Artikel 1. Oprichting en doelstelling
Er worden in de Duitstalige Gemeenschap twee werkgroepen opgericht die als opdracht hebben, in het kader van een project, de aspecten van de nieuwe hogeschool op het pedagogisch-inhoudelijk vlak (Groep A Pedagogie) en op het organisatorisch-structureel vlak (Groep B Organisatie) uit te werken en schriftelijk vast te stellen die daarna integrerend deel zullen uitmaken van een decreet en van een oprichtingsovereenkomst.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
6 DECEMBER 2001. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap tot oprichting van twee werkgroepen in het kader van de stichting van een nieuwe hogeschool (VERTALING).
Titre
6 DECEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone instituant deux groupes de travail dans le cadre de la création d'une nouvelle école supérieure (TRADUCTION).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. Création et objectif
Il est institué en Communauté germanophone deux groupes de travail qui ont pour mission, dans le cadre d'un projet, de déterminer et de consigner par écrit les aspects de la nouvelle école au niveau des contenus pédagogiques (Groupe A Pédagogie) et de l'organisation et des structures (Groupe B Organisation) qui feront par la suite partie intégrante d'un décret et d'un accord de fondation.
Il est institué en Communauté germanophone deux groupes de travail qui ont pour mission, dans le cadre d'un projet, de déterminer et de consigner par écrit les aspects de la nouvelle école au niveau des contenus pédagogiques (Groupe A Pédagogie) et de l'organisation et des structures (Groupe B Organisation) qui feront par la suite partie intégrante d'un décret et d'un accord de fondation.
Art. 2. Samenstelling
Elke werkgroep is samengesteld als volgt :
1° één vertegenwoordiger van elke der drie inrichtende machten :
a) voor het gemeenschapsonderwijs : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
b) voor het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs :
- de " VoG Bischöfliche Schulen in der Deutschsprachigen Gemeinschaft " (V.z.w. Bisschopsscholen in de Duitstalige Gemeenschap);
- de " VoG Krankenpflegeschule am Sankt-Nikolaus-Hospital Eupen " (V.z.w. Verplegingsschool bij het Sint-Niklaas Hospitaal te Eupen);
2° de inrichtingshoofden van de drie hogescholen :
a) de pedagogische hogeschool van de Duitstalige Gemeenschap;
b) de pedagogische hogeschool " Pater Damiaan ";
c) de verplegingsschool;
3° één vertegenwoordiger van het personeel van elke der drie hogescholen.
Elke werkgroep is samengesteld als volgt :
1° één vertegenwoordiger van elke der drie inrichtende machten :
a) voor het gemeenschapsonderwijs : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
b) voor het gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs :
- de " VoG Bischöfliche Schulen in der Deutschsprachigen Gemeinschaft " (V.z.w. Bisschopsscholen in de Duitstalige Gemeenschap);
- de " VoG Krankenpflegeschule am Sankt-Nikolaus-Hospital Eupen " (V.z.w. Verplegingsschool bij het Sint-Niklaas Hospitaal te Eupen);
2° de inrichtingshoofden van de drie hogescholen :
a) de pedagogische hogeschool van de Duitstalige Gemeenschap;
b) de pedagogische hogeschool " Pater Damiaan ";
c) de verplegingsschool;
3° één vertegenwoordiger van het personeel van elke der drie hogescholen.
Art. 2. Composition Chaque groupe de travail est composé comme suit :
1° un représentant de chacun des trois pouvoirs organisateurs :
a) pour l'enseignement communautaire : le Gouvernement de la Communauté germanophone;
b) pour l'enseignement libre confessionnel subventionné :
- la " VoG Bischöfliche Schulen in der Deutschsprachigen Gemeinschaft " (asbl Ecoles épiscopales en Communauté germanophone);
- la " VoG Krankenpflegeschule am Sankt-Nikolaus-Hospital Eupen " (asbl Ecole de nursing auprès de l'hôpital Saint-Nicolas d'Eupen);
2° les chefs d'établissement des trois écoles supérieures :
a) l'Institut d'enseignement supérieur pédagogique de la Communauté germanophone;
b) l'Ecole supérieure pédagogique " Père Damien ";
c) l'Ecole de nursing;
3° un représentant des membres du personnel pour chacune des trois écoles supérieures.
1° un représentant de chacun des trois pouvoirs organisateurs :
a) pour l'enseignement communautaire : le Gouvernement de la Communauté germanophone;
b) pour l'enseignement libre confessionnel subventionné :
- la " VoG Bischöfliche Schulen in der Deutschsprachigen Gemeinschaft " (asbl Ecoles épiscopales en Communauté germanophone);
- la " VoG Krankenpflegeschule am Sankt-Nikolaus-Hospital Eupen " (asbl Ecole de nursing auprès de l'hôpital Saint-Nicolas d'Eupen);
2° les chefs d'établissement des trois écoles supérieures :
a) l'Institut d'enseignement supérieur pédagogique de la Communauté germanophone;
b) l'Ecole supérieure pédagogique " Père Damien ";
c) l'Ecole de nursing;
3° un représentant des membres du personnel pour chacune des trois écoles supérieures.
Art. 3. Leiding Beide werkgroepen staan onder de leiding van een projectleider.
Art. 3. Direction Les deux groupes de travail sont dirigés par un chef de projet.
