Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 FEBRUARI 2003. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de bescherming van de goederen van de minderjarigen.
Titre
13 FEVRIER 2003. - Loi modifiant certaines dispositions du Code civil et du Code judiciaire en ce qui concerne la protection des biens des mineurs.
Informations sur le document
Numac: 2003009169
Datum: 2003-02-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003009169
Date: 2003-02-13
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 378 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) De huidige tekst, die § 1 wordt, wordt gewijzigd als volgt :
1° in het eerste lid worden de woorden " de in artikel 410 bepaalde handelingen " vervangen door de woorden " de in artikel 410, § 1, 1° tot 6°, 8°, 9° en 11° tot 14° bepaalde handelingen ";
2° tussen het eerste en het tweede lid worden de volgende leden ingevoegd :
" Bevoegd is :
- de vrederechter van de woonplaats in België van de minderjarige, en bij ontstentenis daarvan,
- die van de verblijfplaats in België van de minderjarige, en bij ontstentenis daarvan,
- die van de laatste gemeenschappelijke woonplaats in België van de ouders of in voorkomend geval, die van de laatste woonplaats in België van de ouder het ouderlijk gezag alleen uitoefent, en bij ontstentenis daarvan,
- die van de laatste gemeenschappelijke verblijfplaats in België van de ouders of in voorkomend geval, die van de laatste verblijfplaats in België van de ouder die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.
In het belang van de minderjarige kan de met toepassing van het vorige lid bevoegde vrederechter in een met redenen omklede beschikking beslissen om het dossier over te zenden aan de vrederechter van het kanton waar de minderjarige op duurzame wijze zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd. ";
3° tussen het tweede lid, dat het vierde lid wordt, en het derde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het volgende lid ingevoegd :
" In geval van belangentegenstelling tussen de beide ouders, of wanneer één van hen verstek laat gaan, kan de vrederechter één van de ouders machtiging verlenen om alleen de handeling te verrichten waarvoor om de machtiging wordt verzocht. ";
B) het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende :
" § 2. De handelingen bedoeld in artikel 410, § 1, 7°, zijn niet onderworpen aan de machtiging bedoeld in § 1. In geval van belangentegenstelling tussen de minderjarige en zijn ouders wordt door de rechter bij wie de zaak aanhangig is, hetzij op verzoek van enig belanghebbende, hetzij ambtshalve, een voogd ad hoc aangewezen. ".
Art. 2. A l'article 378 du Code civil, remplacé par la loi du 29 avril 2001, sont apportées les modifications suivantes :
A) le texte actuel, qui formera le § 1er, est modifié comme suit :
1° à l'alinéa 1er, les mots " les actes prévus à l'article 410 " sont remplacés par les mots " les actes prévus à l'article 410, § 1er, 1° à 6°, 8°, 9° et 11° à 14° ";
2° les alinéas suivants sont insérés entre les alinéas 1er et 2;
" Est compétent :
- le juge de paix du domicile du mineur en Belgique, et à défaut;
- celui de la résidence du mineur en Belgique, et à défaut,
- celui du dernier domicile commun des père et mère en Belgique ou, le échéant, celui du dernier domicile en Belgique du parent qui exerce seul l'autorité parentale, et à défaut,
- celui de la dernière résidence commune des père et mère en Belgique, ou, le cas échéant, celui de la dernière résidence en Belgique du parent qui exerce seul l'autorité parentale.
Le juge de paix compétent conformément à l'alinéa précédent peut, dans l'intérêt du mineur, décider par ordonnance motivée de transmettre le dossier au juge de paix du canton où le mineur a établi sa résidence principale de manière durable. ";
3° l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 4 et l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 6;
" En cas d'opposition d'intérêt entre les père et mère, ou lorsque l'un d'eux fait défaut, le juge de paix peut autoriser l'un des parents à accomplir seul l'acte pour lequel l'autorisation est demandée. ";
B) l'article est complété par un § 2, libellé comme suit :
" § 2. Les actes visés à l'article 410, § 1er, 7°, ne son pas soumis à l'autorisation prévue au § 1er. En cas d'opposition d'intérêt entre le mineur et ses père et mère, le juge saisi du litige désigne un tuteur ad hoc, soit à la requête de tout intéressé, soit d'office. "
Art. 3. In artikel 379, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987, worden het tweede tot het vierde lid vervangen als volgt :
" Iedere rechterlijke beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over geldsommen die toekomen aan een minderjarige, beveelt ambtshalve dat voornoemde geldsommen worden geplaatst op een rekening die op zijn naam is geopend. Behoudens het recht op wettelijk genot, is de rekening onbeschikbaar tot het tijdstip van de meerderjarigheid van de minderjarige.
Wanneer de beslissing bedoeld in het vorige lid in kracht van gewijsde is gegaan, geeft de griffier daarvan kennis door toezending van een afschrift bij een ter post aangetekende brief aan de schuldenaars, waarna deze laatsten zich slechts met nakoming van de beslissing van de rechtbank rechtsgeldig kunnen bevrijden. Wanneer een voogdij is opengevallen, zendt hij eveneens een afschrift aan de griffier van het vredegerecht waarvan de voogdij afhangt. ".
Art. 3. A l'article 379 du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987, les alinéas 2 à 4 sont remplacés par les alinéas suivants :
" Toute décision judiciaire statuant sur des sommes revenant à un mineur ordonne d'office que lesdites sommes soient placées sur un compte ouvert à son nom. Sans préjudice du droit de jouissance légale, ce compte est frappé d'indisponibilité jusqu'à la majorité du mineur.
