Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 APRIL 2003. - Wet houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-05-2003 en tekstbijwerking tot 29-12-2023)
Titre
22 AVRIL 2003. - Loi octroyant la qualité d'officier de police judiciaire à certains agents de l'Administration des douanes et accises(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-05-2003 et mise à jour au 29-12-2023)
Informations sur le document
Numac: 2003003277
Datum: 2003-04-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003003277
Date: 2003-04-22
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur onverminderd hun bevoegdheden inzake douane en accijnzen, de ambtenaren van [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 :
  1° gedetacheerd bij de Nationale Eenheid Europol evenals hun plaatsvervangers;
  2° aangewezen in het kader van de akkoorden inzake politie- en douanesamenwerking gesloten tussen de landen die met België een gemeenschappelijke grens hebben met toepassing van artikel 39, § 4, van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985, betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.
  
Art. 2. Sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail, sans préjudice de leurs compétences en matière de douane et accises, les agents de [1 l'Administration générale des douanes et accises]1 :
  1° détachés auprès de l'Unité nationale Europol ainsi que leurs suppléants;
  2° désignés dans le cadre des accords de coopération policière et douanière conclus avec des Etats ayant une frontière commune avec la Belgique en application de l'article 39, paragraphe 4, de la Convention d'application de l'Accord de Schengen du 14 juin 1985 relatif à la suppression graduelle des contrôles aux frontières communes.
  
Art. 2/1. [1 § 1. Zonder afbreuk te doen aan zijn bevoegdheden inzake douane en accijnzen, is de ambtenaar, bedoeld in artikel 285/2, § 1, van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur.
   § 2. De bijzondere opsporingsmethodes bestaande uit de observatie en de informantenwerking, evenals de uitgestelde tussenkomst behorende tot de andere onderzoeksmethoden, kunnen slechts worden aangewend na voorafgaand akkoord van de ambtenaar, bedoeld in § 1 door de agenten, bedoeld in artikel 3, wanneer zij betrekking hebben op de overtredingen, fraudes en misdrijven bedoeld in het artikel 285/4, § 1, van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977.]1

  
Art. 2/1. [1 § 1er. Sans préjudice de ses compétences en matière de douanes et accises, le fonctionnaire visé à l'article 285/2, § 1er, de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 est revêtu de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail.
   § 2. Les méthodes particulières de recherche consistant en l'observation et le recours aux indicateurs, de même qu'en l'intervention différée relevant des autres méthodes de recherche, ne peuvent être mises en oeuvre par les agents visés à l'article 3 sans l'accord préalable du fonctionnaire visé au § 1er, lorsqu'elles sont relatives aux contraventions, fraudes ou délits visés à l'article 285/4, § 1er, de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977.]1

  
Art. 3. [2 Binnen de perken van de materiële bevoegdheden zoals bepaald in het tweede lid, worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, onverminderd hun bevoegdheden inzake douane en accijnzen dertig ambtenaren van het niveau A en acht ambtenaren van minstens het niveau B van de Administratie Opsporing van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.]2
  De bevoegdheden van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, toegekend aan de ambtenaren bedoeld in vorenstaande alinea, kunnen slechts worden uitgeoefend met het oog op het opsporen en vaststellen van :
  1° overtredingen van de wetgeving betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
  2° overtredingen wat betreft intracommunautaire goederenstromen die onder het toepassingsgebied van de accijnsregelgeving vallen;
  3° overtredingen van wetten en verordeningen die één of andere bevoegdheid toekennen aan de ambtenaren van [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 bij de in-, uit- of doorvoer van goederen;
  4° overtredingen die samenhangen met die genoemd onder 1° tot 3°.
  
Art. 3. [2 Dans les limites des compétences matérielles fixées à l'alinéa 2, sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail, sans préjudice de leurs compétences en matière de douane et d'accises, trente agents du niveau A et huit agents ayant au moins le niveau B, de l'Administration Recherche de l'Administration générale des douanes et accises.]2
  Les pouvoirs d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail conférés aux agents visés à l'alinéa précédent ne peuvent être exercés qu'en vue de la recherche et de la constatation :
  1° des infractions à la réglementation relative à la protection des intérêts financiers des Communautés européennes;
  2° des infractions en ce qui concerne les mouvements intracommunautaires de marchandises tombant sous l'application des réglementations et législations sur les accises;
  3° des infractions à toutes les lois et tous règlements conférant une quelconque attribution aux agents de [1 l'Administration générale des douanes et accises]1 lors de l'importation, de l'exportation ou du transit de marchandises;
  4° des infractions connexes à celles visées aux 1° à 3°.
  
Art. 4.1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 47ter en 40bis van het Wetboek van strafvordering mogen de ambtenaren bedoeld in vorenstaand artikel 3, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, onder dezelfde voorwaarden als die vermeld in het Wetboek van strafvordering, bijzondere opsporingsmethoden toepassen die bestaan uit de observatie en de informantenwerking, evenals de uitgestelde tussenkomst behorende tot de andere onderzoeksmethoden.
  2. De Koning bepaalt de voorwaarden betreffende de vorming van de ambtenaren bedoeld in vorenstaande punt 1.
  3. [1 De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, het aantal ambtenaren bedoeld in vorenstaand artikel 3 aanpassen.]1
  
Art. 4.1. Sans préjudice des dispositions des articles 47ter et 40bis du Code d'instruction criminelle, les agents visés à l'article 3 ci-avant, revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail, peuvent utiliser, dans les mêmes conditions que celles portées par le Code d'instruction criminelle, les méthodes particulières de recherche consistant en l'observation et le recours aux indicateurs, de même qu'en l'intervention différée relevant des autres méthodes de recherche.
  2. Le Roi détermine les conditions inhérentes à la formation des agents visés au point 1 ci-avant.
  3. [1 Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter le nombre des agents visés à l'article 3.]1
  
Art. 5. Om hun bevoegdheden te kunnen uitoefenen, leggen de in de artikelen 2 tot 4 bedoelde ambtenaren, in handen van de procureur-generaal van het rechtsgebied van hun woonplaats, de eed af in de volgende bewoordingen :
  " Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk en het mij opgedragen ambt trouw waar te nemen. "
  Desalniettemin zullen zij hun bevoegdheden ook buiten dit rechtsgebied kunnen uitoefenen.
  Bij verandering van woonplaats, wordt de akte van eedaflegging overgeschreven en geviseerd op de griffie van het hof van beroep bevoegd over het rechtsgebied van de nieuwe woonplaats.
Art. 5. Pour pouvoir exercer leurs attributions, les agents visés aux articles 2 à 4 ci-avant prêtent serment, devant le procureur général du ressort de leur domicile, dans les termes suivants :
  " Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple belge, et de remplir fidèlement les fonctions qui me sont conférées. "
  Néanmoins, ils peuvent exercer leurs attributions en dehors de ce ressort.
  En cas de changement de domicile, l'acte de prestation de serment sera transcrit et visé au greffe de la cour d'appel à laquelle ressortit le lieu du nouveau domicile.