Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 FEBRUARI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra.
Titre
22 FEVRIER 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2002035512
Datum: 2002-02-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002035512
Date: 2002-02-22
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra wordt vervangen door wat volgt :
  " Besluit van de Vlaamse regering betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. ".
Article 1. L'intitulé de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11er février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux est remplacé par ce qui suit :
  " Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves. ".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Voor de personeelsleden die een opdracht uitsluitend uitoefenen in het ambt van kleuteronderwijzer of het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming, wordt de leeftijd op 56 jaar gebracht. Voor de personeelsleden die geboren zijn voor 1 september 1947 wordt de leeftijd op 55 jaar gebracht; ".
Art. 2. Dans l'article 2 du même arrêté, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° aient atteint l'âge de 58 ans. Pour les membres du personnel qui exercent une charge exclusivement dans la fonction d'instituteur(-trice) préscolaire ou la fonction d'instituteur(-trice) préscolaire de formation générale et sociale, l'âge est porté à 56 ans. Pour les membres du personnel nés avant le 1er septembre 1947, l'âge est porté à 55 ans; ".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, 2° wordt vervangen door wat volgt :
  " 2° personeelsleden, bezoldigd op grond van de weddeschalen 179 en 198 :
  a) vanaf 1 september 1999 : 1/50;
  b) vanaf 1 oktober 1999 : 1/50.5;
  c) vanaf 1 oktober 2000 : 1/51;
  d) vanaf 1 oktober 2001 : 1/52;
  e) vanaf 1 oktober 2002 : 1/53;
  f) vanaf 1 oktober 2003 : 1/54;
  g) vanaf 1 oktober 2004 : 1/55. ";
  2° Er wordt een § 6 toegevoegd die luidt als volgt :
  " § 6. In afwachting dat de berekening van het wachtgeld wordt vastgesteld voor de personeelsleden die geboren zijn na 31 augustus 1952, blijven § 1 tot en met § 5 van toepassing. ".
Art. 3. A l'article 6 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, 2°, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° les personnels rémunérés sur base des échelles de traitement 179 et 198 :
  a) à partir du 1er septembre 1999 : 1/50;
  b) à partir du 1er octobre 1999 : 1/50.5;
  c) à partir du 1er octobre 2000 : 1/51;
  d) à partir du 1er octobre 2001 : 1/52;
  e) à partir du 1er octobre 2002 : 1/53;
  f) à partir du 1er octobre 2003 : 1/54;
  g) à partir du 1er octobre 2004 : 1/55. ";
  2° Il est ajouté un § 6, rédigé comme suit :
  " § 6. En attendant que le calcul du traitement d'attente soit fixé pour les personnels nés après le 31 août 1952, les §§ 1er à 5 inclus restent d'application. ".
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen vangt aan op 1 september, 1 januari of 1 april. ".
Art. 4. A l'article 9 du même arrêté, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " La mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite prend effet le 1er septembre, le 1er janvier ou le 1er avril. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, waarvan :
  - de artikelen 1 tot en met 9 hoofdstuk 1, met als opschrift :
  " Regeling volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen ",
  - de artikelen 10 tot en met 13 hoofdstuk 3, met als opschrift :
  " Slotbepalingen ",
  zullen vormen, wordt een hoofdstuk 2, bestaande uit artikel 9bis tot en met 9sexies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Hoofdstuk 2. Overgangsmaatregelen.
  Art. 9bis. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden die geboren zijn na 31 augustus 1947 en voor 1 september 1952.
  Deze personeelsleden kunnen een overgangsmaatregel genieten, onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, behoudens de in dit hoofdstuk vermelde afwijkingen.
  Art. 9ter. De overgangsmaatregel bestaat uit een periode die 6,5 % omvat van het aantal maanden van de weddenanciënniteit dat het personeelslid bezit op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Indien het personeelslid op die datum verschillende weddenanciënniteiten bezit, wordt voor deze berekening de hoogste in aanmerking genomen. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in volledige maanden en steeds afgerond naar de hogere eenheid.
  Art. 9quater. De overgangsmaatregel kan ten vroegste ingaan op de ingangsdatum die onmiddellijk voorafgaat aan de datum bekomen door het aantal maanden, berekend in art. 9ter, terug te rekenen vanaf de gekozen ingangsdatum van de volledige terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen of de pensionering.
  De overgangsmaatregel kan nooit ingaan voor het personeelslid de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.
  Art. 9quinquies. De overgangsmaatregel kan als volgt worden opgenomen :
  - het personeelslid levert geen prestaties meer;
  - het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die de helft bedragen van de duur van de volledige prestaties die normaal voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn;
  - het personeelslid blijft wekelijks prestaties verrichten die drie vierde bedragen van de duur van de volledige prestaties die normaal voor het door hem uitgeoefende ambt bepaald zijn. Deze bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden die belast zijn met het mandaat van directeur of de personeelsleden die benoemd zijn in het ambt van directeur, adjunct-directeur, onderdirecteur, coördinator, technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator, beheerder, en de benoemde personeelsleden genoemd in artikel 1, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°.
  De nog te verrichten prestaties moeten steeds naar boven afgerond worden, naargelang van het geval, tot een volledig lesuur of tot een volledig uur.
  Op de in artikel 9, eerste lid vermelde ingangsdata kan het personeelslid overgaan van een vierde terbeschikkingstelling naar een halftijdse terbeschikkingstelling en/of een volledige terbeschikkingstelling of van een halftijdse terbeschikkingstelling naar een volledige terbeschikkingstelling.
  De aanvraag vermeld in artikel 9, tweede lid, moet vergezeld zijn van een overzicht van de wijze waarop het personeelslid gedurende de volledige periode de overgangsmaatregel opneemt. Om uitzonderlijke familiale redenen kan het personeelslid de wijze van opnemen van de overgangsmaatregel wijzigen volgens de modaliteiten vermeld in voorgaand lid, mits aan de voorwaarden vermeld in artikel 5, artikel 9 en artikel 9ter is voldaan.
  Art. 9sexies. Voor de personeelsleden bedoeld in artikel 9bis is het bedrag van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage gedurende de hele periode van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen gelijk aan het wachtgeld of de wachtgeldtoelage berekend zoals bepaald in artikel 6, maar verminderd met :
  - 8 % van de laatste activiteitswedde of activiteitsweddentoelage als de terbeschikkingstelling ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 55 jaar oud is;
  - 7 % van de laatste activiteitswedde of activiteitsweddentoelage als de terbeschikkingstelling ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 56 jaar oud is;
  - 5 % van de laatste activiteitswedde of activiteitsweddentoelage als de terbeschikkingstelling ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 57 jaar oud is;
  - 3 % van de laatste activiteitswedde of activiteitsweddentoelage als de terbeschikkingstelling ingaat op het ogenblik dat het personeelslid 58 jaar oud is.
  Voor de berekening van de vermindering wordt onder de laatste activiteitswedde of activiteitsweddentoelage verstaan de activiteitswedde of activiteitsweddentoelage die het personeelslid zou genieten als de diensten erkend als nuttige ervaring, niet in aanmerking worden genomen.
  Als het personeelslid de overgangsmaatregel deeltijds opneemt, wordt het wachtgeld en de wachtgeldtoelage verminderd à rato van de prestaties die het personeelslid niet meer verricht. ".
Art. 5. Dans le même arrêté, dont :
  - les articles 1er à 9 inclus formeront le chapitre 1er, avec comme intitulé :
  " Régime de mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite ",
  - les articles 10 à 13 inclus formeront le chapitre 3, avec comme intitulé :
  " Dispositions finales ",
  il est inséré un chapitre 2, formé par les articles 9bis à 9sexies, rédigé comme suit :
  " Chapitre 2. Mesures transitoires.
  Art. 9bis. Le présent chapitre s'applique aux personnels nés après le 31 août 1947 et avant le 1er septembre 1952.
  Ces personnels peuvent bénéficier d'une mesure transitoire, aux mêmes conditions et avec les mêmes effets juridiques que la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite, sans préjudice des dérogations citées dans le présent chapitre.
  Art. 9ter. La mesure transitoire consiste en une période couvrant 6,5 % du nombre de mois d'ancienneté de traitement que le membre du personnel compte au premier jour du mois qui suit le mois dans lequel il a atteint l'âge de 55 ans. Si, à cette date, le membre du personnel possède plusieurs anciennetés de traitement, c'est l'ancienneté la plus élevée qui sera prise en considération. Le résultat de ce calcul est exprimé en mois entiers et toujours arrondi à l'unité supérieure.
  Art. 9quater. La mesure transitoire peut au plus tôt prendre cours à la date d'entrée précédant immédiatement la date obtenue en rétrocalculant le nombre de mois calculé à l'article 9ter, à partir de la date d'entrée choisie de la mise en disponibilité complète préalable à la pension de retraite ou la retraite.
  La mesure transitoire ne peut jamais prendre cours avant que le membre du personnel n'ait atteint l'âge de 55 ans.
  Art. 9quinquies. Il peut être bénéficié de la mesure transitoire de la façon suivante :
  - le membre du personnel n'effectue plus de prestations;
  - le membre du personnel continue a effectuer des prestations hebdomadaires, s'élevant à la moitié de la durée des prestations complètes normalement fixées pour la fonction qu'il exerce;
  - le membre du personnel continue à effectuer des prestations hebdomadaires, s'élevant à trois quarts de la durée des prestations complètes normalement fixées pour la fonction qu'il exerce. Cette disposition ne s'applique pas aux personnels chargés du mandat de directeur ou aux personnels nommés dans la fonction de directeur, de directeur adjoint, de sous-directeur, de coordinateur, de conseiller technique, de conseiller technique-coordinateur, d'administrateur, ni aux personnels cités à l'article 1er, 3°, 4°, 5°, 6° et 7°.
  Les prestations restant à rendre doivent toujours être arrondies, suivant le cas, à la période de cours entière ou l'heure entière supérieure.
  Aux dates d'entrée mentionnées à l'article 9, premier alinéa, le membre du personnel peut passer d'une mise en disponibilité d'un quart à une mise en disponibilité à mi-temps et/ou une mise en disponibilité complète, ou d'une mise en disponibilité à mi-temps à une mise en disponibilité complète.
  La demande visée à l'article 9, deuxième alinéa, doit être assortie d'un aperçu de la manière dont le membre du personnel désire bénéficier de la mesure transitoire durant la période entière. Pour des raisons familiales exceptionnelles, le membre du personnel peut modifier la manière dont il veut jouir de la mesure transitoire suivant les modalités citées à l'alinéa précédent, s'il est satisfait aux conditions visées aux articles 5, 9 et 9ter.
  Art. 9sexies. Pour les personnels visés à l'article 9bis, le montant du traitement d'attente ou de la subvention-traitement est égal, pendant toute la période de la mise en disponibilité pour convenances personnelles préalable à la pension de retraite, au traitement d'attente ou à la subvention-traitement calculé(e) tel que défini à l'article 6, mais réduit(e) de :
  - 8 % du dernier traitement d'activité ou de la dernière subvention-traitement d'activité si la mise en disponibilité prend cours au moment où le membre du personnel à l'âge de 55 ans;
  - 7 % du dernier traitement d'activité ou de la dernière subvention-traitement d'activité si la mise en disponibilité prend cours au moment où le membre du personnel à l'âge de 56 ans;
  - 5 % du dernier traitement d'activité ou de la dernière subvention-traitement d'activité si la mise en disponibilité prend cours au moment où le membre du personnel à l'âge de 57 ans;
  - 3 % du dernier traitement d'activité ou de la dernière subvention-traitement d'activité si la mise en disponibilité prend cours au moment où le membre du personnel à l'âge de 58 ans.
  Pour le calcul de la réduction il faut entendre par le dernier traitement d'activité ou la dernière subvention-traitement d'activité, le traitement d'activité ou la subvention-traitement d'activité dont le membre du personnel bénéficierait si les services reconnus comme expérience utile n'étaient pas pris en considération.
  Lorsque le membre du personnel bénéficie de la mesure transitoire à temps partiel, le traitement d'attente et la subvention-traitement sont diminués au prorata des prestations que le membre du personnel n'effectue plus. ".
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002 met uitzondering van artikel 1 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2000 en artikel 3, 1° dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 1999.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2002, à l'exception de l'article 1er, qui sort ses effets le 1er septembre 2000, et l'article 3, 1°, qui sort ses effets le 1er octobre 1999.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 22 februari 2002.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
  M. VANDERPOORTEN.
Art. 7. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 22 février 2002.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  P. DEWAEL
  La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
  M. VANDERPOORTEN.