IIbis. - Gezamenlijke bepaling voor de hoofdstukken I en II.
  Artikel 22bis. § 1. Voor de toepassing van de artikelen 2, § 1, derde en vierde lid, 14, § 3, 15, § 3, 16, § 3, 19, § 3, 20, §§ 2 en 3, en 22, § 3, wordt, onder de personeelsleden wier anciënniteit moet worden vergeleken, de voorrang als volgt bepaald :
  1° het personeelslid met de grootste graadanciënniteit;
  2° bij gelijke graadanciënniteit, het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit;
  3° bij gelijke dienstanciënniteit, het oudste personeelslid.
  § 2. Voor het berekenen van de graadanciënniteit komen alleen in aanmerking de werkelijke diensten die het personeelslid heeft verricht als tijdelijk of vastbenoemde lid van het personeel van een griffie of een parket.
  De in aanmerking komende diensten worden aangerekend vanaf de datum waarop het personeelslid is benoemd in de graden die door de toe te passen bepalingen in aanmerking worden genomen, of vanaf de datum waarop het personeelslid voor latere bevordering is gerangschikt ingevolge terugwerking van zijn benoeming in zulke graden.
  § 3. Voor de berekening van de dienstanciënniteit komen in aanmerking de werkelijke diensten welke het personeelslid in enigerlei hoedanigheid heeft verricht in een griffie of een parket en als titularis van een ambt met volledige prestaties.
  § 4. Het personeelslid wordt geacht werkelijke diensten te verrichten, zolang hij zich bevindt in een administratieve toestand op grond waarvan hij, krachtens zijn statuut, zijn activiteitswedde of bij gemis daarvan, zijn aanspraak op bevordering in zijn weddeschaal behoudt.
  § 5. De graad- en de dienstanciënniteit zijn gelijk aan de som van de volle kalendermaanden tijdens welke voor het berekenen ervan in aanmerking komende diensten zijn verricht.
  Voor de toepassing van het eerste lid op de personeelsleden die gemachtigd zijn hun ambt met verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid uit te oefenen :
  a) worden prestaties van 1 976 uren deeltijdse arbeid geteld voor twaalf volle kalendermaanden;
  b) worden prestaties van een twaalfde van 1 976 uren deeltijdse arbeid geteld voor één volle kalendermaand, waarbij elk uurgedeelte wordt verwaarloosd;
  c) worden de werkelijke diensten die niet de eerste dag van de maand begonnen zijn of die vóór de laatste dag van de maand beëindigd zijn verwaarloosd. "
Art. 18. Dans le même arrêté est inséré un chapitre IIbis rédigé comme suit :
  " Chapitre IIbis. - Disposition commune aux chapitres Ier et II.
  Article 22bis. § 1er. Pour l'application des articles 2, § 1er, alinéas 3 et 4, 14, § 3, 15, § 3, 16, § 3, 19, § 3, 20, §§ 2 et 3, et 22, § 3, l'ordre de préférence entre les membres du personnel dont l'ancienneté doit être comparée, s'établit de la façon suivante :
  1° le membre du personnel le plus ancien en grade;
  2° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la plus grande;
  3° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel le plus âgé.
  § 2. Pour le calcul de l'ancienneté de grade, sont seuls admissibles les services effectifs que le membre du personnel a effectués en qualité de membre du personnel d'un greffe ou d'un parquet nommé à titre provisoire ou définitif.
  Les services admissibles sont comptés à partir de la date à laquelle le membre du personnel a été nommé aux grades pris en considération par les dispositions qui doivent lui être appliquées, ou à laquelle il a été classé pour la promotion par un effet rétroactif formel de sa nomination à de tels grades.
  § 3. Pour le calcul de l'ancienneté de service, sont admissibles les services effectifs que le membre du personnel a effectués, à quelque titre que ce soit, dans un greffe ou un parquet comme titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes.
  § 4. Le membre du personnel est réputé effectuer des services effectifs tant qu'il se trouve dans une position administrative qui lui vaut, de par son statut, son traitement d'activité ou, à défaut, la conservation de ses titres à l'avancement dans son échelle de traitement.
  § 5. L'ancienneté de grade et l'ancienneté de service correspondent à la somme des mois entiers du calendrier, compris dans les services admissibles pour leur calcul.
  Pour l'application de l'alinéa 1er aux agents autorisés à exercer leurs fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle :
  a) des prestations de 1 976 heures de travail à temps partiel sont comptées par douze mois entiers de calendrier;
  b) des prestations d'un douzième de 1 976 heures de travail à temps partiel sont comptées pour un mois entier de calendrier, toute fraction d'heure étant négligée;
  c) les services effectifs qui n'ont pas débuté le premier jour du mois ou qui ont pris fin avant le dernier jour du mois sont négligés. "
Art. 19. In artikel 29, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 april 1997, worden de woorden " van 20 mei 1997 " ingevoegd tussen de woorden " wet " en de woorden " tot schrapping ".
Art. 19. Dans l'article 29, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 13 avril 1997, les mots " du 20 mai 1997 " sont insérés entre les mots " loi " et " rayant ".
Art. 20. In artikel 40 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 april 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " van de wet " vervangen door de woorden " van de artikelen 2 en 12 van de wet van 20 mei 1997 ";
  2° in het tweede lid, worden de woorden " van 20 mei 1997 " ingevoegd tussen de woorden " wet " en de woorden " tot schrapping ".
Art. 20. A l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 13 avril 1997, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 1, les mots " de la loi " sont remplacés par les mots " des articles 2 et 12 de la loi du 20 mai 1997 ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " du 20 mai 1997 " sont insérés entre les mots " loi " et " rayant ".
Art. 21. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 betreffende het statuut van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 juli 1975, 12 april 1977, 20 november 1998 en 16 maart 2001;
  2° het koninklijk besluit van 30 mei 1970 betreffende het statuut van de griffiers der Rechterlijke Orde, van het personeel der griffies van hoven en rechtbanken en van het personeel der parketten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 oktober 1975, 8 december 1981, 22 oktober 1992, 20 november 1998 en 16 maart 2001.
Art. 21. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 21 octobre 1968 relatif au statut des attachés au service de la documentation et de la concordance des textes auprès de la Cour de cassation, modifié par les arrêtés royaux des 4 juillet 1974, 12 avril 1977, 20 novembre 1998 et 16 mars 2001;
  2° l'arrêté royal du 30 mai 1970 relatif au statut des greffiers de l'Ordre judiciaire, du personnel des greffes des Cours et tribunaux et du personnel des parquets, modifié par les arrêtés royaux des 16 octobre 1975, 8 décembre 1981, 22 octobre 1992, 20 novembre 1998 et 16 mars 2001.
Art. 22. Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 11 juli 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Begroting,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
Art. 22. Notre Ministre de l'Emploi, Notre Ministre du Budget et Notre Ministre de la Justice sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 11 juillet 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre du Budget,
  J. VANDE LANOTTE
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN