Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 JULI 2002. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw. (NOTA : deze ordonnantie werd bij ORD 2003-07-17/48, art. 177, opgeheven met inwerkingtreding op 01-01-2004, maar haar art. 73 werd gewijzigd bij ORD 2004-05-13/31, art. 31, met uitwerking vanaf 12-01-2004.) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-08-2002 en tekstbijwerking tot 26-05-2004)
Titre
18 JUILLET 2002. - Ordonnance modifiant l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme. (NOTE : cette ordonnance a été abrogée par ORD 2003-07-17/48, art. 177, avec ED 01-01-2004, mais son article 73 a été modifié par ORD 2004-05-13/31, art. 31, avec effet au 12-01-2004.) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-08-2002 et mise à jour au 26-05-2004)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (74)
Texte (74)
Artikel 1. (Zie NOTA'S onder opschrift) Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. (Voir NOTES sous l'intitulé) La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 5, eerste lid van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, wordt het woord " gemeenteplannen " vervangen door de woorden " bijzondere bestemmingsplannen ".
Art. 2. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 5, alinéa 1er, de l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme, le terme " communaux " est remplacé par les termes " particuliers d'affectation du sol ".
Art. 3. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 9, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " de basisdossiers en " opgeheven.
Art. 3. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 9, alinéa 2, de la même ordonnance, les termes " dossiers de base et " sont abrogés.
Art. 4. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 17 van dezelfde ordonnantie wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 4. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 17 de la même ordonnance, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 5. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 18, vierde lid, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door het volgende lid :
" De regering stelt het plan vast en deelt het onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, samen met de eventuele, onder het derde lid bedoelde bemerkingen of suggesties. liet ontwerp van plan treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad . De Regering keurt het ontwerp van plan goed dat in werking treedt in de loop van het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. "
" De regering stelt het plan vast en deelt het onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, samen met de eventuele, onder het derde lid bedoelde bemerkingen of suggesties. liet ontwerp van plan treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad . De Regering keurt het ontwerp van plan goed dat in werking treedt in de loop van het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. "
Art. 5. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 18, alinéa 4, de la même ordonnance est remplacé par l'alinéa suivant :
" Le Gouvernement arrête le projet de plan et le communique sans délai au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale, accompagné des éventuelles observations ou suggestions visées au troisième alinéa. Le projet de plan entre en vigueur quinze jours après sa publication au Moniteur belge . Le Gouvernement adopte le projet de plan qui entre en vigueur dans l'année civile qui suit celle de l'installation du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale. "
" Le Gouvernement arrête le projet de plan et le communique sans délai au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale, accompagné des éventuelles observations ou suggestions visées au troisième alinéa. Le projet de plan entre en vigueur quinze jours après sa publication au Moniteur belge . Le Gouvernement adopte le projet de plan qui entre en vigueur dans l'année civile qui suit celle de l'installation du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale. "
Art. 6. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 23 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° In het tweede lid worden de woorden " het ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan, " ingevoegd tussen de woorden " het gewestelijke bestemmingsplan, " en de woorden " het gemeentelijk ontwikkelingsplan ".
2° Het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het gewestelijk ontwikkelingsplan houdt op te gelden zodra liet nieuwe ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan in werking is getreden, of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe Brusselse Hoofdstedelijke Raad. "
1° In het tweede lid worden de woorden " het ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan, " ingevoegd tussen de woorden " het gewestelijke bestemmingsplan, " en de woorden " het gemeentelijk ontwikkelingsplan ".
2° Het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Het gewestelijk ontwikkelingsplan houdt op te gelden zodra liet nieuwe ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan in werking is getreden, of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe Brusselse Hoofdstedelijke Raad. "
Art. 6. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 23 de la même ordonnance, est modifié comme suit :
1° A l'alinéa 2, les termes " projet de plan communal de développement, " sont insérés entre les termes " le plan régional d'affectation du sol, " et les termes " le plan communal de développement ".
2° L'alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
" Le plan régional de développement cesse de produire ses effets dès l'entrée en vigueur du nouveau projet de plan régional de développement, ou à défaut, au terme de l'année civile qui suit celle de l'installation du nouveau Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale. "
1° A l'alinéa 2, les termes " projet de plan communal de développement, " sont insérés entre les termes " le plan régional d'affectation du sol, " et les termes " le plan communal de développement ".
2° L'alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
" Le plan régional de développement cesse de produire ses effets dès l'entrée en vigueur du nouveau projet de plan régional de développement, ou à défaut, au terme de l'année civile qui suit celle de l'installation du nouveau Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale. "
Art. 7. (Zie NOTA'S onder opschrift) Het laatste lid van artikel 26 van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
Art. 7. (Voir NOTES sous l'intitulé) Le dernier alinéa de l'article 26 de la même ordonnance est abrogé.
Art. 8. (Zie NOTA'S onder opschrift) In het tweede lid van artikel 31 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " , van de vigerende gemeentelijke ontwikkelingsplannen " opgeheven.
Art. 8. (Voir NOTES sous l'intitulé) Au deuxième alinéa de l'article 31 de la même ordonnance, les termes " , des plans communaux de développement " sont abrogés.
Art. 9. (Voir NOTES sous l'intitulé) In artikel 32 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " , de gemeentelijke ontwikkelingsplannen " opgeheven.
Art. 9. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 32 de la même ordonnance, les termes " , les plans communaux de développement " sont abrogés.
Art. 10. (Voir NOTES sous l'intitulé) Artikel 35 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Elke gemeente van het gewest keurt een gemeentelijk ontwikkelingsplan goed. "
" Elke gemeente van het gewest keurt een gemeentelijk ontwikkelingsplan goed. "
Art. 10. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 35 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Chaque commune de la Région adopte un plan communal de développement. "
" Chaque commune de la Région adopte un plan communal de développement. "
Art. 11. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 36 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" In naleving van het gewestelijk bestemmingsplan, gaat het gemeentelijk ontwikkelingsplan uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan.
Het vermeldt voor het volledige grondgebied van de gemeente :
1° de doelstellingen en prioriteiten inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening inbegrepen, zoals die door economische, sociale, verplaatsings- en milieubehoeften worden vereist;
2° de middelen die moeten worden aangewend om binnen de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheden de bepaalde doelstellingen en prioriteiten te bereiken;
3° de maatregelen van aanleg en hun cartografische weergave in overeenstemming met de in 1° genoemde doelstellingen en de maatregelen in verband met de verplaatsingen;
4° de bepaling van de prioritaire interventiegebieden van de gemeente;
5° eventueel, de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen of opheffingen.
De regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. "
" In naleving van het gewestelijk bestemmingsplan, gaat het gemeentelijk ontwikkelingsplan uit van de richtsnoeren van het gewestelijk ontwikkelingsplan.
Het vermeldt voor het volledige grondgebied van de gemeente :
1° de doelstellingen en prioriteiten inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening inbegrepen, zoals die door economische, sociale, verplaatsings- en milieubehoeften worden vereist;
2° de middelen die moeten worden aangewend om binnen de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheden de bepaalde doelstellingen en prioriteiten te bereiken;
3° de maatregelen van aanleg en hun cartografische weergave in overeenstemming met de in 1° genoemde doelstellingen en de maatregelen in verband met de verplaatsingen;
4° de bepaling van de prioritaire interventiegebieden van de gemeente;
5° eventueel, de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen of opheffingen.
De regering stelt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel vast. "
Art. 11. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 36 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Dans le respect du plan régional d'affectation du sol, le plan communal de développement s'inscrit dans les orientations du plan régional de développement.
Il indique pour l'ensemble du territoire de la commune :
1° les objectifs et les priorités de développement, en ce compris d'aménagement du territoire, requis par les besoins économiques, sociaux, de déplacement et d'environnement;
2° les moyens à mettre en oeuvre pour atteindre les objectifs et priorités ainsi définis, dans les limites des compétences communales;
3° les mesures d'aménagement ainsi que leur expression cartographiée en fonction des objectifs définis au 1° et les mesures relatives aux déplacements;
4° la détermination des zones d'intervention prioritaire de la commune;
5° le cas échéant, les modifications ou abrogations à apporter aux plans particuliers d'affectation du sol.
Le Gouvernement arrête les modalités d'exécution du présent article. "
" Dans le respect du plan régional d'affectation du sol, le plan communal de développement s'inscrit dans les orientations du plan régional de développement.
Il indique pour l'ensemble du territoire de la commune :
1° les objectifs et les priorités de développement, en ce compris d'aménagement du territoire, requis par les besoins économiques, sociaux, de déplacement et d'environnement;
2° les moyens à mettre en oeuvre pour atteindre les objectifs et priorités ainsi définis, dans les limites des compétences communales;
3° les mesures d'aménagement ainsi que leur expression cartographiée en fonction des objectifs définis au 1° et les mesures relatives aux déplacements;
4° la détermination des zones d'intervention prioritaire de la commune;
5° le cas échéant, les modifications ou abrogations à apporter aux plans particuliers d'affectation du sol.
Le Gouvernement arrête les modalités d'exécution du présent article. "
Art. 12. (Zie NOTA'S onder opschrift) De artikelen 37, 38, tweede en derde lid, 39, 40 en 41 van dezelfde ordonnantie worden opgeheven.
Art. 12. (Voir NOTES sous l'intitulé) Les articles 37, 38, alinéas 2 et 3, 39, 40 et 41 de la même ordonnance sont abrogés.
Art. 13. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 42 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De gemeenteraad neemt voorlopig het ontwerpplan aan en maakt het over aan de regering.
De regering keurt het ontwerpplan goed, of weigert dit te doen, binnen de zestig dagen na ontvangst ervan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of bijzondere voorwaarden aan haar goedkeuring verbindt, nodigt de regering de gemeenteraad uit om haar een nieuw ontwerp van plan voor goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Indien de regering binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, wordt het ontwerpplan geacht te zijn goedgekeurd.
Het besluit van de regering tot goedkeuring van het ontwerpplan of naargelang het geval, het advies van de regering vaststellende dat de goedkeuring van het ontwerpplan geacht wordt te hebben plaatsgevonden, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . Het ontwerpplan wordt van kracht vijftien dagen na deze bekendmaking.
De gemeenteraad keurt het ontwerpplan goed dat in werking treedt tijdens het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de gemeenteraad, en bij ontstentenis hiervan, binnen de hem door de Regering opgelegde termijn.
De gemeenteraad onderwerpt het ontwerpplan aan een openbaar onderzoek. Dit onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen, die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde nadere regels.
Het ontwerpplan wordt vervolgens gedurende vijfenveertig dagen in het gemeentehuis ter inzage gelegd van de bevolking. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven.
De bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de termijn. "
" De gemeenteraad neemt voorlopig het ontwerpplan aan en maakt het over aan de regering.
De regering keurt het ontwerpplan goed, of weigert dit te doen, binnen de zestig dagen na ontvangst ervan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of bijzondere voorwaarden aan haar goedkeuring verbindt, nodigt de regering de gemeenteraad uit om haar een nieuw ontwerp van plan voor goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Indien de regering binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, wordt het ontwerpplan geacht te zijn goedgekeurd.
Het besluit van de regering tot goedkeuring van het ontwerpplan of naargelang het geval, het advies van de regering vaststellende dat de goedkeuring van het ontwerpplan geacht wordt te hebben plaatsgevonden, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad . Het ontwerpplan wordt van kracht vijftien dagen na deze bekendmaking.
De gemeenteraad keurt het ontwerpplan goed dat in werking treedt tijdens het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de gemeenteraad, en bij ontstentenis hiervan, binnen de hem door de Regering opgelegde termijn.
De gemeenteraad onderwerpt het ontwerpplan aan een openbaar onderzoek. Dit onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen, die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde nadere regels.
Het ontwerpplan wordt vervolgens gedurende vijfenveertig dagen in het gemeentehuis ter inzage gelegd van de bevolking. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven.
De bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de termijn. "
Art. 13. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 42 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Le conseil communal adopte provisoirement le projet de plan et le transmet au Gouvernement.
Le Gouvernement approuve ou refuse d'approuver le projet de plan dans les soixante jours de sa réception. Lorsqu'il refisse son approbation ou qu'il subordonne son approbation à des conditions particulières, le Gouvernement invite le conseil communal à lui soumettre pour approbation un nouveau projet de plan. L'arrêté du Gouvernement refusant l'approbation est motivé. A défaut de décision du Gouvernement dans le délai prescrit, le projet de plan est réputé approuvé.
L'arrêté du Gouvernement approuvant le projet de plan ou, selon le cas, l'avis du Gouvernement constatant que l'approbation du projet de plan est réputée intervenue, sont publiés par extrait au Moniteur belge . Le projet de plan entre en vigueur quinze jours après cette publication.
Le conseil communal adopte le projet de plan qui entre en vigueur dans l'année civile qui suit celle de l'installation du conseil communal et, à défaut, dans le délai qui lui est imposé par le Gouvernement.
Le conseil communal soumet le projet de plan à enquête publique. Celle-ci est annoncée tant par affiches que par un avis inséré dans le Moniteur belge et dans au moins trois journaux de langue française et trois journaux de langue néerlandaise diffusés dans la Région selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Le projet de plan est déposé ensuite à la maison communale aux fins de consultation par le public, pendant un délai de quarante-cinq jours, dont le début et la fin sont précisés dans l'annonce.
Les réclamations et observations sont adressées au collège des bourgmestre et échevins dans ce délai et annexées au procès-verbal de clôture de l'enquête. Celui-ci est dressé par le collège dans les quinze jours de l'expiration du délai. "
" Le conseil communal adopte provisoirement le projet de plan et le transmet au Gouvernement.
Le Gouvernement approuve ou refuse d'approuver le projet de plan dans les soixante jours de sa réception. Lorsqu'il refisse son approbation ou qu'il subordonne son approbation à des conditions particulières, le Gouvernement invite le conseil communal à lui soumettre pour approbation un nouveau projet de plan. L'arrêté du Gouvernement refusant l'approbation est motivé. A défaut de décision du Gouvernement dans le délai prescrit, le projet de plan est réputé approuvé.
L'arrêté du Gouvernement approuvant le projet de plan ou, selon le cas, l'avis du Gouvernement constatant que l'approbation du projet de plan est réputée intervenue, sont publiés par extrait au Moniteur belge . Le projet de plan entre en vigueur quinze jours après cette publication.
Le conseil communal adopte le projet de plan qui entre en vigueur dans l'année civile qui suit celle de l'installation du conseil communal et, à défaut, dans le délai qui lui est imposé par le Gouvernement.
Le conseil communal soumet le projet de plan à enquête publique. Celle-ci est annoncée tant par affiches que par un avis inséré dans le Moniteur belge et dans au moins trois journaux de langue française et trois journaux de langue néerlandaise diffusés dans la Région selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Le projet de plan est déposé ensuite à la maison communale aux fins de consultation par le public, pendant un délai de quarante-cinq jours, dont le début et la fin sont précisés dans l'annonce.
Les réclamations et observations sont adressées au collège des bourgmestre et échevins dans ce délai et annexées au procès-verbal de clôture de l'enquête. Celui-ci est dressé par le collège dans les quinze jours de l'expiration du délai. "
Art. 14. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 43 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° § 1 en § 2 worden vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. Het ontwerpplan wordt samen met de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek binnen de twintig dagen na sluiting van het onderzoek aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. Deze raadpleegt de besturen en organen waarvan de regering de lijst vastlegt.
Deze besturen en organen brengen hun advies uit binnen de dertig dagen na de aanvraag van de Gewestelijke Commissie. Bij ontstentenis van een advies binnen die termijn, worden deze besturen en organen geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.
De Gewestelijke Commissie brengt binnen zestig dagen na ontvangst van de in lid 1 bedoelde documenten haar advies uit. Bij ontstentenis van een advies binnen deze termijn, wordt de Gewestelijke Commissie geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. "
2° § 3 wordt door de volgende bepaling vervangen :
" § 2. Ten minste de helft van de onder § 1 bedoelde termijnen van dertig en van zestig dagen valt buiten de schoolvakantieperiodes. "
3° § 4 wordt door de volgende bepaling vervangen :
" § 3. In de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie niet geldig meer zou zijn samengesteld, bij gebrek aan aanstelling van haar leden binnen de in artikel 9 voorgeschreven termijn, op het ogenblik dat zij haar advies moet uitbrengen, vangt de onder § 1 bedoelde termijn van zestig dagen aan vanaf de aanstelling van haar leden. ".
4° § 5 wordt § 4.
1° § 1 en § 2 worden vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. Het ontwerpplan wordt samen met de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek binnen de twintig dagen na sluiting van het onderzoek aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. Deze raadpleegt de besturen en organen waarvan de regering de lijst vastlegt.
Deze besturen en organen brengen hun advies uit binnen de dertig dagen na de aanvraag van de Gewestelijke Commissie. Bij ontstentenis van een advies binnen die termijn, worden deze besturen en organen geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.
De Gewestelijke Commissie brengt binnen zestig dagen na ontvangst van de in lid 1 bedoelde documenten haar advies uit. Bij ontstentenis van een advies binnen deze termijn, wordt de Gewestelijke Commissie geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. "
2° § 3 wordt door de volgende bepaling vervangen :
" § 2. Ten minste de helft van de onder § 1 bedoelde termijnen van dertig en van zestig dagen valt buiten de schoolvakantieperiodes. "
3° § 4 wordt door de volgende bepaling vervangen :
" § 3. In de veronderstelling dat de Gewestelijke Commissie niet geldig meer zou zijn samengesteld, bij gebrek aan aanstelling van haar leden binnen de in artikel 9 voorgeschreven termijn, op het ogenblik dat zij haar advies moet uitbrengen, vangt de onder § 1 bedoelde termijn van zestig dagen aan vanaf de aanstelling van haar leden. ".
4° § 5 wordt § 4.
Art. 14. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 43 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° Les § 1er et § 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" § 1er. Le projet de plan est, avec les réclamations, les observations et le procès-verbal de clôture de l'enquête, soumis dans les vingt jours de la clôture de l'enquête à la Commission régionale. Celle-ci consulte les administrations et instances dont le Gouvernement arrête la liste.
Ces administrations et instances rendent leurs avis dans les trente jours de la demande de la Commission régionale. A défaut d'avis dans ce délai, ces administrations et instances sont réputées avoir émis un avis favorable.
La Commission régionale émet son avis dans les soixante jours de la réception des documents visés à l'alinéa 1. A défaut d'avis dans ce délai, la Commission régionale est réputée avoir émis un avis favorable. "
2° Le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La moitié au moins des délais de trente et de soixante jours visés au § 1er, se situe en dehors des périodes de vacances scolaires. "
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Dans l'hypothèse où la Commission régionale ne serait plus valablement composée, faute de désignation de ses membres dans le délai prescrit à l'article 9, au moment où elle doit rendre son avis, le délai de soixante jours visé au § 1er prend cours à dater de la désignation de ses membres. "
4° le § 5 devient le § 4.
1° Les § 1er et § 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" § 1er. Le projet de plan est, avec les réclamations, les observations et le procès-verbal de clôture de l'enquête, soumis dans les vingt jours de la clôture de l'enquête à la Commission régionale. Celle-ci consulte les administrations et instances dont le Gouvernement arrête la liste.
Ces administrations et instances rendent leurs avis dans les trente jours de la demande de la Commission régionale. A défaut d'avis dans ce délai, ces administrations et instances sont réputées avoir émis un avis favorable.
La Commission régionale émet son avis dans les soixante jours de la réception des documents visés à l'alinéa 1. A défaut d'avis dans ce délai, la Commission régionale est réputée avoir émis un avis favorable. "
2° Le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La moitié au moins des délais de trente et de soixante jours visés au § 1er, se situe en dehors des périodes de vacances scolaires. "
3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Dans l'hypothèse où la Commission régionale ne serait plus valablement composée, faute de désignation de ses membres dans le délai prescrit à l'article 9, au moment où elle doit rendre son avis, le délai de soixante jours visé au § 1er prend cours à dater de la désignation de ses membres. "
4° le § 5 devient le § 4.
Art. 15. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 44 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° In het derde lid, worden de woorden " in zijn richtinggevende bepalingen en geweigerd te zijn in zijn bepalingen betreffende de bodembestemming die in het plan versneld staan met bindende kracht en verordenende waarde " opgeheven.
2° In het vijfde lid, worden de woorden " , waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt " opgeheven.
3° In het zesde lid, worden de woorden " ligt het volledige plan " vervangen door de woorden " liggen het volledige plan en het advies van de Gewestelijke Commissie ".
4° In het 2e lid, in de twee zinnen, worden de woorden " 3 maanden " vervangen door de woorden " twee maanden ".
1° In het derde lid, worden de woorden " in zijn richtinggevende bepalingen en geweigerd te zijn in zijn bepalingen betreffende de bodembestemming die in het plan versneld staan met bindende kracht en verordenende waarde " opgeheven.
2° In het vijfde lid, worden de woorden " , waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt " opgeheven.
3° In het zesde lid, worden de woorden " ligt het volledige plan " vervangen door de woorden " liggen het volledige plan en het advies van de Gewestelijke Commissie ".
4° In het 2e lid, in de twee zinnen, worden de woorden " 3 maanden " vervangen door de woorden " twee maanden ".
Art. 15. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 44 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° A l'alinéa 3, les termes " dans ses dispositions indicatives et réputé refusé dans ses dispositions relatives à l'affectation du sol mentionnées dans le plan comme ayant force obligatoire et valeur réglementaire " sont abrogés.
2° A l'alinéa 5, les termes " lequel reproduit en même temps l'avis de la Commission régionale " sont abrogés.
3° A l'alinéa 6, les termes " le plan complet est " sont remplacés par les termes " Le plan complet et l'avis de la Commission régionale sont ".
4° A l'alinéa 2, dans les deux phrases, les termes " dans les 3 mois " sont remplacés par les termes " dans les deux mois ".
1° A l'alinéa 3, les termes " dans ses dispositions indicatives et réputé refusé dans ses dispositions relatives à l'affectation du sol mentionnées dans le plan comme ayant force obligatoire et valeur réglementaire " sont abrogés.
2° A l'alinéa 5, les termes " lequel reproduit en même temps l'avis de la Commission régionale " sont abrogés.
3° A l'alinéa 6, les termes " le plan complet est " sont remplacés par les termes " Le plan complet et l'avis de la Commission régionale sont ".
4° A l'alinéa 2, dans les deux phrases, les termes " dans les 3 mois " sont remplacés par les termes " dans les deux mois ".
Art. 16. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 45 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° § 2 wordt vervangen door hetgeen volgt :
" § 2. De wijzigingsprocedure wordt aan de bepalingen van de artikelen 38 tot 44 onderworpen. "
2° § 3 wordt opgeheven.
1° § 2 wordt vervangen door hetgeen volgt :
" § 2. De wijzigingsprocedure wordt aan de bepalingen van de artikelen 38 tot 44 onderworpen. "
2° § 3 wordt opgeheven.
Art. 16. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 45 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° Le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La procédure de modification est soumise aux dispositions des articles 38 à 44. "
2° Le § 3 est abrogé.
1° Le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. La procédure de modification est soumise aux dispositions des articles 38 à 44. "
2° Le § 3 est abrogé.
Art. 17. (Zie NOTA'S onder opschrift) De aanhef van titel II, hoofdstuk III, afdeling V, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door hetgeen volgt :
" Gevolgen van het ontwerpplan en van het plan ".
" Gevolgen van het ontwerpplan en van het plan ".
Art. 17. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'intitulé du titre II, Chapitre III, section V de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
" Effets du projet de plan et du plan. "
" Effets du projet de plan et du plan. "
Art. 18. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 46 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 46. Het ontwerpplan en het plan zijn richtinggevend in al hun bepalingen.
Het bijzonder bestemmingsplan en het prioritaire actieprogramma kunnen er slechts van afwijken als de redenen hiervoor uitdrukkelijk worden vermeld.
Het toekennen van hulp aan natuurlijke dan wel privaat- of publiekrechtrechtelijke rechtspersonen mag slechts gebeuren in naleving van de bepalingen van het plan of van het ontwerpplan.
Het gemeentelijke ontwikkelingsplan houdt op te gelden zodra het nieuwe ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan aangenomen door de gemeenteraad, in werking is getreden, of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe gemeenteraad. "
" Art. 46. Het ontwerpplan en het plan zijn richtinggevend in al hun bepalingen.
Het bijzonder bestemmingsplan en het prioritaire actieprogramma kunnen er slechts van afwijken als de redenen hiervoor uitdrukkelijk worden vermeld.
Het toekennen van hulp aan natuurlijke dan wel privaat- of publiekrechtrechtelijke rechtspersonen mag slechts gebeuren in naleving van de bepalingen van het plan of van het ontwerpplan.
Het gemeentelijke ontwikkelingsplan houdt op te gelden zodra het nieuwe ontwerp van gemeentelijk ontwikkelingsplan aangenomen door de gemeenteraad, in werking is getreden, of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe gemeenteraad. "
Art. 18. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 46 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 46. Le projet de plan et le plan sont indicatifs dans toutes leurs dispositions.
Le plan particulier d'affectation du sol et le programme d'action prioritaire ne peuvent s'en écarter qu'à condition d'en indiquer expressément les motifs.
L'octroi d'aides à des personnes physiques ou morales, privées ou publiques ne peut s'effectuer que dans le respect des dispositions du plan ou du projet de plan.
Le plan communal de développement cesse de produire ses effets dès l'entrée en vigueur du nouveau projet de plan communal de développement adopté par le conseil communal, ou à défaut, au terme de l'année civile qui suit celle de l'installation du nouveau conseil communal. "
" Art. 46. Le projet de plan et le plan sont indicatifs dans toutes leurs dispositions.
Le plan particulier d'affectation du sol et le programme d'action prioritaire ne peuvent s'en écarter qu'à condition d'en indiquer expressément les motifs.
L'octroi d'aides à des personnes physiques ou morales, privées ou publiques ne peut s'effectuer que dans le respect des dispositions du plan ou du projet de plan.
Le plan communal de développement cesse de produire ses effets dès l'entrée en vigueur du nouveau projet de plan communal de développement adopté par le conseil communal, ou à défaut, au terme de l'année civile qui suit celle de l'installation du nouveau conseil communal. "
Art. 19. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 49 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° in het eerste lid de woorden " en het gemeentelijk ontwikkelingsplan " worden vervangen door de woorden " , gaat uit van de richtsnoeren van het gemeentelijk ontwikkelingsplan ";
2° een 6°, als volgt opgesteld, wordt ingelast :
" 6° de omstandigheden, de omvang en de aard van de door zijn realisatie noodzakelijke stedenbouwkundige lasten. "
1° in het eerste lid de woorden " en het gemeentelijk ontwikkelingsplan " worden vervangen door de woorden " , gaat uit van de richtsnoeren van het gemeentelijk ontwikkelingsplan ";
2° een 6°, als volgt opgesteld, wordt ingelast :
" 6° de omstandigheden, de omvang en de aard van de door zijn realisatie noodzakelijke stedenbouwkundige lasten. "
Art. 19. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 49 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° à l'alinéa premier les termes " et le plan communal de développement " sont remplacés par les termes " et s'inscrit dans les orientations du plan communal de développement ";
2° un 6°, libellé comme suit, est inséré :
" 6° les circonstances, l'importance et la nature des charges d'urbanisme nécessaires à sa réalisation. "
1° à l'alinéa premier les termes " et le plan communal de développement " sont remplacés par les termes " et s'inscrit dans les orientations du plan communal de développement ";
2° un 6°, libellé comme suit, est inséré :
" 6° les circonstances, l'importance et la nature des charges d'urbanisme nécessaires à sa réalisation. "
Art. 20. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 50 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° In het eerste lid, worden de woorden " en het gemeentelijke ontwikkelingsplan " opgeheven.
2° In het eerste lid, 1°, worden de woorden " en van het gemeentelijk ontwikkelingsplan " opgeheven, en de woorden " noch aan de krachtens de artikelen 17, eerste lid, 4°, 26, tweede lid, 6° en 36, eerste lid, 6°, vastgestelde bepalingen " worden vervangen door de woorden " noch aan de bepalingen van dit plan die de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen aanduiden. "
1° In het eerste lid, worden de woorden " en het gemeentelijke ontwikkelingsplan " opgeheven.
2° In het eerste lid, 1°, worden de woorden " en van het gemeentelijk ontwikkelingsplan " opgeheven, en de woorden " noch aan de krachtens de artikelen 17, eerste lid, 4°, 26, tweede lid, 6° en 36, eerste lid, 6°, vastgestelde bepalingen " worden vervangen door de woorden " noch aan de bepalingen van dit plan die de aan de bijzondere bestemmingsplannen aan te brengen wijzigingen aanduiden. "
Art. 20. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 50 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° A l'alinéa premier, les termes " et au plan communal de développement " sont abrogés.
2° A l'alinéa premier, 1°, les termes " et du plan communal de développement " sont abrogés et les termes " ni aux dispositions prises en application des articles 17, alinéa 1er, 4°, 26, deuxième alinéa, 6°, et 36, alinéa 1er, 6° " sont remplacés par les termes " ni aux dispositions de ce plan indiquant les modifications à apporter aux plans particuliers d'affectation du sol. "
1° A l'alinéa premier, les termes " et au plan communal de développement " sont abrogés.
2° A l'alinéa premier, 1°, les termes " et du plan communal de développement " sont abrogés et les termes " ni aux dispositions prises en application des articles 17, alinéa 1er, 4°, 26, deuxième alinéa, 6°, et 36, alinéa 1er, 6° " sont remplacés par les termes " ni aux dispositions de ce plan indiquant les modifications à apporter aux plans particuliers d'affectation du sol. "
Art. 21. (Zie NOTA'S onder opschrift) In de artikelen 52, eerste lid, 56, eerste lid, 58ter , § 3, eerste lid, 65ter , tweede lid, en 67sexies , tweede lid, van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " alsmede door een mededeling op radio en televisie " of de woorden " alsmede via een mededeling die via de radio en de televisie wordt uitgezonden " of de woorden " alsmede na een mededeling op radio en televisie " opgeheven.
Art. 21. (Voir NOTES sous l'intitulé) Aux articles 52, alinéa 1er, 56, alinéa 1er, 58ter , § 3, alinéa 1er, 65ter , alinéa 2, et 67sexies , alinéa 2, de la même ordonnance, les termes " ainsi que par un communiqué diffusé par voie radiophonique et télévisée " sont abrogés.
Art. 22. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 53 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° in het eerste lid, tweede zin, worden de woorden " waarvan zij de lijst vastlegt " vervangen door " waarvan de regering de lijst vastlegt ";
2° in het vijfde lid van dezelfde ordonnantie worden de woorden " de hogere plannen " vervangen door de woorden " het gewestelijk bestemmingsplan ".
1° in het eerste lid, tweede zin, worden de woorden " waarvan zij de lijst vastlegt " vervangen door " waarvan de regering de lijst vastlegt ";
2° in het vijfde lid van dezelfde ordonnantie worden de woorden " de hogere plannen " vervangen door de woorden " het gewestelijk bestemmingsplan ".
Art. 22. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 53 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° à l'alinéa 1er, deuxième phrase, les termes " dont elle arrête la liste " sont remplacés par " dont le Gouvernement arrête la liste ";
2° au cinquième alinéa, de la même ordonnance les termes " aux plans supérieurs " sont remplacés par " au plan régional d'affectation du sol ".
1° à l'alinéa 1er, deuxième phrase, les termes " dont elle arrête la liste " sont remplacés par " dont le Gouvernement arrête la liste ";
2° au cinquième alinéa, de la même ordonnance les termes " aux plans supérieurs " sont remplacés par " au plan régional d'affectation du sol ".
Art. 23. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 57, tweede lid, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " de hogere plannen " vervangen door de woorden " het gewestelijk bestemmingsplan ".
Art. 23. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 57, deuxième alinéa, de la même ordonnance les termes " aux plans supérieurs " sont remplacés par " au plan régional d'affectation du sol ".
Art. 24. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 59, derde lid, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " of het vigerende gemeentelijk ontwikkelingsplan " opgeheven.
Art. 24. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 59, alinéa 3, de la même ordonnance, les termes " ou au plan communal de développement " sont abrogés.
Art. 25. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 60, eerste lid, 3°, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " de hogere plannen " vervangen door de woorden " het gewestelijk bestemmingsplan ".
Art. 25. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 60, alinéa premier, 3° de la même ordonnance, les termes " des plans supérieurs " sont remplacés par " du plan régional d'affectation du sol ".
Art. 26. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 61 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° het 1° wordt vervangen door :
" 1° het plan stemt niet meer overeen met het gewestelijk bestemmingsplan ";
2° het 4° wordt vervangen door :
" 4° ter verduidelijking van de bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan ";
3° een 5°, als volgt verwoord, wordt ingelast :
" 5° de wijziging van het plan werd gepland door het gewestelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan ".
1° het 1° wordt vervangen door :
" 1° het plan stemt niet meer overeen met het gewestelijk bestemmingsplan ";
2° het 4° wordt vervangen door :
" 4° ter verduidelijking van de bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan ";
3° een 5°, als volgt verwoord, wordt ingelast :
" 5° de wijziging van het plan werd gepland door het gewestelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan ".
Art. 26. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 61 de la même ordonnance est modifié comme suit
1° le l° est remplacé par :
" 1° le plan n'est plus conforme au plan régional d'affectation du sol ";
2° le 4° est remplacé par :
" 4° en vue de préciser des dispositions du plan régional d'affectation du sol ";
3° un 5°, libellé comme suit, est inséré :
" 5° la modification du plan a été planifiée par le plan régional ou communal de développement. "
1° le l° est remplacé par :
" 1° le plan n'est plus conforme au plan régional d'affectation du sol ";
2° le 4° est remplacé par :
" 4° en vue de préciser des dispositions du plan régional d'affectation du sol ";
3° un 5°, libellé comme suit, est inséré :
" 5° la modification du plan a été planifiée par le plan régional ou communal de développement. "
Art. 27. (Zie NOTA'S onder opschrift) In het eerste lid van artikel 67bis van dezelfde ordonnantie worden de woorden " de hogere plannen " vervangen door de woorden " het gewestelijk bestemmingsplan ".
Art. 27. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'alinéa 1 de l'article 67bis de la même ordonnance, les termes " les plans supérieurs " sont remplacés par les termes " le plan régional d'affectation du sol ".
Art. 28. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 72 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan " opgeheven.
Art. 28. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 72 de la même ordonnance, les termes " ou d'un plan communal de développement " sont abrogés.
Art. 29. (Zie NOTA'S onder opschrift) Een artikel 74bis , als volgt opgesteld, wordt in dezelfde ordonnantie ingelast :
" Art. 74bis . De in dit hoofdstuk bedoelde onteigeningen zullen worden gevorderd met toepassing van de rechtspleging, ingesteld bij de wet van 17 april 1835 inzake de onteigening ten algemenen nutte, gewijzigd door de wetten van 27 mei 1870 en van 9 september 1907, of door de wet van 10 mei 1926 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte.
Wanneer het echter volstrekt noodzakelijk is onmiddellijk bezit te nemen van een onroerend goed of van een groep onroerende goederen, stelt de Regering dit vast in het besluit dat aan het onteigeningsplan bindende kracht verleent, of in een afzonderlijk besluit. In dat geval wordt de rechtspleging toegepast, ingesteld bij de wet van 29 maart 1962 inzake de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte. "
" Art. 74bis . De in dit hoofdstuk bedoelde onteigeningen zullen worden gevorderd met toepassing van de rechtspleging, ingesteld bij de wet van 17 april 1835 inzake de onteigening ten algemenen nutte, gewijzigd door de wetten van 27 mei 1870 en van 9 september 1907, of door de wet van 10 mei 1926 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte.
Wanneer het echter volstrekt noodzakelijk is onmiddellijk bezit te nemen van een onroerend goed of van een groep onroerende goederen, stelt de Regering dit vast in het besluit dat aan het onteigeningsplan bindende kracht verleent, of in een afzonderlijk besluit. In dat geval wordt de rechtspleging toegepast, ingesteld bij de wet van 29 maart 1962 inzake de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte. "
Art. 29. (Voir NOTES sous l'intitulé) Un article 74bis , rédigé comme suit est inséré dans la même ordonnance :
" Art. 74bis . Les expropriations dont il est question au présent chapitre sont poursuivies en appliquant la procédure judiciaire instaurée par la loi du 17 avril 1835 sur l'expropriation pour cause d'utilité publique, modifiée par les lois du 27 mai 1870 et du 9 septembre 1907, ou par la loi du 10 mai 1926 instituant une procédure d'urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique.
Cependant, quand il est indispensable de prendre immédiatement possession d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles, le Gouvernement le constate dans l'arrêté donnant force obligatoire au plan d'expropriation, ou dans un arrêté séparé. Il est fait alors application de la procédure instaurée par la loi du 29 mars 1962 relative à la procédure d'extrême urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique. "
" Art. 74bis . Les expropriations dont il est question au présent chapitre sont poursuivies en appliquant la procédure judiciaire instaurée par la loi du 17 avril 1835 sur l'expropriation pour cause d'utilité publique, modifiée par les lois du 27 mai 1870 et du 9 septembre 1907, ou par la loi du 10 mai 1926 instituant une procédure d'urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique.
Cependant, quand il est indispensable de prendre immédiatement possession d'un immeuble ou d'un groupe d'immeubles, le Gouvernement le constate dans l'arrêté donnant force obligatoire au plan d'expropriation, ou dans un arrêté séparé. Il est fait alors application de la procédure instaurée par la loi du 29 mars 1962 relative à la procédure d'extrême urgence en matière d'expropriation pour cause d'utilité publique. "
Art. 30. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 75, eerste lid, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " één van de in artikel 2 bedoelde plannen " vervangen door " een bestemmingsplan ".
Art. 30. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 75 alinéa 1er, les termes " de l'un des plans visés à l'article 2 " sont remplacés par " d'un plan d'affectation du soi ".
Art. 31. (Zie NOTA'S onder opschrift) 1° Het eerste lid van § 1 van artikel 79 wordt vervangen als volgt :
" Schadevergoeding is al naar het geval verschuldigd door het Gewest of de gemeente, wanneer het verbod om te bouwen of te verkavelen voortvloeiend uit een bestemmingsplan met bindende kracht een einde maakt aan het gebruik waarvoor een goed normaal bestemd is op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan in zoverre de bepalingen ervan verordenende waarde en bindende kracht hebben. "
2° Het laatste lid van § 1 van artikel 79 wordt vervangen als volgt :
" Aan de verplichting tot schadevergoeding kan worden voldaan dooreen met redenen omkleed besluit van de Regering waarin de wijziging of de gedeeltelijke of volledige opheffing van bedoeld plan beslist of toegestaan wordt, met als gevolg dat er een einde wordt gemaakt aan het verbod om te bouwen, te herbouwen of te verkavelen.
De gemeente kan niet overgaan tot een dergelijke gedeeltelijke of volledige opheffing als dat verbod eveneens ingesteld is door een hoger plan. "
" Schadevergoeding is al naar het geval verschuldigd door het Gewest of de gemeente, wanneer het verbod om te bouwen of te verkavelen voortvloeiend uit een bestemmingsplan met bindende kracht een einde maakt aan het gebruik waarvoor een goed normaal bestemd is op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan in zoverre de bepalingen ervan verordenende waarde en bindende kracht hebben. "
2° Het laatste lid van § 1 van artikel 79 wordt vervangen als volgt :
" Aan de verplichting tot schadevergoeding kan worden voldaan dooreen met redenen omkleed besluit van de Regering waarin de wijziging of de gedeeltelijke of volledige opheffing van bedoeld plan beslist of toegestaan wordt, met als gevolg dat er een einde wordt gemaakt aan het verbod om te bouwen, te herbouwen of te verkavelen.
De gemeente kan niet overgaan tot een dergelijke gedeeltelijke of volledige opheffing als dat verbod eveneens ingesteld is door een hoger plan. "
Art. 31. (Voir NOTES sous l'intitulé) 1° Le premier alinéa du § 1er de l'article 79 est remplacé par :
" Il y a lieu à indemnité à charge, suivant le cas de la Région ou de la commune, lorsque l'interdiction de bâtir ou de lotir résultant d'un plan revêtu de la force obligatoire met fin à l'usage auquel un bien est normalement destiné au jour précédent l'entrée en vigueur dudit plan dans la mesure où ses dispositions ont valeur réglementaire et force obligatoire. "
2° Le dernier alinéa du § 1er de l'article 79 est remplacé par :
" Il peut être satisfait à l'obligation d'indemnisation par un arrêté motivé du Gouvernement qui décide ou autorise la modification ou l'abrogation partielle ou totale dudit plan qui a pour effet de mettre un terme à l'interdiction de construire, de reconstruire ou de lotir.
La commune ne pourra pas procéder à une telle abrogation partielle ou totale si cette interdiction est également prévue par un plan supérieur. "
" Il y a lieu à indemnité à charge, suivant le cas de la Région ou de la commune, lorsque l'interdiction de bâtir ou de lotir résultant d'un plan revêtu de la force obligatoire met fin à l'usage auquel un bien est normalement destiné au jour précédent l'entrée en vigueur dudit plan dans la mesure où ses dispositions ont valeur réglementaire et force obligatoire. "
2° Le dernier alinéa du § 1er de l'article 79 est remplacé par :
" Il peut être satisfait à l'obligation d'indemnisation par un arrêté motivé du Gouvernement qui décide ou autorise la modification ou l'abrogation partielle ou totale dudit plan qui a pour effet de mettre un terme à l'interdiction de construire, de reconstruire ou de lotir.
La commune ne pourra pas procéder à une telle abrogation partielle ou totale si cette interdiction est également prévue par un plan supérieur. "
Art. 32. (Zie NOTA'S onder opschrift) Een als volgt opgesteld artikel 79bis wordt in dezelfde ordonnantie ingelast :
" Art. 79bis . De verordeningen tot betaling van vergoedingen, ongeacht het bedrag ervan, behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg. Alle op dat stuk gewezen vonnissen, behalve de voorbereidende, zijn vatbaar voor hoger beroep.
De verordeningen vervallen één jaar na de dag waarop het recht op schadevergoeding ontstaat overeenkomstig artikel 79, § 1, derde lid. Indien geen vergunning wordt aangevraagd is de termijn tien jaar te rekenen van de datum van inwerkingtreding van het plan. Deze termijn wordt op vijftien jaar gesteld voor de vordering tot vergoeding als bedoeld in artikel 77. "
" Art. 79bis . De verordeningen tot betaling van vergoedingen, ongeacht het bedrag ervan, behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg. Alle op dat stuk gewezen vonnissen, behalve de voorbereidende, zijn vatbaar voor hoger beroep.
De verordeningen vervallen één jaar na de dag waarop het recht op schadevergoeding ontstaat overeenkomstig artikel 79, § 1, derde lid. Indien geen vergunning wordt aangevraagd is de termijn tien jaar te rekenen van de datum van inwerkingtreding van het plan. Deze termijn wordt op vijftien jaar gesteld voor de vordering tot vergoeding als bedoeld in artikel 77. "
Art. 32. (Voir NOTES sous l'intitulé) Un article 79bis , rédigé comme suit est inséré dans la même ordonnance :
" Art. 79bis . Les demandes d'indemnité sont, quel qu'en soit le montant, de la compétence des tribunaux de première instance. Tous les jugements, autres que préparatoires, rendus à ce sujet sont susceptibles d'appel.
Les actions sont prescrites un an après le jour où le droit à indemnisation naît conformément à l'article 79, § 1er, alinéa 3. Si aucun permis n'est sollicité, le délai est de dix ans à compter de la date d'entrée en vigueur du plan. Ce délai est porté à quinze ans pour l'action en indemnité prévue à l'article 77. "
" Art. 79bis . Les demandes d'indemnité sont, quel qu'en soit le montant, de la compétence des tribunaux de première instance. Tous les jugements, autres que préparatoires, rendus à ce sujet sont susceptibles d'appel.
Les actions sont prescrites un an après le jour où le droit à indemnisation naît conformément à l'article 79, § 1er, alinéa 3. Si aucun permis n'est sollicité, le délai est de dix ans à compter de la date d'entrée en vigueur du plan. Ce délai est porté à quinze ans pour l'action en indemnité prévue à l'article 77. "
Art. 33. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 84 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 5° de bestemming van een goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, zelfs als deze wijziging geen werken vereist;
- het gebruik van een goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, zelfs als die wijziging geen werken vereist, maar voor zover die wijziging is opgenomen in een door de regering vastgestelde lijst.
Men bedoelt met :
a) " gebruik ", het feitelijk gebruik van een onbebouwd goed of van één of meer vertrekken van een bebouwd goed;
b) " bestemming ", de bestemming van een onbebouwd goed of van één of meer vertrekken van een bebouwd goed, zoals aangegeven in de bouw- of stedenbouwkundige vergunning of, bij gebrek aan dergelijke vergunning of aanduiding in deze vergunning, de bestemming aangegeven in de bestemmingsplannen en de prioritaire actieprogramma's. ";
2° § 1, eerste lid, wordt aangevuld met een punt 11°, opgesteld als volgt :
" 11° handelingen en werken ondernemen of laten ondernemen voor de restauratie, de uitvoering van opgravingen of wijziging van het uitzicht van delen of van het geheel van een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst, of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is of over te gaan tot het verplaatsen van een dergelijk goed. ";
3° § 2 wordt aangevuld met de volgende woorden :
" De lijst is evenwel niet van toepassing op de handelingen en werken aan een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is. "
1° § 1, eerste lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 5° de bestemming van een goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, zelfs als deze wijziging geen werken vereist;
- het gebruik van een goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, zelfs als die wijziging geen werken vereist, maar voor zover die wijziging is opgenomen in een door de regering vastgestelde lijst.
Men bedoelt met :
a) " gebruik ", het feitelijk gebruik van een onbebouwd goed of van één of meer vertrekken van een bebouwd goed;
b) " bestemming ", de bestemming van een onbebouwd goed of van één of meer vertrekken van een bebouwd goed, zoals aangegeven in de bouw- of stedenbouwkundige vergunning of, bij gebrek aan dergelijke vergunning of aanduiding in deze vergunning, de bestemming aangegeven in de bestemmingsplannen en de prioritaire actieprogramma's. ";
2° § 1, eerste lid, wordt aangevuld met een punt 11°, opgesteld als volgt :
" 11° handelingen en werken ondernemen of laten ondernemen voor de restauratie, de uitvoering van opgravingen of wijziging van het uitzicht van delen of van het geheel van een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst, of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is of over te gaan tot het verplaatsen van een dergelijk goed. ";
3° § 2 wordt aangevuld met de volgende woorden :
" De lijst is evenwel niet van toepassing op de handelingen en werken aan een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is. "
Art. 33. (Voir NOTES sous l'intitulé) Les modifications suivantes sont apportées à l'article 84 de la même ordonnance :
1° le § 1er, premier alinéa, 5°, est remplacé par ce qui suit :
" 5° modifier la destination de tout ou de partie d'un bien même si cette modification ne nécessite pas de travaux;
- modifier l'utilisation de tout ou partie d'un bien même si cette modification ne nécessite pas de travaux mais pour autant que cette modification figure sur une liste arrêtée par le Gouvernement.
On entend par :
a) " utilisation ", l'utilisation existante de fait d'un bien non bâti ou d'un ou de plusieurs locaux d'un bien bâti;
b) " destination ", la destination d'un bien non bâti ou d'un ou de plusieurs locaux d'un bien bâti, indiquée dans le permis de bâtir ou d'urbanisme, ou à défaut d'un tel permis ou de précision dans ce permis, l'affectation indiquée dans les plans d'affectation du sol et les programmes d'action prioritaire. ";
2° le § 1er, alinéa 1er, est complété par un 11° rédigé comme suit :
" 11° entreprendre ou laisser entreprendre des actes et travaux ayant pour objet la restauration, la réalisation de fouilles ou la modification de l'aspect de tout ou partie d'un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement ou de procéder au déplacement d'un tel bien. ";
3° le § 2 est complété par les ternes suivants :
" Cette liste n'est pas applicable aux actes et travaux qui portent sur un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement. "
1° le § 1er, premier alinéa, 5°, est remplacé par ce qui suit :
" 5° modifier la destination de tout ou de partie d'un bien même si cette modification ne nécessite pas de travaux;
- modifier l'utilisation de tout ou partie d'un bien même si cette modification ne nécessite pas de travaux mais pour autant que cette modification figure sur une liste arrêtée par le Gouvernement.
On entend par :
a) " utilisation ", l'utilisation existante de fait d'un bien non bâti ou d'un ou de plusieurs locaux d'un bien bâti;
b) " destination ", la destination d'un bien non bâti ou d'un ou de plusieurs locaux d'un bien bâti, indiquée dans le permis de bâtir ou d'urbanisme, ou à défaut d'un tel permis ou de précision dans ce permis, l'affectation indiquée dans les plans d'affectation du sol et les programmes d'action prioritaire. ";
2° le § 1er, alinéa 1er, est complété par un 11° rédigé comme suit :
" 11° entreprendre ou laisser entreprendre des actes et travaux ayant pour objet la restauration, la réalisation de fouilles ou la modification de l'aspect de tout ou partie d'un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement ou de procéder au déplacement d'un tel bien. ";
3° le § 2 est complété par les ternes suivants :
" Cette liste n'est pas applicable aux actes et travaux qui portent sur un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement. "
Art. 34. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 86 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 86. § 1. Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundig College en de regering kunnen in naleving van het evenredigheidsbeginsel aan de afgifte van de vergunningen lasten verbinden die zij aan de aanvrager menen te moeten opleggen. Deze lasten bevatten onder meer, buiten de nodige financiële waarborgen voor de uitvoering ervan, de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen en van woongebouwen en, in voorkomend geval, met inachtneming van de voorschriften van de van kracht zijnde bijzondere bestemmingsplannen.
Zij kunnen bovendien de afgifte van de vergunning doen afhangen van een verklaring, waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt, wanneer de werken zijn begonnen, aan de gemeente kosteloos, vrij en onbelast en zonder kosten voor haar. de eigendom over te dragen van de in de aanvraag vennelde openbare wegen, openbare groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen, woongebouwen, en de gronden waarop deze worden of zullen worden aangelegd.
Zij kunnen, in de plaats van of als aanvulling op de uitvoering van de hoger vermelde lasten en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk maken van de storting van een geldsom tot financiering van handelingen en werken die zij bepalen en die de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen tot doel heeft.
§ 2. De regering bepaalt de omstandigheden waarin de heffing van stedenbouwkundige lasten verplicht is.
§ 3. De regering kan de criteria vastleggen welke de overheid die de vergunning afgeeft, moeten toelaten de omvang en de aard van de stedenbouwkundige lasten te bepalen, en het bedrag van de financiële waarborgen die kunnen worden geëist, alsmede de termijnen waarin de lasten moeten worden uitgevoerd. "
" Art. 86. § 1. Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundig College en de regering kunnen in naleving van het evenredigheidsbeginsel aan de afgifte van de vergunningen lasten verbinden die zij aan de aanvrager menen te moeten opleggen. Deze lasten bevatten onder meer, buiten de nodige financiële waarborgen voor de uitvoering ervan, de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen en van woongebouwen en, in voorkomend geval, met inachtneming van de voorschriften van de van kracht zijnde bijzondere bestemmingsplannen.
Zij kunnen bovendien de afgifte van de vergunning doen afhangen van een verklaring, waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt, wanneer de werken zijn begonnen, aan de gemeente kosteloos, vrij en onbelast en zonder kosten voor haar. de eigendom over te dragen van de in de aanvraag vennelde openbare wegen, openbare groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen, woongebouwen, en de gronden waarop deze worden of zullen worden aangelegd.
Zij kunnen, in de plaats van of als aanvulling op de uitvoering van de hoger vermelde lasten en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk maken van de storting van een geldsom tot financiering van handelingen en werken die zij bepalen en die de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen tot doel heeft.
§ 2. De regering bepaalt de omstandigheden waarin de heffing van stedenbouwkundige lasten verplicht is.
§ 3. De regering kan de criteria vastleggen welke de overheid die de vergunning afgeeft, moeten toelaten de omvang en de aard van de stedenbouwkundige lasten te bepalen, en het bedrag van de financiële waarborgen die kunnen worden geëist, alsmede de termijnen waarin de lasten moeten worden uitgevoerd. "
Art. 34. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 86 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 86. § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins, le fonctionnaire délégué, le Collège d'urbanisme et le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance du permis aux charges qu'ils jugent utile d'imposer au demandeur dans le respect du principe de proportionnalité, charges comprenant notamment outre la fourniture des garanties financières nécessaires à leur exécution, la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics et d'immeubles de logements et ce, le cas échéant, dans le respect des prescriptions des plans particuliers d'affectation du sol en vigueur.
En outre, ils peuvent subordonner la délivrance du permis à une déclaration par laquelle le demandeur s'engage, au moment où les travaux sont entamés, à céder à la commune à titre gratuit, quitte et libre de toute charge et sans frais pour elle, la propriété de voiries publiques, d'espaces verts publics, de bâtiments publics, et d'équipements publics, d'immeubles de logement mentionnés dans la demande ainsi que les terrains sur lesquels ils sont ou seront aménagés.
Ils peuvent, en lieu et place ou complémentairement à la réalisation des charges susmentionnées et dans le respect du principe de proportionnalité, subordonner la délivrance du permis au versement d'une somme d'argent destinée à contribuer au financement d'actes et travaux qu'ils déterminent et qui ont pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements.
§ 2. Le Gouvernement détermine les circonstances dans lesquelles l'imposition de charges d'urbanisme est obligatoire.
§ 3. Le Gouvernement peut fixer des critères permettant à l'autorité qui délivre le permis de déterminer l'importance et la nature des charges d'urbanisme et le montant des garanties financières qui peuvent être exigées ainsi que les délais dans lesquels les charges doivent être réalisées. "
" Art. 86. § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins, le fonctionnaire délégué, le Collège d'urbanisme et le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance du permis aux charges qu'ils jugent utile d'imposer au demandeur dans le respect du principe de proportionnalité, charges comprenant notamment outre la fourniture des garanties financières nécessaires à leur exécution, la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics et d'immeubles de logements et ce, le cas échéant, dans le respect des prescriptions des plans particuliers d'affectation du sol en vigueur.
En outre, ils peuvent subordonner la délivrance du permis à une déclaration par laquelle le demandeur s'engage, au moment où les travaux sont entamés, à céder à la commune à titre gratuit, quitte et libre de toute charge et sans frais pour elle, la propriété de voiries publiques, d'espaces verts publics, de bâtiments publics, et d'équipements publics, d'immeubles de logement mentionnés dans la demande ainsi que les terrains sur lesquels ils sont ou seront aménagés.
Ils peuvent, en lieu et place ou complémentairement à la réalisation des charges susmentionnées et dans le respect du principe de proportionnalité, subordonner la délivrance du permis au versement d'une somme d'argent destinée à contribuer au financement d'actes et travaux qu'ils déterminent et qui ont pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements.
§ 2. Le Gouvernement détermine les circonstances dans lesquelles l'imposition de charges d'urbanisme est obligatoire.
§ 3. Le Gouvernement peut fixer des critères permettant à l'autorité qui délivre le permis de déterminer l'importance et la nature des charges d'urbanisme et le montant des garanties financières qui peuvent être exigées ainsi que les délais dans lesquels les charges doivent être réalisées. "
Art. 35. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 88, eerste lid, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door het volgende lid :
" De geldigheidsduur van de vergunning is beperkt voor de handelingen en werken waarvan de aard en het voorwerp zulks vereisen. De regering stelt de lijst vast van de handelingen en werken waarvoor de geldigheidsduur van de vergunning beperkt is. "
" De geldigheidsduur van de vergunning is beperkt voor de handelingen en werken waarvan de aard en het voorwerp zulks vereisen. De regering stelt de lijst vast van de handelingen en werken waarvoor de geldigheidsduur van de vergunning beperkt is. "
Art. 35. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 88, alinéa 1 de la même ordonnance est remplacé par l'alinéa suivant :
" La durée du permis est limitée pour ceux des actes et travaux qui en raison de leur nature ou de leur objet le nécessitent. Le Gouvernement arrête la liste des actes et travaux pour lesquels la durée du permis est limitée. "
" La durée du permis est limitée pour ceux des actes et travaux qui en raison de leur nature ou de leur objet le nécessitent. Le Gouvernement arrête la liste des actes et travaux pour lesquels la durée du permis est limitée. "
Art. 36. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 97 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 97. § 1. Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundig College en de regering kunnen in naleving van het evenredigheidsbeginsel aan de afgifte van de vergunningen lasten verbinden die zij aan de aanvrager menen te moeten opleggen. Deze lasten bevatten onder sneer, buiten de nodige financiële waarborgen voor de uitvoering ervan, de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, woongebouwen, nutsvoorzieningen en van woningen en, in voorkomend geval, met inachtneming van de voorschriften van de van kracht zijnde bijzondere bestemmingsplannen.
Zij kunnen bovendien de afgifte van de vergunningen doen afhangen van een verklaring, waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt, wanneer de werken zijn begonnen aan de gemeente kosteloos, vrij en onbelast en zonder kosten voor haar, de eigendom over te dragen van de in de aanvraag vermelde openbare wegen, openbare groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen, woongebouwen en de gronden waarop deze worden of zullen worden aangelegd.
Zij kunnen, in de plaats van of als aanvulling op de uitvoering van de hoger vermelde lasten en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk maken van de storting van een geldsom tot financiering van handelingen en werken die zij bepalen en die de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen tot doel heeft.
§ 2. De regering bepaalt de omstandigheden waarin de heffing van stedenbouwkundige lasten verplicht is.
§ 3. De regering kan de criteria vastleggen welke de overheid die de vergunning afgeeft, moeten toelaten de omvang en de aard van de stedenbouwkundige lasten te bepalen, en het bedrag van de financiële waarborgen die kunnen worden geëist, alsmede de termijnen waarin de lasten moeten worden uitgevoerd. "
" Art. 97. § 1. Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundig College en de regering kunnen in naleving van het evenredigheidsbeginsel aan de afgifte van de vergunningen lasten verbinden die zij aan de aanvrager menen te moeten opleggen. Deze lasten bevatten onder sneer, buiten de nodige financiële waarborgen voor de uitvoering ervan, de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, woongebouwen, nutsvoorzieningen en van woningen en, in voorkomend geval, met inachtneming van de voorschriften van de van kracht zijnde bijzondere bestemmingsplannen.
Zij kunnen bovendien de afgifte van de vergunningen doen afhangen van een verklaring, waarbij de aanvrager zich ertoe verbindt, wanneer de werken zijn begonnen aan de gemeente kosteloos, vrij en onbelast en zonder kosten voor haar, de eigendom over te dragen van de in de aanvraag vermelde openbare wegen, openbare groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen, woongebouwen en de gronden waarop deze worden of zullen worden aangelegd.
Zij kunnen, in de plaats van of als aanvulling op de uitvoering van de hoger vermelde lasten en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk maken van de storting van een geldsom tot financiering van handelingen en werken die zij bepalen en die de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen tot doel heeft.
§ 2. De regering bepaalt de omstandigheden waarin de heffing van stedenbouwkundige lasten verplicht is.
§ 3. De regering kan de criteria vastleggen welke de overheid die de vergunning afgeeft, moeten toelaten de omvang en de aard van de stedenbouwkundige lasten te bepalen, en het bedrag van de financiële waarborgen die kunnen worden geëist, alsmede de termijnen waarin de lasten moeten worden uitgevoerd. "
Art. 36. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 97 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 97. § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins, le fonctionnaire délégué, le Collège d'urbanisme et le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance du permis aux charges qui ils jugent utile d'imposer au demandeur dans le respect du principe de proportionnalité, charges comprenant notamment outre la fourniture des garanties financières nécessaires à leur exécution, la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'immeubles de logements d'équipements publics et d'immeubles de logements et ce, le cas échéant, dans le respect des prescriptions des plans particuliers d'affectation du sol en vigueur.
En outre, ils peuvent subordonner la délivrance du permis à une déclaration par laquelle le demandeur s'engage, au moment où les travaux sont entamés, à céder à la commune à titre gratuit, quitte et libre de toute charge et sans frais pour elle, la propriété de voiries publiques, d'espaces verts publics, de bâtiments publics et d'équipements publics, d'immeubles de logement mentionnés dans la demande ainsi que les terrains sur lesquels ils sont ou seront aménagés.
Ils peuvent, en lieu et place ou complémentairement à la réalisation des charges susmentionnées et dans le respect du principe de proportionnalité, subordonner la délivrance du permis au versement d'une somme d'argent destinée à contribuer au financement d'actes et travaux qu'ils déterminent et qui ont pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements.
§ 2. Le Gouvernement détermine les circonstances dans lesquelles l'imposition de charges d'urbanisme est obligatoire.
§ 3. Le Gouvernement peut fixer des critères permettant à l'autorité qui délivre le permis de déterminer l'importance et la nature des charges d'urbanisme et le montant des garanties financières qui peuvent être exigées ainsi que les délais dans lesquels les charges doivent être réalisées. "
" Art. 97. § 1er. Le collège des bourgmestre et échevins, le fonctionnaire délégué, le Collège d'urbanisme et le Gouvernement peuvent subordonner la délivrance du permis aux charges qui ils jugent utile d'imposer au demandeur dans le respect du principe de proportionnalité, charges comprenant notamment outre la fourniture des garanties financières nécessaires à leur exécution, la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'immeubles de logements d'équipements publics et d'immeubles de logements et ce, le cas échéant, dans le respect des prescriptions des plans particuliers d'affectation du sol en vigueur.
En outre, ils peuvent subordonner la délivrance du permis à une déclaration par laquelle le demandeur s'engage, au moment où les travaux sont entamés, à céder à la commune à titre gratuit, quitte et libre de toute charge et sans frais pour elle, la propriété de voiries publiques, d'espaces verts publics, de bâtiments publics et d'équipements publics, d'immeubles de logement mentionnés dans la demande ainsi que les terrains sur lesquels ils sont ou seront aménagés.
Ils peuvent, en lieu et place ou complémentairement à la réalisation des charges susmentionnées et dans le respect du principe de proportionnalité, subordonner la délivrance du permis au versement d'une somme d'argent destinée à contribuer au financement d'actes et travaux qu'ils déterminent et qui ont pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements.
§ 2. Le Gouvernement détermine les circonstances dans lesquelles l'imposition de charges d'urbanisme est obligatoire.
§ 3. Le Gouvernement peut fixer des critères permettant à l'autorité qui délivre le permis de déterminer l'importance et la nature des charges d'urbanisme et le montant des garanties financières qui peuvent être exigées ainsi que les délais dans lesquels les charges doivent être réalisées. "
Art. 37. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 109 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid wordt het woord " tien " in de eerste en de laatste zin vervangen door het woord " twintig ";
2° in het vijfde lid wordt het woord " elfde " vervangen door het woord " eenentwintigste ".
Dit artikel is enkel van toepassing op aanvragen die worden ingediend na de inwerkingtreding ervan.
1° in het derde lid wordt het woord " tien " in de eerste en de laatste zin vervangen door het woord " twintig ";
2° in het vijfde lid wordt het woord " elfde " vervangen door het woord " eenentwintigste ".
Dit artikel is enkel van toepassing op aanvragen die worden ingediend na de inwerkingtreding ervan.
Art. 37. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 109 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
1° au troisième alinéa, le terme " dix " utilisé dans la première et dernière phrase est remplacé par le terme " vingt ";
2° au cinquième alinéa, le terme " onzième " est remplacé par le terme " vingt et unième ".
Le présent article ne s'applique qu'aux demandes introduites après son entrée en vigueur.
1° au troisième alinéa, le terme " dix " utilisé dans la première et dernière phrase est remplacé par le terme " vingt ";
2° au cinquième alinéa, le terme " onzième " est remplacé par le terme " vingt et unième ".
Le présent article ne s'applique qu'aux demandes introduites après son entrée en vigueur.
Art. 38. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 112 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " een gemeentelijke ontwikkelingsplan, " opgeheven.
Art. 38. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 112 de la même ordonnance, les termes " un plan communal de développement, " sont abrogés.
Art. 39. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 116 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2, derde lid, wordt opgeheven;
2° § 4, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Hij kan tevens een met redenen omkleed ongunstig advies uitbrengen wanneer de regering besloten heeft het gewestelijk bestemmingsplan te wijzigen, zo nodig in afwijking van de bepalingen waarvan tot wijziging is besloten. "
1° § 2, derde lid, wordt opgeheven;
2° § 4, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Hij kan tevens een met redenen omkleed ongunstig advies uitbrengen wanneer de regering besloten heeft het gewestelijk bestemmingsplan te wijzigen, zo nodig in afwijking van de bepalingen waarvan tot wijziging is besloten. "
Art. 39. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 116 de la même ordonnance les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 2, alinéa 3, est abrogé;
2° le § 4, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Il peut également émettre un avis défavorable motivé, lorsque le Gouvernement a décidé la modification du plan régional d'affectation du sol en s'écartant, au besoin, des dispositions dont la modification a été décidée. "
1° le § 2, alinéa 3, est abrogé;
2° le § 4, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
" Il peut également émettre un avis défavorable motivé, lorsque le Gouvernement a décidé la modification du plan régional d'affectation du sol en s'écartant, au besoin, des dispositions dont la modification a été décidée. "
Art. 40. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 128 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vijfde lid wordt het woord " beslist " vervangen door " betekent gelijktijdig aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing ";
2° in het 7e lid van dezelfde ordonnantie worden de woorden " en kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 118, § 2 " vervangen door de woorden " Hij kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hem een voorstel in die zin moet hebben gedaan. "
1° in het vijfde lid wordt het woord " beslist " vervangen door " betekent gelijktijdig aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing ";
2° in het 7e lid van dezelfde ordonnantie worden de woorden " en kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 118, § 2 " vervangen door de woorden " Hij kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hem een voorstel in die zin moet hebben gedaan. "
Art. 40. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 128 de la même ordonnance les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 5, les termes " simultanément au demandeur et au collège des bourgmestre et échevins " sont insérés entre les termes " notifie " et " sa décision ";
2° à l'alinéa 7, les termes " Il peut également consentir des dérogations conformément aux dispositions de l'article 118, § 2 " sont remplacés par les termes " Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
1° à l'alinéa 5, les termes " simultanément au demandeur et au collège des bourgmestre et échevins " sont insérés entre les termes " notifie " et " sa décision ";
2° à l'alinéa 7, les termes " Il peut également consentir des dérogations conformément aux dispositions de l'article 118, § 2 " sont remplacés par les termes " Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
Art. 41. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 129 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het huidig artikel 129 wordt § 1 van artikel 129;
2° in het eerste lid van § 1 wordt het woord " weigeringsbeslissing " vervangen door het woord " beslissing ";
3° een als volgt opgestelde § 2 wordt na § 1 toegevoegd :
" § 2. Het college van burgemeester en schepenen kan, binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar tot verlening van een vergunning bedoeld in artikel 128, in beroep gaan bij het Stedenbouwkundig College tegen die beslissing indien een afwijking bedoeld onder artikel 118, § 2, eerste lid, werd toegestaan bij ontstentenis van een met redenen omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep schorst de vergunning. Het wordt tezelfdertijd bij een ter post aangetekende brief naar de aanvrager gestuurd. "
1° het huidig artikel 129 wordt § 1 van artikel 129;
2° in het eerste lid van § 1 wordt het woord " weigeringsbeslissing " vervangen door het woord " beslissing ";
3° een als volgt opgestelde § 2 wordt na § 1 toegevoegd :
" § 2. Het college van burgemeester en schepenen kan, binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar tot verlening van een vergunning bedoeld in artikel 128, in beroep gaan bij het Stedenbouwkundig College tegen die beslissing indien een afwijking bedoeld onder artikel 118, § 2, eerste lid, werd toegestaan bij ontstentenis van een met redenen omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep schorst de vergunning. Het wordt tezelfdertijd bij een ter post aangetekende brief naar de aanvrager gestuurd. "
Art. 41. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 129 de la même ordonnance les modifications suivantes sont apportées :
1° l'actuel article 129 devient le § 1er de l'article 129;
2° à l'alinéa 1 du § 1er, les termes " de refus " sont abrogés;
3° un § 2 libellé comme suit est inséré à la suite du § 1er :
" § 2. Le collège des bourgmestre et échevins peut, dans les trente jours de la notification de la décision d'octroi de permis du fonctionnaire délégué visée à l'article 128, introduire un recours auprès du Collège d'urbanisme à l'encontre de cette décision lorsque une dérogation visée à l'article 118, § 2, alinéa 1er, a été consentie en l'absence de proposition motivée du collège des bourgmestre et échevins.
Ce recours, de même que le délai pour former recours, est suspensif. Il est adressé en même temps par envoi recommandé à la poste au demandeur. "
1° l'actuel article 129 devient le § 1er de l'article 129;
2° à l'alinéa 1 du § 1er, les termes " de refus " sont abrogés;
3° un § 2 libellé comme suit est inséré à la suite du § 1er :
" § 2. Le collège des bourgmestre et échevins peut, dans les trente jours de la notification de la décision d'octroi de permis du fonctionnaire délégué visée à l'article 128, introduire un recours auprès du Collège d'urbanisme à l'encontre de cette décision lorsque une dérogation visée à l'article 118, § 2, alinéa 1er, a été consentie en l'absence de proposition motivée du collège des bourgmestre et échevins.
Ce recours, de même que le délai pour former recours, est suspensif. Il est adressé en même temps par envoi recommandé à la poste au demandeur. "
Art. 42. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 132, tweede lid, wordt vervangen door het volgende lid :
" Het stedenbouwkundig college kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen dat college een voorstel in die zin moet hebben gedaan. In dat laatste geval kan de afwijking echter pas worden toegestaan door het stedenbouwkundig college als bij dat college een beroep wordt ingesteld tegen een vroegere beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot weigering van de afwijking. "
" Het stedenbouwkundig college kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen dat college een voorstel in die zin moet hebben gedaan. In dat laatste geval kan de afwijking echter pas worden toegestaan door het stedenbouwkundig college als bij dat college een beroep wordt ingesteld tegen een vroegere beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot weigering van de afwijking. "
Art. 42. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 132, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. Dans ce dernier cas, la dérogation ne peut toutefois être accordée par le collège d'urbanisme lorsqu'il est saisi d'un recours contre une décision du collège des bourgmestre et échevins l'ayant préalablement refusée. "
" Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. Dans ce dernier cas, la dérogation ne peut toutefois être accordée par le collège d'urbanisme lorsqu'il est saisi d'un recours contre une décision du collège des bourgmestre et échevins l'ayant préalablement refusée. "
Art. 43. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 138, tweede lid, wordt vervangen door het volgende lid :
" Hij kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hem een voorstel in die zin moet hebben gedaan. ".
" Hij kan eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hem een voorstel in die zin moet hebben gedaan. ".
Art. 43. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 138, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
" Il peut également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
Art. 44. (Zie NOTA'S onder opschrift) De tekst van het opschrift van de afdeling IX van het hoofdstuk III van titel III van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door :
" Vergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijk rechtspersoon voor werken van openbaar nut of voor een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is of aangaande de prioritaire actieprogramma's. "
" Vergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijk rechtspersoon voor werken van openbaar nut of voor een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is of aangaande de prioritaire actieprogramma's. "
Art. 44. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'énoncé de l'intitulé de la section IX du chapitre III, du titre III de la même ordonnance est remplacé par :
" Permis sollicités par une personne de droit public, relatifs à des travaux d'utilité publique, relatifs à un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement ou relatifs aux programmes d'action prioritaire. "
" Permis sollicités par une personne de droit public, relatifs à des travaux d'utilité publique, relatifs à un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement ou relatifs aux programmes d'action prioritaire. "
Art. 45. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 139 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 139. In afwijking van de artikelen 84 en 89 wordt de vergunning afgegeven door de gemachtigde ambtenaar in de volgende gevallen :
1° wanneer zij wordt aangevraagd door een door de regering aangewezen publiekrechtelijk rechtspersoon op voorwaarde dat de handelingen en werken in rechtstreeks verband staan met de uitoefening van zijn opdrachten;
2° wanneer zij betrekking heeft op handelingen en werken van openbaar nut, bepaald door de regering;
3° wanneer zij betrekking heeft op een beschermd, of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is;
4° wanneer zij betrekking heeft op de aanwending van een prioritaire actieprogramma. "
" Art. 139. In afwijking van de artikelen 84 en 89 wordt de vergunning afgegeven door de gemachtigde ambtenaar in de volgende gevallen :
1° wanneer zij wordt aangevraagd door een door de regering aangewezen publiekrechtelijk rechtspersoon op voorwaarde dat de handelingen en werken in rechtstreeks verband staan met de uitoefening van zijn opdrachten;
2° wanneer zij betrekking heeft op handelingen en werken van openbaar nut, bepaald door de regering;
3° wanneer zij betrekking heeft op een beschermd, of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is;
4° wanneer zij betrekking heeft op de aanwending van een prioritaire actieprogramma. "
Art. 45. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 139 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 139. Par dérogation aux articles 84 et 89, le permis est délivré par le fonctionnaire délégué dans les cas suivants :
1° lorsqu'il est sollicité par une personne de droit public désignée par le Gouvernement et à condition que les actes et travaux soient directement liés à l'exercice de ses missions;
2° lorsqu'il concerne des actes et travaux d'utilité publique déterminés par le Gouvernement;
3° lorsqu'il concerne un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement;
4° lorsqu'il concerne la mise en oeuvre d'un programme d'action prioritaire. "
" Art. 139. Par dérogation aux articles 84 et 89, le permis est délivré par le fonctionnaire délégué dans les cas suivants :
1° lorsqu'il est sollicité par une personne de droit public désignée par le Gouvernement et à condition que les actes et travaux soient directement liés à l'exercice de ses missions;
2° lorsqu'il concerne des actes et travaux d'utilité publique déterminés par le Gouvernement;
3° lorsqu'il concerne un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement;
4° lorsqu'il concerne la mise en oeuvre d'un programme d'action prioritaire. "
Art. 46. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 140 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid wordt het woord " tien " in de eerste en de laatste zin vervangen door het woord " twintig ";
2° in het vierde lid worden de woorden " bij artikel 142 " vervangen door de woorden " bij de artikelen 141, § 2, eerste lid, en 142 ";
3° in het vierde lid wordt het woord " elfde " vervangen door het woord " eenentwintigste ".
De onder 1° en 3° bedoelde wijzigingen zijn slechts van toepassing op de aanvragen ingediend na hun van kracht worden.
1° in het derde lid wordt het woord " tien " in de eerste en de laatste zin vervangen door het woord " twintig ";
2° in het vierde lid worden de woorden " bij artikel 142 " vervangen door de woorden " bij de artikelen 141, § 2, eerste lid, en 142 ";
3° in het vierde lid wordt het woord " elfde " vervangen door het woord " eenentwintigste ".
De onder 1° en 3° bedoelde wijzigingen zijn slechts van toepassing op de aanvragen ingediend na hun van kracht worden.
Art. 46. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 140 de la même ordonnance, les modifications suivantes sont apportées :
1° Au troisième alinéa, le terme " dix " utilisé dans la première et dernière phrase est remplacé par le terme " vingt ";
2° Au quatrième alinéa, les termes " à l'article 142 " sont remplacés par les termes " aux articles 141, § 2, alinéa 1er, et 142 ";
3° Au quatrième alinéa, le terme " onzième " est remplacé par le terme " vingt et unième ".
Les modifications visées au 1° et 3° ne s'appliquent qu'aux demandes introduites après leur entrée en vigueur.
1° Au troisième alinéa, le terme " dix " utilisé dans la première et dernière phrase est remplacé par le terme " vingt ";
2° Au quatrième alinéa, les termes " à l'article 142 " sont remplacés par les termes " aux articles 141, § 2, alinéa 1er, et 142 ";
3° Au quatrième alinéa, le terme " onzième " est remplacé par le terme " vingt et unième ".
Les modifications visées au 1° et 3° ne s'appliquent qu'aux demandes introduites après leur entrée en vigueur.
Art. 47. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 141 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 141. § 1. De vergunningsaanvraag wordt onderworpen aan het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen brengt advies uit binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving door de gemachtigde ambtenaar van de aanvraag of binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek wanneer de aanvraag onderworpen is aan de speciale regelen van openbaarmaking. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Wanneer het gaat om een in artikel 67ter bedoeld project, kan de gemachtigde ambtenaar de vergunning slechts afgeven op eensluidend advies van het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente.
Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken aan een goed dat beschermd is of ingeschreven is op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is en voor zover die aanvraag niet behandeld kan worden op basis van een van de andere gevallen bedoeld in artikel 139, is het advies van het college van burgemeester en schepenen eensluidend wat de bestenuningswijzigingen van het goed in kwestie betreft.
§ 2. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken aan een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is, wordt deze, wat betreft de tussenkomsten die op dit goed betrekking hebben, onderworpen aan het voorafgaand advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen de vijftien dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de vergunningsaanvraag.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest brengt haar advies uit binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de aanvraag door de gemachtigde ambtenaar.
Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn, tenzij de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen binnen die termijn beslist heeft om een bijkomende studie te laten uitvoeren. In dat geval beschikt zij over een bijkomende termijn van zestig dagen om haar advies uit te brengen. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De gemachtigde ambtenaar mag, wat de onder het eerste lid bedoelde tussenkomsten betreft, de vergunning slechts afgeven op het eensluidend advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 3. De regering kan de lijst vaststellen van de handelingen en werken waarvoor, wegens hun geringe omvang, het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen niet vereist is.
Na het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te hebben ingewonnen, kan de regering eveneens de lijst vaststellen van de handelingen en werken aan een beschermd goed of aan een op de bewaarlijst ingeschreven goed waarvoor, wegens hun geringe omvang, noch het voorgaand advies van het college van burgemeester en schepenen noch het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vereist is.
De handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen of van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn eveneens vrijgesteld van de speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in artikel 112 en van het advies van de overlegcommissie bedoeld in artikel 114. "
" Art. 141. § 1. De vergunningsaanvraag wordt onderworpen aan het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen brengt advies uit binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving door de gemachtigde ambtenaar van de aanvraag of binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek wanneer de aanvraag onderworpen is aan de speciale regelen van openbaarmaking. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Wanneer het gaat om een in artikel 67ter bedoeld project, kan de gemachtigde ambtenaar de vergunning slechts afgeven op eensluidend advies van het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente.
Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken aan een goed dat beschermd is of ingeschreven is op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is en voor zover die aanvraag niet behandeld kan worden op basis van een van de andere gevallen bedoeld in artikel 139, is het advies van het college van burgemeester en schepenen eensluidend wat de bestenuningswijzigingen van het goed in kwestie betreft.
§ 2. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken aan een goed dat is beschermd of ingeschreven op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is, wordt deze, wat betreft de tussenkomsten die op dit goed betrekking hebben, onderworpen aan het voorafgaand advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen de vijftien dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de vergunningsaanvraag.
De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest brengt haar advies uit binnen de dertig dagen na de kennisgeving van de aanvraag door de gemachtigde ambtenaar.
Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn, tenzij de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen binnen die termijn beslist heeft om een bijkomende studie te laten uitvoeren. In dat geval beschikt zij over een bijkomende termijn van zestig dagen om haar advies uit te brengen. Wordt die termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De gemachtigde ambtenaar mag, wat de onder het eerste lid bedoelde tussenkomsten betreft, de vergunning slechts afgeven op het eensluidend advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 3. De regering kan de lijst vaststellen van de handelingen en werken waarvoor, wegens hun geringe omvang, het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen niet vereist is.
Na het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te hebben ingewonnen, kan de regering eveneens de lijst vaststellen van de handelingen en werken aan een beschermd goed of aan een op de bewaarlijst ingeschreven goed waarvoor, wegens hun geringe omvang, noch het voorgaand advies van het college van burgemeester en schepenen noch het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vereist is.
De handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van het college van burgemeester en schepenen of van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn eveneens vrijgesteld van de speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in artikel 112 en van het advies van de overlegcommissie bedoeld in artikel 114. "
Art. 47. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 141 de la même ordonnance est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 141. § 1er. La demande de permis est soumise à l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins. Le collège des bourgmestre et échevins émet son avis dans les trente jours de la notification par le fonctionnaire délégué de la demande ou dans les trente jours qui suivent la clôture de l'enquête publique lorsque la demande est soumise aux mesures particulières de publicité. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'il s'agit d'un projet visé à l'article 67ter , le fonctionnaire délégué ne peut délivrer le permis que sur avis conforme du collège des bourgmestre et échevins de la commune concernée.
Lorsque la demande porte sur des actes et travaux relatifs à un bien repris sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement, et pour autant que celle-ci ne puisse être traitée sur la base d'un des autres cas de figure visé à l'article 139, l'avis du collège des bourgmestre et échevins est conforme en ce qui concerne les changements d'affectation dudit bien.
§ 2. Lorsque la demande porte sur des actes et travaux relatifs à un bien repris sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement, elle est, en ce qui concerne les interventions portant sur ce bien, soumise à l'avis préalable de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale dans les quinze jours de l'accusé de réception de la demande de permis.
La Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale émet son avis dans les trente jours de la notification par le fonctionnaire délégué de la demande.
Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable, à moins que la Commission royale des Monuments et des Sites ait décidé, dans ce délai, de faire mener une étude complémentaire, auquel cas, elle dispose d'un délai supplémentaire de soixante jours pour remettre son avis. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Le fonctionnaire délégué ne peut délivrer le permis en ce qui concerne les interventions visées à l'alinéa 1 que sur avis conforme de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 3. Le Gouvernement peut arrêter la liste des actes et travaux qui, en raison de leur minime importance, ne requièrent pas l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins.
Le Gouvernement peut également arrêter, après avoir recueilli l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale, la liste des actes et travaux relatifs à un immeuble classé ou inscrit sur la liste de sauvegarde qui, en raison de leur minime importance, ne requièrent ni l'avis du collège des bourgmestre et échevins ni l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les actes et travaux dispensés de l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins ou de l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale sont également dispensés des mesures particulières de publicité visées à l'article 112 et de l'avis de la commission de concertation visé à l'article 114. "
" Art. 141. § 1er. La demande de permis est soumise à l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins. Le collège des bourgmestre et échevins émet son avis dans les trente jours de la notification par le fonctionnaire délégué de la demande ou dans les trente jours qui suivent la clôture de l'enquête publique lorsque la demande est soumise aux mesures particulières de publicité. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Lorsqu'il s'agit d'un projet visé à l'article 67ter , le fonctionnaire délégué ne peut délivrer le permis que sur avis conforme du collège des bourgmestre et échevins de la commune concernée.
Lorsque la demande porte sur des actes et travaux relatifs à un bien repris sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement, et pour autant que celle-ci ne puisse être traitée sur la base d'un des autres cas de figure visé à l'article 139, l'avis du collège des bourgmestre et échevins est conforme en ce qui concerne les changements d'affectation dudit bien.
§ 2. Lorsque la demande porte sur des actes et travaux relatifs à un bien repris sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement, elle est, en ce qui concerne les interventions portant sur ce bien, soumise à l'avis préalable de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale dans les quinze jours de l'accusé de réception de la demande de permis.
La Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale émet son avis dans les trente jours de la notification par le fonctionnaire délégué de la demande.
Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable, à moins que la Commission royale des Monuments et des Sites ait décidé, dans ce délai, de faire mener une étude complémentaire, auquel cas, elle dispose d'un délai supplémentaire de soixante jours pour remettre son avis. Si ce délai n'est pas respecté, l'avis est réputé favorable.
Le fonctionnaire délégué ne peut délivrer le permis en ce qui concerne les interventions visées à l'alinéa 1 que sur avis conforme de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 3. Le Gouvernement peut arrêter la liste des actes et travaux qui, en raison de leur minime importance, ne requièrent pas l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins.
Le Gouvernement peut également arrêter, après avoir recueilli l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale, la liste des actes et travaux relatifs à un immeuble classé ou inscrit sur la liste de sauvegarde qui, en raison de leur minime importance, ne requièrent ni l'avis du collège des bourgmestre et échevins ni l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale.
Les actes et travaux dispensés de l'avis préalable du collège des bourgmestre et échevins ou de l'avis de la Commission royale des Monuments et des Sites de la Région de Bruxelles-Capitale sont également dispensés des mesures particulières de publicité visées à l'article 112 et de l'avis de la commission de concertation visé à l'article 114. "
Art. 48. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 142 van dezelfde ordonnantie wordt gewijzigd als volgt :
1° § 4 wordt aangevuld als volgt :
" Wanneer de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen heeft besloten om een bijkomende studie te laten uitvoeren, worden de termijnen bedoeld in §§ 2 en 3 verlengd met zestig dagen. ";
2° § 4bis van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
1° § 4 wordt aangevuld als volgt :
" Wanneer de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen heeft besloten om een bijkomende studie te laten uitvoeren, worden de termijnen bedoeld in §§ 2 en 3 verlengd met zestig dagen. ";
2° § 4bis van dezelfde ordonnantie wordt opgeheven.
Art. 48. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 142 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° le § 4 est complété comme suit :
" Lorsque la Commission royale des Monuments et des Sites a décidé de faire mener une étude complémentaire, les délais visés aux §§ 2 et 3 sont augmentés de soixante jours supplémentaires. ";
2° le § 4bis de la même ordonnance est abrogé.
1° le § 4 est complété comme suit :
" Lorsque la Commission royale des Monuments et des Sites a décidé de faire mener une étude complémentaire, les délais visés aux §§ 2 et 3 sont augmentés de soixante jours supplémentaires. ";
2° le § 4bis de la même ordonnance est abrogé.
Art. 49. (Zie NOTA'S onder opschrift) Het eerste lid van artikel 144 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door :
" De aanvrager kan na het verstrijken van de bij artikel 142 bepaalde termijn of binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief bij het Stedenbouwkundig College in beroep gaan. "
" De aanvrager kan na het verstrijken van de bij artikel 142 bepaalde termijn of binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief bij het Stedenbouwkundig College in beroep gaan. "
Art. 49. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'alinéa 1 de l'article 144 de la même ordonnance est remplacé comme suit :
" Le demandeur peut à l'expiration du délai fixé à l'article 142 ou dans les trente jours de la réception de la décision du fonctionnaire délégué, introduire un recours auprès du Collège d'urbanisme par lettre recommandée à la poste. "
" Le demandeur peut à l'expiration du délai fixé à l'article 142 ou dans les trente jours de la réception de la décision du fonctionnaire délégué, introduire un recours auprès du Collège d'urbanisme par lettre recommandée à la poste. "
Art. 50. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 148, eerste lid, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door :
" De aanvrager kan na het verstrijken van de bij artikel 147 bepaalde termijn of binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van het Stedenbouwkundig College met een ter post aangetekende brief bij de regering in beroep gaan. "
" De aanvrager kan na het verstrijken van de bij artikel 147 bepaalde termijn of binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van het Stedenbouwkundig College met een ter post aangetekende brief bij de regering in beroep gaan. "
Art. 50. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 148, alinéa 1er, de la même ordonnance est remplacé comme suit :
" Le demandeur peut, à l'expiration du délai fixé à l'article 147 ou dans les trente jours de la réception de la décision du Collège d'urbanisme, introduire un recours auprès du Gouvernement par lettre recommandée à la poste. "
" Le demandeur peut, à l'expiration du délai fixé à l'article 147 ou dans les trente jours de la réception de la décision du Collège d'urbanisme, introduire un recours auprès du Gouvernement par lettre recommandée à la poste. "
Art. 51. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 152, tweede lid, wordt vervangen door het volgende lid :
" Zij kunnen eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hen een voorstel in die zin moet hebben gedaan. ".
" Zij kunnen eveneens afwijkingen toestaan overeenkomstig artikel 116, § 2, en artikel 118, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hen een voorstel in die zin moet hebben gedaan. ".
Art. 51. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 152, alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
" Ils peuvent également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
" Ils peuvent également consentir les dérogations visées à l'article 116, § 2, et celles qui sont visées à l'article 118, § 2, sans devoir, dans le second cas, être saisi d'une proposition en ce sens du collège des bourgmestre et échevins. "
Art. 52. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 152quinquies ingevoegd, geformuleerd als volgt :
" Art. 152quinquies . Aan de vergunning kan een planning worden gekoppeld waarin de volgorde wordt opgelegd waarin de toegelaten werken, daarin begrepen de eventuele stedenbouwkundige lasten, moeten worden uitgevoerd en de termijn waarin aan de voorwaarden van de vergunning en de stedenbouwkundige lasten moet worden voldaan.
De naleving van de planning kan worden verzekerd door financiële waarborgen. Wanneer de planning niet wordt nageleefd, zijn de financiële waarborgen verworven door de overheid die de vergunning heeft afgegeven. In dat geval zal het bedrag van deze waarborg bij voorrang worden gebruikt op de site van het prijsgegeven project, in overleg met de betrokken gemeente.
In geval van onvoorziene omstandigheden en op een met redenen omkleed verzoek van de vergunninghouder, kan de planning worden herzien door de overheid die de vergunning heeft afgegeven.
De regering kan de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepalen. "
" Art. 152quinquies . Aan de vergunning kan een planning worden gekoppeld waarin de volgorde wordt opgelegd waarin de toegelaten werken, daarin begrepen de eventuele stedenbouwkundige lasten, moeten worden uitgevoerd en de termijn waarin aan de voorwaarden van de vergunning en de stedenbouwkundige lasten moet worden voldaan.
De naleving van de planning kan worden verzekerd door financiële waarborgen. Wanneer de planning niet wordt nageleefd, zijn de financiële waarborgen verworven door de overheid die de vergunning heeft afgegeven. In dat geval zal het bedrag van deze waarborg bij voorrang worden gebruikt op de site van het prijsgegeven project, in overleg met de betrokken gemeente.
In geval van onvoorziene omstandigheden en op een met redenen omkleed verzoek van de vergunninghouder, kan de planning worden herzien door de overheid die de vergunning heeft afgegeven.
