Artikel 1. Artikel 2, 2° van het besluit van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 2° anderstalige nieuwkomer : leerling van vijf jaar of ouder die op de datum van de inschrijving gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoet :
a) niet in het bezit is van de Belgische of Nederlandse nationaliteit;
b) niet het Nederlands als moedertaal heeft;
c) geen volledig schooljaar onderwijs heeft gevolgd in een school met het Nederlands als onderwijstaal;
d) onvoldoende de onderwijstaal Nederlands beheerst om met een goed gevolg de lessen te kunnen volgen.
Op de voorwaarde vermeld onder a) en c) kan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs een afwijking verlenen.
Voor de voorwaarde vermeld onder c) kan dit voor de leerlingen die reeds een schooljaar onderwijs gevolgd hebben in een school die tijdens dat schooljaar geen aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers gefinancierd of gesubsidieerd kreeg. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 JANUARI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs.
Titre
11 JANVIER 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire (TRADUCTION).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1. L'article 2, 2° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
2° primo-arrivant allophone : l'élève âgé de cinq ans ou plus qui, à la date d'inscription, satisfait simultanément aux conditions suivantes :
a) il ne possède pas la nationalité belge ou néerlandaise;
b) il n'a pas le néerlandais comme langue maternelle;
c) il n'a pas suivi pendant une année scolaire entière un enseignement dans une école ayant le néerlandais comme langue d'enseignement;
d) il n'a pas une maîtrise suffisante du néerlandais pour suivre avec fruit les cours.
Le Ministre ayant l'enseignement dans ses attributions peut accorder une dérogation, à la condition mentionnée aux points a) et c).
Il est autorisé à appliquer la condition sous c) également aux élèves qui ont déjà suivi pendant une année scolaire un enseignement dans une école qui, pendant cette année scolaire, n'a pas été subventionnée ou financée pour des périodes complémentaires destinées à l'accueil des primo-arrivants. ".
2° primo-arrivant allophone : l'élève âgé de cinq ans ou plus qui, à la date d'inscription, satisfait simultanément aux conditions suivantes :
a) il ne possède pas la nationalité belge ou néerlandaise;
b) il n'a pas le néerlandais comme langue maternelle;
c) il n'a pas suivi pendant une année scolaire entière un enseignement dans une école ayant le néerlandais comme langue d'enseignement;
d) il n'a pas une maîtrise suffisante du néerlandais pour suivre avec fruit les cours.
Le Ministre ayant l'enseignement dans ses attributions peut accorder une dérogation, à la condition mentionnée aux points a) et c).
Il est autorisé à appliquer la condition sous c) également aux élèves qui ont déjà suivi pendant une année scolaire un enseignement dans une école qui, pendant cette année scolaire, n'a pas été subventionnée ou financée pour des périodes complémentaires destinées à l'accueil des primo-arrivants. ".
Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " op de laatste schooldag van september " telkens vervangen door de woorden " op de eerste schooldag van oktober ".
Art. 2. Dans l'article 6 du même arrêté, les mots "au dernier jour de classe de septembre" sont chaque fois remplacés par les mots "au premier jour de classe d'octobre".
Art. 3. Aan hetzelfde besluit wordt onder " Hoofdstuk III. - Onderwijzend personeel Afdeling A. - Lestijden volgens de schalen - Onderafdeling 1. - Kleuteronderwijs " een artikel 5bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 5bis. Voor het schooljaar 2000-2001 wordt op de kleuters die op de teldatum tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar zijn een coëfficiënt 1,1 toegepast. Het resultaat van deze berekening wordt samengeteld met de andere kleuters. Het resultaat van de berekening wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer achter de komma groter is dan vier. ".
" Art. 5bis. Voor het schooljaar 2000-2001 wordt op de kleuters die op de teldatum tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar zijn een coëfficiënt 1,1 toegepast. Het resultaat van deze berekening wordt samengeteld met de andere kleuters. Het resultaat van de berekening wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer achter de komma groter is dan vier. ".
Art. 3. Au même arrêté, il est inséré sous "Chapitre 3 - Personnel enseignant - Section A.- Périodes selon les échelles - Sous-section 1.- L'enseignement maternel" un article 5bis, rédigé comme suit :
" Art. 5bis. Pour l'année scolaire 2000-2001, un coefficient 1,1 est appliqué aux enfants âgés entre deux ans et six mois et trois ans au jour de comptage. Le résultat de ce calcul est additionné au nombre des autres jeunes enfants. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité supérieure si le dernier chiffre après la virgule est supérieur à quatre. ".
" Art. 5bis. Pour l'année scolaire 2000-2001, un coefficient 1,1 est appliqué aux enfants âgés entre deux ans et six mois et trois ans au jour de comptage. Le résultat de ce calcul est additionné au nombre des autres jeunes enfants. Le résultat de ce calcul est arrondi à l'unité supérieure si le dernier chiffre après la virgule est supérieur à quatre. ".
Art. 4. Artikel 7 van hetzelfde besluit,gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 7. § 1. Voor het schooljaar 2000-2001 kan in toepassing van artikel 141, § 2, van het decreet het lestijdenpakket in de loop van het schooljaar worden herberekend als op één van de instapdata, bepaald in artikel 194 van het decreet, het aantal regelmatig ingeschreven kleuters zodanig gestegen is in vergelijking met de teldag of telperiode, dat het aantal leerlingen recht geeft op ten minste elf lestijden meer dan het aantal dat op het ogenblik van de herberekening wordt aangewend in toepassing van de tabellen 1 of 3 als bijlagen bij dit besluit.
§ 2. Voor het schooljaar 2000-2001 behoudt bij een herberekening op een instapdatum elke nog ingeschreven kleuter bij wie op de teldag voor de berekening van het lestijdenpakket de coëfficiënt zoals bepaald in artikel 5bis werd toegepast, deze weging. Deze weging wordt ook toegepast op kleuters die op de eerste schooldag van september van het lopende schooljaar of bij de inschrijving in de loop van het schooljaar tussen twee jaar en zes maanden zijn en blijft, zolang het kind ingeschreven is, het volledige lopende schooljaar behouden.
§ 3. De lestijden verkregen als gevolg van de herberekening worden slechts gefinancierd of gesubsidieerd tot 30 juni van het lopende schooljaar. ".
" Art. 7. § 1. Voor het schooljaar 2000-2001 kan in toepassing van artikel 141, § 2, van het decreet het lestijdenpakket in de loop van het schooljaar worden herberekend als op één van de instapdata, bepaald in artikel 194 van het decreet, het aantal regelmatig ingeschreven kleuters zodanig gestegen is in vergelijking met de teldag of telperiode, dat het aantal leerlingen recht geeft op ten minste elf lestijden meer dan het aantal dat op het ogenblik van de herberekening wordt aangewend in toepassing van de tabellen 1 of 3 als bijlagen bij dit besluit.
§ 2. Voor het schooljaar 2000-2001 behoudt bij een herberekening op een instapdatum elke nog ingeschreven kleuter bij wie op de teldag voor de berekening van het lestijdenpakket de coëfficiënt zoals bepaald in artikel 5bis werd toegepast, deze weging. Deze weging wordt ook toegepast op kleuters die op de eerste schooldag van september van het lopende schooljaar of bij de inschrijving in de loop van het schooljaar tussen twee jaar en zes maanden zijn en blijft, zolang het kind ingeschreven is, het volledige lopende schooljaar behouden.
§ 3. De lestijden verkregen als gevolg van de herberekening worden slechts gefinancierd of gesubsidieerd tot 30 juni van het lopende schooljaar. ".
Art. 4. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. § 1er. Pour l'année scolaire 2000-2001, le capital-périodes peut être recalculé, par application de l'article 141 § 2 du décret, si à l'une des dates d'entrée, visées à l'article 194 du décret, le nombre d'enfants régulièrement inscrits a augmenté de telle façon comparé au jour ou à la période de comptage, que le nombre d'élèves donne droit à onze périodes de plus au minimum par rapport au nombre utilisé au moment du recalcul par application des tableaux 1 ou 3 figurant aux annexes au présent arrêté.
§ 2. Pour l'année scolaire 2000-2001, chaque enfant encore inscrit à qui était appliqué au jour de comptage le coefficient fixé à l'article 5bis pour le calcul du capital-périodes, maintient cette pondération lors d'un recalcul à une date d'entrée. Cette pondération est également appliquée aux jeunes enfants qui, au premier jour de classe de septembre de l'année scolaire en cours ou lors de leur inscription au cours de l'année scolaire, sont âgés de deux ans et six mois. La pondération est maintenue, aussi longtemps que l'enfant est inscrit, pendant l'année scolaire entière en cours.
§ 3. Les périodes obtenues à la suite du recalcul ne sont financées ou subventionnées qu'au 30 juin de l'année scolaire en cours. ".
" Art. 7. § 1er. Pour l'année scolaire 2000-2001, le capital-périodes peut être recalculé, par application de l'article 141 § 2 du décret, si à l'une des dates d'entrée, visées à l'article 194 du décret, le nombre d'enfants régulièrement inscrits a augmenté de telle façon comparé au jour ou à la période de comptage, que le nombre d'élèves donne droit à onze périodes de plus au minimum par rapport au nombre utilisé au moment du recalcul par application des tableaux 1 ou 3 figurant aux annexes au présent arrêté.
§ 2. Pour l'année scolaire 2000-2001, chaque enfant encore inscrit à qui était appliqué au jour de comptage le coefficient fixé à l'article 5bis pour le calcul du capital-périodes, maintient cette pondération lors d'un recalcul à une date d'entrée. Cette pondération est également appliquée aux jeunes enfants qui, au premier jour de classe de septembre de l'année scolaire en cours ou lors de leur inscription au cours de l'année scolaire, sont âgés de deux ans et six mois. La pondération est maintenue, aussi longtemps que l'enfant est inscrit, pendant l'année scolaire entière en cours.
§ 3. Les périodes obtenues à la suite du recalcul ne sont financées ou subventionnées qu'au 30 juin de l'année scolaire en cours. ".
Art. 5. Aan artikel 9 van hetzelfde besluit wordt aan de opsomming een gedachtestreepje toegevoegd dat luidt als volgt :
" - het ambt van kinderverzorger voor het schooljaar 2000-2001. ".
" - het ambt van kinderverzorger voor het schooljaar 2000-2001. ".
Art. 5. A l'article 9 du même arrêté, l'énumération est complétée par un tiret, rédigé comme suit :
" - la fonction de puériculteur pour l'année scolaire 2000-2001. ".
" - la fonction de puériculteur pour l'année scolaire 2000-2001. ".
Art. 6. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 10. De omrekening van de lestijden volgens de schalen naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer of kinderverzorger gebeurt als volgt :
1° op de lestijden volgens de schalen wordt het aanwendingspercentage toegepast, het resultaat wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer achter de komma groter is dan vier;
2° van het resultaat worden de eventuele lestijden onderwijsopdracht afgetrokken die de directeur en de adjunct-directeur presteren in het kleuteronderwijs;
3° de overige lestijden worden gedeeld :
- door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen;
- voor het schooljaar 2000-2001 door 22 tot op de eenheid voor het ambt van kinderverzorger; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen. ".
" Art. 10. De omrekening van de lestijden volgens de schalen naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer of kinderverzorger gebeurt als volgt :
1° op de lestijden volgens de schalen wordt het aanwendingspercentage toegepast, het resultaat wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer achter de komma groter is dan vier;
2° van het resultaat worden de eventuele lestijden onderwijsopdracht afgetrokken die de directeur en de adjunct-directeur presteren in het kleuteronderwijs;
3° de overige lestijden worden gedeeld :
- door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen;
- voor het schooljaar 2000-2001 door 22 tot op de eenheid voor het ambt van kinderverzorger; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen. ".
Art. 6. L'article 10 du même arrêté est remplacé la disposition suivante :
" Art.10. La conversion des périodes selon les échelles en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés d'instituteur préscolaire ou de puériculteur se produit comme suit :
1° aux périodes selon les échelles le pourcentage d'utilisation est appliqué, le résultat est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre;
2° les périodes éventuelles de la charge d'enseignement que le directeur et le directeur adjoint accomplissent dans l'enseignement maternel sont déduites du résultat;
3° les périodes restantes sont divisées :
- par 24 jusqu'à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein;
- pour l'année scolaire 2000-2001 par 22 jusqu'à l'unité pour la fonction de puériculteur; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
" Art.10. La conversion des périodes selon les échelles en emplois à temps plein ou à temps partiel financés ou subventionnés d'instituteur préscolaire ou de puériculteur se produit comme suit :
1° aux périodes selon les échelles le pourcentage d'utilisation est appliqué, le résultat est arrondi à l'unité supérieure si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre;
2° les périodes éventuelles de la charge d'enseignement que le directeur et le directeur adjoint accomplissent dans l'enseignement maternel sont déduites du résultat;
3° les périodes restantes sont divisées :
- par 24 jusqu'à l'unité pour la fonction d'instituteur préscolaire; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein;
- pour l'année scolaire 2000-2001 par 22 jusqu'à l'unité pour la fonction de puériculteur; le quotient est égal au nombre possible d'emplois à temps plein. ".
Art. 7. In de artikelen 12, § 2 en 15, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden " de laatste schooldag van september " vervangen door de woorden " de eerste schooldag van oktober ".
Art. 7. Dans les articles 12, § 2 et 15, § 1er du même arrêté, les mots "au dernier jour de classe de septembre" sont chaque fois remplacés par les mots "au premier jour de classe d'octobre".
Art. 8. In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden § 1, tweede lid, 1° en 2° en § 2 opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 21 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, le § 1er, deuxième alinéa, 1° et 2° et le § 2 sont abrogés.
Art. 9. Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 22. § 1. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt voor autonome kleuterscholen met slechts één vestigingsplaats of voor autonome lagere scholen met slechts één vestigingsplaats per school als volgt bepaald :
1° zodra in de loop van het schooljaar ten minste vier anderstalige nieuwkomers ingeschreven zijn, worden twee aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en bijkomend 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer;
2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;
3° zodra bij daling minder dan twee anderstalige nieuwkomers zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.
§ 2. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt voor alle andere scholen per school als volgt bepaald :
1° zodra in de loop van het schooljaar ten minste zes anderstalige nieuwkomers ingeschreven zijn, worden twee aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en bijkomend 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer;
2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;
3° zodra bij daling minder dan twee anderstalige nieuwkomers zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde aanvullende lestijden worden uitsluitend aangewend voor de opvang van anderstalige nieuwkomers. ".
" Art. 22. § 1. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt voor autonome kleuterscholen met slechts één vestigingsplaats of voor autonome lagere scholen met slechts één vestigingsplaats per school als volgt bepaald :
1° zodra in de loop van het schooljaar ten minste vier anderstalige nieuwkomers ingeschreven zijn, worden twee aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en bijkomend 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer;
2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;
3° zodra bij daling minder dan twee anderstalige nieuwkomers zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.
§ 2. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt voor alle andere scholen per school als volgt bepaald :
1° zodra in de loop van het schooljaar ten minste zes anderstalige nieuwkomers ingeschreven zijn, worden twee aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en bijkomend 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer;
2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;
3° zodra bij daling minder dan twee anderstalige nieuwkomers zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde aanvullende lestijden worden uitsluitend aangewend voor de opvang van anderstalige nieuwkomers. ".
Art. 9. L'article 22 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 22. § 1er. Le nombre de périodes complémentaires pour l'accueil de primo-arrivants allophones est fixé pour les écoles maternelles n'ayant qu'une implantation ou pour les écoles primaires autonomes n'ayant qu'une implantation par école de la façon suivante :
1° dès que quatre primo-arrivants allophones au moins sont régulièrement inscrits au cours de l'année scolaire, deux périodes complémentaires sont financées ou subventionnées et 1,5 périodes complémentaires en plus par primo-arrivant allophone;
2° lors d'une augmentation réelle de quatre primo-arrivants allophones 1,5 périodes complémentaires en plus sont financées ou subventionnées par primo-arrivant allophone;
3° dès que, lors d'une diminution, moins de deux primo-arrivants allophones sont inscrits, les périodes complémentaires cessent d'être financées ou subventionnées.
§ 2. Le nombre de périodes complémentaires pour l'accueil de primo-arrivants allophones est fixé pour toutes les autres écoles, par école, ainsi qu'il suit :
1° dès que six primo-arrivants allophones au moins sont régulièrement inscrits au cours de l'année scolaire, deux périodes complémentaires sont financées ou subventionnées et 1,5 périodes complémentaires en plus par primo-arrivant allophone;
2° lors d'une augmentation réelle de quatre primo-arrivants allophones 1,5 périodes complémentaires en plus sont financées ou subventionnées par primo-arrivant allophone;
3° dès que, lors d'une diminution, moins de deux primo-arrivants allophones sont inscrits, les périodes complémentaires cessent d'être financées ou subventionnées.
§ 3. Les périodes complémentaires visées aux §§ 1er et 2 ne sont utilisées que pour l'accueil de primo-arrivants allophones. ".
" Art. 22. § 1er. Le nombre de périodes complémentaires pour l'accueil de primo-arrivants allophones est fixé pour les écoles maternelles n'ayant qu'une implantation ou pour les écoles primaires autonomes n'ayant qu'une implantation par école de la façon suivante :
1° dès que quatre primo-arrivants allophones au moins sont régulièrement inscrits au cours de l'année scolaire, deux périodes complémentaires sont financées ou subventionnées et 1,5 périodes complémentaires en plus par primo-arrivant allophone;
2° lors d'une augmentation réelle de quatre primo-arrivants allophones 1,5 périodes complémentaires en plus sont financées ou subventionnées par primo-arrivant allophone;
3° dès que, lors d'une diminution, moins de deux primo-arrivants allophones sont inscrits, les périodes complémentaires cessent d'être financées ou subventionnées.
§ 2. Le nombre de périodes complémentaires pour l'accueil de primo-arrivants allophones est fixé pour toutes les autres écoles, par école, ainsi qu'il suit :
1° dès que six primo-arrivants allophones au moins sont régulièrement inscrits au cours de l'année scolaire, deux périodes complémentaires sont financées ou subventionnées et 1,5 périodes complémentaires en plus par primo-arrivant allophone;
2° lors d'une augmentation réelle de quatre primo-arrivants allophones 1,5 périodes complémentaires en plus sont financées ou subventionnées par primo-arrivant allophone;
3° dès que, lors d'une diminution, moins de deux primo-arrivants allophones sont inscrits, les périodes complémentaires cessent d'être financées ou subventionnées.
§ 3. Les périodes complémentaires visées aux §§ 1er et 2 ne sont utilisées que pour l'accueil de primo-arrivants allophones. ".
Art. 10. In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de woorden " op de laatste schooldag van september van het lopende schooljaar " vervangen door de woorden " op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar ".
Art. 10. Dans l'article 24 du même arrêté, les mots "au dernier jour de classe de septembre" sont chaque fois remplacés par les mots "au premier jour de classe d'octobre".
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2000 met uitzondering van de artikelen 1, 8 en 9 die uitwerking hebben met ingang 1 september 2001.
Art. 11. Le présent arrêté produit ses effets le 1 septembre 2000 à l'exception des articles 1er, 8 et 9 qui produisent leurs effets le 1 septembre 2001.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 11 januari 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN.
Brussel, 11 januari 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN.
Art. 12. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 11 janvier 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.
Bruxelles, le 11 janvier 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.