Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 APRIL 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van de leden van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-08-2003 en tekstbijwerking tot 03-06-2024)
Titre
1 AVRIL 2003. - Arrêté royal fixant le statut des membres du Corps interfédéral de l'Inspection des finances et modifiant l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-08-2003 et mise à jour au 03-06-2024)
Informations sur le document
Numac: 2003003379
Datum: 2003-04-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003003379
Date: 2003-04-01
Moniteur: Voir
Tekst (163)
Texte (163)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
  1° Korps : het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën zoals bedoeld in het Koninklijk Besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën;
  2° Comité : het interministerieel Comité van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën;
  3° Korpschef : de Korpschef van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën;
  4° Raad : de Raad van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën;
  5° Regering : de Federale Regering, de Gemeenschapsregeringen en de Gewestregeringen;
  6° College : het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of van de Franse Gemeenschapscommissie;
  7° Minister : de Minister van de federale regering bevoegd voor de Begroting;
  8° Accreditatie : de aanwijzing van een inspecteur van financiën bij een Minister van de federale Regering bij toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, of zijn ter beschikkingstelling bij een Regering of een College bij toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën.
  9° Organiek besluit : het koninklijk besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Corps : le Corps interfédéral de l'Inspection des finances visé à l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances;
  2° Comité : le Comité interministériel du Corps interfédéral de l'Inspection des finances;
  3° Chef de Corps : le/la Chef de Corps du Corps interfédéral de l'Inspection des finances;
  4° Conseil : le Conseil du Corps interfédéral de l'Inspection des finances;
  5° Gouvernement : le Gouvernement fédéral, les Gouvernements communautaires et les Gouvernements régionaux;
  6° Collège : le Collège de la Commission communautaire commune ou de la Commission communautaire française;
  7° Ministre : le/la Ministre du gouvernement fédéral qui a le Budget dans ses attributions;
  8° Accréditation : la désignation d'un inspecteur des finances auprès d'un Ministre du Gouvernement fédéral par application de l'article 19 de l'arrêté royal du 16 novembre 1994 relatif au contrôle administratif et budgétaire ou sa mise à disposition d'un Gouvernement ou d'un Collège en application des articles 9 de l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
  9° Arrêté organique : l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.
Art. 2. De vastbenoemde leden van het Korps in actieve dienst, met uitsluiting van de leden die gedetacheerd of op zending zijn alsmede de leden bedoeld in artikel 40 van dit besluit, bekomen een accreditatie.
Art. 2. Les membres du Corps en activité de service et nommés définitivement, à l'exclusion des membres détachés ou en mission et des membres visés à l'article 40 du présent arrêté, reçoivent une accréditation.
HOOFDSTUK II. - Werving en stage.
CHAPITRE II. - Recrutement et stage.
Afdeling 1. - Toelatings- en wervingsvoorwaarden.
Section 1re. - Conditions d'admission et de recrutement.
Art. 3. Niemand kan tot inspecteur van financiën worden benoemd indien hij niet aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° Belg zijn;
  2° van een gedrag zijn dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking;
  3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
  4° aan de dienstplichtwetten voldoen;
  5° geslaagd zijn voor een vergelijkend wervingsexamen georganiseerd door het [1 het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning]1.
  
Art. 3. Nul ne peut être nommé inspecteur des finances s'il ne remplit les conditions suivantes :
  1° être belge;
  2° être d'une conduite répondant aux exigences de la fonction;
  3° jouir des droits civils et politiques;
  4° satisfaire aux lois sur la milice;
  5° être lauréat d'une sélection comparative organisé par [1 la Direction générale Recrutement et Développement du Service public fédéral Stratégie et Appui]1.
  
Afdeling 2. - Vergelijkend wervingsexamens.
Section 2. - Les concours de recrutement.
Art. 4. Om te mogen deelnemen aan het vergelijkend wervingsexamen, moeten de kandidaten :
  1° voldoen aan de voorwaarden van art. 3, 1°, 2°, 3° en 4°, uiterlijk op de dag waarop de inschrijvingen van het vergelijkend wervingsexamen worden afgesloten;
  2° [1 houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat overeenkomt met niveau A volgens de bijlage bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;]1
  3° minstens 2 jaar nuttige beroepservaring bezitten.
  De vervulling van de voorwaarde vermeld sub 3° wordt door de Raad vastgesteld.
  De [1 directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA]1 stelt vast of aan de andere voorwaarden is voldaan.
  
Art. 4. Pour pouvoir participer au concours de recrutement, les candidats doivent :
  1° satisfaire aux conditions de l'article 3, 1°, 2°, 3° et 4° au plus tard le jour où les inscriptions au concours de recrutement sont clôturées;
  2° [1 être porteur d'un diplôme ou d'un certificat d'études correspondant au niveau A de l'annexe de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat]1
  3° justifier d'au moins 2 ans d'expérience professionnelle utile.
  La condition visée au 3° est vérifiée par le Conseil.
  [1 Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du SPF BOSA]1 vérifie si les autres conditions sont remplies.
  
Art. 5. De [1 directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA]1 organiseert het vergelijkend wervingsexamen op aanvraag van de Korpschef na advies van [2 de Raad]2.
  
Art. 5. [1 Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du SPF BOSA]1 organise le concours de recrutement sur demande du Chef de Corps, après avis du [2 Conseil]2.
  
Art. 6. [1 Het programma van het vergelijkend wervingsexamen, de samenstelling van de jury en het eventueel organiseren van een voorselectie worden opgesteld door de Raad na overleg met de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA.]1
  
Art. 6. [1 Le programme du concours de recrutement, la composition du jury et l'organisation éventuelle d'une préselection sont déterminés par le Conseil après concertation avec le directeur-général de la Direction-générale Recrutement et Développement du SPF BOSA.]1
  
Art. 7. De [1 directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA]1 kondigt elk vergelijkend wervingsexamen aan door een bericht in het Belgisch Staatsblad.
  
Art. 7. [1 Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du SPF BOSA]1 annonce chaque concours de recrutement par voie d'un avis à insérer dans le Moniteur belge.
  
Art. 8. De [1 directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA]1 bepaalt de modaliteiten van het vergelijkend wervingsexamen in overleg met de Korpschef.
  Onder modaliteiten wordt verstaan :
  1° de vaststelling van het huishoudelijk reglement betreffende de organisatie van het vergelijkend wervingsexamen en de bekendmaking ervan;
  2° de vaststelling van het reglement van het vergelijkend wervingsexamen waarin :
  a) de termijn waarbinnen de inschrijvingen kunnen worden aanvaard, wordt bepaald;
  b) het examenprogramma en de deelnemingsvoorwaarden worden vermeld en de datum wordt vastgesteld waarop aan deze voorwaarden moet worden voldaan;
  c) het aantal punten wordt bepaald dat aan het volledig examen, aan ieder examengedeelte en desgevallend aan de onderdelen ervan wordt toegekend;
  d) het minimum aantal punten wordt bepaald dat voor het volledig examen, voor ieder examengedeelte en eventueel voor de onderdelen ervan wordt vereist;
  3° de aanwijzing van de leden van de examencommissies en de bepaling van hun vergoeding;
  4° de bepaling van datum en plaats van de examens;
  5° de vaststelling van de kandidatenlijst;
  6° het oproepen van de kandidaten;
  7° het opmaken van het proces-verbaal dat de rangschikking van de geslaagden vaststelt;
  8° de kennisgeving aan de kandidaten van het behaalde resultaat.
  
Art. 8. [1 Le directeur général de la Direction générale Recrutement et Développement du SPF BOSA]1 fixe les modalités du concours de recrutement en concertation avec le Chef de Corps.
  Par modalités, on entend :
  1° la fixation du règlement d'ordre intérieur concernant l'organisation du concours de recrutement et sa publication;
  2° l'établissement du règlement du concours de recrutement qui :
  a) détermine le délai pendant lequel les inscriptions sont recevables;
  b) comporte le programme des épreuves ainsi que les conditions de participation et fixe la date à laquelle ces conditions doivent être remplies;
  c) détermine le nombre de points attribués à l'ensemble de l'examen, à chacune des épreuves et, le cas échéant, à leurs subdivisions;
  d) détermine le minimum de points qui est exigé pour l'ensemble de l'examen, pour chacune des épreuves et, le cas échéant, pour leurs subdivisions;
  3° la désignation des membres des jurys d'examen et la fixation de leurs émoluments;
  4° la fixation de la date et du lieu des épreuves;
  5° la constitution de la liste des candidats;
  6° la convocation des candidats;
  7° l'établissement du procès-verbal fixant le classement des lauréats;
  8° la notification des résultats obtenus aux candidats.
  
Art. 9. Iedere gegadigde die voor een vergelijkend wervingsexamen inschrijft, ontvangt op aanvraag het reglement.
Art. 9. Chaque candidat qui s'inscrit à un concours de recrutement reçoit le règlement sur simple demande.
Art. 14. De geslaagden voor het vergelijkend wervingsexamen worden opgenomen in een wervingsreserve waarvan de geldigheid vervalt drie jaar na het afsluiten van het proces-verbaal.
  [1 Deze termijn kan door de afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid worden verlengd, telkens met een periode van maximum een jaar.]1
  
Art. 14. Les lauréats du concours de recrutement sont placés dans une réserve de recrutement dont la validité expire trois ans après la clôture du procès-verbal.
  [1 Ce délai peut être prolongé par l'administrateur délégué du Bureau de sélection de l'Administration fédérale, chaque fois à concurrence d'une période d'un an maximum.]1
  
Afdeling 3. - De stage.
Section 3. - Le stage.
Art. 15. De geslaagden worden door de Minister toegelaten tot de stage.
Art. 15. Les lauréats sont admis au stage par le Ministre.
Art. 16. Wanneer de indiensttreding van een geslaagde uitgesteld wordt wegens een wettig beletsel of ingevolge een onderzoek zoals bedoeld in artikel 13, wordt de rangschikking niet gewijzigd en treedt de betrokkene in dienst zodra het beletsel ophoudt te bestaan of wanneer voormeld onderzoek tot de toelaatbaarheid besluit. De kandidaat neemt rang in op de datum van aanwerving van degene die onmiddellijk na hem was gerangschikt.
  De geslaagden die om andere redenen uitstel van indiensttreding vragen, verliezen het voordeel van hun rangschikking indien aan hun verzoek wordt voldaan, en zij kunnen enkel tot de proeftijd worden toegelaten indien een betrekking vrijkomt voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de wervingsreserve.
Art. 16. Si l'entrée en service d'un lauréat a été retardée par un empêchement légal, ou à la suite d'une enquête telle que visée à l'article 13, le classement n'est pas modifié, et l'intéressé entre en service dès que l'empêchement cesse ou que l'enquête conclut à l'admissibilité. Le candidat prend rang à la date de recrutement de celui qui était classé immédiatement après lui.
  Les lauréats qui demandent un sursis à l'entrée en service pour d'autres raisons, perdent le bénéfice de leur classement si leur demande est accueillie; ils ne peuvent être admis au stage que si un emploi se libère avant l'échéance de la durée de validité de la réserve.
Art. 17. De inspecteurs van financiën moeten bij hun indiensttreding de eed afleggen in de bewoordingen bepaald bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831.
  Ze leggen de eed af in handen van de Minister.
  Indien de inspecteur van financiën weigert de voormelde eed af te leggen, is zijn aanstelling van rechtswege nietig.
Art. 17. Les inspecteurs des finances prêtent à leur entrée en service le serment dans les termes fixés par l'article 2 du décret du 20 juillet 1831.
  Ils prêtent serment entre les mains du Ministre.
  Si l'inspecteur des finances refuse de prêter le serment visé ci-dessus, sa nomination est nulle de plein droit.
Art. 18. De stageduur wordt vastgesteld op 15 maanden. Hij kan verlengd worden door de Korpschef in geval van overmacht.
Art. 18. La durée du stage est fixée à 15 mois. Il peut être prolongé par le Chef de Corps en cas de force majeure.
Art. 19. De stage staat onder de leiding van de Korpschef die het stageprogramma vastlegt en toeziet op de uitvoering ervan.
Art. 19. § 1. Le stage est placé sous la direction du Chef de Corps qui en fixe le programme et en surveille l'exécution.
Art. 20. Voor elke stagiair wijst de Korpschef een stagemeester aan onder de inspecteurs van financiën van dezelfde taalrol die minstens 10 jaar ambtsanciënniteit hebben.
  De stagemeester stuurt per trimester een periodiek verslag over de werkzaamheden van de stagiair naar de Korpschef. Ieder rapport wordt meegedeeld aan de stagiair, die er eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt.
  De stagiair wordt beoordeeld volgens de functioneringscriteria die van toepassing zijn voor de evaluatie van de vastbenoemde inspecteurs van financiën met een accreditatie.
  De stagiair wordt in kennis gesteld van de evaluatiecriteria bij zijn indiensttreding.
  De stagiair stelt een verslag op die betrekking heeft op zijn activiteiten tijdens de eerste twaalf maanden van zijn stage.
Art. 20. Le Chef de Corps attribue à chaque stagiaire un maître de stage parmi les inspecteurs des finances du même rôle linguistique ayant une ancienneté de 10 ans au moins dans la fonction.
  Le maître de stage transmet par trimestre un rapport périodique sur l'activité du stagiaire au Chef de Corps. Chaque rapport est communiqué au stagiaire, qui y joint éventuellement ses observations.
  Le stagiaire est apprécié suivant les critères fonctionnels qui président à l'évaluation des inspecteurs des finances nommés à titre définitif et pourvus d'une accréditation.
  Les critères d'évaluation sont portés à la connaissance du stagiaire au moment de son entrée en service.
  Le stagiaire rédige un rapport d'activité portant sur les douze premiers mois de son stage.
Art. 21. Gedurende de stage wordt de stagiair door de Korpschef bij verschillende [1 geaccrediteerde]1 inspecteurs van financiën geplaatst die een anciënniteit van minstens 5 jaar hebben. Ze rapporteren aan de stagemeester.
  Indien het eerste periodieke verslag ongunstig is, dient de stage voortgezet te worden bij een andere inspecteur van financiën die een anciënniteit van minstens 5 jaar heeft.
  Indien twee opeenvolgende periodieke verslagen ongunstig zijn, stelt de Korpschef [1 aan de Minister]1 de afdanking voor na horen van de stagiair.
  
Art. 21. Durant le stage, le stagiaire est successivement placé par le Chef de Corps auprès d'inspecteurs des finances [1 accrédités]1 ayant une ancienneté de 5 ans au moins. Ils font rapport au maître de stage.
  Si le premier rapport périodique est défavorable, le stage doit se poursuivre auprès d'un autre inspecteur des finances ayant une ancienneté de 5 ans au moins.
  Si deux rapports périodiques successifs sont défavorables, le Chef de Corps propose le licenciement [1 au Ministre]1 après avoir entendu le stagiaire.
  
Art. 22. § 1. In het laatste trimester van de stage maakt de stagemeester een omstandig verslag op over de geschiktheid van de stagiair op grond van de periodieke verslagen en van het activiteitenverslag van de stagiair.
  Het verslag wordt geviseerd door de betrokken stagiair en wordt overgemaakt aan de Korpschef.
  De Korpschef richt een eindestageproef in gedurende de laatste maand van de stage. Met het oog hierop wordt een College opgericht, samengesteld uit de Korpschef, de stagemeester en twee inspecteurs van financiën van dezelfde taalrol als de stagiair en die een anciënniteit van minstens 10 jaar hebben. Zij adviseert de Minister over de beroepsbekwaamheid van de stagiair.
  § 2. In dit advies wordt voorgesteld :
  1° ofwel de benoeming van de stagiair in vast verband;
  2° ofwel het ontslag van de stagiair.
  De Korpschef stuurt het advies alsmede het verslag van de stagemeester aan de Minister.
  § 3. Tegen het voorstel bedoeld in § 2, 2° kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VII [1 afdeling 4]1 van dit besluit.
  [1 Het advies van de Beroepskamer wordt bezorgd aan de Minister]1
  § 4. De inspecteur van financiën die op het einde van de in § 2 bedoelde procedure benoemd wordt, krijgt een accreditatie binnen de zes maanden.
  