Lorsque la décision prévue à l'alinéa précédent est passée en force de chose jugée, le greffier la notifie en copie, par lettre recommandée à la poste, aux débiteurs, qui ne peuvent dès lors se libérer valablement qu'a observant la décision du tribunal. Si une tutelle est ouverte, il en adresse également une copie au greffier de la justice de paix dont dépend la tutelle. "
Art. 4. Artikel 396, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, wordt aangevuld als volgt :
" Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn stelt binnen acht dagen volgend op de aanwijzing van de voogd en van de toeziende voogd de vrederechter in kennis van hun identiteit. "
Art. 4. L'article 396, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 29 avril 2001, est complété comme suit :
" Le centre public d'aide sociale informe le juge de paix de l'identité du tuteur et du subrogé tuteur dans les huit jours de leur désignation. "
Art. 5. In artikel 410, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het 7° wordt aangevuld als volgt :
" Geen enkele machtiging is evenwel vereist in geval van burgerlijke partijstelling voor de feitenrechter voor wie de zaak werd vastgesteld op verzoek van het openbaar ministerie of ingevolge een beschikking van verwijzing; ";
B) Het 10° wordt opgeheven.
C) De paragraaf wordt aangevuld als volgt :
" 14° te beschikken over de goederen die onbeschikbaar zijn op grond van een beslissing genomen krachtens artikel 379, op grond van artikel 776 of overeenkomstig een beslissing van de familieraad genomen voor de inwerkingtreding van de wet van 29 april 2001 tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen. "
Art. 5. A l'article 410, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 29 avril 2001, sont apportées les modifications suivantes :
A) le 7° est complété par ce qui suit :
" Toutefois, aucune autorisation n'est requise pour une constitution de partie civile devant la juridiction de fond devant laquelle l'affaire a été fixée à la requête du ministère public ou à la suite d'une ordonnance de renvoi; ";
B) le 10° est abrogé.
C) Le paragraphe est complété comme suit :
" 14° disposer des biens frappés d'indisponibilité en application d'une décision prise en vertu de l'article 379, en application de l'article 776 ou conformément à une décision prise par le conseil de famille avant l'entrée en vigueur de la loi du 29 avril 2001 modifiant diverses dispositions légales en matière de tutelle des mineurs. "
Art. 6. Artikel 776 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt :
" De fondsen en waarden die hen toebehoren, worden geplaatst op een rekening geopend op hun naam en worden onbeschikbaar gemaakt tot de meerderjarigheid of tot de opheffing van de onbekwaamverklaring zulks onverminderd het recht op wettelijk genot. "
Art. 6. L'article 776 du même Code est complété par la disposition suivante :
" Les fonds et valeurs leur revenant sont placés sur un compte à leur nom, frappé d'indisponibilité jusqu'à la majorité ou la mainlevée de la mesure d'incapacité, sans préjudice du droit de jouissance légale. "
Art. 7. In artikel 569, eerste lid, 12°, van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden " de artikelen 1187 tot 1193 " vervangen door de woorden " de artikelen 1188 tot 1193 ".
Art. 7. A l'article 569, alinéa 1er, 12°, du Code judiciaire, les mots " des articles 1187 à 1193 " sont remplacés par les mots " des articles 1188 à 1193 ".
Art. 8. In artikel 1186 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 8. A l'article 1186 du même Code, remplacé par la loi du 29 avril 2001, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 9. Artikel 1235, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, wordt vervangen als volgt :
" 1° de voogd van wie de ontwetting wordt gevorderd, wordt ambtshalve of op een met redenen omkleed verzoek van de toeziende voogd of van de procureur des Konings opgeroepen om te verschijnen op de terechtzitting die de vrederechter in raadkamer bepaalt. De voogd wordt bij gerechtsbrief opgeroepen. De toeziende voogd wordt gehoord; ".
Art. 9. L'article 1235, 1°, du même Code, remplace par la loi du 29 avril 2001, est remplacé par ce qui suit :
" 1° le tuteur dont la destitution est poursuivie est convoqué à comparaître, d'office ou à la requête motivée du subrogé tuteur ou du procureur du Roi, à l'audience fixé par le juge de paix en chambre du conseil. La convocation a lieu par pli judiciaire. Le subrogé tuteur est entendu; ".
Art. 10. In artikel 1236bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 april 2001, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
" Ingeval aan de ouders of de ouder die alleen het ouderlijk gezag uitoefent overeenkomstig de bepalingen van boek I, titel XI, hoofdstuk 1bis, van het Burgerlijk Wetboek een voorlopige bewindvoerder is toegevoegd, kan de vordering tot vaststelling van de voortdurende onmogelijkheid om het ouderlijk gezag uit te oefenen ook door de voorlopige bewindvoerder worden ingesteld. "
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 13 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
Met 's Lands zege gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.
Art. 10. A l'article 1236bis, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 29 avril 2001, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Lorsque les père et mère ou le parent exerçant seul l'autorité parentale ont été pourvus d'un administrateur provisoire conformément aux dispositions du livre 1er, titre XI, chapitre 1erbis, du Code civil, le demande tendant à la constatation de l'impossibilité durable d'exercer l'autorité parentale peut également être introduite par l'administrateur provisoire. "
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau au de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 13 février 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN.