Artikel 1. Begripsomschrijvingen :
Voor de toepassing van dit Verdrag :
a) wordt onder " VN-personeel " verstaan :
i) personen die door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zijn aangesteld of ingezet als lid van militaire, politie- of civiele onderdelen van een VN-operatie;
ii) andere functionarissen en deskundigen op een missie van de Verenigde Naties of van haar gespecialiseerde organisaties dan wel van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) die in een officiële hoedanigheid aanwezig zijn in het gebied waar een VN-operatie wordt uitgevoerd;
b) wordt onder " geassocieerd personeel " verstaan :
i) personen die dooreen regering of intergouvernementele organisatie zijn aangewezen met instemming van het bevoegde orgaan van de Verenigde Naties;
ii) personen die door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties of een gespecialiseerde organisatie dan wel de Internationale Organisatie voor Atoomenergie zijn aangesteld;
iii) personen die door een humanitaire niet-gouvernementele organisatie of instelling zijn ingezet op grond van een overeenkomst met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties of van een gespecialiseerde organisatie dan wel van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie,
om werkzaamheden te verrichten ter ondersteuning van de vervulling van het mandaat van een VN-operatie,
c) wordt onder " VN-operatie " verstaan : een operatie, opgezet door het bevoegde orgaan van de Verenigde Naties in overeenstemming met het Handvest der Verenigde Naties en uitgevoerd onder VN-gezag en onder VN-toezicht :
i) terwijl de operatie tot doel heeft de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen; of
ii) terwijl de Veiligheidsraad of de Algemene Vergadering voor de toepassing van dit Verdrag heeft verklaard dat er sprake is van een buitengewoon risico voor de veiligheid van het personeel dat aan de operatie deelneemt;
d) wordt onder " ontvangende Staat " verstaan : een Staat op het grondgebied waarvan een VN-operatie wordt uitgevoerd;
e) wordt onder " Staat van doortocht " verstaan : een Staat, niet zijnde de ontvangende Staat, op het grondgebied waarvan VN-personeel of geassocieerd personeel, alsmede de uitrusting daarvan, op doorreis is of tijdelijk verblijft in verband met een VN-operatie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 DECEMBER 1994. - Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel gedaan te New York op 9 december 1994. (Vertaling).
Titre
9 DECEMBRE 1994. - Convention sur la sécurité du personnel des Nations Unies et du personnel associé, fait à New York le 9 décembre 1994.
Informations sur le document
Numac: 2002A15017
Datum: 1994-12-09
Info du document
Numac: 2002A15017
Date: 1994-12-09
Tekst (31)
Texte (31)
Article 1. Définitions :
Aux fins de la présente Convention :
a) " Personnel des Nations Unies " s'entend :
i) Des personnes engagées ou déployées par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies en tant que membres des éléments militaire, de police ou civil d'une opération des Nations Unies;
ii) Des autres fonctionnaires et experts en mission de l'Organisation des Nations Unies ou de ses institutions spécialisées ou de l'Agence internationale de l'énergie atomique qui sont présents à titre officiel dans la zone où une opération des Nations Unies est menée;
b) " Personnel associé " s'entend :
i) Des personnes affectées par un gouvernement ou par une organisation intergouvernementale avec l'accord de l'organe compétent de l'Organisation des Nations Unies;
ii) Des personnes engagées par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, par une institution spécialisée ou par l'Agence internationale de l'énergie atomique; et
iii) Des personnes déployées par une organisation ou une institution non gouvernementale humanitaire en vertu d'un accord avec le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, avec une institution spécialisée ou avec l'Agence internationale de l'énergie atomique,
pour mener des activités à l'appui de l'exécution du mandat d'une opération des Nations Unies;
c) " Opération des Nations Unies " s'entend d'une opération établie par l'organe compétent de l'Organisation des Nations Unies conformément à la Charte des Nations Unies et menée sous l'autorité et le contrôle des Nations Unies :
i) Lorsque l'opération vise à maintenir ou à rétablir la paix et la sécurité internationales; ou
ii) Lorsque le Conseil de sécurité ou l'Assemblée générale a déclaré aux fins de la présente Convention qu'il existe un risque exceptionnel pour la sécurité du personnel participant à l'opération;
d) " Etat hôte " s'entend d'un Etat sur le territoire duquel une opération des Nations Unies est menée;
e) " Etat de transit " s'entend d'un Etat, autre que l'Etat hôte, sur le territoire duquel au personnel des Nations Unies ou du personnel associé où leur matériel se trouvent en transit ou sont temporairement présents dans le cadre d'une opération des Nations Unies.
Aux fins de la présente Convention :
a) " Personnel des Nations Unies " s'entend :
i) Des personnes engagées ou déployées par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies en tant que membres des éléments militaire, de police ou civil d'une opération des Nations Unies;
ii) Des autres fonctionnaires et experts en mission de l'Organisation des Nations Unies ou de ses institutions spécialisées ou de l'Agence internationale de l'énergie atomique qui sont présents à titre officiel dans la zone où une opération des Nations Unies est menée;
b) " Personnel associé " s'entend :
i) Des personnes affectées par un gouvernement ou par une organisation intergouvernementale avec l'accord de l'organe compétent de l'Organisation des Nations Unies;
ii) Des personnes engagées par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, par une institution spécialisée ou par l'Agence internationale de l'énergie atomique; et
iii) Des personnes déployées par une organisation ou une institution non gouvernementale humanitaire en vertu d'un accord avec le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, avec une institution spécialisée ou avec l'Agence internationale de l'énergie atomique,
pour mener des activités à l'appui de l'exécution du mandat d'une opération des Nations Unies;
c) " Opération des Nations Unies " s'entend d'une opération établie par l'organe compétent de l'Organisation des Nations Unies conformément à la Charte des Nations Unies et menée sous l'autorité et le contrôle des Nations Unies :
i) Lorsque l'opération vise à maintenir ou à rétablir la paix et la sécurité internationales; ou
ii) Lorsque le Conseil de sécurité ou l'Assemblée générale a déclaré aux fins de la présente Convention qu'il existe un risque exceptionnel pour la sécurité du personnel participant à l'opération;
d) " Etat hôte " s'entend d'un Etat sur le territoire duquel une opération des Nations Unies est menée;
e) " Etat de transit " s'entend d'un Etat, autre que l'Etat hôte, sur le territoire duquel au personnel des Nations Unies ou du personnel associé où leur matériel se trouvent en transit ou sont temporairement présents dans le cadre d'une opération des Nations Unies.
Art. 2. Werkingssfeer :
1. Dit Verdrag is van toepassing op VN-personeel en geassocieerd personeel alsook op VN-operaties als omschreven in artikel 1.
2. Dit Verdrag is niet van toepassing op een VN-operatie waarvoor door de Veiligheidsraad machtiging is verleend als dwangactie op grond van Hoofdstuk VII van het Handvest der Verenigde Naties, waarbij personeel is betrokken als strijders tegen georganiseerde strijdkrachten en waarop het recht inzake internationale gewapende conflicten van toepassing is.
1. Dit Verdrag is van toepassing op VN-personeel en geassocieerd personeel alsook op VN-operaties als omschreven in artikel 1.
2. Dit Verdrag is niet van toepassing op een VN-operatie waarvoor door de Veiligheidsraad machtiging is verleend als dwangactie op grond van Hoofdstuk VII van het Handvest der Verenigde Naties, waarbij personeel is betrokken als strijders tegen georganiseerde strijdkrachten en waarop het recht inzake internationale gewapende conflicten van toepassing is.
Art. 2. Champ d'application :
1. La présente Convention s'applique au personnel des Nations Unies et au personnel associé ainsi qu'aux opérations des Nations Unies, selon les définitions données à l'article premier.
2. La présente Convention ne s'applique pas à une opération des Nations Unies autorisée par le Conseil de sécurité en tant qu'action coercitive en vertu du Chapitre VII de la Charte des Nations Unies dans le cadre de laquelle du personnel est engagé comme combattant contre des forces armées organisées et à laquelle s'applique le droit des conflits armés internationaux.
1. La présente Convention s'applique au personnel des Nations Unies et au personnel associé ainsi qu'aux opérations des Nations Unies, selon les définitions données à l'article premier.
2. La présente Convention ne s'applique pas à une opération des Nations Unies autorisée par le Conseil de sécurité en tant qu'action coercitive en vertu du Chapitre VII de la Charte des Nations Unies dans le cadre de laquelle du personnel est engagé comme combattant contre des forces armées organisées et à laquelle s'applique le droit des conflits armés internationaux.
Art. 3. Identificatie :
1. De militaire en politie-onderdelen van een VN-operatie en hun voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen voeren duidelijke herkenningstekens. Het overige personeel dat en de overige voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen die bij een VN-operatie zijn betrokken, zijn op deugdelijke wijze te herkennen, tenzij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties anders besluit.
2. Alle leden van het VN-personeel en geassocieerd personeel dragen deugdelijke identiteitsbewijzen.
1. De militaire en politie-onderdelen van een VN-operatie en hun voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen voeren duidelijke herkenningstekens. Het overige personeel dat en de overige voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen die bij een VN-operatie zijn betrokken, zijn op deugdelijke wijze te herkennen, tenzij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties anders besluit.
2. Alle leden van het VN-personeel en geassocieerd personeel dragen deugdelijke identiteitsbewijzen.
Art. 3. Identification :
1. Les éléments militaire et de police d'une opération des Nations Unies et leurs véhicules, navires et aéronefs portent une marque distinctive d'identification. Le reste du personnel et les autres véhicules, navires et aéronefs utilisés dans le cadre de l'opération des Nations Unies portent une identification appropriée à moins qu'il n'en soit décidé autrement par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
2. Chaque membre du personnel des Nations Unies et du personnel associé porte sur lui des documents d'identification appropriés.
1. Les éléments militaire et de police d'une opération des Nations Unies et leurs véhicules, navires et aéronefs portent une marque distinctive d'identification. Le reste du personnel et les autres véhicules, navires et aéronefs utilisés dans le cadre de l'opération des Nations Unies portent une identification appropriée à moins qu'il n'en soit décidé autrement par le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
2. Chaque membre du personnel des Nations Unies et du personnel associé porte sur lui des documents d'identification appropriés.
Art. 4. Overeenkomsten inzake de status van de operatie :
De ontvangende Staat en de Verenigde Naties sluiten zo spoedig mogelijk een overeenkomst inzake de status van de VN-operatie en van alle bij de operatie betrokken personeel, met inbegrip van, onder andere, bepalingen betreffende de voorrechten en immuniteiten voor militaire en politie-onderdelen van de operatie.
De ontvangende Staat en de Verenigde Naties sluiten zo spoedig mogelijk een overeenkomst inzake de status van de VN-operatie en van alle bij de operatie betrokken personeel, met inbegrip van, onder andere, bepalingen betreffende de voorrechten en immuniteiten voor militaire en politie-onderdelen van de operatie.
Art. 4. Accords sur le statut de l'opération :
L'Etat hôte et l'Organisation concluent dès que possible un accord sur le statut de l'opération et de l'ensemble du personnel engagé dans celle-ci, comprenant notamment des dispositions sur les privilèges et immunités des éléments militaire et de police de l'opération.
L'Etat hôte et l'Organisation concluent dès que possible un accord sur le statut de l'opération et de l'ensemble du personnel engagé dans celle-ci, comprenant notamment des dispositions sur les privilèges et immunités des éléments militaire et de police de l'opération.
Art. 5. Doortocht :
Een Staat van doortocht vergemakkelijkt de vrije doortocht van VN-personeel en geassocieerd personeel, alsmede de uitrusting daarvan, naar en van de ontvangende Staat.
Een Staat van doortocht vergemakkelijkt de vrije doortocht van VN-personeel en geassocieerd personeel, alsmede de uitrusting daarvan, naar en van de ontvangende Staat.
Art. 5. Transit :
L'Etat de transit facilite le libre transit du personnel des Nations Unies et du personnel associé et de leur matériel à destination et en provenance de l'Etat hôte.
L'Etat de transit facilite le libre transit du personnel des Nations Unies et du personnel associé et de leur matériel à destination et en provenance de l'Etat hôte.
Art. 6. Naleving van wetten en voorschriften :
1. Onverminderd de voorrechten en immuniteiten die zij genieten of de vereisten van hun taken, zullen VN-personeel en geassocieerd personeel :
a) de wetten en voorschriften van de ontvangende Staat en de Staat van doortocht naleven; en
b) zich onthouden van gedragingen of activiteiten die onverenigbaar zijn met het onpartijdige en internationale karakter van hun taken.
2. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties neemt alle passende maatregelen om de nakoming van deze verplichtingen te waarborgen.
1. Onverminderd de voorrechten en immuniteiten die zij genieten of de vereisten van hun taken, zullen VN-personeel en geassocieerd personeel :
a) de wetten en voorschriften van de ontvangende Staat en de Staat van doortocht naleven; en
b) zich onthouden van gedragingen of activiteiten die onverenigbaar zijn met het onpartijdige en internationale karakter van hun taken.
2. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties neemt alle passende maatregelen om de nakoming van deze verplichtingen te waarborgen.
Art. 6. Respect des lois et règlements :
1. Sans préjudice des privilèges et immunités dont ils peuvent bénéficier ou des exigences de leurs fonctions, le personnel des Nations Unies et le personnel associé :
a) Respectent les lois et règlements de l'Etat hôte et de l'Etat de transit; et
b) S'abstiennent de toute action ou activité incompatible avec le caractère impartial et international de leurs fonctions.
2. Le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies prend toutes les mesures appropriées pour assurer le respect de ces obligations.
1. Sans préjudice des privilèges et immunités dont ils peuvent bénéficier ou des exigences de leurs fonctions, le personnel des Nations Unies et le personnel associé :
a) Respectent les lois et règlements de l'Etat hôte et de l'Etat de transit; et
b) S'abstiennent de toute action ou activité incompatible avec le caractère impartial et international de leurs fonctions.
2. Le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies prend toutes les mesures appropriées pour assurer le respect de ces obligations.
Art. 7. Plicht om de veiligheid en beveiliging van VN-personeel en geassocieerd personeel te waarborgen :
1. VN-personeel en geassocieerd personeel, alsmede de uitrusting en gebouwen daarvan, mogen niet het voorwerp worden van een aanslag of gedraging die het belet zijn mandaat te vervullen.
2. De Staten-Partijen nemen alle passende maatregelen om de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel te waarborgen. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag nemen met name alle passende maatregelen om VN-personeel en geassocieerd personeel dat op hun grondgebied is ingezet te beschermen tegen de in artikel 9 genoemde strafbare feiten.
3. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag werken, waar mogelijk, met de Verenigde Naties en andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag samen ter uitvoering van dit Verdrag, in het bijzonder in alle gevallen waarin de ontvangende Staat zelf niet in staat is de vereiste maatregelen te nemen.
1. VN-personeel en geassocieerd personeel, alsmede de uitrusting en gebouwen daarvan, mogen niet het voorwerp worden van een aanslag of gedraging die het belet zijn mandaat te vervullen.
2. De Staten-Partijen nemen alle passende maatregelen om de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel te waarborgen. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag nemen met name alle passende maatregelen om VN-personeel en geassocieerd personeel dat op hun grondgebied is ingezet te beschermen tegen de in artikel 9 genoemde strafbare feiten.
3. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag werken, waar mogelijk, met de Verenigde Naties en andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag samen ter uitvoering van dit Verdrag, in het bijzonder in alle gevallen waarin de ontvangende Staat zelf niet in staat is de vereiste maatregelen te nemen.
Art. 7. Obligation d'assurer la sécurité du personnel des Nations Unies et du personnel associé :
1. Le personnel des Nations Unies et le personnel associé, leur matériel et leurs locaux ne doivent être l'objet d'aucune atteinte ni d'aucune action qui les empêche de s'acquitter de leur mandat.
2. Les Etats parties prennent toutes les mesures appropriées pour assurer la sécurité du personnel des Nations Unies et du personnel associé. Les Etats parties prennent notamment toutes mesures appropriées pour protéger le personnel des Nations Unies et le personnel associé qui sont déployés sur leur territoire des infractions visées à l'article 9.
3. Chaque Etat partie coopère avec l'Organisation des Nations Unies et les autres Etats parties, le cas échéant, en vue de l'application de la présente Convention, en particulier dans tous les cas où l'Etat hôte n'est pas lui-même en mesure de prendre les mesures requises.
1. Le personnel des Nations Unies et le personnel associé, leur matériel et leurs locaux ne doivent être l'objet d'aucune atteinte ni d'aucune action qui les empêche de s'acquitter de leur mandat.
2. Les Etats parties prennent toutes les mesures appropriées pour assurer la sécurité du personnel des Nations Unies et du personnel associé. Les Etats parties prennent notamment toutes mesures appropriées pour protéger le personnel des Nations Unies et le personnel associé qui sont déployés sur leur territoire des infractions visées à l'article 9.
3. Chaque Etat partie coopère avec l'Organisation des Nations Unies et les autres Etats parties, le cas échéant, en vue de l'application de la présente Convention, en particulier dans tous les cas où l'Etat hôte n'est pas lui-même en mesure de prendre les mesures requises.
Art. 8. Plicht om vastgehouden of gevangengenomen VN-personeel en geassocieerd personeel vrij te laten of te doen terugkeren :
Behoudens een andersluidende bepaling in een toepasselijke overeenkomst inzake de status van strijdkrachten, mag VN-personeel of geassocieerd personeel, indien dit tijdens de uitoefening van zijn taken wordt vastgehouden of gevangengenomen en is geïdentificeerd, niet worden onderworpen aan ondervraging en dient het terstond te worden vrijgelaten en in de gelegenheid te worden gesteld terug te keren naar de Organisatie der Verenigde Naties of andere daarvoor in aanmerking komende autoriteiten. In afwachting van de vrijlating dient het te worden behandeld in overeenstemming met de universeel erkende normen op het gebied van de rechten van de mens en met de beginselen en de geest van de Verdragen van Genève van 1949.
Behoudens een andersluidende bepaling in een toepasselijke overeenkomst inzake de status van strijdkrachten, mag VN-personeel of geassocieerd personeel, indien dit tijdens de uitoefening van zijn taken wordt vastgehouden of gevangengenomen en is geïdentificeerd, niet worden onderworpen aan ondervraging en dient het terstond te worden vrijgelaten en in de gelegenheid te worden gesteld terug te keren naar de Organisatie der Verenigde Naties of andere daarvoor in aanmerking komende autoriteiten. In afwachting van de vrijlating dient het te worden behandeld in overeenstemming met de universeel erkende normen op het gebied van de rechten van de mens en met de beginselen en de geest van de Verdragen van Genève van 1949.
Art. 8. Obligation de relâcher ou de rendre à l'Organisation le personnel des Nations Unies et le personnel associé capturé ou détenu :
Sauf disposition contraire d'un éventuel accord sur le statut des forces, si des membres du personnel des Nations Unies ou du personnel associé sont capturés ou détenus dans le cadre de l'exercice de leurs fonctions et si leur identité a été établie, ils ne peuvent être soumis à un interrogatoire et ils doivent être promptement relâchés et rendus à l'Organisation des Nations Unies ou à une autre autorité appropriée. Dans l'intervalle, ils doivent être traités conformément aux normes universellement reconnues en matière de droits de l'homme ainsi qu'aux principes et à l'esprit des Conventions de Genève de 1949.
Sauf disposition contraire d'un éventuel accord sur le statut des forces, si des membres du personnel des Nations Unies ou du personnel associé sont capturés ou détenus dans le cadre de l'exercice de leurs fonctions et si leur identité a été établie, ils ne peuvent être soumis à un interrogatoire et ils doivent être promptement relâchés et rendus à l'Organisation des Nations Unies ou à une autre autorité appropriée. Dans l'intervalle, ils doivent être traités conformément aux normes universellement reconnues en matière de droits de l'homme ainsi qu'aux principes et à l'esprit des Conventions de Genève de 1949.
Art. 9. Strafbare feiten ten aanzien van VN-personeel en geassocieerd personeel :
1. Het opzettelijk plegen van.
a) een moord op, een ontvoering van, of een aanslag gericht tegen de persoon of de vrijheid van een lid van VN-personeel of geassocieerd personeel;
b) een gewelddadige aanslag op de officiële gebouwen, de privé-woning of de middelen van vervoer van VN-personeel of geassocieerd personeel, waardoor de persoon of de vrijheid van een lid van dat personeel in gevaar worden gebracht;
c) een dreiging een dergelijke aanslag te plegen met het oogmerk een natuurlijke persoon of rechtspersoon te dwingen een handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden;
d) een poging een dergelijke aanslag te plegen; en
e) een deelneming als medeplichtige aan een dergelijke aanslag of aan de poging daartoe, dan wel aan het organiseren daarvan of het geven van de opdracht daartoe,
Wordt door elke Staat die Partij is bij dit Verdrag strafbaar gesteld krachtens zijn nationale wetgeving.
2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag stelt op de in het eerste lid genoemde strafbare feiten passende straffen, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst van deze feiten.
1. Het opzettelijk plegen van.
a) een moord op, een ontvoering van, of een aanslag gericht tegen de persoon of de vrijheid van een lid van VN-personeel of geassocieerd personeel;
b) een gewelddadige aanslag op de officiële gebouwen, de privé-woning of de middelen van vervoer van VN-personeel of geassocieerd personeel, waardoor de persoon of de vrijheid van een lid van dat personeel in gevaar worden gebracht;
c) een dreiging een dergelijke aanslag te plegen met het oogmerk een natuurlijke persoon of rechtspersoon te dwingen een handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden;
d) een poging een dergelijke aanslag te plegen; en
e) een deelneming als medeplichtige aan een dergelijke aanslag of aan de poging daartoe, dan wel aan het organiseren daarvan of het geven van de opdracht daartoe,
Wordt door elke Staat die Partij is bij dit Verdrag strafbaar gesteld krachtens zijn nationale wetgeving.
2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag stelt op de in het eerste lid genoemde strafbare feiten passende straffen, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst van deze feiten.
Art. 9. Infractions contre le personnel des Nations Unies et le personnel associé :
1. Le fait intentionnel :
a) De commettre un meurtre ou un enlèvement ou de porter toute autre atteinte contre la personne ou la liberté d'un membre du personnel des Nations Unies ou du personnel associé;
b) De porter contre les locaux officiels, le domicile privé ou les moyens de transport d'un membre du personnel des Nations Unies ou du personnel associé une atteinte accompagnée de violences de nature à mettre sa personne ou sa liberté en danger;
c) De menacer de commettre une telle atteinte dans le but de contraindre une personne physique ou morale à accomplir un acte quelconque ou à s'en abstenir;
d) De tenter de porter une telle atteinte; et
e) De participer en tant que complice à une telle atteinte ou à une tentative de commettre une telle atteinte, ou d'en organiser ou ordonner la perpétration,
est considéré par chaque Etat partie comme une infraction au regard de sa propre législation interne.
2. Chaque Etat partie rend les infractions visées au paragraphe 1 passibles de peines appropriées tenant compte de la gravité desdites infractions.
1. Le fait intentionnel :
a) De commettre un meurtre ou un enlèvement ou de porter toute autre atteinte contre la personne ou la liberté d'un membre du personnel des Nations Unies ou du personnel associé;
b) De porter contre les locaux officiels, le domicile privé ou les moyens de transport d'un membre du personnel des Nations Unies ou du personnel associé une atteinte accompagnée de violences de nature à mettre sa personne ou sa liberté en danger;
c) De menacer de commettre une telle atteinte dans le but de contraindre une personne physique ou morale à accomplir un acte quelconque ou à s'en abstenir;
d) De tenter de porter une telle atteinte; et
e) De participer en tant que complice à une telle atteinte ou à une tentative de commettre une telle atteinte, ou d'en organiser ou ordonner la perpétration,
est considéré par chaque Etat partie comme une infraction au regard de sa propre législation interne.
2. Chaque Etat partie rend les infractions visées au paragraphe 1 passibles de peines appropriées tenant compte de la gravité desdites infractions.
Art. 10. Vestiging van rechtsmacht :
1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om zich bevoegd te verklaren kennis te nemen van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten in de volgende gevallen :
a) wanneer de feiten zijn gepleegd op het grondgebied van die Staat of aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in die Staat is geregistreerd;
b) wanneer de vermoedelijke dader onderdaan van die Staat is.
2. Een Staat, die Partij is bij dit Verdrag kan zich ook bevoegd verklaren kennis te nemen van deze strafbare feiten wanneer deze zijn gepleegd :
a) door een staatloze die zijn vaste verblijfplaats in die Staat heeft; of
b) ten aanzien van een onderdaan van die Staat; of
c) in een poging die Staat te dwingen een handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden.
3. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag die zich bevoegd heeft verklaard met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gevallen, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan in kennis. Indien bedoelde Staat die Partij is bij dit Verdrag vervolgens afstand doet van deze bevoegdheid, stelt deze de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan in kennis.
4. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om zich bevoegd te verklaren om kennis te nemen van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten ingeval de vermoedelijke dader zich op zijn grondgebied bevindt en deze Staat de bedoelde persoon niet uitlevert ingevolge artikel 15 aan een van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die zich in overeenstemming met het eerste of tweede lid bevoegd hebben verklaard.
5. Dit Verdrag sluit geen enkele rechtsmacht in strafzaken uit, die wordt uitgeoefend krachtens de nationale wetgeving.
1. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om zich bevoegd te verklaren kennis te nemen van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten in de volgende gevallen :
a) wanneer de feiten zijn gepleegd op het grondgebied van die Staat of aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in die Staat is geregistreerd;
b) wanneer de vermoedelijke dader onderdaan van die Staat is.
2. Een Staat, die Partij is bij dit Verdrag kan zich ook bevoegd verklaren kennis te nemen van deze strafbare feiten wanneer deze zijn gepleegd :
a) door een staatloze die zijn vaste verblijfplaats in die Staat heeft; of
b) ten aanzien van een onderdaan van die Staat; of
c) in een poging die Staat te dwingen een handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden.
3. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag die zich bevoegd heeft verklaard met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gevallen, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan in kennis. Indien bedoelde Staat die Partij is bij dit Verdrag vervolgens afstand doet van deze bevoegdheid, stelt deze de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan in kennis.
4. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om zich bevoegd te verklaren om kennis te nemen van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten ingeval de vermoedelijke dader zich op zijn grondgebied bevindt en deze Staat de bedoelde persoon niet uitlevert ingevolge artikel 15 aan een van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die zich in overeenstemming met het eerste of tweede lid bevoegd hebben verklaard.
5. Dit Verdrag sluit geen enkele rechtsmacht in strafzaken uit, die wordt uitgeoefend krachtens de nationale wetgeving.
Art. 10. Compétence :
1. Chaque Etat partie prend les mesures nécessaires pour établir sa compétence aux fins de connaître des infractions visées à l'article 9 dans les cas ci-après :
a) Lorsque l'infraction est commise sur le territoire dudit Etat ou à bord d'un navire ou d'un aéronef immatriculé dans ledit Etat;
b) Lorsque l'auteur présumé de l'infraction a la nationalité dudit Etat.
2. Un Etat partie peut également établir sa compétence aux fins de connaître de l'une quelconque de ces infractions :
a) Lorsqu'elle est commise par une personne apatride qui a sa résidence habituelle dans ledit Etat; ou
b) Lorsque la victime est un ressortissant dudit Etat; ou
c) Lorsqu'elle est commise dans le but de contraindre ledit Etat à accomplir un acte quelconque ou à s'en abstenir.
3. Tout Etat partie qui a établi sa compétence pour les cas visés au paragraphe 2 le notifie au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies. Si ledit Etat partie renonce ultérieurement à cette compétence, il le notifie au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
4. Chaque Etat partie prend les mesures nécessaires pour établir sa compétence aux fins de connaître des infractions visées à l'article 9 dans les cas où l'auteur présumé de l'infraction se trouve sur son territoire et où il ne l'extrade pas conformément à l'article 15 vers l'un des Etats qui ont établi leur compétence conformément au paragraphe 1 ou 2.
5. La présente Convention n'exclut pas une compétence pénale exercée en vertu de la législation interne.
1. Chaque Etat partie prend les mesures nécessaires pour établir sa compétence aux fins de connaître des infractions visées à l'article 9 dans les cas ci-après :
a) Lorsque l'infraction est commise sur le territoire dudit Etat ou à bord d'un navire ou d'un aéronef immatriculé dans ledit Etat;
b) Lorsque l'auteur présumé de l'infraction a la nationalité dudit Etat.
2. Un Etat partie peut également établir sa compétence aux fins de connaître de l'une quelconque de ces infractions :
a) Lorsqu'elle est commise par une personne apatride qui a sa résidence habituelle dans ledit Etat; ou
b) Lorsque la victime est un ressortissant dudit Etat; ou
c) Lorsqu'elle est commise dans le but de contraindre ledit Etat à accomplir un acte quelconque ou à s'en abstenir.
3. Tout Etat partie qui a établi sa compétence pour les cas visés au paragraphe 2 le notifie au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies. Si ledit Etat partie renonce ultérieurement à cette compétence, il le notifie au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
4. Chaque Etat partie prend les mesures nécessaires pour établir sa compétence aux fins de connaître des infractions visées à l'article 9 dans les cas où l'auteur présumé de l'infraction se trouve sur son territoire et où il ne l'extrade pas conformément à l'article 15 vers l'un des Etats qui ont établi leur compétence conformément au paragraphe 1 ou 2.
5. La présente Convention n'exclut pas une compétence pénale exercée en vertu de la législation interne.
Art. 11. Voorkoming van strafbare feiten ten aanzien van VN-personeel en geassocieerd personeel :
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag werken samen ter voorkoming van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten, met name door :
a) alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat op hun onderscheiden grondgebieden voorbereidingen worden getroffen om deze strafbare feiten te plegen, binnen of buiten hun eigen grondgebied; en
b) informatie uit te wisselen in overeenstemming met hun nationale wetgeving en het coördineren van het nemen van passende bestuursrechtelijke en andere maatregelen, ten einde het plegen van deze strafbare feiten te voorkomen.
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag werken samen ter voorkoming van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten, met name door :
a) alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat op hun onderscheiden grondgebieden voorbereidingen worden getroffen om deze strafbare feiten te plegen, binnen of buiten hun eigen grondgebied; en
b) informatie uit te wisselen in overeenstemming met hun nationale wetgeving en het coördineren van het nemen van passende bestuursrechtelijke en andere maatregelen, ten einde het plegen van deze strafbare feiten te voorkomen.
Art. 11. Prévention des infractions contre le personnel des Nations Unies et le personnel associé :
Les Etats parties coopèrent à la prévention des infractions visées à l'article 9, notamment :
a) En prenant toutes les mesures possibles pour empêcher que ne se préparent sur leurs territoires respectifs de telles infractions destinées à être commises à l'intérieur ou en dehors de leurs territoires; et
b) En échangeant des renseignements conformément à leur législation nationale et en coordonnant les mesures administratives et autres à prendre, le cas échéant, afin de prévenir la perpétration de ces infractions.
Les Etats parties coopèrent à la prévention des infractions visées à l'article 9, notamment :
a) En prenant toutes les mesures possibles pour empêcher que ne se préparent sur leurs territoires respectifs de telles infractions destinées à être commises à l'intérieur ou en dehors de leurs territoires; et
b) En échangeant des renseignements conformément à leur législation nationale et en coordonnant les mesures administratives et autres à prendre, le cas échéant, afin de prévenir la perpétration de ces infractions.
Art. 12. Uitwisseling van informatie :
1. Indien de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied een in artikel 9 genoemd strafbaar feit is gepleegd redenen heeft om aan te nemen dat een vermoedelijke dader dit grondgebied is ontvlucht, doet deze Staat, onder de in zijn nationale wetgeving gestelde voorwaarden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en, rechtstreeks of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, aan de betrokken Staat of Staten alle relevante feiten met betrekking tot het gepleegde strafbare feit toekomen, alsook alle informatie waarover die Staat beschikt met betrekking tot de identiteit van de vermoedelijke dader.
2. Wanneer een in artikel 9 genoemd strafbaar feit is gepleegd, spant een Staat die Partij is bij dit Verdrag die beschikt over informatie betreffende de identiteit van het slachtoffer en de omstandigheden van het strafbare feit, zich ervoor in om, onder de in zijn nationale wetgeving gestelde voorwaarden, deze informatie volledig en onverwijld toe te zenden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en de betrokken Staat of Staten.
1. Indien de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied een in artikel 9 genoemd strafbaar feit is gepleegd redenen heeft om aan te nemen dat een vermoedelijke dader dit grondgebied is ontvlucht, doet deze Staat, onder de in zijn nationale wetgeving gestelde voorwaarden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en, rechtstreeks of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, aan de betrokken Staat of Staten alle relevante feiten met betrekking tot het gepleegde strafbare feit toekomen, alsook alle informatie waarover die Staat beschikt met betrekking tot de identiteit van de vermoedelijke dader.
2. Wanneer een in artikel 9 genoemd strafbaar feit is gepleegd, spant een Staat die Partij is bij dit Verdrag die beschikt over informatie betreffende de identiteit van het slachtoffer en de omstandigheden van het strafbare feit, zich ervoor in om, onder de in zijn nationale wetgeving gestelde voorwaarden, deze informatie volledig en onverwijld toe te zenden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en de betrokken Staat of Staten.
Art. 12. Echange de renseignements :
1. Dans les conditions prévues dans sa législation interne, s'il a des raisons de penser que l'auteur présumé d'une infraction visée à l'article 9 s'est enfui de son territoire, l'Etat partie sur le territoire duquel l'infraction a été commise communique au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et, directement ou par l'entremise de ce dernier, à l'Etat ou aux Etats intéressés, tous les faits pertinents concernant l'infraction et tous les renseignements dont il dispose quant à l'identité de son auteur présumé.
2. Lorsqu'une infraction visée à l'article 9 a été commise, tout Etat partie en possession de renseignements concernant la victime et les circonstances de l'infraction s'efforce, dans les conditions prévues par sa législation interne, de les communiquer intégralement et rapidement au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et à l'Etat ou aux Etats concernés.
1. Dans les conditions prévues dans sa législation interne, s'il a des raisons de penser que l'auteur présumé d'une infraction visée à l'article 9 s'est enfui de son territoire, l'Etat partie sur le territoire duquel l'infraction a été commise communique au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et, directement ou par l'entremise de ce dernier, à l'Etat ou aux Etats intéressés, tous les faits pertinents concernant l'infraction et tous les renseignements dont il dispose quant à l'identité de son auteur présumé.
2. Lorsqu'une infraction visée à l'article 9 a été commise, tout Etat partie en possession de renseignements concernant la victime et les circonstances de l'infraction s'efforce, dans les conditions prévues par sa législation interne, de les communiquer intégralement et rapidement au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et à l'Etat ou aux Etats concernés.
Art. 13. Maatregelen met het oog op vervolging of uitlevering :
1. Wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven, neemt de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied de vermoedelijke dader zich bevindt, de passende maatregelen krachtens zijn nationale wetgeving om diens aanwezigheid met het oog op vervolging of uitlevering te verzekeren.
2. De ingevolge het eerste lid genomen maatregelen worden in overeenstemming met de nationale wetgeving en onverwijld ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en, rechtstreeks of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, van :
a) de Staat op wiens grondgebied het strafbare feit is gepleegd;
b) de Staat of Staten waarvan de vermoedelijke dader onderdaan is of, indien deze staatloos is, de Staat op wiens grondgebied deze zijn vaste verblijfplaats heeft;
c) de Staat of Staten waarvan het slachtoffer onderdaan is; en
d) andere belanghebbende Staten.
1. Wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven, neemt de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied de vermoedelijke dader zich bevindt, de passende maatregelen krachtens zijn nationale wetgeving om diens aanwezigheid met het oog op vervolging of uitlevering te verzekeren.
2. De ingevolge het eerste lid genomen maatregelen worden in overeenstemming met de nationale wetgeving en onverwijld ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en, rechtstreeks of door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, van :
a) de Staat op wiens grondgebied het strafbare feit is gepleegd;
b) de Staat of Staten waarvan de vermoedelijke dader onderdaan is of, indien deze staatloos is, de Staat op wiens grondgebied deze zijn vaste verblijfplaats heeft;
c) de Staat of Staten waarvan het slachtoffer onderdaan is; en
d) andere belanghebbende Staten.
Art. 13. Mesures visant à permettre l'engagement de poursuites ou l'extradition :
1. S'il estime que les circonstances le justifient, l'Etat partie sur le territoire duquel se trouve l'auteur présumé de l'infraction prend les mesures voulues en application de sa législation interne pour s'assurer de la présence de l'intéressé aux fins de poursuites ou d'extradition.
2. Les mesures prises en application du paragraphe 1 sont notifiées, conformément à la législation interne et sans délai, au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et, soit directement soit par l'entremise de ce dernier :
a) A l'Etat sur le territoire duquel l'infraction a été commise;
b) A l'Etat ou aux Etats dont l'auteur présumé de l'infraction est ressortissant ou, si celui-ci est apatride, à l'Etat sur le territoire duquel il a sa résidence habituelle;
c) A l'Etat ou aux Etats dont la victime est ressortissant; et
d) A tous les autres Etats intéressés.
1. S'il estime que les circonstances le justifient, l'Etat partie sur le territoire duquel se trouve l'auteur présumé de l'infraction prend les mesures voulues en application de sa législation interne pour s'assurer de la présence de l'intéressé aux fins de poursuites ou d'extradition.
2. Les mesures prises en application du paragraphe 1 sont notifiées, conformément à la législation interne et sans délai, au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies et, soit directement soit par l'entremise de ce dernier :
a) A l'Etat sur le territoire duquel l'infraction a été commise;
b) A l'Etat ou aux Etats dont l'auteur présumé de l'infraction est ressortissant ou, si celui-ci est apatride, à l'Etat sur le territoire duquel il a sa résidence habituelle;
c) A l'Etat ou aux Etats dont la victime est ressortissant; et
d) A tous les autres Etats intéressés.
Art. 14. Vervolging van vermoedelijke daders :
Indien de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied de vermoedelijke dader zich bevindt, de betrokkene niet uitlevert, legt deze Staat, zonder enige uitzondering en zonder onnodig uitstel, de zaak voor aan zijn bevoegde autoriteiten met het oog op vervolging, volgens een procedure in overeenstemming met de wetgeving van die Staat. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in het geval van een gewoon strafbaar feit van ernstige aard overeenkomstig de wetgeving van die Staat.
Indien de Staat die Partij is bij dit Verdrag op wiens grondgebied de vermoedelijke dader zich bevindt, de betrokkene niet uitlevert, legt deze Staat, zonder enige uitzondering en zonder onnodig uitstel, de zaak voor aan zijn bevoegde autoriteiten met het oog op vervolging, volgens een procedure in overeenstemming met de wetgeving van die Staat. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in het geval van een gewoon strafbaar feit van ernstige aard overeenkomstig de wetgeving van die Staat.
Art. 14. Exercice de l'action pénale contre les auteurs présumés d'infractions :
L'Etat partie sur le territoire duquel l'auteur présumé de l'infraction est découvert, s'il n'extrade pas ce dernier, soumet l'affaire, sans aucune exception et sans retard indu, à ses autorités compétentes pour l'exercice de l'action pénale selon une procédure conforme à sa législation. Ces autorités prennent leur décision dans les mêmes conditions que pour toute infraction de droit commun de nature grave conformément à la législation de cet Etat.
L'Etat partie sur le territoire duquel l'auteur présumé de l'infraction est découvert, s'il n'extrade pas ce dernier, soumet l'affaire, sans aucune exception et sans retard indu, à ses autorités compétentes pour l'exercice de l'action pénale selon une procédure conforme à sa législation. Ces autorités prennent leur décision dans les mêmes conditions que pour toute infraction de droit commun de nature grave conformément à la législation de cet Etat.
Art. 15. Uitlevering van vermoedelijke daders :
1. Voorzover de in artikel 9 genoemde strafbare feiten niet als uitleveringsdelicten zijn vermeld in een uitleveringsverdrag, bestaande tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, worden zij geacht als zodanig daarin te zijn opgenomen. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplichten zich ertoe deze strafbare feiten als uitleveringsdelicten op te nemen in elk uitleveringsverdrag dat tussen hen zal worden gesloten.
2. Indien een Staat die Partij is bij dit Verdrag die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Staat die Partij is bij dit Verdrag waarmee die Staat geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan deze dit Verdrag beschouwen als de wettelijke basis voor uitlevering wegens deze strafbare feiten. De uitlevering is onderworpen aan de in de wetgeving van de aangezochte Staat gestelde voorwaarden.
3. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die uitlevering niet afhankelijk stellen van het bestaan van een verdrag, erkennen deze strafbare feiten onderling als uitleveringsdelicten, die zijn onderworpen aan de in de wetgeving van de aangezochte Staat gestelde voorwaarden.
4. Elk van deze strafbare feiten wordt ten behoeve van uitlevering tussen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag geacht te zijn begaan, niet alleen op de plaats waar het is begaan, maar ook op het grondgebied van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, die hun rechtsmacht hebben vastgelegd in overeenstemming met artikel 10, eerste of tweede lid.
1. Voorzover de in artikel 9 genoemde strafbare feiten niet als uitleveringsdelicten zijn vermeld in een uitleveringsverdrag, bestaande tussen de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, worden zij geacht als zodanig daarin te zijn opgenomen. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplichten zich ertoe deze strafbare feiten als uitleveringsdelicten op te nemen in elk uitleveringsverdrag dat tussen hen zal worden gesloten.
2. Indien een Staat die Partij is bij dit Verdrag die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Staat die Partij is bij dit Verdrag waarmee die Staat geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan deze dit Verdrag beschouwen als de wettelijke basis voor uitlevering wegens deze strafbare feiten. De uitlevering is onderworpen aan de in de wetgeving van de aangezochte Staat gestelde voorwaarden.
3. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag die uitlevering niet afhankelijk stellen van het bestaan van een verdrag, erkennen deze strafbare feiten onderling als uitleveringsdelicten, die zijn onderworpen aan de in de wetgeving van de aangezochte Staat gestelde voorwaarden.
4. Elk van deze strafbare feiten wordt ten behoeve van uitlevering tussen Staten die Partij zijn bij dit Verdrag geacht te zijn begaan, niet alleen op de plaats waar het is begaan, maar ook op het grondgebied van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, die hun rechtsmacht hebben vastgelegd in overeenstemming met artikel 10, eerste of tweede lid.
Art. 15. Extradition des auteurs présumés d'infractions :
1. Si les infractions visées à l'article 9 ne figurent pas en tant que cas d'extradition dans un traité d'extradition conclu entre les Etats parties, elles sont réputées y figurer à ce titre. Les Etats parties s'engagent à faire figurer ces infractions comme cas d'extradition dans tout traité d'extradition à conclure entre eux.