Art. 22. § 1er. Durant le dernier trimestre du stage, le maître de stage dresse un rapport circonstancié sur l'aptitude du stagiaire sur base des rapports périodiques et du rapport d'activité du stagiaire.
  Le rapport est visé par le stagiaire intéressé et est adressé au Chef de Corps.
  Le Chef de Corps organise au cours du dernier mois de stage une épreuve de fin de stage. A cet effet, un Collège est institué composé du Chef de Corps, du maître de stage et deux inspecteurs des finances du même rôle linguistique que le stagiaire et qui ont plus de 10 ans d'ancienneté. Il est chargé de remettre un avis au Ministre sur les capacités professionnelles du stagiaire.
  § 2. Dans cet avis il est proposé selon le cas :
  1° la nomination définitive du stagiaire;
  2° le licenciement d'office du stagiaire.
  Le Chef de Corps transmet l'avis et le rapport du Maître de stage au Ministre.
  § 3. Un recours contre la proposition visée au § 2, 2° peut être introduit conformément aux dispositions du chapitre VII [1 section 4]1 du présent arrête.
  [1 L'avis de la Chambre de recours est transmis au Ministre.]1
  § 4. L'inspecteur des finances nommé définitivement à l'issue de la procédure visée au § 2, reçoit une accréditation endéans les six mois.
  
Art. 23. In geval van ontslag is er een opzegtermijn van drie maanden.
Art. 23. En cas de licenciement, il y a un préavis de trois mois.
Art. 24. § 1. Voor elke zware fout begaan tijdens de stage kan de stagiair zonder vooropzeg worden afgedankt.
  Een zware fout moet binnen drie werkdagen door de stagemeester vastgesteld worden.
  Deze laatste hoort, samen met de Korpschef, de stagiair binnen de in het vorige lid vermelde termijn. De stagiair kan zich hierbij laten bijstaan door een raadgever. Van de verklaring van de stagiair wordt een verslag gemaakt.
  § 2. Behoudens in geval van vermaning, spreekt de Minister het ontslag om dringende redenen uit in een aangetekende brief binnen drie werkdagen na het horen van de stagiair.
Art. 24. § 1er. Toute faute grave commise pendant le stage peut donner lieu au licenciement sans préavis du stagiaire.
  Une faute grave doit être constatée dans les trois jours ouvrables par le maître de stage.
  Celui-ci entend le stagiaire avec le Chef de Corps dans le même délai. Le stagiaire peut pour la circonstance se faire assister par un conseil. Un procès-verbal est dressé de la déclaration du stagiaire.
  § 2. Sauf en cas d'avertissement, le Ministre prononce le licenciement pour raisons urgentes dans une lettre recommandée expédiée dans les trois jours ouvrables de l'audition du stagiaire.
Art. 25. De stagiair die tot de stage toegelaten werd vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, zet zijn stage voort volgens de reglementaire bepalingen die van kracht waren op de datum van het begin van de stage.
Art. 25. Le stagiaire admis au stage avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté poursuit son stage conformément aux dispositions réglementaires applicables à la date du début du stage.
HOOFDSTUK III. - Opleiding.
CHAPITRE III. - La formation.
Art. 26. Het Comité keurt de opleidingsprogramma's goed op voorstel van de Korpschef en na advies van de Raad.
Art. 26. Sur proposition du Chef de Corps et après avis du Conseil, le Comité approuve les programmes de formation.
Art. 27. Voor het volgen van een opleiding georganiseerd door het Korps krijgen de inspecteurs van financiën een dienstvrijstelling.
Art. 27. Pour suivre une formation organisée par le Corps, les inspecteurs des finances obtiennent une dispense de service.
Art. 28. Indien het initiatief voor de opleiding uitgaat van de inspecteur van financiën, kan hem hiervoor een opleidingsverlof worden toegekend door de Korpschef.
  De gekozen opleiding moet verband houden met de taken gedefinieerd in artikel 2 van het organiek besluit.
Art. 28. Si l'initiative de la formation vient de l'inspecteur des finances, il peut obtenir un congé de formation octroyé par le Chef de Corps.
  La formation choisie doit avoir un rapport avec les tâches définies à l'article 2 de l'arrêté organique.
HOOFDSTUK IV. - Cumulatie van beroepsactiviteiten.
CHAPITRE IV. - Cumul d'activités professionnelles.
Art. 29. De inspecteurs van financiën mogen geen beroepsactiviteiten cumuleren.
  Onder beroepsactiviteit in de zin van dit besluit moet worden verstaan elke bezigheid waarvan de opbrengst een bedrijfsinkomen is als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
Art. 29. Les inspecteurs des finances ne peuvent cumuler des activités professionnelles.
  Par activité professionnelle, il faut entendre, au sens du présent arrêté, toute occupation dont le produit est un revenu professionnel visé à l'article 23 du Code des impôts sur les revenus 1992.
Art. 30. § 1. In afwijking van artikel 29 wordt de cumulatie van beroepsactiviteiten die inherent zijn aan het uitoefenen van het ambt van rechtswege uitgeoefend.
  Is inherent aan het uitoefenen van het ambt elke opdracht die ingevolge een wettelijke of reglementaire bepaling of een beslissing van een Regering of een College of één van haar leden gekoppeld is aan het ambt dat door een inspecteur van financiën wordt uitgeoefend.
  § 2. In afwijking van artikel 29 kan het Comité, mits schriftelijke voorafgaande aanvraag van de inspecteur van financiën en na gemotiveerd advies van de Korpschef, machtiging verlenen tot cumulatie van beroepsactiviteiten voor zover die verenigbaar zijn met de hoedanigheid van inspecteur van financiën en die zonder nadeel voor de dienst uitgeoefend kunnen worden.
  Het Comité doet uitspraak over de aanvraag van de inspecteur van financiën tijdens de eerste vergadering na ontvangst van het gemotiveerd advies van de Korpschef.
  § 3. Indien de nodige inlichtingen in het dossier niet voorhanden zijn, wordt hierom door de Korpschef verzocht binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het dossier.
  De machtiging kan worden herroepen.
  De beslissingen tot machtiging, tot weigering en tot herroeping worden met redenen omkleed.
Art. 30. § 1er. Par dérogation à l'article 29, le cumul d'activités professionnelles inhérentes à l'exercice de la fonction s'exerce de plein droit.
  Est inhérente à l'exercice de la fonction toute charge attachée, en vertu d'une disposition légale ou réglementaire ou d'une décision d'un Gouvernement ou d'un Collège ou d'un de leurs membres, à la fonction exercée par l'inspecteur des finances.
  § 2. Par dérogation à l'article 29, le Comité peut, sur demande écrite et préalable du membre du personnel et après avis motive du Chef de Corps, autoriser le cumul d'activités professionnelles qui sont compatibles avec la qualité d'inspecteur des finances et qui peuvent être exercées sans inconvénient pour le service.
  Le Comité statue sur la demande de l'inspecteur des finances lors de sa première réunion qui suit la réception de l'avis motivé du Chef de Corps.
  § 3. Si le dossier ne contient pas les renseignements nécessaires, le Chef de Corps demande ces renseignements dans un délai de 30 jours prenant cours à la date de la réception du dossier.
  L'autorisation est révocable.
  Les décisions d'autorisation, de refus et de révocation sont motivées.
Art. 31. Inbreuken op de bepalingen van dit hoofdstuk geven aanleiding tot tuchtstraffen.
Art. 31. Les infractions aux dispositions du présent chapitre sont passibles de peines disciplinaires.
Art. 32. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de stagiairs.
Art. 32. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux stagiaires.
HOOFDSTUK V. - Evaluatie.
CHAPITRE V. - L'évaluation.
Afdeling 1. - Evaluatie van de inspecteurs van financiën met een accreditatie en van de Korpschef.
Section 1re. - L'évaluation des inspecteurs des finances accrédités et du Chef de Corps.
Art. 33. De inspecteur van financiën met een accreditatie wordt tweejaarlijks geëvalueerd.
  De evaluatie van een inspecteur van financiën gebeurt in drie stappen :
  1° een auto-evaluatie op basis van een activiteitenverslag;
  2° een evaluatieverslag opgesteld door de minister of ministers waarbij de inspecteur van financiën geaccrediteerd is. Het gaat over een vragenlijst opgesteld door het Comité op voorstel van de Raad en op basis van evaluatiecriteria en functioneringskengetallen. Het kan geen betrekking hebben op de inhoud van de adviezen die de inspecteur van financiën uitgebracht heeft in het kader van de uitoefening van de administratieve en begrotingscontrole over de uitgaven die de betrokken minister heeft geordonnanceerd;
  3° de eindevaluatie wordt uitgebracht door het Lid van de Regering waarbij de inspecteur van financiën ter beschikking gesteld die de begroting in zijn bevoegdheden heeft. Voor deze evaluatie wordt een verslag opgesteld door de Korpschef na een onderhoud met de inspecteur van financiën over het activiteitenverslag en de evaluatievragenlijst.
Art. 33. L'inspecteur des finances pourvu d'une accréditation est évalué tous les deux ans.
  L'évaluation de l'inspecteur des finances comporte trois étapes :
  1° une auto-évaluation sur la base d'un rapport d'activité;
  2° un rapport d'évaluation remis par le ou les ministres auprès du ou desquels l'inspecteur des finances est accrédité. Il s'agit d'un questionnaire élaboré par le Comité sur proposition du Conseil sur la base des critères d'évaluation et d'indicateurs de fonctionnement. Il ne peut porter sur le contenu des avis remis par l'inspecteur des finances dans l'exercice du contrôle administratif et budgétaire des dépenses ordonnancées par le ministre susmentionné;
  3° l'évaluation finale est effectuée par le Membre du Gouvernement auprès duquel l'inspecteur des finances est mis à disposition et qui a le budget dans ses attributions. Avant cette évaluation, un rapport est rédigé par le Chef de Corps après un entretien avec l'inspecteur des finances portant sur le rapport d'activité et le questionnaire d'évaluation.
Art. 34. De evaluatiecriteria worden opgesteld door het Comité na advies van de Raad op basis van een functie beschrijving en functioneringskengetallen. Ze worden aan het akkoord van de Regeringen en Colleges voorgelegd ieder voor wat hem betreft.
  De evaluatiecriteria houden rekening met de uitvoeringsmodaliteiten van de opdrachten van de inspecteurs van financiën in functie van de Regering bij wie zij geaccrediteerd zijn.
  Voorafgaandelijk aan de evaluatieperiode worden de inspecteurs van financiën in kennis gesteld van de evaluatiecriteria.
Art. 34. Les critères d'évaluation sont établis par le Comité après avis du Conseil sur la base d'une description de fonction et d'indicateurs de fonctionnement. Ils sont soumis à l'accord des Gouvernements et Collèges chacun pour ce qui le concerne.
  Les critères d'évaluation tiennent compte des modalités d'exercice des missions des inspecteurs des finances en fonction du Gouvernement auprès duquel ils sont accrédités.
  Les critères d'évaluation sont portés à la connaissance des inspecteurs des finances avant la période d'évaluation.
Art. 35. Na afloop van de evaluatieperiode nodigt de Korpschef de inspecteur van financiën uit voor een gesprek, waarbij een overzicht wordt gemaakt van zijn functioneren onder meer op basis van de functioneringskengetallen.
  Wanneer de Korpschef en de inspecteur van financiën niet van dezelfde taalrol zijn, wordt het gesprek gehouden in aanwezigheid van een inspecteur van financiën van de taalrol van de geëvalueerde, aangewezen door het Comité onder de inspecteurs van financiën die een anciënniteit van minstens 10 jaar hebben. Deze medeondertekent het verslag.
Art. 35. A la fin de la période d'évaluation, le Chef de Corps convoque l'inspecteur des finances à un entretien au cours duquel il établit un bilan du fonctionnement notamment sur la base des indicateurs de fonctionnement.
  Lorsque le Chef de Corps et l'inspecteur des finances ne sont pas du même rôle linguistique, l'entretien se tient en présence d'un inspecteur des finances du rôle linguistique de l'évalué, désigné par le Comité parmi les inspecteurs des finances qui ont une ancienneté d'au moins 10 ans. Celui-ci cosigne le rapport.
Art. 36. De Korpschef stelt het evaluatieverslag op over het functioneren van de inspecteur van financiën en verstuurt het binnen de vijftien kalenderdagen na het gesprek.
  Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het verslag bezorgt de geëvalueerde inspecteur van financiën zijn schriftelijke opmerkingen aan de Korpschef die het verslag en de eventuele opmerkingen onverwijld aan het Lid van de Regering of het College bedoeld in artikel 37 bezorgt.
Art. 36. Le Chef de Corps rédige le rapport d'évaluation sur le fonctionnement de l'inspecteur des finances et le lui transmet dans les quinze jours calendrier de l'entretien.
  Dans les quinze jours calendrier de la réception du rapport, l'inspecteur des finances évalué remet ses remarques écrites au Chef de Corps qui transmet sans délai le rapport et les remarques éventuelles au Membre du Gouvernement ou du Collège vise à l'article 37.
Art. 37. De evaluatie van de inspecteur van financiën met een accreditatie wordt door het Lid van de Regering of het College, dat de begroting onder zijn bevoegdheid heeft, betekend op grond van de evaluatiecriteria, op basis van het activiteitenverslag van de inspecteur van financiën, van de vragenlijst bedoeld in artikel 33, 2°, en van het verslag van de Korpschef met de eventuele opmerkingen van de inspecteur van financiën.
  Wanneer de inspecteur van financiën opeenvolgend ter beschikking is gesteld van meerdere Regeringen of Colleges, wordt de evaluatie betekend door het in dit artikel bedoelde Lid van de Regering of College waarbij hij laatst geaccrediteerd is geweest voor een periode van minstens drie maanden tijdens de betreffende evaluatieperiode.
Art. 37. L'évaluation de l'inspecteur des finances pourvu d'une accréditation est effectuée par le Membre du Gouvernement ou du Collège, qui a le budget dans ses attributions, sur base des critères d'évaluation du rapport d'activité de l'inspecteur des finances, du questionnaire visé à l'article 33, 2°, et du rapport du Chef de Corps accompagné des remarques éventuelles de l'inspecteur des finances.
  Lorsque l'inspecteur des finances a été successivement mis a disposition de plusieurs Gouvernements ou Collèges, l'évaluation est effectuée par le Membre, visé au présent article, du Gouvernement ou du Collège auprès duquel il a été, en dernier lieu, mis à disposition pour une période d'au moins 3 mois durant la période d'évaluation concernée.
Art. 38. De evaluatie kan slechts in een vermelding " onvoldoende " worden uitgedrukt wegens manifest ondermaats functioneren van de geëvalueerde.
Art. 38. L'évaluation ne se traduit par une mention " insuffisante " qu'en cas de fonctionnement manifestement inférieur au niveau attendu de l'évalué.
Art. 39. § 1. Indien de inspecteur van financiën niet kan instemmen met de vermelding " onvoldoende " die hij heeft gekregen, heeft hij het recht om een beroep in te stellen bij de Adviescommissie binnen de tien kalenderdagen na de betekening van de evaluatie. Hij heeft het recht om te worden gehoord en te worden bijgestaan door de persoon naar eigen keuze.
  Het beroep is opschortend ten aanzien van de evaluatiebeslissing.
  § 2. De Adviescommissie is samengesteld uit drie leden van de Raad van dezelfde taalrol als de betrokkene.
  De inspecteur van financiën mag één lid van de Commissie wraken. Het gewraakte of verhinderde lid van de Adviescommissie wordt door een plaatsvervangend lid van de Raad van dezelfde taalrol vervangen volgens de rangschikking van de verkiezingen voor de Raad.
  Het lid van de Adviescommissie verkozen met de meeste stemmen in de verkiezingen van de Raad, bedoeld in artikel 6 van het organiek besluit, is voorzitter van de betrokken taalrol.
  § 3. De Adviescommissie deelt aan het Comité haar met redenen omkleed advies mede binnen de maand volgend op de indiening van het beroep.
  De met redenen omklede beslissing van het Comité wordt aan de inspecteur van financiën en aan de Adviescommissie medegedeeld binnen de negentig dagen na kennisgeving van het advies.
  Bij het verstrijken van deze termijn geldt het advies als beslissing.
Art. 39. § 1er. Si l'inspecteur des finances ne peut marquer son accord sur la mention " insuffisant " qui lui est attribuée, il a un droit de recours devant la Commission d'avis, dans les dix jours calendrier de la notification de l'évaluation. Il a le droit d'être entendu et assisté par la personne de son choix.
  Le recours est suspensif de la décision d'évaluation.
  § 2. La Commission d'avis est composée de trois membres du Conseil du même rôle linguistique que l'intéresse.
  L'inspecteur des finances peut récuser un membre de la Commission d'avis Le membre de la Commission d'avis empêché ou récusé est remplacé par un membre suppléant du Conseil du même rôle linguistique dans l'ordre de classement de l'élection du Conseil.
  Le président de la Commission d'avis d'un rôle linguistique est le membre de cette commission élu avec le plus de voix aux élections du Conseil visées à l'article 6 de l'arrête organique.
  § 3. La Commission d'avis communique son avis motivé au Comité dans le mois de l'introduction du recours.
  La décision motivée du Comité est communiquée dans les nonante jours de la signification de l'avis à l'inspecteur des finances et à la Commission d'avis.
  Dès que le délai est échu, cet avis vaut décision.
Art. 40. Wanneer een inspecteur van financiën de vermelding onvoldoende krijgt, is zijn accreditatie van rechtswege ingetrokken vanaf de datum van notificatie van de definitieve evaluatie. Hij wordt dan ter beschikking gesteld van de Korpschef.
Art. 40. Lorsque l'inspecteur des finances reçoit la mention insuffisante, son accréditation est retirée de plein droit à la date de la notification de l'évaluation définitive. Il est alors mis à disposition du Chef de Corps.
Art. 41. De evaluatie van de Korpschef verloopt volgens de procedure bepaald door deze afdeling behoudens hiernavolgende wijzigingen :
  - de evaluatie wordt door het Comité betekend;
  - de Voorzitter van het Comité houdt het evaluatiegesprek en stelt het evaluatieverslag op.
  In afwijking van artikel 7, § 4 van het organiek besluit, wordt het mandaat van de Korpschef beëindigd in geval van een melding " onvoldoende ". Het einde van het mandaat treedt in werking op de datum van de aanwijzing van de nieuwe Korpschef door het Comité volgens de procedure voorzien in artikel 7 van het organiek besluit.
Art. 41. L'évaluation du Chef de Corps se déroule conformément à la procédure prévue à la présente section moyennant les modifications suivantes :
  - l'évaluation est effectuée par le Comité;
  - le Président du Comité effectue l'entretien d'évaluation et rédige le rapport d'évaluation.
  En dérogation à l'article 7, § 4 de l'arrêté organique, il est mis fin au mandat de Chef de Corps en cas de mention " insuffisant ". La fin du mandat prend cours à la date de désignation du nouveau Chef de Corps par le Comité suivant la procédure prévue a l'article 7 de l'arrêté organique.
Afdeling 2. - Evaluatie van de inspecteurs van financiën ter beschikking gesteld van de Korpschef.
Section 2. - Evaluation des inspecteurs des finances mis a disposition du Chef de Corps.
Art. 42. § 1. De inspecteur van financiën die ter beschikking is gesteld van de Korpschef wordt jaarlijks geëvalueerd door de Minister.
  § 2. De Koning stelt de evaluatiecriteria vast op voorstel van de Korpschef en na advies van de Raad op basis van een functiebeschrijving en van functioneringsindicatoren.
  Voorafgaandelijk aan de evaluatieperiode worden de inspecteurs van financiën in kennis gesteld van de evaluatiecriteria.
Art. 42. § 1er. L'inspecteur des finances mis a disposition du Chef de Corps est évalué annuellement par le Ministre.
  § 2. Le Roi fixe les critères d'évaluation sur proposition du Chef de Corps et après avis du Conseil sur la base d'une description de fonction et d'indicateurs de fonctionnement.
  Les critères d'évaluation sont portés à la connaissance des inspecteurs des finances avant la période d'évaluation.
Art. 43. § 1. Voor zijn evaluatie maakt de in deze afdeling bedoelde inspecteur van financiën een activiteitenverslag.
  § 2. Na afloop van de evaluatieperiode nodigt de Korpschef de inspecteur van financien uit voor een evaluatiegesprek, waarbij een balans wordt opgemaakt van het functioneren, onder meer op basis van de functioneringskengetallen.
  § 3. Wanneer de Korpschef en de inspecteur van financiën niet van dezelfde taalrol zijn, wordt het evaluatiegesprek gehouden in aanwezigheid van een inspecteur van financiën van de taalrol van de geëvalueerde, aangewezen door de Minister onder de inspecteurs van financiën die een anciënniteit van minstens 10 jaar hebben. Deze medeondertekent het evaluatieverslag.
Art. 43. § 1er. Pour son évaluation, l'inspecteur des finances visé à la présente section établit un rapport d'activité.
  § 2. A la fin de la période d'évaluation, le Chef de Corps invite l'inspecteur des finances à un entretien d'évaluation au cours duquel il est établi un bilan du fonctionnement notamment sur la base des indicateurs de fonctionnement.
  § 3. Lorsque le Chef de Corps et l'inspecteur des finances ne sont pas du même rôle linguistique, l'entretien d'évaluation se tient en présence d'un inspecteur des finances du rôle linguistique de l'évalué, désigné par le Ministre parmi les inspecteurs des finances qui ont plus de 10 ans d'ancienneté. Celui-ci cosigne le rapport d'évaluation.
Art. 44. § 1. De Korpschef stelt het evaluatieverslag op over het functioneren van de inspecteur van financiën en bezorgt het hem binnen de vijftien kalenderdagen na het evaluatiegesprek.
  Binnen de vijftien kalenderdagen na ontvangst van het verslag maakt de geëvalueerde inspecteur van financiën zijn schriftelijke opmerkingen over aan de Korpschef die het verslag en de eventuele opmerkingen bezorgt overmaakt aan de Minister.
  § 2. De evaluatie wordt uitgesproken door de Minister op grond van de evaluatiecriteria, het evaluatieverslag van de Korpschef en het activiteitenverslag.
  § 3. De evaluatie kan slechts in een vermelding " onvoldoende " worden uitgedrukt wegens manifest disfunctioneren van de geëvalueerde.
Art. 44. § 1er. Le Chef de Corps rédige le rapport d'évaluation sur le fonctionnement de l'inspecteur des finances et le lui transmet dans les quinze jours calendriers de l'entretien d'évaluation.
  Dans les quinze jours calendrier de la réception du rapport, l'inspecteur des finances évalué remet ses remarques écrites au Chef de Corps qui transmet sans délai le rapport et les remarques éventuelles au Ministre.
  § 2. L'évaluation est formulée par le Ministre sur base des critères d'évaluation du rapport d'évaluation du Chef de Corps et de son rapport d'activité.
  § 3. Une évaluation ne se traduit par une mention " insuffisant " qu'en cas de fonctionnement manifestement inférieur au niveau attendu de l'évalué.
Art. 45. Indien de inspecteur van financiën niet kan instemmen met de vermelding " onvoldoende " die hij heeft gekregen, heeft hij recht een beroep in te stellen bij de beroepskamer binnen 10 werkdagen na de betekening van de evaluatie. Hij heeft het recht om te worden gehoord en bijgestaan te worden door een persoon van zijn keuze.
  Het beroep is opschortend ten aanzien van de evaluatiebeslissing.
Art. 45. Si l'inspecteur des finances ne peut marquer son accord sur la mention " insuffisante " qui lui est attribuée, il a un droit de recours devant la chambre de recours, dans les 10 jours ouvrables de la notification de l'évaluation. Il a le droit d'être entendu et assisté de la personne de son choix.
  Le recours est suspensif de la décision d'évaluation.
Art. 46. De Beroepskamer deelt aan het Comité zijn met redenen omkleed advies mede binnen de maand volgend op de indiening van het beroep.
  De met redenen omklede beslissing van het Comité wordt aan de inspecteur van financiën en aan de Beroepskamer medegedeeld binnen de negentig dagen na de betekening aan het Comité van het advies.
  Bij het verstrijken van deze termijn geldt het advies als beslissing.
Art. 46. La Chambre de recours communique son avis motivé au Comité dans le mois de l'introduction du recours.
  La décision motivée du Comité est communiquée à l'inspecteur des finances et à la Chambre de recours dans les nonante jours de la signification au Comité de l'avis.
  Dès que le délai est échu, cet avis vaut décision.
Art. 47. De inspecteur van financiën die ter beschikking is gesteld van de Korpschef en die een vermelding " onvoldoende " heeft gekregen, wordt ontslagen wegens professionele ongeschiktheid.
  Aan de wegens beroepsongeschiktheid ontslagen inspecteur van financiën wordt een vergoeding wegens ontslag toegekend.
  Deze vergoeding is gelijk aan twaalf maal de laatste maandbezoldiging van de inspecteur van financiën indien hij ten minste twintig jaar dienst heeft, aan acht maal of zes maal deze bezoldiging naargelang de inspecteur van financiën tien jaar dienst of minder dan tien jaar dienst heeft.
  Voor de toepassing van dit artikel moet onder " bezoldiging " worden verstaan elke wedde, elk loon of elke vergoeding in de plaats van wedde of loon, rekening houdend met de verhogingen of verminderingen die te wijten zijn aan de schommelingen van de index der kleinhandelsprijzen. De in aanmerking te nemen bezoldiging is die welke verschuldigd is voor volledige prestaties, eventueel met inbegrip van de haard- of standplaatstoelage, rekening houdend met de verhogingen of verminderingen die te wijten zijn aan de schommelingen van de index der kleinhandelsprijzen.
Art. 47. L'inspecteur des finances mis à disposition du Chef de Corps qui a reçu une mention " insuffisante " est licencié pour inaptitude professionnelle.
  Une indemnité de départ est accordée à l'inspecteur des finances licencié pour inaptitude professionnelle.
  Cette indemnité est égale à douze fois la dernière rémunération mensuelle de l'inspecteur des finances si celui-ci compte au moins vingt années de service, à huit fois ou à six fois cette rémunération selon que l'inspecteur des finances compte dix ans de service ou moins de dix ans de service.
  Pour l'application du présent article, il faut entendre par " rémunération ", tout traitement, salaire ou indemnité tenant lieu de traitement ou de salaire, compte tenu des augmentations ou des diminutions dues aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation. La rémunération à prendre en considération est celle qui est due pour des prestations complètes, en ce compris éventuellement l'allocation de foyer ou de résidence, compte tenu des augmentations ou des diminutions dues aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation.
HOOFDSTUK VI. - Geldelijk statuut.
CHAPITRE VI. - Statut pécuniaire.
Afdeling 1. - Bezoldigingsregeling.
Section 1re. - Régime des rémunérations.
Art. 48. § 1. [1 Zijn van toepassing op de inspecteurs van financiën de artikelen 13, 14 eerste lid, 15 en 16 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
  § 2. a) De vastbenoemde inspecteur van financiën geniet de wedde vastgesteld in de weddenschaal opgenomen in bijlage 1.
  b) De stagedoende inspecteur van financiën geniet de wedde die overeenstemt met de eerste trap van de weddenschaal opgenomen in bijlage 1 voor de duur van zijn stage [2 , onverminderd de toepassing van § 3]2.
  c) De Korpschef geniet de volgende wedde voor de duur van zijn mandaat :
  123 864 euro.
  § 3. [1 Voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen in de weddenschaal bedoeld in bijlage 1 komen enkel de diensten in aanmerking die verricht zijn als titularis van deze weddenschaal.
   In afwijking van het eerste lid komt voor de berekening van de anciënniteit in aanmerking :
   1.de anciënniteit verworven in de graden van adjunct-inspecteur van financiën, van inspecteur van financiën en van inspecteur-generaal van financiën.
   2. de anciënniteit verworven in elke andere functie die een ervaring verschaft die nuttig is voor de functie van inspecteur van financiën, en dit met een maximum van 7 jaar. Deze anciënniteit wordt vastgesteld door de Korpschef op eensluidend advies van de Raad.
   De diensten verricht als titularis van de wedde bedoeld in § 2, c, van dit artikel worden gelijkgesteld met deze verricht als titularis van de weddenschaal bedoeld in § 2, a, voor de toekenning van de verhogingen in deze weddenschaal.]1

  § 4. In afwijking van artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur bekomen de inspecteurs van financiën een vakantiegeld gelijk aan 92 % van een twaalfde van de jaarwedde(n), verbonden aan de index der consumptieprijzen, die de wedde(n) bepaalt (bepalen) die voor de maand maart van het jaar van de uitbetaling van de premie verschuldigd is (zijn).
  In afwijking van het eerste lid is het percentage voor het jaar 2003 en 2004 vastgesteld op 80 %.
  
Art. 48. § 1er. [1 Sont applicables aux inspecteurs des finances les articles 13, 14, alinéa 1er, 15 et 16 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
  § 2. a) L'inspecteur des finances nommé à titre définitif bénéficie du traitement calculé suivant l'échelle barémique reprise à l'annexe.
  b) L'inspecteur des finances stagiaire bénéficie du traitement correspondant au premier échelon de l'échelle barémique reprise à l'annexe 1 pendant la durée de son stage [2 , sans préjudice de l'application du § 3]2.
  c) Le Chef de Corps bénéficie du traitement suivant pendant la durée de son mandat :
  123 864 euros.
  § 3. [1 Sont seuls admissibles pour l'octroi des augmentations intercalaires dans l'échelle visée à l'annexe 1, les services prestés comme titulaire de cette échelle.
   Par dérogation au premier alinéa, pour le calcul de l'ancienneté est prise en considération :
   1.l'ancienneté acquise dans les grades d'inspecteur adjoint des finances, d'inspecteur des finances et d'inspecteur général des finances.
   2. l'ancienneté acquise dans tout autre fonction procurant une expertise utile pour l'exercice de la fonction de l'inspecteur des finances, et ceci avec un maximum de 7 ans. Cette ancienneté est fixée par le Chef de Corps sur avis conforme du Conseil
   Les services prestés comme titulaire du traitement visé au § 2, c, du présent article sont assimilés à ceux prestés comme titulaire de l'échelle visée au § 2, a, pour l'octroi des augmentations dans cette échelle.]1

  § 4. En dérogation à l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, les inspecteurs des finances obtiennent un pécule de vacances égal à 92 % d'un douzième du ou des traitement(s) annuel(s), lié(s) à l'indice des prix à la consommation, qui détermine(nt) le ou les traitement(s) du(s) pour le mois de mars de l'année de paiement de la prime.
  En dérogation au premier paragraphe le pourcentage est fixé à 80 % pour les années 2003 et 2004.
  
Afdeling 2. - Accreditatiepremies.
Section 2. - Primes d'accréditation.
Art. 49. De inspecteur van financiën met een accreditatie zoals bepaald in artikel 1, 8°, geniet een maandelijkse premie van 616 euro.
  Deze premie wordt tegelijkertijd uitbetaald met de wedde van de maand waarop zij betrekking heeft. Zij wordt betaald op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten als de wedde wanneer deze voor geen volle maand verschuldigd is.
Art. 49. L'inspecteur des finances pourvu d'une accréditation telle que définie à l'article 1er, 8°, du présent arrêté, bénéficie d'une prime mensuelle égale à 616 euros.
  Cette prime est payée en même temps que le traitement du mois auquel elle se rapporte. Elle est payée dans la même mesure et selon les mêmes modalités que le traitement si celui-ci n'est pas dû pour l'entièreté du mois.
Afdeling 3. - De Vergoedingen.
Section 3. - Les indemnités.
Art. 50. De inspecteur van financiën geniet van onkostenvergoedingen volgens de modaliteiten van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel der ministeries.
Art. 50. L'inspecteur des finances bénéficie d'une indemnité pour frais suivant les modalités prévues à l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités et allocations quelconques accordées au personnel des ministères.
Art. 51. Deze vergoeding is ten laste van de Regering of College bij wie de inspecteur van financiën zijn opdracht uitoefent volgens artikel 15 van het organiek besluit.
Art. 51. Cette indemnité est prise en charge par le budget du Gouvernement ou Collège auprès duquel l'inspecteur des finances exerce ses fonctions conformément à l'article 15 de l'arrêté organique.
Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepaling.
Section 4. - Disposition commune.
Art. 52. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de ministeries is van toepassing op de in artikels 48 tot 51 bedoelde bedragen. Ze zijn aan de spilindex 105,20 gekoppeld.
Art. 52. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des ministères s'applique également aux montants visés aux articles 48 à 51. Ils sont rattachés à l'indice pivot 105,20.
HOOFDSTUK VII. [1 - De tuchtregeling.]1
CHAPITRE VII. [1 - Régime disciplinaire.]1
Afdeling 1. [1 - Algemene kenmerken van de tuchtprocedure.]1
Section 1re. [1 - Caractéristiques générales de la procédure disciplinaire.]1
Art. 53. [1 De tuchtvordering wordt ingesteld met de oproeping door de Korpschef van de betrokken inspecteur van financiën om te worden gehoord in zijn verdediging door de disciplinaire commissie.
   De tuchtoverheid kan geen tuchtrechtelijke vervolging meer instellen na verloop van een termijn van zes maanden na de vaststelling of de kennisname door de tuchtoverheid van de daarvoor in aanmerking komende feiten.]1

  
Art. 53. [1 L'action disciplinaire est entamée par la convocation envoyée par le Chef de Corps à l'inspecteur des finances afin que ce dernier soit entendu dans sa défense par la commission disciplinaire.
   L'autorité disciplinaire ne peut plus intenter de poursuite disciplinaire après l'expiration d'un délai de six mois après la constatation ou la prise de connaissance par l'autorité disciplinaire des faits entrant en ligne de compte.]1

  
Art. 54. [1 Wanneer meer dan één feit ten laste van de inspecteur van financiën wordt gelegd, kan dit niettemin slechts aanleiding geven tot één procedure en tot het uitspreken van één tuchtstraf.]1
  
Art. 54. [1 Lorsque plus d'un fait est reproché à l'inspecteur des finances, ceci ne peut toutefois donner lieu qu'à une seule procédure et au prononcé d'une seule peine disciplinaire.]1
  
Art. 55. [1 Behoudens nieuwe elementen die de heropening van het dossier rechtvaardigen, kan niemand het voorwerp uitmaken van een tuchtvordering voor reeds tuchtrechtelijk gesanctioneerde feiten.]1
  
Art. 55. [1 Sans préjudice d'éléments nouveaux justifiant la réouverture d'un dossier, personne ne peut faire l'objet d'une action disciplinaire pour des faits déjà sanctionnés sur le plan disciplinaire.]1
  
Art. 56. [1 Feiten die in het verleden aanleiding hebben gegeven tot een tuchtstraf kunnen in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de strafmaat van een nieuwe tuchtstraf, zelfs indien de tuchtstraf is doorgehaald.
   Wanneer in de loop van een tuchtprocedure een nieuw feit ten laste wordt gelegd kan dit tot een nieuwe procedure aanleiding geven zonder dat de lopende procedure wordt onderbroken.]1

  
Art. 56. [1 Les faits qui ont conduit à une peine disciplinaire dans le passé peuvent être pris en compte lors de la détermination de l'échelle d'une nouvelle peine disciplinaire, même si la peine disciplinaire a été radiée.
   Si une nouvelle infraction est reprochée dans le cadre d'une procédure disciplinaire, elle peut donner lieu à une nouvelle procédure sans interrompre la procédure en cours.]1

  
Art. 57. [1 Elke tuchtstraf wordt vermeld op een in het evaluatiedossier te voegen staat en wordt in het personeelsdossier opgenomen.]1
  
Art. 57. [1 Toute peine disciplinaire est signalée sur un état à annexer au dossier d'évaluation et est reprise au dossier du personnel.]1
  
Art. 58. [1 Dit hoofdstuk is eveneens van toepassing op de stagiairs onverminderd de specifieke bepalingen van hoofdstuk II.]1
  
Art. 58. [1 Le présent chapitre est également applicable aux stagiaires sans préjudice des dispositions spécifiques prévues au chapitre II.]1
  
Art.58bis. [1 § 1. Als in verband met dezelfde feiten een opsporingsonderzoek loopt of de strafvordering werd ingesteld, wordt de termijn van artikel 53 gestuit tot op de dag dat de tuchtoverheid door de gerechtelijke overheid ervan in kennis wordt gesteld dat een gerechtelijke beslissing werd uitgesproken en dat die beslissing in kracht van gewijsde is getreden of dat het dossier geseponeerd is dan wel de strafvordering vervallen is. De tuchtoverheid is ertoe gehouden zich op de hoogte te stellen met betrekking tot de uitkomst van deze beslissing.
   § 2. Het opsporingsonderzoek of de strafvordering doen geen afbreuk aan de mogelijkheid van de tuchtoverheid om een tuchtstraf uit te spreken.
   Indien een opgelegde tuchtstraf onverenigbaar blijkt te zijn met een latere in kracht van gewijsde getreden strafrechtelijke uitspraak, moet de tuchtoverheid de opgelegde tuchtsanctie intrekken en dit met terugwerkende kracht vanaf de datum dat de tuchtstraf is uitgesproken.]1

  
Art.58bis. [1 § 1er. Si une information judiciaire est en cours ou si l'action pénale a été intentée au sujet des mêmes faits, le délai visé à l'article 53 est interrompu jusqu'au jour où l'autorité disciplinaire a été informée par l'autorité judiciaire qu'une décision de justice a été prononcée et que cette décision est coulée en force de chose jugée ou que le dossier a été classé ou que l'action publique est éteinte. L'autorité disciplinaire est tenue de s'informer du résultat de cette décision.
   § 2. L'information judiciaire ou l'action pénale ne porte pas atteinte à la possibilité pour l'autorité disciplinaire de prononcer une peine disciplinaire.
   Si une peine disciplinaire infligée s'avère incompatible avec un prononcé pénal ultérieur qui est coulé en force de chose jugée, l'autorité disciplinaire doit retirer la peine disciplinaire infligée et ce, avec un effet rétroactif à partir de la date du prononcé de la peine disciplinaire.]1

  
Afdeling 2. [1 - Tuchtstraffen.]1
Section 2. [1 - Des peines disciplinaires.]1
Art. 59. [1 De inspecteurs van financiën die hun beroepsplichten niet nakomen of de waardigheid van het ambt in het gedrang brengen, kunnen het voorwerp uitmaken van een tuchtprocedure.]1
  
Art. 59. [1 Les inspecteurs des finances qui ne s'acquittent pas de leurs devoirs professionnels ou qui compromettent la dignité de la fonction, peuvent faire l'objet d'une procédure disciplinaire.]1
  
Art. 60. [1 § 1. De lichte tuchtstraffen zijn:
   1° de terechtwijzing;
   2° de blaam.
   De zware tuchtstraffen zijn:
   1° de inhouding van wedde;
   2° de tuchtschorsing;
   3° de terugzetting in weddeschaal;
   4° het ontslag van ambtswege;
   5° de afzetting.
   § 2. De inhouding van wedde wordt toegepast gedurende ten hoogste 3 maanden en mag niet hoger liggen dan vijftien procent van de bruto wedde.
   § 3. De tuchtschorsing wordt uitgesproken voor ten hoogste drie maanden. De daarmee gepaard gaande inhouding van wedde bedraagt dan twintig procent van de bruto wedde.
   Tijdens de tuchtschorsing bevindt de inspecteur van financiën zich in de administratieve toestand non-activiteit; hij heeft geen recht op verhoging in wedde en weddeschaal.
   § 4. De terugzetting in weddeschaal bestaat in de vermindering van de anciënniteit berekend overeenkomstig art. 48 § 3.
   De doorhaling voorzien in artikel 84 heeft geen invloed op deze vermindering.]1

  
Art. 60. [1 § 1er. Les peines disciplinaires légères sont :
   1° le rappel à l'ordre ;
   2° le blâme.
   Les peines disciplinaires lourdes sont :
   1° la retenue de traitement ;
   2° la suspension disciplinaire ;
   3° la rétrogradation dans l'échelle de traitement ;
   4° la démission d'office ;
   5° la révocation.
   § 2. La retenue de traitement est appliquée pour une période de 3 mois au maximum et ne peut excéder quinze pourcent de la rémunération brute.
   § 3. La suspension disciplinaire est prononcée pour une période de trois mois au maximum et entraîne une retenue de traitement de vingt pourcent de la rémunération brute.
   Lors de la suspension disciplinaire l'Inspecteur des finances se trouve dans une position administrative de non-activité ; il n'a pas droit à une augmentation de traitement et d'échelle de traitement.
   § 4. La rétrogradation dans l'échelle de traitement consiste en la réduction de l'ancienneté calculée conformément à l'art. 48 § 3.
   La radiation prévue à l'article 84 reste sans effet sur cette réduction.]1

  
Art. 61. [1 In geval van ontslag van ambtswege of van afzetting wordt de inspecteur van financiën onmiddellijk, zonder opzeggingstermijn en zonder opzeggingsvergoeding door de Koning ontslagen.]1
  
Art. 61. [1 En cas de démission d'office ou de révocation, le Roi licencie l'inspecteur des finances immédiatement sans délai ni indemnité de préavis.]1
  
Art. 62. [1 De lichte tuchtstraffen worden door de Korpschef uitgesproken. De zware tuchtstraffen worden, op uitzondering van het ontslag van ambtswege en de afzetting, door de Minister uitgesproken.]1
  
Art. 62. [1 Les peines disciplinaires légères sont prononcées par le Chef de Corps. Les peines disciplinaires lourdes sont prononcées par le Ministre, à l'exception de la démission d'office et de la révocation.]1
  
Afdeling 3. [1 - De procedure.]1
Section 3. [1 - La procédure.]1
Art. 63. [1 De tuchtvordering wordt ingesteld conform de artikelen 53 en 64.]1
  
Art. 63. [1 L'action disciplinaire est entamée conformément aux articles 53 et 64.]1
  
Art. 64. [1 § 1. De inspecteur van financiën wordt door de Korpschef opgeroepen om op een hoorzitting te worden gehoord in zijn verdediging door de disciplinaire commissie samengesteld uit drie door de Minister aangeduide inspecteurs van financiën.
   De oproeping van de inspecteur van financiën voor de hoorzitting, dient melding te maken van:
   1° de ten laste gelegde feiten;
   2° het feit dat een tuchtstraf wordt in overweging genomen;
   3° de plaats, dag en het uur van de hoorzitting;
   4° het recht van de betrokkene om zich te laten bijstaan door een raadgever van zijn keuze of zich te laten vertegenwoordigen door een raadgever bij gewettigde verhindering;
   5° het recht van de betrokkene om het horen van getuigen te vragen;
   6° het recht van de betrokkene om voorafgaand aan de hoorzitting een schriftelijk verweer in te dienen;
   7° de plaats waar en de termijn waarbinnen het tuchtdossier kan worden ingezien en het recht gratis fotokopieën ervan te maken.
   8° de samenstelling van de disciplinaire commissie.
   § 2. De belanghebbende en zijn raadgever kunnen het tuchtdossier op hun verzoek raadplegen voordat de hoorzitting plaats vindt. Zij beschikken voor de inzage van het dossier over een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen na ontvangst van de oproepingsbrief.]1

  
Art. 64. [1 § 1er. L'inspecteur des finances est convoqué par le Chef de Corps afin d'être entendu en audience pour sa défense devant une commission disciplinaire composée de trois inspecteurs des finances désignés par le Ministre.
   La convocation de l'inspecteur des finances pour l'audience doit mentionner :
   1° les fait imputés ;
   2° le fait qu'une peine disciplinaire est envisagée ;
   3° le lieu, la date et l'heure de l'audience ;
   4° le droit de la personne concernée de se faire assister par un conseil de son choix ou de se faire représenter par un conseil en cas d'empêchement légitime ;
   5° le droit de la personne concernée de demander l'audition de témoins ;
   6° le droit de la personne concernée de présenter une défense écrite avant l'audience ;
   7° le lieu où et le délai dans lequel le dossier disciplinaire peut être consulté et le droit d'en faire des photocopies gratuites ;
   8° la composition de la commission disciplinaire.
   § 2. A leur demande, la personne concernée et son conseil peuvent consulter le dossier disciplinaire avant que l'audience n'ait lieu. Ils disposent d'un délai d'au moins quinze jours calendrier pour consulter le dossier après réception de la lettre de convocation.]1

  
Art. 65. [1 § 1. Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt door een griffier-rapporteur aangewezen door de Minister. De betrokkene of zijn raadgever ontvangen hiervan een kopie.
   § 2. Indien de inspecteur van financiën, ofschoon volgens de voorschriften opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, of zich niet laat vertegenwoordigen bij gewettigde afwezigheid, wordt hij geacht af te zien van zijn recht om gehoord te worden.]1

  
Art. 65. [1 § 1er. Il est dressé un procès-verbal de l'audience par un greffier-rapporteur désigné par le Ministre. La personne concernée ou son conseil obtient une copie de ce procès-verbal.
   § 2. Si l'inspecteur des finances, malgré une convocation valable, ne comparaît pas sans motif valable, ou, en cas d'empêchement légitime, ne se fait pas représenter, il est réputé avoir renoncé à son droit d'être entendu.]1

  
Art. 66. [1 Indien de disciplinaire commissie besluit dat een tuchtstraf gerechtvaardigd is formuleert zij binnen een termijn van één maand na de hoorzitting een gemotiveerd voorstel van tuchtstraf.
   Als de discipinaire commissie de tuchtschorsing, de inhouding van wedde of de terugzetting in weddeschaal voorstelt, stelt zij de omvang ervan voor
   Een afschrift van het voorstel wordt betekend aan de inspecteur van financiën.
   Het voorstel van tuchtstraf wordt aan de Korpschef toegestuurd.
   Indien de disciplinaire commissie besluit dat een tuchtstraf niet gerechtvaardigd is, wordt de procedure beëindigd.]1

  
Art. 66. [1 Si la commission disciplinaire conclut qu'une peine disciplinaire est justifiée, elle formule, dans un délai d'un mois suivant l'audience, une proposition motivée de peine disciplinaire.
   Si la Commission disciplinaire propose la suspension disciplinaire, la retenue de traitement ou la rétrogradation dans l'échelle de traitement, elle en propose l'ampleur.
   Une copie de la proposition est envoyée à l'inspecteur des finances.
   La proposition de peine disciplinaire est envoyée au Chef de Corps.
   Si la commission disciplinaire conclut qu'aucune peine disciplinaire n'est justifiée, la procédure prend fin.]1

  
Art. 67. [1 Voor zover een lichte tuchtstraf wordt voorgesteld beslist de Korpschef binnen een termijn van 15 kalenderdagen na ontvangst van het dossier, en waarbij de straf niet hoger kan zijn dan deze die voorgesteld werd door de disciplinaire commissie.]1
  
Art. 67. [1 Pour autant qu'une peine disciplinaire légère a été proposée, le Chef de Corps prend une décision dans un délai de 15 jours calendrier après réception du dossier, la peine ne pouvant être supérieure à celle qui a été proposée par la commission disciplinaire.]1
  
Art. 68. [1 De Inspecteur van financiën kan binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na ontvangst van het voorstel van tuchtstraf een beroep instellen bij de Beroepskamer voor zover een zware tuchtstraf wordt voorgesteld door het indienen van een beroepschrift.
   Indien de inspecteur van financiën niet binnen de voorziene termijn een beroep instelt bij de Beroepskamer wordt het voorstel van zware tuchtstraf overgemaakt aan de Minister.]1

  
Art. 68. [1 L'inspecteur des finances peut, dans un délai de quinze jours calendrier suivant la réception de la proposition de peine disciplinaire, introduire un recours devant la Chambre de recours, pour autant qu'une peine disciplinaire lourde a été proposée.
   Si l'inspecteur des finances n'introduit pas de recours devant la Chambre de recours dans le délai prescrit, la proposition de peine disciplinaire lourde est transmise au Ministre.]1

  
Art. 69. [1 De Beroepskamer hoort de betrokkene binnen een termijn van één maand na verzending van zijn beroepschrift en brengt een advies uit binnen een termijn van één maand na de hoorzitting. Ingeval van toepassing van artikel 81 wordt de termijn opgeschort tot de nieuwe hoorzitting na het onderzoek.
   Indien het advies besluit dat een tuchtvoorstel gerechtvaardigd is, wordt het dossier aan de Minister overgemaakt.
   In het tegenovergestelde geval, wordt de procedure beëindigd.]1

  
Art. 69. [1 La Chambre de recours entend la personne concernée dans un délai d'un mois suivant l'envoi de son recours et émet un avis dans un délai d'un mois après l'audience. En cas d'application de l'article 81, le délai est suspendu jusqu'à la nouvelle audience après l'enquête.
   Si l'avis conclut qu'une peine disciplinaire se justifie, le dossier est transmis au Ministre.
   Dans le cas contraire, la procédure prend fin.]1

  
Art. 70. [1 § 1. De Minister beslist binnen een termijn van één maand na ontvangst van het dossier.
   In het voorkomende geval dat de inspecteur van financiën, die het voorwerp uitmaakt van het tuchtonderzoek, ter beschikking werd gesteld van een andere dan de federale Regering, dient de Minister het akkoord te bekomen van de Minister van Begroting van de Regering waar de betrokken inspecteur van financiën ter beschikking was gesteld op het tijdstip van de tuchtfeiten of, bij meerdere tuchtfeiten, het tijdstip van het laatste tuchtfeit.
   De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt voor een periode van maximaal twee maanden geschorst tijdens de periode waarop dit akkoord wordt gevraagd, en gaat in op de dag van het ontvangstbewijs van het schriftelijk verzoek van de Minister dat de datum van ontvangst vermeldt. In het geval dat na het verstrijken van deze termijn de betrokken Minister van Begroting niet heeft aangegeven zich al dan niet akkoord te verklaren, wordt hij geacht zich akkoord te verklaren.
   De straf kan niet hoger zijn dan deze die voorgesteld werd door de disciplinaire commissie of door de Beroepskamer.
   De straf kan geen gevolg hebben voorafgaand aan de uitspraak ervan.
   § 2. Indien geen akkoord conform de vorige paragraaf kan worden bereikt verzendt de Minister het dossier uiterlijk binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van één maand aan het Comité.
   Het Comité beslist binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het dossier, en waarbij een twee derde meerderheid is vereist.
   De straf kan niet hoger zijn dan deze die voorgesteld werd door de disciplinaire commissie of door de Beroepskamer.
   De straf kan geen gevolg hebben voorafgaand aan de uitspraak ervan.]1

  
Art. 70. [1 § 1er. Le Ministre décide dans un délai d'un mois à compter de la réception du dossier.
   Dans le cas où l'inspecteur des finances faisant l'objet de l'enquête disciplinaire a été mis à la disposition d'un gouvernement autre que le gouvernement fédéral, le Ministre doit obtenir l'accord du Ministre du Budget du gouvernement où l'inspecteur des finances concerné avait été mis à disposition au moment des faits disciplinaires ou, en cas de faits disciplinaires multiples, lors du dernier fait disciplinaire.
   Le délai, visé dans le premier paragraphe, est suspendu pour un maximum de deux mois pendant la période où l'accord est demandé, et débute le jour de l'accusé de réception de la demande écrite du Ministre, portant la date à laquelle il est délivré. Au cas échéant où le Ministre du Budget concerné n'a pas indiqué qu'il ne peut pas être d'accord, il est réputé être d'accord.
   La peine ne peut être supérieure à celle proposée par la commission disciplinaire ou par la Chambre de recours.
   La peine ne peut avoir d'effet antérieur à son prononcé.
   § 2. Si aucun accord ne peut être obtenu conformément au paragraphe précédent, le Ministre envoie le dossier au Comité au plus tard dans un délai de quinze jours suivant l'expiration du délai d'un mois.
   Le Comité prend sa décision dans un délai de quatre mois à dater de la réception du dossier. Une majorité de deux tiers est nécessaire pour l'adoption de cette décision.
   La peine ne peut être supérieure à celle proposée par la commission disciplinaire ou par la Chambre de recours.
   Elle ne peut avoir d'effet antérieur à son prononcé.]1

  
Art. 71. [1 Alle correspondentie tussen de inspecteur van financiën en de disciplinaire commissie, de Beroepskamer, de Minister en het Comité gebeurt op één van de volgende wijzen:
   1° hetzij door elektronische mededeling waarvan de ontvangst door de ontvanger wordt bevestigd;
   2° hetzij door overhandiging van een schrijven in ruil voor een ondertekend ontvangstbewijs door de ontvanger dat de datum van ontvangst vermeldt;
   3° hetzij door een aangetekend schrijven.
   De termijnen beginnen te lopen vanaf de dag van de ontvangst van de elektronische mededeling, van de ondertekening van het ontvangstbewijs of van de afgifte van de aangetekende zending.]1

  
Art. 71. [1 Toute la correspondance entre l'inspecteur des finances et la commission disciplinaire, la Chambre de recours, le Ministre et le Comité est transmise selon un des modes suivants:
   1° soit par courriel dont la réception est confirmée par le destinataire;
   2° soit par remise d'un écrit de la main à la main en échange d'un accusé de réception signé du destinataire portant la date à laquelle il est délivré;
   3° soit par lettre recommandée.
   Les délais commencent à courir à compter du jour de la réception du courriel, de la signature de l'accusé de réception ou du dépôt de l'envoi recommandé.]1

  
Afdeling 4. [1 - De Beroepskamer.]1
Section 4. [1 - La Chambre de recours.]1
Art. 72. [1 Wanneer de inspecteur van financiën niet akkoord gaat met een voorstel van zware tuchtstraf, kan hij een beroep instellen bij de Beroepskamer, opgericht bij het Korps, in de in dit besluit voorziene gevallen.
   Het beroepschrift wordt gericht aan de Korpschef, die het overmaakt aan de griffier-rapporteur van de bevoegde afdeling.]1

  
Art. 72. [1 Lorsque l'inspecteur des finances n'est pas d'accord avec une proposition de peine disciplinaire lourde, il peut, dans les cas prévus par le présent arrêté, introduire un recours auprès de la Chambre de recours, créée auprès du Corps.
   Le recours est adressé au Chef de Corps, qui le transmet au greffier-rapporteur de la section compétente.]1

  
Art. 73. [1 De Beroepskamer omvat een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling.
   De taalrol waartoe de inspecteur van financiën behoort, bepaalt voor welke afdeling hij verschijnt.]1

  
Art. 73. [1 La Chambre de recours comprend une section francophone et une section néerlandophone.
   Le rôle linguistique de l'inspecteur des finances détermine la section devant laquelle il comparaît.]1

  
Art. 74. [1 § 1. Iedere afdeling van de Beroepskamer is samengesteld uit de drie leden van dezelfde taalrol die actief deel uitmaken van de Raad en dit volgens de rangschikking van de verkiezingen van de Raad die wordt opgesteld krachtens artikel 6, § 2, tweede lid van het koninklijk besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het Interfederaal Korps van de Inspectie van financiën, uit drie leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties, uit een griffier-rapporteur en uit plaatsvervangers.
   Onder representatieve vakorganisaties worden de vakorganisaties verstaan die zitting hebben in het comité dat alle openbare diensten gemeenschappelijk hebben, overeenkomstig artikel 7 van wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
   Wanneer een inspecteur van financiën lid van de beroepskamer verhinderd is, wordt hij vervangen door een plaatsvervanger van dezelfde taalrol bij de Raad en dit volgens de rangschikking van de verkiezingen voor de Raad.
   De griffier-rapporteur en twee plaatsvervangers worden door de Minister aangewezen onder de Inspecteurs van financiën en het administratief personeel bedoeld in artikel 16, tweede lid van het organiek besluit.
   § 2. De voorzitter van elke afdeling is het lid van de Raad, verkozen met de meeste stemmen in de verkiezingen conform artikel 6 van het organiek besluit.
   § 3. Wanneer een afdeling van de Beroepskamer zetelt in de zaken bedoeld in de hoofdstukken VII en X van dit besluit wordt ze, in afwijking van paragraaf 2, door een magistraat voorgezeten, die wordt toegevoegd aan de leden bedoeld in paragraaf 1.
   Op voordracht van de Minister van Justitie, duidt de Minister, voor elke afdeling, de voorzitter alsmede twee plaatsvervangende voorzitters aan onder de dienstdoende of eremagistraten van de taalrol die overeenstemt met de afdeling.
   De voorzitter of zijn plaatsvervanger geniet van het presentiegeld toegekend aan de voorzitter van de federale beroepskamers.]1

  
Art. 74. [1 § 1er. Chaque section de la Chambre de recours est composée des trois membres du même rôle linguistique faisant activement partie du Conseil selon le classement des élections du Conseil établi en vertu de l'article 6, § 2, deuxième alinéa de l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances, de trois membres désignés par les organisations syndicales représentatives, d'un greffier-rapporteur et de suppléants.
   Par organisations syndicales représentatives, il y a lieu d'entendre les organisations syndicales qui siègent au comité commun à l'ensemble des services publics conformément à l'article 7 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités.
   Lorsqu'un inspecteur des finances, membre de la Chambre de recours, est empêché, il est remplacé par un suppléant du Conseil du même rôle linguistique selon le classement des élections du Conseil.
   Le greffier-rapporteur et deux suppléants sont désignés par le Ministre parmi les inspecteurs des finances et le personnel administratif visés à l'article 16, alinéa 2 de l'arrêté organique.
   § 2. Le président de chaque section est le membre du Conseil élu avec le plus de voix aux élections conformément à l'article 6 de l'arrête organique.
   § 3. Lorsqu'une section de la Chambre de recours siège dans les affaires visées aux chapitres VII et X du présent arrêté, elle est, par dérogation au paragraphe 2, présidée par un magistrat qui s'ajoute aux membres prévus au paragraphe 1er.
   Sur proposition du Ministre de la Justice, le Ministre désigne, pour chaque section, le président, ainsi que deux présidents suppléants parmi les magistrats effectifs ou honoraires du rôle linguistique correspondant à la section.
   Le président ou son remplaçant bénéficie du jeton de présence accordé au président des chambres de recours fédérales.]1

  
Art. 75. [1 In geval van verhindering neemt de inspecteur van financiën die lid is, onmiddellijk contact op met de Korpschef die een beroep doet op een plaatsvervanger.
   Er moeten evenveel Inspecteurs van financiën als door de vakorganisaties aangewezen assessoren aan de stemming deelnemen. In voorkomend geval wordt de pariteit hersteld door uitschakeling van één of meer bij loting aangewezen assessoren.
   Elke afdeling van de Beroepskamer heeft op geldige wijze zitting zodra er vier leden aanwezig zijn, waaronder de Voorzitter.]1

  
Art. 75. [1 En cas d'empêchement, le membre inspecteur des finances prévient sans délai le Chef de Corps qui fait appel à un suppléant.
   Les inspecteurs des finances et les assesseurs désignés par les organisations syndicales, qui prennent part au vote, doivent être en nombre égal. Le cas échéant, la parité est rétablie par l'élimination d'un ou de plusieurs assesseurs, après tirage au sort.
   Chaque section de la Chambre de recours siège valablement dès que quatre membres sont présents, dont le Président.]1

  
Art. 76. [1 De griffier rapporteur roept de verzoeker op uiterlijk vijftien dagen vóór de hoorzitting.
   De oproepingsbrief vermeldt de lijst van de leden van de beroepskamer die opgeroepen zijn voor het onderzoek van zijn beroep.]1

  
Art. 76. [1 Le greffier-rapporteur convoque le requérant au plus tard quinze jours avant l'audience.
   La lettre de convocation reprend la liste des membres de la Chambre de recours appelés à connaître son recours.]1

  
Art. 77. [1 De verzoeker heeft het recht om één lid te wraken binnen een termijn van zeven kalenderdagen na de mededeling van de lijst.
   De vervanging gebeurt conform artikel 75 wanneer het gaat om een lid inspecteur van financiën.
   De voorzitter wraakt het lid dat als rechter in eigen zaak beschouwd zou kunnen worden.]1

  
Art. 77. [1 Le requérant a le droit de récuser un membre dans un délai de sept jours calendrier suivant la communication de la liste.
   Le remplacement s'effectue conformément à l'article 75 lorsqu'il s'agit d'un membre inspecteur des finances.
   Le président récuse le membre qui pourrait être considéré comme juge et partie.]1

  
Art. 78. [1 De voorzitter kan de Korpschef of zijn gemachtigde uitnodigen om de voorgestelde tuchtmaatregel te verdedigen.]1
  
Art. 78. [1 Le président peut inviter le Chef de Corps ou son délégué à défendre la mesure disciplinaire proposée.]1
  
Art. 79. [1 De Beroepskamer hoort de inspecteur van financiën alvorens een advies te formuleren.
   Behalve bij gewettigde verhindering verschijnt de verzoeker persoonlijk; hij mag zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een raadgever of bij gewettigde verhindering zich door die raadgever laten vertegenwoordigen.]1

  
Art. 79. [1 La Chambre de recours entend l'inspecteur des finances avant de formuler un avis.
   Le requérant comparaît en personne, sauf empêchement légitime; il peut se faire assister pour sa défense par un conseil ou, en cas d'empêchement légitime, se faire représenter par ce conseil.]1

  
Art. 80. [1 Indien de inspecteur van financiën, ofschoon volgens de voorschriften opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt, of zich niet laat vertegenwoordigen bij gewettigde afwezigheid, wordt hij geacht af te zien van zijn beroep.]1
  
Art. 80. [1 Si l'inspecteur des finances, malgré une convocation valable, ne comparaît pas sans motif valable, ou, en cas d'empêchement légitime, ne se fait pas représenter, il est réputé se désister de son recours.]1
  
Art. 81. [1 Vóór de sluiting van de debatten kan de voorzitter twee leden aanwijzen, één onder de inspecteurs van financiën en één onder de aanwezige syndicale afgevaardigden, om een aanvullend onderzoek te verrichten.]1
  