Art. 4. Deelname van deskundigen
In onderlinge overeenstemming kunnen de werkgroepen besluiten dat deskundigen aan de zittingen zullen deelnemen.
In onderlinge overeenstemming kunnen de werkgroepen besluiten dat deskundigen aan de zittingen zullen deelnemen.
Art. 4. Participation d'experts
De commun accord, les groupes de travail peuvent décider de convier des experts à leurs réunions.
De commun accord, les groupes de travail peuvent décider de convier des experts à leurs réunions.
Art. 5. Zetel De werkgroepen hebben hun zetel bij de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 5. Siège Les groupes de travail ont leur siège auprès du Gouvernement de la Communauté germanophone.
Art. 6. Vergoedingen
§ 1 - De leden van de werkgroepen, met uitsluiting van de projectleider, verkrijgen een reiskostenvergoeding overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
De leden van de werkgroepen, met uitsluiting van de projectleider, verkrijgen een presentiegeld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
Lid 2 is niet van toepassing op de vertegenwoordigers van het personeel van de hogescholen wier onderwijsinrichting twee lestijden ter aanvulling van het lestijdenpakket verkrijgen om deze personeelsleden dienovereenkomstig te vergoeden.
§ 2 - Deskundigen die op uitnodiging van de werkgroepen aan de zittingen deelnemen, hebben recht op een reiskostenvergoeding en op een presentiegeld overeenkomstig § 1.
§ 1 - De leden van de werkgroepen, met uitsluiting van de projectleider, verkrijgen een reiskostenvergoeding overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
De leden van de werkgroepen, met uitsluiting van de projectleider, verkrijgen een presentiegeld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
Lid 2 is niet van toepassing op de vertegenwoordigers van het personeel van de hogescholen wier onderwijsinrichting twee lestijden ter aanvulling van het lestijdenpakket verkrijgen om deze personeelsleden dienovereenkomstig te vergoeden.
§ 2 - Deskundigen die op uitnodiging van de werkgroepen aan de zittingen deelnemen, hebben recht op een reiskostenvergoeding en op een presentiegeld overeenkomstig § 1.
Art. 6. Indemnités § 1er - Les membres des groupes de travail, à l'exception du chef de projet, perçoivent une indemnité pour frais de déplacement conformément à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone.
Les membres des groupes de travail, à l'exception du chef de projet, perçoivent des jetons de présence conformément aux articles 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone.
Le deuxième alinéa ne s'applique pas aux représentants des membres du personnel des écoles supérieures, dont les établissements reçoivent deux périodes en supplément du capital-périodes afin de dédommager en conséquence ces membres du personnel.
§ 2 - Les experts qui participent aux réunions à l'invitation des groupes de travail ont droit à une indemnité pour frais de déplacement et à des jetons de présence conformément au § 1er.
Les membres des groupes de travail, à l'exception du chef de projet, perçoivent des jetons de présence conformément aux articles 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone.
Le deuxième alinéa ne s'applique pas aux représentants des membres du personnel des écoles supérieures, dont les établissements reçoivent deux périodes en supplément du capital-périodes afin de dédommager en conséquence ces membres du personnel.
§ 2 - Les experts qui participent aux réunions à l'invitation des groupes de travail ont droit à une indemnité pour frais de déplacement et à des jetons de présence conformément au § 1er.
Art. 7. Schuldvorderingen
De schuldvorderingen worden door de projectleider medeondertekend ter bekrachtiging van de juistheid ervan en per trimester ingediend bij de Afdeling " Organisatie van het Onderwijs " van het Ministerie.
De schuldvorderingen worden door de projectleider medeondertekend ter bekrachtiging van de juistheid ervan en per trimester ingediend bij de Afdeling " Organisatie van het Onderwijs " van het Ministerie.
Art. 7. Déclarations de créance
Les déclarations de créance sont contresignées par le chef de projet pour confirmer leur exactitude et introduites trimestriellement auprès de la Division " Organisation de l'Enseignement " du Ministère.
Les déclarations de créance sont contresignées par le chef de projet pour confirmer leur exactitude et introduites trimestriellement auprès de la Division " Organisation de l'Enseignement " du Ministère.
Art. 8. Inwerkingtreding
Dit besluit heeft uitwerking op 15 oktober 2001.
Dit besluit heeft uitwerking op 15 oktober 2001.
Art. 8. Entrée en vigueur
Le présent arrêté produit ses effets le 15 octobre 2001.
Le présent arrêté produit ses effets le 15 octobre 2001.
Art. 9. Tenuitvoerlegging
De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 6 december 2001.
De Minister-President,
Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport,
K.-H. LAMBERTZ
De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme,
B. GENTGES.
De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 6 december 2001.
De Minister-President,
Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport,
K.-H. LAMBERTZ
De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme,
B. GENTGES.
Art. 9. Exécution Le Ministre compétent en matière d'Enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Eupen, le 6 décembre 2001.
Le Ministre-Président,
Ministre de l'Emploi, de la Politique des Handicapés, des Médias et des Sports,
K.-H. LAMBERTZ
Le Ministre de l'Enseignement et de la Formation, de la Culture et du Tourisme,
B. GENTGES.
Eupen, le 6 décembre 2001.
Le Ministre-Président,
Ministre de l'Emploi, de la Politique des Handicapés, des Médias et des Sports,
K.-H. LAMBERTZ
Le Ministre de l'Enseignement et de la Formation, de la Culture et du Tourisme,
B. GENTGES.