2. Si un Etat partie qui subordonne l'extradition à l'existence d'un traité est saisi d'une demande d'extradition par un autre Etat partie auquel il n'est pas lié par un traité d'extradition, il a la faculté de considérer la présente Convention comme constituant la base juridique de l'extradition en ce qui concerne ces infractions. L'extradition est subordonnée aux conditions prévues par la législation de l'Etat requis.
3. Les Etats parties qui ne subordonnent pas l'extradition à l'existence d'un traité reconnaissent ces infractions comme cas d'extradition entre eux conformément aux conditions prévues par la législation de l'Etat requis.
4. Entre Etats parties, chacune de ces infractions est considérée aux fins d'extradition comme ayant été commise tant au lieu de sa perpétration que sur le territoire des Etats parties qui ont établi leur compétence conformément au paragraphe 1 ou 2 de l'article 10.
1. Si les infractions visées à l'article 9 ne figurent pas en tant que cas d'extradition dans un traité d'extradition conclu entre les Etats parties, elles sont réputées y figurer à ce titre. Les Etats parties s'engagent à faire figurer ces infractions comme cas d'extradition dans tout traité d'extradition à conclure entre eux.
2. Si un Etat partie qui subordonne l'extradition à l'existence d'un traité est saisi d'une demande d'extradition par un autre Etat partie auquel il n'est pas lié par un traité d'extradition, il a la faculté de considérer la présente Convention comme constituant la base juridique de l'extradition en ce qui concerne ces infractions. L'extradition est subordonnée aux conditions prévues par la législation de l'Etat requis.
3. Les Etats parties qui ne subordonnent pas l'extradition à l'existence d'un traité reconnaissent ces infractions comme cas d'extradition entre eux conformément aux conditions prévues par la législation de l'Etat requis.
4. Entre Etats parties, chacune de ces infractions est considérée aux fins d'extradition comme ayant été commise tant au lieu de sa perpétration que sur le territoire des Etats parties qui ont établi leur compétence conformément au paragraphe 1 ou 2 de l'article 10.
Art. 16. Wederzijdse rechtshulp in strafzaken :
1. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verlenen elkaar de ruimst mogelijke rechtshulp in strafzaken wegens de in artikel 9 genoemde strafbare feiten, waaronder hulp ter verkrijging van het hun ter beschikking staande bewijsmateriaal dat nodig is in verband met de vervolging. In alle gevallen is de wetgeving van de aangezochte Staat van toepassing.
2. De bepalingen van het eerste lid laten uit enig ander verdrag voortvloeiende verplichtingen betreffende wederzijdse rechtshulp onverlet.
1. De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verlenen elkaar de ruimst mogelijke rechtshulp in strafzaken wegens de in artikel 9 genoemde strafbare feiten, waaronder hulp ter verkrijging van het hun ter beschikking staande bewijsmateriaal dat nodig is in verband met de vervolging. In alle gevallen is de wetgeving van de aangezochte Staat van toepassing.
2. De bepalingen van het eerste lid laten uit enig ander verdrag voortvloeiende verplichtingen betreffende wederzijdse rechtshulp onverlet.
Art. 16. Entraide en matière pénale :
1. Les Etats parties s'accordent l'entraide la plus large possible à l'occasion de toutes poursuites pénales engagées contre les infractions visées à l'article 9, y compris en ce qui concerne la communication de tous les éléments de preuve dont ils disposent et qui sont nécessaires aux fins des poursuites. La législation de l'Etat requis est applicable dans tous les cas.
2. Les dispositions du paragraphe 1 n'affectent pas les obligations d'assistance mutuelle découlant de tout autre traité.
1. Les Etats parties s'accordent l'entraide la plus large possible à l'occasion de toutes poursuites pénales engagées contre les infractions visées à l'article 9, y compris en ce qui concerne la communication de tous les éléments de preuve dont ils disposent et qui sont nécessaires aux fins des poursuites. La législation de l'Etat requis est applicable dans tous les cas.
2. Les dispositions du paragraphe 1 n'affectent pas les obligations d'assistance mutuelle découlant de tout autre traité.
Art. 17. Behoorlijke behandeling :
1. Eenieder tegen wie een strafvervolging is ingesteld in verband met een van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten wordt een behoorlijke behandeling, een eerlijk proces en volledige bescherming van zijn rechten gewaarborgd in elk stadium van het onderzoek of de procedure.
2. Iedere vermoedelijke dader heeft het recht
a) zich onverwijld in verbinding te stellen met de dichtstbijzijnde daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordiger van de Staat of Staten waarvan hij onderdaan is of die anderszins gerechtigd is zijn rechten te beschermen of, indien de betrokkene staatloos is, van de Staat die op verzoek van de betrokkene bereid is zijn rechten te beschermen; en
b) bezoek van een vertegenwoordiger van die Staat of die Staten te ontvangen.
1. Eenieder tegen wie een strafvervolging is ingesteld in verband met een van de in artikel 9 genoemde strafbare feiten wordt een behoorlijke behandeling, een eerlijk proces en volledige bescherming van zijn rechten gewaarborgd in elk stadium van het onderzoek of de procedure.
2. Iedere vermoedelijke dader heeft het recht
a) zich onverwijld in verbinding te stellen met de dichtstbijzijnde daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordiger van de Staat of Staten waarvan hij onderdaan is of die anderszins gerechtigd is zijn rechten te beschermen of, indien de betrokkene staatloos is, van de Staat die op verzoek van de betrokkene bereid is zijn rechten te beschermen; en
b) bezoek van een vertegenwoordiger van die Staat of die Staten te ontvangen.
Art. 17. Traitement équitable :
1. Toute personne faisant l'objet d'une enquête ou de poursuites à raison de l'une des infractions visées à l'article 9 doit bénéficier d'un traitement et d'un procès équitables et de la pleine protection de ses droits à tous les stades de l'enquête ou des poursuites.
2. L'auteur présumé de l'infraction est en droit :
a) De communiquer sans retard avec le représentant approprié le plus proche de l'Etat ou des Etats dont il est ressortissant ou qui sont autrement habilités à protéger ses droits ou, s'il est apatride, de l'Etat qui, sur demande de l'intéressé, est disposé à protéger ses droits; et
b) De recevoir la visite d'un représentant de cet Etat ou de ces Etats.
1. Toute personne faisant l'objet d'une enquête ou de poursuites à raison de l'une des infractions visées à l'article 9 doit bénéficier d'un traitement et d'un procès équitables et de la pleine protection de ses droits à tous les stades de l'enquête ou des poursuites.
2. L'auteur présumé de l'infraction est en droit :
a) De communiquer sans retard avec le représentant approprié le plus proche de l'Etat ou des Etats dont il est ressortissant ou qui sont autrement habilités à protéger ses droits ou, s'il est apatride, de l'Etat qui, sur demande de l'intéressé, est disposé à protéger ses droits; et
b) De recevoir la visite d'un représentant de cet Etat ou de ces Etats.
Art. 18. Kennisgeving van het resultaat van de procedure :
De Staat die Partij is bij dit Verdrag waarin een vermoedelijke dader strafrechtelijk wordt vervolgd, brengt het eindresultaat van de procedure ter kennis van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de informatie doorzendt aan de andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.
De Staat die Partij is bij dit Verdrag waarin een vermoedelijke dader strafrechtelijk wordt vervolgd, brengt het eindresultaat van de procedure ter kennis van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de informatie doorzendt aan de andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag.
Art. 18. Notification du résultat des poursuites :
L'Etat partie dans lequel l'auteur présumé d'une infraction fait l'objet de poursuites en communique le résultat final au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, qui transmet ces renseignements aux autres Etats parties.
L'Etat partie dans lequel l'auteur présumé d'une infraction fait l'objet de poursuites en communique le résultat final au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, qui transmet ces renseignements aux autres Etats parties.
Art. 19. Verspreiding :
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplichten zich ertoe dit Verdrag op zo breed mogelijke schaal te verspreiden en met name de bestudering ervan, alsmede van de relevante bepalingen van het internationale humanitaire recht, op te nemen in hun militaire opleidingsprogramma's.
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag verplichten zich ertoe dit Verdrag op zo breed mogelijke schaal te verspreiden en met name de bestudering ervan, alsmede van de relevante bepalingen van het internationale humanitaire recht, op te nemen in hun militaire opleidingsprogramma's.
Art. 19. Diffusion :
Les Etats parties s'engagent à diffuser la présente Convention aussi largement que possible et notamment à en inclure l'étude, ainsi que celle des dispositions pertinentes du droit international humanitaire, dans leurs programmes d'instruction militaire.
Les Etats parties s'engagent à diffuser la présente Convention aussi largement que possible et notamment à en inclure l'étude, ainsi que celle des dispositions pertinentes du droit international humanitaire, dans leurs programmes d'instruction militaire.
Art. 20. Vrijwaringsclausules :
De bepalingen van dit Verdrag laten onverlet :
a) de toepasselijkheid van het internationale humanitaire recht en de universeel erkende normen inzake de rechten van de mens zoals neergelegd in internationale akten met betrekking tot de bescherming van VN-operaties en VN-personeel en geassocieerd personeel, of de plicht van dat personeel om genoemd recht en genoemde normen te eerbiedigen;
b) de rechten en verplichtingen van Staten, in overeenstemming met het Handvest der Verenigde Naties, betreffende de toelating van personen tot hun grondgebied;
c) de verplichting van VN-personeel en geassocieerd personeel om te handelen in overeenstemming met het mandaat van een VN-operatie;
d) het recht van Staten die vrijwillig personeel leveren ten behoeve van een VN-operatie om dit personeel terug te trekken van de deelneming aan de operatie; of
e) de aanspraak op een passende schadevergoeding in geval van overlijden, invaliditeit, letsel of ziekte, toe te schrijven aan de uitvoering van vredeshandhavingstaken door personen die vrijwillig door Staten zijn geleverd ten behoeve van een VN-operatie.
De bepalingen van dit Verdrag laten onverlet :
a) de toepasselijkheid van het internationale humanitaire recht en de universeel erkende normen inzake de rechten van de mens zoals neergelegd in internationale akten met betrekking tot de bescherming van VN-operaties en VN-personeel en geassocieerd personeel, of de plicht van dat personeel om genoemd recht en genoemde normen te eerbiedigen;
b) de rechten en verplichtingen van Staten, in overeenstemming met het Handvest der Verenigde Naties, betreffende de toelating van personen tot hun grondgebied;
c) de verplichting van VN-personeel en geassocieerd personeel om te handelen in overeenstemming met het mandaat van een VN-operatie;
d) het recht van Staten die vrijwillig personeel leveren ten behoeve van een VN-operatie om dit personeel terug te trekken van de deelneming aan de operatie; of
e) de aanspraak op een passende schadevergoeding in geval van overlijden, invaliditeit, letsel of ziekte, toe te schrijven aan de uitvoering van vredeshandhavingstaken door personen die vrijwillig door Staten zijn geleverd ten behoeve van een VN-operatie.