Art. 81. [1 Avant la clôture des débats, le président peut désigner deux membres, un parmi les inspecteurs des finances et un parmi les représentants syndicaux présents, pour mener une enquête complémentaire.]1
  
Art. 82. [1 In voorkomend geval organiseert de Voorzitter verschillende stemrondes met het oog op het bepalen van een gemeenschappelijk standpunt inzake het niveau en de omvang van de sanctie.
   De stemmingen zijn geheim en bij gewone meerderheid. De voorzitter is stemgerechtigd. De griffier-rapporteur is niet stemgerechtigd.]1

  
Art. 82. [1 Le cas échéant, le Président organise plusieurs tours de vote en vue de déterminer une position commune sur le niveau et l'étendue de la peine.
   Le vote a lieu au scrutin secret et à la majorité simple. Le président a voix délibérative. Le greffier-rapporteur n'a pas voix délibérative.]1

  
Art. 83. [1 De Beroepskamer stuurt onverwijld haar advies toe aan de verzoeker, bij aangetekende brief, en aan de Korpschef.
   Het advies betreft zowel de opportuniteit van de sanctie als de grootte ervan. Een afschrift van het advies wordt overgemaakt aan de betrokken inspecteur van financiën.
   Als de Beroepskamer de tuchtschorsing, de inhouding van wedde of de terugzetting in weddeschaal voorstelt, stelt zij de omvang ervan voor.
   Het advies vermeldt met hoeveel stemmen, voor of tegen, de voorstellen worden ondersteund.]1

  
Art. 83. [1 La Chambre de recours adresse sans délai son avis par lettre recommandée au requérant ainsi qu'au Chef de Corps.
   L'avis porte tant sur l'opportunité de la peine que sur son étendue. Une copie de l'avis est adressée à l'inspecteur des finances concerné.
   Si la Chambre de recours propose la suspension disciplinaire, la retenue de traitement ou la rétrogradation dans l'échelle de traitement, elle en propose l'ampleur.
   L'avis mentionne par quel nombre de voix, pour ou contre, les propositions sont soutenues.]1

  
Afdeling 5. [1 - De doorhaling van de tuchtstraffen.]1
Section 5. [1 - La radiation des peines disciplinaires.]1
Art. 84. [1 § 1. Met uitzondering van de afzetting en het ontslag van ambtswege wordt elke tuchtstraf in het persoonlijk dossier van de inspecteur van financiën doorgehaald onder de in § 2 bepaalde voorwaarden en uit het personeelsdossier verwijderd.
   Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 56, 2de lid en onverminderd de uitvoering van de straf heeft de doorhaling tot gevolg dat met de doorgehaalde tuchtstraf geen rekening meer wordt gehouden inzonderheid bij de toekenning van de evaluatie.
   § 2. De doorhaling van de tuchtstraffen gebeurt van rechtswege na een termijn waarvan de duur is vastgesteld op :
   -zes maanden voor de terechtwijzing;
   - negen maanden voor de blaam;
   - één jaar voor de inhouding van wedde;
   - achttien maanden voor de tuchtschorsing;
   - drie jaar voor terugzetting in weddeschaal.
   De termijn loopt vanaf de datum van de eindbeslissing in de tuchtprocedure.]1

  
Art. 84. [1 § 1er. A l'exception de la révocation et de la démission d'office, toute peine disciplinaire est radiée du dossier individuel de l'inspecteur des finances aux conditions fixées au § 2 et est retirée du dossier du personnel.
   Sous réserve de l'application de l'article 56, alinéa 2 et sans préjudice de l'exécution de la peine, la radiation a pour effet qu'il ne peut plus être tenu compte de la peine disciplinaire, notamment lors de l'attribution de l'évaluation.
   § 2. La radiation des peines disciplinaires est opérée d'office après une période qui est égale à :
   -six mois pour le rappel à l'ordre;
   - neuf mois pour le blâme;
   - un an pour la retenue de traitement ;
   - dix-huit mois pour la suspension disciplinaire;
   - trois ans pour la régression d'échelle barémique.
   Le délai prend cours à la date de la décision définitive dans la procédure disciplinaire.]1

  
Afdeling 6. [1 - Bepalingen eigen aan de Korpschef]1
Section 6. [1 - Dispositions propres au Chef de Corps.]1
Art.84bis. [1 De afdelingen 1, 2 en 5 van dit hoofdstuk, op uitzondering van artikel 62, alsook artikel 83 van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de tekortkomingen aan zijn plichten begaan door de Korpschef.]1
  
Art.84bis. [1 Les sections 1, 2 et 5 du présent chapitre, à l'exception de l'article 62, ainsi que l'article 83 du présent chapitre sont applicables aux manquements à ses devoirs commis par le Chef de Corps.]1
  
Art.84ter. [1 De tuchtvordering wordt ingesteld met de oproeping door de Minister aan de Korpschef om door hem te worden gehoord in zijn verdediging.]1
  
Art.84ter. [1 L'action disciplinaire est entamée par la convocation envoyée par le Ministre au Chef de Corps afin que ce dernier soit entendu dans sa défense.]1
  
Art.84quater. [1 § 1. De Korpschef wordt door de Minister opgeroepen om te worden gehoord in zijn verdediging.
   De oproeping van de Korpschef om in zijn verdediging gehoord te worden, dient melding te maken van:
   1° de ten laste gelegde feiten;
   2° het feit dat een tuchtstraf wordt in overweging genomen;
   3° de plaats, dag en het uur van het verhoor;
   4° het recht van de betrokkene om zich te laten bijstaan door een raadgever of zich te laten vertegenwoordigen door een raadgever bij gewettigde verhindering;
   5° het recht van de betrokkene om het horen van getuigen te vragen;
   6° het recht van de betrokkene om voorafgaand aan de hoorzitting een schriftelijk verweer in te dienen;
   7° de plaats waar en de termijn waarbinnen het tuchtdossier kan worden ingezien en het recht gratis fotokopieën ervan te maken.
   De betrokkene kan reeds opgeroepen worden in de brief bedoeld in artikel 84ter.
   § 2. De belanghebbende en zijn raadgever kunnen het tuchtdossier op hun verzoek raadplegen voordat de hoorzitting plaats vindt. Zij beschikken voor de inzage van het dossier over een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen na ontvangst van de oproepingsbrief.]1

  
Art.84quater. [1 § 1er. Le Ministre convoque le Chef de Corps afin que ce dernier soit entendu dans sa défense.
   La convocation envoyée au Chef de Corps afin qu'il soit entendu dans sa défense doit mentionner :
   1° les fait imputés ;
   2° le fait qu'une peine disciplinaire est envisagée ;
   3° le lieu, la date et l'heure de l'audience ;
   4° le droit de la personne concernée de se faire assister par un conseil ou de se faire représenter par un conseil en cas d'empêchement légitime ;
   5° le droit de la personne concernée de demander l'audition de témoins ;
   6° le droit de la personne concernée de présenter une défense écrite avant l'audience ;
   7° le lieu où et le délai dans lequel le dossier disciplinaire peut être consulté et le droit d'en faire des photocopies gratuites.
   La personne concernée peut déjà être convoquée dans la lettre visée à l'article 84ter.
   § 2. A leur demande, la personne concernée et son conseil peuvent consulter le dossier disciplinaire avant que l'audience n'ait lieu. Ils disposent d'un délai d'au moins quinze jours calendrier pour consulter le dossier après réception de la lettre de convocation.]1

  
Art.84quinquies. [1 Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt door een griffier-rapporteur aangewezen door het Comité. De betrokkene of zijn raadgever ontvangen hiervan een kopie.]1
  
Art.84quinquies. [1 Il est dressé un procès-verbal de l'audience par un greffier-rapporteur désigné par le Comité. La personne concernée ou son conseil obtient une copie de ce procès-verbal.]1
  
Art.84sexies. [1 Indien de Minister oordeelt dat een tuchtstraf gerechtvaardigd is, neemt hij binnen een termijn van één maand een gemotiveerde beslissing, hetzij waarbij een lichte tuchtstraf wordt opgelegd, hetzij waarbij hij een zware tuchtstraf voorstelt. Een afschrift van de beslissing of het voorstel wordt betekend aan de Korpschef.]1
  
Art.84sexies. [1 Si le Ministre estime qu'une peine disciplinaire est justifiée, il prend une décision motivée dans un délai d'un mois, soit au cas où une peine disciplinaire légère est décidée, soit au cas où une peine disciplinaire lourde est proposée. Une copie de la décision ou de la proposition est signifiée au Chef de Corps.]1
  
Art.84septies. [1 De korpschef kan, in het voorkomende geval dat een zware tuchtstraf wordt voorgesteld, binnen een termijn van vijftien kalenderdagen een beroep indienen bij door de raad van beroep inzake tuchtzaken voor de houders van een management- of staffunctie, zoals bedoeld in artikel 82 van het Koninklijk Besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel.
   Hij heeft het recht om binnen dezelfde termijn van vijftien dagen een gemotiveerd beroepschrift over te maken.
   Artikels 83bis en 86 tot en met 93 van hetzelfde besluit zijn van toepassing.
   De Minister informeert de raad van beroep.]1

  
Art.84septies. [1 Dans le cas où une peine disciplinaire lourde est proposée, le Chef de Corps peut, dans les quinze jours calendrier, déposer un recours devant la chambre de recours en matière disciplinaire des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement, prévu à l'article 82 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
   Il a le droit de transmettre un recours motivé dans le même délai de quinze jours.
   Les articles 83bis et 86 à 93 du même arrêté sont d'application.
   Le Ministre informe la Chambre de recours.]1

  
Art.84octies. [1 Indien de Korpschef binnen de voorziene termijn geen beroep indient bij de raad van beroep wordt het voorstel van sanctie overgemaakt aan het Comité.]1
  
Art.84octies. [1 Si le Chef de Corps n'introduit pas de recours devant la chambre de recours, la proposition de peine est transmise au Comité.]1
  
Art.84nonies. [1 De raad van beroep brengt een advies uit binnen één maand na de hoorzitting. Ingeval van toepassing van artikel 81 wordt de termijn opgeschort tot de nieuwe hoorzitting na het onderzoek. Het advies betreft zowel de opportuniteit van de sanctie als de grootte ervan. Een afschrift van het advies wordt overgemaakt aan de Korpschef.
   Indien het advies besluit dat een tuchtvoorstel gerechtvaardigd is, wordt het dossier aan het Comité overgemaakt voor zover het een voorstel van zware tuchtstraf betreft. In het voorkomende geval dat een lichte tuchtstraf wordt voorgesteld wordt het dossier overgemaakt aan de Minister.
   In het tegenovergestelde geval, wordt de procedure beëindigd.]1

  
Art.84nonies. [1 La chambre de recours émet un avis dans un délai d'un mois après l'audience. En cas d'application de l'article 81, le délai est suspendu jusqu'à la nouvelle audience après l'enquête. L'avis porte tant sur l'opportunité de la peine que sur son étendue. Une copie de l'avis est adressée au Chef de Corps.
   Si l'avis conclut qu'une peine disciplinaire se justifie, le dossier est transmis au Comité dans la mesure où il s'agit d'une proposition de peine disciplinaire lourde. En cas de proposition de peine disciplinaire légère, le dossier est transmis au Ministre.
   Dans le cas contraire, la procédure prend fin.]1

  
Art.84decies. [1 § 1. Het Comité beslist binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het dossier.
   De straf kan niet hoger zijn dan deze die voorgesteld werd door de Minister of door de raad van beroep.
   De straf kan geen gevolg hebben voorafgaand aan de uitspraak ervan.
   § 2. Indien het voorstel van de raad van beroep een lichte tuchtstraf betreft beslist de Minister binnen een termijn van één maand en is hij hierbij gebonden aan het door de raad van beroep geformuleerde voorstel.]1

  
Art.84decies. [1 § 1. Le Comité prend une décision dans un délai de quatre mois à compter de la réception du dossier.
   La peine ne peut être supérieure à celle proposée par le Ministre ou par la chambre de recours.
   La peine ne peut avoir d'effet antérieur à son prononcé.
   § 2. Si la proposition de la chambre de recours concerne une peine disciplinaire légère, le Ministre tranchera dans un délai d'un mois et sera lié par la proposition formulée par la chambre de recours.]1

  
Art.84undecies. [1 Alle correspondentie tussen de Korpschef en de Minister, de raad van beroep en het Comité gebeurt op één van de volgende wijzen:
   1° hetzij door elektronische mededeling waarvan de ontvangst door de ontvanger wordt bevestigd;
   2° hetzij door overhandiging van een schrijven in ruil voor een ondertekend ontvangstbewijs door de ontvanger dat de datum van ontvangst vermeldt;
   3° hetzij door een aangetekend schrijven.
   De termijnen beginnen te lopen vanaf de dag van de ontvangst van de elektronische mededeling, van de ondertekening van het ontvangstbewijs of van de afgifte van de aangetekende zending.]1

  
Art.84undecies. [1 Toute la correspondance entre le Chef de Corps et le Ministre, la chambre de recours et le Comité est transmise selon un des modes suivants:
   1° soit par courriel dont la réception est confirmée par le destinataire;
   2° soit par remise d'un écrit de la main à la main en échange d'un accusé de réception portant la signature du destinataire et la date à laquelle il est délivré;
   3° soit par lettre recommandée.
   Les délais commencent à courir à compter du jour de la réception du courriel, de la signature de l'accusé de réception ou du dépôt de l'envoi recommandé.]1

  
Art.84duodecies. [1 In elke stand van de tuchtprocedure mag de Korpschef zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een raadgever of bij gewettigde verhindering zich door die raadgever laten vertegenwoordigen.]1
  
Art.84duodecies. [1 A tout moment de la procédure disciplinaire, le Chef de Corps peut se faire assister pour sa défense par un conseil ou, en cas d'empêchement légitime, se faire représenter par ce conseil.]1
  
