Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 APRIL 2002. - Besluit van de Regering tot oprichting van een pedagogische werkgroep " Stimulering van hoogbegaafden " (VERTALING).
Titre
25 AVRIL 2002. - Arrêté du Gouvernement instituant un groupe de travail pédagogique " Stimulation des surdoués " (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2002033065
Datum: 2002-04-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002033065
Date: 2002-04-25
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Er wordt in de Duitstalige Gemeenschap een pedagogische werkgroep " Stimulering van hoogbegaafden " opgericht, hierna " werkgroep " genoemd.
  De werkgroep heeft als opdracht, in het kader van de schooloriëntatie " Uitdaging 2020 : Samen naar een school voor allen ", de middelen te detecteren en toe te passen om de hoogbegaafde kinderen en jongeren zodanig te bevorderen dat deze eveneens hun plaats op school vinden, dat hun persoonlijke en sociale ontwikkeling op adequate wijze aangepakt wordt. Concreet gezien betekent het dat de volgende bekwaamheden en bevoegdheden moeten worden ontwikkeld :
  1° in staat zijn de inlichtingen m.b.t. de theorie en de praktijk inzake hoogbegaafdheid te articuleren en op het terrein te implementeren;
  2° in staat zijn een ad hoc steundiagnose te stellen;
  3° in staat zijn, door middel van een multidisciplinaire equipe, het bestmogelijk individueel steunplan uit te werken;
  4° in staat zijn de ervaring op een wetenschappelijke wijze te evalueren;
  5° in staat zijn, op de basis van de gezamelde gegevens, in theorie en in praktijk een eigen theorie te ontwikkelen.
  De werkgroep sluit zijn werkzaamheden ten laatste op 31 december 2004 en legt aan de bevoegde Minister een eindverslag met de resultaten van het geleverd werk voor dat in samenwerking met de Afdeling " Onderwijs " van het Ministerie opgesteld wordt.
Article 1. Il est institué en Communauté germanophone un groupe de travail pédagogique " Stimulation des surdoués ", ci-après dénommé " groupe de travail ".
  Le groupe de travail a pour mission, dans le cadre de l'orientation scolaire " Défi 2020 : Ensemble vers une école pour tous ", de déceler et appliquer les moyens permettant de stimuler les enfants et adolescents surdoués, de manière à ce qu'ils trouvent également leur place à l'école, que leur développement personnel et social soit abordé de manière adéquate. Cela signifie concrètement que les aptitudes et compétences suivantes doivent être développées :
  1° être capable d'articuler et de transposer sur le terrain des informations relatives à la théorie et la pratique en matière de surdouance;
  2° être capable d'établir un diagnostic de stimulation adéquat;
  3° être capable, par le biais d'une équipe multidisciplinaire, d'établir un plan individuel de soutien le meilleur possible;
  4° être capable d'évaluer l'expérience de manière scientifique;
  5° être capable, sur la base des données récoltées, de développer en théorie et en pratique une théorie qui lui est propre.
  Le groupe de travail clôture ses travaux le 31 décembre 2004 au plus tard. Il soumet au Ministre compétent en matière d'Enseignement un rapport final contenant le résultat de ce travail et établi en coopération avec la Division " Enseignement " du Ministère.
Art. 2. De werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van de scholen, van de Pedagogische dienst van het Ministerie, van de P.M.S.-centra en van de betrokken ouders.
Art. 2. Le groupe de travail est composé de représentants des écoles, du Service pédagogique du Ministère, des centres P.M.S. et des parents concernés.
Art. 3. De leider van de werkgroep is een vertegenwoordiger van de Pedagogische dienst van het Ministerie.
Art. 3. Le chef du groupe de travail est un représentant du Service pédagogique du Ministère.
Art. 4. De leider roept de werkgroep bijeen en bepaalt de vergaderplaats en de dagorde.
Art. 4. Le chef du groupe de travail convoque le groupe et détermine le lieu de la réunion et l'ordre du jour.
Art. 5. Op uitnodiging van de leider van de werkgroep kunnen deskundigen aan de zittingen van de werkgroep deelnemen.
Art. 5. A l'invitation du chef du groupe de travail, des experts peuvent participer aux réunions du groupe de travail.
Art. 6. De leider en de leden van de werkgroep alsmede de deskundigen verkrijgen een reiskostenvergoeding en een presentiegeld overeenkomstig het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
  Naast de deskundigen zijn ten hoogste 7 personen per zitting toegelaten die recht hebben op een presentiegeld en een reiskostenvergoeding.
  In afwijking van het eerste lid en mits voorafgaande toestemming van de Minister bevoegd inzake Onderwijs kunnen de deskundigen een presentiegeld verkrijgen dat hoger ligt dan de bepaalde voeten.
Art. 6. Le chef du groupe de travail, les membres ainsi que les experts perçoivent des indemnités pour frais de déplacement et des jetons de présence conformément à l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone.
  Hormis les experts, 7 personnes au plus sont admises par séance et perçoivent des jetons de présence et des indemnités pour frais de déplacement.
  Par dérogation au premier alinéa, les experts peuvent obtenir des jetons de présence plus élevés moyennant l'accord préalable du Ministre compétent en matière d'Enseignement.
Art. 7. De schuldvorderingen worden door de leider van de werkgroep mede ter bekrachtiging van de juistheid ervan en per semester ingediend bij de Afdeling " Onderwijs " van het Ministerie. De eerste schuldvordering dient ten laatste op 30 juni 2002 ingediend te worden.
Art. 7. Les déclarations de créance sont contresignées par le chef du groupe de travail pour confirmer leur exactitude et introduites semestriellement auprès de la Division " Enseignement " du Ministère, la première devant être introduite pour le 30 juin 2002 au plus tard.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking op 1 februari 2002.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er février 2002.
Art. 9. De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Eupen, 25 april 2002.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President,
  Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme,
  B. GENTGES.
Art. 9. Le Ministre compétent en matière d'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Eupen, le 25 avril 2002.
  Pour le Gouvernement de la Communauté germanophone :
  Le Ministre-Président,
  Ministre de l'Emploi, de la Politique des Handicapés, des Médias et des Sports,
  K.-H. LAMBERTZ
  Le Ministre de l'Enseignement et de la Formation, de la Culture et du Tourisme,
  B. GENTGES.