De regering kan de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepalen. "
Art. 52. (Voir NOTES sous l'intitulé) Un article 152quinquies , rédigé comme suit, est inséré dans la même ordonnance :
" Art. 152quinquies . Le permis peut être accompagné d'un planning imposant l'ordre dans lequel les actes ou les travaux autorisés ainsi que les éventuelles charges d'urbanisme doivent être exécutés et le délai dans lequel les conditions du permis et les charges d'urbanisme doivent être réalisées.
Le respect du planning peut être assuré par la fourniture de garanties financières. En cas de non respect du planning, les garanties financières sont acquises à l'autorité qui a délivré le permis. Dans ce cas, le montant de cette garantie sera utilisé par priorité sur le site du projet délaissé en concertation avec la commune concernée.
Le planning peut, en cas d'imprévision et sur demande motivée du titulaire du permis, être revu par l'autorité qui a délivré le permis.
Le Gouvernement peut arrêter des modalités d'application du présent article. "
" Art. 152quinquies . Le permis peut être accompagné d'un planning imposant l'ordre dans lequel les actes ou les travaux autorisés ainsi que les éventuelles charges d'urbanisme doivent être exécutés et le délai dans lequel les conditions du permis et les charges d'urbanisme doivent être réalisées.
Le respect du planning peut être assuré par la fourniture de garanties financières. En cas de non respect du planning, les garanties financières sont acquises à l'autorité qui a délivré le permis. Dans ce cas, le montant de cette garantie sera utilisé par priorité sur le site du projet délaissé en concertation avec la commune concernée.
Le planning peut, en cas d'imprévision et sur demande motivée du titulaire du permis, être revu par l'autorité qui a délivré le permis.
Le Gouvernement peut arrêter des modalités d'application du présent article. "
Art. 53. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 163 wordt aangevuld met de volgende leden :
" In de in artikel 137, tweede lid, bedoelde hypothese, wordt het stedenbouwkundig attest bij ontstentenis van een beslissing van de regering binnen de vastgestelde termijn, geacht te vermelden dat de voor het goed overwogen bestemming en de voorziene handelingen en werken kunnen worden ingewilligd, onder voorbehoud van de resultaten van het definitief onderzoek waartoe zou worden overgegaan indien een aanvraag om vergunning zou zijn ingediend.
In de in artikel 137, derde lid, bedoelde hypothese wordt het stedenbouwkundig attest bij ontstentenis van een beslissing van de regering binnen de vastgestelde termijn, geacht te zijn afgegeven onder dezelfde voorwaarden als die welke door het Stedenbouwkundig College zijn bepaald. ".
" In de in artikel 137, tweede lid, bedoelde hypothese, wordt het stedenbouwkundig attest bij ontstentenis van een beslissing van de regering binnen de vastgestelde termijn, geacht te vermelden dat de voor het goed overwogen bestemming en de voorziene handelingen en werken kunnen worden ingewilligd, onder voorbehoud van de resultaten van het definitief onderzoek waartoe zou worden overgegaan indien een aanvraag om vergunning zou zijn ingediend.
In de in artikel 137, derde lid, bedoelde hypothese wordt het stedenbouwkundig attest bij ontstentenis van een beslissing van de regering binnen de vastgestelde termijn, geacht te zijn afgegeven onder dezelfde voorwaarden als die welke door het Stedenbouwkundig College zijn bepaald. ".
Art. 53. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 160 (NOTE : Justel lit " 163 "; voir version néerlandaise du présent article et contenu des articles du texte modifié) est compléte par les alinéas suivants :
" Dans l'hypothèse visée à l'article 137, alinéa 2, à défaut de décision du gouvernement dans le délai imparti, le certificat d'urbanisme est réputé indiquer que la destination envisagée pour le bien et les actes et travaux prévus sont susceptibles d'être agréés, sous réserve des résultats de l'instruction définitive à laquelle il serait procédé au cas où une demande de permis serait introduite.
Dans l'hypothèse visée à l'article 137, alinéa 3, à défaut de décision du gouvernement dans le délai imparti, le certificat d'urbanisme est réputé délivré aux mêmes conditions que celles prévues par le Collège d'urbanisme. ".
" Dans l'hypothèse visée à l'article 137, alinéa 2, à défaut de décision du gouvernement dans le délai imparti, le certificat d'urbanisme est réputé indiquer que la destination envisagée pour le bien et les actes et travaux prévus sont susceptibles d'être agréés, sous réserve des résultats de l'instruction définitive à laquelle il serait procédé au cas où une demande de permis serait introduite.
Dans l'hypothèse visée à l'article 137, alinéa 3, à défaut de décision du gouvernement dans le délai imparti, le certificat d'urbanisme est réputé délivré aux mêmes conditions que celles prévues par le Collège d'urbanisme. ".
Art. 54. (Zie NOTA'S onder opschrift) In het tweede lid van § 3 van artikel 165 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " waarvan zij de lijst vastlegt " vervangen door " waarvan de regering de lijst vastlegt ".
Art. 54. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'alinéa 2 du 3e paragraphe de l'article 165 de la même ordonnance, les termes " dont elle arrête la liste " sont remplacés par " dont le Gouvernement arrete la liste ".
Art. 55. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 180 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " plannen bedoeld in titel II " en in artikel 181 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden " plannen bepaald in titel II " vervangen door het woord " bestemmingsplannen ".
Art. 55. (Voir NOTES sous l'intitulé) Aux articles 180 et 181 de la même ordonnance, les termes " visés au titre II " sont remplacés par " d'affectation du sol ".
Art. 56. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 183 van dezelfde ordonnantie wordt met de volgende leden aangevuld :
" Wanneer deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze door de ambtenaren en beambten enkel worden uitgevoerd indien er aanwijzingen voor het bestaan van een misdrijf zijn en op voorwaarde dat de politierechter hen daartoe heeft gemachtigd.
Onverminderd de toepassing van de strengere straffen die in de artikelen 269 en 275 van het Strafwetboek zijn bepaald, wordt al wie zich tegen de uitoefening van het hierboven bedoelde recht van huiszoeking heeft verzet, gestraft met een geldboete van 1 tot 10 EUR en een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen. "
" Wanneer deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze door de ambtenaren en beambten enkel worden uitgevoerd indien er aanwijzingen voor het bestaan van een misdrijf zijn en op voorwaarde dat de politierechter hen daartoe heeft gemachtigd.
Onverminderd de toepassing van de strengere straffen die in de artikelen 269 en 275 van het Strafwetboek zijn bepaald, wordt al wie zich tegen de uitoefening van het hierboven bedoelde recht van huiszoeking heeft verzet, gestraft met een geldboete van 1 tot 10 EUR en een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen. "
Art. 56. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 183 de la même ordonnance est complété par les alinéas suivants :
" Lorsque les opérations revêtent le caractère de visites domiciliaires, les fonctionnaires et agents ne peuvent y procéder que s'il y a des indices d'infraction et à condition d'y être autorisés par le juge de police.
Sans préjudice de l'application des peines plus fortes déterminees aux articles 269 et 275 du Code pénal, quiconque aura mis obstacle à l'exercice du droit de visite prévu ci-dessus sera puni d'une amende de 1 à 10 EUR et de huit à quinze jours d'emprisonnement. "
" Lorsque les opérations revêtent le caractère de visites domiciliaires, les fonctionnaires et agents ne peuvent y procéder que s'il y a des indices d'infraction et à condition d'y être autorisés par le juge de police.
Sans préjudice de l'application des peines plus fortes déterminees aux articles 269 et 275 du Code pénal, quiconque aura mis obstacle à l'exercice du droit de visite prévu ci-dessus sera puni d'une amende de 1 à 10 EUR et de huit à quinze jours d'emprisonnement. "
Art. 57. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 184 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " van de handelingen of " ingevoegd tussen de woorden " staking " en " van de werken ";
2° in het derde lid wordt het woord " vijf " vervangen door het woord " tien ";
3° een nieuw lid, als volgt opgesteld, wordt aan het laatste lid toegevoegd :
" De betrokkenen kan in kortgeding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Gewest of de gemeente, naargelang de bekrachtigingsbeslissing uitgaat van de gemachtigde ambtenaar of van de burgemeester. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handeling werden uitgevoerd. Boek II, Titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering. "
1° in het tweede lid worden de woorden " van de handelingen of " ingevoegd tussen de woorden " staking " en " van de werken ";
2° in het derde lid wordt het woord " vijf " vervangen door het woord " tien ";
3° een nieuw lid, als volgt opgesteld, wordt aan het laatste lid toegevoegd :
" De betrokkenen kan in kortgeding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Gewest of de gemeente, naargelang de bekrachtigingsbeslissing uitgaat van de gemachtigde ambtenaar of van de burgemeester. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handeling werden uitgevoerd. Boek II, Titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering. "
Art. 57. (Voir NOTES sous l'intitulé) Les modifications suivantes sont apportées à l'article 184 de la même ordonnance :
1° à l'alinéa 2, les termes " des actes ou " sont insérés entre les termes " d'arrêt " et " des travaux ";
2° à l'alinéa 3, le terme " cinq " est remplacé par le terme " dix ";
3° un nouvel alinéa, libellé comme suit, est ajouté à la suite du dernier alinéa :
" L'intéressé peut, par la voie du référé, demander la suppression de la mesure à l'encontre de la Région ou de la commune selon que la décision de confirmation a été notifiée par le fonctionnaire délégué ou par le bourgmestre. La demande est portée devant le président du tribunal de première instance dans le ressort duquel les travaux et actes ont été accomplis. Le Livre II, Titre VI, du Code judiciaire est applicable à l'introduction et à l'instruction de la demande. "
1° à l'alinéa 2, les termes " des actes ou " sont insérés entre les termes " d'arrêt " et " des travaux ";
2° à l'alinéa 3, le terme " cinq " est remplacé par le terme " dix ";
3° un nouvel alinéa, libellé comme suit, est ajouté à la suite du dernier alinéa :
" L'intéressé peut, par la voie du référé, demander la suppression de la mesure à l'encontre de la Région ou de la commune selon que la décision de confirmation a été notifiée par le fonctionnaire délégué ou par le bourgmestre. La demande est portée devant le président du tribunal de première instance dans le ressort duquel les travaux et actes ont été accomplis. Le Livre II, Titre VI, du Code judiciaire est applicable à l'introduction et à l'instruction de la demande. "
Art. 58. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 185 van dezelfde ordonnantie wordt het woord " onmiddellijke " opgeheven.
Art. 58. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 185 de la même ordonnance, le terme ce immédiate " est abrogé.
Art. 59. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 188 van dezelfde ordonnantie wordt met de volgende leden aangevuld :
" De misdrijven begaan bij het gebruik van een grond voor het opstellen van een vaste of verplaatsbare inrichting, kunnen ten laste worden gelegd van degene die ze heeft opgesteld, alsook van de eigenaar die de opstelling heeft toegestaan of gedoogd.
Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op bovenbedoelde misdrijven evenals op die welke in de artikelen 182, 183 en 186 zijn omschreven. "
" De misdrijven begaan bij het gebruik van een grond voor het opstellen van een vaste of verplaatsbare inrichting, kunnen ten laste worden gelegd van degene die ze heeft opgesteld, alsook van de eigenaar die de opstelling heeft toegestaan of gedoogd.
Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op bovenbedoelde misdrijven evenals op die welke in de artikelen 182, 183 en 186 zijn omschreven. "
Art. 59. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 188 de la même ordonnance est complété par les alinéas suivants :
" Les infractions commises à l'occasion de l'utilisation d'un terrain par le remplacement d'installations fixes ou mobiles peuvent être imputées à celui qui les a placées comme aussi au propriétaire qui y a consenti ou les a tolérées.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal sans exception du chapitre VII et de l'article 85 sont applicables aux infractions visées aux articles 182, 183 et 186. "
" Les infractions commises à l'occasion de l'utilisation d'un terrain par le remplacement d'installations fixes ou mobiles peuvent être imputées à celui qui les a placées comme aussi au propriétaire qui y a consenti ou les a tolérées.
Les dispositions du Livre Ier du Code pénal sans exception du chapitre VII et de l'article 85 sont applicables aux infractions visées aux articles 182, 183 et 186. "
Art. 60. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 189 van dezelfde ordonnantie wordt als volgt gewijzigd :
1° In het eerste lid, 3°, worden de woorden " en berekend volgens de door de regering vastgelegde nadere regels " opgeheven.
2° Tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingelast : " De rechtbank bepaalt daarvoor een termijn, die in de sub 1 en 2 bedoelde gevallen één jaar niet mag overschrijden. "
1° In het eerste lid, 3°, worden de woorden " en berekend volgens de door de regering vastgelegde nadere regels " opgeheven.
2° Tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingelast : " De rechtbank bepaalt daarvoor een termijn, die in de sub 1 en 2 bedoelde gevallen één jaar niet mag overschrijden. "
Art. 60. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 189 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° A l'alinéa 1er, 3°, les termes " et calculée selon les modalités fixées par le Gouvernement " sont abrogés.
2° Entre le premier et le second alinéa est inséré l'alinéa suivant : " Le tribunal fixe à cette fin un délai qui, dans les cas visés aux 1° et 2°, ne peut dépasser un an. "
1° A l'alinéa 1er, 3°, les termes " et calculée selon les modalités fixées par le Gouvernement " sont abrogés.
2° Entre le premier et le second alinéa est inséré l'alinéa suivant : " Le tribunal fixe à cette fin un délai qui, dans les cas visés aux 1° et 2°, ne peut dépasser un an. "
Art. 61. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 190 van dezelfde ordonnantie wordt met het volgende lid aangevuld :
" De rechtbank kan, op vordering van de kopers of van de huurders, hun titel van eigendomsverkrijging of van huur op kosten van de veroordeelde vernietigen, onverminderd het recht om schadevergoeding te eisen van de schuldige. "
" De rechtbank kan, op vordering van de kopers of van de huurders, hun titel van eigendomsverkrijging of van huur op kosten van de veroordeelde vernietigen, onverminderd het recht om schadevergoeding te eisen van de schuldige. "
Art. 61. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 190 de la même ordonnance est complété par l'alinéa suivant :
" A la demande des acquéreurs ou des locataires, le tribunal peut annuler aux frais du condamné, leur titre d'acquisition ou de location, sans préjudice du droit à l'indemnisation à charge du coupable. "
" A la demande des acquéreurs ou des locataires, le tribunal peut annuler aux frais du condamné, leur titre d'acquisition ou de location, sans préjudice du droit à l'indemnisation à charge du coupable. "
Art. 62. (Zie NOTA'S onder opschrift) In Titel V " Misdrijven en strafbepalingen " wordt een hoofdstuk IV " Dading " ingevoegd, dat een artikel 194bis bevat waarvan de tekst luidt als volgt :
" Art. 194bis . De Regering of de gemachtigde ambtenaar, in overleg met het college van burgemeester en schepenen, kunnen een vergelijk treffen met de overtreder.
De Regering en de gemachtigde ambtenaar kunnen slechts op geldige wijze een dading voorstellen indien de procureur des Konings niet de intentie te kennen heeft gegeven om te vervolgen of om de strafvordering te doen vervallen overeenkomstig de artikelen 216bis en ter van het Wetboek van strafvordering binnen de negentig dagen na het verzoek dat hem wordt gedaan en, wanneer het misdrijf voortdurend is, indien er een einde wordt gesteld aan de toestand van misdrijf.
De regering bepaalt de te betalen geldsommen per categorie van werken en handelingen.
De betaling van de geldsom geschiedt in handen van de ontvanger der registratie op het daarvoor voorzien begrotingsfonds van het Gewest. De publieke vordering en het recht van de overheid om enig verder herstel te eisen, vervallen door de betaling. "
" Art. 194bis . De Regering of de gemachtigde ambtenaar, in overleg met het college van burgemeester en schepenen, kunnen een vergelijk treffen met de overtreder.
De Regering en de gemachtigde ambtenaar kunnen slechts op geldige wijze een dading voorstellen indien de procureur des Konings niet de intentie te kennen heeft gegeven om te vervolgen of om de strafvordering te doen vervallen overeenkomstig de artikelen 216bis en ter van het Wetboek van strafvordering binnen de negentig dagen na het verzoek dat hem wordt gedaan en, wanneer het misdrijf voortdurend is, indien er een einde wordt gesteld aan de toestand van misdrijf.
De regering bepaalt de te betalen geldsommen per categorie van werken en handelingen.
De betaling van de geldsom geschiedt in handen van de ontvanger der registratie op het daarvoor voorzien begrotingsfonds van het Gewest. De publieke vordering en het recht van de overheid om enig verder herstel te eisen, vervallen door de betaling. "
Art. 62. (Voir NOTES sous l'intitulé) Un chapitre IV " Transaction " est inseré au Titre V " des infractions et des sanctions " et contient un article 194bis rédigé comme suit :
" Art. 194bis . Le Gouvernement ou le fonctionnaire délégué de commun accord avec le collège des bourgmestre et échevins peuvent transiger avec le contrevenant.
Le Gouvernement et le fonctionnaire délégué ne peuvent proposer valablement une transaction que lorsque le procureur du Roi n'a pas marqué son intention de poursuivre ou d'éteindre l'action publique conformément aux articles 216bis et ter du Code d'instruction criminelle dans les nonante jours de la demande qui lui est faite et, lorsque l'infraction est continue, qu'après qu'il soit mis fin a la situation infractionelle.
Le Gouvernement détermine les sommes à payer par catégorie de travaux et d'actes.
Le versement se fait entre les mains du receveur de l'enregistrement sur le fonds budgétaire de la Région prévu à cet effet. Il éteint l'action publique et le droit pour les autorités publiques à demander toute autre réparation. "
" Art. 194bis . Le Gouvernement ou le fonctionnaire délégué de commun accord avec le collège des bourgmestre et échevins peuvent transiger avec le contrevenant.
Le Gouvernement et le fonctionnaire délégué ne peuvent proposer valablement une transaction que lorsque le procureur du Roi n'a pas marqué son intention de poursuivre ou d'éteindre l'action publique conformément aux articles 216bis et ter du Code d'instruction criminelle dans les nonante jours de la demande qui lui est faite et, lorsque l'infraction est continue, qu'après qu'il soit mis fin a la situation infractionelle.