Art. 20. Clauses de sauvegarde :
Aucune disposition de la présente Convention n'affecte :
a) L'applicabilité du droit international humanitaire et des normes universellement reconnues en matière de droits de l'homme consacrés dans des instruments internationaux en ce qui concerne la protection des opérations des Nations Unies ainsi que du personnel des Nations Unies et du personnel associé, ou le devoir de ces personnels de respecter ledit droit et lesdites normes;
b) Les droits et obligations qu'ont les Etats, en conformité avec la Charte des Nations Unies, en ce qui concerne le consentement à l'entrée des personnes sur leur territoire;
c) L'obligation du personnel des Nations Unies et du personnel associé de se comporter d'une manière conforme au mandat d'une opération des Nations Unies;
d) Le droit qu'ont les Etats qui fournissent volontairement du personnel en vue d'une opération des Nations Unies de retirer ledit personnel en mettant fin à sa participation à l'opération; ou
e) Le droit à une indemnisation appropriée en cas de décès, d'invalidité, d'accident ou de maladie de personnes affectées volontairement par un Etat à une opération des Nations Unies imputable à l'exercice de fonctions de maintien de la paix.
Aucune disposition de la présente Convention n'affecte :
a) L'applicabilité du droit international humanitaire et des normes universellement reconnues en matière de droits de l'homme consacrés dans des instruments internationaux en ce qui concerne la protection des opérations des Nations Unies ainsi que du personnel des Nations Unies et du personnel associé, ou le devoir de ces personnels de respecter ledit droit et lesdites normes;
b) Les droits et obligations qu'ont les Etats, en conformité avec la Charte des Nations Unies, en ce qui concerne le consentement à l'entrée des personnes sur leur territoire;
c) L'obligation du personnel des Nations Unies et du personnel associé de se comporter d'une manière conforme au mandat d'une opération des Nations Unies;
d) Le droit qu'ont les Etats qui fournissent volontairement du personnel en vue d'une opération des Nations Unies de retirer ledit personnel en mettant fin à sa participation à l'opération; ou
e) Le droit à une indemnisation appropriée en cas de décès, d'invalidité, d'accident ou de maladie de personnes affectées volontairement par un Etat à une opération des Nations Unies imputable à l'exercice de fonctions de maintien de la paix.
Art. 21. Recht op handelen uit zelfverdediging :
Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze een beperking inhoudt van het recht om te handelen uit zelfverdediging.
Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze een beperking inhoudt van het recht om te handelen uit zelfverdediging.
Art. 21. Droit de légitime défense :
Aucune disposition de la présente Convention ne peut être interprétée comme restreignant le droit de légitime défense.
Aucune disposition de la présente Convention ne peut être interprétée comme restreignant le droit de légitime défense.
Art. 22. Regeling van geschillen :
1. Elk geschil tussen twee of meer Staten die Partij zijn bij dit Verdrag inzake de uitleg of toepassing van dit Verdrag dat niet wordt geregeld door middel van onderhandelingen, wordt op verzoek van één van hen onderworpen aan arbitrage. Indien de partijen er binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de organisatie van de arbitrage, kan een van die partijen het geschil voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Gerechtshof.
2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van toetreding daartoe verklaren dat hij zich niet gebonden acht door de bepalingen van het eerste lid of een gedeelte daarvan. De andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag zijn niet gebonden aan de bepalingen van het eerste lid of het desbetreffende gedeelte daarvan tegenover een Staat die Partij is bij dit Verdrag die een dergelijk voorbehoud heeft gemaakt.
3. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het tweede lid, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
1. Elk geschil tussen twee of meer Staten die Partij zijn bij dit Verdrag inzake de uitleg of toepassing van dit Verdrag dat niet wordt geregeld door middel van onderhandelingen, wordt op verzoek van één van hen onderworpen aan arbitrage. Indien de partijen er binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de organisatie van de arbitrage, kan een van die partijen het geschil voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Gerechtshof.
2. Elke Staat die Partij is bij dit Verdrag kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van toetreding daartoe verklaren dat hij zich niet gebonden acht door de bepalingen van het eerste lid of een gedeelte daarvan. De andere Staten die Partij zijn bij dit Verdrag zijn niet gebonden aan de bepalingen van het eerste lid of het desbetreffende gedeelte daarvan tegenover een Staat die Partij is bij dit Verdrag die een dergelijk voorbehoud heeft gemaakt.
3. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het tweede lid, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Art. 22. Règlement des différends :
1. Tout différend entre deux ou plusieurs Etats parties concernant l'interprétation ou l'application de la présente Convention qui n'est pas réglé par voie de négociation est soumis à l'arbitrage, à la demande de l'une des parties. Si, dans les six mois qui suivent la date de la demande d'arbitrage, les parties sont dans l'incapacité de s'entendre sur l'organisation de l'arbitrage, l'une d'entre elles peut soumettre le différend à la Cour internationale de Justice en déposant une requête conformément au Statut de la Cour.
2. Tout Etat partie pourra, au moment où il signera la présente Convention, la ratifiera, l'acceptera, l'approuvera ou y adhérera, déclarer qu'il ne se considère pas lié par l'ensemble ou une partie des dispositions du paragraphe 1. Les autres Etats parties ne seront pas liés par le paragraphe 1 ou la partie pertinente de ce paragraphe envers un Etat partie qui aura formulé une telle réserve.
3. Tout Etat partie qui aura formulé une réserve conformément aux dispositions du paragraphe 2 pourra à tout moment retirer cette réserve par une notification adressée au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
1. Tout différend entre deux ou plusieurs Etats parties concernant l'interprétation ou l'application de la présente Convention qui n'est pas réglé par voie de négociation est soumis à l'arbitrage, à la demande de l'une des parties. Si, dans les six mois qui suivent la date de la demande d'arbitrage, les parties sont dans l'incapacité de s'entendre sur l'organisation de l'arbitrage, l'une d'entre elles peut soumettre le différend à la Cour internationale de Justice en déposant une requête conformément au Statut de la Cour.
2. Tout Etat partie pourra, au moment où il signera la présente Convention, la ratifiera, l'acceptera, l'approuvera ou y adhérera, déclarer qu'il ne se considère pas lié par l'ensemble ou une partie des dispositions du paragraphe 1. Les autres Etats parties ne seront pas liés par le paragraphe 1 ou la partie pertinente de ce paragraphe envers un Etat partie qui aura formulé une telle réserve.
3. Tout Etat partie qui aura formulé une réserve conformément aux dispositions du paragraphe 2 pourra à tout moment retirer cette réserve par une notification adressée au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
Art. 23. Toetsingsbijeenkomsten :
Op verzoek van één of meer Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en na goedkeuring door een meerderheid van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag belegt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een bijeenkomst van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag om de toepassing van het Verdrag en eventuele daarbij ondervonden problemen te bezien.
Op verzoek van één of meer Staten die Partij zijn bij dit Verdrag en na goedkeuring door een meerderheid van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag belegt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een bijeenkomst van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag om de toepassing van het Verdrag en eventuele daarbij ondervonden problemen te bezien.
Art. 23. Réunions d'examen :
A la demande d'un ou de plusieurs Etats parties, et avec l'approbation de la majorité des Etats parties, le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies convoque une réunion des Etats parties en vue d'examiner la mise en oeuvre de la Convention ainsi que les problèmes rencontrés dans son application.
A la demande d'un ou de plusieurs Etats parties, et avec l'approbation de la majorité des Etats parties, le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies convoque une réunion des Etats parties en vue d'examiner la mise en oeuvre de la Convention ainsi que les problèmes rencontrés dans son application.
Art. 24. Ondertekening :
Dit Verdrag staat voor alle Staten voor ondertekening open tot en met 31 december 1995 op de zetel van de Verenigde Naties te New York.
Dit Verdrag staat voor alle Staten voor ondertekening open tot en met 31 december 1995 op de zetel van de Verenigde Naties te New York.
Art. 24. Signature :
La présente Convention est ouverte à la signature de tous les Etats jusqu'au 31 décembre 1995, au Siège de l'Organisation des Nations Unies à New York.
La présente Convention est ouverte à la signature de tous les Etats jusqu'au 31 décembre 1995, au Siège de l'Organisation des Nations Unies à New York.
Art. 25. Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring :
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Art. 25. Ratification, acceptation ou approbation :
La présente Convention est soumise à ratification, acceptation ou approbation. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation sont déposés auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
La présente Convention est soumise à ratification, acceptation ou approbation. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation sont déposés auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
Art. 26. Toetreding :
Dit Verdrag staat voor alle Staten open voor toetreding. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Dit Verdrag staat voor alle Staten open voor toetreding. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Art. 26. Adhésion :
La présente Convention est ouverte à l'adhésion de tous les Etats. Les instruments d'adhésion sont déposés auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
La présente Convention est ouverte à l'adhésion de tous les Etats. Les instruments d'adhésion sont déposés auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
Art. 27. Inwerkingtreding :
1. Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de datum waarop tweeëntwintig akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zijn nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. Voor elke Staat die het Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan wel hiertoe toetreedt na de nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
1. Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de datum waarop tweeëntwintig akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zijn nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. Voor elke Staat die het Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan wel hiertoe toetreedt na de nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de datum van nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Art. 27. Entrée en vigueur :
1. La présente Convention entrera en vigueur trente jours après la date du dépôt auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies de 22 instruments de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion.
2. Pour tout Etat ratifiant, acceptant ou approuvant la Convention ou y adhérant après le dépôt du vingt deuxième instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion, la Convention entrera en vigueur le 30e jour suivant la date du dépôt par ledit Etat de son instrument de ratification, d'acceptation; d'approbation ou d'adhésion.
1. La présente Convention entrera en vigueur trente jours après la date du dépôt auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies de 22 instruments de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion.
2. Pour tout Etat ratifiant, acceptant ou approuvant la Convention ou y adhérant après le dépôt du vingt deuxième instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion, la Convention entrera en vigueur le 30e jour suivant la date du dépôt par ledit Etat de son instrument de ratification, d'acceptation; d'approbation ou d'adhésion.
Art. 28. Opzegging :
1. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum waarop deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is ontvangen.
1. Een Staat die Partij is bij dit Verdrag kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
2. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum waarop deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is ontvangen.
Art. 28. Dénonciation :
1. Tout Etat partie peut dénoncer la présente Convention par voie de notification écrite adressée au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
2. La dénonciation prendra effet un an après la date à laquelle le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies aura reçu ladite notification.
1. Tout Etat partie peut dénoncer la présente Convention par voie de notification écrite adressée au Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies.
2. La dénonciation prendra effet un an après la date à laquelle le Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies aura reçu ladite notification.
Art. 29. Authentieke teksten :
Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal toezenden aan alle Staten.
Gedaan te New York op 9 december 1994.
Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal toezenden aan alle Staten.
Gedaan te New York op 9 december 1994.
