1° de leden van het tijdelijk en definitief gesubsidieerd technisch personeel van de officiële psycho-medisch-sociale centra die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, met uitzondering van deze personeelsleden die geen weddetoelage krijgen ten laste van de Franse Gemeenschap, behoudens de vermeldingen [1 ...]1 in artikelen 25, § 2, en 32, § 2;
2° de inrichtende machten van deze centra;
[1 3° de niet-statutaire personeelsleden zoals bepaald in artikel 1, 2e lid, 8° voor wat de bepalingen van de artikelen 20, 23, 29bis en 36 betreft.]1
Voor de toepassing van dit decreet :
1° dient te worden verstaan onder "centrum" of "psycho-medisch-sociaal centrum", de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra van onderwijsinrichtingen voor voltijds kleuter-, lager en secundair onderwijs en (gespecialiseerd onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra voor inrichtingen voor (gespecialiseerd) onderwijs;
2° dient te worden verstaan onder "vacante betrekking", de betrekking die door de inrichtende macht is vrijgemaakt en die niet is toegekend aan een vast benoemd personeelslid in de zin van dit decreet en die in aanmerking komt voor het toelagestelsel van de Franse Gemeenschap en waarvoor een weddetoelage werd toegestaan;
3° zijn de begrippen "hoofdambt" en "bijambt" gedefinieerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 april 1958 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Onderwijs;
4° dient te worden verstaan onder "bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie", de regels die bovenop dit decreet zijn vastgelegd door de in artikel 101, § 1, bedoelde paritaire commissies;
5° worden de termijnen als volgt berekend :
a) de datum van de akte, waarmee alles begint, wordt niet meegerekend;
b) de vervaldatum zit vervat in de berekening; wanneer deze dag valt op een zaterdag, een zondag of een feestdag, de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap inbegrepen, valt de vervaldag evenwel op de eerstvolgende werkdag;
6° het dienstjaar begint op 1 september van een jaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
(7° dient men, per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan bedoeld in artikel 92, § 1, en 101, § 1, te verstaan :
a) tot 31 december 2003 en in afwijking van artikelen 92, § 2, en 101, § 2, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 18 juni 1998 tot erkenning van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs, waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten;
b) vanaf 1 januari 2004, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 5bis , § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten.)
[2 8° onder " niet-statutaire personeelsleden " wordt verstaan " de personen bepaald bij de overeenkomsten genomen ter uitvoering van artikel 18 van het decreet van het Waalse Gewest van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en bij het besluit van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 28 november 2002 betreffende het stelsel van de gesubsidieerde contractuelen, alsmede de personen die een ambt uitoefenen ten laste van de inrichtende macht, op voorwaarde dat die personen een ambt uitvoeren dat gelijk is aan een ambt dat gesubsidieerd kan worden.]2
Het gebruik in dit decreet van mannelijke benamingen voor verschillende bekwaamheidsbewijzen en ambten is gemeenslachtelijk zodat de leesbaarheid van de tekst gegarandeerd is niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van beroepsnamen.