Le Gouvernement détermine les sommes à payer par catégorie de travaux et d'actes.
Le versement se fait entre les mains du receveur de l'enregistrement sur le fonds budgétaire de la Région prévu à cet effet. Il éteint l'action publique et le droit pour les autorités publiques à demander toute autre réparation. "
Art. 63. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 195 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " 25, tweede lid, 34, 38, 64, tweede en vierde lid, 65, § 1, tweede lid, §§ 3 en 4, 66, derde en vierde lid, 68, derde lid " opgeheven.
Art. 63. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 195 de la même ordonnance, les termes " 25, 2e alinéa, 34, 38, 64, deuxième et quatrieme alinéas, 65, § 1er, deuxième alinéa, §§ 3 et 4, 66, troisième et quatrième alinéas, 68, troisième alinea, " sont abrogés.
Art. 64. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 208 van dezelfde ordonnantie wordt gewijzigd als volgt :
1° het eerste lid wordt de eerste paragraaf;
2° na de eerste paragraaf, bedoeld in 1°, wordt een tweede paragraaf ingevoegd, geformuleerd als volgt :
" § 2 De vergunningen betreffende handelingen en werken opgenomen in de lijst van de regering, bedoeld in artikel 88, eerste lid, die voordien geen vergunningen van beperkte duur waren, vervallen binnen de door de regering vastgestelde termijn. ";
3° na de tweede paragraaf, bedoeld in 2°, wordt een derde paragraaf ingevoegd, geformuleerd als volgt :
" § 3. De goederen die voor 1 juli 1992 het voorwerp zijn geweest van één van de handelingen en werken waarvoor overeenkomstig artikel 2, 2°, G , van Titel I van de Algemene Bouwverordening van de Brusselse Agglomeratie van 21 maart 1975 een bouwvergunning verplicht was, en die vergunningloos zijn gebleven, moeten het voorwerp van een stedenbouwkundige vergunning zijn.
Deze vergunning kan enkel worden geweigerd indien de onder het eerste lid bedoelde handelingen en werken niet in overeenstemming zijn met een bijzonder bestemmingsplan of een verkavelingsvergunning die van kracht zijn op het ogenblik dat ze werden uitgevoerd of indien de aanvrager er niet in slaagt aan te tonen dat de bestemming of het gebruik van het goed niet werd gewijzigd sedert 1 juli 1992. "
1° het eerste lid wordt de eerste paragraaf;
2° na de eerste paragraaf, bedoeld in 1°, wordt een tweede paragraaf ingevoegd, geformuleerd als volgt :
" § 2 De vergunningen betreffende handelingen en werken opgenomen in de lijst van de regering, bedoeld in artikel 88, eerste lid, die voordien geen vergunningen van beperkte duur waren, vervallen binnen de door de regering vastgestelde termijn. ";
3° na de tweede paragraaf, bedoeld in 2°, wordt een derde paragraaf ingevoegd, geformuleerd als volgt :
" § 3. De goederen die voor 1 juli 1992 het voorwerp zijn geweest van één van de handelingen en werken waarvoor overeenkomstig artikel 2, 2°, G , van Titel I van de Algemene Bouwverordening van de Brusselse Agglomeratie van 21 maart 1975 een bouwvergunning verplicht was, en die vergunningloos zijn gebleven, moeten het voorwerp van een stedenbouwkundige vergunning zijn.
Deze vergunning kan enkel worden geweigerd indien de onder het eerste lid bedoelde handelingen en werken niet in overeenstemming zijn met een bijzonder bestemmingsplan of een verkavelingsvergunning die van kracht zijn op het ogenblik dat ze werden uitgevoerd of indien de aanvrager er niet in slaagt aan te tonen dat de bestemming of het gebruik van het goed niet werd gewijzigd sedert 1 juli 1992. "
Art. 64. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 208 de la même ordonnance est modifié comme suit :
1° l'alinéa premier devient le paragraphe premier;
2° un deuxième paragraphe, libellé comme suit, est inséré à la suite du paragraphe premier visé au 1° :
" § 2 Les permis relatifs aux actes et travaux repris sur la liste du Gouvernement dont question a l'article 88, alinéa 1er, qui ne constituaient pas antérieurement des permis à durée limitée, sont périmés dans le délai fixé par le Gouvernement. ";
3° un troisième paragraphe, libellé comme suit, est inséré à la suite du deuxième paragraphe visé au 2° :
" § 3. Les actes et travaux, accomplis avant le 1 juillet 1992, que l'article 2, 2°, G, du Titre Ier du règlement général sur la bâtisse de l'Agglomération bruxelloise du 21 mars 1975 soumettait à l'obtention d'un permis de bâtir, sans qu'un tel permis n'ait été obtenu, doivent faire l'objet d'un permis d'urbanisme.
Ce permis ne peut être refusé que si les actes et travaux visés à l'alinéa ler ne sont pas conformes a un plan particulier d'affectation du sol ou à un permis de lotir en vigueur au moment où ils ont été exécutés ou que le demandeur ne parvienne pas à établir que l'affectation ou l'usage du bien n'a pas été modifié depuis le 1 juillet 1992. "
1° l'alinéa premier devient le paragraphe premier;
2° un deuxième paragraphe, libellé comme suit, est inséré à la suite du paragraphe premier visé au 1° :
" § 2 Les permis relatifs aux actes et travaux repris sur la liste du Gouvernement dont question a l'article 88, alinéa 1er, qui ne constituaient pas antérieurement des permis à durée limitée, sont périmés dans le délai fixé par le Gouvernement. ";
3° un troisième paragraphe, libellé comme suit, est inséré à la suite du deuxième paragraphe visé au 2° :
" § 3. Les actes et travaux, accomplis avant le 1 juillet 1992, que l'article 2, 2°, G, du Titre Ier du règlement général sur la bâtisse de l'Agglomération bruxelloise du 21 mars 1975 soumettait à l'obtention d'un permis de bâtir, sans qu'un tel permis n'ait été obtenu, doivent faire l'objet d'un permis d'urbanisme.
Ce permis ne peut être refusé que si les actes et travaux visés à l'alinéa ler ne sont pas conformes a un plan particulier d'affectation du sol ou à un permis de lotir en vigueur au moment où ils ont été exécutés ou que le demandeur ne parvienne pas à établir que l'affectation ou l'usage du bien n'a pas été modifié depuis le 1 juillet 1992. "
Art. 65. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid van 5° wordt aangevuld als volgt :
" - de storting, bij wijze van stedenbouwkundige lasten, van door het Gewest opgelegde geldsommen bestemd als bijdrage tot de financiering van handelingen en werken voor de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen;
- het bedrag van de administratieve dadingen evenals van elke som die geïnd werd door het Gewest naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken ten laste van de overtreders van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw. ";
2° lid 3 van 5° wordt aangevuld als volgt :
" - de uitgaven voor de uitvoering van werken en handelingen met als voorwerp de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen, vermeld in de vergunningen waarvoor bij de afgifte stedenbouwkundige lasten werden geheven;
- de uitgaven voor de opsporing, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken op de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw en de uitgaven voor de maatregelen ter stillegging van de in overtreding op bovengenoemde ordonnantie uitgevoerde handelingen en werken en voor de maatregelen ter ambtshalve tenuitvoerlegging en ter herstelling in de oorspronkelijke staat. "
1° het tweede lid van 5° wordt aangevuld als volgt :
" - de storting, bij wijze van stedenbouwkundige lasten, van door het Gewest opgelegde geldsommen bestemd als bijdrage tot de financiering van handelingen en werken voor de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen;
- het bedrag van de administratieve dadingen evenals van elke som die geïnd werd door het Gewest naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken ten laste van de overtreders van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw. ";
2° lid 3 van 5° wordt aangevuld als volgt :
" - de uitgaven voor de uitvoering van werken en handelingen met als voorwerp de verwezenlijking, de verbouwing of de renovatie van wegen, groene ruimten, openbare gebouwen, nutsvoorzieningen of woningen, vermeld in de vergunningen waarvoor bij de afgifte stedenbouwkundige lasten werden geheven;
- de uitgaven voor de opsporing, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken op de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw en de uitgaven voor de maatregelen ter stillegging van de in overtreding op bovengenoemde ordonnantie uitgevoerde handelingen en werken en voor de maatregelen ter ambtshalve tenuitvoerlegging en ter herstelling in de oorspronkelijke staat. "
Art. 65. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'article 2 de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant les fonds budgétaires, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 du 5° est complété comme suit :
" - du versement des sommes d'argent imposées au titre de charges d'urbanisme par la Région et destinées à contribuer au financement d'actes et travaux ayant pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'equipements publics ou d'immeubles de logements;
- du montant des transactions administratives ainsi que toute autre somme perçue par la Région à la suite de décisions des cours et tribunaux à charge des contrevenants à l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme. ";
2° l'alinéa 3 du 5° est complété comme suit :
" - aux dépenses afférentes à la mise en oeuvre des actes et travaux ayant pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements mentionnés dans les permis à l'occasion de la délivrance desquels des charges d'urbanisme ont été imposées;
- aux dépenses afférentes à la recherche, à la constatation et à la poursuite des infractions à l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme et aux dépenses afférentes aux mesures d'arrêt des actes et travaux commis en infraction à l'ordonnance précitée et aux mesures d'exécution d'office et de remise en état. "
1° l'alinéa 2 du 5° est complété comme suit :
" - du versement des sommes d'argent imposées au titre de charges d'urbanisme par la Région et destinées à contribuer au financement d'actes et travaux ayant pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'equipements publics ou d'immeubles de logements;
- du montant des transactions administratives ainsi que toute autre somme perçue par la Région à la suite de décisions des cours et tribunaux à charge des contrevenants à l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme. ";
2° l'alinéa 3 du 5° est complété comme suit :
" - aux dépenses afférentes à la mise en oeuvre des actes et travaux ayant pour objet la réalisation, la transformation ou la rénovation de voiries, d'espaces verts, de bâtiments publics, d'équipements publics ou d'immeubles de logements mentionnés dans les permis à l'occasion de la délivrance desquels des charges d'urbanisme ont été imposées;
- aux dépenses afférentes à la recherche, à la constatation et à la poursuite des infractions à l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme et aux dépenses afférentes aux mesures d'arrêt des actes et travaux commis en infraction à l'ordonnance précitée et aux mesures d'exécution d'office et de remise en état. "
Art. 66. (Zie NOTA'S onder opschrift) In het tweede lid van artikel 3, § 1, van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed worden de woorden " de Regering " opgeheven.
Art. 66. (Voir NOTES sous l'intitulé) A l'alinéa 2 de l'article 3, § 1er, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier, les termes " à l'Exécutif " sont abrogés.
Art. 67. (Zie NOTA'S onder opschrift) Het vierde lid van § 1 van artikel 4 van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed wordt vervangen door de volgende twee leden :
" Elke aanvraag van stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of stedenbouwkundig attest die betrekking heeft op een goed dat is ingeschreven op de inventaris, is onderworpen aan het advies van de overlegcommissie. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt slechts geraadpleegd op verzoek van de Overlegcommissie.
De regering kan de lijst bepalen van de handelingen en werken die door hun geringe omvang vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van de overlegcommissie. De handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het advies van de overlegcommissie, zijn ook vrijgesteld van de speciale regelen van openbaarmaking. "
" Elke aanvraag van stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of stedenbouwkundig attest die betrekking heeft op een goed dat is ingeschreven op de inventaris, is onderworpen aan het advies van de overlegcommissie. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt slechts geraadpleegd op verzoek van de Overlegcommissie.
De regering kan de lijst bepalen van de handelingen en werken die door hun geringe omvang vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van de overlegcommissie. De handelingen en werken die vrijgesteld zijn van het advies van de overlegcommissie, zijn ook vrijgesteld van de speciale regelen van openbaarmaking. "
Art. 67. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 4, § 1er, alinéa 4, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier est remplacé par les deux alinéas suivants :
" Toute demande de permis d'urbanisme, de permis de lotir ou de certificat d'urbanisme se rapportant à un bien inscrit à l'inventaire est soumise à l'avis de la commission de concertation. La Commission royale des Monuments et des Sites n'est consultée qu'à la demande de la commission de concertation.
Le Gouvernement peut établir la liste des actes et travaux, qui en raison de leur minime importance, sont dispensés de l'avis préalable de la commission de concertation. Les actes et travaux dispensés de l'avis de la commission de concertation sont également dispensés des mesures particulières de publicité. "
" Toute demande de permis d'urbanisme, de permis de lotir ou de certificat d'urbanisme se rapportant à un bien inscrit à l'inventaire est soumise à l'avis de la commission de concertation. La Commission royale des Monuments et des Sites n'est consultée qu'à la demande de la commission de concertation.
Le Gouvernement peut établir la liste des actes et travaux, qui en raison de leur minime importance, sont dispensés de l'avis préalable de la commission de concertation. Les actes et travaux dispensés de l'avis de la commission de concertation sont également dispensés des mesures particulières de publicité. "
Art. 68. (Zie NOTA'S onder opschrift) De §§ 1 tot 6 van artikel 12 van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed worden opgeheven.
Art. 68. (Voir NOTES sous l'intitulé) Les §§ 1er à 6 de l'article 12 de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier sont abrogés.
Art. 69. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 14, tweede lid, van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed wordt vervangen door het volgende lid :
" Uitgezonderd de gevallen waarin dit advies reeds vereist en georganiseerd is krachtens bovengenoemde bepalingen van wetgevende aard, organiseert de regering de adviesprocedure met de duidelijke vermelding dat bij ontstentenis van een uitspraak, binnen een bepaalde termijn, de Commissie geacht wordt een gunstig advies te hebben uitgebracht. "
" Uitgezonderd de gevallen waarin dit advies reeds vereist en georganiseerd is krachtens bovengenoemde bepalingen van wetgevende aard, organiseert de regering de adviesprocedure met de duidelijke vermelding dat bij ontstentenis van een uitspraak, binnen een bepaalde termijn, de Commissie geacht wordt een gunstig advies te hebben uitgebracht. "
Art. 69. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 14, alinéa 2, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier est remplacé par l'alinéa suivant :
" A l'exception des cas dans lesquels cet avis est déjà requis et organisé en vertu des dispositions de nature législative précitées, le Gouvernement organise la procédure relative à cet avis en prescrivant qu'à defaut de s'être prononcée dans un délai déterminé, la Commission est considérée comme ayant remis un avis favorable. "
" A l'exception des cas dans lesquels cet avis est déjà requis et organisé en vertu des dispositions de nature législative précitées, le Gouvernement organise la procédure relative à cet avis en prescrivant qu'à defaut de s'être prononcée dans un délai déterminé, la Commission est considérée comme ayant remis un avis favorable. "
Art. 70. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 27 van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed wordt als volgt gewijzigd :
1° § 1 wordt aangevuld met een als volgt opgesteld 4° :
" 4° een goed dat behoort tot het beschermd onroerend erfgoed gedeeltelijk of volledig te verplaatsen, tenzij de materiële vrijwaring van het goed dit absoluut vereist en op voorwaarde dat de nodige garanties voor de afbraak, het overbrengen en de wederopbouw ervan op een geschikte plaats genomen zijn. ";
2° de §§ 2, 3, 4, 6 en 7 worden opgeheven;
3° in § 5 worden de woorden " uit hoofde van de paragrafen 1 en 2 " vervangen door de woorden " uit hoofde van paragraaf 1 ".
1° § 1 wordt aangevuld met een als volgt opgesteld 4° :
" 4° een goed dat behoort tot het beschermd onroerend erfgoed gedeeltelijk of volledig te verplaatsen, tenzij de materiële vrijwaring van het goed dit absoluut vereist en op voorwaarde dat de nodige garanties voor de afbraak, het overbrengen en de wederopbouw ervan op een geschikte plaats genomen zijn. ";
2° de §§ 2, 3, 4, 6 en 7 worden opgeheven;
3° in § 5 worden de woorden " uit hoofde van de paragrafen 1 en 2 " vervangen door de woorden " uit hoofde van paragraaf 1 ".
Art. 70. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 27 de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier est modifié comme suit :
1° le § 1er est complété par un 4° libellé comme suit :
" 4° de deplacer en tout ou en partie un bien relevant du patrimoine immobilier classé, à moins que la sauvegarde matérielle du bien l'exige impérativement et à condition que les garanties nécessaires pour son démontage, son transfert et son remontage dans un lieu approprié soient prises. ";
2° les § 2, 3, 4, 6 et 7 sont abrogés;
3° au § 5, les termes " en vertu des §§ 1er et 2 " sont remplacés par les termes " en vertu du § 1er ".
1° le § 1er est complété par un 4° libellé comme suit :
" 4° de deplacer en tout ou en partie un bien relevant du patrimoine immobilier classé, à moins que la sauvegarde matérielle du bien l'exige impérativement et à condition que les garanties nécessaires pour son démontage, son transfert et son remontage dans un lieu approprié soient prises. ";
2° les § 2, 3, 4, 6 et 7 sont abrogés;
3° au § 5, les termes " en vertu des §§ 1er et 2 " sont remplacés par les termes " en vertu du § 1er ".
Art. 71. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 37, § 1, 2°, en artikel 42, tweede lid, van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed worden opgeheven.
Art. 71. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 37, § 1er, 2°, et l'article 42, alinéa 2, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative a la conservation du patrimoine immobilier sont abrogés.
Art. 72. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 14, eerste lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 inzake de milieuvergunning wordt vervangen door het volgende lid :
" Het milieuattest of de milieuvergunning wordt door het Instituut afgegeven in de volgende gevallen :
1° wanneer zij wordt aangevraagd door een door de regering aangewezen publiekrechtelijk rechtspersoon;
2° wanneer zij betrekking heeft op handelingen en werken van openbaar nut, bepaald door de regering;
3° wanneer zij betrekking heeft op een beschermd, of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is;
4° wanneer zij betrekking heeft op de aanwending van een prioritair actieprogramma. ".
" Het milieuattest of de milieuvergunning wordt door het Instituut afgegeven in de volgende gevallen :
1° wanneer zij wordt aangevraagd door een door de regering aangewezen publiekrechtelijk rechtspersoon;
2° wanneer zij betrekking heeft op handelingen en werken van openbaar nut, bepaald door de regering;
3° wanneer zij betrekking heeft op een beschermd, of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is;
4° wanneer zij betrekking heeft op de aanwending van een prioritair actieprogramma. ".