Art. 29. Textes faisant foi :
L'original de la présente Convention, dont les textes anglais, arabe, chinois, espagnol, français et russe font également foi, sera déposé auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, qui en enverra des copies certifiées conformes à tous les Etats.
Fait à New York le 9 décembre 1994.
L'original de la présente Convention, dont les textes anglais, arabe, chinois, espagnol, français et russe font également foi, sera déposé auprès du Secrétaire général de l'Organisation des Nations Unies, qui en enverra des copies certifiées conformes à tous les Etats.
Fait à New York le 9 décembre 1994.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. LIJST MET DE GEBONDEN STATEN.
Art. N. LISTE DES ETATS LIES.
STATEN ONDERTEKENING BEKRACHTIGING, INWERKINGTREDING
AANVAARDING (A),
TOETREDING (T),
ALBANIE 30 maart 2001 (T) 29 april 2001
ARGENTINIE 15 december 1994 6 januari 1997 15 januari 1999
AUSTRALIE 22 december 1995 4 december 2000 3 januari 2002
AZERBEIDZJAN 3 augustus 2000 (T) 2 september 2000
BANGLADESH 21 december 1994 22 september 1999 22 oktober 1999
BELARUS 23 oktober 1995 29 november 2000 29 december 2000
BELGIE 21 december 1995 19 februari 2002 20 maart 2002
BOLIVIE 17 augustus 1995
BOTSWANA 1 maart 2000 (T) 30 maart 2000
BRAZILIE 3 februari 1995 6 september 2000 6 oktober 2000
BULGARIJE 4 juni 1998 (T) 15 januari 1999
CANADA 15 december 1994
CHILI 27 augustus 1997 (T) 15 januari 1999
COSTA RICA 17 oktober 2000 (T) 16 november 2000
CROATIE 27 maart 2000 (T) 26 april 2000
DENEMARKEN 15 december 1994 11 april 1995
DUITSLAND 1 februari 1995 22 april 1997 15 januari 1999
ECUADOR 28 december 2000 (T) 27 januari 2001
FIJI 25 oktober 1995 1 april 1999 1 mei 1999
FILIPPIJNEN 27 februari 1995 17 juni 1997 15 januari 1999
FINLAND 15 december 1994 5 januari 2001 4 februari 2001
FRANKRIJK 12 januari 1995 9 juni 2000 9 juli 2000
GRIEKENLAND 3 augustus 2000 (T) 2 september 2000
GUINEA 7 september 2000 (T) 7 oktober 2000
HAITI 19 december 1994
HONDURAS 17 mei 1995
HONGARIJE 13 juli 1999 (T) 12 augustus 1999
IERLAND 28 maart 2002 (a) 27 april 2002
IJSLAND 10 mei 2001 (T) 9 juni 2001
ITALIE 16 december 1994 5 april 1999 5 mei 1999
IVOORKUST 18 maart 2002 (a) 12 april 2002
JAMAICA 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
JAPAN 6 juni 1995 6 juni 1995 (A) 15 januari 1999
KOREA (REP.) 8 december 1997 (T) 15 januari 1999
LESOTHO 6 september 2000 (T) 6 oktober 2000
LIBISCH
ARABISCHE
JAMAHIRIYAH 22 september 2000 (T) 22 oktober 2000
LIECHTENSTEIN 16 oktober 1995 11 december 2000 10 januari 2001
LITOUWEN 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
LUXEMBURG 31 mei 1995 30 juli 2001 29 augustus 2001
MALTA 16 maart 1995
MACEDONIE (Ex
Republiek
Yougoslavie) 6 maart 2002 (a) 5 april 2002
MONACO 5 maart 1999 (T) 4 mei 1999
NAURU 12 november 2001 (T) 12 november 2001
NEDERLAND 22 december 1995 7 februari 2002 (a) 8 maart 2002
NEPAL 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
NIEUW-ZEELAND 15 december 1994 16 december 1998 15 januari 1999
NOORWEGEN 15 december 1994 3 juli 1995 15 januari 1999
OEKRAINE 15 december 1994 17 augustus 1995 15 januari 1999
OEZBEKISTAN 3 juli 1996 (T) 15 januari 1999
OOSTENRIJK 6 september 2000 (T) 6 oktober 2000
PAKISTAN 8 maart 1995
PANAMA 15 december 1994 4 april 1996 15 januari 1999
POLEN 17 maart 1995 22 mei 2000 21 mei 2000
PORTUGAL 15 december 1994 14 oktober 1998 15 januari 1999
ROEMENIE 27 september 1995 29 december 1997 15 januari 1999
RUSSISCHE
FEDERATIE 26 september 1995 25 juni 2001 25 juli 2001
SAMOA 16 januari 1995
SENEGAL 21 februari 1995 9 juni 1999 9 juli 1999
SIERRA LEONE 13 februari 1995
SINGAPOUR 26 maart 1996 (T) 15 januari 1999
SLOVAKIJE 28 december 1995 26 juni 1996 15 januari 1999
SPANJE 19 december 1994 13 januari 1998 15 januari 1999
TOGO 22 december 1995
TSJECHISCHE REP. 27 december 1995 13 juni 1997 15 januari 1999
TUNESIE 22 februari 1995 12 september 2000 12 oktober 2000
TURKMENISTAN 29 september 1998 (T) 15 januari 1999
URUGUAY 17 november 1995 3 september 1999 3 oktober 1999
VERENIGD
KONINKRIJK VAN
GROOT-BRITTANIE
EN NOORD-
IERLAND 19 december 1995 6 mei 1998 15 januari 1999
VERENIGDE STATEN
VAN AMERIKA 19 december 1994
ZWEDEN 15 december 1994 25 juni 1996 15 januari 1999
AANVAARDING (A),
TOETREDING (T),
ALBANIE 30 maart 2001 (T) 29 april 2001
ARGENTINIE 15 december 1994 6 januari 1997 15 januari 1999
AUSTRALIE 22 december 1995 4 december 2000 3 januari 2002
AZERBEIDZJAN 3 augustus 2000 (T) 2 september 2000
BANGLADESH 21 december 1994 22 september 1999 22 oktober 1999
BELARUS 23 oktober 1995 29 november 2000 29 december 2000
BELGIE 21 december 1995 19 februari 2002 20 maart 2002
BOLIVIE 17 augustus 1995
BOTSWANA 1 maart 2000 (T) 30 maart 2000
BRAZILIE 3 februari 1995 6 september 2000 6 oktober 2000
BULGARIJE 4 juni 1998 (T) 15 januari 1999
CANADA 15 december 1994
CHILI 27 augustus 1997 (T) 15 januari 1999
COSTA RICA 17 oktober 2000 (T) 16 november 2000
CROATIE 27 maart 2000 (T) 26 april 2000
DENEMARKEN 15 december 1994 11 april 1995
DUITSLAND 1 februari 1995 22 april 1997 15 januari 1999
ECUADOR 28 december 2000 (T) 27 januari 2001
FIJI 25 oktober 1995 1 april 1999 1 mei 1999
FILIPPIJNEN 27 februari 1995 17 juni 1997 15 januari 1999
FINLAND 15 december 1994 5 januari 2001 4 februari 2001
FRANKRIJK 12 januari 1995 9 juni 2000 9 juli 2000
GRIEKENLAND 3 augustus 2000 (T) 2 september 2000
GUINEA 7 september 2000 (T) 7 oktober 2000
HAITI 19 december 1994
HONDURAS 17 mei 1995
HONGARIJE 13 juli 1999 (T) 12 augustus 1999
IERLAND 28 maart 2002 (a) 27 april 2002
IJSLAND 10 mei 2001 (T) 9 juni 2001
ITALIE 16 december 1994 5 april 1999 5 mei 1999
IVOORKUST 18 maart 2002 (a) 12 april 2002
JAMAICA 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
JAPAN 6 juni 1995 6 juni 1995 (A) 15 januari 1999
KOREA (REP.) 8 december 1997 (T) 15 januari 1999
LESOTHO 6 september 2000 (T) 6 oktober 2000
LIBISCH
ARABISCHE
JAMAHIRIYAH 22 september 2000 (T) 22 oktober 2000
LIECHTENSTEIN 16 oktober 1995 11 december 2000 10 januari 2001
LITOUWEN 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
LUXEMBURG 31 mei 1995 30 juli 2001 29 augustus 2001
MALTA 16 maart 1995
MACEDONIE (Ex
Republiek
Yougoslavie) 6 maart 2002 (a) 5 april 2002
MONACO 5 maart 1999 (T) 4 mei 1999
NAURU 12 november 2001 (T) 12 november 2001
NEDERLAND 22 december 1995 7 februari 2002 (a) 8 maart 2002
NEPAL 8 september 2000 (T) 8 oktober 2000
NIEUW-ZEELAND 15 december 1994 16 december 1998 15 januari 1999
NOORWEGEN 15 december 1994 3 juli 1995 15 januari 1999
OEKRAINE 15 december 1994 17 augustus 1995 15 januari 1999
OEZBEKISTAN 3 juli 1996 (T) 15 januari 1999
OOSTENRIJK 6 september 2000 (T) 6 oktober 2000
PAKISTAN 8 maart 1995
PANAMA 15 december 1994 4 april 1996 15 januari 1999
POLEN 17 maart 1995 22 mei 2000 21 mei 2000
PORTUGAL 15 december 1994 14 oktober 1998 15 januari 1999
ROEMENIE 27 september 1995 29 december 1997 15 januari 1999
RUSSISCHE
FEDERATIE 26 september 1995 25 juni 2001 25 juli 2001
SAMOA 16 januari 1995
SENEGAL 21 februari 1995 9 juni 1999 9 juli 1999
SIERRA LEONE 13 februari 1995
SINGAPOUR 26 maart 1996 (T) 15 januari 1999
SLOVAKIJE 28 december 1995 26 juni 1996 15 januari 1999
SPANJE 19 december 1994 13 januari 1998 15 januari 1999
TOGO 22 december 1995
TSJECHISCHE REP. 27 december 1995 13 juni 1997 15 januari 1999
TUNESIE 22 februari 1995 12 september 2000 12 oktober 2000
TURKMENISTAN 29 september 1998 (T) 15 januari 1999
URUGUAY 17 november 1995 3 september 1999 3 oktober 1999
VERENIGD
KONINKRIJK VAN
GROOT-BRITTANIE
EN NOORD-
IERLAND 19 december 1995 6 mei 1998 15 januari 1999
VERENIGDE STATEN