HOOFDSTUK VIII. - Verlof voor opdracht van algemeen belang.
CHAPITRE VIII. - Congé pour mission d'intérêt général.
Art. 85. De inspecteur van financiën krijgt op zijn verzoek verlof voor de uitoefening van een opdracht van algemeen belang.
  Onder opdracht van algemeen belang moet worden verstaan :
  1. de uitoefening van ambten in België ter vervulling van een door een Regering, een College of een Belgische openbare dienst toevertrouwde of erkende opdracht. Hieronder valt ook het ter beschikking stellen van de Koning, de Prinsen en Prinsessen van België en de voorzitter van een wetgevende vergadering, naar de Cel algemene beleidscoördinatie, een Cel algemeen beleid, een persoonlijk secretariaat, een Cel beleidsvoorbereiding of op een kabinet van een minister of een staatssecretaris bij een Regering of een lid van een College als kabinetschef of adjunct-kabinetschef of daarmee gelijkgestelde post.
  2. de uitvoering van een internationale opdracht. Hieronder wordt verstaan :
  1° de uitoefening van ambten, buiten het Rijk, ofwel ter vervulling van een opdracht toevertrouwd door een Regering, een College of een Belgische openbare dienst, ofwel ter vervulling van een opdracht aangeboden door een buitenlandse regering of door een buitenlandse openbare dienst;
  2° de uitoefening van ambten, in het Rijk of elders, ter vervulling van een opdracht aangeboden door een internationale instelling.
Art. 85. L'inspecteur des finances obtient à sa demande un congé pour l'exercice d'une mission d'intérêt général.
  Il faut entendre par mission d'intérêt général :
  1. l'exercice de fonctions en Belgique en exécution d'une mission confiée ou agréée par un Gouvernement, un Collège ou un service public belge, en ce compris la mise à disposition du Roi, des Princes et Princesses de Belgique et du président d'une assemblée législative, dans la Cellule de coordination générale de la politique, une Cellule de politique générale, un secrétariat personnel, une cellule stratégique ou un cabinet d'un ministre ou d'un secrétaire d'Etat d'un Gouvernement ou d'un membre d'un Collège au titre de chef de cabinet ou chef de cabinet adjoint ou assimilé.
  2. l'exercice d'une mission internationale. On entend par mission internationale :
  1° l'exercice de fonctions hors du Royaume, soit en exécution d'une mission confiée par un Gouvernement, un Collège ou un service public belge, soit en exécution d'une mission proposée par un Gouvernement étranger ou par une administration publique étrangère;
  2° l'exercice de fonctions dans le Royaume ou ailleurs, en exécution d'une mission proposée par un organisme international.
Art. 86. Het Comité kan, met instemming van de betrokkene, een inspecteur van financiën met de uitvoering van een opdracht belasten.
  Indien de opdracht waarmede de inspecteur van financiën belast is, hem in feite of in rechte verhindert het hem toevertrouwde ambt uit te oefenen, verkrijgt hij de vrijstellingen van dienst die voor het vervullen van een dergelijke opdracht vereist zijn.
Art. 86. Le Comité peut, avec l'assentiment de l'intéressé, charger un inspecteur des finances de l'exercice d'une mission.
  Si la mission dont il est chargé l'empêche en fait ou en droit de s'acquitter des fonctions qui lui sont confiées, l'inspecteur des finances obtient les dispenses de service nécessaires à l'exécution d'une telle mission.
Art. 87. Het verlof voor die opdrachten worden toegekend voor een duur van ten hoogste twee jaar tenzij de Belgische of de internationale reglementering een langere duur voorzien voor de opdracht. Zij kunnen hernieuwd worden voor eenzelfde periode.
Art. 87. Les congés pour mission sont accordés au maximum pour deux ans, sauf si la réglementation belge ou internationale prévoit une durée plus longue pour cette mission. Ils sont renouvelables pour des périodes de la même durée.
Art. 88. Tijdens de duur van de opdracht is de inspecteur van financiën met verlof. Dit verlof wordt niet bezoldigd. Het wordt voor het overige gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
Art. 88. Pendant la durée d'une mission couverte par une autorisation, l'inspecteur des finances est placé en congé. Ce congé n'est pas rémunéré. Il est assimilé pour le surplus à une période d'activité de service.
Art. 89. Het verlof wordt evenwel bezoldigd wanneer de inspecteur van financiën wordt aangewezen door de Minister van Begroting als nationaal deskundige krachtens de besluiten van de Commissie van de Europese Unie of aangewezen wordt bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Gemeenschappen.
  In dit geval kan de Minister de inspecteur van financiën een postvergoeding toekennen na eensluidend advies van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Art. 89. Le congé est toutefois rémunéré lorsque l'inspecteur des finances est désigné par le Ministre du Budget en qualité d'expert national en vertu des décisions de la Commission de l'Union européennes ou désigné auprès de la Représentation permanente de la Belgique auprès des Communautés européennes.
  Dans ce cas, le Ministre peut accorder une indemnité pour frais de poste à l'inspecteur des finances après avis conforme du Ministre des Affaires étrangères.
Art. 90. Iedere opdracht verliest van rechtswege haar karakter van algemeen belang vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de inspecteur van financiën een anciënniteit heeft bereikt die volstaat om aanspraak te kunnen maken op het verkrijgen van een onmiddellijk ingaand dan wel uitgesteld pensioen ten laste van de buitenlandse Regering, van het buitenlandse openbare bestuur of van de internationale instelling ten behoeve waarvan de opdracht werd vervuld.
Art. 90. Toute mission perd de plein droit son caractère d'intérêt général à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'inspecteur des finances a atteint une ancienneté suffisante pour pouvoir prétendre à l'obtention d'une pension immédiate ou différée à charge du Gouvernement étranger, de l'administration publique étrangère ou de l'organisme au profit duquel la mission est accomplie.
Art. 91. De inspecteur van financiën die met de uitvoering van een opdracht van algemeen belang wordt belast, verkrijgt de verhogingen in zijn wedde en weddenschaal waarop hij aanspraak kan maken, op het tijdstip waarop hij die zou verkrijgen of zou verkregen hebben indien hij werkelijk in dienst was gebleven.
Art. 91. L'inspecteur des finances chargé de l'exécution d'une mission d'intérêt général obtient des augmentations de traitement et d'échelle de traitement auxquelles il peut prétendre, au moment où ils les obtiendrait ou les aurait obtenus s'il était resté effectivement en service.
Art. 92. § 1. De Minister beslist, volgens de behoeften van de dienst, of de betrekking waarvan de betrokkene titularis is, als vacant moet worden beschouwd. De werving gebeurt in overtal.
  Hij kan die beslissing nemen indien de duur van het verlof van de inspecteur van financiën minstens één jaar bedraagt.
  § 2. Aan de in § 1 bedoelde beslissing moet het advies van de Korpschef voorafgaan.
Art. 92. § 1er. Le Ministre décide selon les nécessités du service si l'emploi dont l'intéressé est titulaire doit être considéré comme vacant. Le recrutement s'opère en surnombre.
  Il peut prendre cette décision si l'absence de l'inspecteur des finances porte sur une période d'au moins un an.
  § 2. La décision visée au § 1er doit être précédée de l'avis du Chef de Corps.
Art. 93. Met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten hoogste drie maanden, kan de Minister, ieder ogenblik een einde maken aan de opdracht waarmee een inspecteur van financiën is belast krachtens artikel 85.
Art. 93. Moyennant un préavis de trois mois au plus, le Ministre peut à tout instant mettre fin, en cours d'exercice, à la mission dont est chargé un inspecteur des finances en vertu de l'article 85.
Art. 94. De inspecteur van financiën wiens opdracht verstreken is of onderbroken wordt, stelt zich ter beschikking van het Korps.
  Indien hij zonder geldige reden weigert of verwaarloost dit te doen wordt hij, na tien dagen afwezigheid, als ontslaggevend beschouwd.
Art. 94. L'inspecteur des finances dont la mission vient à expiration ou est interrompue se met à la disposition du Corps.
  Si sans motif valable, il refuse ou néglige de le faire, il est, après dix jours d'absence, considéré comme démissionnaire.
HOOFDSTUK IX. - Afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden.
CHAPITRE IX. - Absence de longue durée pour raisons personnelles.
Art. 95. De inspecteur van financiën bekomt een voltijds onbetaald verlof voor een totale periode van maximum [1 vier jaar]1 tijdens de hele loopbaan. In geval van opsplitsing van deze afwezigheid moet elke periode van afwezigheid minimum zes maanden bedragen.
  
Art. 95. L'inspecteur des finances obtient l'autorisation de s'absenter à temps plein pour une période de [1 quatre ans]1 au maximum pour l'ensemble de sa carrière. Si cette absence est fractionnée, chaque fraction doit comporter au moins six mois.
  
Art. 96. De inspecteur van financiën herneemt op zijn verzoek zijn functies vóór het einde van de lopende periode van afwezigheid, mits een kennisgeving van drie maanden, tenzij de Korpschef een kortere periode aanvaardt.
Art. 96. A sa demande, l'inspecteur des finances reprend ses fonctions avant l'expiration de la période d'absence en cours moyennant un préavis de trois mois a moins que le Chef de Corps n'accepte un délai plus court.
Art. 97. Tijdens de afwezigheid bedoeld in artikel 95, bevindt de inspecteur van financiën zich in de administratieve stand non-activiteit. Hij mag tijdens dit verlof een bezoldigde activiteit uitoefenen op voorwaarde dat deze activiteit verenigbaar is met zijn hoedanigheid van inspecteur van financiën [1 en na voorafgaand akkoord van de Korpschef]1.
  
Art. 97. Pendant l'absence visée à l'article 95, l'inspecteur des finances se trouve dans la position administrative de non-activité. Il peut exercer une activité lucrative à condition que cette activité soit compatible avec la qualité d'inspecteur des finances [1 et après accord préalable du Chef de Corps]1.
  
HOOFDSTUK X. - De schorsing in het belang van de dienst.
CHAPITRE X. - La suspension dans l'intérêt du service.
Art. 98. De inspecteur van financiën in effectieve dienst kan onder de in dit hoofdstuk bepaalde voorwaarden uit zijn ambt worden geschorst, wanneer het belang van de dienst dit vereist.
Art. 98. Lorsque l'intérêt du service le requiert, l'inspecteur des finances en service effectif peut être suspendu de ses fonctions dans les conditions fixées par le présent chapitre.
Art. 99. De schorsing in het belang van de dienst wordt uitgesproken door de Minister.
Art. 99. La suspension dans l'intérêt du service est prononcée par le Ministre.
Art. 100. De Minister kan aan de in artikel 98 bedoelde inspecteur van financiën het recht ontzeggen om zijn aanspraken op verhoging in wedde en weddeschaal te doen gelden en kan zijn wedde met 20 % verminderen in de volgende gevallen :
  1° wanneer hij strafrechtelijk vervolgd wordt voor een misdaad of een wanbedrijf;
  2° wanneer hij tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij hij op heterdaad is betrapt of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn.
Art. 100. Le Ministre peut priver l'inspecteur des finances visé à l'article 98 du droit de faire valoir ses titres à l'avancement de traitement et d'échelle de traitement, et son traitement peut être réduit de 20 % dans les cas suivants :
  1° lorsqu'il fait l'objet de poursuites pénales pour crime ou délit;
  2° lorsqu'il fait l'objet de poursuites disciplinaires en raison d'une faute grave pour laquelle il y a soit flagrant délit, soit des indices probants.
Art. 101. De inspecteur van financiën wordt vooraf in zijn verdediging gehoord over de feiten die hem ten laste worden gelegd. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze.
  De redenen om over te gaan tot schorsing in het belang van de dienst en het dossier worden ten laatste drie werkdagen voorafgaand aan het verhoor meegedeeld aan de inspecteur van financiën.
  De inspecteur van financiën wordt verzocht de beslissing tot schorsing in het belang van de dienst te viseren. Weigert de inspecteur van financiën dit te doen, dan wordt daarvan ter plaatse proces-verbaal opgemaakt.
  De schorsing in het belang van de dienst wordt aan de inspecteur van financiën betekend per aangetekende brief. Zij gaat in de dag na het aanbieden van die aangetekende brief bij de post.
Art. 101. L'inspecteur des finances est, au préalable, entendu en sa défense concernant les faits qui lui sont reprochés et il peut se faire assister d'une personne de son choix.
  Les raisons pour procéder à la suspension dans l'intérêt du service ainsi que le dossier sont communiqués à l'inspecteur des finances au plus tard trois jours ouvrables avant l'audition.
  L'inspecteur des finances est invité à viser la décision de suspension dans l'intérêt du service. Si l'inspecteur des finances refuse de le faire, un procès-verbal est dressé.
  La suspension dans l'intérêt du service est notifiée à l'inspecteur des finances par lettre recommandée; elle prend cours le lendemain du dépôt de cette lettre recommandée à la poste.
Art. 102. De inspecteur van financiën kan binnen de dertig kalenderdagen, volgend op de dag dat de schorsing in het belang van de dienst uitwerking gekregen heeft, beroep instellen bij de Beroepskamer.
  Indien de Beroepskamer een ongunstig advies uitbrengt over de opheffing van de schorsing, wordt de schorsing in het belang van de dienst gehandhaafd.
  Indien de Beroepskamer een gunstig advies uitbrengt over de opheffing van de schorsing beslist de Minister of de schorsing gehandhaafd blijft.
  In afwachting blijft de betrokkene geschorst.
Art. 102. A l'expiration d'un délai de trente jours calendrier prenant cours à la date à laquelle la suspension dans l'intérêt du service a produit ses effets, l'inspecteur des finances peut introduire un recours auprès de la Chambre de recours.
  Si la Chambre de recours émet un avis défavorable sur l'annulation de la suspension, la suspension dans l'intérêt du service est confirmée.
  Si la Chambre de recours émet un avis favorable sur l'annulation de la suspension, le Ministre décide si la suspension est confirmée.
  Dans l'attente, l'intéressé reste suspendu.
Art. 103. De inspecteur van financiën kan, op voorwaarde dat hij nieuwe feiten inroept, beroep instellen bij de Minister binnen de drie maanden nadat een beslissing tot handhaving van de schorsing in het belang van de dienst is genomen.
Art. 103. L'inspecteur des finances peut, à condition d'invoquer des faits nouveaux, faire appel dans les trois mois de toute décision de confirmer la suspension dans l'intérêt du service devant le Ministre.
Art. 104. Indien de inspecteur van financiën buiten vervolging wordt gesteld, zijn dossier geseponeerd wordt of wanneer een strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vrijspraak volgt die kracht van gewijsde gekregen heeft, worden de beslissingen, genomen krachtens artikel 100 inzake inhouding van wedde en ontzeggen van de aanspraken op verhoging in wedde en weddeschaal, ongedaan gemaakt.
Art. 104. Lorsque l'inspecteur des finances est mis hors cause, que son dossier est classé ou que l'acquittement pénal ou disciplinaire a acquis force de chose jugée, les décisions prises en vertu de l'article 100 concernant la retenue de traitement et la privation du droit du fonctionnaire de faire valoir ses titres à l'avancement de traitement sont annulées.
Art. 105. De beslissing waarbij de inspecteur van financiën geschorst wordt in het belang van de dienst kan geen uitwerking hebben over een periode die voorafgaat aan de datum waarop de schorsing is uitgesproken.
Art. 105. La décision par laquelle l'inspecteur des finances est suspendu dans l'intérêt du service ne peut produire effet pour une période antérieure à la date à laquelle la suspension est prononcée.
Art. 106. Indien de inspecteur van financiën na afloop van het tuchtonderzoek een schorsing als tuchtstraf wordt opgelegd, vindt die schorsing plaats met terugwerkende kracht, maar gaat niet verder terug dan de dag waarop de bij toepassing van artikel 100 getroffen maatregelen uitwerking hebben gehad.
  In dit geval wordt de duur van de schorsing in het belang van de dienst, tot de nodige termijn, op de duur van de tuchtschorsing aangerekend.
Art. 106. Si, une fois terminé l'examen disciplinaire, une suspension est infligée à l'inspecteur des finances comme peine disciplinaire, cette suspension a effet rétroactif mais ne rétroagit pas à une date antérieure à celle à laquelle les mesures prises en exécution de l'article 100 ont produit leurs effets.
  En ce cas, la durée de la suspension dans l'intérêt du service est imputée à due concurrence sur la durée de la suspension disciplinaire.
Art. 107. Dit hoofdstuk is tevens van toepassing op de stagiairs.
Art. 107. Le présent chapitre est applicable aux stagiaires.
HOOFDSTUK XI. - Diverse, wijzigende en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE XI. - Dispositions diverses, modificatives et abrogatoires.
Art. 108. De cumulatiemachtigingen zoals bedoeld in artikel 30 § 2 en toegekend op de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig.
Art. 108. Les autorisations de cumul, visées à l'article 30 § 2, déjà octroyées à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables.
Art. 109. Artikel 6 van het organiek besluit wordt als volgt aangevuld : " De Raad stelt een deontologische code op. Deze code wordt door het Comité goedgekeurd. Na akkoord van de Regeringen en Colleges van de Deelentiteiten, is zij het voorwerp van een in Ministerraad overlegd besluit ".
Art. 109. L'article 6 de l'arrêté organique est complète comme suit : " Le Conseil établit un code de déontologie. Ce code est approuvé par le Comité. Il fait l'objet d'un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres après accord des Gouvernements et Collèges des Entités fédérées ".
Art. 110. [1 In afwijking van artikel 11 van het organiek besluit en onder voorbehoud van de andere bepalingen van het organiek besluit en van de bepalingen van dit besluit, zijn de statutaire bepalingen en de statutaire wijzigingsbepalingen vervat in de besluiten en de delen van besluiten die zijn opgenomen in de lijst van bijlage 2 eveneens van toepassing op de inspecteurs van financiën op de datum van hun respectievelijke inwerkingtreding.]1
  [2 De bepalingen van Titel II, hoofdstuk II, afdeling 3 en hoofdstuk III, en deze van Titel III, hoofdstukken II en IV van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt zijn niet van toepassing op de inspecteurs van financiën.
   De bepalingen van Titel II, hoofdstuk II, afdeling 2 van hetzelfde besluit zijn uitsluitend van toepassing op de gevallen zoals bedoeld in artikel 5, § 2, tweede lid van het koninklijk besluit van 1 april 2003 tot vaststelling van het statuut van de leden van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 1998 tot organisatie van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën.]2