Art. 72. (Voir NOTES sous l'intitulé) L'article 14, alinéa 1er, de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative au permis d'environnement est remplacé par l'alinéa qui suit :
" Le certificat ou le permis d'environnement est délivré par l'Institut dans les cas suivants :
1° lorsqu'il est sollicité par une personne de droit public désignée par le Gouvernement;
2° lorsqu'il concerne des actes et travaux d'utilité publique déterminés par le Gouvernement;
3° lorsqu'il concerne un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement;
4° lorsqu'il concerne la mise en oeuvre d'un programme d'action prioritaire. ".
" Le certificat ou le permis d'environnement est délivré par l'Institut dans les cas suivants :
1° lorsqu'il est sollicité par une personne de droit public désignée par le Gouvernement;
2° lorsqu'il concerne des actes et travaux d'utilité publique déterminés par le Gouvernement;
3° lorsqu'il concerne un bien inscrit sur la liste de sauvegarde ou classé ou en cours d'inscription ou de classement;
4° lorsqu'il concerne la mise en oeuvre d'un programme d'action prioritaire. ".
Art. 73. (Zie NOTA'S onder opschrift) (NOTA : zie verder een vorm van dit artikel die vanaf 12-01-2004 uitwerking heeft.) De regering kan de hieronder vermelde wetgevende bepalingen codificeren en met elkaar in overeenstemming brengen door er de wijzigingen in aan te brengen die aanbeveling verdienen met het oog op een formele vereenvoudiging, zonder dat er afbreuk kan worden gedaan aan de in deze bepalingen ingeschreven principes :
- de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw en haar uitvoeringsbesluiten;
- de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed en haar uitvoeringsbesluiten;
- de ordonnantie van 13 april 1995 betreffende de herinrichting van de niet-uitgebate of verlaten bedrijfsruim ten en haar uitvoeringsbesluiten.
De onder het eerste lid bedoelde codificatie draagt de volgende titel : " Brussels Wetboek van de ruimtelijke ordening ". Zij treedt slechts in werking na haar ratificatie door de Raad.
De regering is eveneens gemachtigd tot het aanpassen van de verwijzingen naar de krachtens het eerste lid gecoördineerde en gecodificeerde bepalingen die in andere ordonnanties vervat zitten.
(NOTA : overeenkomstig een nota onder opschrift beschouwt Justel dat de onderhavige ordonnantie opgeheven is met uitwerking vanaf 01-01-2004; evenwel wordt art. 73 met uitwerking vanaf 12-01-2004 door de volgende beschikking vervangen :
De Regering kan de hieronder vermelde wetgevende bepalingen codificeren en met elkaar in overeenstemming brengen door er de wijzigingen in aan te brengen die aanbeveling verdienen met het oog op een formele vereenvoudiging, zonder dat er afbreuk kan worden gedaan aan de in deze bepalingen ingeschreven principes;
- artikel 70bis van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw;
- de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw;
- de ordonnantie van 4 maart 1993 betreffende het behoud van het onroerend erfgoed;
- de ordonnantie van 18 juli 2002 betreffende het voorkooprecht;
- de ordonnantie van 18 december 2003 betreffende de rehabilitatie en de herbestemming van de niet-uitgebate bedrijfsruimten.
De in het eerste lid bedoelde codificatie heeft de volgende aanhef : " Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening ". Het treedt slechts in werking na zijn ratificatie door de Raad.
De Regering is er eveneens toe gemachtigd de verwijzingen naar de krachtens het eerste lid gecodificeerde bepalingen die in andere ordonnanties vervat zijn, aan te passen. )
- de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw en haar uitvoeringsbesluiten;
- de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed en haar uitvoeringsbesluiten;
- de ordonnantie van 13 april 1995 betreffende de herinrichting van de niet-uitgebate of verlaten bedrijfsruim ten en haar uitvoeringsbesluiten.
De onder het eerste lid bedoelde codificatie draagt de volgende titel : " Brussels Wetboek van de ruimtelijke ordening ". Zij treedt slechts in werking na haar ratificatie door de Raad.
De regering is eveneens gemachtigd tot het aanpassen van de verwijzingen naar de krachtens het eerste lid gecoördineerde en gecodificeerde bepalingen die in andere ordonnanties vervat zitten.
(NOTA : overeenkomstig een nota onder opschrift beschouwt Justel dat de onderhavige ordonnantie opgeheven is met uitwerking vanaf 01-01-2004; evenwel wordt art. 73 met uitwerking vanaf 12-01-2004 door de volgende beschikking vervangen :
De Regering kan de hieronder vermelde wetgevende bepalingen codificeren en met elkaar in overeenstemming brengen door er de wijzigingen in aan te brengen die aanbeveling verdienen met het oog op een formele vereenvoudiging, zonder dat er afbreuk kan worden gedaan aan de in deze bepalingen ingeschreven principes;
- artikel 70bis van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw;
- de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw;
- de ordonnantie van 4 maart 1993 betreffende het behoud van het onroerend erfgoed;
- de ordonnantie van 18 juli 2002 betreffende het voorkooprecht;
- de ordonnantie van 18 december 2003 betreffende de rehabilitatie en de herbestemming van de niet-uitgebate bedrijfsruimten.
De in het eerste lid bedoelde codificatie heeft de volgende aanhef : " Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening ". Het treedt slechts in werking na zijn ratificatie door de Raad.
De Regering is er eveneens toe gemachtigd de verwijzingen naar de krachtens het eerste lid gecodificeerde bepalingen die in andere ordonnanties vervat zijn, aan te passen. )
Art. 73. (Voir NOTES sous l'intitulé) (NOTE : voir plus loin une forme de l'article 73 entrant en vigueur le 12-01-2004.) Le Gouvernement peut codifier et mettre en concordance les dispositions législatives en vigueur mentionnées ci-après, en y apportant les modifications qui se recommandent dans un but de simplification formelle, sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions :
- l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme et ses arrêtés d'exécution;
- l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier et ses arrêtés d'exécution;
- l'ordonnance du 13 avril 1995 relative au réaménagement des sites d'activite économique inexploités ou abandonnés et ses arrêtés d'exécution.
La codification visée à l'alinéa 1 porte l'intitulé suivant : " Code bruxellois de l'aménagement du territoire ". Elle n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Conseil.
Le Gouvernement est également habilité à adapter les références aux dispositions codifiées en vertu de l'alinéa 1 qui sont contenues dans d'autres ordonnances.
(NOTE : conformément à la note sous l'intitulé, Justel considère que la présente ordonnance est abrogée avec effet à partir du 01-01-2004; toutefois, l'art. 73 est remplacé par la disposition suivante avec effet à partir du 12-01-2004 :
Le Gouvernement peut codifier et mettre en concordance les dispositions législatives en vigueur mentionnées ci-après, en y apportant les modifications qui se recommandent dans un but de simplification formelle, sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions;
- l'article 70bis de la loi du 29 mars 1962 organique de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme;
- l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme;
- l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier;
- l'ordonnance du 18 juillet 2002 relative au droit de préemption;
- l'ordonnance du 18 décembre 2003 relative à la réhabilitation et à la réaffectation des sites d'activité inexploités.
La codification visée à l'alinéa ler porte l'intitulé suivant : " Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire ". Elle n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Conseil.
Le Gouvernement est également habilité à adapter les références aux dispositions codifiées en vertu de l'alinéa ler qui sont contenues dans d'autres ordonnances. )
- l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme et ses arrêtés d'exécution;
- l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier et ses arrêtés d'exécution;
- l'ordonnance du 13 avril 1995 relative au réaménagement des sites d'activite économique inexploités ou abandonnés et ses arrêtés d'exécution.
La codification visée à l'alinéa 1 porte l'intitulé suivant : " Code bruxellois de l'aménagement du territoire ". Elle n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Conseil.
Le Gouvernement est également habilité à adapter les références aux dispositions codifiées en vertu de l'alinéa 1 qui sont contenues dans d'autres ordonnances.
(NOTE : conformément à la note sous l'intitulé, Justel considère que la présente ordonnance est abrogée avec effet à partir du 01-01-2004; toutefois, l'art. 73 est remplacé par la disposition suivante avec effet à partir du 12-01-2004 :
Le Gouvernement peut codifier et mettre en concordance les dispositions législatives en vigueur mentionnées ci-après, en y apportant les modifications qui se recommandent dans un but de simplification formelle, sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions;
- l'article 70bis de la loi du 29 mars 1962 organique de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme;
- l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme;
- l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier;
- l'ordonnance du 18 juillet 2002 relative au droit de préemption;
- l'ordonnance du 18 décembre 2003 relative à la réhabilitation et à la réaffectation des sites d'activité inexploités.
La codification visée à l'alinéa ler porte l'intitulé suivant : " Code bruxellois de l'Aménagement du Territoire ". Elle n'entre en vigueur qu'après sa ratification par le Conseil.
Le Gouvernement est également habilité à adapter les références aux dispositions codifiées en vertu de l'alinéa ler qui sont contenues dans d'autres ordonnances. )
Art. 74. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Deze ordonnantie treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 33, 35, 44, 45, 46, 2°, 47, 48, 1°, 64, 2° en 66, 68 tot 72 die op de door de regering bepaalde datum in werking treden.
(§ 2. De artikelen 33, 2, 33, 3°, 44, 46, 2°, 47, 48, 1° 66 en 68 tot 71 van deze ordonnantie, evenals artikel 45, in de zin dat het artikel 139, 3°, van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw wijzigt, zijn niet van toepassing op de projecten waarvoor een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning of om toelating van de Regering, bedoeld in de artikelen 12 en 27 van de onroerende van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed, werd ingediend vóór hun inwerkingtreding, evenals op de projecten waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of een toelating van de Regering, bedoeld in de artikelen 12 en 27 van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed, werd afgegeven vóór hun inwerkingtreding.
Artikel 72 van deze ordonnantie, in de zin dat het artikel 14, eerste lid, 3°, van de ordonnantie van 5 juni 1997 inzake de milieuvergunning wijzigt, is niet van toepassing op de projecten waarvoor een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning werd ingediend vóór zijn inwerkingtreding.)
(§ 3.) De artikelen 2, 3, 6, 1°, 8 tot 20, 22 tot 28, 30, 38, 39 en 55 zijn niet toepasbaar op de gemeentelijke ontwikkelingsplannen waarvan het basisdossier vóór het van kracht worden van deze ordonnantie werd goedgekeurd.
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 33, 1° vastgesteld op 17-01-2003, door ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 45 - met uitzondering van 3° van artikel 139 zoals gewijzigd door ARR 2002-12-12/46, art. 1 - vastgesteld op 17-01-2003, door ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van 3° van artikel 139 zoals vervangen door art. 45 van ORD 2002-07-18/37 - vastgesteld op 31-05-2003 door BESL 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 33,2° et 33,3°, 44, 46,2°, 47, 48,1°, 66, 68 tot 72 vastgesteld op 31-05-2003 door BESL 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 35 en 64, §2, vastgesteld op 24-03-2004 door BESL 2004-01-29/50, art. 1)
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 18 juli 2002.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
F.-X. de DONNEA
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
J. CHABERT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting,
E. TOMAS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Ambtenarenzaken en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel,
D. GOSUIN.
(§ 2. De artikelen 33, 2, 33, 3°, 44, 46, 2°, 47, 48, 1° 66 en 68 tot 71 van deze ordonnantie, evenals artikel 45, in de zin dat het artikel 139, 3°, van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw wijzigt, zijn niet van toepassing op de projecten waarvoor een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning of om toelating van de Regering, bedoeld in de artikelen 12 en 27 van de onroerende van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed, werd ingediend vóór hun inwerkingtreding, evenals op de projecten waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of een toelating van de Regering, bedoeld in de artikelen 12 en 27 van de ordonnantie van 4 maart 1993 inzake het behoud van het onroerend erfgoed, werd afgegeven vóór hun inwerkingtreding.
Artikel 72 van deze ordonnantie, in de zin dat het artikel 14, eerste lid, 3°, van de ordonnantie van 5 juni 1997 inzake de milieuvergunning wijzigt, is niet van toepassing op de projecten waarvoor een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning werd ingediend vóór zijn inwerkingtreding.)
(§ 3.) De artikelen 2, 3, 6, 1°, 8 tot 20, 22 tot 28, 30, 38, 39 en 55 zijn niet toepasbaar op de gemeentelijke ontwikkelingsplannen waarvan het basisdossier vóór het van kracht worden van deze ordonnantie werd goedgekeurd.
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 33, 1° vastgesteld op 17-01-2003, door ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 45 - met uitzondering van 3° van artikel 139 zoals gewijzigd door ARR 2002-12-12/46, art. 1 - vastgesteld op 17-01-2003, door ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van 3° van artikel 139 zoals vervangen door art. 45 van ORD 2002-07-18/37 - vastgesteld op 31-05-2003 door BESL 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 33,2° et 33,3°, 44, 46,2°, 47, 48,1°, 66, 68 tot 72 vastgesteld op 31-05-2003 door BESL 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 35 en 64, §2, vastgesteld op 24-03-2004 door BESL 2004-01-29/50, art. 1)
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 18 juli 2002.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
F.-X. de DONNEA
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
J. CHABERT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting,
E. TOMAS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Ambtenarenzaken en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel,
D. GOSUIN.
Art. 74. (Voir NOTES sous l'intitulé) § 1er. La présente ordonnance entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge , à l'exception de ses articles 33, 35, 44, 45, 46, 2°, 47, 48, 1°, 64, 2°, 66, 68 à 72 qui entrent en vigueur à la date fixée par le Gouvernement.
(§ 2. Les articles 33, 2, 33, 3°, 44, 46, 2°, 47, 48, 1°, 66 et 68 à 71 de la présente ordonnance, ainsi que l'article 45, en ce qu'il modifie l'article 139, 3°, de l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme, ne sont pas applicables aux projets pour lesquels une demande de permis d'urbanisme ou d'autorisation du Gouvernement, visée aux articles 12 et 27, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier, a été introduite avant leur entrée en vigueur, ainsi qu'aux projets pour lesquels un permis d'urbanisme ou une autorisation du Gouvernement, visée aux articles 12 et 27 de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier, a été délivré avant leur entrée en vigueur.
L'article 72 de la présente ordonnance, en ce qu'il modifie l'article 14, alinéa 1er, 3°, de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative au permis d'environnement n'est pas applicable aux projets pour lesquels une demande de permis d'environnement a été introduite avant son entrée en vigueur.)
(§ 3.) Les articles 2, 3, 6, 1°, 8 à 20, 22 à 28, 30, 38, 39 et 55 ne sont pas applicables aux plans communaux de développement dont le dossier de base a été approuvé avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 33, 1° fixée au 17-01-2003 par ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 45 - à l'exception du 3° de l'article 139 tel que modifié par ORD 2002-07-18/37 - fixée au 17-01-2003 par ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur du 3° de l'article 139 tel que remplacé par l'art. 45 de l'ORD 2002-07-18/37 - fixée au 31-05-2003 par ARR 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 33, 2° et 3°, 44, 46,2°, 47, 48,1°, 66, 68-72 - fixée au 31-05-2003 par ARR 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 35 et 64, § 2 fixée au 24-03-2004 par ARR 2004-01-29/50, art. 1)
Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
Bruxelles, le 18 juillet 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Region de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine et de la Recherche scientifique,
F.-X. de DONNEA
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Travaux publics, du Transport et de la Lutte contre l'Incendie et l'Aide médicale urgente,
J. CHABERT
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de l'Energie et du Logement,
E. TOMAS
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures
G. VANHENGEL
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, de la Conservation de la Nature, de la Propreté publique du Commerce extérieur,
D. GOSUIN.
(§ 2. Les articles 33, 2, 33, 3°, 44, 46, 2°, 47, 48, 1°, 66 et 68 à 71 de la présente ordonnance, ainsi que l'article 45, en ce qu'il modifie l'article 139, 3°, de l'ordonnance du 29 août 1991 organique de la planification et de l'urbanisme, ne sont pas applicables aux projets pour lesquels une demande de permis d'urbanisme ou d'autorisation du Gouvernement, visée aux articles 12 et 27, de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier, a été introduite avant leur entrée en vigueur, ainsi qu'aux projets pour lesquels un permis d'urbanisme ou une autorisation du Gouvernement, visée aux articles 12 et 27 de l'ordonnance du 4 mars 1993 relative à la conservation du patrimoine immobilier, a été délivré avant leur entrée en vigueur.
L'article 72 de la présente ordonnance, en ce qu'il modifie l'article 14, alinéa 1er, 3°, de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative au permis d'environnement n'est pas applicable aux projets pour lesquels une demande de permis d'environnement a été introduite avant son entrée en vigueur.)
(§ 3.) Les articles 2, 3, 6, 1°, 8 à 20, 22 à 28, 30, 38, 39 et 55 ne sont pas applicables aux plans communaux de développement dont le dossier de base a été approuvé avant l'entrée en vigueur de la présente ordonnance.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 33, 1° fixée au 17-01-2003 par ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 45 - à l'exception du 3° de l'article 139 tel que modifié par ORD 2002-07-18/37 - fixée au 17-01-2003 par ARR 2002-12-12/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur du 3° de l'article 139 tel que remplacé par l'art. 45 de l'ORD 2002-07-18/37 - fixée au 31-05-2003 par ARR 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 33, 2° et 3°, 44, 46,2°, 47, 48,1°, 66, 68-72 - fixée au 31-05-2003 par ARR 2003-04-11/52, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 35 et 64, § 2 fixée au 24-03-2004 par ARR 2004-01-29/50, art. 1)
Promulguons la présente ordonnance, ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
Bruxelles, le 18 juillet 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement de la Region de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine et de la Recherche scientifique,
F.-X. de DONNEA
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Travaux publics, du Transport et de la Lutte contre l'Incendie et l'Aide médicale urgente,
J. CHABERT
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de l'Energie et du Logement,
E. TOMAS
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures
G. VANHENGEL
Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, de la Conservation de la Nature, de la Propreté publique du Commerce extérieur,
D. GOSUIN.