VAN AMERIKA 19 december 1994
ZWEDEN 15 december 1994 25 juni 1996 15 januari 1999
ETATS SIGNATURE RATIFICATION, ENTREE EN
ACCEPTATION VIGUEUR
(A), ADHESION
(a),
ALBANIE 30 mars 2001 (a) 29 avril 2001
ALLEMAGNE 1er fevrier 1995 22 avril 1997 15 janvier 1999
ARGENTINE 15 décembre 1994 6 janvier 1997 15 janvier 1999
AUSTRALIE 22 décembre 1995 4 décembre 2000 3 janvier 2002
AUTRICHE 6 septembre 2000 (a) 6 octobre 2000
AZERBAIDJAN 3 août 2000 (a) 2 septembre 2000
BANGLADESH 21 décembre 1994 22 septembre 1999 22 octobre 1999
BELARUS 23 octobre 1995 29 novembre 2000 29 décembre 2000
BELGIQUE 21 décembre 1995 19 fevrier 2002 20 mars 2002
BOLIVIE 17 août 1995
BOTSWANA 1er mars 2000 (a) 30 mars 2000
BRESIL 3 fevrier 1995 6 septembre 2000 6 octobre 2000
BULGARIE 4 juin 1998 (a) 15 janvier 1999
CANADA 15 décembre 1994
CHILI 27 août 1997 (a) 15 janvier 1999
COREE (REP.) 8 décembre 1997 (a) 15 janvier 1999
COSTA RICA 17 octobre 2000 (a) 16 novembre 2000
COTE D'YVOIR 18 mars 2002 (a) 12 avril 2002
CROATIE 27 mars 2000 (a) 26 avril 2000
DANEMARK 15 décembre 1994 11 avril 1995
ECUADOR 28 décembre 2000 (a) 27 janvier 2001
ESPAGNE 19 décembre 1994 13 janvier 1998 15 janvier 1999
ETATS UNIS
D'AMERIQUE 19 décembre 1994
FEDERATION
RUSSE 26 septembre 1995 25 juin 2001 25 juillet 2001
FIDJI 25 octobre 1995 1er avril 1999 1er mai 1999
FINLANDE 15 décembre 1994 5 janvier 2001 4 fevrier 2001
FRANCE 12 janvier 1995 9 juin 2000 9 juillet 2000
GRECE 3 août 2000 (a) 2 septembre 2000
GUINEE 7 septembre 2000 (a) 7 octobre 2000
HAITI 19 décembre 1994
HONDURAS 17 mai 1995
HONGRIE 13 juillet 1999 (a) 12 août 1999
IRLANDE 28 mars 2002 (a) 27 avril 2002
ISLANDE 10 mai 2001 (a) 9 juin 2001
ITALIE 16 décembre 1994 5 avril 1999 5 mai 1999
JAMAHIRYAH
ARABE
LIBYENNE 22 septembre 2000 (a) 22 octobre 2000
JAMAIQUE 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
JAPON 6 juin 1995 6 juin 1995 (A) 15 janvier 1999
LESOTHO 6 septembre 2000 (a) 6 octobre 2000
LIECHTENSTEIN 16 octobre 1995 11 décembre 2000 10 janvier 2001
LITUANIE 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
LUXEMBOURG 31 mai 1995 30 juillet 2001 29 août 2001
MACEDOINE
(Ex Republique
Yougoslavie) 6 mars 2002 (a) 5 avril 2002
MALTE 16 mars 1995
MONACO 5 mars 1999 (a) 4 mai 1999
NAURU 12 novembre 2001 (a) 12 novembre 2001
NEPAL 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
NORVEGE 15 décembre 1994 3 juillet 1995 15 janvier 1999
NOUVELLE-
ZELANDE 15 décembre 1994 16 décembre 1998 15 janvier 1999
OUZBEKISTAN 3 juillet 1996 (a) 15 janvier 1999
PAKISTAN 8 mars 1995
PANAMA 15 décembre 1994 4 avril 1996 15 janvier 1999
PAYS-BAS 22 décembre 1995 7 fevrier 2002 (a) 8 mars 2002
PHILIPPINES 27 fevrier 1995 17 juin 1997 15 janvier 1999
POLOGNE 17 mars 1995 22 mai 2000 21 mai 2000
PORTUGAL 15 décembre 1994 14 octobre 1998 15 janvier 1999
REP. TCHEQUE 27 décembre 1995 13 juin 1997 15 janvier 1999
ROUMANIE 27 septembre 1995 29 décembre 1997 15 janvier 1999
ROYAUME-UNI DE
GRANDE-BRETAGNE
ET D'IRLANDE
DU NORD 19 décembre 1995 6 mai 1998 15 janvier 1999
SAMOA 16 janvier 1995
SENEGAL 21 fevrier 1995 9 juin 1999 9 juillet 1999
SIERRA LEONE 13 fevrier 1995
SINGAPOUR 26 mars 1996 (a) 15 janvier 1999
SLOVAQUIE 28 décembre 1995 26 juin 1996 15 janvier 1999
SUEDE 15 décembre 1994 25 juin 1996 15 janvier 1999
TOGO 22 décembre 1995
TUNISIE 22 fevrier 1995 12 septembre 2000 12 octobre 2000
TURKMENISTAN 29 septembre 1998 (a) 15 janvier 1999
UKRAINE 15 décembre 1994 17 août 1995 15 janvier 1999
URUGUAY 17 novembre 1995 3 septembre 1999 3 octobre 1999
ACCEPTATION VIGUEUR
(A), ADHESION
(a),
ALBANIE 30 mars 2001 (a) 29 avril 2001
ALLEMAGNE 1er fevrier 1995 22 avril 1997 15 janvier 1999
ARGENTINE 15 décembre 1994 6 janvier 1997 15 janvier 1999
AUSTRALIE 22 décembre 1995 4 décembre 2000 3 janvier 2002
AUTRICHE 6 septembre 2000 (a) 6 octobre 2000
AZERBAIDJAN 3 août 2000 (a) 2 septembre 2000
BANGLADESH 21 décembre 1994 22 septembre 1999 22 octobre 1999
BELARUS 23 octobre 1995 29 novembre 2000 29 décembre 2000
BELGIQUE 21 décembre 1995 19 fevrier 2002 20 mars 2002
BOLIVIE 17 août 1995
BOTSWANA 1er mars 2000 (a) 30 mars 2000
BRESIL 3 fevrier 1995 6 septembre 2000 6 octobre 2000
BULGARIE 4 juin 1998 (a) 15 janvier 1999
CANADA 15 décembre 1994
CHILI 27 août 1997 (a) 15 janvier 1999
COREE (REP.) 8 décembre 1997 (a) 15 janvier 1999
COSTA RICA 17 octobre 2000 (a) 16 novembre 2000
COTE D'YVOIR 18 mars 2002 (a) 12 avril 2002
CROATIE 27 mars 2000 (a) 26 avril 2000
DANEMARK 15 décembre 1994 11 avril 1995
ECUADOR 28 décembre 2000 (a) 27 janvier 2001
ESPAGNE 19 décembre 1994 13 janvier 1998 15 janvier 1999
ETATS UNIS
D'AMERIQUE 19 décembre 1994
FEDERATION
RUSSE 26 septembre 1995 25 juin 2001 25 juillet 2001
FIDJI 25 octobre 1995 1er avril 1999 1er mai 1999
FINLANDE 15 décembre 1994 5 janvier 2001 4 fevrier 2001
FRANCE 12 janvier 1995 9 juin 2000 9 juillet 2000
GRECE 3 août 2000 (a) 2 septembre 2000
GUINEE 7 septembre 2000 (a) 7 octobre 2000
HAITI 19 décembre 1994
HONDURAS 17 mai 1995
HONGRIE 13 juillet 1999 (a) 12 août 1999
IRLANDE 28 mars 2002 (a) 27 avril 2002
ISLANDE 10 mai 2001 (a) 9 juin 2001
ITALIE 16 décembre 1994 5 avril 1999 5 mai 1999
JAMAHIRYAH
ARABE
LIBYENNE 22 septembre 2000 (a) 22 octobre 2000
JAMAIQUE 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
JAPON 6 juin 1995 6 juin 1995 (A) 15 janvier 1999
LESOTHO 6 septembre 2000 (a) 6 octobre 2000
LIECHTENSTEIN 16 octobre 1995 11 décembre 2000 10 janvier 2001
LITUANIE 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
LUXEMBOURG 31 mai 1995 30 juillet 2001 29 août 2001
MACEDOINE
(Ex Republique
Yougoslavie) 6 mars 2002 (a) 5 avril 2002
MALTE 16 mars 1995
MONACO 5 mars 1999 (a) 4 mai 1999
NAURU 12 novembre 2001 (a) 12 novembre 2001
NEPAL 8 septembre 2000 (a) 8 octobre 2000
NORVEGE 15 décembre 1994 3 juillet 1995 15 janvier 1999
NOUVELLE-
ZELANDE 15 décembre 1994 16 décembre 1998 15 janvier 1999
OUZBEKISTAN 3 juillet 1996 (a) 15 janvier 1999
PAKISTAN 8 mars 1995
PANAMA 15 décembre 1994 4 avril 1996 15 janvier 1999
PAYS-BAS 22 décembre 1995 7 fevrier 2002 (a) 8 mars 2002
PHILIPPINES 27 fevrier 1995 17 juin 1997 15 janvier 1999
POLOGNE 17 mars 1995 22 mai 2000 21 mai 2000
PORTUGAL 15 décembre 1994 14 octobre 1998 15 janvier 1999
REP. TCHEQUE 27 décembre 1995 13 juin 1997 15 janvier 1999
ROUMANIE 27 septembre 1995 29 décembre 1997 15 janvier 1999
ROYAUME-UNI DE
GRANDE-BRETAGNE
ET D'IRLANDE
DU NORD 19 décembre 1995 6 mai 1998 15 janvier 1999
SAMOA 16 janvier 1995
SENEGAL 21 fevrier 1995 9 juin 1999 9 juillet 1999
SIERRA LEONE 13 fevrier 1995
SINGAPOUR 26 mars 1996 (a) 15 janvier 1999
SLOVAQUIE 28 décembre 1995 26 juin 1996 15 janvier 1999
SUEDE 15 décembre 1994 25 juin 1996 15 janvier 1999
TOGO 22 décembre 1995
TUNISIE 22 fevrier 1995 12 septembre 2000 12 octobre 2000
TURKMENISTAN 29 septembre 1998 (a) 15 janvier 1999
UKRAINE 15 décembre 1994 17 août 1995 15 janvier 1999
URUGUAY 17 novembre 1995 3 septembre 1999 3 octobre 1999
Het Koninkrijk België heeft volgende interpretatieve verklaring neergelegd :
" De Belgische regering formuleert de volgende verklaring : Artikel 19, § 1.c heeft enkel betrekking op de gevallen waarin de dreiging als aannemelijk wordt beschouwd. "
" De Belgische regering formuleert de volgende verklaring : Artikel 19, § 1.c heeft enkel betrekking op de gevallen waarin de dreiging als aannemelijk wordt beschouwd. "
Le Royaume de Belgique a déposé la déclaration interprétative suivante :
" Le Gouvernement belge déclare ce qui suit : l'article 9, § 1.c ne couvre que les cas où la menace est crédible. "
" Le Gouvernement belge déclare ce qui suit : l'article 9, § 1.c ne couvre que les cas où la menace est crédible. "