  
Art. 110. [1 En dérogation à l'article 11 de l'arrêté organique et sous réserve des autres dispositions de l'arrêté organique et des dispositions du présent arrêté, sont applicables aux inspecteurs des finances, à leur date d'entrée en vigueur respective, les dispositions statutaires et les dispositions statutaires modificatives contenues dans les arrêtés et parties d'arrêtés dont la liste figure dans l'annexe 2 au présent arrêté.]1
  [2 Les dispositions du Titre II, Chapitre II, section 3 et chapitre III, et celles du Titre III, Chapitres II et IV de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 de l'arrêté royal fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale ne sont pas d'application aux inspecteurs des finances.
   Les dispositions du Titre II, Chapitre II, section 2 du même arrêté ne s'applliquent qu'aux cas comme prévus dans l'article 5, § 2, deuxième alinéa de l'arrêté royal du 1 avril 2003 fixant le statut des membres du Corps interfédéral de l'Inspection des finances et modifiant l'arrêté royal du 28 avril 1998 portant organisation du Corps interfédéral de l'Inspection des finances.]2

  
Art. 111. In artikel 10 § 1 van het organiek besluit wordt het aantal inspecteurs van financiën die ter beschikking gesteld worden van de Federale Regering vastgesteld op " 35 inspecteurs van financiën ".
  In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt een § 1bis ingevoegd die luidt als volgt : " Binnen het aantal inspecteurs van financiën die ter beschikking gesteld worden van de federale Regering kan de Minister maximaal tien inspecteurs van financiën detacheren naar de Cel algemene beleidscoördinatie, een Cel algemeen beleid, een persoonlijk secretariaat, een Cel beleidsvoorbereiding of op een kabinet van een minister of een staatssecretaris bij een Regering of een lid van een College als kabinetschef of adjunct-kabinetschef of daarmee gelijkgestelde post.
  De opvulling van de betrekkingen bedoeld in § 1 en de machtigingen tot detachering zijn bovendien afhankelijk van het aantal betrekkingen die daadwerkelijk bezet zijn op het kader en op de taalkaders. "
Art. 111. A l'article 10 § 1er de l'arrêté organique le nombre d'inspecteurs des finances mis à disposition du Gouvernement fédéral est défini comme suit " 35 inspecteurs des finances ".
  A l'article 10 du même arrêté, un § 1erbis est inséré, rédigé comme suit : " Dans le nombre d'inspecteurs des finances mis à disposition du Gouvernement fédéral, le Ministre peut détacher un maximum de dix inspecteurs des finances dans la Cellule de coordination générale de la politique, une Cellule de politique générale, un secrétariat personnel, une cellule stratégique ou un cabinet d'un ministre ou d'un secrétaire d'Etat d'un Gouvernement ou d'un membre d'un Collège au titre de chef de cabinet ou chef de cabinet adjoint ou assimilé.
  L'occupation des emplois visés au § 1er et les autorisations de détachement sont en outre fonction du nombre d'emplois effectivement occupés par rapport au cadre et aux cadres linguistiques. "
Art. 112. In artikel 14 van het organiek besluit worden de woorden " en de vergoedingen " ingevoegd tussen de woorden " toelagen " en " verbonden ".
Art. 112. Dans l'article 14 de l'arrêté organique, les mots " et les indemnités " sont insérés entre " allocations " et " accessoires ".
Art. 113. Artikel 5 van het organiek besluit wordt aangevuld met het volgende lid : " De Korpschef wordt bij afwezigheid of tijdelijke verhindering vervangen door het lid van de Raad die de meeste stemmen heeft behaald in de verkiezingen bedoeld in artikel 6, § 2, van het organiek besluit.
  Is deze eveneens tijdelijk afwezig of verhinderd dan wijst de voorzitter van het Comité een plaatsvervanger aan onder de leden van de Raad. "
Art. 113. L'article 5 de l'arrêté organique est complété par l'alinéa suivant : " En cas d'absence ou d'empêchement temporaire, le Chef de Corps est remplacé en sa qualité par le membre du Conseil qui a obtenu le plus de voix à l'élection visée à l'article 6, § 2, du présent arrêté.
  Si celui-ci est également temporairement absent ou empêché, le président du comité désigne un remplaçant parmi les membres du Conseil. "
Art. 114. Het ministerieel besluit van 1 april 1976 tot toekenning van een forfaitaire toelage aan sommige ambtenaren van de Administratie van de begroting en de controle op de uitgaven en het Ministerieel besluit van 12 april 1999 betreffende de toekenning van sommige vergoedingen aan sommige leden van de Inspectie van financiën worden opgeheven.
Art. 114. L'arrêté ministériel du 1er avril 1976 octroyant une allocation forfaitaire à certains agents de l'Administration du budget et du contrôle des dépenses et l'arrêté ministériel du 12 avril 1999 relatif à l'octroi de certaines à certains membres de l'Inspection des finances sont abrogés.
Art. 115. Voor de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen die niet uitdrukkelijk zijn bedoeld in dit besluit, worden de inspecteurs van financiën gelijkgesteld met de ambtenaren met de hoogste rang van de Ministeries afhangend van de Regering of het College waarbij ze aangeduid zijn.
  Niettemin worden de inspecteurs van financiën die aangeduid zijn bij de federale regering gelijkgesteld met de ambtenaren ingedeeld in de functieklassen A4 tot A6.
Art. 115. Pour l'application des dispositions légales et réglementaires non expressément visées par le présent arrêté et qui leur sont applicables, les inspecteurs des finances sont assimilés au fonctionnaire de rang le plus élevé des Ministères dépendant du Gouvernement ou du Collège auprès duquel ils sont désignés.
  Cependant, les inspecteurs des finances désignés au gouvernement fédéral sont assimilés aux fonctionnaires répartis dans les classes de fonctions A4 à A6.
Art. 116. Het Comité kan aan de Koning voorstellen de titel van inspecteur-generaal van financiën toe te kennen aan de leden van het Korps na advies van de Raad.
Art. 116. Le Comité peut proposer au Roi d'octroyer le titre d'inspecteur général des finances aux membres du Corps sur avis du Conseil.
Art. 117. § 1. In artikel 6 § 2 van het organiek besluit worden de woorden " drie plaatsvervangers " vervangen door " vier plaatsvervangers ".
  § 2. In § 3 van hetzelfde artikel wordt als volgt vervangen : " De uitoefening van dit mandaat is onverenigbaar met een detachering voorzien in artikel 10, § 1bis en met het mandaat van Korpschef ".
  § 3. In § 3 van hetzelfde artikel wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : " wanneer een lid definitief ophoud lid te zijn van de Raad wordt hij vervangen door de plaatsvervanger die de meeste stemmen heeft. ".
Art. 117. § 1er. A l'article 6 § 2 alinéa 2 de l'arrêté organique les mots " trois suppléants " sont remplacés par " quatre suppléants ".
  § 2. Au § 3 du même article, le deuxième alinéa est remplacé comme suit : " L'exercice de ce mandat est incompatible avec un détachement prévu à l'article 10, § 1erbis et avec le mandat de Chef de Corps ".
  § 3. Au § 3 du même article est ajouté un troisième alinéa rédigé comme suit : " lorsqu'un membre cesse définitivement de faire partie du Conseil, il est remplacé par le suppléant qui a obtenu le plus de voix ".
Art. 118. Artikel 7 van het organiek besluit wordt vervangen door :
  " Art. 7. § 1. de Korpschef wordt benoemd door het Comité, uit een lijst van drie kandidaten, van wie ten minste één tot een andere taalrol behoort. "
  In afwijking van het eerste lid worden slechts kandidaten voorgesteld die minstens 10 percent van de uitgebrachte stemmen hebben behaald.
  § 2. Zijn verkiesbaar, de leden van het interfederaal Korps van de Inspectie van financiën die minstens 10 jaar anciënniteit tellen als inspecteur van financiën en die minstens sinds twee jaar voldoen aan de voorwaarden om kiezer te zijn voor de leden van de Raad.
  § 3. De lijst van de kandidaten wordt voorgedragen door de Korpsleden bedoeld in artikel 6, § 2, 2de lid, bij betrekkelijke meerderheid van stemmen, onder het toezicht van de Raad, die eerst de regelmatigheid van de lijst met de voorgedragen kandidaten nagaat en vervolgens deze lijst vastlegt. Bij staking van stemmen gebeurt de keuze volgens de in artikel 6, § 2, laatste lid bedoelde regels.
  § 4. Het mandaat van Korpschef duurt 5 jaar.
  De uitoefening van dit mandaat is onverenigbaar met een detachering voorzien in artikel 10, § 1bis en met het mandaat van lid van de Raad.
  § 5. Het Comité wijst de Korpschef op basis van een vergelijkende selectie waarbij de vaardigheden van de kandidaten van de lijst voor de uitoefening van het ambt worden getoetst en die bestaat uit twee delen :
  de opstelling van een kandidatuur dossier;
  een mondelinge voorstelling door de kandidaat.
  In geval van ex aequo, wordt de kandidaat aangewezen die de meeste stemmen heeft behaald bij de verkiezing bedoeld in § 3. Bij staking van stemmen, gebeurt de aanwijzing volgens de regels bepaald in artikel 6 § 2, laatste lid.
Art. 118. L'article 7 de l'arrêté organique est remplace par le texte suivant :
  " Art. 7. § 1er. Le Chef de Corps est nommé par le Comité sur une liste de trois candidats, dont l'un au moins appartient à un rôle linguistique différent.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, ne peuvent être présentés les candidats qui n'ont pas obtenu au moins 10 pour cent des suffrages exprimés.
  § 2. Sont éligibles les membres du Corps interfédéral de l'Inspection des finances qui comptent 10 ans d'ancienneté comme inspecteur des finances et remplissent depuis deux ans au moins les conditions pour être électeur des membres du Conseil.
  § 3. La liste des candidats est proposée par les membres du Corps visés à l'article 6, § 2, alinéa 2, à la majorité relative des voix, sous le contrôle du Conseil qui, après s'être assuré de la régularité de la liste des candidats proposés, arrête cette liste. En cas de parité des voix, le choix s'opère selon les règles fixées à l'article 6, § 2, dernier alinéa.
  § 4. Le mandat de Chef de Corps est de cinq ans.
  L'exercice de ce mandat est incompatible avec un détachement prévu à l'article 10, § 1erbis et avec le mandat de membre du Conseil.
  § 5. Le Comité désigne le Chef de Corps sur la base d'une sélection comparative destinée à évaluer les aptitudes des candidats de la liste à exercer la fonction et comportant deux parties :
  la rédaction d'un dossier de candidature;
  une présentation orale par le candidat.
  En cas d'ex aequo, le candidat qui a obtenu le plus de voix lors de l'élection visée au § 3 est désigné. En cas de parité des voix, la désignation s'opère selon les règles fixées à l'article 6, § 2, dernier alinéa. ".
Art. 119. In artikel 15 van het organiek besluit worden de woorden " forfaitaire reis- en verblijfkosten " vervangen door de woorden " reis- en verblijfkosten ". Het artikel wordt als volgt aangevuld : " de forfaitaire reis- en verblijfkosten worden terugbetaald volgens respectievelijk het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en het koninklijk besluit van 18 januari 1965 - en de omzendbrieven houdende aanpassing van de bedragen van de kilometervergoeding -, en het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries "
Art. 119. A l'article 15 de l'arrêté organique les mots " frais forfaitaires de parcours et de séjour " sont remplacés par les mots " frais de parcours et de séjour ". L'article est complété comme suit : " les frais de parcours et de séjours sont remboursés conformément respectivement à l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours - et aux circulaires portant adaptation des montants des indemnités kilométriques - et à l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. ".
Art. 120. Onverminderd artikel 110, heeft dit besluit uitwerking met ingang op 1 januari 2003 met uitzondering van de artikelen 49 en 114 die in werking treden de eerste dag van de maand na die waarin het is bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 120. Sans préjudice de l'article 110, le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2003 à l'exception des articles 49 et 114 qui entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK XIbis. [1 - Verlof voor loopbaanonderbreking.]1
CHAPITRE XIbis. [1 - Congé pour interruption de carrière.]1
Art.97bis. [1 In het voorkomende geval dat de inspecteur van financiën tijdens dit verlof een bezoldigde activiteit uitoefent dient deze activiteit verenigbaar te zijn met de hoedanigheid van inspecteur van financiën en waarbij het voorafgaand akkoord van de Korpschef vereist is.]1
  
Art.97bis. [1 Dans le cas où l'inspecteur des finances exerce une activité rémunérée pendant ce congé, cette activité doit être compatible avec la qualité d'inspecteur des finances et nécessiter l'accord préalable du Chef de Corps.]1
  
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
  De weddeschalen van de Inspectie van financiën zijn :
Art. N1. Annexe 1.
  Les échelles de traitement spécifiques au Corps interfédéral sont :
                          Ancienniteit
                          Barema in euro
      0                                                 49 736
      1                                                 50 979
      2                                                 52 223
      3                                                 53 466
      4                                                 54 710
      5                                                 55 953
      6                                                 57 196
      7                                                 58 440
      8                                                 59 683
      9                                                 60 927
     10                                                 67 128
     11                                                 68 484
     12                                                 69 840
     13                                                 71 171
     14                                                 72 488
     15                                                 73 781
     16                                                 75 037
     17                                                 76 268
     18                                                 77 474
     19                                                 78 431
     20                                                 79 426
     21                                                 80 136
     22                                                 80 670
     23                                                 81 217
     24                                                 81 789
     25                                                 82 361
     26                                                 82 908
     27                                                 83 454
     28                                                 83 990
     29                                                 84 524
     30                                                 85 046
     31                                                 85 557
     32                                                 86 078
                          Ancienneté
                          Barème en euro
      0                                                 49 736
      1                                                 50 979
      2                                                 52 223
      3                                                 53 466
      4                                                 54 710
      5                                                 55 953
      6                                                 57 196
      7                                                 58 440
      8                                                 59 683
      9                                                 60 927
     10                                                 67 128
     11                                                 68 484
     12                                                 69 840
     13                                                 71 171
     14                                                 72 488
     15                                                 73 781
     16                                                 75 037
     17                                                 76 268
     18                                                 77 474
     19                                                 78 431
     20                                                 79 426
     21                                                 80 136
     22                                                 80 670
     23                                                 81 217
     24                                                 81 789
     25                                                 82 361
     26                                                 82 908
     27                                                 83 454
     28                                                 83 990
     29                                                 84 524
     30                                                 85 046
     31                                                 85 557
     32                                                 86 078
Art. N2. [1 Lijst van de koninklijke besluiten zoals bedoeld in artikel 110 van dit besluit: nihil.]1
  
Art. N2. [1 Liste des arrêtés royaux visés a l'article 110 du présent arrêté : nihil.]1